Regeling superheffing 1993
- BWB-id
- BWBR0005933
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2002-03-31 t/m 2004-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005933
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-superheffing-1993
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-superheffing-1993/2002-03-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005933&g=2002-03-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005933&z=2026-06-06&g=2002-03-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005933/2002-03-31
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-superheffing-1993
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. directeur: vervallen; c. productschap: Productschap voor Zuivel; d. EG-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (PbEG 1999, L160) en de ter uitvoering van artikel 5 van die Verordening vastgestelde verordeningen; e. heffingsperiode: tijdvak van 12 maanden te rekenen vanaf 1 april van ieder kalenderjaar; f. referentiehoeveelheid: Verordening (EEG) nr. 3950/92 individuele hoeveelheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van, onderscheidend vastgesteld voor fabrieksleveranties en voor recht_streekse verkoop, die beschikbaar is op het bedrijf op 31 maart 2000; g. heffingvrije hoeveelheid: artikel 6 heffingvrije hoeveelheid: totaal van de referentiehoeveelheden als bedoeld in, die bij het productschap ten name van de koper zijn geregistreerd; a. In deze regeling wordt verstaan onder: Verordening (EEG) nr. 3950/92 Verordening (EG) nr. 1392/2001 melk, andere zuivelproducten, producent, bedrijf, koper, bedrijf dat melk of andere zuivelproducten bewerkt of verwerkt, levering, rechtstreeks aan de consument verkochte melk of melkequivalent, op de markt gebrachte hoeveelheden melk of melkequivalent, hetgeen daaromtrent in artikel 9 van, respectievelijk in artikel 2, eerste, tweede en derde lid vanis bepaald; 2 Landbouwwet Het bepaalde bij of krachtens deze regeling geldt onverminderd de Overdrachtsbeschikking bevoegdheden1966, Algemeen. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De koper is ter zake van de hoeveelheid melk, of het equivalent daarvan, welke hem wordt geleverd en die zijn heffingvrije hoeveelheid overschrijdt, een heffing verschuldigd. 2 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Het bedrag van de heffing wordt met inachtneming van de EG-verordeningen vastgesteld. De hoeveelheid geleverde melk, of het equivalent daarvan, wordt bepaald met inachtneming van het bepaalde in de EG-verordeningen. In geval van levering van geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk wordt met inachtneming van artikel 2, tweede lid vande melk voor de berekening van de grondslag van de heffing als volle melk aangemerkt. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De producent is ter zake van een levering aan een koper van een hoeveelheid melk, of een equivalent daarvan, die zijn referentiehoeveelheid voor fabrieksleveranties overschrijdt, een heffing verschuldigd. 2 artikel 2, tweede lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De producent is ter zake van rechtstreekse verkoop voor consumptie van een hoeveelheid melk, of het equivalent daarvan, die zijn referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop overschrijdt, een heffing verschuldigd. 2 artikel 2, tweede lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 6, eerste en tweede lid Indien de koper een heffing is verschuldigd, berekent deze de heffing overeenkomstig de EG-verordeningen door aan de producenten wier aan de koper afgeleverde hoeveelheid melk, of het equivalent daarvan, hoger is dan de overeenkomstig, ten name van deze koper geregistreerde referentiehoeveelheid. De koper houdt het verschuldigde bedrag in op de prijs van de melk die hij verschuldigd is aan de producent, die de uiteindelijke schuldenaar van de heffing is, of int het verschuldigde op andere passende wijze. 2 Deze doorberekening vindt plaats nadat de koper de ongebruikte referentiehoeveelheden overeenkomstig de EG-verordeningen heeft herverdeeld over de in het eerste lid bedoelde producenten in evenredigheid met hun referentiehoeveelheden. 3 Wanneer gedurende een heffingsperiode blijkt dat een producent zijn aan de koper toebedeelde referentiehoeveelheid heeft overschreden, kan deze koper ter hoogte van de overschrijding een voorschot op de verschuldigde heffing innen. 4 Het in het derde lid bedoelde voorschot op de inning kan worden verrekend met de door de koper aan de producent verschuldigde gelden. 