Warenwetregeling Diepgevroren levensmiddelen
- BWB-id
- BWBR0005825
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005825
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/warenwetregeling-diepgevroren-levensmiddelen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/warenwetregeling-diepgevroren-levensmiddelen/2020-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005825&g=2020-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005825&z=2026-06-06&g=2020-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005825/2020-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/warenwetregeling-diepgevroren-levensmiddelen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. diepvriezen: het bevriezingsproces waardoor zo snel als nodig is de maximale kristallisatiezone wordt overschreden, met het gevolg dat na thermische stabilisatie de temperatuur overal in de waar zonder onderbreking gehandhaafd blijft op –18 °C of lager; b. diepgevroren levensmiddelen: diepgevroren eet- of drinkwaren, andere dan consumptie-ijs, die verhandeld worden op een wijze waaruit blijkt dat zij dat kenmerk bezitten; c. grondstoffen: grondstoffen, halffabrikaten en ingrediënten bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren; d. instellingen: restaurants, ziekenhuizen, kantines en andere soortgelijke instellingen. e. verordening (EU) 1169/2011: Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 (EG) nr. 1925/2006 Richtlijn 87/250/EEG Richtlijn 90/496/EEG Richtlijn 1999/10/EG Richtlijn 2000/13/EG Richtlijnen 2002/67/EG 2008/5/EG Verordening (EG) nr. 608/2004 Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging vanenvan het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking vanvan de Commissie,van de Raad,van de Commissie,van het Europees Parlement en de Raad,envan de Commissie, envan de Commissie (PbEU 2011, L 304). 2020 32859 23-06-2020 12-06-2020 1699641-206280-VGP 2020 32859 23-06-2020 12-06-2020 1699641-206280-VGP 01-07-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Grondstoffen, welke voor de bereiding van diepgevroren levensmiddelen worden gebruikt, zijn van een gezonde handelskwaliteit en voldoende vers. 2 De bereiding van diep te vriezen eet- of drinkwaren en het diepvriezen geschieden zonder uitstel met behulp van een passende technische uitrusting zodat chemische, biochemische en microbiologische veranderingen zoveel mogelijk worden beperkt. 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 10-01-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Als koelmiddelen die rechtstreeks in contact komen met diepgevroren levensmiddelen, mogen uitsluitend worden gebruikt: lucht, stikstof en koolzuur. 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 10-01-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De temperatuur van diepgevroren levensmiddelen wordt tijdens de verhandeling overal in het produkt op ten hoogste –18 °C gehandhaafd. Zij blijft tevens stabiel. 2 In afwijking van het eerste lid: a. mag de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen tijdens het vervoer gedurende korte tijd ten hoogste –15°C bedragen; b. is een tolerantie van ten hoogste 3°C toegestaan met betrekking tot de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen tijdens de plaatselijke distributie en in winkelmeubelen voor de verkoop aan de eindverbruiker, bij behoorlijke bewarings- en distributiepraktijken. 1997 12 17-01-1997 20-12-1996 GZB/VVB/965855 1997 12 17-01-1997 20-12-1996 GZB/VVB/965855 10-01-1997 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Diepgevroren levensmiddelen, bestemd voor aflevering aan de eindverbruiker, worden door de fabrikant of verpakker op zodanige wijze verpakt dat de waar beschermd wordt tegen uitdroging en besmetting. 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 10-01-1993
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onverminderd verordening (EU) 1169/2011 worden bij de verhandeling van diepgevroren levensmiddelen aan de eindverbruiker of aan instellingen gebezigd: a. de vermelding ‘diepvries’, toe te voegen aan de benaming, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 1169/2011; b. een vermelding aangevende gedurende welke periode en bij welke temperatuur of in welke installatie de diepgevroren levensmiddelen bij de eindverbruiker bewaard kunnen worden; en c. de vermelding ‘na ontdooiing niet opnieuw invriezen’. 2014 9614 07-04-2014 25-03-2014 337611-118144-VGP 2014 9614 07-04-2014 25-03-2014 337611-118144-VGP 13-12-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien diepgevroren levensmiddelen als zodanig niet zijn bestemd voor de eindverbruiker of instellingen, worden bij de verhandeling gebezigd: a. de vermelding ‘diepvries’, toe te voegen aan de benaming, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van verordening (EU) 1169/2011; en b. artikel 4 van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen de vermeldingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder e en h, van verordening (EU) 1169/2011 en. 2 De in het eerste lid bedoelde benaming en vermeldingen worden aangebracht op de verpakking of het omhulsel waarin de waar wordt aangeboden, of op een hierop aangebracht etiket. 2014 9614 07-04-2014 25-03-2014 337611-118144-VGP 2014 9614 07-04-2014 25-03-2014 337611-118144-VGP 13-12-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2005 231 28-11-2005 22-11-2005 VGP/VL2634806 2005 231 28-11-2005 22-11-2005 VGP/VL2634806 30-11-2005 04-11-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 bijlage De voor de officiële controle van de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen benodigde analysemethode wordt uitgevoerd in overeenstemming met de. 2 artikel 4 De in het eerste lid bedoelde analysemethode mag uitsluitend worden gebruikt wanneer na inspectie het vermoeden bestaat dat de drempelwaarden voor de temperatuur, zoals deze zijn vastgelegd in, worden overschreden. 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 10-01-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 9, eerste lid bijlage Onverminderd, mogen voor de daar bedoelde controle ook andere wetenschappelijk-adequate methoden worden gebruikt, onder de voorwaarde dat het vrije verkeer van diepgevroren levensmiddelen, waarvan aan de hand van de in de bijlage van deze regeling beschreven methode is aangetoond dat zij aan de desbetreffende voorschriften voldoen, hierdoor niet wordt belemmerd. Wanneer de resultaten verschillen, geven de resultaten die met behulp van de in debedoelde analysemethode zijn verkregen, de doorslag. 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 10-01-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 10 januari 1993. 2 artikelen 8 9 10 In afwijking van het eerste lid treden de,enin werking met ingang van 31 juli 1993, met uitzondering voor wat betreft het vervoer van diepgevroren levensmiddelen, waarvoor zij in werking treden met ingang van 31 juli 1994. 3 Artikel 4, derde lid , vervalt met ingang van 10 januari 1997. 1993 130 13-07-1993 10-07-1993 DGVGZ/VVP/L931260 1993 130 13-07-1993 10-07-1993 DGVGZ/VVP/L931260 15-07-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling Diepgevroren levensmiddelen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 1993 2 05-01-1993 04-01-1993 DGVgz/VVP/L923154 10-01-1993
