Regeling inzake financiële ondersteuning van de vertegenwoordigers van de studentenorganisaties in de Studentenkamer
- BWB-id
- BWBR0006632
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2008-01-01 t/m 2008-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006632
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-financi-le-ondersteuning-studentenkamer-whw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-financi-le-ondersteuning-studentenkamer-whw/2008-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006632&g=2008-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006632&z=2026-06-06&g=2008-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006632/2008-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-financi-le-ondersteuning-studentenkamer-whw
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Organisatie: artikel 3.3, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Een belangenorganisatie als bedoeld in; b. Vertegenwoordiger: De door een organisatie als zodanig aangewezen persoon; c. minister: De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; d. Studiejaar: Het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar. 2002 29 04-12-2002 15-11-2002 WO/BS-2002/55233 2002 29 04-12-2002 15-11-2002 WO/BS-2002/55233 07-12-2002 01-09-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Aanwijzing, vertegenwoordiging en termijn#
Artikel 2 Aanwijzing, vertegenwoordiging en termijn 1 Het bestuur van een organisatie wijst de voor de financiële ondersteuning krachtens deze regeling in aanmerking komende vertegenwoordigers aan. Van die aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan de minister. 2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt vóór 1 september van het desbetreffende studiejaar. Zij geldt, behoudens het derde en vierde lid, voor het gehele studiejaar. 3 Het bestuur van een organisatie kan tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking doet het bestuur mededeling aan de minister. 4 Na een intrekking als bedoeld in het derde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger wiens aanwijzing is ingetrokken, eenmaal een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993
Artikel 3 — Artikel 3 Aanspraak#
Artikel 3 Aanspraak 1 artikel 2 De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de inbedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning. 2 Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de vertegenwoordiger, wanneer hij te kennen heeft gegeven dat hij gedurende het tijdvak waarvoor zijn aanwijzing geldt, van zijn aanspraak op financiële ondersteuning geen gebruik maakt, aanspraak op financiële ondersteuning gedurende een even groot tijdvak dat: a. direct aansluit op de wettelijke inschrijvingsduur als student of b. artikel 5.2 van de Wet studiefinanciering 2000 direct aansluit op de periode, bedoeld in, waarin studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs is genoten. 4 De vertegenwoordiger die van zijn aanspraak op financiële ondersteuning gebruik wenst te maken dan wel toepassing wenst van het derde lid, geeft dit voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt, aan de minister te kennen. 5 De vertegenwoordiger die toepassing wenst van het derde lid, dient gedurende het tijdvak waarvoor hij voor financiële ondersteuning in aanmerking wenst te komen, als student of auditor te zijn ingeschreven. 2001 27 21-11-2001 06-11-2001 WO/BS/2001/35528 2001 27 21-11-2001 06-11-2001 WO/BS/2001/35528 24-11-2001 01-01-1753
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte van de aanspraak#
Artikel 4 Hoogte van de aanspraak 1 De financiële ondersteuning bedraagt € 1.510,– per maand, daarin begrepen een bedrag voor reiskosten op basis van een twaalfde deel van de kosten van een jaarkaart voor het openbaar vervoer. 2 artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000 Het bedrag in het eerste lid is samengesteld uit het maandbedrag van een uitwonende student in het hoger onderwijs overeenkomstig, vermeerderd met een twaalfde deel van het bedrag voor een openbaar vervoer jaarkaart en het bedrag voor brutering voor fiscale compensatie over het totaal. 3 Het bedrag in het eerste lid wordt jaarlijks op 1 september vastgesteld aan de hand van de dan in het tweede lid bedoelde bedragen en tarieven. 4 De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand. 5 artikel 3, derde lid In geval van toepassing van, wordt het in het eerste lid vermelde bedrag aangepast naar de maatstaven die gelden op het tijdstip van toekenning. 2007 166 29-08-2007 13-07-2007 HO/BS/2007/23839 2007 166 29-08-2007 13-07-2007 HO/BS/2007/23839 01-09-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Plafond#
Artikel 5 Plafond Krachtens deze regeling wordt financiële ondersteuning gegeven tot ten hoogste het bedrag voor tien vertegenwoordigers voor het gehele studiejaar. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993
Artikel 6 — Artikel 6 Uitvoering#
Artikel 6 Uitvoering De minister is belast met de uitvoering van deze regeling en kan ter zake regels stellen. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993
Artikel 7 — Artikel 7 Inlichtingen#
Artikel 7 Inlichtingen De vertegenwoordigers alsmede de organisaties verstrekken de minister de inlichtingen die voor de uitvoering van de regeling nodig zijn. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993
Artikel 8 — Artikel 8 Bekendmaking#
Artikel 8 Bekendmaking Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt, en werkt terug tot en met 1 september 1993. 2 De ‘Subsidieregeling Studentenkamer’ van 19 november 1992, WO/PR-92087814, vervalt met ingang van 1 september 1993. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële ondersteuning Studentenkamer WHW. 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 1994 13 25-05-1994 26-04-1994 WO/PR-93058495 28-05-1994 01-09-1993