Regeling keuring en handel dierlijke producten
- BWB-id
- BWBR0006727
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-12-17 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006727
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-keuring-en-handel-dierlijke-producten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-keuring-en-handel-dierlijke-producten/2005-12-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006727&g=2005-12-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006727&z=2026-06-06&g=2005-12-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006727/2005-12-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-keuring-en-handel-dierlijke-producten
Artikel 1.1#
artikel 1.1
Artikel 1.2#
artikel 1.2
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: richtlijn 64/433/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG 1991, L 268); richtlijn 71/118/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van de productie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee (PbEG 1993, L 62); richtlijn 72/461/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (PbEG L 302); richtlijn 72/462/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1992 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302); richtlijn 77/96/EG : richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PbEG 1977, L 26); richtlijn 77/99/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 betreffende de gezondheidsvraagstukken op het gebied van de productie en het in de handel brengen van vleesproducten en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong (PbEG 1992, L 57); richtlijn 80/215/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 1980 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesproducten (PbEG L 47); richtlijn 89/662/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395); richtlijn 90/539/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 september 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PbEG L 303); richtlijn 91/494/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1991 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van vers vlees van pluimvee (PbEG L 268); richtlijn 91/495/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268); richtlijn 92/45/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG L 268); richtlijn 92/118/EEG : Richtlijn 89/662/EEG Richtlijn 90/425/EEG richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van, en wat ziekteverwekkers betreft, van(PbEG 1993, L 62); richtlijn 93/43/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEG L 175); richtlijn 94/65/EG : richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994 tot vaststelling van voorschriften voor de productie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368); Richtlijn 96/22/EG : richtlijn (EG) nr. 96/22 Richtlijnen 81/602/EEG 88/146/EEG 88/299/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de,en(PbEG L 125); richtlijn 97/78/EG : richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24); richtlijn 91/67/EEG: richtlijn nr. 91/67/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurproducten (PbEG L 46); richtlijn 2002/99/EG: richtlijn nr. 2002/99/EG van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEG L 18); verordening 999/2001/EG : verordening van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001, houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën; verordening 1774/2002/EG : verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PBEG L 273); verordening 812/2003/EG : Verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtensvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de invoer en doorvoer van bepaalde producten uit derde landen (PbEG L 117); verordening 1829/2003 : verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268); verordening 1830/2003 : Richtlijn 2001/18/EG verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van(PbEU L 268); verordening 136/2004/EG : verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEU L 21); verordening 745/2004/EG : verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie (PbEU L 122); verordening 780/2004/EG : Verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 april 2004 betreffende overgangsmaatregelen krachtensvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de invoer en doorvoer van bepaalde producten uit bepaalde derde landen (PbEU L123); beschikking 2003/329/EG: Verordening (EG) nr. 1774/2002 beschikking van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtenswat betreft de warmtebehandeling van mest (PbEG L 117); beschikking 79/542/EEG: beschikking (EG) nr. 79/542 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 tot vaststelling van een lijst van derde landen of delen van derde landen, alsmede tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van levende dieren en vers vlees daarvan (PbEU 2004, L 73); beschikking 93/402/EEG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 juni 1993 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van vers vlees uit landen van