Regeling handel levende dieren en levende producten
- BWB-id
- BWBR0007049
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2020-07-01 t/m 2021-04-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007049
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-handel-levende-dieren-en-levende-producten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-handel-levende-dieren-en-levende-producten/2020-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007049&g=2020-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007049&z=2026-06-06&g=2020-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007049/2020-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-handel-levende-dieren-en-levende-producten
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ; minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; EER-Verdrag: Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; richtlijn 91/496/EEG: Richtlijnen 89/662/EEG 90/425/EEG 90/675/EEG richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de,en(PbEG L 268); richtlijn 92/65/EEG: Richtlijn 90/425/EEG richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, vangeldt (PbEG L 268); richtlijn 96/22/EG richtlijn (EG) nr. 96/22 Richtlijnen 81/602/EEG 88/146/EEG 88/299/EEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de,en(PbEG L 125); richtlijn 2004/68/EG richtlijn nr. 2004/68/EG Richtlijnen 90/426/EEG 92/65/EEG Richtlijn 72/462/EEG :van de Raad van de Europese Unie van 26 april 2004 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in en de doorvoer via de Gemeenschap van bepaalde levende hoefdieren tot wijziging van deenen tot intrekking van(PbEU L 139); richtlijn 2008/71/EG: richtlijn nr. 2008/71/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2008 met betrekking tot de identificatie en registratie van varkens (PbEU L 213); beschikking 2007/25/EG: beschikking van de Commissie van 22 december 2006 tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza en het verkeer van gezelschapsvogels die hun eigenaar vergezellen (PbEU 2007 L 8); uitvoeringsverordening (EU) 2018/659: uitvoeringsverordening (EU) 2018/659 van de Commissie van 12 april 2018 betreffende de voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen (PbEU L 110); verordening 1760/2000/EG verordening (EG) nr. 1760/2000 verordening nr. 820/97 :van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 17 juli 2000 (PbEG L 204) tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking vanvan de Raad van de Europese Unie; verordening (EG) nr. 999/2001: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147); verordening (EG) 1/2005: verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU L 3); verordening (EG) nr. 798/2008: verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PbEU L 226); verordening (EU) nr. 206/2010: verordening (EU) nr. 206/2010 van de Europese Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PbEU L 73); verordening (EU) nr. 139/2013: verordening (EU) nr. 139/2013 van de Europese Commissie van 7 januari 2013 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Unie en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PbEU L 47); Verordening (EU) nr. 576/2013: verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PbEU L 178); communautaire uitvoeringsmaatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, vastgesteld krachtens een richtlijn of verordening met betrekking tot veterinairrechtelijke eisen inzake de handel in levende dieren, of levende dierlijke producten; NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; ambtenaar: artikel 114, eerste of tweede lid van de wet ambtenaar, bedoeld in; keuringsdierenarts: dierenarts verbonden aan de NVWA; officiële dierenarts: door de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending aangewezen dierenarts; lid-staat: staat, niet zijnde Nederland, die als lid deel uitmaakt van de Europese Unie; staat die partij is bij het EER-Verdrag: Noorwegen; derde land: land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lid-staat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag; punt van uitgang: douanekantoor van uitgang van waaruit dieren of producten rechtstreeks naar het derde land van bestemming worden vervoerd; pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, fazanten, patrijzen, loopvogels (Ratites) en duiven, die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de produktie van vlees of van voor consumptie bestemde eieren of om in het wild te worden uitgezet; apen: richtlijn 92/65/EEG apen, bedoeld in artikel 5 van; hoefdieren: richtlijn 92/65/EEG hoefdieren, bedoeld in artikel 6, onder A, eerste tot en met derde lid, van; vogels: richtlijn 92/65/EEG vogels, bedoeld in artikel 7, onder A, eerste en tweede lid, van; bijen: richtlijn 92/65/EEG bijen, bedoeld in artikel 8 van; lagomorfen met gezondheidscertificaat: richtlijn 92/65/EEG lagomorfen die zijn bestemd voor een lid-staat die een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, vaneist; lagomorfen zonder gezondheidscertificaat: richtlijn 92/65/EEG lagomorfen die zijn bestemd voor Nederland dan wel voor een lid-staat die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, vaneist; dieren: artikel 2, onderdeel a, sub-onderdeel 1, van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong vee, pluimvee alsmede dieren bedoeld in; dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG: richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG dieren, die vatbaar zijn voor de in bijlage A bijgenoemde ziekten, dan wel dieren die vatbaar zijn voor ziekten, waarvoor de lid-staat van bestemming op grond van regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen aanvullende garanties, als bedoeld in de artikelen 14 en 15, vanmag stellen; producten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG: richtlijn 92/65/EEG producten van dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van; paardachtigen: als huisdier gehouden of in het wild levende paarden, zebra’s, ezels of kruisingen daarvan; geregistreerde paarden: Richtlijnen 89/608/EEG 90/425/EEG paardachtigen die ingeschreven of geregistreerd zijn en in aanmerking komen voor inschrijving in de hoofdsectie van een stamboek, overeenkomstig verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, deenvan de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij (‘Fokkerijverordening’) (PbEU 2016, L 171); slachtpaarden: paardachtigen die zijn bestemd om rechtstreeks dan wel via een verzamelcentrum naar een slachthuis te worden gebracht om daar te worden geslacht; fok- en gebruikspaarden: paardachtigen, niet zijnde geregistreerde paarden en slachtpaarden; slachtdieren: dieren die kennelijk bestemd zijn om te worden geslacht; broedeieren: eieren van pluimvee, bestemd om te worden bebroed; sperma: artikel 9.1 rundersperma, varkenssperma alsmede sperma van schapen, geiten en eenhoevige dieren als bedoeld in; embryo's: artikel 10.1 runderembryo's en embryo's van varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren als bedoeld in; eicellen: eicellen van varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren; producten: sperma, eicellen, embryo's en broedeieren; grenscontrolepost: verordening 2017/625 grenscontrolepost als bedoeld in artikel 3, onderdeel 38, van; douane-entrepot: opslagruimte als bedoeld in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269); ruimte voor tijdelijke opslag: opslagruimte als bedoeld in artikel 147, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269); bedrijf: op Nederlands grondgebied gelegen landbouwbedrijf of handelaarsstal, waar gewoonlijk dieren, niet zijnde paardachtigen, worden gehouden of gefokt alsmede op Nederlands grondgebied gelegen landbouwbedrijf of entrainement, stal, iedere ruimte of iedere inrichting waar gewoonlijk paardachtigen worden gehouden of gefokt, ongeacht hun gebruik; instelling, instituut of centrum: richtlijn 92/65/EEG instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van; verzamelcentrum: plaats, met inbegrip van bedrijven of markten, waar dieren afkomstig van verschillende bedrijven van oorsprong worden samengebracht met het oogmerk om een voor het handelsverkeer bestemde partij te vormen; partij: hoeveelheid dieren of producten van dezelfde soort, waarvoor eenzelfde certificaat of document zoals voorgeschreven in deze regeling geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit hetzelfde land of gedeelte van een land; importeur: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een partij met het oog op het brengen in Nederland bij een erkende inspectiepost ten onderzoek aanbiedt, dan wel diens gemachtigde; belanghebbende bij de lading: richtlijn 97/78/EG belanghebbende bij de lading als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van; handelaar: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een partij met het oog op de verhandeling onder zich heeft, dan wel diens gemachtigde; werkelijke kosten: de kosten die betrekking hebben op de administratiekosten, de loonkosten en de sociale premies van de met de onderzoeken en keuringen belaste personen van de RVV als mede de kosten van laboratoriumonderzoek; richtlijn 64/432/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121); verordening (EU) 2017/625: Verordeningen (EG) nr. 999/2001 (EG) nr. 396/2005 (EG) nr. 1069/2009 (EG) nr. 1107/2009 nr. 1151/2012 nr. 652/2014 2016/429 2016/2031 (EG) nr. 1/2005 (EG) nr. 1099/2009 98/58/EG 1999/74/EG 2007/43/EG 2008/119/EG 2008/120/EG (EG) nr. 854/2004 (EG) nr. 882/2004 89/608/EEG 89/662/EEG 90/425/EEG 91/496/EEG 96/23/EG 96/93/EG 97/78/EG 92/438/EEG verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de,,,, (EU), (EU), (EU)en (EU)van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningenenvan de Raad en de Richtlijnen,,,envan de Raad, en tot intrekking van de Verordeningenenvan het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen,,,,,envan de Raad en Besluitvan de Raad (verordening officiële controles) (PbEU L 95); uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013: uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013 van de Commissie van 16 april 2019 betreffende de voorafgaande kennisgeving van zendingen van bepaalde categorieën dieren en goederen die de Unie binnenkomen (PbEU L 165); gedelegeerde verordening (EU) 2019/1602: gedelegeerde verordening (EU) 2019/1602 van de Commissie van 23 april 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst dat zendingen van dieren en goederen tot hun bestemming vergezelt (PbEU L 250); gedelegeerde verordening (EU) 2019/1666: gedelegeerde verordening (EU) 2019/1666 van de Commissie van 24 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorwaarden voor de monitoring van het vervoer en de aankomst van zendingen van bepaalde goederen van de grenscontrolepost van aankomst tot de inrichting op de plaats van bestemming in de Unie (PbEU L 255); gedelegeerde verordening (EU) 2019/625: gedelegeerde verordening (EU) 2019/625 van de Commissie van 4 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorwaarden voor de binnenkomst in de Unie van zendingen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde dieren en goederen (PbEU L 313); uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715: uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie van 30 september 2019 tot vaststelling van regels inzake de werking van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles en de systeemcomponenten ervan (de Imsoc-verordening) (PbEU L 261); uitvoeringsverordening (EU) 2019/1973: Verordeningen (EG) nr. 669/2009 nr. 884/2014 2015/175 2017/186 2018/1660 uitvoeringsverordening (EU) 2019/1793 van de Commissie van 22 oktober 2019 betreffende de tijdelijke verhoging van de officiële controles en noodmaatregelen met betrekking tot de binnenkomst in de Unie van bepaalde goederen uit bepaalde derde landen tot uitvoering van de Verordeningen (EU) 2017/625 en (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de), (EU), (EU), (EU)en (EU)van de Commissie (PbEU L 11); gedelegeerde verordening (EU) 2019/2122: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2122 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde categorieën dieren en goederen die van officiële controles aan grenscontroleposten zijn vrijgesteld, en specifieke controles van de persoonlijke bagage van passagiers en van kleine zendingen goederen die aan natuurlijke personen worden gezonden en niet bestemd zijn om in de handel te worden gebracht en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (PbEU L 321); gedelegeerde verordening (EU) 2019/2124: Verordeningen (EG) nr. 798/2008 (EG) nr. 1251/2008 (EG) nr. 119/2009 nr. 206/2010 nr. 605/2010 nr. 142/2011 nr. 28/2012 2016/759 2007/777/EG gedelegeerde verordening (EU) 2019/2124 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor officiële controles van zendingen van dieren en goederen bij doorvoer, overlading en verder vervoer door de Unie, tot wijziging van de,,, (EU), (EU), (EU)en (EU)van de Commissie, Uitvoeringsverordening (EU)van de Commissie, en Beschikkingvan de Commissie (PbEU L 321); gedelegeerde verordening (EU) 2019/2125: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2125 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de uitvoering van specifieke officiële controles van houten verpakkingsmateriaal, de kennisgeving van bepaalde zendingen en de te nemen maatregelen in geval van niet-naleving (PbEU L 321); uitvoeringsverordening (EU) 2019/2128: uitvoeringsverordening (EU) 2019/2128 van de Commissie van 12 november 2019 tot vaststelling van het model van officieel certificaat en van de regels voor de afgifte van officiële certificaten voor goederen die worden geleverd aan vaartuigen die de Unie verlaten en bestemd zijn voor bevoorrading van een schip of voor consumptie door de bemanning en passagiers, of aan een militaire basis van de NAVO of de Verenigde Staten van Amerika (PbEU L 321). 2 afdelingen 2 3 4 7 van hoofdstuk 2 In afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van de,,en, onder dieren verstaan vee, pluimvee, apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat. 3 afdelingen 5 6 van hoofdstuk 2 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Voor de toepassing van deenworden onder dieren mede verstaan de dieren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanen worden onder producten mede verstaan de producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van. 4 hoofdstuk 2 Voor de toepassing vanwordt onder ‘keuringsdierenarts’ mede verstaan degene die namens de keuringsdierenarts onder diens gezag en verantwoordelijkheid optreedt. 5 artikelen 3.13 4.8 7.7 7a.1 Voor de toepassing van de,,enwordt, zolang de daarin vermelde lijsten, garanties, voorschriften, specifieke bepalingen of uitvoeringsbepalingen nog niet zijn vastgesteld, daaronder begrepen, voor zover van toepassing, de lijsten, garanties, voorschriften, bepalingen of uitvoeringsbepalingen van beschikking 79/542/EEG. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
artikel 1 in plaats van artikel 1.1.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 De bevoegde autoriteit, bedoeld in een communautaire uitvoeringsmaatregel, is de minister. 2 In afwijking van het eerste lid is, ingeval een communautaire uitvoeringsmaatregel de bevoegde autoriteit een taak opdraagt die niet bestaat in het nemen van een besluit, de bevoegde autoriteit de NVWA. 3 Een communautaire uitvoeringsmaatregel, of een wijziging daarvan, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, of bij gebreke daarvan, de dag waarop de maatregel is vastgesteld. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 Het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van: duiven en loopvogels, bestemd voor een lid-staat, bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht dan wel bestemd voor een staat niet zijnde een lid-staat die partij is bij het EER-Verdrag; apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat en van producten, bestemd voor een lid-staat dan wel bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht en van rundersperma, varkenssperma, runderembryo's en broedeieren, bestemd voor een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag, of richtlijn 92/65/EEG vogels, nertsen en vossen, lagomorfen zonder gezondheidscertificaat alsmede van de dieren en producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van, bestemd voor een lid-staat, en richtlijn 92/65/EEG producten, genoemd in artikel 1, eerste alinea, van, niet zijnde sperma, eicellen, embryo's en broedeieren, bestemd voor een lid-staat is verboden. 2 Het brengen in Nederland van: vee, pluimvee, apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat en van producten, verzonden vanuit een lid-staat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht; richtlijn 92/65/EEG vogels, nertsen en vossen, lagomorfen zonder gezondheidscertificaat alsmede van de dieren en producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van, die zijn verzonden vanuit een lid-staat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht en bestemd zijn voor Nederland, een lid-staat of een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag; dieren en producten, die zijn verzonden vanuit een derde land en via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is worden gebracht, entstoffen en richtlijn 92/65/EEG producten, genoemd in artikel 1, eerste alinea, van, niet zijnde sperma, eicellen, embryo's en broedeieren, is verboden. 3 De verboden, bedoeld in het eerste lid, tweede gedachtestreepje, en tweede lid, eerste en derde gedachtestreepje, zijn niet van toepassing op het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 576/2013. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 1 artikel 77, eerste lid, van de wet Van het verbod, bedoeld in, wordt vrijstelling verleend voor de rechtstreekse uitvoer naar derde landen van vee, niet zijnde runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen en voor de uitvoer naar een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-verdrag, van vee, niet zijnde runderen, varkens, schapen, geiten, en paardachtigen. 2 artikel 77, eerste lid, van de wet artikel 2.1, eerste lid, eerste tot en met derde gedachtenstreepje, en tweede lid, eerste tot en met derde gedachtenstreepje Onverminderd het eerste lid wordt van de verboden, bedoeld inen in, vrijstelling verleend: voor wat het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van dieren of producten betreft, die niet voldoen aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften en die zijn bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht, en voor wat het brengen in Nederland van dieren of producten betreft, die niet voldoen aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften en die zijn bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht, op voorwaarde dat de minister en de bevoegde autoriteit van de lid-staat van doorvoer vooraf toestemming hebben gegeven voor het vervoer van de dieren of producten over Nederlands grondgebied, respectievelijk het grondgebied van de lid-staat van doorvoer. 3 artikel 2.1, eerste lid, derde gedachtenstreepje artikel 2.1, tweede lid, tweede gedachtenstreepje Onverminderd het tweede lid wordt van de verboden, bedoeld inen, vrijstelling verleend, op voorwaarde dat: a. artikel 2.1, eerste lid, derde gedachtenstreepje afdeling 6 van hoofdstuk 8 afdeling 5 van hoofdstuk 9 afdeling 5 van hoofdstuk 10 afdeling 5 van hoofdstuk 11 in het geval, bedoeld in, voldaan is aan,,, respectievelijk; b. artikel 2.1, tweede lid, tweede gedachtenstreepje afdeling 7 van hoofdstuk 8 afdeling 6 van hoofdstuk 9 afdeling 6 van hoofdstuk 10 afdeling 6 van hoofdstuk 11 richtlijn 92/65/EEG in het geval, bedoeld in, voldaan is aan,,, respectievelijk, één en ander indien de vogels, nertsen en vossen, lagomorfen zonder gezondheidscertificaat alsmede de dieren en producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanzijn verzonden vanuit een lid-staat dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht. 4 artikel 2.1, tweede lid, eerste gedachtenstreepje Onverminderd het tweede en derde lid wordt van het verbod, bedoeld in, vrijstelling verleend terzake van de doorvoer door Baarle-Nassau van: a. vee, dat door veehouders, gevestigd in de in Nederland gelegen enclaves van de Belgische gemeente Baarle-Hertog, is aangekocht van dan wel verkocht aan in België gevestigde personen en dat ter levering van België naar vorenbedoelde enclaves, onderscheidenlijk van deze enclaves naar België wordt vervoerd; b. vee, dat van de in onderdeel a bedoelde enclaves naar België wordt vervoerd ter beweiding of beakkering van landerijen aldaar of dat na deze beweiding of beakkering van België naar vorenbedoelde enclaves wordt teruggevoerd, daaronder begrepen de dieren, welke gedurende het laatste jaar in België uit dit vee zijn geboren. 5 artikel 2.1, eerste en tweede lid artikel 77, eerste lid van de wet Onverminderd de voorgaande leden wordt van de verboden, bedoeld in, en in, vrijstelling verleend voor het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen en het in Nederland brengen van pluimvee, dat bestemd is voor tentoonstellingen, concoursen of wedstrijden. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 artikel 77, tweede lid, van de wet artikel 2 van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong Vanenwordt vrijstelling verleend, voor zover het betreft het voorzien zijn van de dieren, onderscheidenlijk van de zending, van een of meer merken die zijn afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek. 2 artikel 2 van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong richtlijn 92/65/EEG Vanwordt vrijstelling verleend, voor zover het betreft het vergezeld gaan van de zending vogels, nertsen, vossen, lagomorfen zonder gezondheidscertificaat en dieren en producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanvan een of meer bewijsstukken die zijn afgegeven op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek. 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 29-09-2004
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 1 artikel 77, eerste lid, van de wet artikel 2.1, eerste lid, eerste en tweede gedachtenstreepje De verboden, bedoeld in, en in, voor zover deze betrekking hebben op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van dieren of producten, bestemd voor een lid-staat, gelden niet, indien: a. de dieren en producten vergezeld gaan van het bewijsstuk genoemd in: artikel 3.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 , indien het runderen betreft; artikel 4.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 , indien het varkens betreft; artikel 5.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 5 , indien het paardachtigen betreft; artikel 6.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 6 , indien het pluimvee en broedeieren betreft; artikel 7.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 7 , indien het schapen of geiten betreft; artikel 8.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 8 , indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat, betreft; artikel 9.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 9 , indien het sperma betreft; artikel 10.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 10 , indien het embryo's betreft; artikel 11.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 11 , indien het eicellen betreft; b. het bewijsstuk, bedoeld in onderdeel a, is opgesteld en afgegeven in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen, volledig is ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2 De in het eerste lid bedoelde bewijsstukken worden afgegeven door de minister. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a artikel 2.11 Het bewijsstuk, bedoeld in, wordt slechts afgegeven indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek overeenkomstig verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, is gebleken dat voldaan wordt aan, voor zover van toepassing,, en aan: a. artikelen 3.3 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 deen, indien het runderen betreft; b. artikelen 4.3 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 deen, indien het varkens betreft; c. artikelen 5.3 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5 deen, indien het paardachtigen betreft; d. artikelen 6.3 6.4 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6 voor zover van toepassing de,of, indien het pluimvee of broedeieren betreft; e. artikelen 7.3 7.3a 7.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 7 de,en, indien het schapen of geiten betreft; f. artikel 8.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 8 , indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft; g. artikelen 9.3 9.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 9 deen, indien het sperma betreft; h. artikelen 10.3 10.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 10 deof, indien het embryo's betreft; i. artikel 11.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 11 , indien het eicellen betreft. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.11 — Artikel 2.11#
Artikel 2.11 De partij wordt vervoerd met daarvoor geschikte vervoermiddelen die voorafgaand aan het vervoer van de betreffende partij zijn gereinigd en ontsmet. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 2.12 — Artikel 2.12#
Artikel 2.12 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.13 — Artikel 2.13#
Artikel 2.13 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.14 — Artikel 2.14#
Artikel 2.14 Vervallen 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 01-11-2018
Artikel 2.15 — Artikel 2.15#
Artikel 2.15 artikel 2.5 Indien de partij op grond van het onderzoek, bedoeld in, geschikt is bevonden om anders dan in doorvoer buiten Nederland te worden gebracht, wordt zij onmiddellijk na het onderzoek, langs de kortste weg naar het transportmiddel vervoerd, waarmee zij buiten Nederland zal worden gebracht en wordt zij zo spoedig mogelijk, rechtstreeks, buiten Nederland gebracht. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 2.16 — Artikel 2.16#
