Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
- BWB-id
- BWBR0005813
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005813
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/uitvoeringsregeling-belasting-van-personenauto-s-en-motorrij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/uitvoeringsregeling-belasting-van-personenauto-s-en-motorrij/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005813&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005813&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005813/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/uitvoeringsregeling-belasting-van-personenauto-s-en-motorrij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 3, zesde lid 4, tweede lid 8 9, dertiende en veertiende lid 10, vijfde, zevende en negende lid 10a, eerste lid 10c, eerste en derde lid 14a, vierde en zesde lid 14b, zevende lid 15a, zevende en dertiende lid 17, derde lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,, enen. 2 Deze regeling verstaat onder: a. Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 wet:; b. belasting: belasting van personenauto's en motorrijwielen; c. artikel 10, eerste lid, van de wet afschrijvingsmoment: het tijdstip waarop de hoogte van de vermindering, bedoeld in, wordt bepaald; d. artikel 10, zevende lid, van de wet taxatiewaarde: taxatiewaarde, bedoeld in. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3 van de wet De laadruimte voldoet aan de gestelde voorwaarden met betrekking tot de lengte en de hoogte indien deze in gesloten toestand een rechthoekig, rechtop geplaatst blok kan bevatten waarvan de lengte, de hoogte en de breedte ten minste gelijk zijn aan de invoor de desbetreffende laadruimte genoemde afmetingen, en waarvan de lengte-as evenwijdig is aan die van het desbetreffende motorrijtuig. Voor de toepassing van deze bepaling worden, indien de laadruimte niet van de bestuurderszitplaats is afgescheiden door een vaste wand, de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder in de achterste stand geplaatst. Voor de toepassing van dit lid wordt, ingeval de open laadbak van een motorrijtuig van het type pick-up is voorzien van een al dan niet eenvoudig te demonteren overkapping, de laadruimte in aanmerking genomen met gesloten overkapping, tenzij deze overkapping slechts bestaat uit een platte deksel die direct op de opstaande zijkanten van de laadbak is geplaatst. 2 Het verschil in hoogte tussen de cabine en de laadruimte is de verticale afstand tussen het denkbeeldige horizontale vlak waarin de beide hoogste punten van de dagopening van de deuren bij de voorzitplaatsen zijn gelegen, en het hoogste gedeelte van het dak van de laadruimte, gemeten over een breedte van ten minste 20 cm. 3 De hoogte van de cabine van een motorrijtuig met een dubbele cabine is de grootste afstand tussen vloer en dak van de cabine, gemeten over een breedte van ten minste 20 cm. 4 De lengte van de cabine van een motorrijtuig met een dubbele cabine is de evenwijdig aan de lengte-as van het desbetreffende motorrijtuig gemeten afstand tussen het achterste punt van het stuurwiel en de vaste wand die de cabine van de laadruimte scheidt. 5 De lengte van de laadruimte van een motorrijtuig met een dubbele cabine is gelijk aan de lengte van het langste rechthoekige, rechtop geplaatste blok met een hoogte van 130 cm en een breedte van 20 cm dat de laadruimte in gesloten toestand kan bevatten, waarvan de lengte-as evenwijdig is aan die van het desbetreffende motorrijtuig. 6 De lengte die de laadruimte van een motorrijtuig met een dubbele cabine zou hebben indien de zitruimte achter de bestuurder zou ontbreken, is gelijk aan de lengte van het langste rechthoekige, rechtop geplaatste blok met een hoogte van 130 cm en een breedte van 20 cm dat de laadruimte in gesloten toestand kan bevatten, waarvan de lengte-as evenwijdig is aan die van het desbetreffende motorrijtuig, en waarbij er voor het nemen van de maat van wordt uitgegaan dat die laadruimte van de cabine is gescheiden door middel van een 115 cm achter het achterste punt van het stuurwiel geplaatste vaste wand. 7 De hoogte van de vaste wand die de cabine van de laadruimte scheidt, is de afstand tussen het laagste punt van de bovenzijde van de wand en het hoogste punt van de laadvloer. 