Zuid-Amerika (PbEG L 179); beschikking 94/85/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 februari 1994 tot vaststelling van een lijst van derde landen waaruit de Lid-Staten de invoer van vers vlees van pluimvee toestaan (PbEG L 44); beschikking 94/86/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 februari 1994 tot vaststelling van de voorlopige lijst van derde landen waaruit de Lid-Staten de invoer van vlees van vrij wild toestaan (PbEG L 44); beschikking 94/984/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1994 tot vaststelling van de diergezondheidsvoorschriften en de voorschriften inzake veterinaire certificaten voor de invoer van vers vlees van pluimvee uit derde landen (PbEG L 378); beschikking 95/408/EG: Beschikking van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243); beschikking 96/659/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 november 1996 inzake beschermende maatregelen in verband met Krim-Kongo hemorragische koorts in Zuid-Afrika en Azië (PbEG L 302); beschikking 97/217/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 februari 1997 tot vaststelling van groepen van derde landen die kunnen voldoen aan de eisen inzake veterinaire certificering voor de invoer van vlees van vrij wild, vlees van gekweekt wild en konijnenvlees uit derde landen (PbEG L 88); beschikking 97/296/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 april 1997 tot vaststelling van de lijst van derde landen waaruit invoer van visserijproducten voor menselijke consumptie is toegestaan (PbEG L 122); 2000/571/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 september 2000 tot vaststelling van de methoden voor de veterinaire controles van producten uit derde landen die bestemd zijn voor een vrije zone, een vrij entrepot, een douane-entrepot of een handelaar die levert aan grensoverschrijdende zeevervoermiddelen (PbEG L 240); beschikking 2000/572/EG: beschikking (EG) nr. 2000/572 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 september 2000 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van vleesbereidingen uit derde landen (PbEG L 240); beschikking 2000/585/EG: beschikking (EG) nr. 2000/585 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 september 2000 houdende vaststelling van een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer toestaan van konijnenvlees en van bepaalde soorten vlees van vrij en van gekweekt wild, en houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor die invoer (PbEU 2004, L 73); beschikking 2000/609/EG: beschikking (EG) nr. 2000/609 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 2000 (PbEG L 258) tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer van vlees van gekweekte loopvogels en tot wijziging van Beschikking 94/85/EG tot vaststelling van een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van vers vlees van pluimvee toestaan; beschikking 2001/471/EG: richtlijn 64/433/EEG richtlijn 71/118/EEG beschikking 2001/471/EG van de Europese Commissie van 8 juni 2001 tot vaststelling van voorschriften voor het regelmatig doen controleren van de algemene hygiëne door de exploitanten in inrichtingen overeenkomstigbetreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees eninzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van de productie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee (PbEG L 165); beschikking 2003/812/EG: Richtlijn 92/118/EEG beschikking (EG) nr. 2003/812 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 17 november 2003 tot vaststelling van lijsten van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van bepaalde producten voor menselijke consumptie als bedoeld invan de Raad toestaan (PbEU L 305); beschikking 2004/280/EG: Beschikking (EG) nr. 2004/280 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2004 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong, verkregen in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PbEU L 87); Overeenkomst: Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57). minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; VWA: de Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127); werkelijke kosten: de kosten die betrekking hebben op de administratiekosten, de loonkosten en de sociale premies van de met de onderzoeken en keuringen belaste personen van de RVV als mede de kosten van laboratoriumonderzoek; keuringsdierenarts: dierenarts verbonden aan de VWA; assistent: door de minister aangewezen keurmeester; ambtenaar: ambtenaar, bedoeld in artikel 114, eerste of tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; officiële dierenarts: door de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending aangewezen dierenarts; inspectiepost: richtlijn 97/78/EEG op Nederlands grondgebied gelegen inspectiepost aan de grens die voldoet aan de bij of krachtens artikel 6 vangestelde voorschriften en uit dien hoofde overeenkomstig dat artikel is aangewezen en erkend voor de controle van bepaalde soorten producten; douane-entrepot: Verordening (EEG) nr. 2913/92 opslagruimte als bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 (PbEG L 302); vrij entrepot: Verordening (EEG) nr. 2913/92 opslagruimte als bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 (PbEG L 302); ruimte voor tijdelijke opslag: Verordening (EEG) nr. 2454/93 opslagruimte als bedoeld in artikel 185 van devan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 (PbEG L 253); lid-staat: lid-staat: lid-staat van de Europese Unie, niet zijnde Nederland; derde land: land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lid-staat; pluimvee: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden en ganzen, alsmede gekweekt vederwild; vers vlees van pluimvee: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van pluimvee, ook vacuüm of in gecontroleerde atmosfeer verpakt, niet zijnde gehakt vlees en niet zijnde vleesbereidingen, die, buiten de koudebehandeling, geen behandeling ter bevordering van de houdbaarheid hebben ondergaan; vrij wild: bejaagde niet-gedomesticeerde landzoogdieren, met inbegrip van niet-gedomesticeerde zoogdieren die in een gesloten gebied leven met eenzelfde vrijheid als vrij wild, en niet-gedomesticeerde vogels, niet zijnde vogels die in gevangenschap worden gekweekt of gehouden; grof vrij wild: niet-gedomesticeerde zoogdieren van de familie der hoefdieren; klein vrij wild: niet-gedomesticeerde zoogdieren van de familie der Leporidae en bejaagde niet-gedomesticeerde vogels, niet-zijnde vogels of Leporidae die in gevangenschap worden gekweekt of gehouden; vrij vederwild: niet-gedomesticeerde vogels, niet zijnde vogels die in gevangenschap worden gekweekt of gehouden; gehele stukken vrij wild: gehele stukken niet-onthuid gedood grof wild of gehele stukken niet-ontvederd of niet-ontheid en al dan niet ontweid gedood klein vrij wild; vlees van vrij wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van vrij wild, niet zijnde gehakt vlees en vleesbereidingen en niet zijnde slachtafvallen van vrij vederwild, eenhoevig wild, wilde Leporidae en niet-gedomesticeerde landzoogdieren, niet zijnde hoefdieren; gekweekt vederwild: kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (Ratites) en andere niet-gedomesticeerde vogels die in gevangenschap worden gekweekt of gehouden; vlees van gekweekt vederwild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van gekweekt vederwild, niet zijnde gehakt vlees en niet zijnde vleesbereidingen; gehakt vlees: richtlijn 64/433/EEG richtlijn 91/495/EEG vlees als bedoeld in artikel 2 van, 71/118/EEG of 92/45/EEG, dan wel vlees dat voldoet aan artikel 3, 6 of 8 van, dat in kleine stukken is gehakt of door een hakmolen is gehaald en waaraan ten hoogste 1% zout is toegevoegd; vleesproducten: richtlijn 77/99/EEG producten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, aanhef, van, niet zijnde vlees, onderscheidenlijk producten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder i en ii, van die richtlijn; vleesbereidingen: richtlijn 64/433/EEG richtlijn 91/495/EEG vlees als bedoeld in artikel 2 van, 71/118/EEG of 92/45/EEG, dan wel vlees dat voldoet aan artikel 3, 6 of 8 van, waaraan levensmiddelen, kruiderijen of additieven zijn toegevoegd of dat een behandeling heeft ondergaan in een mate die niet volstaat om de inwendige celstructuur van het vlees te veranderen en aldus de kenmerken van vers vlees te doen verdwijnen; richtlijn 77/99/EEG een andere behandeling heeft ondergaan dan de behandeling, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en f, van; bereid is door toevoeging van levensmiddelen, kruiden of additieven, of onderworpen is aan een combinatie van de vorenbedoelde procédés, welke bereiding van dien aard is dat de celstructuur van het vlees niet is aangetast en dat er geen beensplinters in het eindproduct aanwezig zijn; producten: vers vlees van pluimvee; vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild; gehakt vlees; vleesbereidingen; overige dierlijke producten; dierlijke bijproducten; verordening 745/2004/EG producten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van, voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden; partij: hoeveelheid producten van dezelfde aard waarvoor eenzelfde handelsdocument of certificaat zoals voorgeschreven in deze regeling geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en die afkomstig is uit hetzelfde derde land of gedeelte van een derde land, dan wel, indien zij afkomstig is uit een lid-staat, uit dezelfde inrichting; in de handel brengen: bedrijfsmatig voorhanden of in voorraad hebben, slachten, be- of verwerken, ge- en verbruiken, vervoeren, aanvoeren, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen of vervreemden, daaronder niet begrepen het brengen in Nederland en het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen; importeur: elke natuurlijke of rechtspersoon die een partij met het oog op het brengen in Nederland bij een inspectiepost ten onderzoek aanbiedt, dan wel zijn gemachtigde; belanghebbende bij de lading: richtlijn 97/78/EG belanghebbende bij de lading