Artikel 2.16 1 artikel 77, eerste lid, van de wet artikel 2.1, eerste lid, eerste en tweede gedachtestreepje De verboden, bedoeld in, en in, voor zover deze betrekking hebben op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van dieren of producten, bestemd voor een derde land, gelden niet, indien: a. een partij runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen of pluimvee, die rechtstreeks vanuit Nederland naar een derde land wordt gebracht, vergezeld gaat van een bewijsstuk dat een verklaring van de minister bevat dat ten minste wordt voldaan aan hetgeen voor slachtdieren is bepaald in de artikelen: 1°. 3.3 3.4 en, indien het runderen betreft; 2°. 4.3 4.4 en, indien het varkens betreft; 3°. 5.3 5.4 en, indien het paardachtigen betreft; 4°. 6.3 tot en met 6.5 , indien het pluimvee betreft; 5°. 7.3 7.4 en, indien het schapen of geiten betreft; b. een partij dieren of producten die vanuit Nederland via het grondgebied van een lidstaat naar een derde land wordt gebracht vergezeld gaat van: 1°. artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a het bewijsstuk, bedoeld in, dat, indien het dieren betreft, ten minste bestemd is voor slachtdieren; en 2°. artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a een bewijsstuk bestaande uit het veterinaire document of certificaat dat aan de veterinaire voorschriften van het land van bestemming voldoet, tenzij de NVWA niet over die voorschriften beschikt, in welk geval op het bewijsstuk, bedoeld in, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ is opgenomen, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is opgenomen; c. de bewijsstukken, bedoeld in de onderdelen a en b, volledig zijn ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a Indien de dieren of producten via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land worden gebracht, geldt ter zake van het bewijsstuk, bedoeld in, dat: het in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen is opgesteld; richtlijn 64/432/EEG daarop, in voorkomend geval, de gelijkwaardige, bijkomende waarborgen zijn opgenomen, bedoeld in artikel 9 van, voor zover deze waarborgen betrekking hebben op slachtdieren; het in de Nederlandse taal en in tenminste in één van de talen van de lid-staat waar zich het punt van uitgang bevindt, is gesteld; daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld; daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.17 — Artikel 2.17#
Artikel 2.17 artikel 2.16, eerste lid, onderdeel a artikelen 2.20 2.21 Het bewijsstuk, bedoeld in, wordt slechts afgegeven, indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, dat onmiddellijk vóór het brengen van de partij buiten Nederland heeft plaatsgevonden, is gebleken dat voldaan aan deen, en dat tenminste wordt voldaan aan hetgeen in: artikelen 3.3 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 deen, indien het runderen betreft; artikelen 4.3 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 deen, indien het varkens betreft; artikelen 5.3 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5 deen, indien het paardachtigen betreft; artikelen 6.3 tot en met 6.5 van afdeling 2, van hoofdstuk 6 de, indien het pluimvee betreft; artikelen 7.3 7.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 7 deen, indien het schapen en geiten betreft, voor slachtdieren is bepaald. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.18 — Artikel 2.18#
Artikel 2.18 artikel 2.16, eerste lid, onderdeel b artikelen 2.20 2.21 De bewijsstukken, bedoeld in, worden slechts afgegeven, indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan deenen aan: artikelen 3.3 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 deen, indien het runderen betreft; artikelen 4.3 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 deen, indien het varkens betreft; artikelen 5.3 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5 deen, indien het paardachtigen betreft; artikelen 6.3 6.4 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6 voor zover van toepassing, de,of, indien het pluimvee en broedeieren betreft; artikelen 7.3 7.4 van afdeling 2 artikel 7.6 van afdeling 3 van hoofdstuk 7 deenalsmede, indien het schapen of geiten betreft; artikel 8.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 8 , indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft; artikelen 9.3 9.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 9 deen, indien het sperma betreft; artikelen 10.3 10.4 van afdeling 2 hoofdstuk 10 deof, indien het embryo's betreft; artikel 11.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 11 , indien het eicellen betreft, met dien verstande dat; indien het dieren betreft, tenminste wordt voldaan aan hetgeen in vorenbedoelde artikelen voor slachtdieren is bepaald, en het veterinaire document of certificaat, dat aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoet, slechts wordt afgegeven indien aan de voorschriften van het derde land van bestemming wordt voldaan. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.19 — Artikel 2.19#
Artikel 2.19 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.20 — Artikel 2.20#
Artikel 2.20 Indien de partij via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land wordt gebracht, vindt het vervoer van de partij over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.21 — Artikel 2.21#
Artikel 2.21 Artikel 2.15 is van overeenkomstige toepassing. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 2.22#
artikelen 2.22 tot en met 2.30
Artikel 2.22 — Artikel 2.22#
Artikel 2.22 1 artikel 2.1, tweede lid, eerste gedachtenstreepje artikelen 2.23 2.24 2.30 Het verbod, bedoeld in, geldt niet ter zake van het brengen in Nederland van dieren en producten die zijn verzonden vanuit een lid-staat dan wel zijn verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht, mits voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, het tweede en derde lid, de,enen verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie. 2 Indien de dieren of producten zijn verzonden vanuit een lid-staat en bestemd zijn voor Nederland of een lid-staat wordt voldaan aan: afdeling 3 van hoofdstuk 3 , indien het runderen betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 4 , indien het varkens betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 5 , indien het paardachtigen betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 6 , indien het pluimvee en broedeieren betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 7 , indien het schapen en geiten betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 8 , indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 9 , indien het sperma betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 10 , indien het embryo's betreft, en afdeling 3 van hoofdstuk 11 , indien het eicellen betreft. 3 Indien de dieren of producten zijn verzonden vanuit een lidstaat en bestemd zijn voor een derde land, gaat de partij vergezeld van: a. hoofdstukken 3 tot en met 11 het certificaat of document, bedoeld in de derde afdeling van de, dat, indien het dieren betreft, ten minste bestemd is voor slachtdieren, en b. de veterinaire documenten of certificaten die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij op het certificaat of document, bedoeld in het eerste lid, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van derde land)’ voorkomt, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is opgenomen. 4 verordening 2017/625 Indien de dieren of producten zijn verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht, en indien het producten voor een derde land betreft, gaat de partij vergezeld van, een bij de partij behorend document, waaruit tenminste de oorsprong van de partij en de verdere bestemming hiervan kan worden afgeleid, en van een gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst als bedoeld in artikel 56 van, waarin is aangegeven langs welk punt van uitgang de partij de Gemeenschap verlaat. 5 Het eerste lid is niet van toepassing op vee, niet zijnde paarden niet bestemd voor de slacht, afkomstig uit België. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.23#
artikelen 2.23 tot en met 2.30
Artikel 2.23 — Artikel 2.23#
Artikel 2.23 1 derde afdeling van de hoofdstukken 3 tot en met 11 artikel 2.22, tweede lid, onderdeel a, en derde lid Het certificaat of document, genoemd in de, alsmede de certificaten of documenten, bedoeld in, zijn originelen, waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend. 2 derde afdeling van de hoofdstukken 3 tot en met 11 Indien de dieren of producten zijn verzonden vanuit een lid-staat en bestemd zijn voor een derde land geldt, onverminderd het eerste lid, ter zake van het certificaat of document, genoemd in de, dat: richtlijn 64/432/EEG daarop, in voorkomend geval, de gelijkwaardige, bijkomende waarborgen zijn opgenomen, bedoeld in artikel 9 van, voor zover deze waarborgen betrekking hebben op slachtdieren; het in tenminste één van de talen van de lid-staat van oorsprong is gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere lid-staat, tevens in één van de talen van de lid-staat waar zich het punt van uitgang bevindt; daarop het punt van uitgang als de plaats van bestemming is vermeld; daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar die in Nederland bij het punt van uitgang bij de doorvoer van de partij betrokken is, dan wel, in geval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere lid-staat, de ontvanger bij het punt van uitgang. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.24 — Artikel 2.24#
Artikel 2.24 artikel 2.22, derde lid Indien de partij bestemd is voor een derde land, gaat zij tijdens het vervoer naar de plaats waar zij weer buiten Nederland wordt gebracht, vergezeld van de certificaten of documenten, bedoeld in, dan wel van de documenten, bedoeld in artikel 2.22, vierde lid. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.25 — Artikel 2.25#
Artikel 2.25 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.26 — Artikel 2.26#
Artikel 2.26 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.27 — Artikel 2.27#
Artikel 2.27 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.28 — Artikel 2.28#
Artikel 2.28 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.29 — Artikel 2.29#
Artikel 2.29 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.30 — Artikel 2.30#
Artikel 2.30 1 artikel 2.24, derde lid derde afdeling hoofdstukken 3 11 Indien uit de certificaten of documenten, bedoeld in, blijkt dat de partij vanuit Nederland rechtstreeks naar het derde land wordt gebracht, wordt zij buiten Nederland gebracht via het punt van uitgang dat op het certificaat of document, genoemd in devan detot en met, is vermeld. 2 artikel 2.22, derde lid artikel 2.22, vierde lid Indien uit de certificaten of documenten, bedoeld in, dan wel de documenten, bedoeld in, blijkt dat de partij is verzonden: a. vanuit een lid-staat en bestemd is voor een derde land; b. vanuit een derde land, bestemd is voor een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland wordt gebracht; vindt het vervoer naar de plaats waar de partij weer buiten Nederland wordt gebracht onder douanetoezicht plaats. 3 artikelen 2.50a 2.50b artikel 2.50c, tweede lid en vierde lid artikel 2.22, vierde lid Indien producten zijn verzonden uit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht, zijn deenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de documenten, bedoeld in, voor de toepassing van deze afdeling de certificaten zijn, bedoeld in.. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.31 — Artikel 2.31#
Artikel 2.31 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.32 — Artikel 2.32#
Artikel 2.32 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.33 — Artikel 2.33#
Artikel 2.33 artikel 2.1, tweede lid, derde gedachtenstreepje artikel 2.35 Verdrag betreffende de Europese Unie Het verbod, bedoeld in, geldt niet ter zake van het brengen in Nederland van dieren die via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop hetvan toepassing is worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, verordening (EU) nr. 139/2013, beschikking 2007/25/EG enen aan: afdeling 4 van hoofdstuk 3 , indien het runderen betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 4 , indien het varkens betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 5 , indien het paardachtigen betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 6 , indien het pluimvee betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 7 , indien het schapen of geiten betreft; artikel 7a.1 hoofdstuk 7a van, indien het gaffelantilopen, herten, muskusherten, dwergherten, giraffen, okapi’s, eeltpotigen, nijlpaarden, pecari’s, neushoorns, tapirs, olifanten en holhoornigen niet zijnde runderen, geiten en schapen betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 8 , indien het dieren, niet zijnde runderen, varkens, paardachtigen, pluimvee, schapen, geiten of vogels betreft; afdeling 4b, van hoofdstuk 8 , indien het bijen of hommels betreft, afkomstig uit een derde land. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.34 — Artikel 2.34#
Artikel 2.34 Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.35#
artikel 2.35
Artikel 2.35 — Artikel 2.35#
Artikel 2.35 Een partij runderen of varkens worden door de ontvanger eerst aan het beslag op zijn bedrijf toegevoegd, nadat de dierenarts, verantwoordelijk voor de toevoeging aan dit beslag, heeft geconstateerd dat de dieren de gezondheidsstatus van dit beslag niet in gevaar kunnen brengen. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.35a — Artikel 2.35a#
Artikel 2.35a Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.36 — Artikel 2.36#
Artikel 2.36 Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.37 — Artikel 2.37#
Artikel 2.37 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.38 — Artikel 2.38#
Artikel 2.38 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.39 — Artikel 2.39#
Artikel 2.39 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.40 — Artikel 2.40#
Artikel 2.40 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.41 — Artikel 2.41#
Artikel 2.41 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.42 — Artikel 2.42#
Artikel 2.42 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.43#
artikel 2.43
Artikel 2.43 — Artikel 2.43#
Artikel 2.43 artikel 2.1, tweede lid, derde gedachtenstreepje Het verbod, bedoeld in, geldt, niet ter zake van het brengen in Nederland van producten die via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits wordt voldaan aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en: voor zover de producten bestemd zijn voor Nederland of een lid-staat: afdeling 4 van hoofdstuk 6 , indien het broedeieren betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 9 , indien het sperma betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 10 , indien het embryo's betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 11 , indien het eicellen betreft; 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.44#
2.44
Artikel 2.47#
2.47
Artikel 2.44 — Artikel 2.44#
Artikel 2.44 Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.44a — Artikel 2.44a#
Artikel 2.44a Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.45 — Artikel 2.45#
Artikel 2.45 Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.45a — Artikel 2.45a#
Artikel 2.45a Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.46 — Artikel 2.46#
Artikel 2.46 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.47 — Artikel 2.47#
Artikel 2.47 Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.48 — Artikel 2.48#
Artikel 2.48 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.49 — Artikel 2.49#
Artikel 2.49 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.50a#
artikelen 2.50a tot en met 2.50d
Artikel 2.50 — Artikel 2.50#
Artikel 2.50 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.50a — Artikel 2.50a#
Artikel 2.50a Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.50b — Artikel 2.50b#
Artikel 2.50b Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.50c — Artikel 2.50c#
Artikel 2.50c Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.50d — Artikel 2.50d#
Artikel 2.50d Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.50e — Artikel 2.50e#
Artikel 2.50e Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.50f — Artikel 2.50f#
Artikel 2.50f Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.51 — Artikel 2.51#
Artikel 2.51 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.52 — Artikel 2.52#
Artikel 2.52 1 artikel 77, eerste lid, van de wet artikel 2.1, eerste lid, eerste en tweede gedachtenstreepje De verboden, bedoeld in, en in, voor zover deze betrekking hebben op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van dieren of producten, bestemd voor een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag, gelden niet indien: a. de dieren en producten vergezeld gaan van het bewijsstuk genoemd in: artikel 3.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 , indien het runderen betreft; artikel 4.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 , indien het varkens betreft; artikel 5.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 5 , indien het paardachtigen betreft; artikel 6.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 6 , indien het pluimvee en broedeieren betreft; artikel 7.2 van afdeling 2 van hoofdstuk 7 , indien het schapen of geiten betreft; artikel 9.2, onderdeel a of b, van afdeling 2 van hoofdstuk 9 , indien het rundersperma, respectievelijk varkenssperma betreft; artikel 10.2, onderdeel a, van afdeling 2 van hoofdstuk 10 , indien het runderembryo's betreft; b. het bewijsstuk, bedoeld in onderdeel a, is opgesteld en afgegeven in overeenstemming met het EER-Verdrag, volledig is ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2 De in het eerste lid bedoelde bewijsstukken worden afgegeven door de minister. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 2.53 — Artikel 2.53#
Artikel 2.53 artikel 2.52 artikelen 2.54 2.55 Het bewijsstuk, bedoeld in, wordt slechts afgegeven indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek overeenkomstig verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, is gebleken dat voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, deenen aan: a. artikelen 3.3 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 deen, indien het runderen betreft; b. artikelen 4.3 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 deen, indien het varkens betreft; c. artikelen 5.3 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5 deen, indien het paardachtigen betreft; d. artikelen 6.3 6.4 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6 voor zover van toepassing de,of, indien het pluimvee of broedeieren betreft; e. artikelen 7.3 7.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 7 deen, indien het schapen of geiten betreft; f. artikelen 9.3, onderdelen a of b 9.4, onderdeel a, van afdeling 2 van hoofdstuk 9 deen, indien het rundersperma, respectievelijk varkenssperma betreft; g. artikel 10.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 10 , indien het runderembryo's betreft. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.54 — Artikel 2.54#
Artikel 2.54 Noch op grond van regelgeving van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, noch op grond van het EER-Verdrag geldt een verbod om de dieren of producten vanuit Nederland in een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag te brengen. 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 155 16-08-1999 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 01-07-1999
Artikel 2.55 — Artikel 2.55#
Artikel 2.55 artikel 2.53 Indien de partij op grond van het onderzoek, bedoeld in, geschikt is bevonden om anders dan in doorvoer buiten Nederland te worden gebracht, wordt zij onmiddellijk na het onderzoek, langs de kortste weg naar het transportmiddel vervoerd, waarmee zij buiten Nederland zal worden gebracht en wordt zij zo spoedig mogelijk, rechtstreeks, buiten Nederland gebracht. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 2.56 — Artikel 2.56#
Artikel 2.56 artikel 2.1, tweede lid, eerste en tweede gedachtenstreepje artikel 2.57 Het verbod, bedoeld in, voor zover dit betrekking heeft op het brengen in Nederland van dieren uit staten, niet zijnde lid-staten, die partij zijn bij het EER-Verdrag, geldt niet, mits voldaan wordt aan, verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en aan: a. afdeling 3 van hoofdstuk 3 artikel 3.7, eerste lid , met uitzondering van, indien het runderen betreft; b. afdeling 3 van hoofdstuk 4 artikel 4.7, eerste lid , met uitzondering van, indien het varkens betreft; c. afdeling 3 van hoofdstuk 5 , indien het paardachtigen betreft; d. afdeling 3 van hoofdstuk 6 , indien het pluimvee betreft; e. afdeling 3 van hoofdstuk 7 , indien het schapen en geiten betreft; f. artikel 7a.1 van hoofdstuk 7a, indien het gaffelantilopen, herten, muskusherten, dwergherten, giraffen, okapi’s, eeltpotigen, nijlpaarden, pecari’s, neushoorns, tapirs, olifanten en holhoornigen niet zijnde runderen, geiten en schapen betreft; g. afdeling 4 van hoofdstuk 8 , indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, lagomorfen, vogels, fretten, nertsen en vossen betreft. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.57 — Artikel 2.57#
Artikel 2.57 1 artikel 2.35 Er wordt voldaan aan. 2 Voor de toepassing van de artikelen, genoemd in het eerste lid, en van verordening (EU) 2017/625 en daarop gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie worden de staten, niet-zijnde lidstaten, die partij zijn bij het EER-verdrag, aangemerkt als derde landen. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.58 — Artikel 2.58#
Artikel 2.58 artikel 2.1, tweede lid, eerste en tweede gedachtenstreepje artikel 2.59 Het verbod, bedoeld in, voor zover dit betrekking heeft op het brengen in Nederland van producten uit staten, niet zijnde lid-staten, die partij zijn bij het EER-Verdrag, geldt niet, mits voldaan wordt aan, verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en: a. voor zover de producten bestemd zijn voor Nederland of een lid-staat, aan: afdeling 3 van hoofdstuk 6 , indien het broedeieren betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 9 , indien het rundersperma of varkenssperma betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 9 , indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft; afdeling 3 van hoofdstuk 10 , indien het runderembryo's betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 10 , indien het embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft; afdeling 4 van hoofdstuk 11 , indien het eicellen betreft; b. voor zover de producten bestemd zijn voor een derde land of een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag, de betrokken partij vergezeld gaat van een bij die partij behorend origineel document, dat is gesteld in de Nederlandse, Duitse, Franse of Engelse taal, waaruit tenminste de oorsprong van de partij alsmede de bestemming daarvan kan worden afgeleid. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.59 — Artikel 2.59#
Artikel 2.59 Vervallen 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.59a — Artikel 2.59a#
Artikel 2.59a artikel 2.1, tweede lid, vijfde gedachtenstreepje richtlijn 92/65/EEG Het verbod, bedoeld in, voorzover dit betrekking heeft op het brengen in Nederland van producten, genoemd in artikel 1, eerste alinea van, niet zijnde sperma, eicellen, embryo's en broedeieren, uit staten, niet zijnde lid-staten, die partij zijn bij het EER-Verdrag en de producten zijn bestemd voor een lid-staat, een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag dan wel een derde land, geldt niet, mits de betrokken partij voldoet aan de voorschriften van het land van bestemming. 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 155 16-08-1999 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 01-07-1999
Artikel 2.63#
artikelen 2.63
Artikel 2.64#
2.64
Artikel 2.60 — Artikel 2.60#
Artikel 2.60 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.60a — Artikel 2.60a#
Artikel 2.60a Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.61 — Artikel 2.61#
Artikel 2.61 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.62 — Artikel 2.62#
Artikel 2.62 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.63 — Artikel 2.63#
Artikel 2.63 1 artikel 21, eerste lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s Een verzamelcentrum voor varkens of voor runderen wordt voor de toepassing van deze regeling geacht te zijn erkend, indien deze door de Minister is erkend op grond van. 2 artikel 21, vijfde lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s Een verzamelcentrum voor schapen of geiten wordt voor de toepassing van deze regeling geacht te zijn erkend, indien deze door de Minister is erkend op grond van. 3 artikel 21, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s Een verzamelcentrum voor paardachtingen wordt voor de toepassing van deze regeling geacht te zijn erkend, indien deze door de Minister is erkend op grond van. 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 01-01-2018
Artikel 2.64 — Artikel 2.64#
Artikel 2.64 artikelen 3.14 van hoofdstuk 3 4.9 van hoofdstuk 4 5.10 van hoofdstuk 5 7.8 van hoofdstuk 7 Een slachthuis als bedoeld in de,,en, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het voorzien is van een afsluitbare gelegenheid tot opstalling van de slachtdieren met een zodanige capaciteit, dat de voor het slachthuis bestemde partijen in Nederland gebrachte slachtdieren daarin geheel gestald en verzorgd kunnen worden; b. het voorzien is van voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen; c. het zodanig is ingericht en geoutilleerd, dat gewaarborgd is dat de in onderdeel a bedoelde dieren het terrein van het slachthuis niet meer verlaten en alle dieren zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 5 dagen – zaterdagen, zondagen en officieel erkende feestdagen niet meegerekend – na aankomst aldaar op hygiënisch verantwoorde wijze worden geslacht, en d. artikel 114, eerste of tweede lid, van de wet het onder zodanig toezicht van ambtenaren als bedoeld instaat, dat gewaarborgd is dat uitlading, stalling en slachting van de in onderdeel a bedoelde dieren steeds onder dat toezicht plaatsvinden. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 2.65 — Artikel 2.65#