5 Na afloop van de heffingsperiode wordt het aldus betaalde voorschot op de inning verrekend met de ingevolge het eerste lid door de producent definitief verschuldigde heffing. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De heffingvrije hoeveelheid van de koper is gelijk aan het totaal van de referentiehoeveelheden of gedeelten daarvan, welke ten name van de koper bij het productschap is geregistreerd in de vorige heffingsperiode, in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid. 2 De heffingvrije hoeveelheid van de koper wordt met inachtneming van de EG-verordeningen en het bepaalde in het derde lid gewijzigd, indien de producent te zamen met de betrokken kopers opgave doet aan het productschap van de toedeling van zijn referentiehoeveelheid aan een andere koper. 3 De in het tweede lid bedoelde opgave wordt gedaan vóór een door het productschap vast te stellen datum volgens daartoe door het productschap te stellen regelen. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 paragraaf 7 Onverminderd het bepaalde invervalt de aanspraak op de referentiehoeveelheid, die ter beschikking staat van de producent welke gedurende een periode van twaalf maanden geen melk of andere zuivelproducten in de handel heeft gebracht, direct na ommekomst van die termijn. 2 De ingevolge het eerste lid vervallen referentiehoeveelheid wordt op verzoek van de betrokken producent door het productschap opnieuw toegewezen, indien hij de productie van melk of andere zuivelproducten op zijn bedrijf hervat binnen een termijn van negen maanden na de datum waarop de aanspraak op de referentiehoeveelheid is komen te vervallen. 3 Het verzoek wordt binnen de in het tweede lid genoemde termijn ingediend bij het productschap volgens de daartoe door het productschap te stellen regelen. 4 De toekenning geschiedt uiterlijk op de eerste april volgend op de datum, van het verzoek. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De referentiehoeveelheid wordt op deugdelijk gemotiveerd verzoek van de producent verhoogd of vastgesteld door het productschap om rekening te houden met veranderingen die van invloed zijn op zijn leveringen en/of zijn rechtstreekse verkoop. De verhoging of vaststelling van een referentiehoeveelheid is slechts mogelijk als de andere referentiehoeveelheid van de producent met dezelfde hoeveelheid wordt verlaagd dan wel wordt opgeheven. Zodanig verzoek dient te worden ingediend bij het productschap, vóór een door het productschap vast te stellen datum, volgens daartoe door het productschap te stellen regelen. 2 paragraaf 6 paragraaf 7 De referentiehoeveelheid die ingevolge het in het eerste lid bedoelde verzoek is uitgewisseld naar een andere referentiehoeveelheid, kan in de heffingsperiode waarin deze uitwisseling heeft plaatsgevonden niet worden overgedragen overeenkomstig het bepaalde inen niet tijdelijk worden overgedragen overeenkomstig het bepaalde in. 3 paragraaf 6 paragraaf 7 De referentiehoeveelheid waarvan de overdracht overeenkomstig het bepaalde inofis geregistreerd, kan in de betreffende heffingsperiode niet worden uitgewisseld ingevolge het eerste lid. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Verordening (EG) nr. 1392/2001 De vaststelling van het representatieve vetgehalte vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van. Het productschap is belast met de uitvoering hiervan. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het is een koper verboden melk of het equivalent daarvan afkomstig van een producent geleverd te krijgen als hij niet door het productschap erkend is als koper. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het productschap erkent iedere koper die handelt op Nederlands grondgebied indien deze: a) artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996 aantoont ingeschreven te zijn in het handelsregister als bedoeld in; b) artikel 31, eerste lid beschikt over een vestiging op Nederlands grondgebied waar de in, bedoelde administratie kan worden ingezien door de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst of functionarissen van het productschap; c) artikel 31, eerste lid zich ertoe verbindt de in, bedoelde administratie bij te houden; d) artikel 27, tweede lid zich ertoe verbindt de in, bedoelde aangifte bij het productschap in te dienen; e) zich ertoe verbindt toegang te verlenen aan de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst of functionarissen van het productschap tot zijn administratie ten behoeve van de controle daarvan; f) zich ertoe verbindt het vervoer van melk door middel van daartoe gebruikelijke transportmiddelen te laten verrichten, die de mogelijkheid bieden om de getransporteerde melkhoeveelheid alsmede het vetgehalte daarvan vast te stellen; 2 Het productschap kan nadere voorwaarden verbinden aan de erkenning waaronder het laten stellen van een waarborg ter verzekering van de te betalen heffing. 