als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van; handelaar: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, zijnde de eerste ontvanger op Nederlands grondgebied van een partij afkomstig uit een lid-staat, dan wel zijn gemachtigde; overige dierlijke producten: richtlijn 89/662/EEG producten van dierlijke oorsprong en handelsmonsters, niet zijnde dierlijke bijproducten, waarvoor geen specifieke communautaire veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften gelden als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van, met uitzondering van: a. beenderen of producten uit beenderen, met uitzondering van beendermeel, hoornen of producten uit hoorn, met uizondering van hoornmeel, dan wel hoeven of producten uit hoeven, met uizondering van meel van hoeven, bestemd voor menselijke voeding; b. verwerkte dierlijke eiwitten, bestemd voor menselijke voeding; c. richtlijn 92/118/EEG producten, bedoeld in de hoofdstukken 9 en 11 van bijlage I vanen in hoofdstuk I van bijlage II van genoemde richtlijn, voor zover deze producten zijn bestemd voor menselijke voeding; d. richtlijn 91/495/EEG bereidingen van vlees van gekweekt wild of konijnevlees als bedoeld in artikel 2 van, of van vlees van vrij wild; e. verordening 745/2004/EG producten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van, voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden; aquacultuurdieren: richtlijn 91/67/EEG aquicultuurdieren als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van; aquacultuurproducten: richtlijn 91/67/EEG aquicultuurproducten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van; communautaire maatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; dierlijke bijproducten: verordening 1774/2002/EG producten als bedoeld in bijlage VII en VIII vanof andere, niet in bijlage VIII van die verordening genoemde, technische producten die van categorie 3-materiaal als bedoeld in die verordening zijn afgeleid; handelsmonster: monster zonder handelswaarde dat genomen is in opdracht van de eigenaar van of de verantwoordelijke voor een inrichting, dat representatief is voor een bepaalde productie van overige dierlijke producten van die inrichting of dat een model vormt van een product van dierlijke oorsprong waarvan de productie wordt overwogen, en dat, voor het verdere onderzoek, een opgave behelst van het type product, de samensteling daarvan en de diersoort waarvan het is verkregen; ziekteverwekkers: richtlijn nr. 2001/82/EG iedere verzameling of kweek van organismen, of ieder afgeleid product, alleen dan wel in gerecombineerde vorm, van zo'n verzameling die of kweek van organsimen dat een ziekte kan veroorzaken bij enig levend wezen, met uitzondering van de mens, en ieder gewijzigd afgeleid product van die organismen dat drager of overbrenger kan zijn van een verwekker van dierziekten, of het weefsel, de celkweek, de afscheidingsproducten dan wel de uitwerpselen waarlangs of door middel waarvan een verwekker van dierziekten kan worden gedragen of overgebracht, met uitzondering van immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, zoals toegelaten bijvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 311); werkzaamheden: onderzoeken en keuringen; Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; 2 Onder brengen in Nederland wordt mede verstaan: artikel 10 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren voor zover niet reeds vallend onder het brengen in Nederland als bedoeld in. a. vervoer van producten van de plaats waar ze op Nederlands grondgebied worden gebracht naar enige plaats in Nederland; b. vervoer van producten van enige plaats in Nederland als bedoeld in onderdeel a, naar het grondgebied van en bestemd voor een lid-staat of een derde land, of c. vervoer van producten van de plaats waar ze op Nederlands grondgebied worden gebracht naar het grondgebied van en bestemd voor een lid-staat of een derde land, 3 artikel 78 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Onder anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen wordt mede verstaan het vervoer van producten, niet zijnde vers vlees of van of met vers vlees vervaardigde vleesproducten, van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van en bestemd voor een lid-staat of een derde land, voor zover niet reeds vallend onder het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen als bedoeld in. 4 In de artikelen en bijlagen van richtlijnen waarnaar in deze regeling wordt verwezen, wordt onder officiële dierenarts voor zover deze werkzaam is in Nederland verstaan de keuringsdierenarts bedoeld in het eerste lid. 5 hoofdstuk 2 Voor de toepassing vanwordt onder ‘keuringsdierenarts’ mede verstaan degene die namens de keuringsdierenarts onder diens gezag en verantwoordelijkheid optreedt. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 De minister kan van het bepaalde in deze regeling vrijstelling of ontheffing verlenen. 2 Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend. Zij kunnen te allen tijde worden ingetrokken. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 Vervallen 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 2.1#