Artikel 2.65 richtlijn 2006/88/EG Deze paragraaf heeft betrekking op het brengen in Nederland van dieren en levende producten als bedoeld in artikel 3, onder 9 en 20, van verordening (EU) 2017/625, met uitzondering van aquacultuurdieren als bedoeld invan de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (Pb L 328). 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 2.66 — Artikel 2.66#
Artikel 2.66 artikel 4 van het Besluit uitvoering verordening officiële controles diergezondheid Als voorschriften als bedoeld inworden aangewezen: a. de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 47, vijfde lid, 50, eerste en derde lid, 56, eerste en vierde lid, 57, eerste lid, en 69, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625; b. artikel 1, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013; c. de artikelen 3, 4, onderdelen a en b, 5, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, en tweede lid, onderdeel a en c, en 6, onderdelen a en b, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/1602; d. de artikelen 2, tweede lid, onderdeel b en c, en 3, eerste lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/1666; e. de artikelen 3, 5, eerste lid, 7, 8, 10, 12, 13, eerste lid, en 14, eerste lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/625; f. artikel 41, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715; g. de artikelen 7, eerste, tweede en derde lid, artikel 9, eerste en tweede lid, artikel 10, eerste en derde, vierde en vijfde lid, en artikel 11, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1793; h. de artikelen 8, derde lid, onderdeel a, en 10, derde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/2122; i. de artikelen 3, eerste lid, 5, 6, 14, 16, eerste en derde lid, 17, tweede lid, 22, vierde lid, 24, 27, eerste en vierde lid, 28, 29, 31, tweede en vierde lid, 32, 35, eerste lid, 36, derde lid, 37, tweede en vijfde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/2124; j. artikel 5, tweede lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/2125; k. de artikelen 3 tot en met 5 van uitvoeringsverordening (EU) 2019/2128. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 2.67 — Artikel 2.67#
Artikel 2.67 1 De minister wijst grenscontroleposten aan als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625. 2 De minister kan andere controlepunten aanwijzen als bedoeld in artikel 53, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625. 3 Aanwijzingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden ingetrokken of worden geschorst, ter uitvoering van artikel 62 en 63 van de verordening (EU) 2017/62. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 artikel 1.1 Onverminderdwordt in dit hoofdstuk verstaan onder: runderen : runderen, de soorten Bison bison en Bubalus bubalus daaronder begrepen; slachtrunderen : runderen die kennelijk bestemd zijn om te worden geslacht; fok- en gebruiksrunderen : runderen, niet zijnde slachtrunderen, die kennelijk bestemd zijn voor de fokkerij, voor de melk- en vleesproductie of die als trekkracht worden gebruikt of die bestemd zijn voor tentoonstellingen en manifestaties, culturele en sportieve manifestaties daarvan uitgezonderd; paspoort verordening 1760/2000/EG verordening 1760/2000/EG : document dat is opgesteld en afgegeven in overeenstemming met artikel 6 vanen met de op basis van artikel 10 vanvastgestelde voorschriften. beslag : op een bedrijf als een afzonderlijke epidemiologische eenheid gehouden rund of groep runderen met dien verstande dat wanneer er meerdere beslagen op een bedrijf zijn elk beslag een afzonderlijke epidemiologische eenheid vormt met eenzelfde gezondheidsstatus; handelaar artikel 3.15 : natuurlijke of rechtspersoon die al dan niet rechtstreeks runderen voor handelsdoeleinden koopt en verkoopt, een regelmatige omzetsnelheid heeft en die de runderen uiterlijk 30 dagen na aankoop doorverkoopt of van de ene bedrijfsruimte naar de andere, waarvan hij geen eigenaar is, verplaatst en voldoet aan; blokperiode : tijdseenheid van maximaal 144 uur te rekenen vanaf het tijdstip van eerste verzameling op een verzamelcentrum dan wel, indien een verzamelcentrum beschikt over meerdere epidemiologische eenheden, te rekenen vanaf het tijdstip van eerste verzameling in een epidemiologische eenheid; eerste verzameling : eerste aanvoer van runderen op een verzamelcentrum nadat deze is ontvolkt, gereinigd en ontsmet dan wel, indien een verzamelcentrum beschikt over meerdere epidemiologische eenheden, eerste aanvoer van runderen op een epidemiologische eenheid nadat deze is ontvolkt, gereinigd en ontsmet; aanbieder : exploitant, eigenaar of diens vertegenwoordiger van een verzamelcentrum; epidemiologische eenheid: fysiek volledig afgescheiden stalruimte op een runderverzamelcentrum voor de huisvesting van een afzonderlijk beslag zodat geen contact met de overige op het verzamelcentrum aanwezige beslagen mogelijk is en die alleen via een eigen hygiënesluis te betreden is. Ingeval er meerdere epidemiologische eenheden op een runderverzamelcentrum zijn ondergebracht is elke epidemiologische eenheid ook fysiek volledig van de overige epidemiologische eenheden afgescheiden; hygiënesluis: ruimte die zodanig gesitueerd is dat zij gepasseerd moet worden voordat een epidemiologische eenheid op een runderverzamelcentrum betreden kan worden. 2 afdeling 6 artikel 3.15, tweede lid In het eerste lid wordt voor de toepassing vanin de begripsomschrijvingen van blokperiode, epidemiologische eenheid, eerste verzameling en aanbieder onder ‘verzamelcentrum’ mede verstaan: de bedrijfsruimte, bedoeld in. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 3.1a — Artikel 3.1a#
Artikel 3.1a De vervoerder van runderen voldoet aan artikel 12, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtestreepje, en derde lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG. 2008 190 01-10-2008 26-09-2008 TRCJZ/2008/2676 2008 190 01-10-2008 26-09-2008 TRCJZ/2008/2676 01-01-2009
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a richtlijn 64/432/EEG Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van runderen, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, vanvoor de desbetreffende soort runderen is voorgeschreven. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat voldaan wordt aan: a. richtlijn 64/432/EEG artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b en d, van; b. richtlijn 64/432/EEG artikel 4, eerste en tweede lid, van; c. richtlijn 64/432/EEG artikel 5, eerste lid, van; d. artikel 6, eerste en tweede lid, onderdelen a, b, c, en d, van richtlijn 64/432/EEG, indien het fok- of gebruiksrunderen betreft, met dien verstande dat: - richtlijn 64/432/EEG de in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, vanbedoelde intradermale tuberculinatie niet is vereist; - richtlijn 64/432/EEG de in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, vanbedoelde serumagglutinatietest niet is vereist, en - richtlijn 64/432/EEG de in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, vanbedoelde test niet is vereist en e. richtlijn 64/432/EEG artikel 6, derde lid, van, indien het slachtrunderen betreft; f. de voorwaarden uit bijlage VIII, hoofdstuk D, van verordening (EG) nr. 999/2001. 2 richtlijn 64/432/EEG artikel 43 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, aanhef, en van artikel 6, eerste lid, eerste gedachte-streepje, tweede alinea, van, en onverminderdis het toegestaan fokrunderen, die via een erkend runderverzamelcentrum buiten Nederland gebracht worden en bestemd zijn voor een derde land, voor een periode van ten hoogste 30 dagen op voornoemd erkend runderverzamelcentrum bijeen te brengen. 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 06-10-2009
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 artikel 3.3 artikel 2.5 Onverminderd, is op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken dat: a. indien de runderen verblijven op een verzamelcentrum: artikel 23 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s dit centrum voldoet aanen is erkend; richtlijn 64/432/EEG de runderen voldoen aan artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van; artikel 3.2 hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in; b. indien de runderen zijn aangekocht bij een handelaar: artikel 3.15, eerste lid artikel 3.15, eerste lid deze handelaar voldoet aan, en uit dien hoofde is erkend overeenkomstig; richtlijn 64/432/EEG de runderen voldoen aan artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van; artikelen 3.15, tweede lid 3.17, tweede lid artikel 3.15 tweede lid artikel 3.2 voor zover van toepassing, de bedrijfsruimte van de handelaar voldoet aan de, en, en uit dien hoofde is erkend overeenkomstig; – hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in; c. indien de vervoersafstand meer dan 50 km bedraagt: de runderen worden vervoerd door een vervoerder waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 10 of artikel 11 van verordening (EG) 1/2005; artikel 3.2 hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in. d. artikel 3.13c, eerste lid artikel 3.13, tweede lid indien de runderen zijn aangekocht op een bedrijf waarop fok- en gebruiksrunderen zijn binnengebracht afkomstig uit derde landen, deze fok- en gebruiksrunderen overeenkomstig, aan het beslag zijn toegevoegd dan wel gedurende een periode van 30 dagen te rekenen vanaf de dag waarop de fok- en gebruiksrunderen op het bedrijf zijn binnengebracht overeenkomstig, afgezonderd worden gehouden van de op dat bedrijf aanwezige dieren; e. richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG artikel 3.2 in voorkomend geval, de runderen voldoen aan de met betrekking tot de in bijlage E (II) vanvermelde ziekten gestelde aanvullende garanties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10, tweede lid, vanen hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in. 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 06-10-2009
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 Besluit identificatie en registratie van dieren verordening 1760/2000 De runderen zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig het bij of krachtens hetbepaalde en gaan, voor zover de runderen bestemd zijn voor een lidstaat zonder een door de Europese Commissie op grond van artikel 5, tweede alinea, vanerkend gegevensuitwisselingssysteem dan wel via het grondgebied van een dergelijke lidstaat naar een derde land worden gebracht, vergezeld van een paspoort. 2020 9981 20-02-2020 12-02-2020 WJZ/19108100 2020 9981 20-02-2020 12-02-2020 WJZ/19108100 21-02-2020
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 1 richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG Indien een partij is verzonden vanuit een lidstaat en bestemd is voor Nederland of een lidstaat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, vanvoor de desbetreffende soort runderen is voorgeschreven, met dien verstande dat indien de partij bestemd is voor een lidstaat, in voorkomend geval, uit het gezondheidscertificaat blijkt dat, voldaan wordt aan de met betrekking tot de in bijlage E (II) vanvermelde ziekten gestelde aanvullende garanties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10, tweede lid, van. 2 artikel 3.7, derde lid richtlijn 64/432/EEG Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid, gaat, indien een partij is verzonden vanuit een lidstaat en via een verzamelcentrum, als bedoeld in, in Nederland is binnengebracht en bestemd is voor een lidstaat, vergezeld van een tweede certificaat, als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van, dat vanaf het verzamelcentrum gedurende het vervoer naar de plaats waar de partij buiten Nederland wordt gebracht, is gehecht aan het gezondheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid. 2008 250 24-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/3318 2008 250 24-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/3318 26-12-2008
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 1 Indien een partij is bestemd voor Nederland of voor een Lidstaat komt de partij tot de plaats van bestemming respectievelijk tot de plaats waar de partij buiten Nederland wordt gebracht niet in aanraking met andere evenhoevige dieren die niet over dezelfde gezondheidsstatus beschikken. Fok- en gebruiksrunderen komen tot de plaats van bestemming respectievelijk tot de plaats waar zij de buiten Nederland worden gebracht eveneens niet in aanraking met slachtrunderen. 2 richtlijn 64/432/EEG De in het eerste lid bedoelde partij wordt vervoerd in een vervoermiddel dat voldoet aan artikel 4, tweede lid, van. 3 artikel 2.63, eerste lid Indien een partij via een verzamelcentrum in Nederland wordt binnengebracht, vindt zulks plaats in een overeenkomstig, erkend verzamelcentrum. 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 06-10-2009 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3.7a — Artikel 3.7a#
Artikel 3.7a 1 verordening 1760/2000 Indien een partij is verzonden vanuit een lidstaat zonder een door de Europese Commissie op grond van artikel 5, tweede alinea, vanerkend gegevensuitwisselingssysteem en bestemd is voor Nederland gaan de runderen tot en met de ontvangst door de ontvanger vergezeld van een paspoort. 2 verordening 1760/2000 Indien een partij is verzonden vanuit een lidstaat zonder een door de Europese Commissie op grond van artikel 5, tweede alinea, vanerkend gegevensuitwisselingssysteem en bestemd is voor een lidstaat gaan de runderen tijdens het vervoer naar de plaats waar zij weer buiten Nederland worden gebracht, vergezeld van een paspoort. 3 Besluit identificatie en registratie van dieren De ontvanger plaatst zijn handtekening in het paspoort en zendt het paspoort, in voorkomend geval nadat onderzoek, voorgeschreven in verordening (EU) 2017/625 of daarop gebaseerde EU-verordeningen of EU-besluiten heeft plaatsgevonden, in overeenkomstig het krachtens hetbepaalde. 2020 9981 20-02-2020 12-02-2020 WJZ/19108100 2020 9981 20-02-2020 12-02-2020 WJZ/19108100 21-02-2020
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 Vervallen 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 09-04-2004
Artikel 3.9 — Artikel 3.9#
Artikel 3.9 Vervallen 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 09-04-2004
Artikel 3.10 — Artikel 3.10#
Artikel 3.10 Vervallen 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 09-04-2004
Artikel 3.11 — Artikel 3.11#
Artikel 3.11 Vervallen 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 09-04-2004
Artikel 3.12 — Artikel 3.12#
Artikel 3.12 Vervallen 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 09-04-2004
Artikel 3.12a — Artikel 3.12a#
Artikel 3.12a Vervallen 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 01-07-1999
Artikel 3.13 — Artikel 3.13#
Artikel 3.13 1 richtlijn 2004/68/EG Een partij runderen is afkomstig uit een derde land dat voorkomt op een krachtens artikel 3, eerste lid, vanvastgestelde lijst. 2 richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG Het in het eerste lid bedoelde derde land biedt de in artikel 7 vangegeven garanties en de partij runderen voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vanvastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, tenzij krachtens artikel 8 vanspecifieke bepalingen zijn vastgesteld, in welk geval die gelden. 3 richtlijn 2004/68/EG Een partij runderen gaat vergezeld van een veterinair certificaat als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van. 4 richtlijn 2004/68/EG Een partij runderen voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 13 vanvastgestelde uitvoeringsbepalingen. 5 verordening (EG) nr. 999/2001 Onverminderd het derde lid is met betrekking tot de partij voldaan aan bijlage IX, hoofdstuk B, van. 2008 250 24-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/3318 2008 250 24-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/3318 26-12-2008
Artikel 3.13a — Artikel 3.13a#
Artikel 3.13a Vervallen 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 3.13b — Artikel 3.13b#
Artikel 3.13b Vervallen 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 3.13c — Artikel 3.13c#
Artikel 3.13c 1 In Nederland gebrachte en voor Nederland bestemde fok- en gebruiksrunderen worden rechtstreeks naar het bedrijf van bestemming vervoerd en aan het beslag op het bedrijf van bestemming toegevoegd nadat de voor dat bedrijf verantwoordelijke dierenarts heeft geconstateerd dat deze runderen geen bedreiging vormen voor de gezondheidsstatus van dat bedrijf. 2 Runderen afkomstig uit derde landen mogen, behoudens wanneer de in het eerste lid bedoelde runderen bij aankomst op het bedrijf van bestemming terstond ten genoege van de officiële dierenarts op zodanige wijze afgezonderd worden gehouden van reeds op dat bedrijf aanwezige dieren zodat ieder contact tussen de betrokken runderen en de overige op dat bedrijf aanwezige dieren is uitgesloten, gedurende een periode van 30 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid bedoelde runderen op het bedrijf van bestemming zijn binnengebracht, niet van het bedrijf worden afgevoerd, behoudens de rechtstreekse afvoer naar een in Nederland gelegen slachthuis. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op runderen, afkomstig uit derde landen, die zijn bestemd voor dierentuinen, pretparken, wildparken en jachtgebieden. 4 Runderen die binnen Nederland worden gebracht, worden per vervoerseenheid rechtstreeks vervoerd naar en afgeleverd op één bedrijf van bestemming. 5 Het vierde lid is niet van toepassing ingeval runderen rechtstreeks worden vervoerd naar een lidstaat of derde land. 6 In Nederland gebrachte fok- en gebruiksrunderen, bestemd voor een Lidstaat, worden zo snel mogelijk naar de Lidstaat van bestemming vervoerd en gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 50, tweede lid, artikel 56, derde, onderdeel b, en het vijfde lid, en artikel 58 van verordening (EU) 2017/625. 2020 25447 06-05-2020 28-04-2020 WJZ/18205482 2020 25447 06-05-2020 28-04-2020 WJZ/18205482 01-07-2020
Artikel 3.14 — Artikel 3.14#
Artikel 3.14 In Nederland gebrachte slachtrunderen, bestemd voor Nederland, worden: indien het slachtrunderen betreft die afkomstig zijn uit een lid-staat, rechtstreeks vervoerd naar en onmiddellijk geslacht in een slachthuis dan wel indien het slachtrunderen betreft die afkomstig zijn uit een lid-staat, rechtstreeks vervoerd naar een erkend runderverzamelcentrum en vervolgens rechtstreeks vervoerd naar een slachthuis. 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 06-10-2009
Artikel 3.15 — Artikel 3.15#
Artikel 3.15 1 richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG Een handelaar wordt door de minister slechts erkend indien: -voldaan wordt aan artikel 13, eerste lid, onderdelen a, en b, vanen voor zover van toepassing aan artikel 13, eerste lid, onderdeel c van; -voor zover van toepassing, zijn bedrijfsruimte voldoet aan het bepaalde in het tweede lid. 2 artikelen 21, eerste lid 23 43 tot en met 46 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s onderdeel 2 van bijlage 1 Elke bedrijfsruimte die door een handelaar beroepshalve wordt gebruikt, staat onder toezicht van de ambtenaren en wordt door de minister slechts erkend en geregistreerd in een register indien voldaan wordt aan de in de,enmet betrekking tot voor verzamelplaatsen voor runderen gestelde eisen, met dien verstande dat in afwijking vanbij deze regeling de bedrijfsruimte deel kan uitmaken van een bedrijf waar runderen en pluimvee zijn gehuisvest, doch waarbij de voor handelsdoeleinden bestemde beslagen in een epidemiologische eenheid gescheiden worden gehouden van de door de handelaar op zijn bedrijf gehouden niet voor handelsdoeleinden bestemde beslagen, zodanig dat geen enkel contact tussen deze beslagen mogelijk is. 2016 3917 28-01-2016 26-01-2016 WJZ/16009052 2016 3917 28-01-2016 26-01-2016 WJZ/16009052 01-04-2016
Artikel 3.16 — Artikel 3.16#
Artikel 3.16 Vervallen 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 08-06-2001 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3.17 — Artikel 3.17#
Artikel 3.17 Vervallen 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 08-06-2001 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3.18 — Artikel 3.18#
Artikel 3.18 Vervallen 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 08-06-2001 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3.19 — Artikel 3.19#
Artikel 3.19 Vervallen 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 2001 109 11-06-2001 08-06-2001 TRCJZ/2001/8357 08-06-2001 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 artikel 1.1 Onverminderdwordt in dit hoofdstuk verstaan onder: slachtvarkens: varkens die kennelijk bestemd zijn om te worden geslacht; fok- en gebruiksvarkens: varkens, niet zijnde slachtvarkens, die kennelijk bestemd zijn voor de fokkerij, voor de vleesproductie of die bestemd zijn voor tentoonstellingen en manifestaties, culturele en sportieve manifestaties daarvan uitgezonderd; beslag: op een bedrijf als een afzonderlijke epidemiologische eenheid gehouden varken of groep varkens met dien verstande dat wanneer er meerdere beslagen op een bedrijf zijn elk beslag een afzonderlijke eenheid vormt met eenzelfde gezondheidsstatus; handelaar: artikel 4.10 natuurlijke of rechtspersoon die al dan niet rechtstreeks varkens voor handelsdoeleinden koopt en verkoopt, een regelmatige omzetsnelheid heeft en die de varkens uiterlijk 30 dagen na aankoop doorverkoopt of van de ene bedrijfsruimte naar de andere, waarvan hij geen eigenaar is, verplaatst en voldoet aan; varkensverzamelcentrum: artikel 21, eerste lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s varkensverzamelcentrum dat op grond vanerkend is. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 4.1a — Artikel 4.1a#
Artikel 4.1a De vervoerder van varkens voldoet aan artikel 12, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtestreepje, en derde lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG. 2008 190 01-10-2008 26-09-2008 TRCJZ/2008/2676 2008 190 01-10-2008 26-09-2008 TRCJZ/2008/2676 01-01-2009
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van varkens, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, vanvoor de desbetreffende soort varkens is voorgeschreven, met dien verstande dat ter zake van het gezondheidscertificaat voor fok- en gebruiksvarkens de verklaring in paragraaf V, onderdeel b, eerste gedachtenstreepje, van bijlage F, vanvervalt. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat voldaan wordt aan: a. richtlijn 64/432/EEG artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b en d, van; b. richtlijn 64/432/EEG artikel 4, eerste en tweede lid, van; c. richtlijn 64/432/EEG artikel 5, eerste lid, vanen d. richtlijn 64/432/EEG artikel 6, eerste lid, van, indien het fok- of gebruiksvarkens betreft. 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 05-08-2004
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 artikel 4.3 artikel 2.5 Onverminderd. is op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken dat: a. indien de varkens zijn aangekocht op een verzamelcentrum: richtlijn 64/432/EEG de varkens voldoen aan artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van; artikel 4.2 hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in; b. indien de varkens zijn aangekocht bij een handelaar: artikel 4.10 artikel 4.10 deze handelaar voldoet aanen uit dien hoofde overeenkomstigis erkend; richtlijn 64/432/EEG de varkens voldoen aan artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van; artikel 4.2 hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in; c. indien de vervoersafstand meer dan 50 km bedraagt: de varkens worden vervoerd door een vervoerder waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 10 of artikel 11 van verordening (EG) nr. 1/2005; artikel 4.2 hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in; d. artikel 4.8b, eerste lid artikel 4.8b, tweede lid indien de varkens zijn aangekocht op een bedrijf waarop fok- en gebruiksvarkens zijn binnengebracht afkomstig uit derde landen, deze fok- en gebruiksvarkens overeenkomstig, aan het beslag zijn toegevoegd dan wel gedurende een periode van 30 dagen te rekenen vanaf de dag waarop de fok- en gebruiksvarkens op het bedrijf zijn binnengebracht overeenkomstig, afgezonderd worden gehouden van de op dat bedrijf aanwezige dieren; e. vervallen; f. artikel 1, eerste lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s de varkens niet worden vervoerd in een vervoermiddel, als bedoeld in, waarmee kennelijk varkens zijn of zullen worden vervoerd, tenzij dit vervoermiddel voldoet aan genoemde regeling; g. richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG artikel 4.2 in voorkomend geval, de varkens voldoen aan de met betrekking tot de in bijlage E (II) vanvermelde ziekten gestelde aanvullende garanties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10, tweede lid, vanen hiervan aantekening is gemaakt op het gezondheidscertificaat, bedoeld in. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 05-01-2007
Artikel 4.4a — Artikel 4.4a#
Artikel 4.4a Vervallen 2008 190 01-10-2008 26-09-2008 TRCJZ/2008/2676 2008 190 01-10-2008 26-09-2008 TRCJZ/2008/2676 01-01-2009
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 Besluit identificatie en registratie van dieren De varkens zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig het bij of krachtens hetbepaalde. 1997 244 18-12-1997 17-12-1997 J.9713604 1997 753 30-12-1997 19-12-1997 31-12-1997 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit identificatie en registratie van dieren in werking treedt.