8 De vaste wand die de cabine van de laadruimte scheidt, dient verticaal en in een hoek van 90° ten opzichte van de lengte-as te zijn geplaatst en wel: a. indien het motorrijtuig niet is voorzien van een dubbele cabine: ten hoogste 115 cm achter het achterste punt van het stuurwiel; b. indien het motorrijtuig is voorzien van een dubbele cabine: direct achter de achterste zitplaatsen. 9 In afwijking in zoverre van het achtste lid, onderdeel b, wordt, indien een deel van de cabine van een motorrijtuig met dubbele cabine bij de laadruimte wordt betrokken waardoor de vaste wand niet geheel in een hoek van 90° ten opzichte van de lengteas is geplaatst, voor het meten van de afstanden genoemd in dit artikel uitgegaan van de plaats van het meest naar achteren gelegen bevestigingspunt van de aanwezige wand. 10 De vaste wand die de cabine van de laadruimte scheidt dient: a. te zijn vervaardigd uit ondoorzichtig en vormvast materiaal, waarbij één of meerdere vaste ramen naast elkaar met een hoogte van maximaal 40 cm zijn toegestaan, alsmede voorzieningen ten behoeve van de veiligheid; b. geheel vlak te zijn; c. uit één geheel of uit diverse op onverbrekelijke wijze met elkaar verbonden delen te bestaan, waarbij voorzieningen zijn toegestaan ten behoeve van: mits deze voorzieningen niet groter zijn dan voor het specifieke doel noodzakelijk. 1°. het aan het motorrijtuig noodzakelijk te plegen onderhoud; 2°. het gebruik van de bestelauto; of 3°. de veiligheid; d. zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden. 11 Een laadruimte is niet voorzien van zijruiten indien de zijruiten geheel zijn verwijderd en zijn vervangen door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. De panelen dienen zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden. 12 De laadruimte dient in haar geheel te zijn voorzien van een vaste, vlakke laadvloer. De laadvloer dient zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen. 1993 248 24-12-1993 21-12-1993 WV93/524 1993 248 24-12-1993 21-12-1993 WV93/524 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Met motorrijwielen worden gelijkgesteld motorrijtuigen die: a. in het kentekenregister zijn ingeschreven met de aanduiding voertuigcategorie L en de voertuigclassificatie L5e of L7e; of b. voldoen aan de normen geldend voor voertuigcategorie L en de voertuigclassificatie L5e of L7e, genoemd in artikel 4 van en bijlage I bij Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60). 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 01-01-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 8, van de wet artikel 10, eerste lid, van de wet De toestemming als bedoeld inwordt verleend aan een ondernemer die een zodanige administratie voert dat daarin naar het oordeel van de inspecteur op duidelijke en overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de belasting van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. De inspecteur kan ter zake nadere voorwaarden en beperkingen stellen, waarbij de toestemming voor gebruikte motorrijtuigen kan worden beperkt tot motorrijtuigen waarvoor de vermindering ingevolge, wordt vastgesteld op de voet van artikel 10, vijfde lid, van de wet. 2 De administratie dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van de tijdstippen van het afschrijvingsmoment, de inschrijving en de tenaamstelling van ieder motorrijtuig. 3 artikel 8, van de wet De inspecteur kan aan degene aan wie de toestemming als bedoeld inis verleend de verplichting opleggen de motorrijtuigen waarvoor inschrijving in het kentekenregister is verzocht, te tonen op een door de inspecteur aan te wijzen plaats. Onder tonen wordt in ieder geval verstaan dat het motorrijtuig wordt geplaatst op de door of namens de inspecteur aangewezen opnameplaats met de wielen op de grond, zonder vervuilingen aan het motorrijtuig die een goede opname in de weg kunnen staan, en dat de sleutel wordt verstrekt om het motorrijtuig te ontsluiten en te starten. 4 artikel 8, van de wet Indien niet wordt voldaan aan het in het eerste, tweede of derde lid bepaalde, kan de inspecteur de toestemming als bedoeld inbij voor bezwaar vatbare beschikking weigeren of intrekken. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026 01-01-2025