artikel 2.1
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 artikel 68 van de Veewet artikel 9 van het Destructiebesluit Het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van producten, of ziekteverwekkers is verboden, voor zover dit niet reeds is verboden op grond vanof. 2 artikel 9 van het Destructiebesluit Het brengen in Nederland van producten of ziekteverwekkers is verboden, voor zover dit niet reeds is verboden op grond van. 2005 168 31-08-2005 23-08-2005 TRCJZ/2005/2515 2005 168 31-08-2005 23-08-2005 TRCJZ/2005/2515 07-09-2005
Artikel 2.1a — Artikel 2.1a#
Artikel 2.1a 1 Het brengen in Nederland van producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, is verboden. 2 hoofdstuk 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien is voldaan aan. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 1 artikel 2.1, eerste lid artikel 11.2 artikel 2.6 Het verbod, bedoeld in, geldt niet indien het overige dierlijke producten betreft, anders dan die genoemd indie zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen met inachtneming evenwel van, en evenmin indien het handelsmonsters betreft die zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen. 2 artikel 2.1, eerste lid artikel 4.1 artikel 68 van de Veewet Het verbod, bedoeld in, alsmede het verbod, bedoeld in, gelden niet, behalve indien het gehakt vlees van andere dieren dan runderen, varkens, schapen of geiten, vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, dan wel separatorvlees als bedoeld inbetreft, ten aanzien van producten indien zij, voor zover zij zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, vergezeld gaan van het bewijsstuk, onderscheidenlijk de bewijsstukken en zijn voorzien van het merk, genoemd of bedoeld in: a. artikel 4.2 , indien het vers vlees van pluimvee betreft; b. artikel 5.2 artikel 5.3 , indien het vlees van vrij wild betreft, en, voor wat betreft de bewijsstukken,, indien het gehele stukken vrij wild betreft; c. artikel 9.2, eerste en derde lid , indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft; d. artikel 10.2, eerste en derde lid , indien het vleesbereidingen betreft, met uitzondering van vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen; e. artikel 11.2 voor wat betreft de bewijsstukken,, indien het in dat artikel genoemde overige dierlijke producten betreft. 3 artikel 2.1, eerste lid Het verbod, bedoeld in, geldt niet ten aanzien van producten indien zij, voor zover zij zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen, zijn voorzien van het merk, genoemd of bedoeld in: 1º. artikel 4.2 4.9 4.10 ,of, indien het vers vlees van pluimvee betreft; 2º. artikel 5.2 5.9 of, indien het vlees van vrij wild betreft; 3º. artikel 9.2, tweede lid de onderscheiden onderdelen van, al naar het gehakt vlees als bedoeld in die onderscheiden onderdelen betreft; 4º. artikel 10.2, tweede lid de onderscheiden onderdelen van, al naar gelang het vleesbereidingen als bedoeld in die onderdelen betreft; 4 artikel 2 van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong Vanwordt vrijstelling verleend, voor wat betreft: a. het voorzien zijn van gehele stukken vrij wild en overige dierlijke producten die zijn bestemd voor een lid-staat of een derde land, van een of meer merken; b. het voorzien zijn van gehakt vlees of vleesbereidingen die zijn bestemd voor een derde land, van een of meer bewijsstukken en c. richtlijn 71/118/EEG het voorzien zijn van vers vlees van pluimvee van een of meer merken die zijn aangebracht op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, indien het vlees betreft dat is verkregen overeenkomstig en voldoet aan punt 49 van hoofdstuk VIII van bijlage I van. 5 De bewijsstukken zijn volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend, terwijl de geldigheidsduur ervan niet is verstreken, en zijn, voor zover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven. 6 De in het tweede tot en met vijfde lid bedoelde bewijsstukken worden afgegeven door de minister. 7 artikel 2.1, eerste lid Het verbod, bedoeld in, geldt niet ten aanzien van dierlijke bijproducten mits de producten: a. verordening 1774/2002/EG vergezeld gaan, voor zover van toepassing, van het in bijlage II, hoofdstuk III, vanbedoelde handelsdocument of gezondheidscertificaat; b. verordening 1774/2002/EG met betrekking tot die producten, voor zover van toepassing, is voldaan aan de artikelen 19, onderdelen a tot en met d, en 20, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, onderdelen a tot en met c, van. 8 verordening 1774/2002/EG artikel 37, eerste lid, van het Destructiebesluit In zoverre in afwijking van het zevende lid is bijlage VIII, hoofdstuk III, onderdeel II, onder A, punt 5b, vantot 1 januari 2005 niet van toepassing indien het verwerkte mest of verwerkte producten uit mest betreft, afkomstig van een technisch bedrijf als bedoeld in. 9 verordening 1774/2002/EG Voor de toepassing van het zevende lid is de bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk VIII, vande minister. 10 artikel 2.1, eerste lid artikel 2.6 artikel 68 van de Veewet Het verbod, bedoeld in, alsmede het verbod, bedoeld in, zijn niet van toepassing op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van producten die, met inachtneming evenwel van; a. in kleine hoeveelheden in de persoonlijke bagage van reizigers voor eigen gebruik worden vervoerd; b. zonder enig handelskarakter in kleine zendingen aan particulieren worden toegestuurd; c. zich als proviand voor personeel en passagiers bevinden in grensoverschrijdende vervoermiddelen. 2005 168 31-08-2005 23-08-2005 TRCJZ/2005/2515 2005 168 31-08-2005 23-08-2005 TRCJZ/2005/2515 07-09-2005