3 Indien een verzoek tot erkenning als koper wordt ingediend na een door het productschap vast te stellen datum, kan erkenning eerst plaatsvinden met ingang van de volgende heffingsperiode. 4 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Behoudens in de in artikel 13, vierde lid, vanbedoelde gevallen, trekt het productschap de erkenning van de koper in, indien de koper geen handelaar meer is en zijn administratie niet langer in Nederland kan worden geraadpleegd. 5 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Behoudens in de in artikel 13, vierde lid, vanbedoelde gevallen trekt het productschap de erkenning van de koper in of legt een boete op, indien de koper een onjuiste afrekening of aangifte heeft ingediend, indien hij de verbintenis om de productboekhouding, de registers en de overige in artikel 14, tweede lid, vanbedoelde documenten voortdurend bij te werken niet is nagekomen, of bij herhaling een andere communautaire of nationale verplichting niet is nagekomen. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het is de producent verboden feitelijk melk van zijn bedrijf te leveren anders dan op eigen naam, behoudens ontheffing verleend door het productschap. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het is de producent verboden om voor zover hij melk of het equivalent daarvan niet rechtstreeks aan de consument levert, te leveren aan een niet door het productschap erkende koper. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 6, eerste en tweede lid De in, bedoelde registratie van referentiehoeveelheden ten name van een koper kunnen slechts geschieden ten name van erkende kopers. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Een referentiehoeveelheid kan worden overgedragen in samenhang met de overdracht van voor de melkproductie gebruikte grond, niet zijnde een geheel bedrijf, als overeengekomen door betrokken partijen met inachtneming van de hierna volgende bepalingen. 2 De over te dragen referentiehoeveelheid mag niet meer bedragen dan 20.000 kg per hectare grond. 3 De over te dragen referentiehoeveelheid omvat minimaal 20 000 kg. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen indien de totale referentiehoeveelheid van de vervreemder minder dan 20 000 kg bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel wordt overgedragen. Voorts behoeft dit minimum niet in acht te worden genomen bij het eindigen, beëindigen en ontbinden van een pachtovereenkomst, die is goedgekeurd door de grondkamer vóór 1 april 1993. 4 artikel 23, tweede lid, onder a, c en d De ingevolge het eerste lid met een referentiehoeveelheid over te dragen grond dient gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest. Voorts dient de met een referentiehoeveelheid over te dragen grond gedurende een periode van één jaar na de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te blijven. In geval van beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in, dient de terug over te dragen grond gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de beëindiging van een pachtovereenkomst daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest. 5 paragraaf 7 Voor degene die ingevolge het bepaalde inde gehele aan zijn bedrijf gerelateerde referentiehoeveelheid tijdelijk heeft overgedragen en om die reden niet aan het gestelde in de eerste en laatste volzin van het vierde lid, kan voldoen, geldt dat de ingevolge het eerste lid over te dragen grond gedurende één jaar voorafgaand aan de tijdelijke overdracht van de gehele aan het bedrijf gerelateerde referentiehoeveelheid, daadwerkelijk voor de melkproductie op zijn bedrijf in gebruik moet zijn geweest. 6 Het productschap kan ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht ontheffing verlenen van het bepaalde in het vierde lid. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De op een bedrijf beschikbare referentiehoeveelheid gaat bij gelegenheid van de overdracht van het gehele bedrijf in zijn geheel over, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen. 2 Een overdracht van een referentiehoeveelheid vindt plaats tot ten hoogste 20.000 kg per hectare overgedragen grond, tenzij: a. het gehele bedrijf wordt verworven door degene die een echtgenoot, kind, afstammeling in de tweede graad, echtgenoot van een kind, echtgenoot van een kleinkind, of een pleegkind is van de vervreemder; b. het gehele bedrijf wordt verworven door een ander dan genoemd in onderdeel a, als ten genoegen van het productschap is aangetoond dat het bedrijf in de twee jaren voorafgaande aan de overdracht niet substantieel is verkleind, althans voor zover het de melkveehouderij betreft en als het bedrijf beoordeeld naar de feitelijke bedrijfsvoering als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet. Ter zake van de toepassing van dit onderdeel kunnen nadere regelen worden gesteld door het productschap. 3 Onder pleegkind wordt verstaan degene die duurzaam als een eigen kind is verzorgd en opgevoed. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15, tweede lid Indien naar het oordeel van het productschap een overdracht van grond dan wel het aangaan of beëindigen van een pachtovereenkomst kennelijk uitsluitend tot doel heeft gehad het maximum gesteld in, te ontgaan, kan het productschap binnen een tijdvak van 3 jaar na overdracht van de referentiehoeveelheid, besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid ter zake van die overdracht geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt. 2 Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend: a. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overdracht van de referentiehoeveelheid ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij het productschap hebben kennisgegeven; b. artikel 15 artikel 18 kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproductie gebruikte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde inmet ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure vanheeft plaatsgevonden. 3 De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode. 4 De verkrijger kan op diens verzoek voor het niet erkende deel van de referentiehoeveelheid aanspraak maken op een vergoeding van € 0,29 per kilogram referentiehoeveelheid. Voor zover deze vergoeding toegekend wordt, is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. Een in de eerste volzin bedoeld verzoek wordt bij het productschap ingediend. De minister beslist op het verzoek. 5 artikel 16, tweede lid, onderdeel b Indien bij toepassing van, naar het oordeel van het productschap in het tijdvak van drie jaren volgend op de overdracht van de referentiehoeveelheid, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan het productschap besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, die het maximum van 20.000 kg per overgedragen hectare te boven gaat, geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15 artikel 16, eerste lid Degenen die een referentiehoeveelheid op basis van, dan wel op basis van, hebben verworven respectievelijk overgedragen, geven daarvan binnen een termijn van zes weken gezamenlijk kennis aan het productschap op een daartoe door het productschap voorgeschreven formulier, volgens daartoe door het productschap gestelde voorschriften. Bij dit formulier worden de door het productschap voorgeschreven documenten met betrekking tot de overdracht van de referentiehoeveelheid en de bijbehorende grond gevoegd. 2 Er kan eerst een aanspraak op een referentiehoeveelheid worden gemaakt vanaf de registratie door het productschap. 3 artikel 17, tweede lid, onderdeel b Indien de overdracht bedoeld in het eerste lid in het tijdvak van een door het productschap te bepalen datum tot en met het einde van de heffingsperiode bij het productschap wordt aangemeld of niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de referentiehoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode. Deze bepaling vindt geen toepassing indien, toepassing vindt. Indien zodanige aanmelding plaatsvindt in enige heffingsperiode vóór de door het productschap bepaalde datum kan het productschap de overgang van de referentiehoeveelheid voor het geheel of een gedeelte daarvan registreren met ingang van enig moment in de lopende heffingsperiode. 