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 9, dertiende en veertiende lid, van de wet 2 Voor de toepassing vanblijkt de CO-uitstoot van een personenauto of een bestelauto in gram per kilometer uit het kentekenregister. 2 2 2 Indien de CO-uitstoot van een personenauto of een bestelauto in gram per kilometer niet blijkt uit het kentekenregister blijkt de CO-uitstoot in gram per kilometer uit: a. artikel 22 van de Wegenverkeerswet 1994 de voor de auto verleende typegoedkeuring, bedoeld in, dan wel het door de fabrikant ter zake afgegeven certificaat van overeenstemming; b. artikel 26 van de Wegenverkeerswet 1994 indien voor de auto geen typegoedkeuring is verleend, en ter zake evenmin een certificaat van overeenstemming is afgegeven: de voor de auto verleende individuele goedkeuring, bedoeld in; c. 2 indien voor de auto geen typegoedkeuring is verleend, geen certificaat van overeenstemming is afgegeven en ook geen individuele goedkeuring is verleend: een testrapport van een individuele keuring van de auto, waarbij de CO-uitstoot is gemeten overeenkomstig de ter zake in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen geldende voorschriften; d. 2 in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a, b en c: een goedkeuring van de auto waaruit de CO-uitstoot van de auto blijkt, gemeten overeenkomstig de voorschriften van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, dan wel een gelijkwaardig internationaal reglement. 3 2 De CO-uitstoot is nihil wanneer uit het kentekenregister blijkt dat de personenauto of bestelauto is ingericht en bestemd om uitsluitend te worden aangedreven door een elektromotor waarbij de elektrische energie uitsluitend door een batterij of door een brandstofcel wordt geleverd, of door een verbrandingsmotor die kan worden gevoed met waterstof. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een motorrijtuig wordt in ieder geval als gebruikt aangemerkt indien dat motorrijtuig 3.000 kilometer of meer heeft afgelegd. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 10, tweede lid, van de wet artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet De afschrijving bedoeld inbedraagt met betrekking tot personenauto’s, motorrijwielen of bestelauto’s als bedoeld in: 6 percent per maand voor de eerste drie maanden die zijn verstreken na het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst als zodanig in gebruik is genomen; en 2,5 percent voor iedere volgende maand, indien daarop een beroep wordt gedaan in het aangiftebiljet. 2 artikel 10, tweede lid, van de wet artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de wet De afschrijving bedoeld in, met betrekking tot personenauto's als bedoeld inbedraagt 1,5 percent per maand die is verstreken na het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst als zodanig in gebruik is genomen, indien daarop een beroep wordt gedaan in het aangiftebiljet. 3 hoofdstukken 5 7 van de Regeling voertuigen De afschrijving kan uitsluitend met de taxatiewaarde worden bepaald indien het motorrijtuig voldoet aan de eisen, bedoeld in deen, waardoor met het motorrijtuig kan of mag worden deelgenomen aan het verkeer. Aan deze eisen is in ieder geval niet voldaan indien: – voor het motorrijtuig een aantekening in het kentekenregister is of wordt geplaatst dat een verbod voor het rijden op de weg is of wordt opgelegd; – voor het motorrijtuig een aantekening in het kentekenregister is of wordt geplaatst dat het motorrijtuig voorgoed buiten gebruik is of wordt gesteld; – dat blijkt uit de aangifte, het taxatierapport of op het moment dat het motorrijtuig wordt getoond overeenkomstig het achtste lid; of – dat anderszins blijkt. 