Regeling zeilvliegen
- BWB-id
- BWBR0006094
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1998-04-01 t/m 2007-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006094
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-zeilvliegen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-zeilvliegen/1998-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006094&g=1998-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006094&z=2026-06-06&g=1998-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006094/1998-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-zeilvliegen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. zeilvliegtuig: artikel 2 een toestel, als bedoeld invan het Koninklijk Besluit van 22 mei 1981 (Stb. 1981, 344); b. zeilvliegliergebied: een kolom luchtruimte in de vorm van een cilinder, met een nader te bepalen hoogte en een straal van 1000 m rond een geografische positie, waarbinnen zeilvliegtuigen lierstarts mogen maken. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Indien met het zeilvliegtuig wordt deelgenomen aan het luchtverkeer, moeten de in deze regeling gestelde regels in acht worden genomen. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het zeilvliegtuig moet naar type en eigenaar zijn geregistreerd bij een overkoepelende organisatie van zeilvliegers, aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat. 2 Het zeilvliegtuig moet zijn voorzien van de bij de registratie verleende kenmerken die op een duidelijk zichtbare wijze op het toestel zijn aangebracht. 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 1998 61 30-03-1998 23-03-1998 DGRLD/JBZ/L98.21013 01-04-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het is verboden om met een zeilvliegtuig aan het luchtverkeer deel te nemen onder zodanige weersomstandigheden dat het vliegzicht en de afstand van het zeilvliegtuig tot de wolken kleiner is dan de in de volgende tabel genoemde waarden. Tabel 1 Afstand/vliegzicht Luchtverkeersdienstverleningsgebied met klasse C E G boven op of beneden 900 m (3000 voet) boven gemiddeld zeeniveau of 300 m (1000 voet) boven terreinhoogte als dit hoger is Afstand van het zeilvliegtuig tot de wolken 1500 m horizontaal 300 m (1000 voet) vertikaal vrij van wolken met zicht op grond of water Vliegzicht 5 km beneden vliegniveau 100 1 Van vrijdag 16.00 tot zondag 23.00 UTC wintertijd (15.00–22.00 UTC zomertijd) en tijdens officiële feestdagen moet het vliegzicht 5 km zijn in de TMA's van Nieuw Milligen en De Kooy. 8 km of 5km 8 km 1,5 km 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het zeilvliegtuig mag niet worden gebruikt: a. buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de Luchtvaartgids; b. binnen een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse A en B, zoals vastgesteld bij de Regeling classificatie van luchtverkeersdienstverleningsgebieden; c. binnen een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse C, zoals vastgesteld bij de Regeling classificatie van luchtverkeersdienstverleningsgebieden, tenzij voor het starten en landen gebruikt wordt gemaakt van een locatie die ligt binnen of nabij een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied en gehandeld wordt overeenkomstig de tussen de luchtruimgebruikers en de betrokken luchtverkeersleidingsdienst gesloten coördinatieovereenkomst. 2 Het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van een militair luchtvaartterrein kan worden gekruist buiten de openstellingsuren van het betrokken luchtvaartterrein, indien: a. toestemming is verkregen van de luchtverkeersleidingsdienst, waaraan de luchtverkeersdienstverlening is overgedragen en b. tweezijdige radioverbinding wordt onderhouden met deze luchtverkeersleidingsdienst. 1996 81 25-04-1996 22-04-1996 DGRLD/LI/96.200098 1996 81 25-04-1996 22-04-1996 DGRLD/LI/96.200098 27-04-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Tenzij noodzakelijk om op te stijgen of te landen, is het verboden om met een zeilvliegtuig aan het luchtverkeer deel te nemen beneden de volgende minimum vlieghoogtes: a. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen: tenminste 300 m (1000 voet) boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een afstand van 600 m van het zeilvliegtuig; b. elders dan onder a aangegeven: tenminste 150 m (500 voet) boven de grond of het water. 2 bijlage Boven de strand- en duingebieden en tijdens de periodes, genoemd in de bij deze regeling behorende, mag het zeilvliegtuig worden gebruikt beneden een hoogte van 150 m (500 voet), mits de afstand tot personen en zaken minimaal 30 m en de afstand tot het strand en de duinen minimaal 5 m bedraagt. 3 Het is verboden om met een zeilvliegtuig te landen op de openbare weg of binnen een aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen. 1996 81 25-04-1996 22-04-1996 DGRLD/LI/96.200098 1996 81 25-04-1996 22-04-1996 DGRLD/LI/96.200098 27-04-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De bestuurder van het zeilvliegtuig moet de kennis van luchtverkeersregels en meteorologie alsmede de bedrevenheid en ervaring bezitten die voor een veilige deelneming aan het luchtverkeer vereist is. 2 De bestuurder van het zeilvliegtuig die niet de in het eerste lid bedoelde kennis, bedrevenheid en ervaring bezit mag niet deelnemen aan het luchtverkeer, tenzij hij vliegt onder de verantwoordelijkheid van een zeilvlieginstructeur en binnen een afstand van maximaal 3 km van het startterrein. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Regeling gebruik hoogtemeter Het zeilvliegtuig moet zijn uitgerust met ten minste één goed werkende hoogtemeter die moet worden gebruikt met inachtneming van het bepaalde bij de. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 17 tot en met 24 artikel 27 van het Luchtverkeersreglement De luchtverkeersregels, bedoeld in deenzijn van toepassing op deelneming van het zeilvliegtuig aan het luchtverkeer, met dien verstande dat de luchtverkeersregels die gelden voor het zweefvliegtuig mede van toepassing zijn op het zeilvliegtuig. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het opstijgen van het zeilvliegtuig met behulp van een lierinstallatie mag uitsluitend plaatsvinden in een zeilvliegliergebied. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De positie en de maximale hoogte van een zeilvliegliergebied worden vastgesteld door de LVB-organisatie, in overeenstemming met de Minister van Defensie. 2 Aan de vaststelling kunnen, in verband met de veiligheid van het luchtverkeer, voorwaarden worden verbonden. 3 Het als zodanig vastgestelde zeilvliegliergebied moet worden gepubliceerd in de voor luchtvaartinlichtingen bestaande luchtvaartpublicaties. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Voor het gebruik als zeilvliegliergebied van een terrein, dat als luchtvaartterrein of als terrein wordt gebruikt voor het starten en landen van zweefvliegtuigen, ultra lichte vliegtuigen of landbouwvliegtuigen, moet tevens schriftelijk toestemming worden verleend door de exploitant van het betrokken luchtvaartterrein of de beheerder van het terrein. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Voor het opslepen en het landen van het zeilvliegtuig van en op een luchtvaartterrein of een terrein waarop het starten en landen van ultra lichte vliegtuigen is toegestaan, moet schriftelijk toestemming worden verleend door de exploitant van het betrokken luchtvaartterrein of de beheerder van het terrein. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 63 van het Luchtverkeersreglement Overtreding van het in deze regeling bepaalde is een strafbaar feit in de zin van. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling zeilvliegen. Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant. 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 1993 164 30-08-1993 22-07-1993 DGRLD/JBZ/L93.007223 01-09-1993