4 artikel 16, tweede lid, onder a en b Onverminderd het bepaalde in, wordt, indien het productschap de overdracht van een referentiehoeveelheid ter registratie krijgt aangeboden waarbij meer dan 20.000 kg per hectare wordt overgedragen, ten name van de verwerver de overdracht geregistreerd van 20.000 kg per hectare overgedragen grond. Voor de niet ten name van de verwerver geregistreerde hoeveelheid wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw. 5 De vergoeding, bedoeld in het vierde lid wordt toegekend aan de vervreemder van de grond, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen. In geval van ontbinding, eindigen dan wel beëindiging van een pachtovereenkomst wordt de vergoeding toegekend aan de verpachter en pachter gezamenlijk ieder voor de helft, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen. 6 paragraaf 7 Indien in een heffingsperiode de tijdelijke overdracht van een referentiehoeveelheid overeenkomstig het bepaalde indoor het productschap wordt geregistreerd en nadien in dezelfde periode ten aanzien van de betrokken hoeveelheid een kennisgeving bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid bij het productschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de betrokken hoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode. 2000 62 28-03-2000 27-03-2000 TRCJZ/2000/3036 2000 62 28-03-2000 27-03-2000 TRCJZ/2000/3036 01-04-2000
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 15 16 In afwijking van het bepaalde in deengaat door overdracht van een bedrijf of grond krachtens erfrecht dan wel huwelijksvermogensrecht een referentiehoeveelheid op de rechthebbende over, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen. 2 Het productschap wijzigt op verzoek van de rechthebbende of de rechthebbenden aan wie een bedrijf toekomt de registratie van de betrokken referentiehoeveelheid. 3 Het productschap wijzigt op verzoek van de rechthebbende of de rechthebbenden aan wie gronden toekomen die ten tijde van de overdracht deel uitmaakten van een bedrijf waaraan een referentiehoeveelheid was gerelateerd, de registratie van de betrokken hoeveelheid als overeengekomen door de rechthebbenden, op basis van de voor de melkproductie gebruikte oppervlakte. 4 artikel 15, eerste lid artikelen 49 49a 54 van de Pachtwet Het productschap kan op verzoek de voorgaande leden overeenkomstig toepassen indien sprake is van een andere wijze van overdracht onder algemene titel dan is aangegeven in het eerste lid, danwel indien sprake is van een overdracht onder bijzondere titel, anders dan in, danwel indien sprake is van in-de-plaatsstelling of medepacht als bedoeld in de,of. 5 Artikel 18, eerste, tweede en zesde lid Een verzoek wordt gedaan door kennisgeving door de betrokken rechthebbende of de gezamenlijke rechthebbenden aan het productschap., is van overeenkomstige toepassing. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Een aanspraak op een referentiehoeveelheid wordt niet erkend indien deze in samenhang met de overdracht van grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf wordt verworven door een ander publiekrechtelijk lichaam dan het bureau beheer landbouwgronden, of door een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, tenzij het productschap anders beslist voor een daarbij vastgestelde hoeveelheid. 2 In geval van verwerving door een ander publiekrechtelijk lichaam dan het bureau beheer landbouwgronden van grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf, wordt een aanspraak op een referentiehoeveelheid erkend indien zeker is gesteld dat de overgedragen grond of het overgedragen bedrijf voor landbouwkundige doeleinden in gebruik blijft en indien de grond of het bedrijf samen met de referentiehoeveelheid door het publiekrechtelijke lichaam binnen een termijn van 6 maanden na de overdracht wordt overgedragen aan één of meer producenten. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 15 16 In afwijking van het bepaalde in deenkan ingeval van verplaatsing van een geheel bedrijf, de op het oude bedrijf beschikbare referentiehoeveelheid worden meegenomen naar het nieuwe bedrijf. 2 Het ingevolge het eerste lid te verplaatsen bedrijf dient gedurende een periode van één jaar voorafgaand aan de verplaatsing daadwerkelijk in gebruik te zijn geweest voor de melkproductie. Voorts dient het nieuwe bedrijf gedurende een periode van één jaar na de verplaatsing daadwerkelijk voor de melkproductie in gebruik te blijven. 3 Artikel 18, eerste, tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Onder overdracht wordt in deze paragraaf verstaan: a. overdracht in eigendom onder bijzondere titel; b. artikel 1 van de Pachtwet een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld inbetreffende los land hetwelk groter is dan één hectare of een hoeve geldend voor de duur van meer dan één jaar; c. artikel 1 van de Pachtwet een schriftelijke pachtovereenkomst als bedoeld inbetreffende los land hetwelk niet groter is dan één hectare, geldend voor de duur van meer dan één jaar;. d. artikel 70f, tweede lid, van de Pachtwet een door de grondkamer geregistreerde pachtovereenkomst als bedoeld in, geldend voor de duur van meer dan één jaar doch voor ten hoogste twee jaar; e. overdracht ingevolge vestiging, overdracht of tenietgaan van het recht van erfpacht of het recht van vruchtgebruik. 