Artikel 1 — 1 Toepassingsgebied#
1 Toepassingsgebied artikel 4 De invoorgeschreven temperaturen van diepgevroren levensmiddelen.
Artikel 2 — 2 Principe#
2 Principe Warenwetregeling Monsterneming Meting van de temperatuur van diepgevroren levensmiddelen bestaat uit een registratie van de temperatuur van een in overeenstemming met degenomen monster met behulp van adequate apparatuur.
Artikel 3 — 3 Definitie van temperatuur#
3 Definitie van temperatuur Onder ‘temperatuur’ wordt verstaan de temperatuur die wordt gemeten op de plaats van het temperatuurgevoelige onderdeel van het meetinstrument of de meetapparatuur.
Artikel 4 — 4 Apparatuur#
4 Apparatuur 4.1 Thermometrische meetapparatuur 4.2 Instrumenten om een holte in het produkt te maken Er wordt gebruik gemaakt van een gepunt metalen instrument, zoals een ijspriem, een handboor of een fretboor, dat gemakkelijk is schoon te maken.
Artikel 5 — 5 Algemene specificatie voor de instrumenten voor temperatuurmeting#
5 Algemene specificatie voor de instrumenten voor temperatuurmeting De meetinstrumenten voldoen aan de volgende specificaties: a) de responstijd is zodanig dat binnen drie minuten 90% van het traject van de aanvankelijke naar de uiteindelijk afgelezen waarde is afgelegd; b) het instrument heeft op het temperatuurtraject van –20 °C tot +30 °C een nauwkeurigheid van ± 0,5 °C; c) de juistheid van de meting verandert door fluctuaties in de omgevingstemperatuur binnen het traject van –20 °C tot +30 °C met niet meer dan 0,3 °C; d) het instrument kan ten minste op 0,1 °C nauwkeurig worden afgelezen; e) de juistheid van het instrument wordt op gezette tijden gecontroleerd; f) het instrument heeft een geldig kalibratiecertificaat; g) het instrument kan gemakkelijk worden schoongemaakt; h) het temperatuurgevoelige deel van het meetinstrument is zodanig ontworpen dat een goed thermisch contact met het produkt wordt gegarandeerd; i) de elektrische apparatuur wordt beschermd tegen ongewenste effecten ten gevolge van de condensatie van vocht.
Artikel 6 — 6 Werkwijze#
6 Werkwijze 6.1 Voorkoeling van de instrumenten 6.2 Voorbereiding van het monster 6.3 Meeting van de inwendige temperatuur van het produkt Alvorens de temperatuur van het produkt te meten, worden het warmtegevoelige element en het instrument om een holte in het produkt te maken voorgekoeld. De voorkoelingsmethode houdt in dat de apparatuur thermisch wordt gestabiliseerd op een temperatuur die zo dicht mogelijk in de buurt ligt van de temperatuur van het produkt. Warmtegevoelige elementen zijn meestal niet ontworpen om door te kunnen dringen in een diepvriesprodukt. Er wordt dus vooraf met het daarvoor bedoelde instrument een holte in het produkt gemaakt, waarin het warmtegevoelige element kan worden gestoken. De diameter van de holte mag niet groter zijn dan die van het warmtegevoelige element en de diepte is afhankelijk van het te controleren produkt (zie punt 6.3). Het monster en de apparatuur blijven in de voor de controle gekozen gekoelde omgeving. De werkwijze is als volgt: a) wanneer de afmetingen van het produkt dit mogelijk maken, wordt het warmtegevoelige element tot een diepte van 2,5 cm vanaf het oppervlak van het produkt in het produkt gestoken; b) wanneer dit vanwege de afmetingen van het produkt niet mogelijk is, wordt het warmtegevoelige element in het produkt gestoken tot een diepte die overeenkomt met drie- tot vier maal de diameter van het warmtegevoelige element; c) in bepaalde voedingsmiddelen (bij voorbeeld groene erwten) kan vanwege hun omvang of aard geen holte worden gemaakt om op die manier hun inwendige temperatuur te bepalen. In dat geval wordt de inwendige temperatuur bepaald van de verpakking waarin deze produkten zicht bevinden, door een geschikt en voorgekoeld warmtegevoelig element tot in het midden van de verpakking te steken om de ‘contact-temperatuur’ van het diepvriesprodukt te meten; d) de temperatuur wordt afgelezen, zodra deze eens stabiele waarde heeft bereikt.