Artikel 2.2a — Artikel 2.2a#
Artikel 2.2a 1 artikel 2.1, eerste lid artikel 2.6 Van het verbod bedoeld in, wordt, met inachtneming van, vrijstelling verleend voor het door een producent van dierlijke meststoffen anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van onverwerkte dierlijke mest om daar voor eigen gebruik te worden aangewend, mits: a. de producent dan wel diens gemachtigde door middel van een formulier zoals opgenomen in bijlage F, deel I, van deze regeling, dat voor het desbetreffende kalenderjaar is gewaarmerkt door het Dienst Regelingen, tijdens het vervoer kan aantonen dat de grond in de lid-staat van bestemming is aan te merken als tot het bedrijf van herkomst van de mest behorende, in een grensgebied gelegen grond die door het bedrijf feitelijk wordt gebruikt voor de landbouwkundige exploitatie, en b. de lid-staat van bestemming geen bezwaar heeft tegen het op zijn grondgebied brengen van de mest en is voldaan aan de voorschriften van die lid-staat, met dien verstande dat indien de mest is bestemd voor België, de mest tijdens het vervoer tevens vergezeld gaat van het formulier zoals opgenomen in bijlage F, deel II van deze regeling. 2 Een formulier zoals opgenomen in bijlage F van deze regeling is jaarlijks te verkrijgen bij het Dienst Regelingen. Een formulier wordt gewaarmerkt indien de producent het formulier volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend heeft ingediend bij het Dienst Regelingen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 2.3#
artikelen 2.3
Artikel 2.7#
2.7
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 artikel 2.2 artikel 2.2 artikelen 2.4 2.5 2.6 2.7 De merken, bedoeld in, worden slechts aangebracht en de bewijsstukken, bedoeld in, worden slechts afgegeven, indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek is gebleken dat wordt voldaan aan de,,en, alsmede aan: a. indien het vers vlees van pluimvee betreft: 1º. artikelen 4.4 4.8 artikel 4.2 artikel 4.9, derde lid detot en met, indien het het merk en het bewijsstuk, onderscheidenlijk de bewijsstukken, bedoeld inbetreft, met inachtneming evenwel van; 2º. artikelen 4.4 4.8 artikel 4.9 artikel 2.2, tweede lid detot en met, voor zover de onderdelen daarvan niet uitsluitend betrekking hebben op vers vlees van pluimvee bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, indien het het inof 4.10 bedoelde merk en het in, bedoelde bewijsstuk betreft; b. 1º. artikelen 5.5 5.6 artikel 5.2 artikel 5.2 deen, indien het, voor vlees van vrij wild, het merk bedoeld inbetreft en, voor vlees van vrij wild en gehele stukken vrij wild, het bewijsstuk bedoeld inbetreft; 2º. artikelen 5.5 5.6 artikel 5.7 deen, voor zover de onderdelen daarvan niet uitsluitend betrekking hebben op vlees van vrij wild bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, indien het het inbedoelde merk betreft; c. indien het gehakt vlees betreft: 1º. artikel 9.3 dat is bestemd voor een lid-staat of Noorwegen,; 2º. dat is bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen: artikel 9.3 artikel 9.2, tweede lid, onderdeel a , indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen en geiten betreft dat is voorzien van het merk, bedoeld in; artikel 9.2, tweede lid, onderdeel b de Warenwetregeling productie en handel gehakt vlees en vleesbereidingen, indien het gehakt vlees als bedoeld in die regeling betreft dat is voorzien van het merk, bedoeld in, dan wel artikelen 9.6 9.7 artikel 9.4 artikel 9.2, tweede lid, onderdeel c deen, indien het gehakt vlees als bedoeld inbetreft dat is voorzien van het merk, bedoeld in; d. indien het vleesbereidingen betreft: 1º. artikel 10.3 die zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen,; 2º. die zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen: artikel 10.3 artikel 10.2, tweede lid, onderdeel a , indien het vleesbereidingen, met uitzondering van vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, betreft die zijn voorzien van het merk, bedoeld in; artikel 10.2, tweede lid, onderdeel b de Warenwetregeling productie en handel gehakt vlees en vleesbereidingen, indien het vleesbereidingen als bedoeld in die regeling betreft die zijn voorzien van het merk, bedoeld in, dan wel artikelen 10.6 10.7 artikel 10.4 artikel 10.2, tweede lid, onderdeel c deen, indien het vleesbereidingen als bedoeld inbetreft die zijn voorzien van het merk, bedoeld in; e. artikel 11.2 artikelen 11.3 11.5 indien het overige dierlijke producten als genoemd inbetreft, die zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, detot en met. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 artikel 2.2 Indien de producten naar meer dan één bestemming worden vervoerd gaat elke partij vergezeld van het bewijsstuk, onderscheidenlijk de bewijsstukken, bedoeld in. 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 18-09-1994
