Subsidieregeling erkenningsregelingen
- BWB-id
- BWBR0006194
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1993-10-17 t/m 2009-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006194
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/subsidieregeling-erkenningsregelingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/subsidieregeling-erkenningsregelingen/1993-10-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006194&g=1993-10-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006194&z=2026-06-06&g=1993-10-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006194/1993-10-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/subsidieregeling-erkenningsregelingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de Minister van Economische Zaken; b. haalbaarheidsonderzoek: systematisch opgezette en afgeronde analyse en inschatting van de mogelijkheden voor het tot stand brengen van een erkenningsregeling; c. erkenningsregeling: door of vanwege ondernemers en andere betrokken partijen vastgestelde, landelijk geldende regeling, op grond waarvan een onafhankelijke, erkennende instantie een ondernemer die voldoet aan in die regeling gestelde eisen die betrekking hebben op bepaalde produkten of het verlenen van bepaalde diensten een erkenning verschaft welke hem ten dienste kan staan bij het deelnemen aan het economisch verkeer, zonder dat de marktwerking wordt belemmerd. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een van de volgende projecten uitvoert: a. het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek; b. het ontwikkelen van een erkenningsregeling. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De subsidie bedraagt: a. in geval van het verrichten van een haalbaarheidsonderzoek: 50 procent van de projectkosten doch niet meer dan f 50.000,00 en b. in geval van het ontwikkelen van een erkenningsregeling: 40 procent van de projectkosten doch niet meer dan f 75.000,00. 2 Indien ter zake van de in het eerste lid, onder a, bedoelde kosten of een deel daarvan reeds uit anderen hoofde vanwege een gemeente, een provincie, het rijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 50 procent van die kosten respectievelijk dan 50 procent van het desbetreffende deel van die kosten. 3 Indien ter zake van de in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten of een deel daarvan reeds uit anderen hoofde vanwege een gemeente, een provincie, het rijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan 40 procent van die kosten respectievelijk dan 40 procent van het desbetreffende deel van die kosten. 4 artikel 9 De subsidie bedraagt niet meer dan het in de beschikking, bedoeld in, vermelde maximale subsidiebedrag. Eventueel door de betrokkene over de subsidie verschuldigde omzetbelasting wordt niet vergoed. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte en betaalde kosten, ter zake van door derden verleende diensten. 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de betrokkene omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De minister stelt met betrekking tot ieder kalenderjaar het bedrag vast, dat beschikbaar is voor het in dat jaar verstrekken van subsidie op grond van deze regeling. 2 Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. 3 In 1993 is voor het doen van subsidietoezeggingen op grond van deze regeling f 1.000.000,00 beschikbaar. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag wordt ingediend voor 1 november 1994. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1. 3 Aanvragen worden niet ingediend per telefax. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2 artikel 8, eerste lid, onder c Indien een toewijzende beschikking op een aanvraag tot gevolg kan hebben dat op grond van, afwijzend moet worden beslist op een andere aanvraag die eerder voldeed aan de wettelijke voorschriften, geeft de minister geen beschikking totdat op die andere aanvraag is beslist. 3 De minister geeft geen beschikking, indien een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de aanvrager bij de rechtbank is ingediend, totdat op dat verzoek is beslist dan wel, indien surséance van betaling is verleend, totdat vier weken na de beëindiging van de surséance van betaling zijn verstreken. Gedurende deze periode worden de termijnen, bedoeld in het eerste lid, opgeschort. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag: a. indien met betrekking tot de desbetreffende produkten of diensten reeds een erkenningsregeling bestaat; b. indien gegronde vrees bestaat dat betrokkenen het project niet kunnen financieren; c. voor zover het bedrag, dat in het betrokken kalenderjaar voor subsidietoezeggingen beschikbaar is, is uitgeput door het totaal van voorafgaande subsidietoezeggingen dan wel dat bedrag door toezegging van de gevraagde subsidie zou worden overschreden. 2 De minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag: a. indien gegronde vrees bestaat dat de aanvrager zal handelen in strijd met ingevolge deze regeling geldende verplichtingen; b. indien, in geval van het ontwikkelen van een erkenningsregeling, door de aanvrager onvoldoende is aangetoond dat aan de erkenningsregeling behoefte bestaat; c. indien de aanvrager in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren, en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; d. indien de aanvrager failliet is verklaard. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Een beschikking op een aanvraag, inhoudende een toezegging van subsidie, bevat een vermelding van: a. het project en het plan waarop de toezegging betrekking heeft; b. een raming van de projectkosten; c. het maximale subsidiebedrag; d. het tijdstip waarop het project moet zijn uitgevoerd. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 11 12 13 Aan de toezegging zijn de in de,enopgenomen verplichtingen verbonden. 2 De minister kan aan de toezegging voorschriften verbinden. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 9, onder d De betrokkene voert het project uit overeenkomstig het plan waarop de toezegging betrekking heeft en uiterlijk op het in, bedoelde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van het project. 2 De minister geeft op een aanvraag om een toestemming als bedoeld in het eerste lid een beschikking binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3 De minister kan aan een toestemming als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11, eerste lid De betrokkene dient binnen zes maanden na het tijdstip waarop het project ingevolge, moet zijn uitgevoerd bij de minister een aanvraag om vaststelling van het definitieve subsidiebedrag in. 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2. 3 Aanvragen worden niet ingediend per telefax. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De betrokkene voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten kunnen worden afgelezen. 2 De betrokkene voldoet aan hetgeen door de door de minister aangewezen personen is verzocht, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van deze regeling, omtrent: a. het verlenen van toegang tot door hem gebruikte plaatsen, b. het verlenen van inzage van zakelijke gegevens en bescheiden, c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden, d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door derden. 3 De betrokkene doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend daarvan mededeling aan de minister. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 9 De minister kan een beschikking als bedoeld inintrekken, indien de beschikking ten gevolge van aan de betrokkene te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt. 2 artikel 9 Een beschikking als bedoeld invervalt, zodra de betrokkene failliet is verklaard, indien dit geschiedt voordat het definitieve bedrag van de subsidie is vastgesteld. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 9 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking als bedoeld ingeldt, kunnen op aanvraag van de betrokkene door de minister voorschotten worden verstrekt. 2 artikel 9, eerste lid, onder c Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het in, bedoelde bedrag. 3 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste f 10.000,00 bedraagt. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3. 2 Aanvragen worden niet ingediend per telefax. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De minister geeft op een aanvraag een beschikking binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikelen 10 11 artikel 13 De minister kan in ieder geval afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de aanvrager niet heeft voldaan aan krachtens deengegeven voorschriften of inopgenomen verplichtingen. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De minister kan een beschikking, inhoudende de verstrekking van een voorschot intrekken, indien de beschikking ten gevolge van aan de betrokkene te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 12 Indien de betrokkene niet binnen de inbedoelde termijn een aanvraag om vaststelling van het definitieve subsidiebedrag heeft ingediend, stelt de minister hem in de gelegenheid binnen een door hem te stellen termijn alsnog een zodanige aanvraag in te dienen. 2 Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, stelt de minister het definitieve bedrag van de subsidie ambtshalve vast. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de inbedoelde termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2 Artikel 7, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 3 4 De minister stelt het definitieve bedrag van de subsidie vast met inachtneming van deenvan deze regeling. 2 Het definitieve bedrag van de subsidie kan op nihil dan wel op een lager bedrag dan het toegezegde bedrag worden gesteld, indien: a. de betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichtingen welke ingevolge deze regeling voor hem gelden; b. artikel 9 artikel 11 de beschikking, bedoeld in, of een toestemming als bedoeld inten gevolge van aan de betrokkene te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De minister kan een beschikking, inhoudende de vaststelling van het definitieve bedrag van de subsidie, intrekken indien de beschikking ten gevolge van aan de betrokkene te wijten onjuistheid of onvolledigheid van verstrekte gegevens anders luidt dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn verstrekt. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikelen 14, eerste lid 19 22 23 artikel 14, tweede lid Indien toepassing is gegeven aan de,,of, alsmede indienvan toepassing is, zijn ter beschikking gestelde financiële middelen terstond opeisbaar voor zover zij het bedrag waar de betrokkene alsdan recht op heeft te boven gaan. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De bij deze regeling behorende bijlagen worden bekendgemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Economische Zaken. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze regeling treedt in werking met ingang van tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling erkenningsregelingen. 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 1993 198 15-10-1993 15-10-1993 WJA/JZ93061822 17-10-1993