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG richtlijn 64/432/EEG Indien een partij is verzonden vanuit een lidstaat en bestemd is voor Nederland of een lidstaat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, vanvoor de desbetreffende soort varkens is voorgeschreven, met dien verstande dat, indien de partij bestemd is voor een Lid- Staat, in voorkomend geval, uit het gezondheidscertificaat blijkt dat voldaan wordt aan de met betrekking tot de in bijlage E (II) vanvermelde ziekten gestelde aanvullende garanties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10, tweede lid, van. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 05-01-2007
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 Indien een partij is bestemd voor Nederland of voor een Lidstaat komt de partij tot de plaats van bestemming respectievelijk tot de plaats waar de partij buiten Nederland wordt gebracht niet in aanraking met andere evenhoevige dieren die niet over dezelfde gezondheidsstatus beschikken. 2 richtlijn 64/432/EEG De in het eerste lid bedoelde partij wordt vervoerd in een vervoermiddel dat voldoet aan artikel 4, tweede lid, van. 3 artikel 4.6, eerste lid Het binnen Nederland brengen van varkens als bedoeld in, kan plaatsvinden via een varkensverzamelcentrum. 2002 162 26-08-2002 23-08-2002 TRCJZ/2002/8648 2002 162 26-08-2002 23-08-2002 TRCJZ/2002/8648 28-08-2002
Artikel 4.7a — Artikel 4.7a#
Artikel 4.7a Vervallen 1999 135 19-07-1999 15-07-1999 TRCJZ/1999/7172 1999 135 19-07-1999 15-07-1999 TRCJZ/1999/7172 19-07-1999
Artikel 4.7b — Artikel 4.7b#
Artikel 4.7b 1 Indien varkens bijeen worden gebracht op een erkend varkensverzamelcentrum dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. artikel 41 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s de aanbieder van de varkens stelt de NVWA overeenkomstigvoorafgaand aan de aanvoer op het varkensverzamelcentrum door middel van een daartoe verstrekt aanvraagformulier in kennis van de voorgenomen aanvoer; b. de minister heeft de aanbieder niet schriftelijk in kennis gesteld tegen de aanvoer bezwaar te hebben. 2 Indien de varkens bijeen worden gebracht ten behoeve van de export dient tevens te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er is voldaan aan artikel 3, tweede lid, onderdelen b, c en d, en artikel 4 van richtlijn nr. 64/432/EEG, en b. voorzover de varkens fok- en gebruiksvarkens zijn, hebben de varkens ten minste 30 dagen vóór aanvoer op het varkensverzamelcentrum, of, ingeval de varkens minder dan 30 dagen oud zijn, sinds de geboorte op het bedrijf van herkomst verbleven. 2013 8212 02-04-2013 21-03-2013 WJZ/13032153 2013 8212 02-04-2013 21-03-2013 WJZ/13032153 03-04-2013
Artikel 4.7c — Artikel 4.7c#
Artikel 4.7c artikel 41 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s In afwijking vanstelt de aanbieder van varkens afkomstig uit een andere lidstaat de NVWA uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de aanvoer op het varkensverzamelcentrum schriftelijk in kennis van de aanvoer van die varkens onder vermelding van de aanvoerdatum, de categorie varkens, het aantal varkens en het bestemmingsadres van de varkens. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 1 richtlijn 2004/68/EG Een partij varkens is afkomstig uit een derde land dat voorkomt op een krachtens artikel 3, eerste lid, vanvastgestelde lijst. 2 richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG Het in het eerste lid bedoelde derde land biedt de in artikel 7 vangegeven garanties en de partij varkens voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vanvastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, tenzij krachtens artikel 8 vanspecifieke bepalingen zijn vastgesteld, in welk geval die gelden. 3 richtlijn 2004/68/EG Een partij varkens gaat vergezeld van een veterinair certificaat als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van. 4 richtlijn 2004/68/EG Een partij varkens voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 13 vanvastgestelde uitvoeringsbepalingen. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 4.8a — Artikel 4.8a#
Artikel 4.8a Vervallen 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 4.8b — Artikel 4.8b#
Artikel 4.8b 1 In Nederland gebrachte en voor Nederland bestemde fok- en gebruiksvarkens worden rechtstreeks naar het bedrijf van bestemming vervoerd en aan het beslag op het bedrijf van bestemming toegevoegd nadat de voor dat bedrijf verantwoordelijke dierenarts heeft geconstateerd dat deze varkens geen bedreiging vormen voor de gezondheidsstatus. 2 Behoudens wanneer de in het eerste lid bedoelde varkens bij aankomst op het bedrijf van bestemming terstond ten genoegen van de officiële dierenarts op zodanige wijze afgezonderd worden gehouden van reeds op dat bedrijf aanwezige dieren zodat ieder contact tussen de betrokken varkens en de overige op dat bedrijf aanwezige dieren is uitgesloten, mogen gedurende een periode van 30 dagen te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid bedoelde varkens op het bedrijf van bestemming zijn binnengebracht geen dieren van het bedrijf worden afgevoerd, behoudens de rechtstreekse afvoer naar een in Nederland gelegen slachthuis. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op varkens, afkomstig uit derde landen, die zijn bestemd voor dierentuinen, pretparken, wildparken en jachtgebieden. 4 In Nederland gebrachte fok- en gebruiksvarkens, bestemd voor een lidstaat, worden zo snel mogelijk naar de Lidstaat van bestemming vervoerd en gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 50, tweede lid, artikel 56, derde, onderdeel b, en het vijfde lid, en artikel 58 van verordening (EU) 2017/625. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 In Nederland gebrachte slachtvarkens, bestemd voor Nederland, worden rechtstreeks vervoerd naar en geslacht in een slachthuis. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 richtlijn 64/432/EEG Een handelaar wordt door de minister slechts erkend indien voldaan wordt aan artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b van. 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 01-07-1999
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 artikel 1.1 Onverminderd, wordt in dit hoofdstuk verstaan onder: richtlijn nr. 2009/156/EG: PbEU L 192 richtlijn nr. 2009/156/EG van de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (); Verordening (EU) nr. 262/2015: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 262/2015 van de Commissie van 17 februari 2015 tot vaststelling van voorschriften overeenkomstig de Richtlijnen 90/427/EEG en 2009/156/EG van de Raad met betrekking tot de methoden voor de identificatie van paardachtigen (verordening paardenpaspoort) (PbEU 2015 L 59/1); identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 262/2015. 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 2018 59100 22-10-2018 17-10-2018 WJZ/18034451 01-11-2018
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 1 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van paardachtigen, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld: a. het identificatiedocument, vergezeld van de verklaring met betrekking tot de gezondheid, bedoeld in bijlage II van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het geregistreerde paarden betreft; b. het identificatiedocument vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het fok en gebruikspaarden betreft; c. het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het slachtpaarden betreft; 2 Indien aan paardachtigen diergeneesmiddelen zijn toegediend die allyltrenbolon of ß-agonisten bevatten en de dieren binnen de wachttermijn worden verhandeld, zijn op de documenten bedoeld in het eerste lid, aard en datum van de behandeling vermeld. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat: a. voldaan wordt aan artikel 4, eerste tot en met derde en vijfde lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG, en b. dat de paardachtigen niet afkomstig zijn van het grondgebied of een deel van het grondgebied van Nederland waarvoor in verband met paardepest beperkende maatregelen gelden, of c. indien de paardachtigen afkomstig zijn van het grondgebied of een deel van het grondgebied van Nederland waarvoor in verband met paardepest beperkende maatregelen gelden, voldaan wordt aan artikel 5, vijfde lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 artikel 5.3 Indien gebleken is dat slachtpaarden voldoen aanworden zij zonodig van een merk voorzien. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 1 artikel 2.15 Onverminderdmoeten de paardachtigen zo spoedig mogelijk, rechtstreeks dan wel via een erkend paardenverzamelcentrum, van het bedrijf van herkomst naar de plaats van bestemming worden vervoerd. 2 artikel 2.11 Onverminderdworden de paardachtigen vervoerd overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG. 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 01-01-2018
Artikel 5.6 — Artikel 5.6#
Artikel 5.6 Geregistreerde paarden en fok- en gebruikspaarden zijn geïdentificeerd door middel van het identificatiedocument. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 01-01-2004
Artikel 5.7 — Artikel 5.7#
Artikel 5.7 1 Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van: a. het identificatiedocument, vergezeld van de verklaring met betrekking tot de gezondheid, bedoeld in bijlage II van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het geregistreerde paarden betreft; b. het identificatiedocument vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het fok en gebruikspaarden betreft; c. het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het slachtpaarden betreft. 2 Indien aan de partij diergeneesmiddelen zijn toegediend die allyltrenbolon of ß-agonisten bevatten en de partij binnen de wachttermijn wordt verhandeld, zijn op de documenten bedoeld in het eerste lid, aard en datum van de behandeling vermeld. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 5.8 — Artikel 5.8#
Artikel 5.8 1 De partij paardachtigen is afkomstig uit een derde land of een deel van een derde land dat voorkomt op een krachtens artikel 12, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG vastgestelde lijst en voldoet, voor zover van toepassing, aan de voor dat land krachtens artikel 12, vierde lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG vastgestelde speciale invoervoorwaarden. 2 De partij paardachtigen voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 12, derde lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG voor diergezondheidsdoeleinden vastgestelde lijsten en gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 12, derde lid, van richtlijn nr. 2009/156/EG. 3 De partij paardachtigen gaat vergezeld van een certificaat als bedoeld in artikel 16 van richtlijn nr. 2009/156/EG, met dien verstande dat, indien de partij bestemd is voor Zweden, uit het certificaat blijkt dat is voldaan aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot de invoer van dieren uit landen die tegen mond- en klauwzeer inenten. 4 richtlijn 96/22/EG Aan de partij paardachtigen zijn geen stoffen toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, vanniet aan paardachtigen mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan. Indien aan de partij diergeneesmiddelen zijn toegediend die allyltrenbolon of [bèta]-agonisten bevatten, en de partij binnen de wachttermijn wordt verhandeld, zijn op de documenten, bedoeld in het derde lid, aard en datum van de behandeling vermeld. 5 richtlijn nr. 2009/156/EG De partij paardachtigen voldoet, voor zover van toepassing, aan de bijzondere voorwaarden, gesteld in een krachtens artikel 19, onderdeel a, b, c, of d, vanvastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel. 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 30-11-2019
Artikel 5.8a — Artikel 5.8a#
Artikel 5.8a Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 5.8b — Artikel 5.8b#
Artikel 5.8b In Nederland gebrachte paardachtigen worden zo spoedig mogelijk, rechtstreeks dan wel via een erkend paardenverzamelcentrum naar de plaats van bestemming vervoerd. 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 01-01-2018
Artikel 5.9 — Artikel 5.9#
Artikel 5.9 Vervallen 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 01-01-2004
Artikel 5.10 — Artikel 5.10#
Artikel 5.10 Vervallen 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 2017 49772 05-09-2017 27-08-2017 WJZ/17125355 01-01-2018
Artikel 5.10a — Artikel 5.10a#
Artikel 5.10a Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 artikel 1.1 Onverminderdwordt in dit hoofdstuk verstaan onder: richtlijn nr. 2009/158/EG: PbEU L 343 richtlijn nr. 2009/158/EG van de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (); dierenarts: degene die krachtens de Wet op het wetenschappelijk onderwijs de hoedanigheid van dierenarts heeft verkregen; bevoegde dierenarts: richtlijn 2009/158/EG dierenarts die door de Minister is belast met het uitvoeren van een aantal uitvoortvloeiende taken; eendagskuikens: pluimvee dat nog geen 72 uur oud is en dat, met uitzondering van muskuseenden (Cairina moschata) of kruisingen daarvan, nog niet is gevoerd; fokpluimvee: pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd voor de produktie van broedeieren; gebruikspluimvee: pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd om te worden opgefokt voor de produktie van vlees of van voor consumptie bestemde eieren of om in het wild te worden uitgezet; slachtpluimvee: pluimvee dat rechtstreeks naar het slachthuis wordt gevoerd om daar zo snel mogelijk, doch uiterlijk 72 uur na aankomst, te worden geslacht; inrichting: voorziening of deel van een voorziening die, onderscheidenlijk dat, zich: 1. indien behorend tot een fokbedrijf, toelegt op de produktie van broedeieren, bestemd voor de produktie van fokpluimvee; 2. indien behorend tot het vermeerderingsbedrijf, toelegt op de produktie van broedeieren, bestemd voor de produktie van gebruikspluimvee; 3. indien behorend tot het opfokbedrijf voor fokpluimvee, toelegt op het opfokken van fokpluimvee tot het voortplantingsstadium en indien behorend tot het opfokbedrijf voor legpluimvee, toelegt op het opfokken van legkippen tot het legstadium; 4. indien behorend tot de kuikenbroederij, toelegt op het inleggen en uitbroeden van broedeieren en het afleveren van eendagskuikens; beschikking 2003/644/EG: beschikking (EG) nr. 2003/644 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 september 2003 (PbEU L 228) tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van Salmonellae voor de verzending naar Finland en Zweden van vermeerderingspluimvee en van voor vermeerderings- of voor gebruikskoppels bestemde eendagskuikens. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 1 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van pluimvee, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 20 van richtlijn nr. 2009/158/EG voor de desbetreffende soort pluimvee is voorgeschreven. 2 Indien het pluimvee bestemd is voor Finland of Zweden is, voor zover van toepassing, voldaan aan artikel 3, eerste lid, van beschikking 2003/644/EG of artikel 5, eerste lid, van beschikking 2003/644/EG. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat: a. voldaan wordt aan artikel 8 van richtlijn nr. 2009/158/EG, indien het broedeieren betreft; b. voldaan wordt aan artikel 9 van richtlijn nr. 2009/158/EG, indien het eendagskuikens betreft; c. voldaan wordt aan artikel 10 van richtlijn nr. 2009/158/EG, indien het fok- en gebruikspluimvee betreft; d. voldaan wordt aan artikel 11 van richtlijn nr. 2009/158/EG, indien het slachtpluimvee betreft; e. artikel 6.8 de broedeieren, de eendagskuikens en het fok- en gebruikspluimvee afkomstig zijn van een op grond vanerkende inrichting die voldoet aan artikel 6, onderdeel a, onder ii) en iii), van richtlijn nr. 2009/158/EG; f. de broedeieren, de eendagskuikens en het fok- en gebruikspluimvee voldoen aan artikel 6, onderdeel b, van richtlijn nr. 2009/158/EG; g. het vervoer van het pluimvee of de broedeieren plaatsvindt overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van richtlijn nr. 2009/158/EG; h. indien het vervoer van het pluimvee of de broedeieren plaatsvindt naar lid-staten of gebieden van lid-staten waarvan de status ten aanzien van de ziekte van Newcastle op grond van artikel 12, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG door de Europese Commissie is vastgesteld, is voldaan aan artikel 12, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG of aan de op grond van artikel 12, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire maatregelen; i. in voorkomend geval, is voldaan aan de krachtens de artikelen 16 en 17 van richtlijn nr. 2009/158/EG gestelde voorschriften. 2 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer het een partij pluimvee of broedeieren, niet zijnde loopvogels of broedeieren daarvan, betreft van minder dan twintig stuks. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 artikel 6.3, eerste lid, onderdelen b, c, e en f artikel 2.5 artikel 6.3, eerste lid, onderdelen g, h en i In afwijking van, is, indien het pluimvee betreft dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet, op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken dat voldaan wordt aan artikel 12 van richtlijn nr. 2009/158/EG en aan. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 1 artikel 2.5 artikel 6.3, eerste lid, onderdelen h en i Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat, indien het een partij van minder dan 20 stuks betreft voldaan wordt aanen tweede lid en aan artikel 14, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op loopvogels of broedeieren daarvan. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 Indien een partij is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 20 van richtlijn nr. 2009/158/EG voor de desbetreffende soort pluimvee of broedeieren is voorgeschreven. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 6.7 — Artikel 6.7#
Artikel 6.7 1 Pluimvee is en broedeieren zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land dat is geplaatst op een lijst, opgenomen in een krachtens artikel 23, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel. 2 Pluimvee is en broedeieren zijn afkomstig van koppels die voorafgaand aan de verzending gedurende een periode, voorgeschreven bij een krachtens artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel, op een grondgebied van een derde land, of in een deel daarvan, als bedoeld in het eerste lid, hebben verbleven. 3 Pluimvee voldoet en broedeieren voldoen in voorkomend geval aan veterinairrechtelijke voorschriften, gesteld bij een krachtens artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel. 4 Pluimvee gaat en broedeieren gaan vergezeld van een certificaat: a. dat voldoet aan: 1°. artikel 26, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG, en 2°. de eisen, opgenomen in een krachtens artikel 26, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel; b. waaruit, voor zover het pluimvee is of de broedeieren zijn bestemd voor Finland of Zweden, blijkt dat ten minste is voldaan aan de voorschriften die gelden voor de invoer uit lid-staten van pluimvee, onderscheidenlijk broedeieren, in Finland, onderscheidenlijk Zweden. 5 De bestemming van pluimvee en broedeieren is in voorkomend geval toegestaan op grond van een krachtens artikel 28, eerste lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel. 6 Pluimvee wordt en broedeieren en eendagskuikens worden in quarantaine of in afzondering gehouden voor zover dit is bepaald bij een krachtens artikel 28, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel, gedurende een bij die maatregel bepaalde periode. 7 Pluimvee voldoet en broedeieren voldoen in voorkomend geval aan de bepalingen, gesteld bij een krachtens artikel 29 van richtlijn nr. 2009/158/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel. 8 Aan het pluimvee zijn geen stoffen toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van richtlijn 96/22/EG niet aan pluimvee mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden van artikel 11 van voornoemde richtlijn is voldaan. 9 Onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met het zevende lid, voldoen pluimvee en broedeieren aan de voorschriften van verordening (EG) nr. 798/2008 die niet strekken ter uitvoering van de in het eerste tot en met zevende lid genoemde artikelen van richtlijn nr. 2009/158/EG. 10 De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in verordening (EG) nr. 798/2008. 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 2010 16502 18-10-2010 14-10-2010 152940 19-10-2010
Artikel 6.7a — Artikel 6.7a#
Artikel 6.7a Vervallen 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 6.8 — Artikel 6.8#
Artikel 6.8 1 artikel 6.3, eerste lid, onderdeel e Een inrichting als bedoeld in, wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien: a. een volledig ingevulde, ondertekende en gedagtekende aanvraag voor een erkenning bij de NVWA is ingediend, en b. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat: 1) de inrichting voldoet aan bijlage II, onderdeel 1, onder a en e, van richtlijn nr. 2009/158/EG; 2) Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s de ondernemer die de inrichting drijft voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van de; 3) de ondernemer die de inrichting drijft een administratie voert waaruit de gegevens kunnen worden afgeleid die nodig zijn om de bevoegde dierenarts en de keuringsdierenarts in staat te stellen de gezondheidssituatie in de inrichting permanent te volgen; 4) gewaarborgd is, dat de keuringsdierenarts en de bevoegde dierenarts in verband met de door hen in het kader van richtlijn nr. 2009/158/EG uit te oefenen taken, toegang tot de inrichting hebben en aan hen alle medewerking zal worden verleend en alle inlichtingen zullen worden verstrekt, die zij ter uitoefening van deze taken nodig achten. 2 Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister voor bepaalde tijd ingetrokken in de gevallen, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt I, van richtlijn nr. 2009/158/EG. 3 Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister ingetrokken in de gevallen, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt 2, van richtlijn nr. 2009/158/EG. 4 Een erkenning kan, nadat zij door de minister is ingetrokken, opnieuw worden verleend, onder de voorwaarden, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt 3, van richtlijn nr. 2009/158/EG. 5 De minister kan tot het intrekken van de erkenning voor bepaalde tijd dan wel tot intrekking van de erkenning overgaan in het geval, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk III, punt D, van richtlijn nr. 2009/158/EG. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 6.9 — Artikel 6.9#
Artikel 6.9 1 Pluimvee en broedeieren dat, onderscheidenlijk die in Nederland is, onderscheidenlijk zijn gebracht en voor Nederland of een lid-staat is, onderscheidenlijk zijn bestemd, worden vervoerd overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van richtlijn nr. 2009/158/EG. 2 Indien het vervoer van het pluimvee of de broedeieren plaatsvindt in niet voor eenmalig gebruik bestemde containers, dozen en kooien, worden deze containers, dozen en kooien onmiddellijk volgens het door de minister goedgekeurde protocol gereinigd en ontsmet, alvorens zij worden ingeladen onderscheidenlijk nadat zij zijn gelost. 3 artikel 6.10 Pluimvee en broedeieren dat, onderscheidenlijk die via Nederland voor het eerst gebracht worden in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, is, onderscheidenlijk zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land en voor Nederland is, onderscheidenlijk zijn bestemd, worden onmiddellijk en rechtstreeks, onder ambtelijke verzegeling en zonder uit-, bij- of overlading, van de grenscontrolepost naar het bedrijf van bestemming dan wel het inbedoelde slachthuis vervoerd. 4 De verbreking van de in het tweede lid bedoelde verzegeling geschiedt door een ambtenaar. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 6.10 — Artikel 6.10#
Artikel 6.10 verordening (EG) nr. 853/2004 In Nederland gebracht slachtpluimvee, bestemd voor Nederland, wordt zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 72 uur na aankomst op een overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226) erkend slachthuis, zondagen en officieel erkende feestdagen niet meegerekend, geslacht. 2005 249 22-12-2005 12-12-2005 TRCJZ/2005/3649 2005 249 22-12-2005 12-12-2005 TRCJZ/2005/3649 01-01-2006
Artikel 6.11 — Artikel 6.11#
Artikel 6.11 1 De kosten die voortvloeien uit het houden als bedoeld in onderdeel II, onder 1 en 2, van Bijlage VIII, onderscheidenlijk het houden als bedoeld in onderdeel II, onder 2 en 3, van Bijlage IX bij verordening (EG) nr. 798/2008, van ingevoerd fok- en gebruikspluimvee, ingevoerde fok- en gebruiksloopvogels, of van eendagskuikens of ingevoerde broedeieren van de in dit lid bedoelde dieren, komen voor rekening van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde. 2 Indien tijdens de periode, bedoeld in onderdeel II, onder 1, sub a en b, en onder 2, van Bijlage VIII, onderscheidenlijk de periode, bedoeld in onderdeel II, onder 2, sub a en b, en onder 3, van Bijlage IX bij verordening (EG) nr. 798/2008, de ziekte van Newcastle of aviaire influenza uitbreekt onder het in Nederland gebrachte fok- en gebruikspluimvee, de in Nederland gebrachte fok- en gebruiksloopvogels, de eendagskuikens van de in dit lid bedoelde dieren, het pluimvee dat voortkomt onderscheidenlijk de loopvogels die voortkomen uit de in Nederland gebrachte broedeieren, of onder de niet in Nederland gebrachte dieren die de in het eerste lid bedoelde ingevoerde broedeieren hebben gelegd, draagt de eigenaar, houder of hoeder van die dieren onderscheidenlijk broedeieren alle dieren onderscheidenlijk alle broedeieren onmiddellijk aan de ambtenaar ter vernietiging over, waarbij de kosten van de vernietiging voor rekening van de eigenaar, houder of hoeder zijn. 3 De eigenaar, houder of hoeder van het overeenkomstig verordening (EG) nr. 798/2008 in Nederland gebrachte fok- en gebruikspluimvee, de in Nederland gebrachte fok- en gebruiksloopvogels, de eendagskuikens van de in dit lid bedoelde dieren, of het pluimvee dat voortkomt uit de in Nederland gebrachte broedeieren, dat onderscheidenlijk die bij aankomst op het bedrijf van bestemming dan wel tijdens de in het tweede lid bedoelde periode zijn gestorven, stuurt deze dieren, met inachtneming van de door de toezichthoudende ambtenaar gegeven aanwijzingen, naar een naar het oordeel van onze Minister voldoende toegerust laboratorium ten behoeve van onderzoek. 4 De in onderdeel II, onder 1, van Bijlage VIII bij verordening (EG) nr. 798/2008 bedoelde tests worden, voor zover deze betrekking hebben op aviaire influenza of Newcastle disease, uitgevoerd bij Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad. 5 De ondernemer bewaart de testuitslagen van de in het vierde lid bedoelde tests gedurende een periode van drie jaren op zijn bedrijf en legt, op verzoek van een ambtenaar, de desbetreffende uitslagen over. 2016 60676 18-11-2016 11-11-2016 WJZ/16119015 2016 60676 18-11-2016 11-11-2016 WJZ/16119015 01-01-2017
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 artikel 1.1 Onverminderdwordt in dit hoofdstuk verstaan onder: richtlijn 91/68/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46); slachtschapen en -geiten: schapen en geiten, bestemd om hetzij rechtstreeks hetzij via een schapen- of geitenverzamelcentrum naar een slachthuis te worden geleid om daar te worden geslacht; fokschapen en -geiten: schapen en geiten, bestemd om hetzij rechtstreeks hetzij via een schapenverzamelcentrum, voor fok- en gebruiksdoeleinden, naar de plaats van bestemming te worden vervoerd; mestschapen en -geiten: schapen en geiten, bestemd om hetzij rechtstreeks hetzij via een geitenverzamelcentrum naar de plaats van bestemming te worden vervoerd, om te worden vetgemest voor de slacht; schapenverzamelcentrum: artikel 2.63, vierde lid schapenverzamelcentrum dat op grond van, is erkend; geitenverzamelcentrum: artikel 2.63, vierde lid geitenverzamelcentrum dat op grond van, is erkend; handelaar: artikel 7.9 natuurlijke of rechtspersoon die al dan niet rechtstreeks dieren koopt en verkoopt voor handelsdoeleinden, die een omzetsnelheid heeft en die de dieren uiterlijk 29 dagen na aankoop doorverkoopt of verplaatst van de ene bedrijfsruimte naar de andere of rechtstreeks naar een slachthuis waarvan hij geen eigenaar is en die voldoet aan. 2018 53847 28-09-2018 26-09-2018 WJZ/17054192 2018 53847 28-09-2018 26-09-2018 WJZ/17054192 01-10-2018
Artikel 7.1a — Artikel 7.1a#
Artikel 7.1a De vervoerder van schapen of geiten voldoet aan van artikel 8 quater, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtestreepje, en derde lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG. 2008 247 19-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/286 2008 247 19-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/286 01-01-2009 Voorheen art. 7.1*.