4 artikel 10, achtste lid, van de wet De afschrijving kan uitsluitend met de taxatiewaarde of op basis van een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland worden bepaald, indien de opgaaf, bedoeld in, bestaat uit: Bij het doen van de opgaaf wordt slechts gebruikgemaakt van de gegevens van niet meer dan één koerslijst als bedoeld onder a. Gegevens die niet zijn opgenomen in een taxatierapport dat is opgemaakt door een onafhankelijke en-, erkende taxateur, of niet door of op verzoek van de inspecteur zijn toegevoegd, kunnen door of namens de belastingplichtige niet worden betrokken bij de taxatiewaarde. a. artikel 10, tweede lid, van de wet een verwijzing naar een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland, onder overlegging van een kopie van de passage uit die koerslijst waaraan de bij de aangifte toegepaste afschrijving, bedoeld in, is ontleend; of b. het bij de aangifte gebruikte taxatierapport: – bijlage I dat is opgemaakt met inachtneming van de voorwaarden opgenomen in; en – dat is opgemaakt door een onafhankelijke, erkende taxateur, in overeenstemming met het eerste aandachtsstreepje, en waarbij de fysieke opname door de taxateur heeft plaatsgevonden ten hoogste een maand vóór het afschrijvingsmoment. 5 artikel 10, vijfde lid 10a, eerste lid, van de wet artikel 9, eerste en derde lid, van de wet Bij toepassing van deenis de afschrijving, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet, een percentage van het belastingbedrag, bedoeld in, welk percentage is aangegeven in de navolgende tabel. Het vierde lid blijft in dat geval buiten toepassing. Indien sinds het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen een periode is verstreken van ten minste maar minder dan is het percentage en voor iedere maand die geheel of gedeeltelijk is verstreken sinds de in de eerste kolom bedoelde periode vermeerderd met 0 dagen 1 maand 0 12 1 maand 3 maanden 12 4 3 maanden 5 maanden 20 3,5 5 maanden 9 maanden 27 1,5 9 maanden 1 jaar en 6 maanden 33 1 1 jaar en 6 maanden 2 jaar en 6 maanden 42 0,75 2 jaar en 6 maanden 3 jaar en 6 maanden 51 0,50 3 jaar en 6 maanden 4 jaar en 6 maanden 57 0,42 4 jaar en 6 maanden 5 jaar en 6 maanden 62 0,42 5 jaar en 6 maanden 6 jaar en 6 maanden 67 0,42 6 jaar en 6 maanden 7 jaar en 6 maanden 72 0,25 7 jaar en 6 maanden 8 jaar en 6 maanden 75 0,25 8 jaar en 6 maanden 9 jaar en 6 maanden 78 0,25 9 jaar en 6 maanden 81 0,19 6 artikel 10, vijfde lid, van de wet artikel 9, eerste en derde lid, van de wet Bij toepassing van, is de vermindering ten hoogste het belastingbedrag, bedoeld in. 7 In afwijking van het eerste lid en het tweede lid wordt de afschrijving vastgesteld aan de hand van de in het vijfde lid opgenomen tabel, indien daarop een beroep wordt gedaan in het aangiftebiljet. 8 artikel 49, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 De inspecteur kan vanaf het afschrijvingsmoment tot en met uiterlijk de zesde werkdag na de dag van het afschrijvingsmoment besluiten dat het motorrijtuig zo spoedig mogelijk moet worden getoond in dezelfde staat als waarin het motorrijtuig verkeerde op het afschrijvingsmoment op een door de inspecteur aan te wijzen plaats en tijdstip. Indien de betaling van de belasting op aangifte na het afschrijvingsmoment plaatsvindt, kan de inspecteur hiertoe besluiten vanaf het afschrijvingsmoment tot en met uiterlijk de zesde werkdag na de dag waarop de betaling is ontvangen door de ontvanger. Totdat het motorrijtuig is getoond, is niet gebleken dat de ter zake van het motorrijtuig verschuldigde belastingen en rechten zijn voldaan als bedoeld in. Onder tonen wordt in ieder geval verstaan dat het motorrijtuig wordt geplaatst op de door of namens de inspecteur aangewezen opnameplaats met de wielen op de grond, zonder vervuilingen aan het motorrijtuig die een goede opname in de weg kunnen staan, en dat de sleutel wordt verstrekt om het motorrijtuig te ontsluiten en te starten. 9 artikel 49, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 Indien de belasting die op aangifte behoort te worden voldaan kennelijk geheel of gedeeltelijk niet is betaald, blijkt in ieder geval niet eerder dan nadat de naheffingsaanslag in zijn geheel is betaald dat de ter zake van het motorrijtuig verschuldigde belastingen en rechten als bedoeld inzijn voldaan. 10 artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 De vermindering van het belastingbedrag, bedoeld in, is een percentage van het belastingbedrag, zoals aangegeven in de tabel opgenomen in het vijfde lid. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026 01-01-2025 Abusievelijk is voor het vijfde lid, aanhef, een
wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 10c, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van de vermindering van de verschuldigde belasting, bedoeld in, worden bij de voldoening op aangifte van de voor het motorrijtuig verschuldigde belasting op verzoek van de inspecteur nadere gegevens overgelegd die naar zijn oordeel van belang zijn voor een juiste vaststelling van de vermindering. 2 artikel 8d, eerste, tweede en vierde lid De vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met overeenkomstige toepassing van, met dien verstande, dat de vermindering wordt vastgesteld aan de hand van de tijdsduur die is verstreken tussen het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen in de hoedanigheid waarin het eerder in de heffing van de belasting is betrokken, en het tijdstip dat bepalend is voor de hoogte van de belasting die voor het motorrijtuig opnieuw is verschuldigd. 3 Ingeval voor het motorrijtuig teruggaaf van de eerder betaalde belasting is verleend, wordt de vermindering alleen toegepast voor zover de eerder teruggegeven belasting op een later tijdstip alsnog als verschuldigde belasting is voldaan. 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2022
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b Vervallen 2006 251 27-12-2006 07-12-2006 DV2006/828 2006 251 27-12-2006 07-12-2006 DV2006/828 01-01-2007
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025
Artikel 8d — Artikel 8d#
Artikel 8d 1 artikel 14a, vierde lid, van de wet artikel 9, eerste en derde lid, van de wet De vermindering van het belastingbedrag, bedoeld in, is de som van de percentages die ingevolge de navolgende tabel van toepassing zijn voor elke maand die geheel of gedeeltelijk is verstreken tussen het tijdstip dat bepalend was voor de hoogte van de belasting en het tijdstip waarop de omstandigheid, bedoeld in artikel 14a, eerste of tweede lid, van de wet, zich voordoet, toegepast op het belastingbedrag, bedoeld in. Indien bij aanvang van een maand een tijdsduur is verstreken sinds het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen van ten minste maar minder dan is het percentage voor die maand 0 dagen 1 maand 12 1 maand 3 maanden 4 3 maanden 5 maanden 3,5 5 maanden 9 maanden 1,5 9 maanden 1 jaar en 6 maanden 1 1 jaar en 6 maanden 2 jaar en 6 maanden 0,75 2 jaar en 6 maanden 3 jaar en 6 maanden 0,50 3 jaar en 6 maanden 4 jaar en 6 maanden 0,42 4 jaar en 6 maanden 5 jaar en 6 maanden 0,42 5 jaar en 6 maanden 6 jaar en 6 maanden 0,42 6 jaar en 6 maanden 7 jaar en 6 maanden 0,25 7 jaar en 6 maanden 8 jaar en 6 maanden 0,25 8 jaar en 6 maanden 9 jaar en 6 maanden 0,25 9 jaar en 6 maanden 0,19 2 Indien sinds het tijdstip van eerste tenaamstelling in het kentekenregister, dan wel indien de belasting is geheven voor een gebruikt motorrijtuig het afschrijvingsmoment minder dan drie maanden zijn verstreken, wordt de vermindering voor een nog niet verstreken maand in afwijking van het eerste lid naar tijdsgelang per dag berekend, waarbij de vermindering per dag wordt gesteld op een dertigste deel van de vermindering voor die maand ingevolge de tabel. 3 artikel 15a, zevende lid, van de wet artikel 8, vijfde lid De vermindering van het belastingbedrag, bedoeld in, is een percentage van het belastingbedrag, zoals aangegeven in de tabel opgenomen in. 4 artikel 8, vijfde lid Indien de belasting voor een gebruikt motorrijtuig is geheven met toepassing van een andere vermindering dan de vermindering zoals deze voor motorrijtuigen van die leeftijd voortvloeit uit de tabel opgenomen in, wordt de teruggaaf aangepast. Voor de berekening van de teruggaaf wordt daartoe de som van de percentages, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het percentage, bedoeld in het derde lid, toegepast op het resultaat van de volgende formule: (geheven belasting × 100) / (100 – tabelpercentage) artikel 8, vijfde lid Daarbij is geheven belasting de belasting die voor dat motorrijtuig met toepassing van die andere vermindering is geheven, en tabelpercentage het percentage dat van toepassing zou zijn geweest indien de belasting zou zijn geheven met toepassing van de vermindering ingevolge de tabel in. 5 artikel 14a, eerste of tweede lid, van de wet artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 7, zesde lid, van die wet artikel 4a, eerste lid, onderdeel d artikel 4b, eerste lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 Indien degene die om teruggaaf van belasting verzoekt op grond van, ondernemer is als bedoeld in, niet zijnde een ondernemer als bedoeld in, kan de inspecteur goedkeuren dat bij het verzoek de overlegging van de bescheiden, bedoeld in, onderscheidenlijk, achterwege blijft, onder de voorwaarde dat de ondernemer deze bescheiden bewaart in zijn administratie. 6 artikel 14a, tweede lid, van de wet Bij een verzoek om teruggaaf van belasting op grond van, wordt een kopie van het buitenlandse kentekenbewijs gevoegd. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 8da — Artikel 8da#