2 Aan het hieronder bepaalde is het zelfde gevolg verbonden als aan de pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, de onderdelen b, c en d; a. een door de grondkamer goedgekeurde beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst; b. een schriftelijke beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d; c. artikel 12, derde lid, van de Pachtwet artikel 37, eerste lid, van de Pachtwet artikel 70f, vijfde lid, van de Pachtwet het eindigen van een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d, alsmede van een door de Grondkamers goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in, geldend voor de duur van meer dan één jaar, zonder dat een verzoek als bedoeld inis ingediend, of van een pachtovereenkomst als bedoeld in; d. een door de rechter uitgesproken ontbinding van een pachtovereenkomst; e. een afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een pachtovereenkomst; f. artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet artikel 36, derde lid, van de Pachtwet het eindigen van een pachtovereenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in, waarna niet overeenkomstigom verlenging is verzocht. 3 Voor het tijdstip van overdracht van de referentiehoeveelheid is bepalend: a. de inschrijving van de desbetreffende akte in de in artikel 89 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers met dien verstande dat in het geval van het tenietgaan van het recht van erfpacht of van het recht van vruchtgebruik het tijdstip van het tenietgaan in aanmerking wordt genomen; b. de ingangsdatum van de pachtovereenkomst dan wel de datum waarop de betrokken partijen de pachtovereenkomst schriftelijk zijn aangegaan, voor zover deze na de ingangsdatum ligt. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Een producent kan het gedeelte van een referentiehoeveelheid dat door hem niet zal worden gebruikt, overeenkomstig de EG-verordeningen en met inachtneming van de hierna volgende artikelen van deze paragraaf voor de duur van een heffingsperiode tijdelijk overdragen. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Aan de tijdelijke overdracht van een referentiehoeveelheid zijn de volgende voorwaarden verbonden: a. een tijdelijke overdracht van een referentiehoeveelheid dient minimaal een hoeveelheid van 10.000 kg te betreffen. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen indien de totale referentiehoeveelheid van de vervreemder minder dan 10 000 kg bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel tijdelijk wordt overgedragen. b. per bedrijf kan door tijdelijke overdracht maximaal 75 000 kg referentiehoeveelheid worden verkregen; c. een tijdelijke overdracht kan slechts plaatsvinden indien een vervreemder voordien in de betrokken heffingsperiode geen referentiehoeveelheden tijdelijk heeft verkregen en een verkrijger voordien in de betrokken heffingsperiode geen referentiehoeveelheden tijdelijk heeft vervreemd. d. artikel 8, eerste lid producenten die een verzoek, als bedoeld in, hebben ingediend, kunnen de referentiehoeveelheden waarop dit verzoek betrekking heeft in de betrokken heffingsperiode niet tijdelijk overdragen. 2 Een melding van een tijdelijke overdracht dient per heffingsperiode vóór een door het productschap vast te stellen datum bij het productschap te worden ingediend, volgens daartoe door het productschap te stellen regelen. 3 Er kan eerst een aanspraak op een referentiehoeveelheid worden gemaakt vanaf de registratie door het productschap. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikelen 2 3 4 Het productschap is belast met de vaststelling, de oplegging en de inningen van de heffingen, bedoeld in de,, en. 2 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Het productschap stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, derde lid vande equivalenties vast voor alle andere zuivelproducten dan room en boter. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Aan het eind van de heffingsperiode stelt de koper een afrekening op voor de producent conform het bepaalde in artikel 5, eerste lid, van. 2 Verordening (EG) nr. 1392/2001 artikel 5, tweede lid De koper deelt jaarlijks voor 15 mei, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, tweede lid, vanen overeenkomstig de door het productschap daartoe gestelde regelen, aan het productschap het overzicht mede, waarin zijn opgenomen alle in voornoemd, bedoelde gegevens. 