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Indien de partij bestemd is voor een derde land vindt het vervoer over Nederlands grondgebied plaats onder douanetoezicht. 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 18-09-1994
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 Op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap of de Toezichthoudende Autoriteit van de Europese Vrijhandelsassociatie geldt geen verbod om de producten anders dan in doorvoer buiten Nederland te brengen of uit te voeren. 1995 117 21-06-1995 02-06-1995 J.951236 1995 117 21-06-1995 02-06-1995 J.951236 23-06-1995
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 artikel 2.2 artikel 2.2 Ten behoeve van het onderzoek of een merk als bedoeld inkan worden aangebracht, onderscheidenlijk een bewijsstuk als bedoeld inkan worden afgegeven, overlegt de aanvrager tijdig een daartoe bestemd, op de betrokken partij betrekking hebbend, aanvraagformulier aan de keuringsdierenarts die dit onderzoek verricht. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.8#
artikel 2.8
Artikel 2.9#
artikelen 2.9
Artikel 2.14#
2.14
Artikel 2.15#
artikel 2.15
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 1 artikel 2.1, tweede lid artikel 11.2 Het verbod, bedoeld in, geldt niet ter zake van het brengen in Nederland van overige dierlijke producten, anders dan die genoemd in, die zijn verzonden vanuit: a. een lid-staat, dan wel b. een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht en zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat, dan wel c. artikel 2.13 een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht en zijn bestemd voor een derde land voor zover het handelsmonsters betreft, mits, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan het tweede lid, alsmede aan. 2 richtlijn 92/118/EEG Handelsmonsters die zijn verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat of Noorwegen in Nederland worden gebracht en zijn bestemd voor een lid-staat of Noorwegen gaan, indien het land van bestemming voor het brengen op haar grondgebied van die handelsmonsters een vergunning als bedoeld in artikel 13, derde lid, vanvoorschrijft, tijdens het vervoer vergezeld van de vergunning. Indien de vergunning is vereist, vindt het vervoer plaats onder douanetoezicht. 3 artikel 2.1, tweede lid artikel 4.1 Het verbod, bedoeld in, geldt, behalve indien het gehakt vlees van andere dieren dan runderen, varkens, schapen of geiten, vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, dan wel separatorvlees als bedoeld inbetreft, niet ter zake van het brengen in Nederland van producten die zijn verzonden vanuit een lid-staat, mits wordt voldaan aan: a. artikelen 2.9 2.14 2.26, tweede lid 2.27 voor zover van toepassing, detot en met,en, en b. indien de producten zijn bestemd voor Nederland, een lid-staat of Noorwegen: 1º. afdeling 4 hoofdstuk 4 van, indien het vers vlees van pluimvee betreft; 2º. afdeling 4 hoofdstuk 5 van, indien het vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild betreft; 3º. artikel 11.2 afdeling 3 van hoofdstuk 11, indien het ingenoemde overige dierlijke producten betreft, of. c. indien de producten zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat: 1º. afdeling 4 van hoofdstuk 9, indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft; 2º. afdeling 4 van hoofdstuk 10, indien het vleesbereidingen, met uitzondering van vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, betreft. 4 artikel 2.1, tweede lid Het verbod, bedoeld ingeldt, voor zover de producten afkomstig en verzonden zijn uit een lid-staat en bestemd zijn voor Nederland of een lid-staat, niet ten aanzien van dierlijke bijproducten, mits de producten: a. verordening 1774/2002/EG vergezeld gaan, voor zover van toepassing, van het in bijlage II, hoofdstuk III, vanbedoelde handelsdocument of gezondheidscertificaat; b. verordening 1774/2002/EG met betrekking tot die producten, voor zover van toepassing, is voldaan aan de artikelen 19, onderdelen a tot en met d, en 20, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, onderdelen a tot en met c, vanof, indien het verwerkte mest of verwerkte producten uit mest betreft, artikel 1 van beschikking 2003/329/EG. 5 verordening 1774/2002/EG Voor de toepassing van het vierde lid is de bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk VIII, vande minister. 6 artikel 2.1, tweede lid artikel 2.13 Het verbod, bedoeld in, is niet van toepassing op het brengen in Nederland van producten die, met inachtneming evenwel van: a. in kleine hoeveelheden in de persoonlijke bagage van reizigers voor eigen gebruik worden vervoerd; b. zonder enig handelskarakter in kleine zendingen aan particulieren worden toegestuurd; c. zich als proviand voor personeel en passagiers bevinden in grensoverschrijdende vervoermiddelen. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 2.8a — Artikel 2.8a#