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a richtlijn 91/68/EEG Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij schapen of geiten, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 9 vanvoor de desbetreffende soort schapen of geiten is voorgeschreven, met dien verstande dat voor het buiten Nederland brengen van een partij schapen of geiten, bestemd voor staten die partij zijn bij het EER-Verdrag, op vorenbedoeld gezondheidscertificaat niet behoeft te zijn aangegeven of de dieren afkomstig zijn uit of zijn aangekocht in derde landen. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat voldaan wordt aan: a. richtlijn 91/68/EEG de artikelen 3, vijfde lid, 4, eerste, tweede en derde lid, 4 bis, eerste lid, en 4 ter, tweede en derde lid, van; b. richtlijn 91/68/EEG richtlijn 91/68/EEG bijlage A, hoofdstuk 1, punt D, van, indien het fokschapen en -geiten of mestschapen en -geiten betreft die bestemd zijn om in een officieel brucellosevrije schapenhouderij of geitenhouderij, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van, te worden opgenomen; c. richtlijn 91/68/EEG richtlijn 91/68/EEG bijlage A, hoofdstuk 2, punt D, van, indien het fokschapen en -geiten of mestschapen en -geiten betreft die bestemd zijn om in een brucellosevrije schapenhouderij of geitenhouderij, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van, te worden te worden opgenomen; d. richtlijn 91/68/EEG artikel 6 van, indien het fokschapen of -geiten betreft; e. richtlijn 91/68/EEG de algemene of aanvullende garanties, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van; f. richtlijn 91/68/EEG voor zover van toepassing, de artikelen 4 ter, vierde lid, 4 quater, eerste, tweede en derde lid, onderdeel b, van, indien het slachtschapen of -geiten betreft; g. richtlijn 91/68/EEG voor zover van toepassing, artikel 4 quater, derde lid, onderdeel a, van, indien het slachtschapen betreft, met dien verstande dat: 1. richtlijn 91/68/EEG het verzamelcentrum, bedoeld in artikel 4 quater, derde lid, onderdeel a, van, een schapenverzamelcentrum is; 2. richtlijn 91/68/EEG het officiële veterinaire document, bedoeld in artikel 4 quater, derde lid, onderdeel a, onder iii, van, wordt afgegeven door de officiële dierenarts; h. bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.1, onder a, van verordening (EG) nr. 999/2001, indien het fokschapen of -geiten betreft, bestemd voor lidstaten, bedoeld in dat onderdeel; i. bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.1, onder b, van verordening (EG) nr. 999/2001 indien het schapen of geiten betreft, bestemd voor lidstaten, bedoeld in dat onderdeel. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 7.3a — Artikel 7.3a#
Artikel 7.3a artikel 7.3 artikel 2.5 Onverminderdis op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken dat: a. indien de schapen of geiten verblijven op een schapen-, respectievelijk geitenverzamelcentrum: – richtlijn 91/68/EG de schapen of geiten voldoen aan artikel 8 bis, eerste lid, onderdeel e, van, en – artikel 7.2 hiervan aantekening is gemaakt in het gezondheidscertificaat, bedoeld in; b. indien de schapen of geiten aangekocht zijn bij een handelaar: – artikel 7.9, eerste lid artikel 7.9, eerste lid deze handelaar voldoet aan, en uit dien hoofde is erkend overeenkomstig; – richtlijn 91/68/EEG de schapen of geiten voldoen aan artikel 8 ter, eerste lid, onderdeel a, van; – 7.9, tweede lid artikel 7.9, tweede lid voor zover van toepassing, de bedrijfsruimte van de handelaar voldoet aan artikel, en uit dien hoofde is erkend overeenkomstig, en – artikel 7.2 hiervan aantekening is gemaakt in het gezondheidscertificaat, bedoeld in. 2018 53847 28-09-2018 26-09-2018 WJZ/17054192 2018 53847 28-09-2018 26-09-2018 WJZ/17054192 01-10-2018
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 richtlijn 91/68/EEG De schapen of geiten behoeven niet in het kader van een programma tot uitroeiing van in bijlage B, rubriek I, vangenoemde ziekten te worden geruimd. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 7.5 — Artikel 7.5#
Artikel 7.5 Besluit identificatie en registratie van dieren De schapen en geiten zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig het bij of krachtens hetbepaalde. 2009 18241 01-12-2009 26-11-2009 88144 2009 18241 01-12-2009 26-11-2009 88144 01-01-2010
Artikel 7.5a — Artikel 7.5a#
Artikel 7.5a Vervallen 2002 25 05-02-2002 04-02-2002 TRCJZ/2002/2385 2002 25 05-02-2002 04-02-2002 TRCJZ/2002/2385 07-02-2002
Artikel 7.6 — Artikel 7.6#
Artikel 7.6 richtlijn 91/68/EEG Indien een partij is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 9 vanvoor de desbetreffende soort schapen of geiten is voorgeschreven, met dien verstande dat: a. voor het binnen Nederland brengen van een partij schapen of geiten, vanuit staten, niet zijnde lid-staten die partij zijn bij het EER-Verdrag, op vorenbedoeld gezondheidscertificaat niet behoeft te zijn aangegeven of de dieren afkomstig zijn uit of zijn aangekocht in derde landen; b. richtlijn 91/68/EEG wordt voldaan aan de algemene of aanvullende garanties, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van; c. richtlijn 91/68/EEG richtlijn 91/68/EEG voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, artikel 4 ter, derde en vierde lid, artikel 4 quater, derde lid, onderdelen a en b, onder ii, vanen, indien het slachtschapen of -geiten betreft die via een schapen- of geitenverzamelcentrum worden vervoerd, aan artikel 4 quater, derde lid, onderdeel b, onder i, van; d. verordening (EG) nr. 999/2001 voldaan wordt aan bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.1, onderdeel a, van, indien het fokschapen of -geiten betreft. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 7.6a — Artikel 7.6a#
Artikel 7.6a Indien een partij schapen of geiten is bestemd voor Nederland of voor een lidstaat komt de partij tot de plaats van bestemming, respectievelijk tot de plaats waar de partij buiten Nederland wordt gebracht, geen enkel moment in aanraking met andere evenhoevige dieren die niet over dezelfde gezondheidsstatus beschikken. 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 05-08-2004
Artikel 7.6b — Artikel 7.6b#
Artikel 7.6b richtlijn 91/68/EEG Een vervoerder van een partij schapen of geiten voldoet aan artikel 8 quater, eerste tot en met vierde lid, van. 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 05-08-2004
Artikel 7.7 — Artikel 7.7#
Artikel 7.7 1 richtlijn 2004/68/EG Een partij schapen of geiten is afkomstig uit een derde land dat voorkomt op een krachtens artikel 3, eerste lid, vanvastgestelde lijst. 2 richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG Het in het eerste lid bedoelde derde land biedt de in artikel 7 vangegeven garanties en de partij schapen of geiten voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vanvastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, tenzij krachtens artikel 8 vanspecifieke bepalingen zijn vastgesteld, in welk geval die gelden. 3 richtlijn 2004/68/EG Een partij schapen of geiten gaat vergezeld van een veterinair certificaat als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van. 4 richtlijn 2004/68/EG Een partij schapen of geiten voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 13 vanvastgestelde uitvoeringsbepalingen. 5 Een partij schapen of geiten voldoet, voor zover van toepassing, aan de voorwaarden van bijlage IX, hoofdstuk E, van verordening (EG) nr. 999/2001. 2008 250 24-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/3318 2008 250 24-12-2008 09-12-2008 TRCJZ/2008/3318 26-12-2008
Artikel 7.7a — Artikel 7.7a#
Artikel 7.7a 1 Uit een derde land afkomstige, in Nederland gebrachte fokschapen en -geiten en mestschapen en -geiten, bestemd voor Nederland, worden rechtstreeks naar het bedrijf van bestemming vervoerd en aan het beslag op het bedrijf van bestemming toegevoegd. 2 De in het eerste lid bedoelde schapen en geiten mogen gedurende een periode van ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de schapen en geiten op het bedrijf van bestemming zijn binnengebracht, het bedrijf niet verlaten, behoudens de rechtstreekse afvoer naar een in Nederland gelegen slachthuis. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op schapen en geiten, afkomstig uit derde landen, die zijn bestemd voor dierentuinen, pretparken, wildparken en jachtgebieden. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 7.8 — Artikel 7.8#
Artikel 7.8 1 In Nederland gebrachte slachtschapen of -geiten, bestemd voor Nederland, worden rechtstreeks vervoerd naar en geslacht in een slachthuis. 2 richtlijn 91/68/EEG In afwijking van het eerste lid mogen slachtschapen of -geiten afkomstig uit een lidstaat passeren via één schapen- of geitenverzamelcentrum, mits is voldaan aan artikel 4 quater, derde lid, onderdeel b, onder i, van. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 7.9 — Artikel 7.9#
Artikel 7.9 1 Een handelaar wordt door de minister erkend indien: – richtlijn 91/68/EEG voldaan is aan artikel 8 ter, eerste lid, onderdelen a en b, van; – richtlijn 91/68/EEG voor zover van toepassing, zijn bedrijfsruimte voldoet aan het tweede lid en aan artikel 8 ter, eerste lid, onderdeel c, tweede gedachtestreepje, van. 2 artikelen 21, vierde lid 24 47 48 48b van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s Elke bedrijfsruimte die door een handelaar beroepshalve wordt gebruikt, staat onder toezicht van de ambtenaren en wordt door de minister slechts erkend en geregistreerd indien is voldaan aan de in de de,,,, enmet betrekking tot voor verzamelplaatsen voor schapen en geiten gestelde eisen. 2018 53847 28-09-2018 26-09-2018 WJZ/17054192 2018 53847 28-09-2018 26-09-2018 WJZ/17054192 01-10-2018
Artikel 7a.1 — Artikel 7a.1#
Artikel 7a.1 1 richtlijn 2004/68/EG Een partij gaffelantilopen, herten, muskusherten, dwergherten, giraffen, okapi’s, eeltpotigen, nijlpaarden, pecari’s, neushoorns, tapirs, olifanten en holhoornigen niet zijnde runderen, geiten en schapen is afkomstig uit een derde land dat voorkomt op een krachtens artikel 3, eerste lid, vanvastgestelde lijst. 2 richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG richtlijn 2004/68/EG Het in het eerste lid bedoelde derde land biedt de in artikel 7 vangegeven garanties en de partij dieren, bedoeld in het eerste lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 6, eerste lid, vanvastgestelde veterinairrechtelijke voorschriften, tenzij krachtens artikel 8 vanspecifieke bepalingen zijn vastgesteld, in welk geval deze gelden. 3 richtlijn 2004/68/EG Een partij dieren als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een veterinair certificaat als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van. 4 richtlijn 2004/68/EG Een partij dieren als bedoeld in het eerste lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan de krachtens artikel 13 vanvastgestelde uitvoeringsbepalingen. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 artikel 1.1 Onverminderdwordt, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald, in dit hoofdstuk verstaan onder: lagomorfen: lagomorfen die zijn bestemd voor een lid-staat die een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG eist; 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 2009 14781 05-10-2009 28-09-2009 38592 06-10-2009
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 artikel 2.4, onderdeel a Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen bestemd voor een lid-staat vastgesteld: a. richtlijn 92/65/EEG het certificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, vanis voorgeschreven, indien het apen betreft; b. richtlijn 92/65/EEG het certificaat dat op grond van artikel 6, onderdeel A, eerste lid, onderdeel e, vanis voorgeschreven, indien het hoefdieren betreft; c. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 8, onderdeel b, vanis voorgeschreven, indien het bijen betreft; d. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 9, tweede lid, vanis voorgeschreven, indien het lagomorfen betreft, of; e. het identificatiedocument en het certificaat, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG, indien het honden, katten of fretten betreft. 2014 33820 21-11-2014 20-11-2014 WJZ/14164072 2014 33820 21-11-2014 20-11-2014 WJZ/14164072 22-11-2014
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 1 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat: a. artikel 8.7 indien honden, katten, fretten en lagomorfen afkomstig zijn van een handelszaak die permanent of incidenteel deze dieren in zijn bezit heeft, deze handelszaak is geregistreerd overeenkomstig, en b. richtlijn 92/65/EEG de apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen afkomstig zijn van bedrijven of, indien het honden, katten en lagomorfen betreft, van handelszaken die voldoen aan artikel 4 van. 2 artikel 2.5 Onverminderd het eerste lid, is op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken, dat: a. artikel 8.6 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG indien het apen betreft, deze afkomstig zijn van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstigen bestemd zijn voor een door de bevoegde autoriteit van de lid-staat van bestemming overeenkomstig bijlage C vanerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum en dat, in voorkomend geval, voldaan is aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van; b. indien het hoefdieren betreft: 1. de hoefdieren niet in het kader van een programma voor de uitroeiïng van een besmettelijke dierziekte dienen te worden geruimd; 2. de hoefdieren niet zijn ingeënt tegen mond- en klauwzeer en, in voorkomend geval, voldoen aan de voorschriften die ter bestrijding van mond- en klauwzeer gelden; 3. richtlijn 64/432/EEG richtlijn nr. 2003/85/EG Richtlijn 85/511/EEG Richtlijn 92/46/EEG Richtlijn 2001/89/EG richtlijn 91/68/EEG de hoefdieren afkomstig zijn van een bedrijf als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen b en c, van, ten aanzien waarvan geen veterinairrechtelijke maatregelen ter uitvoering vanvan de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking vanen van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van(PbEG L 306),van de Raad van 23 oktober 2001 betreffende maatregelen van de Gemeenschap ter bestrijding van klassieke varkenspest (PbEG L 316/5) ofvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46) gelden, en waar deze dieren vanaf hun geboorte of gedurende de laatste 30 dagen voorafgaand aan de verzending permanent hebben verbleven; 4. indien hoefdieren vanuit een derde land, al dan niet via het grondgebied van een lid-staat, in Nederland zijn gebracht: deze afkomstig zijn uit een derde land of een deel van een derde land, dat voor de betrokken diersoort is vermeld op de lijst van deel 1 van bijlage 1 bij verordening (EU) nr. 206/2010, met dien verstande dat, voor zover het niet-gedomesticeerde dieren betreft als bedoeld in artikel 1, derde alinea, van verordening (EU) nr. 206/2010, zij afkomstig zijn uit een derde land of een deel van een derde land van waaruit de lidstaat van bestemming de invoer toestaat; richtlijn 64/432/EEG richtlijn 91/68/EEG richtlijn 64/432/EEG artikelen 7.3 7.4 van hoofdstuk 7 deze afkomstig zijn van een officieel tuberculosevrij en een officieel brucellosevrij of een brucellosevrij beslag als bedoeld in artikel 2 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121) of in artikel 2 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46) en dat is voldaan aan artikel 3, tweede lid, onderdelen c, d, f, g en h vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121) of aan deenvan deze regeling; deze, indien zij niet afkomstig zijn van een beslag als bedoeld in het eerste gedachtenstreepje, afkomstig zijn van een bedrijf waar gedurende de laatste 42 dagen voorafgaande aan de verzending van de dieren geen enkel geval van brucellose en tuberculose is geconstateerd en waar de herkauwers gedurende de laatste 30 dagen voorafgaande aan de verzending van de dieren negatief hebben gereageerd op een brucellose- en tuberculosetest conform de, voor zover van toepassing, krachtens artikel 6, onderdeel A, vierde lid, vastgestelde testvoorschriften en criteria dan wel, bij gebreke daaraan, de daarvoor geldende nationale voorschriften; richtlijn 92/65/EEG in voorkomend geval, voldaan is aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van, of indien het hoefdieren, tevens zijnde suidae betreft, is gebleken dat: richtlijn 92/65/EEG richtlijn 64/432/EEG artikelen 4.3 4.4 van hoofdstuk 4 voldaan is aan artikel 6, onder A, derde lid, van, met dien verstande dat de relevante veterinairrechtelijke eisen voor varkens vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121) als bedoeld in artikel 6, onder A, derde lid, onderdeel c, de voorschriften zijn zoals neergelegd in deenvan deze regeling; c. indien het bijen betreft, deze niet afkomstig zijn uit: een gebied waarbinnen bestrijdingsmaatregelen vanwege amerikaans vuilbroed gelden; artikel 8.2, onderdeel c richtlijn 92/65/EEG een gebied waarbinnen 30 dagen of korter geleden, voorafgaand aan de dag van afgifte van het gezondheidscertificaat, bedoeld in, dergelijke bestrijdingsmaatregelen van kracht zijn geweest, en, in voorkomend geval, is voldaan aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van; d. richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG indien het lagomorfen betreft, voldaan is aan artikel 9, eerste lid, van, en, in voorkomend geval aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van, met dien verstande dat tevens voldaan is aan artikel 9, derde lid, van, indien de lagomorfen voor Ierland of het Verenigd Koninkrijk zijn bestemd en door deze lid-staten de verklaring als bedoeld in dat artikellid wordt verlangd; e. indien het honden, katten of fretten betreft, voldaan is aan artikel 10, tweede lid, van richtlijn 92/65/EG. 2014 33820 21-11-2014 20-11-2014 WJZ/14164072 2014 33820 21-11-2014 20-11-2014 WJZ/14164072 22-11-2014
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 1 Indien een partij is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van: a. richtlijn 92/65/EEG het certificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, vanis voorgeschreven, indien het apen betreft; b. richtlijn 92/65/EEG het certificaat dat op grond van artikel 6, onderdeel A, eerste lid, onderdeel e, vanis voorgeschreven, indien het hoefdieren betreft; c. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 8, onderdeel b, vanis voorgeschreven, indien het bijen betreft; d. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 9, tweede lid, vanis voorgeschreven, indien het lagomorfen betreft, of e. het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 10, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG is voorgeschreven, indien het honden, katten of fretten betreft. 2 Indien het honden, katten of fretten betreft, voldoet de partij aan artikel 10, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG. 2015 14574 03-06-2015 25-05-2015 WJZ/15059355 2015 14574 03-06-2015 25-05-2015 WJZ/15059355 04-06-2015 22-11-2014
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 1 richtlijn 2004/68/EG richtlijn 92/65/EEG De partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij, is verzonden vanuit een derde land of deel van een derde land dat voor de betrokken diersoort is vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van, dan wel indien die lijst voor de betrokken diersoort nog niet is vastgesteld, het brengen in Nederland van die dieren: a. voor zover zij zijn bestemd voor Nederland, is toegestaan vanuit een derde land of een deel van een derde landop grond van de onderhavige regeling; b. voor zover zij zijn bestemd voor een lidstaat, is toegestaan vanuit een derde land of een deel van een derde land waaruit de lidstaat de invoer toestaat. 2 richtlijn 2004/68/EG richtlijn 92/65/EEG De partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij, gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van, dan wel indien dat gezondheidscertificaat voor de betrokken diersoort nog niet is vastgesteld, gaan de dieren vergezeld van: a. richtlijn 92/65/EEG hoofdstuk 2 voor zover zij zijn bestemd voor Nederland, een certificaat dat een verklaring bevat van de officiële dierenarts dat is voldaan aan hoofdstuk II van, alsmede, indien het apen, hoefdieren, honden, katten en lagomorfen betreft, aan de voorschriften voor het brengen in Nederland van de betrokken dieren uit derde landen op grond vanvan de onderhavige regeling; b. voor zover zij zijn bestemd voor een lidstaat, een certificaat dat een verklaring bevat van de officiële dierenarts dat is voldaan aan de voorschriften van de lidstaat van bestemming. 3 richtlijn 2004/68/EG Indien de partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij, is bestemd voor Finland of Zweden, blijkt uit de in het tweede lid bedoelde certificaten dat de partij ten minste voldoet aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer van de betrokken dieren in Finland of Zweden uit lidstaten. 4 richtlijn 96/22/EG Aan de partij landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 1 van, zijn geen stoffen toegediend, die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan. 5 Dit artikel is niet van toepassing op het brengen in Nederland van bijen, hommels of vogels uit derde landen. 6 richtlijn 92/65/EEG Ten aanzien van honden, katten of fretten wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, voldaan aan artikel 16, tweede en derde alinea, van. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 8.5a — Artikel 8.5a#
Artikel 8.5a Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5b — Artikel 8.5b#
Artikel 8.5b Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5c — Artikel 8.5c#
Artikel 8.5c Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5d — Artikel 8.5d#
Artikel 8.5d Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5e — Artikel 8.5e#
Artikel 8.5e Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5f — Artikel 8.5f#
Artikel 8.5f Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5g — Artikel 8.5g#
Artikel 8.5g Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5h — Artikel 8.5h#
Artikel 8.5h Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5i — Artikel 8.5i#
Artikel 8.5i Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5j — Artikel 8.5j#
Artikel 8.5j Vervallen 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 2007 243 14-12-2007 07-12-2007 TRCJZ/2007/2629 16-12-2007
Artikel 8.5k — Artikel 8.5k#
Artikel 8.5k 1 De partij bijen of hommels bevat per koninginnekast één koningin met maximaal twintig voedsters. 2 De partij bijen of hommels is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de lijst, artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010. 3 Ingeval de partij bijen of hommels afkomstig is uit een derde land is invoer alleen toegestaan indien op het volledige gebied van dat derde land een aangifteplicht bestaat voor Amerikaans vuilbroed, de kleine bijenkastkever en Tropilaelapsmijt. 4 Ingeval de partij bijen of hommels afkomstig is uit een in artikel 7, tweede lid, van verordening (EU) nr. 206/2010 bedoeld derde land of gebied, is in afwijking van het derde lid alleen de invoer van partijen uit dat deel van het derde land toegestaan. 5 De partij bijen of hommels gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010, en voldoet aan de in het gezondheidscertificaat genoemde garanties. 6 Na het vervoer naar de op het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid, aangegeven bestemming worden de kasten onder officieel toezicht van de NVWA geplaatst en worden de koninginnen overgebracht naar nieuwe kasten voordat ze in contact met plaatselijke volken worden gebracht. 7 De kasten, de voedsters en het andere materiaal, die uit het derde land van oorsprong met de koninginnen zijn meegestuurd, worden voor onderzoek op de aanwezigheid van de kleine bijenkastkever en de Tropilaelapsmijt naar een laboratorium gestuurd. 8 Na afronding van het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, worden de kasten, de voedsters en het andere materiaal vernietigd. 9 Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, een negatief resultaat blijkt, wordt het officiële toezicht, bedoeld in het vierde lid, beëindigd. 2014 32067 07-11-2014 04-11-2014 WJZ/14148734 2014 32067 07-11-2014 04-11-2014 WJZ/14148734 01-01-2015 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 8.5l — Artikel 8.5l#
Artikel 8.5l 1 artikel 8.5k In afwijking vanbevat een partij hommels per bergingsmiddel een enkel volk met maximaal 200 volwassen hommels. 2 De partij hommels is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land dat is vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 206/2010. 3 De partij hommels gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010, en voldoet aan de in het gezondheidscertificaat genoemde garanties. 4 Gedurende of onmiddellijk na afloop van de levensduur van het volk wordt het bergingsmiddel en al het materiaal dat uit het derde land van oorsprong met de hommels is meegestuurd, vernietigd. 2014 32067 07-11-2014 04-11-2014 WJZ/14148734 2014 32067 07-11-2014 04-11-2014 WJZ/14148734 01-01-2015
Artikel 8.5m — Artikel 8.5m#
Artikel 8.5m 1 Uit een derde land afkomstige, in Nederland gebrachte en voor Nederland bestemde slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, worden, voor zover zij kennelijk bestemd zijn voor fok-, gebruiks- of mestdoeleinden, rechtstreeks naar het bedrijf van bestemming vervoerd en aan het beslag van het bedrijf van bestemming toegevoegd. 2 De in het eerste lid bedoelde dieren mogen gedurende een periode van ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de dieren op het bedrijf van bestemming zijn binnengebracht, het bedrijf niet verlaten, behoudens de rechtstreekse afvoer naar een in Nederland gelegen slachthuis. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op dieren als bedoeld in het eerste lid, die zijn bestemd voor dierentuinen, pretparken, wildparken en jachtgebieden. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 8.5n — Artikel 8.5n#
Artikel 8.5n Uit een derde land afkomstige, in Nederland gebrachte en voor Nederland bestemde slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, worden, voor zover zij kennelijk bestemd zijn om te worden geslacht, rechtstreeks vervoerd naar het slachthuis van bestemming, waar zij binnen vijf werkdagen worden geslacht. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 1 richtlijn 92/65/EEG Een instelling, instituut of centrum wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat de instelling, het instituut of het centrum voldoet aan bijlage C, punt 1 en 2, van. 2 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister voor bepaalde tijd ingetrokken in het geval, bedoeld in bijlage C, punt 6, onder a, van. 3 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister ingetrokken indien na aangifte van verdenking op een van de ziekten vermeld in de bijlagen A en B vanhet laboratoriumonderzoek voor de verwekkers van vorenbedoelde ziekten positieve resultaten hebben gegeven. 4 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat zij door de minister voor bepaalde tijd is ingetrokken, opnieuw verleend, indien na aangifte van verdenking op een van de ziekten vermeld in de bijlagen A en B vanhet laboratoriumonderzoek voor de verwekkers van vorenbedoelde ziekten negatieve resultaten hebben gegeven. 5 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat zij door de minister is ingetrokken, opnieuw verleend, indien na de uitroeiïng van de besmettingshaarden, opnieuw wordt voldaan aan punt 1, met uitzondering van onderdeel f, van bijlage C vanwordt voldaan. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 8.6a — Artikel 8.6a#
Artikel 8.6a 1 artikel 8.6, eerste lid Dieren worden uitsluitend gebracht binnen of buiten erkende instellingen, instituten of centra als bedoeld in, indien zij afkomstig zijn van onderscheidenlijk bestemd zijn voor andere erkende instellingen, instituten of centra. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen dieren die niet afkomstig zijn van andere erkende instellingen, instituten of centra worden gebracht binnen erkende instellingen, instituten of centra, indien: a. de dieren, niet zijnde apen, ten minste 30 dagen in quarantaine worden geplaatst voordat zij aan het bestaande dierenbestand worden toegevoegd, of b. richtlijn 92/65/EEG indien het apen betreft, een vergunning is aangevraagd en verkregen van de minister, en de quarantainevoorschriften, bedoeld in bijlage C, punt 3, tweede alinea, van, in acht worden genomen. 3 In afwijking van het eerste lid kunnen dieren, niet zijnde apen, worden gebracht buiten erkende instellingen, instituten of centra, indien zij: a. niet bestemd zijn voor een lidstaat, of b. bestemd zijn voor een lidstaat, en 1°. richtlijn 92/65/EEG niet vatbaar zijn voor de ziekten, genoemd in bijlage A of bijlage B, van; of 2°. richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG vergezeld gaan van het certificaat, bedoeld in bijlage E van, indien zij vatbaar zijn voor de ziekten, genoemd in bijlage A, of, indien de lidstaat van bestemming in aanmerking komt voor de garanties, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van, in bijlage B, van. 4 In afwijking van het eerste lid kunnen apen worden gebracht buiten erkende instellingen, instituten of centra, indien zij niet bestemd zijn voor een lidstaat. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018
Artikel 8.6b — Artikel 8.6b#
Artikel 8.6b 1 Een quarantainevoorziening als bedoeld in artikel 3, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 139/2013 of quarantainestation als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 139/2013 wordt op aanvraag door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat de quarantainevoorziening of het quarantainestation voldoet aan bijlage IV, hoofdstukken 1 en 2, van verordening (EU) nr. 139/2013. 2 De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt door de minister ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan bijlage IV, hoofdstukken 1 en 2, van verordening (EU) nr. 139/2013. 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 2018 38015 06-07-2018 30-06-2018 WJZ/17027562 07-07-2018 Voorheen art. 8.6a.