3 artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants artikel 10 van de Wet op de Accountantsadministratieconsulenten artikel 7 De in het tweede lid bedoelde aangifte van de koper dient vergezeld te gaan van een verklaring van een register-accountant, zoals bedoeld in artikel 55 juncto, of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld injuncto, omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens. 4 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Indien de in het tweede lid bedoelde aangifte niet tijdig wordt gedaan, legt het productschap de in artikel 5, derde en vierde lid, vanbedoelde sanctie op aan de koper. 5 Het productschap stelt de koper in kennis van het bedrag van de heffing die deze verschuldigd is, zulks na al dan niet, volgens het besluit van het productschap, de ongebruikte referentiehoeveelheden geheel of gedeeltelijk opnieuw te hebben toegewezen aan de kopers met het oog op omslag over de betrokken producenten. 6 Verordening (EG) nr. 1392/2001 De koper betaalt de verschuldigde heffing aan het productschap vóór 1 september. Bij overschrijding van deze termijn is de koper vanaf overschrijding tot het moment van voldoening van de schuld rente als bedoeld in artikel 8, tweede lid, vanverschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 5, eerste lid In afwijking van het bepaalde in, vindt over de in onderdeel a bedoelde hoeveelheden geen doorberekening plaats, indien het productschap op verzoek van de producent of producenten daarvoor toestemming heeft gegeven. Zodanige toestemming kan slechts worden gegeven indien: a. op een bedrijf meer dan één referentiehoeveelheid is geregistreerd en de melk, of het equivalent daarvan, door de betrokkenen gezamenlijk aan een koper wordt geleverd tot ten hoogste deze referentiehoeveelheden en b. de productie en de levering van melk, of het equivalent daarvan, plaatsvindt op één te onderscheiden zelfstandige bedrijfseenheid en c. de melk, of het equivalent daarvan, rechtstreeks wordt geleverd vanuit één op deze bedrijfseenheid geplaatst gebouw of complex van gebouwen. 2 Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient te worden ingediend bij het productschap op een daartoe door het productschap voorgeschreven formulier. Indien dit verzoek in het tijdvak van door het productschap vast te stellen datum tot en met het einde van de heffingsperiode bij het productschap wordt ingediend, kan de toestemming eerst met ingang van de volgende heffingsperiode worden verleend. Het productschap beslist op dit verzoek. Aan de door het productschap verleende toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 3 De toestemming vervalt zodra niet meer wordt voldaan aan een of meer voorwaarden voor de verlening van de toestemming. 4 Indien partijen zelf de regeling wensen te beëindigen vervalt de toestemming met ingang van een volgende heffingsperiode. 5 De producent of producenten aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, dient of dienen, zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de toestemming, of indien zij zelf de regeling wensen te beëindigen, hiervan het productschap onverwijld in kennis te stellen. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 4 Verordening (EG) nr. 1392/2001 De inbedoelde producent doet conform het bepaalde in artikel 6, eerste lid, vanen conform de door het productschap daartoe gestelde regelen, aangifte bij het productschap van de hoeveelheid melk of andere melkproducten die hij in de vorige heffingsperiode rechtstreeks aan de consument, groot- of detailhandel of aan affineurs heeft geleverd, gespecificeerd per product. 2 Verordening (EG) nr. 1392/2001 Verordening (EG) Nr. 1392/2001 Indien de producent de in het eerste lid bedoelde aangifte niet voor 15 mei heeft gedaan of een onjuiste aangifte heeft ingediend, legt het productschap de in artikel 6, derde lid, vanbedoelde sanctie op aan de producent, behoudens in de in artikel 6, vijfde lid, vanbedoelde gevallen. 4 Het productschap stelt de producent in kennis van het bedrag van de heffing die deze verschuldigd is, na al dan niet, volgens het besluit van het productschap, de ongebruikte referentiehoeveelheden geheel of gedeeltelijk opnieuw te hebben toegewezen aan de betrokken producenten. 5 Verordening (EG) nr. 1392/2001 De producent betaalt de verschuldigde heffing aan het productschap vóór 1 september. Bij overschrijding van deze termijn is de producent vanaf overschrijding tot het moment van voldoening van de schuld rente als bedoeld in artikel 8, tweede lid, vanverschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist. 6 De in het vijfde lid bedoelde rente is eveneens vanaf het in dat lid bedoelde tijdstip verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist indien de producent niet of niet volledig heeft voldaan aan de ingevolge het eerste lid op hem rustende verplichting en het productschap de in het vierde lid bedoelde kennisgeving eerst op of na 1 september heeft gedaan. 