Regeling aanvraag erkenning en onkostenvergoeding goedkeuring Wet explosieven voor civiel gebruik
- BWB-id
- BWBR0006962
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006962
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-aanvraag-erkenning-en-onkostenvergoeding-goedkeurin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-aanvraag-erkenning-en-onkostenvergoeding-goedkeurin/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006962&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006962&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006962/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-aanvraag-erkenning-en-onkostenvergoeding-goedkeurin
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: de wet: Wet explosieven voor civiel gebruik de; erkenning: artikel 17 van de wet erkenning als bedoeld in; goedkeuring: artikel 10 van de wet goedkeuring als bedoeld in; vergunning: artikel 10 van de wet vergunning als bedoeld in. 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 26-10-1994 01-10-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De aanvrager van een erkenning of, indien de aanvrager een rechtspersoon is, degene die onmiddellijk leiding geeft aan het bedrijf, voldoet aan de eisen met betrekking tot zedelijk gedrag, genoemd in het tweede, derde en vierde lid. 2 artikel 37 tot en met 37b 37d van het Wetboek van Strafrecht De in het eerste lid bedoelde persoon is niet met toepassing vanofter beschikking van de regering gesteld. 3 De in het eerste lid bedoelde persoon is niet binnen de laatste acht jaren bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak veroordeeld wegens overtreding van één of meer bepalingen gesteld bij of krachtens: a. de Wet van 9 mei 1890, houdende verbodsbepalingen tegen het dragen van wapenen; b. de Vuurwapenwet 1919; c. de Wet tot wering van ongewenste handwapenen; d. de Wet wapens en munitie; e. artikelen 92 tot en met 110 115 116 121 tot en met 125 131 141 181 182 191 208 209 225 226 242 246 250ter 282 285 287 tot en met 289 302 303 311 312 317 322 326 328 336 341 343 tot en met 345 359 360 367 381 385a 385b 416 417 417bis 437 tot en met 437quater van het Wetboek van Strafrecht de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, alsmede Titel VII van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht; f. Opiumwet de. 4 De in het eerste lid bedoelde persoon is niet in de laatste acht jaren in een ander land bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak veroordeeld wegens overtreding van een aldaar geldende strafbepaling, vergelijkbaar met een bepaling, genoemd in het derde lid, voor zover die veroordeling hier te lande is geregistreerd. 5 artikel 9 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag Op de termijn, genoemd in de aanhef van het derde lid, isvan overeenkomstige toepassing. 6 Voor de toepassing van het derde lid wordt een onherroepelijke strafbeschikking met een veroordeling gelijk gesteld. 2008 15 22-01-2008 16-01-2008 5525695/08 2008 4 10-01-2008 21-12-2007 01-02-2008 Artikel V van de Regeling OM-afdoening, Stcrt. 2008/15, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet OM-afdoening in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage De aanvrager van een erkenning of, indien de aanvrager een rechtspersoon is, degene die onmiddellijk leiding geeft aan het bedrijf legt bij zijn aanvraag de gegevens over, genoemd in debij deze regeling. 2 Indien het bedrijf, bedoeld in het eerste lid, meer dan één vestiging heeft, wordt voor iedere vestiging een afzonderlijke erkenning aangevraagd. 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 26-10-1994 01-10-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Ter vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de behandeling van een aanvraag om goedkeuring is de aanvrager aan het Rijk verschuldigd: € 127,–. 2 Ter vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de behandeling van een aanvraag om een vergunning is de aanvrager aan de betrokken gemeente verschuldigd: € 121,–. 3 Ter vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de behandeling van een aanvraag om erkenning of verlenging van de geldigheidsduur daarvan is de aanvrager aan de betrokken regio verschuldigd: € 121,–, respectievelijk € 60,–. 2020 65168 22-12-2020 18-12-2020 IENW/BSK-2020/209202 2020 65168 22-12-2020 18-12-2020 IENW/BSK-2020/209202 01-01-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 1994. 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 26-10-1994 01-10-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag erkenning en onkostenvergoeding goedkeuring Wet explosieven voor civiel gebruik. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 1994 204 24-10-1994 12-10-1994 DGM/SVS/11o94001 26-10-1994 01-10-1994
Artikel 3#
artikel 3, eerste lid
Artikel 8 — Aanvraag van een erkenning artikel 17 Wet explosieven voor civiel gebruik ()#
Aanvraag van een erkenning artikel 17 Wet explosieven voor civiel gebruik () 1 Met betrekking tot de aanvrager: a. naam, adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer; b. indien de aanvrager een rechtspersoon is: naam, adres, postcode, plaats, telefoonnummer en rechtsvorm van het bedrijf; c. naam, adres, postcode, plaats en telefoonnummer van de vestiging waar de werkzaamheden, waarvoor de erkenning wordt gevraagd, zullen worden uitgeoefend alsmede de activiteiten die gewoonlijk in deze vestiging worden of zullen worden verricht; d. handelingen waarvoor de erkenning wordt gevraagd; e. explosieven of soort explosieven waarvoor de erkenning wordt gevraagd. 2 Met betrekking tot de directeur van het onder 1, onder b, genoemde bedrijf: naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, privé-adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer. 3 Met betrekking tot degene die onmiddellijk leiding geeft aan de onder 1, onder c, genoemde vestiging: a. naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, privé-adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer; b. twee recente, goedgelijkende pasfoto's.