Artikel 8.7 — Artikel 8.7#
Artikel 8.7 1 De minister houdt een register bij van handelszaken die permanent of incidenteel honden, katten, fretten of lagomorfen in zijn bezit heeft. 2 Een handelszaak wordt slechts ingeschreven in het in het eerste lid bedoelde register, indien degene die voor deze handelszaak verantwoordelijk is: a. een administratie voert waarin tenminste de leveringen van de honden, katten, fretten of lagomorfen en de verdere bestemming hiervan zijn vermeld en alle op die dieren betrekking hebbende bescheiden zijn opgenomen; b. vorenbedoelde administratie tenminste drie jaren bewaart; c. richtlijn 92/65/EEG artikel 4 vannaleeft; d. over voor het vervoer van de in het eerste lid bedoelde dieren geschikte vervoermiddelen beschikt. 3 Indien de handelaar zich niet aan de in het tweede lid bedoelde voorschriften houdt, kan de minister beslissen dat zijn inschrijving in het in het eerste lid bedoelde register wordt doorgehaald dan wel niet wordt erkend. 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 29-09-2004
Artikel 8.8 — Artikel 8.8#
Artikel 8.8 1 artikel 8.7 Indien vogels, lagomorfen die zijn bestemd voor een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, eist, alsmede nertsen en vossen afkomstig zijn van een handelszaak die permanent of incidenteel deze dieren in zijn bezit heeft, is deze handelszaak geregistreerd overeenkomstig. 2 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Vogels, lagomorfen die zijn bestemd voor een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, vaneist, alsmede nertsen en vossen zijn afkomstig van een bedrijf waarop regelmatig een controle door de ambtenaren wordt verricht, teneinde na te gaan of aan de onderhavige regeling wordt voldaan en dat voldoet aan artikel 4 van. 3 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Vogels, niet zijnde papegaaiachtigen, vossen, nertsen en lagomorfen die zijn bestemd voor een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, vaneist, gaan vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 4, vierde gedachtenstreepje, van. 4 richtlijn 92/65/EEG Papegaaiachtigen gaan vergezeld van het handelsdocument, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel c, van. 5 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Dieren, als bedoeld in artikel 12 eerste lid, van, gaan vergezeld van het in artikel 13, eerste lid, vanbedoelde vervoersdocument. 6 De verklaring, bedoeld in het derde lid, het handelsdocument, bedoeld in het vierde lid, en het vervoersdocument, bedoeld in het vijfde lid, zijn opgesteld en afgegeven in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 29-09-2004
Artikel 8.9 — Artikel 8.9#
Artikel 8.9 1 Indien het vogels betreft, bestemd voor een lid-staat, geldt dat: a. de vogels afkomstig zijn van een bedrijf waar gedurende de laatste 30 dagen voorafgaande aan de verzending geen aviaire influenza is gediagnosticeerd; b. de vogels afkomstig zijn van een bedrijf of uit een gebied ten aanzien waarvan geen beperkingen gelden uit hoofde van de maatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle; c. indien het vogels betreft die vanuit een derde land, al dan niet via het grondgebied van een lid-staat, in Nederland zijn gebracht, de vogels overeenkomstig de door de Europese Commissie gestelde regels als bedoeld in artikel 66, tweede lid, van verordening (EU) 2017/625, in tijdelijke afzondering zijn geplaatst op het bedrijf waar zij na toelating in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, zijn binnengebracht. 2 Onverminderd het eerste lid, geldt indien het papegaaiachtigen betreft, bovendien dat: a. de papegaaiachtigen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf waar op het tijdstip van verzending psittacose (Chlamydia psittaci) is gediagnosticeerd; b. richtlijn 92/65/EEG de papegaaiachtigen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf waar in een periode van twee maanden voorafgaand aan het tijdstip van verzending het laatste geval van psittacose (Chlamidia psittaci) is gediagnosticeerd en is behandeld overeenkomstig de voorschriften van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel a, van, voor zover die voorschriften zijn vastgesteld; c. richtlijn 92/65/EEG de papegaaiachtigen geïdentificeerd zijn overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel b, vanis bepaald, met dien verstande dat zolang deze beschikking nog niet is vastgesteld, de papegaaiachtigen zodanig geïdentificeerd zijn dat het bedrijf van oorsprong of van tijdelijk verblijf is terug te vinden. 3 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Indien het nertsen en vossen betreft geldt, dat voldaan is aan artikel 10, eerste lid, vanen, indien het nertsen betreft, in voorkomend geval, aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van. 4 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Indien het lagomorfen betreft die zijn bestemd voor een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, vaneist, geldt, dat wordt voldaan aan artikel 9, eerste lid, vanalsmede, in voorkomend geval, aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van. 5 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG artikel 8.6 Indien het dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanbetreft, geldt dat zij afkomstig zijn van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstigen dat zij bestemd zijn voor een door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming overeenkomstig bijlage C, vanerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 8.10 — Artikel 8.10#
Artikel 8.10 1 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Vogels, niet zijnde papegaaiachtigen, vossen, nertsen en lagomorfen die zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, vaneist, gaan vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 4, vierde gedachtenstreepje, van. 2 richtlijn 92/65/EEG Papegaaiachtigen gaan vergezeld van het handelsdocument, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel c, van. 3 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vangaan vergezeld van het in artikel 13, eerste lid, vanbedoelde vervoersdocument. 4 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, het handelsdocument, bedoeld in het tweede lid, en het vervoersdocument, bedoeld in het derde lid, zijn opgesteld en afgegeven in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 2004 185 27-09-2004 22-09-2004 TRCJZ/2004/1845 29-09-2004
Artikel 8.11 — Artikel 8.11#
Artikel 8.11 Vervallen 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 8.12 — Artikel 8.12#
Artikel 8.12 Vervallen 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 8.13 — Artikel 8.13#
Artikel 8.13 Vervallen 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 8.14 — Artikel 8.14#
Artikel 8.14 Vervallen 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 8.15 — Artikel 8.15#
Artikel 8.15 Vervallen 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 8.16 — Artikel 8.16#
Artikel 8.16 Vervallen 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 8.17 — Artikel 8.17#
Artikel 8.17 Ten aanzien van het buiten Nederland brengen van circusdieren, bestemd voor een lidstaat, en het vanuit een lidstaat binnen Nederland brengen van circusdieren, gelden in voorkomend geval de regels, gesteld bij krachtens artikel 23 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 artikel 1.1. Onverminderdwordt in dit hoofdstuk verstaan onder: richtlijn 88/407/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194); richtlijn 90/429/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224); richtlijn nr. 2003/43/EG: richtlijn nr. 2003/43/EG richtlijn 88/407/EEG van de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 houdende wijziging vantot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEU L143); rundersperma: bewerkt of verdund ejaculaat van als landbouw-huisdier gehouden runderen dat, voor zover afkomstig uit lid-staten, na 31 december 1989 aldaar is verkregen en behandeld; varkenssperma: onbewerkt, bewerkt of verdund ejaculaat van als landbouwhuisdier gehouden varkens dat, voor zover afkomstig uit lid-staten, na 30 december 1991 is verkregen en behandeld; sperma van schapen, geiten of paardachtigen: onbewerkt, bewerkt of verdund ejaculaat van als huisdier gehouden schapen, geiten of paardachtigen; instelling, instituut of centrum: richtlijn 92/65/EEG instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van; runderspermaopslagcentrum: inrichting waar rundersperma wordt opgeslagen dat bestemd is voor kunstmatige inseminatie; spermaopslagcentrum voor geiten, schapen en paardachtigen: inrichting waar sperma van schapen, geiten of paardachtigen is opgeslagen dat bestemd is voor kunstmatige inseminatie. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 artikel 2.4, onderdeel a Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij sperma, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld: a. richtlijn 88/407/EEG richtlijn nr. 2003/43/EG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, vanis voorgeschreven, indien het rundersperma betreft, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van; b. richtlijn 90/429/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, vanis voorgeschreven, indien het varkenssperma betreft, of c. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, tweede lid, vierde gedachtenstreepje, vanis voorgeschreven indien het sperma van schapen, geiten en paardachtigen betreft. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat voldaan wordt aan: a. richtlijn 88/407/EEG richtlijn nr. 2003/43/EG artikel 3, onderdelen b en c, van, indien het rundersperma betreft, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van; b. richtlijn 90/429/EEG artikel 3, onderdelen b en c, van, indien het varkenssperma betreft; c. richtlijn 92/65/EEG artikel 11, tweede lid, tweede en derde gedachtestreepje, en derde lid, tweede alinea van, indien het sperma van paardachtigen betreft, of d. artikel 11, tweede lid, tweede en derde gedachtestreepje, en derde lid, tweede alinea van richtlijn 92/65/EEG en bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.2, van verordening (EG) nr. 999/2001, indien het sperma van schapen of geiten betreft. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 artikel 9.3 artikel 2.5 Onverminderdis op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken dat: a. artikel 9 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra richtlijn nr. 2003/43/EG artikel 9.10a het rundersperma is verkregen, behandeld en opgeslagen in een runderspermawincentrum dat is erkend overeenkomstigof is opgeslagen in een runderspermaopslagcentrum dat is erkend overeenkomstig, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van; b. artikel 3 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra het varkenssperma is verkregen en behandeld in een varkensspermawincentrum dat is erkend overeenkomstig; c. artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3 artikel 9.10a het sperma van schapen, geiten of paardachtigen is verkregen en behandeld in een paardenspermawincentrum of spermacentrum voor geiten of schapen en is opgeslagen in een spermacentrum of spermaopslagcentrum dat is erkend overeenkomstigonderscheidenlijk, of d. Richtlijn nr. 91/68/EEG indien het sperma van schapen of geiten betreft, het sperma is verkregen en behandeld in een bedrijf dat voldoet aan de voorschriften die invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46) daaromtrent zijn gesteld. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.5 — Artikel 9.5#
Artikel 9.5 1 Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van: a. richtlijn 88/407/EEG richtlijn nr. 2003/43/EG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, vanis voorgeschreven, indien het rundersperma betreft, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van; b. richtlijn 90/429/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6, eerste lid, vanis voorgeschreven, indien het varkenssperma betreft, of c. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, tweede lid, vierde gedachtenstreepje, vanis voorgeschreven indien het sperma van schapen, geiten en paardachtigen betreft. 2 verordening (EG) nr. 999/2001 De partij voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.2, van, indien het sperma van schapen of geiten betreft. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 9.6 — Artikel 9.6#
Artikel 9.6 1 De partij is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de lijst: a. richtlijn 88/407/EEG bedoeld in artikel 8, eerste lid, van, indien het rundersperma betreft; b. richtlijn 90/429/EEG bedoeld in artikel 7, eerste lid, van, indien het varkenssperma betreft; c. die voor sperma van paardachtigen is vastgesteld in bijlage I bij uitvoeringsverordening (EU) 2018/659, als de zending voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsverordening (EU) 2018/659, of d. richtlijn 92/65/EEG bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van, indien het sperma van schapen of geiten betreft, met dien verstande dat, indien vorenbedoelde lijst nog niet is vastgesteld, de partij uit geen enkel derde land mag zijn verzonden, indien zij voor Nederland is bestemd, en de partij is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, van waaruit de lid-staat van bestemming de invoer toestaat, indien zij voor een lid-staat is bestemd. 2 De partij is afkomstig van een spermacentrum, een spermaopslagcentrum of een erkend centrum, erkende instelling, erkend instituut of erkend winstation dat is vermeld op de lijst, bedoeld in: a. richtlijn 88/407/EEG richtlijn nr. 2003/43/EG artikel 9, eerste lid, van, indien het rundersperma betreft, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van; b. richtlijn 90/429/EEG artikel 8, eerste lid, van, indien het varkenssperma betreft, of c. richtlijn 92/65/EEG artikel 17, derde lid, onderdeel b, van, indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft. 3 De partij gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van: a. artikel 11 van richtlijn 88/407/EEG is voorgeschreven, indien het rundersperma betreft; b. artikel 10 van richtlijn 90/429/EEG is voorgeschreven, indien het varkenssperma betreft, of c. artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 92/65/EEG is voorgeschreven, indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft. 4 De partij voldoet aan: a. de voorschriften die voor sperma van paardachtigen zijn vastgelegd in het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel c, en in voorkomend geval overige krachtens artikel 17, derde lid, artikel 18, eerste lid, en artikel 19 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het sperma van paardachtigen betreft, of b. bijlage IX, Hoofdstuk H, van verordening (EG) nr. 999/2001 en in voorkomend geval overige krachtens artikel 17, derde lid, artikel 18, eerste lid, en artikel 19 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het sperma van schapen of geiten betreft; c. de voorschriften, opgenomen in artikel 10 van richtlijn 88/407/EEG en in voorkomend geval in de krachtens dat artikel vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het rundersperma betreft; d. de voorschriften, opgenomen in artikel 9 van richtlijn 90/429/EEG en in voorkomend geval in de krachtens dat artikel vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het varkenssperma betreft. 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 30-11-2019
Artikel 9.7 — Artikel 9.7#
Artikel 9.7 richtlijn 92/65/EEG Sperma van schapen, geiten of paardachtigen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van: a. richtlijn 92/65/EEG gaat vergezeld van het vervoersdocument, dat op grond van artikel 13, eerste lid, vanis voorgeschreven; b. artikel 9.11 richtlijn 92/65/EEG is afkomstig van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstigen is bestemd voor een door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming overeenkomstig bijlage C vanerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 9.8 — Artikel 9.8#
Artikel 9.8 1 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Sperma van schapen, geiten of eenhoevige dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vangaat vergezeld van het in artikel 13, eerste lid, vanbedoelde vervoersdocument. 2 De documenten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgesteld en afgegeven in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 9.9 — Artikel 9.9#
Artikel 9.9 1 Indien rundersperma of varkenssperma bestemd is voor Nederland dan wel een lid-staat en ervan wordt verdacht te zijn aangetast door of te zijn besmet met ziektekiemen, worden teneinde met zekerheid vast te stellen of het verdachte sperma al dan niet is aangetast door of besmet met ziektekiemen, door de minister de nodige maatregelen genomen die afzondering van het sperma kunnen inhouden. 2 In het in het eerste lid bedoelde geval staat de minister, voor zover daartegen uit oogpunt van de diergezondheid geen bezwaren bestaan, op verzoek van de afzender of diens gemachtigde, toe, dat het sperma wordt teruggezonden, met dien verstande dat voor zover het rundersperma of diepgevroren varkenssperma betreft betreft binnen 30 dagen en indien het vers varkenssperma betreft binnen 24 uur na het betreffende besluit dient te blijken dat de bevoegde instantie van het land van verzending de terugzending toestaat. 3 Het sperma dient gedurende de in het tweede lid bedoelde periode op een door de minister te bepalen wijze te worden opgeslagen. 4 Indien de terugzending van het sperma niet binnen de in het tweede lid bedoelde tijdsduur wordt toegestaan, wordt, indien de minister hiertoe besluit het sperma vernietigd. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 9.10 — Artikel 9.10#
Artikel 9.10 1 Een spermacentrum wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien: a. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat: 1° artikel 15 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra het spermacentrum voldoet aan bijlage D van richtlijn 92/65/EEG en aan de ter uitvoering van deze richtlijn krachtensgestelde regels, indien het sperma van paardachtigen betreft, of 2° het spermacentrum voldoet aan bijlage D van richtlijn 92/65/EEG, indien het sperma van schapen en geiten betreft, en b. de keuringsdierenarts in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving van onderdeel a, praktisch in de gelegenheid wordt gesteld de werkzaamheden van de spermacentra te controleren. 2 Aan een erkend spermacentrum wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.10a — Artikel 9.10a#
Artikel 9.10a 1 richtlijn 88/407/EEG artikel 9.10b Een runderspermaopslagcentrum wordt door de minister erkend, indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken, dat het runderspermaopslagcentrum voldoet aan Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 2, en Hoofdstuk II, punt 2, de overige relevante bepalingen vanen. 2 artikel 9.10 b Een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paardachtigen wordt door de minister erkend, indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken, dat het spermaopslagcentrum voldoet aan Bijlage D, Hoofdstuk 1, onderdeel I, subonderdeel 2 en Hoofdstuk 1, onderdeel II, subonderdeel 2, de overige relevante bepalingen van richtlijn 92/65/EEG en. 3 Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister. 4 Bij een aanvraag om erkenning van een spermaopslagcentrum worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het spermaopslagcentrum; b. een plattegrond van het spermaopslagcentrum, waarbij de functies van de verschillende ruimten binnen het centrum zijn aangegeven; c. de naam van de dierenarts van het spermaopslagcentrum. 5 Aan een erkend spermaopslagcentrum wordt door de minister in verband met de erkenning een registratienummer toegekend. 6 artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3 Als in een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paardachtigen niet uitsluitend sperma van één diersoort, dat is gewonnen in overeenkomstig, erkende spermacentra, wordt opgeslagen, of als er overeenkomstig richtlijn 92/65/EEG embryo’s worden opgeslagen, wordt aan het spermaopslagcentrum voor elke diersoort waarvan sperma in het centrum wordt opgeslagen een apart nummer toegekend. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.10b — Artikel 9.10b#
Artikel 9.10b 1 Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 2, van richtlijn 88/407/EEG en in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 2, van richtlijn 92/65/EEG, voorziet de eigenaar of exploitant van een runderspermaopslagcentrum of spermaopslagcentrum geiten, schapen of paardachtigen dan wel diens vertegenwoordiger in het opstellen van: a. voorschriften inzake: – de reiniging en ontsmetting van de apparatuur die in contact komt met sperma; – de herkomst van sperma; – het opslaan van sperma; – de reiniging en ontsmetting van de in het zesde lid bedoelde ruimten en voorzieningen; – de toegang tot de in het zesde lid bedoelde ruimten, en – de wijze van kleding van het personeel; b. een protocol, waarin voor de in het zevende lid bedoelde ruimten en voorzieningen, de werkprocessen chronologisch en gedetailleerd beschreven zijn, en c. een kwaliteitsbeheersingsplan, waarin ter waarborging van een correcte uitvoering en registratie van de in onderdeel b bedoelde processen, de in acht te nemen werkwijzen chronologisch en gedetailleerd zijn vastgelegd. 2 De eigenaar of exploitant van een spermaopslagcentrum dan wel diens vertegenwoordiger zorgt dat het personeel zijn werkzaamheden verricht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften, draagt er zorg voor dat de dierenarts van het centrum toeziet op een correcte uitvoering van de werkzaamheden door het personeel en geeft de dierenarts van het centrum de hiervoor benodigde instructies. 3 Van permanent toezicht van een dierenarts van het spermaopslagcentrum als bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 2, onderdeel a, van richtlijn 88/408/EEG of in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 2, punt b, van richtlijn 92/65/EEG is sprake, indien die dierenarts overeenkomstig de krachtens dit artikel goedgekeurde procedures en protocollen erop toeziet, dat de voorschriften van richtlijn 88/407/EEG onderscheidenlijk van richtlijn 92/65/EEG in acht worden genomen en dat door betrokkenen de krachtens het derde lid goedgekeurde procedures en protocollen correct worden uitgevoerd. 4 Aan Bijlage A, hoofdstuk I, punt 2, onderdeel b, van richtlijn 88/407/EEG en Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel 1, subonderdeel 2, punt d, van richtlijn 92/65/EEG is voldaan, indien het spermaopslagcentrum zodanig is ingericht dat vrije toegang tot het spermaopslagcentrum niet mogelijk is. 5 De eigenaar of exploitant van een spermaopslagcentrum dan wel diens vertegenwoordiger draagt ervoor zorg dat het personeel zich kleedt met schone bedrijfskleding voordat het de opslag- of distributieruimte betreedt. 6 Aan Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 2, onderdeel c, van richtlijn 88/407/EEG en Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 2, punt e, van richtlijn 92/65/EEG is voldaan, indien het spermaopslagcentrum de beschikking heeft over: a. een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van de gebruikte materialen; b. een voorziening voor de opslag van kleding alsmede voor de bij de opslag van sperma te gebruiken materialen; c. een ruimte voor de opslag en distributie van sperma, die op efficiënte wijze van de overige ruimten binnen het opslagcentrum is geïsoleerd. 7 Het spermaopslagcentrum beschikt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 2, onderdeel a, van richtlijn 88/407/EEG of Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 2, punt b, van richtlijn 92/65/EEG, over een door de keuringsdierenarts vanuit één plaats op het spermaopslagcentrum te raadplegen register dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde de in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt, onderdeel a, van richtlijn 88/407/EEG onderscheidenlijk de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 2, punt 2.1 c), van richtlijn 92/65/EEG genoemde gegevens op eenvoudige wijze kunnen worden afgeleid. De gegevens worden bewaard gedurende de aanwezigheid van het sperma op het spermaopslagcentrum en tot drie jaar nadat het sperma van het spermaopslagcentrum is afgevoerd. 8 Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 2, onderdeel e, onder vi, van richtlijn 88/407/EEG en in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 2, punt 2.2 f), van richtlijn 92/65/EEG, zijn op de verpakking van elke afzonderlijke dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens vermeld: a. de datum waarop het sperma is verkregen; b. Besluit identificatie en registratie van dieren het ras en het krachtens hetaan de donor toegekende registratienummer en c. het registratienummer van het spermawincentrum. 9 Het in een runderspermaopslagcentrum opgeslagen rundersperma voldoet aan Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 2, en Hoofdstuk II, punt 2, en Bijlage C van richtlijn 88/407/EEG. Het in een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paarden opgeslagen sperma voldoet aan Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 2 alsmede Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 2 en Hoofdstuk III, onderdeel I. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.10c — Artikel 9.10c#
Artikel 9.10c 1 De keuringsdierenarts is belast met de in Bijlage A, Hoofdstuk II, punt 2, onderdeel b, van richtlijn 88/407/EEG en de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 2, punt 2.4, van richtlijn 92/65/EEG bedoelde controle. 2 De eigenaar of de exploitant van een spermaopslagcentrum dan wel diens vertegenwoordiger draagt er zorg voor dat de keuringsdierenarts alle medewerking wordt verleend die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van de in het eerste lid bedoelde controle noodzakelijk acht en dat diens aanwijzingen ter zake door de dierenarts en het personeel van het centrum worden opgevolgd. 3 artikel 9.10a, eerste lid De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de in, bedoelde voorschriften niet worden nageleefd dan wel dat niet voldaan wordt aan het tweede of zesde lid, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen. 4 Indien de erkenning ingevolge dit artikel is ingetrokken, kan de minister gelasten dat het in de door hem vast te stellen periode direct voorafgaand aan de intrekking opgeslagen sperma, in tijdelijke afzondering wordt geplaatst dan wel wordt vernietigd, met inachtneming van diens aanwijzingen, zonder vergoeding van Staatswege en voor rekening van de exploitant van het spermaopslagcentrum. 5 artikel 9.10a, derde lid Voor een spermaopslagcentrum waarvan de erkenning is ingetrokken of waarvan een aanvraag voor het verlenen van de erkenning is afgewezen, worden bij een hernieuwde erkenningsaanvraag de gegevens, bedoeld in, opnieuw verstrekt en wordt tevens aangetoond dat de omstandigheden welke tot de intrekking dan wel de afwijzing hebben geleid, zijn opgeheven. 6 Een erkend spermaopslagcentrum stelt de minister in kennis van elke wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.10d — Artikel 9.10d#
