Regeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheid
- BWB-id
- BWBR0006595
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2010-01-01 t/m 2010-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006595
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-aanwijzing-gebieden-terreinen-en-planten-aardappelm
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-aanwijzing-gebieden-terreinen-en-planten-aardappelm/2010-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006595&g=2010-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006595&z=2026-06-06&g=2010-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006595/2010-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-aanwijzing-gebieden-terreinen-en-planten-aardappelm
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: Minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; besluit: Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 ; A.M.-resistent aardappelras: aardappelras, dat door de Minister op de door hem in de Staatscourant bekend te maken ‘Naamlijst van A.M.-resistente aardappelrassen’ is geplaatst; 1998 220 17-11-1998 16-11-1998 J.988805 1998 220 17-11-1998 16-11-1998 J.988805 19-11-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 5 van het besluit In afwijking vanis de teelt van planten slechts toegestaan op grond waarvoor de gebruikersgerechtigde in het bezit van een geldige onderzoeksverklaring van een aangewezen instantie, waaruit blijkt dat die grond vrij is bevonden van besmetting met het aardappelcystenaaltje. 2 Als planten bedoeld in het eerste lid worden aangewezen bedrijfsmatig en in de open grond geteelde aardappelen die kennelijk worden geteeld met het doel de gehele plant of ondergrondse delen of de nateelt daarvan voor wederuitplant in het verkeer te brengen. 2001 107 07-06-2001 06-06-2001 TRCJZ/2001/6521 2001 107 07-06-2001 06-06-2001 TRCJZ/2001/6521 01-07-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 6, tweede lid, onderdeel a Als gebieden en terreinen als bedoeld in, van het besluit worden aangewezen de gebieden, welke zijn aangeduid op door de Minister gewaarmerkte kaarten of lijsten. 2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeheven, indien a. ten genoegen van een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst wordt aangetoond, dat de grond vrij is van een besmetting met het aardappelcystenaaltje, of b. een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst na een periode van 12 jaar na de aanwijzing geen besmetting meer vaststelt. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid Gebieden en terreinen als bedoeld in, mogen worden beteeld met A.M.-resistente rassen, mits ten genoegen van een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst kan worden aangetoond dat het betreffende ras resistent is tegen de besmetting op het betreffende gebied of terrein en de planten tevens met de ondergrondse delen worden gerooid en niet zijn bestemd om te worden uitgeplant. 1998 220 17-11-1998 16-11-1998 J.988805 1998 220 17-11-1998 16-11-1998 J.988805 19-11-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van het besluit artikel 7 Als tuinen als bedoeld inworden aangewezen de tuinen, die liggen in de gebieden, genoemd in. 2 artikel 6, eerste lid, van het besluit artikel 6 artikel 3, eerste lid In de in het eerste lid aangewezen tuinen is, in afwijking van het verbod gesteld in, de teelt van de ingenoemde planten met uitzondering van de aardappel toegestaan, behalve op in dat gebied gelegen gebieden en terreinen, welke als besmet zijn of worden aangewezen overeenkomstig. 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 21-04-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van het besluit Als planten bedoeld indie gevaar kunnen opleveren voor de verspreiding of vermeerdering van het aardappelcystenaaltje worden aangewezen aardappel en tomaat, alsmede bedrijfsmatig en in de open grond geteelde planten voorzover die kennelijk worden geteeld met het doel de gehele of gescheurde plant of ondergrondse delen daarvan uit te planten of voor wederuitplant in het verkeer te brengen. 2001 107 07-06-2001 06-06-2001 TRCJZ/2001/6521 2001 107 07-06-2001 06-06-2001 TRCJZ/2001/6521 01-07-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5, eerste lid, van het besluit Van het verbod, gesteld in, wordt vrijstelling verleend ten aanzien van de gebieden welke op kaarten met topografische achtergrond, behorende bij deze regeling, worden aangegeven. 2009 14497 30-09-2009 23-09-2009 53243 2009 14497 30-09-2009 23-09-2009 53243 01-01-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6, eerste lid, van het besluit artikel 6 Van het verbod, gesteld inwordt voor de teelt van de ingenoemde planten, vrijstelling verleend, indien: a. deze teelt reeds was aangevangen voor de dag waarop de aanwijzing van het gebied of het terrein van kracht wordt, met inachtneming van de voorliggende voorschriften: 1. voor het rooien van deze planten dient ten minste 48 uren van te voren schriftelijk toestemming te worden gevraagd aan het districtshoofd van de Plantenziektenkundige Dienst binnen wiens ressort de planten worden geteeld; 2. het rooien van deze planten geschiedt na toestemming als bedoeld in onderdeel 1 en met inachtneming van de daaromtrent door de Minister gegeven aanwijzingen, of b. artikel 4 voldaan wordt aan het bepaalde in. 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 21-04-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 6, eerste lid, van het besluit Van het ingestelde verbod tot het bewaren van aardappelen op zodanige wijze dat zij in aanraking komen met de grond van de aangewezen gebieden en terreinen wordt vrijstelling verleend voor niet voor wederuitplant bestemde aardappelknollen. 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 21-04-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 4 8 9 artikel 7 Het bepaalde in de,enis niet van toepassing binnen de gebieden, genoemd in. 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 21-04-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De volgende regelingen worden ingetrokken: a. Beschikking toepassing artikel 1a Besluit bestrijding aardappelmoeheid; b. Beschikking van de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 14 april 1955, no. L/PA 375 (Stcrt. 74); c. Beschikking van de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 24 november 1958, no. J 3373 (Stcrt. 229); d. Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij van 13 januari 1967; e. Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij van 30 juni 1961, no. L/PD 537; f. Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij van 1 oktober 1965, no. J. 2663; g. Beschikking van de Minister van Landbouw en Visserij van 11 december 1967; h. Regeling aardappelteeltverbod Boskoop e.o.; i. Beschikking ontheffing teeltverbod aardappelen op besmette grond 1971; j. Beschikking van de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 29 oktober 1955, no. L/PA 670; k. Regeling houdende ontheffing van het bepaalde in artikel 1, eerste lid, Besluit bestrijding aardappelmoeheid voor gebieden in Noord-Holland; l. Beschikking aardappelteelt in tuinen 1973; m. Regeling aardappelmoeheid 1992. 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 21-04-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheid. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 1994 75 19-04-1994 13-04-1994 J.945502 21-04-1994