Artikel 8da 1 artikel 14b, tweede lid, van de wet Bij een verkorting of verlenging van de overeengekomen periode van terbeschikkingstelling, bedoeld in, worden, in geval van een verkorting, bij het verzoek om teruggaaf, dan wel, in geval van een verlenging, bij de voldoening op aangifte, gegevens overgelegd waaruit de voor het motorrijtuig in totaal overeengekomen nieuwe periode van terbeschikkingstelling ondubbelzinnig blijkt. Wanneer de in de eerste volzin bedoelde gegevens niet zijn opgemaakt in de Nederlandse of Engelse taal, wordt een vertaling in één van deze talen bijgevoegd. 2 In het verzoek, dan wel bij de aangifte, bedoeld in het eerste lid, vermeldt degene aan wie het motorrijtuig ter beschikking is gesteld de nieuwe in totaal overeengekomen periode van terbeschikkingstelling en verklaart hij dat overigens geen andere afspraken zijn gemaakt met degene die het motorrijtuig aan hem ter beschikking stelt over de periode waarin het motorrijtuig tot zijn beschikking zal staan. 3 Op verzoek van de inspecteur worden aanvullende gegevens verstrekt die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn om de nieuwe periode van terbeschikkingstelling van het motorrijtuig vast te stellen. 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 8e — Artikel 8e#
Artikel 8e 1 artikel 15a van de wet Onder een niet-opvouwbare rolstoel wordt voor de toepassing vanmede verstaan een ander in verband met de handicap noodzakelijk hulpmiddel van een dusdanige omvang of een dusdanig gewicht, dat de gehandicapte, rekening houdend met zijn specifieke handicap, voor zijn vervoer is aangewezen op het gebruik van een bestelauto. 2 artikel 15a, eerste lid, van de wet Onder een bestelauto, ingericht voor het vervoer als bedoeld in, wordt verstaan een bestelauto die voorzieningen bevat ten behoeve van het vervoer van een niet-opvouwbare rolstoel of het vervoer van een ander hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid en het gelijktijdige vervoer van de gehandicapte, zoals voorzieningen voor het met of vanuit een rolstoel of een ander hulpmiddel kunnen plaatsnemen in en verlaten van de bestelauto, voor het vastzetten van een rolstoel of een ander hulpmiddel in de cabine op de plaats van een zitplaats, en voor het vastzetten van een rolstoel of een ander hulpmiddel zonder passagier in de laadruimte. 2006 251 27-12-2006 07-12-2006 DV2006/828 2006 251 27-12-2006 07-12-2006 DV2006/828 01-01-2007 Voorheen art. 8a.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 17, eerste lid, van de wet artikel 8, eerste lid, van de wet De zekerheid bedoeld inwordt bepaald aan de hand van het bedrag van de belasting dat degene aan wie de toestemming als bedoeld inis verleend gemiddeld per aangiftetijdvak verschuldigd is ter zake van de inschrijving of herinschrijving van motorrijtuigen. 2 De zekerheid bedraagt ten hoogste 100 percent van het in het eerste lid bedoelde bedrag met een maximum van € 9 000 000. 3 Het bedrag van de zekerheid kan door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking worden gewijzigd. 4 artikel 8, eerste lid, van de wet Degene aan wie de toestemming als bedoeld inis verleend kan een verzoek tot verlaging van de zekerheid indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist. 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2022
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2023
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1993. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. 1992 252 29-12-1992 28-12-1992 WV92/650 1992 252 29-12-1992 28-12-1992 WV92/650 01-01-1993
Artikel 8#
artikel 8, vierde lid, onderdeel b