Artikel 9.10d 1 Bij de aanvraag tot erkenning van een spermacentrum voor schapen of geiten worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het spermacentrum; b. Besluit identificatie en registratie van dieren het aan het spermacentrum krachtens hetuitgegeven uniek bedrijfsnummer; c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop het spermacentrum is gesitueerd, waarbij is aangegeven: – de afscheiding ten opzichte van de directe omgeving; – de afstand en de aard van de omliggende bedrijven, en – de ligging van de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG, bedoelde ruimten en voorzieningen; d. voor zover de in het vorige onderdeel, bedoelde voorzieningen niet zijn gelegen op de kadastrale eenheden waarop het spermacentrum is gesitueerd, de naam, het adres en de vestigingsplaats van deze voorzieningen, en e. de naam van de dierenarts van het spermacentrum. 2 artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3 De erkenning wordt door de minister verleend, nadat uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken, dat voldaan wordt aan de in, bedoelde voorschriften. 3 artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3 artikel 9.10e De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de in, bedoelde voorschriften niet worden nageleefd dan wel dat niet voldaan wordt aanof aan het vijfde lid, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen. 4 Een spermacentrum voor schapen of geiten waarvan de erkenning werd ingetrokken of waarvan een aanvraag voor het opnieuw verlenen van de erkenning werd afgewezen en dat weer voor erkenning in aanmerking wenst te komen, moet opnieuw een aanvraag indienen, de gegevens, bedoeld in het eerste lid opnieuw verstrekken en tevens kunnen aantonen, dat de omstandigheden welke tot de intrekking dan wel de afwijzing hebben geleid, zijn opgeheven. 5 Een erkend spermacentrum voor schapen of geiten stelt de minister in kennis van elke wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.10e — Artikel 9.10e#
Artikel 9.10e 1 Ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, van richtlijn 92/65/EEG, heeft de eigenaar of exploitant van een spermacentrum voor schapen of geiten dan wel diens vertegenwoordiger voorzien in het opstellen van: a. voorschriften inzake: – de reiniging en ontsmetting van de apparatuur die bij het verkrijgen en behandelen in contact komt met het sperma of met het donordier; – het winnen, bewerken en opslaan van sperma; – de reiniging en ontsmetting van de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, van richtlijn 92/65/EEG, bedoelde ruimten en voorzieningen; – de toegang tot de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, van richtlijn 92/65/EEG, bedoelde werkruimten, en – de wijze van kleding van personeel en bezoekers; b. een productieprotocol, waarin voor de in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, van richtlijn 92/65/EEG, bedoelde ruimten en voorzieningen, de productieprocessen chronologisch en gedetailleerd beschreven zijn, en c. een kwaliteitsbeheersingsplan, waarin ter waarborging van een correcte uitvoering en registratie van de in onderdeel b bedoelde productieprocessen, de in acht te nemen werkwijzen chronologisch en gedetailleerd zijn vastgelegd. 2 De eigenaar of de exploitant van een spermacentrum voor schapen of geiten dan wel diens vertegenwoordiger zorgt dat het personeel zijn werkzaamheden verricht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften, draagt er zorg voor dat de dierenarts van het spermacentrum toeziet op een correcte uitvoering van de werkzaamheden door het personeel en geeft de dierenarts van het spermacentrum de hiervoor benodigde instructies. 3 artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3 Van toezicht van een dierenarts van het spermacentrum als bedoeld in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel I, subonderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG is sprake, indien die dierenarts overeenkomstig de krachtens dit artikel vastgestelde procedures en protocollen erop toeziet dat de voorschriften bedoeld in, in acht worden genomen en dat door betrokkenen de krachtens het eerste lid vastgestelde procedures en protocollen correct worden uitgevoerd. 4 Het spermacentrum voor schapen of geiten beschikt ten behoeve van het toezicht, bedoeld in Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 1, punt 1.2, van richtlijn 92/65/EEG, over een door de keuringsdierenarts vanuit één plaats op het spermacentrum te raadplegen register dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elk dier kan worden afgeleid: a. het ras; b. de geboortedatum; c. het identificatienummer; d. de gegevens inzake de uitgevoerde vaccinaties; e. de gegevens uit het ziekte/gezondheidsdossier; f. de datum van toelating op het spermacentrum; g. het beslag of het bedrijf van herkomst; h. de verplaatsingen, onder vermelding van de datum van aankomst in of vertrek uit het spermacentrum, en i. de gegevens, waaronder de laboratoriumuitslagen, onder vermelding van de datum, betreffende in Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel II, van richtlijn 92/65/EEG voorgeschreven tests. 5 De in het vierde lid bedoelde gegevens worden 3 jaar bewaard. 6 Aan Bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel II, subonderdeel 1, punt 1.2, onderdeel h, van richtlijn 92/65/EEG is voldaan, indien op de verpakking van iedere dosis sperma onuitwisbaar de navolgende gegevens zijn vermeld: a. de datum waarop het sperma is verkregen; b. de identiteit van de ram of de bok waarvan het sperma is gewonnen, en c. het registratienummer van het spermacentrum. 7 De eigenaar of exploitant van een spermacentrum voor schapen of geiten dan wel diens vertegenwoordiger beschikt over een vanuit één plaats op het spermacentrum te raadplegen register, dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit op elk moment op eenvoudige wijze met betrekking elke winning kan worden afgeleid: De gegevens worden bewaard tot drie jaar nadat de laatste dosis van de betrokken winning van het spermacentrum is afgevoerd. a. het aan de winning toegekende identificatienummer; b. de datum van de winning en behandeling; c. de eventuele calamiteiten die zich bij de winning hebben voorgedaan. d. het identificatienummer van de ram of de bok waarvan het sperma is gewonnen, en e. het aantal doses waarin de winning is verdeeld. 8 De eigenaar of de exploitant van een spermacentrum voor schapen of geiten dan wel diens vertegenwoordiger beschikt over een administratie waarmee de keuringsdierenarts op elk moment een overzicht kan worden geboden van het sperma dat in het spermacentrum gewonnen dan wel opgeslagen is, en die de tracering van contacten tussen het spermacentrum met inseminatoren, dierenartsen, vervoerders, handelaren en gebruikers van het sperma inzichtelijk maakt. 9 De in het zevende lid bedoelde administratie is zodanig ingericht, dat daaruit op elk moment op eenvoudige wijze met betrekking tot elke transactie kan worden afgeleid: a. de datum van de transactie; b. het identificatienummer van het betrokken sperma; c. het ontvangen of afgeleverde aantal doses sperma; d. naam en adres van de ontvanger of de leverancier; e. het spermacentrum waar het sperma gewonnen is, en f. artikel 9.5, onderdeel c artikel 9.6, derde lid, onderdeel c indien het buiten Nederland gewonnen sperma betreft, het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in, of in, alsmede de datum waarop dit sperma binnen Nederland is gebracht. 10 Voor zover het sperma op het spermacentrum is geïnsemineerd, is de in het zevende lid bedoelde administratie is zodanig ingericht, dat daaruit op elk moment op eenvoudige wijze met betrekking tot elke inseminatie kan worden afgeleid: a. de datum van de inseminatie; b. het identificatienummer van het betrokken sperma, en c. het identificatienummer van het geïnsemineerde dier. 11 De in het negende en tiende lid bedoelde gegevens worden bewaard tot drie jaar nadat het betrokken sperma van het spermacentrum is afgevoerd respectievelijk op het spermacentrum is geïnsemineerd. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.11 — Artikel 9.11#
Artikel 9.11 1 richtlijn 92/65/EEG Een instelling, instituut of centrum wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat de instelling, het instituut of het centrum voldoet aan bijlage C, punt 1 en 2, en aan artikel 13, tweede lid, onderdeel a van. 2 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister voor bepaalde tijd ingetrokken in het geval, bedoeld in bijlage C, punt 3, onder a, van. 3 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister ingetrokken, indien na aangifte van verdenking op één van de ziekten vermeld in de bijlagen A en B vanhet laboratoriumonderzoek voor de verwekkers van vorenbedoelde ziekten positieve resultaten hebben gegeven. 4 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat zij door de minister voor bepaalde tijd is ingetrokken, opnieuw verleend, indien na aangifte van verdenking op een van de ziekten vermeld in de bijlagen A en B vanhet laboratoriumonderzoek voor de verwekkers van vorenbedoelde ziekten negatieve resultaten hebben gegeven. 5 richtlijn 92/65/EEG Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat zij door de minister is ingetrokken, opnieuw verleend, indien na de uitroeiing van de besmettingshaarden, opnieuw wordt voldaan aan punt 1, met uitzondering van onderdeel f, van bijlage C van. 1995 29 09-02-1995 30-01-1995 J.95440 1995 29 09-02-1995 30-01-1995 J.95440 11-02-1995
Artikel 9.12 — Artikel 9.12#
Artikel 9.12 1 artikel 9.13 Een quarantainevoorziening voor donorrammen en donorbokken als bedoeld in bijlage D, hoofdstuk II, onderdeel II, subonderdeel 1 van richtlijn 92/65/2010, wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat de voorziening voldoet aan. 2 Aan een erkende quarantainevoorziening wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend. 3 Bij de aanvraag om erkenning van een quarantainevoorziening worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de quarantainevoorziening; b. het aan de quarantainevoorziening krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer; c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop de quarantainevoorziening is gesitueerd, waarbij is aangegeven: – afscheiding ten opzichte van de directe omgeving; – afstand en aard van de omliggende bedrijven, en d. de naam van de aan de quarantaineruimte verbonden dierenarts. 4 artikel 9.13 De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de van toepassing zijnde voorschriften vanniet worden nageleefd, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven, de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 9.13 — Artikel 9.13#
Artikel 9.13 Een erkende quarantainevoorziening voldoet aan de volgende eisen: a. de quarantaineruimte is zodanig omheind, dat vrije toegang tot de quarantaineruimte niet mogelijk is; b. voor het personeel en de bezoekers is een hygiënesluis aanwezig die zodanig gesitueerd is, dat zij deze passeren alvorens zij de quarantaineruimte betreden. De hygiënesluis is voorzien van omkleed- en douchefaciliteiten. Schone bedrijfskleding en laarzen zijn in de hygiënesluis aanwezig; c. de quarantainevoorziening beschikt over: – een stalruimte voor de dagelijkse huisvesting en verzorging van de bokken of de rammen die op efficiënte wijze fysiek is afgesloten van de overige ruimten van de quarantainevoorziening; – een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van de gebruikte materialen, en – voor ontoegankelijke ruimten voor de opslag van stro, voer, kleding en medicijnen; d. de eigenaar of exploitant van de quarantainevoorziening dan wel diens vertegenwoordiger draagt ervoor zorg dat het personeel en de bezoekers zich douchen en zich kleden met schone bedrijfskleding en laarzen voordat zij de quarantainevoorziening betreden; e. de quarantainevoorziening beschikt over een door de keuringsdierenarts vanuit één plaats op de quarantainevoorziening te raadplegen register dat dagelijks wordt bijgehouden en dat zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elke ram of bok kan worden afgeleid: – Besluit identificatie en registratie van dieren het krachtens hettoegekende identificatienummer; – gegevens inzake de uitgevoerde vaccinaties; – gegevens uit het ziekte/gezondheidsdossier; – de datum van toelating op de quarantaineruimte; – het beslag of bedrijf van waaruit de bok of ram afkomstig is, en – de gegevens, waaronder de laboratoriumuitslagen, onder vermelding van de datum, betreffende de in Bijlage D, Hoofdstuk II, onderdeel II, subonderdeel 1, punt 1.4 en 1.5, van richtlijn 92/65/EEG voorgeschreven tests, en f. de keuringsdierenarts wordt in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving van onderdeel a tot en met g, praktisch in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden van de quarantaineruimte te controleren. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 artikel 1.1. Onverminderdwordt in dit hoofdstuk verstaan onder: richtlijn 89/556/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo's van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PbEG L 302); runderembryo: eerste ontwikkelingsstadium van een als huisdier gehouden rund, dat geschikt is voor transplantatie naar een ontvangerdier, dat niet is verkregen door transfer van celkernen en dat, voor-zover afkomstig uit lid-staten na 31 december 1990 is verzameld, behandeld en opgeslagen; embryo van varkens, schapen, geiten of paardachtigen: eerste ontwikkelingsstadium van als huisdier gehouden varkens, schapen, geiten of paardachtigen, dat geschikt is voor transplantatie naar een ontvangerdier en dat niet is verkregen door transfer van celkernen; teamdierenarts: richtlijn 89/556/EEG dierenarts die overeenkomstig bijlage A vanverantwoordelijk is voor het toezicht op een runderembryoteam; runderembryoteam: artikel 10.9 overeenkomstigerkende groep technici of organisatievorm onder toezicht van een teamdierenarts, bevoegd om runderembryo's te verzamelen, te behandelen of op te slaan; runderembryo-produktieteam: artikel 10.9 runderembryoteam, erkend overeenkomstigvoor de bevruchting in vitro; embryoteam: artikel 10.11 overeenkomstigerkende groep technici of organisatievorm onder toezicht van een teamdierenarts, bevoegd om embryo’s van schapen, geiten, varkens of paardachtigen te verzamelen, te behandelen of op te slaan; embryoproductieteam: artikel 10.11 embryoteam, erkend overeenkomstigvoor de bevruchting in vitro; instelling, instituut of centrum: richtlijn 92/65/EEG instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 artikel 2.4, onderdeel a Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij embryo's, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld: a. richtlijn 89/556/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6 vanis voorgeschreven, indien het runderembryo's betreft, of b. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, derde lid, derde gedachtenstreepje, vanis voorgeschreven indien het embryo's van schapen, geiten, varkens en paardachtigen betreft. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 10.3 — Artikel 10.3#
Artikel 10.3 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat, indien het een partij runderembryo's betreft: a. artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 hoofdstuk 9 de bevruchting door kunstmatige inseminatie of in vitro is geschied, met sperma van een donorstier uit een spermacentrum dat door de minister, overeenkomstig, is erkend voor de winning, behandeling en opslag van rundersperma of met overeenkomstig, ingevoerd rundersperma; b. in geval van bevruchting in vitro, deze bevruchting is geschied door een runderembryoproduktieteam; c. richtlijn 89/556/EEG de runderembryo's zijn verzameld bij runderen die voldoen aan bijlage B van; d. richtlijn 89/556/EEG artikel 10.10 de runderembryo's door een runderembryoteam zijn verzameld, behandeld, opgeslagen en vervoerd overeenkomstig bijlage A, hoofdstuk II, van, met dien verstande dat de opslag heeft plaatsgevonden in overeenkomstigerkende opslaglokalen en e. door de keuringsdierenarts een verklaring is ontvangen van de teamdierenarts dat het runderembryoteam overeenkomstig het bepaalde in onderdeel d heeft gehandeld. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 10.4 — Artikel 10.4#
Artikel 10.4 1 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat, indien het een partij embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft: a. richtlijn 92/65/EEG de embryo's verkregen zijn door een embryoteam bij vrouwelijke donordieren die voldoen aan bijlage D, hoofdstuk IV, van; b. richtlijn 92/65/EEG de embryo's zijn behandeld en opgeslagen overeenkomstig bijlage D, hoofdstuk III, van, en c. artikel 9.3, onderdelen b, c en d artikel 9.4, onderdelen b, c en d het voor de inseminatie van de in onderdeel a bedoelde vrouwelijke donordieren gebruikte sperma voldoet aan, en. 2 artikel 2.5 Onverminderd het eerste lid is op grond van het onderzoek, bedoeld in, gebleken dat de partij embryo’s voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.2, van verordening (EG) nr. 999/2001, indien het embryo’s van schapen of geiten betreft. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 10.5 — Artikel 10.5#
Artikel 10.5 1 Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van: a. richtlijn 89/556/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 6 vanis voorgeschreven, indien het runderembryo's betreft, of b. richtlijn 92/65/EEG het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, derde lid, derde gedachtenstreepje, vanis voorgeschreven indien het embryo's van schapen, geiten, varkens en paardachtigen betreft. 2 verordening (EG) nr. 999/2001 De partij voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk A, afdeling A, onderdeel 4.2, vanindien het embryo’s van schapen of geiten betreft. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 10.6 — Artikel 10.6#
Artikel 10.6 1 De partij is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de lijst: a. richtlijn 89/556/EEG bedoeld in artikel 7, eerste lid, van, indien het runderembryo's betreft; b. die voor embryo’s van paardachtigen is vastgesteld in bijlage I bij uitvoeringsverordening (EU) 2018/659, als de zending voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5 van uitvoeringsverordening (EU) 2018/659, of c. richtlijn 92/65/EEG bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van, indien het sperma van varkens, schapen of geiten betreft, met dien verstande dat, indien vorenbedoelde lijst nog niet is vastgesteld, de partij uit geen enkel derde land mag zijn verzonden, indien zij voor Nederland is bestemd, en de partij is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land van waaruit de lid-staat van bestemming de invoer toestaat, indien zij voor een lid-staat is bestemd. 2 De partij is verzameld, behandeld en opgeslagen door een runderembryoteam of embryoteam dat is vermeld op de lijst, bedoeld in: a. richtlijn 89/556/EEG artikel 8, eerste lid, van, indien het runderembryo's betreft, of b. richtlijn 92/65/EEG artikel 17, derde lid, onderdeel b, van, indien het embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft. 3 De partij gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van: a. richtlijn 89/556/EEG artikel 10 vanis voorgeschreven, indien het runderembryo's betreft, of b. artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 92/65/EEG is voorgeschreven, indien het embryo’s van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft. 4 De partij voldoet aan: a. richtlijn 89/556/EEG de voorwaarden die zijn vastgesteld in en, in voorkomend geval, krachtens artikel 9 van, indien het runderembryo’s betreft, of b. de voorwaarden die zijn vastgelegd in het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en in voorkomend geval overige krachtens artikel 17, derde lid, artikel 18, eerste lid en artikel 19 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het embryo’s van paardachtigen betreft, of c. bijlage IX, Hoofdstuk H, van verordening (EG) nr. 999/2001 en in voorkomend geval overige krachtens artikel 17, derde lid, artikel 18, eerste lid en artikel 19 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het embryo’s van schapen of geiten betreft. 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 30-11-2019
Artikel 10.7 — Artikel 10.7#
Artikel 10.7 richtlijn 92/65/EEG Embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van: a. richtlijn 92/65/EEG gaan vergezeld van het vervoersdocument, dat op grond van artikel 13, eerste lid, vanis voorgeschreven; b. artikel 9.11 richtlijn 92/65/EEG zijn afkomstig van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstigen zijn bestemd voor een door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming overeenkomstig bijlage C vanerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 10.8 — Artikel 10.8#
Artikel 10.8 1 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Embryo’s van varkens, schapen, geiten of eenhoevige dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vangaan vergezeld van het in artikel 13, eerste lid, vanbedoelde vervoersdocument. 2 De documenten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgesteld en afgegeven in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 10.9 — Artikel 10.9#
Artikel 10.9 1 Een runderembryoteam of een runderembryoproduktieteam wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien: a. richtlijn 89/556/EEG richtlijn 89/556/EEG uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat het runderembryoteam of het runderembryoproduktieteam voldoet aan het voor een dergelijk team bepaalde in bijlage A, hoofdstuk I, van, en aan de overige relevante bepalingen van; b. de keuringsdierenarts in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving van onderdeel a, praktisch in de gelegenheid wordt gesteld de werkzaamheden van de teams te controleren; 2 De teamdierenarts draagt er zorg voor dat elke belangrijke wijziging in de organisatie van de teams of in de laboratoria en de apparatuur waarover zij beschikken, ter kennis van de keuringsdierenarts wordt gebracht. 3 Een erkenning als bedoeld in het eerste lid, wordt door de minister ingetrokken indien: a. de teamdierenarts wordt vervangen; b. zich in de organisatie van het embryoteam of embryoproduktieteam of in de laboratoria en de apparatuur waarover het beschikt, belangrijke wijzigingen voordoen, of c. blijkt dat niet meer wordt voldaan aan het eerste lid. 4 Aan een erkend runderembryoteam of runderembryoproduktieteam wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 10.10 — Artikel 10.10#
Artikel 10.10 1 richtlijn 89/556/EEG Een lokaal voor de opslag van runderembryo's, bedoeld in bijlage A, hoofdstuk II, van, wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend, indien: a. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat: 1º. richtlijn 89/556/EEG het lokaal voldoet aan de relevante bepalingen van bijlage A van, en 2º. richtlijn 89/556/EEG een sluitende administratie overeenkomstigwordt gevoerd; b. de keuringsdierenarts in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving van onderdeel a, toegang tot het lokaal, alsmede tot de gevoerde administratie heeft. 2 Een erkenning als bedoeld in het eerste lid, wordt door de minister ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan het eerste lid. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 10.10a — Artikel 10.10a#
Artikel 10.10a 1 De opslagruimte, bedoeld in bijlage D, Hoofdstuk I, onderdeel III, subonderdeel 1, punt 1.9, van richtlijn 92/65/EEG, mag voor de opslag van sperma worden gebruikt mits dat sperma: a. voldoet aan de voorschriften van de richtlijn 92/65/EEG voor schapen en geiten dan wel paardachtigen, of van richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan voor varkens; b. voor eigen gebruik door het embryoteam of embryoproductieteam wordt opgeslagen in afzonderlijke recipiënten in de ruimte voor de opslag van goedgekeurde embryo’s. 2 Als van de mogelijkheid bedoeld in het eerste lid gebruik wordt gemaakt, moet de keuringsdierenarts hiervan in kennis worden gesteld. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 10.11 — Artikel 10.11#
Artikel 10.11 1 Een embryoteam of embryoproductieteam wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend, indien: a. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat het team voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in Bijlage D, hoofdstuk I, onderdeel III, van richtlijn 92/65/EEG, b. richtlijn 92/65/EEG de keuringsdierenarts in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving door de teams van bijlage D, hoofdstuk III, van, praktisch in de gelegenheid wordt gesteld de werkzaamheden van het team te controleren. 2 De teamdierenarts draagt er zorg voor dat elke belangrijke wijziging in de organisatie van de teams of in de laboratoria en de apparatuur waarover zij beschikken, ter kennis van de keuringsdierenarts wordt gebracht. 3 Een erkenning als bedoeld in het eerste lid, wordt door de minister ingetrokken indien: a. de teamdierenarts wordt vervangen; b. zich in de organisatie van het embryoteam of embryoproductieteam of in de laboratoria en apparatuur waarover het beschikt, belangrijke wijzigingen voordoen, of c. blijkt dat niet meer wordt voldaan aan het eerste lid. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 10.12 — Artikel 10.12#