7 De producent die over een referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop beschikt, is verplicht, indien hij in de betrokken heffingsperiode geen melk heeft geleverd, daarvan tijdig aangifte te doen bij het productschap. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikelen 2 3 4 Voor de vaststelling en oplegging van de heffingen, bedoeld in de,, enwordt geen rekening gehouden met rechtshandelingen waarvan op grond van de omstandigheden dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad, of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden moet worden aangenomen, dat zij achterwege zouden zijn gebleven indien daarmede niet de vaststelling of oplegging voor het vervolg geheel of ten dele zou worden onmogelijk gemaakt. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikelen 2 3 4 Verordening (EG) nr. 1392/2001 De koper dan wel de producent, die ingevolge de,ofeen heffing verschuldigd is of kan worden, is verplicht overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 13, tweede lid, en 14 vanen conform de door het productschap gestelde regelen een administratie te voeren. 2 artikel 27, tweede lid artikel 29, eerste lid Het productschap kan ambtshalve de afgeleverde hoeveelheid vaststellen, indien de verplichtingen uit het eerste lid, dan wel uit, of, niet of, naar het oordeel van het productschap, onvoldoende worden nagekomen. 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Een ieder die anders dan als koper bedrijfsmatig melk en/of andere zuivelproducten geleverd krijgt, dient in zijn administratie te verantwoorden van wie hij welke hoeveelheden geleverd krijgt. 2 Verordening (EEG) nr. 3950/92 Degene die niet conform het eerste lid, de oorsprong van de geleverde melk en/of andere zuivelproducten kan aantonen, wordt een heffing opgelegd ter hoogte van het percentage genoemd in artikel 1 van. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Degene die melk of het equivalent daarvan bedrijfsmatig vervoert, dient tijdens dit vervoer te beschikken over de door het productschap voorgeschreven documenten. 2 Het is verboden om melk, of het equivalent daarvan, te vervoeren indien niet op eerste vordering van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst alle inlichtingen worden verstrekt die deze in verband met de uitvoering van zijn taak behoeft. 3 Indien de vervoerder van melk of het equivalent daarvan niet voldoet aan het bepaalde in het eerste en tweede lid, wordt hij beschouwd als koper. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Het productschap regelt overigens, met inachtneming van de EG-verordeningen en, zo nodig, de aanwijzingen van de minister, al hetgeen voor een goede uitvoering van deze regeling is vereist. 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 1998 106 10-06-1998 08-06-1998 J.982286 12-06-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 2002 60 26-03-2002 22-03-2002 TRCJZ/2002/3735 31-03-2002
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Wijzigt de Beschikking superheffing SLOM-deelnemers. 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 1993 60 26-03-1993 26-03-1993 J.934446 01-04-1993
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De Beschikking superheffing 1988 geldt voor de periode tot en met 31 maart 1993 en blijft van kracht voor zover en tot zolang nodig is voor de goede uitvoering van het daarin bepaalde. 2 Artikel 24 van de Beschikking superheffing 1988 blijft tot een nader te bepalen tijdstip van kracht. 3 De Beschikking van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 27 juni 1990 nr. J.907307, houdende een uitvoeringsregeling op basis van artikel 25, tweede lid, van de Beschikking superheffing 1988 (Stcrt. 127) wordt ingetrokken. 1994 14 20-01-1994 19-01-1994 J.94490 1994 14 20-01-1994 19-01-1994 J.94490 22-01-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1993. 1996 23 01-02-1996 25-01-1996 J.96537 1996 23 01-02-1996 25-01-1996 J.96537 03-02-1996
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Regeling superheffing 1993 Deze regeling wordt aangehaald als de ‘’. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd. 1996 23 01-02-1996 25-01-1996 J.96537 1996 23 01-02-1996 25-01-1996 J.96537 03-02-1996