Artikel 10.12 De teamdierenarts van een embryoteam of embryoproductieteam stelt als sprake is van winning en bewerking van eicellen, eierstokken en andere weefsels voor gebruik bij in-vitrofertilisatie of in-vitrokweek voor de productie van embryo's, de minister in kennis van het bedrijf of de bedrijven van oorsprong van de donordieren. 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 2010 13891 09-09-2010 01-09-2010 149151 10-09-2010
Artikel 11.1 — Artikel 11.1#
Artikel 11.1 artikel 1.1 Onverminderd. wordt in dit hoofdstuk verstaan onder: erkend team: artikel 10.11 overeenkomstigerkende groep technici of organisatievorm, bevoegd om eicellen te verzamelen, te behandelen of op te slaan; instelling, instituut of centrum: richtlijn 92/65/EEG instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 11.2 — Artikel 11.2#
Artikel 11.2 artikel 2.4, onderdeel a richtlijn 92/65/EEG Als bewijsstuk, bedoeld in, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij eicellen, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, derde lid, derde gedachtenstreepje, vanis voorgeschreven indien het eicellen van schapen, geiten, varkens en paardachtigen betreft. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 11.3 — Artikel 11.3#
Artikel 11.3 artikel 2.5 Op grond van het onderzoek, bedoeld in, is gebleken dat: a. richtlijn 92/65/EEG de eicellen verkregen zijn door een erkend team bij vrouwelijke donordieren die voldoen aan bijlage D, hoofdstuk IV, van; b. richtlijn 92/65/EEG de eicellen zijn behandeld en opgeslagen overeenkomstig bijlage D, hoofdstuk III, van, en c. artikel 9.3, onderdelen b, c en d artikel 9.4, onderdelen b, c en d het voor de inseminatie van de in onderdeel a bedoelde vrouwelijke donordieren gebruikte sperma voldoet aan, en. 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 2013 27972 10-10-2013 02-10-2013 WJZ/13080388 11-10-2013
Artikel 11.4 — Artikel 11.4#
Artikel 11.4 richtlijn 92/65 Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, derde lid, derde gedachtenstreepje, vanis voorgeschreven indien het eicellen van schapen, geiten, varkens en paardachtigen betreft. 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 2005 137 19-07-2005 07-07-2005 TRCJZ/2005/2068 19-11-2005
Artikel 11.5 — Artikel 11.5#
Artikel 11.5 1 De partij is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op: a. de lijst die voor eicellen van paardachtigen is vastgesteld in bijlage I bij uitvoeringsverordening (EU) 2018/659, als de zending voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5 van uitvoeringsverordening (EU) 2018/659, of b. richtlijn 92/65/EEG de lijst, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van, indien het eicellen van varkens, schapen of geiten betreft, met dien verstande dat, indien vorenbedoelde lijst nog niet is vastgesteld, de partij is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land van waaruit de lid-staat van bestemming de invoer toestaat, indien zij voor een lid-staat is bestemd. 2 richtlijn 92/65/EEG De partij is verzameld, behandeld en opgeslagen door een erkend team dat is vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b, van. 3 richtlijn 92/65/EEG De partij gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, vanis voorgeschreven, dan wel, indien vorenbedoeld gezondheidscertificaat nog niet is vastgesteld, en: richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG hoofdstuk 2 de partij voor Nederland is bestemd, de partij vergezeld gaat van een certificaat dat een verklaring van de officiële dierenarts behelst dat de eicellen zijn verkregen, behandeld en opgeslagen op een wijze die tenminste gelijkwaardig is aan hetgeen hieromtrent op grond van artikel 11, derde lid, eerste en tweede gedachtenstreepje vangeldt, dat voldaan is aan artikel 11, derde lid, tweede alinea vanen aan de voorschriften voor het brengen in Nederland van vorenbedoelde eicellen uit derde landen op grond vanvan de onderhavige regeling; de partij voor een lid-staat is bestemd, de partij vergezeld gaat van het certificaat dat door de lid-staat van bestemming wordt geëist. 4 De partij voldoet aan: a. de voorwaarden die zijn vastgelegd in het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid en in voorkomend geval overige krachtens artikel 17, derde lid, artikel 18, eerste lid en artikel 19 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het eicellen van paardachtigen betreft, of b. de voorwaarden die zijn vastgelegd in het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid en in voorkomend geval overige krachtens artikel 17, derde lid, artikel 18, eerste lid en artikel 19 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen, indien het eicellen van schapen of geiten betreft. 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 2019 65335 29-11-2019 23-11-2019 WJZ/19164763 30-11-2019
Artikel 11.6 — Artikel 11.6#
Artikel 11.6 richtlijn 92/65/EEG Eicellen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van: a. richtlijn 92/65/EEG gaan vergezeld van het vervoersdocument, dat op grond van artikel 13, eerste lid, vanis voorgeschreven; b. artikel 9.11 richtlijn 92/65/EEG zijn afkomstig van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstigen zijn bestemd voor een door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming overeenkomstig bijlage C vanerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 11.7 — Artikel 11.7#
Artikel 11.7 1 richtlijn 92/65/EEG richtlijn 92/65/EEG Eicellen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vangaan vergezeld van het in artikel 13, eerste lid, vanbedoelde vervoersdocument. 2 De documenten, bedoeld in het eerste lid, zijn opgesteld en afgegeven in overeenstemming met de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 11a.1 — Artikel 11a.1#
Artikel 11a.1 In dit hoofdstuk wordt onder communautaire vrijwaringsmaatregel verstaan verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot dieren of levende dierlijke producten. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 11a.2 — Artikel 11a.2#
Artikel 11a.2 Het is verboden dieren, broedeieren, sperma, embryo’s en eicellen vanuit een lidstaat of een derde land, of een deel daarvan, in Nederland te brengen ingeval op grond van een communautaire vrijwaringsmaatregel voor lidstaten een verplichting geldt om: a. het binnenbrengen van de desbetreffende diersoort, dan wel het desbetreffende product, uit het desbetreffende land of een deel daarvan te schorsen; b. bijzondere voorwaarden aan de het binnenbrengen van desbetreffende dieren, dan wel producten uit het desbetreffende land of een deel daarvan te stellen, indien niet is voldaan aan de bij deze communautaire vrijwaringsmaatregel voorgeschreven voorwaarden. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 11a.3 — Artikel 11a.3#
Artikel 11a.3 1 De bevoegde autoriteit, bedoeld in een communautaire vrijwaringsmaatregel, is de minister. 2 In afwijking van het eerste lid is, ingeval een communautaire vrijwaringsmaatregel de bevoegde autoriteit een taak opdraagt die niet bestaat in het nemen van een besluit, de bevoegde autoriteit de NVWA. 3 De officiële dierenarts, bedoeld in een communautaire vrijwaringsmaatregel,is een dierenarts, verbonden aan de NVWA. 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 2020 30150 05-06-2020 29-05-2020 WJZ/20150437 06-06-2020
Artikel 11a.4 — Artikel 11a.4#
Artikel 11a.4 Een communautaire vrijwaringsmaatregel, of een wijziging daarvan, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, of bij gebreke daarvan, de dag waarop de maatregel is vastgesteld. 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 2006 243 13-12-2006 05-12-2006 TRCJZ/2006/3746 15-12-2006
Artikel 11b.1 — Artikel 11b.1#
Artikel 11b.1 artikel 2.1, tweede lid Een partij bijensperma of eicellen van bijen wordt, voor zover nodig in afwijking van, onder de volgende voorwaarden in Nederland gebracht: a. de partij bijensperma of eicellen van bijen is verzonden vanuit: 1° een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 7, eerste of tweede lid, van verordening (EU) nr. 206/2010, of 2° een lid-staat, waarin de partij bijensperma of eicellen van bijen rechtmatig in de handel is gebracht en die voldoet aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd; b. bijlage 2 de partij gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat afgegeven door een officiële dierenarts, opgenomen inbij deze regeling, tenzij ze reeds vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG; c. het verpakkingsmateriaal van de partij bijensperma en eicellen wordt onderzocht door de NVWA op ziekten en parasieten; d. totdat het onderzoek is afgerond, worden bijensperma en eicellen van bijen slechts gebruikt in afgesloten bijenkasten. 2014 32067 07-11-2014 04-11-2014 WJZ/14148734 2014 32067 07-11-2014 04-11-2014 WJZ/14148734 01-01-2015
Artikel 11c.1 — Artikel 11c.1#
Artikel 11c.1 artikel 1.1 Onverminderd, wordt in dit hoofdstuk verstaan onder: blanco identificatiedocument: identificatiedocument dat nog niet is voorzien van de gegevens, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 576/2013; identificatiedocument: identificatiedocument als bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 576/2013; transponder: transponder als bedoeld in artikel 3, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 576/2013; uitgever: uitgever van blanco identificatiedocumenten; unieke alfanumerieke code: unieke alfanumerieke code als bedoeld in artikel 21, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 11c.2 — Artikel 11c.2#
Artikel 11c.2 artikel 81b van de wet Als voorschriften als bedoeld inworden aangewezen de artikelen 5, vierde lid, 6, 10, 11, derde lid, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 21, 22, eerste tot en met derde lid, 23, tweede lid, 33, tweede lid, 34, tweede lid, en 36, eerste lid, van verordening (EU) nr. 576/2013. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 11c.3 — Artikel 11c.3#
Artikel 11c.3 1 artikel 4.3, eerste lid, van de Wet dieren De gemachtigde dierenarts, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EU) nr. 576/2013, is een dierenarts die is geregistreerd overeenkomstig. 2 artikel 1:3 van de Algemene douaneregeling Het punt van binnenkomst voor reizigers, bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van verordening (EU) nr. 576/2013, is een grenscontrolepost of douanekantoor als bedoeld in. 3 In afwijking van het tweede lid kunnen geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden via een ander punt van binnenkomst in Nederland worden gebracht, indien: a. de minister hiervoor een vergunning heeft verleend, en b. de honden bij een punt van binnenkomst als bedoeld in het vijfde lid zijn onderworpen aan documenten- en identiteitscontroles als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening (EU) nr. 576/2013. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 11c.4 — Artikel 11c.4#
Artikel 11c.4 1 Blanco identificatiedocumenten worden uitsluitend uitgegeven door erkende uitgevers en worden elk voorzien van een unieke alfanumerieke code die door de minister aan hen is verstrekt. 2 Blanco identificatiedocumenten voldoen aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens artikel 21 van verordening (EU) nr. 576/2013. 3 Bij de aanvraag tot erkenning verstrekt de uitgever aan de minister: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de uitgever, en b. een model van de uit te geven identificatiedocumenten. 4 De minister erkent een uitgever indien het model van de uit te geven blanco identificatiedocumenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens artikel 21 van verordening (EU) nr. 576/2013. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 01-01-2019
Artikel 11c.4a — Artikel 11c.4a#
Artikel 11c.4a 1 Erkende uitgevers houden een administratie bij van de naam en contactgegevens van gemachtigde dierenartsen aan wie zij blanco identificatiedocumenten uitgeven onder vermelding van de unieke alfanumerieke code van de uitgegeven blanco identificatiedocumenten. 2 De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste drie jaar bewaard. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 01-01-2019
Artikel 11c.4b — Artikel 11c.4b#
Artikel 11c.4b 1 artikel 11c.4 artikelen 11c.2 11c.4a 11c.7 De minister kan een erkenning als bedoeld inschorsen voor een door hem te bepalen termijn indien een uitgever niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in de, 11c.4,, en. 2 De uitgever wiens erkenning door de minister is geschorst verschaft de minister onverwijld een overzicht van: a. de unieke alfanumerieke codes die door de minister aan de uitgever zijn verstrekt, en nog niet zijn gebruikt voor de productie van identificatiedocumenten, en b. de blanco identificatiedocumenten die de uitgever reeds heeft geproduceerd of laten produceren, en nog niet heeft uitgegeven aan gemachtigde dierenartsen, onder vermelding van de unieke alfanumerieke code van de blanco identificatiedocumenten. 3 artikel 11c.4, derde lid De minister kan een erkenning als bedoeld, intrekken indien de uitgever tijdens de schorsingstermijn niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, of na afloop van de schorsingstermijn niet heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorschriften, bedoeld in het eerste lid. 4 De uitgever wiens erkenning door de minister is ingetrokken verstrekt de blanco identificatiedocumenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onverwijld aan de minister. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 01-01-2019
Artikel 11c.5 — Artikel 11c.5#
Artikel 11c.5 1 In aanvulling op artikel 22, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 576/2013, vermeldt de gemachtigde dierenarts bij de afgifte van een identificatiedocument in rubriek XII van het identificatiedocument: a. het land van geboorte van het dier, en b. indien van toepassing, de unieke alfanumerieke code van eerder voor het dier afgegeven identificatiedocumenten. 2 De termijn, bedoeld in artikel 22, derde lid, van verordening (EU) nr. 576/2013, bedraagt drie jaar. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 11c.6 — Artikel 11c.6#
Artikel 11c.6 1 Het is verboden blanco identificatiedocumenten voorhanden te hebben. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. artikel 11c.3, eerste lid gemachtigde dierenartsen als bedoeld in, en b. artikel 11c.4, eerste lid erkende uitgevers als bedoeld in. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 01-01-2019
Artikel 11c.7 — Artikel 11c.7#
Artikel 11c.7 1 artikel 11c.3, eerste lid Het is verboden blanco identificatiedocumenten te verstrekken aan anderen dan gemachtigde dierenartsen als bedoeld in. 2 Indien een gemachtigde dierenarts een blanco identificatiedocument verstrekt aan een andere gemachtigde dierenarts, houdt de verstrekkende gemachtigde dierenarts een administratie bij met de naam en contactgegevens van de ontvangende gemachtigde dierenarts onder vermelding van de unieke alfanumerieke code van het verstrekte identificatiedocument. 3 De administratie, bedoeld in het tweede lid, wordt ten minste drie jaar bewaard. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 01-01-2019
Artikel 11c.8 — Artikel 11c.8#
Artikel 11c.8 Het inplanten van een transponder door een ander dan een dierenarts, bedoeld in artikel 18 van verordening (EU) nr. 576/2013, is toegestaan aan degene die beroepsmatig met een zekere regelmaat transponders inbrengt. 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 2018 57585 16-10-2018 06-10-2018 WJZ/16112690 17-10-2018
Artikel 12.1 — Artikel 12.1#
Artikel 12.1 Vervallen 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 13.1 — Artikel 13.1#
Artikel 13.1 De Regeling in- en doorvoer vee, veeproducten e.d., de Regeling doorvoer vee 1992, de Regeling wederinvoer vee 1992, de Regeling invoer vee 1992, de Regeling in- en doorvoer sperma van runderen 1992, de Regeling in- en doorvoer embryo's van runderen 1993, de Regeling in- en doorvoer sperma van varkens 1993, de Regeling in- en doorvoer papagaaien en papagaaiachtigen 1977, de Regeling invoer levende en dode vossen, de Regeling in en doorvoer levende konijnen 1984, de Regeling in- en doorvoer nertsen 1977, de Regeling in- en doorvoer honden en katten, de Regeling in-, uit- en doorvoer circusdieren 1971, de Regeling in-, door- en vervoer pluimvee, vogels en broedeieren 1992, de Regeling in- en doorvoer levende dieren en producten 1993, de Regeling uitvoer vee 1974, de Beschikking vervoer sperma van runderen, de Beschikking vervoer diepgevroren sperma van runderen, de Beschikking vervoer embryo's van runderen, de Beschikking vervoer sperma van varkens, de Regeling vervoer levende dieren en producten 1993, en de Beschikking vervoer pluimvee en broedeieren, de Beschikking vervoer geregistreerde paardachtigen en de Regeling voorschriften slachtkalveren worden ingetrokken. 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 155 16-08-1999 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 01-07-1999
Artikel 13.1a — Artikel 13.1a#
Artikel 13.1a artikelen 30 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikelen 4 5 van het Besluit uitvoering verordening officiële controles diergezondheid Deze regeling berust mede op deenen deen. 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 2019 61285 11-11-2019 02-11-2019 WJZ/19132632 14-12-2019
Artikel 13.2 — Artikel 13.2#
Artikel 13.2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 1994 250 28-12-1994 30-11-1994 J9418643 30-12-1994
Artikel 13.3 — Artikel 13.3#
Artikel 13.3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handel levende dieren en levende producten. Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst. 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 155 16-08-1999 1999 122 30-06-1999 28-06-1999 TRCJZ/1999/5756 01-07-1999
Artikel _1 — Algemene eisen#
Algemene eisen 1 Het verzamelcentrum is gemakkelijk bereikbaar via verharde wegen en ligt niet in een gebied ten aanzien waarvan op grond van de regelgeving van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen of op grond van nationale regelgeving maatregelen zijn genomen, houdende de instelling van een verbod om dieren uit het betrokken gebied uit te voeren of in de handel te brengen. 2 artikel 3.15 Het verzamelcentrum maakt geen deel uit van een bedrijf waar vee is gehuisvest, van een slachthuis, van een verzamelplaats ten behoeve van het verzamelen van andere dieren dan runderen dan wel van een verzamelplaats ten behoeve van het verzamelen van andere soorten runderen dan die waarvoor het verzamelcentrum is erkend, of van een bedrijfsruimte, bedoeld in de. De gebouwen van het verzamelcentrum zijn gelegen op een minimale afstand van 100 meter van gebouwen behorende bij één of meer van de bovengenoemde bedrijven. Het verzamelcentrum is zodanig omheind, dat vrije toegang tot het verzamelcentrum niet mogelijk is. 3 Het verzamelcentrum beschikt over een door de minister goedgekeurd opleidingsplan op grond waarvan het personeel dat op het centrum verantwoordelijk is voor de dieren door de aanbieder wordt opgeleid in de zorg voor en het welzijn van de dieren alsmede in de wettelijke eisen die ter zake van het verzamelcentrum worden gesteld.
Artikel _2 — Voorzieningen#
Voorzieningen 4 Het verzamelcentrum beschikt over laad- en losruimten waar de runderen worden in- en uitgeladen. De laad- en losvoorzieningen zijn zodanig dat laad- en loswerkzaamheden ongehinderd kunnen plaatsvinden. 5 Behoudens wanneer ten genoegen van de minister kan worden aangetoond dat de bedrijfsvoering van het verzamelcentrum zodanig is dat aankomende en vertrekkende runderen niet met elkaar in contact komen, is het verzamelcentrum zodanig ingericht dat bij het in- en uitladen aankomende en vertrekkende runderen niet met elkaar in contact komen. 6 Op het verzamelcentrum zijn één of meerdere stalruimten aanwezig voor het onderbrengen van de runderen. Voorzieningen zijn in de stalruimten aanwezig voor het voeren en drenken van de runderen. 7 In de onmiddellijke nabijheid van de uitlaadruimte, is een aparte, afsluitbare stalling voor zieke of van een dierziekte verdachte runderen aanwezig dan wel een stalruimte waarin een voorziening is getroffen voor de afzondering van runderen zodanig dat de daartoe bestemde ruimte fysiek door middel van geheel gesloten wanden gescheiden is van de overige stallingsvoorzieningen binnen de stalruimte. 8 Op het verzamelcentrum is een voor runderen ontoegankelijke ruimte aanwezig voor opslag van voeder en strooisel, gescheiden van de ruimte waar runderen kunnen verblijven alsmede een afsluitbare, lekvrije, voor vogels of ongedierte ontoegankelijke en goed reinigbare voorziening aanwezig voor de opslag van kadavers. Deze voorziening is zodanig op een verharde plaats gesitueerd dat het vanaf de openbare verharde weg binnen het bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel van degene die het materiaal ophaalt. 9 In de nabijheid van de stalruimte is een voorziening aanwezig voor de opslag van mest en indien een stalruimte geheel of gedeeltelijk wordt ingestrooid, is tevens in de nabijheid van de stalruimte een voorziening aanwezig voor de opslag van het gebruikte strooisel. 10 Op het verzamelcentrum is ten behoeve van de NVWA een stoel, een telefoon en een afsluitbaar bureau of een afsluitbare ruimte aanwezig ingericht met ten minste een tafel. Indien de rijksdienst een onafhankelijke telefoonaansluiting wenst, komt deze voor rekening van de rijksdienst. In of in de nabijheid van de kantoorruimte bevindt zich een toilet met gelegenheid tot handen wassen. 11 Het verzamelcentrum beschikt over een geschikt opvangsysteem voor het afvalwater dat zorg draagt dat het afvalwater kan afvloeien of op andere wijze wordt verwijderd. 12 Bij de laad- en losruimte en in de stalruimte is een voor inspectie en keuringen passende verlichting aanwezig met een minimale lichtsterkte van 300 lux.
Artikel _3 — Reiniging en ontsmetting#
Reiniging en ontsmetting 13 Voor het personeel en bezoekende personen die uit hoofde van hun functie het verzamelcentrum, dan wel, indien het verzamelcentrum beschikt over meerdere epidemiologische eenheden, een epidemiologische eenheid dienen te betreden, is een hygiënesluis gesitueerd, zodanig dat zij deze passeren alvorens zij op het verzamelcentrum respectievelijk epidemiologische eenheid werkzaamheden verrichten. De hygiënesluis is voorzien van omkleed-, wasfaciliteiten en van een toilet. Schone bedrijfskleding en laarzen zijn in de hygiënesluis aanwezig. 14 Het gehele terrein van het verzamelcentrum waar mogelijk met smetstof verontreinigd materiaal vanaf transportmiddelen op de grond terecht kan komen, is verhard. Het gehele verharde terrein van het verzamelcentrum is in goede staat van onderhoud en zonder glooiingen. 15 Alle ruimten kunnen gemakkelijk en grondig worden gereinigd en ontsmet. De plaats waar runderen worden in- en uitgeladen en de stalruimte zijn voorzien van een verharde en voor water ondoordringbare terreinbedekking en zijn zodanig dat zij onder alle klimatologische omstandigheden deugdelijk en efficiënt gereinigd en ontsmet kunnen worden. De wanden van de binnenstalruimte bestaan, voorzover niet hoger dan 2,5 meter boven het vloeroppervlak geheel, en voorzover hoger dan 2,5 meter tot een hoogte van 2,5 meter uit voor water ondoordringbaar materiaal. 16 Alle materialen waarmee de runderen op het verzamelcentrum in aanraking kunnen komen zijn uitsluitend van duurzaam en voor water ondoordringbaar materiaal gemaakt dat gemakkelijk en grondig kan worden gereinigd en ontsmet. De materialen worden goed onderhouden en eventuele reparaties worden onmiddellijk uitgevoerd. Het gebruik van corroderende materialen is niet toegestaan. Hout is slechts toegestaan, wanneer dit is ingebed in kunststof of hars. 17 Het verzamelcentrum is voor vervoermiddelen uitsluitend toegankelijk via één afsluitbare ingang en uitsluitend te verlaten via één afsluitbare uitgang, behoudens wanneer gewaarborgd is dat binnenkomende en uitgaande vervoermiddelen niet met elkaar in contact kunnen komen. In dat geval kan volstaan worden met één afsluitbare ingang die tevens als enige uitgang te gebruiken is. De uitgang van het verzamelcentrum is voorzien van een sproei-installatie die water levert van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting voor het reinigen en ontsmetten van de wielen van de vervoermiddelen. 18 Het verzamelcentrum beschikt over één of meer installaties voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen die water levert van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting. De plaatsen waarop deze reiniging en ontsmetting plaatsvindt zijn voorzien van een verharde en voor water ondoordringbare terreinbedekking. 19 Het verzamelcentrum beschikt over één of meer installaties voor het reinigen en ontsmetten van de stalruimten, de laad- en losplaatsen en van de overige ruimten. 20 Voor de mogelijkheid tot controle op reiniging en ontsmetting geldt een minimale lichtsterkte van 300 lux.
Artikel _4 — Administratie#
Administratie 21 Op het verzamelcentrum zijn een in- en uitslagregister dan wel een elektronische informatiedrager met gegevens over de in- en uitslag aanwezig waarin onmiddellijk na aankomst onderscheidenlijk vertrek van de runderen onder vermelding van het aantal runderen, de datum van aankomst en vertrek, het herkomstbedrijf en de eigenaar, het bestemmingsadres en de koper van de runderen worden bijgehouden door middel van registratie van de identificatie van alle runderen die het verzamelcentrum passeren, zodanig dat een directe koppeling tussen de in- en uitslag per dier mogelijk is. De voor aan- en afvoer gebruikte vervoermiddelen worden eveneens onmiddellijk na aankomst onderscheidenlijk vertrek onder vermelding van de registratienummers van de vervoerders alsmede van het vervoermiddel in het register dan wel in de elektronische informatiedrager bijgehouden alsmede bij export van de runderen het serienummer van het gezondheidscertificaat. De houder van het verzamelcentrum administreert zodanig, dat de officiële dierenarts aan de hand van het register alle op het verzamelcentrum aangevoerde, aanwezige en afgeleverde runderen, de vervoerders en de vervoermiddelen waarmee de runderen werden getransporteerd, kan traceren. De gegevens bedoeld in dit onderdeel worden minimaal drie jaren bewaard.
Artikel 11b.1#
artikel 11b.1