Artikel 2.8a 1 artikel 2.1, tweede lid artikel 4.1 artikelen 2.9 2.14 2.26, tweede lid 2.27 Het verbod, bedoeld in, geldt, behalve indien het gehakt vlees van andere dieren dan runderen, varkens, schapen of geiten, vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, dan wel separatorvlees als bedoeld inbetreft, niet terzake van het brengen in Nederland van producten die zijn verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland zijn gebracht, mits wordt voldaan aan, voorzover van toepassing, detot en met,, enen mits: a. artikel 11.2 verordening 136/2004/EG richtlijn 97/78/EG indien de producten, niet zijnde niet ingenoemde overige dierlijke producten, zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat, de partij vergezeld gaat van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld inen van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van; b. indien de producten bestemd zijn voor een derde land, de partij vergezeld gaat van: 1e. het bij de partij behorende originele document, en richtlijn 97/78/EG 2e. een document als bedoeld in onderdeel a waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, vande partij de Europese Gemeenschap verlaat. 2 afdeling 4 van de hoofdstukken 4 5 9 10 afdeling 3 van hoofdstuk 11 Onverminderd het eerste lid, wordt indien de producten zijn verzonden vanuit Noorwegen en zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat, voldaan aan,,ofof. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 2.8b — Artikel 2.8b#
Artikel 2.8b 1 artikel 2.1, tweede lid artikel 2.13 Van het verbod bedoeld in, wordt, met inachtneming van, vrijstelling verleend voor het door een producent van dierlijke meststoffen in Nederland brengen van onverwerkte dierlijke mest om daar voor eigen gebruik te worden aangewend, mits de producent dan wel diens gemachtigde door middel van een door de bevoegde autoriteiten van het land van verzending verstrekt en gewaarmerkt formulier, dat tevens is gewaarmerkt door het Dienst Regelingen, tijdens het vervoer kan aantonen dat de grond in Nederland is aan te merken als tot het bedrijf van herkomst van de mest behorende, in een grensgebied gelegen grond die door het bedrijf feitelijk wordt gebruikt voor de landbouwkundige exploitatie. 2 Een formulier als bedoeld in het tweede lid wordt door het Dienst Regelingen gewaarmerkt nadat het is gewaarmerkt door de autoriteiten van het land van verzending. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 1 De partij gaat: a. verordening 1774/2002/EG verordening 780/2004/EG indien uit de certificaten of documenten, genoemd of bedoeld in afdeling 4 van de hoofdstukken 4, 5, 9 of 10 , afdeling 3 van hoofdstuk 11, bijlage II, hoofdstuk III, en bijlagen VII en VIII vanof bijlage III vanblijkt dat zij is bestemd voor Nederland, tot en met de ontvangst door de handelaar; b. artikel 2.8a, eerste lid, onderdeel b indien uit de in onderdeel a bedoelde documenten, dan wel de documenten bedoeld in, blijkt dat zij is bestemd voor een lid-staat of een derde land, tijdens het vervoer naar de plaats waar zij weer buiten Nederland wordt gebracht, vergezeld van desbetreffende documenten. 2 De in het eerste lid bedoelde certificaten en documenten zijn originelen, waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken en zijn, voorzover van toepassing, in overeenstemming met de voor het desbetreffende product geldende regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven, en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend in de Nederlandse, Engelse, Franse of Duitse taal. 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 03-09-2004
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 1 artikel 2.9, eerste lid artikel 2.8, tweede lid Indien de partij in Nederland wordt gebracht via een inspectiepost, worden de in, bedoelde certificaten of documenten, alsmede de vergunning, bedoeld in, desverlangd door de handelaar overgelegd aan de keuringsdierenarts. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. de partij rechtstreeks via een geregelde lijndienst vanuit een inspectiepost wordt vervoerd naar een andere op het grondgebied van de Europese Gemeenschap gelegen plaats; b. de partij is verzonden vanuit een derde land en is bestemd voor een derde land. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.11 — Artikel 2.11#
Artikel 2.11 1 De handelaar geeft van elke aanvoer van een partij kennis aan de VWA. De kennisgeving geschiedt tussen 8.00 uur en 17.00 uur en ten laatste op de dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, voorafgaande aan de dag van aankomst op de plaats van ontvangst. Bij de kennisgeving wordt de plaats en het vermoedelijke tijdstip van aankomst alsmede de hoeveelheid en de soort dieren of producten opgegeven. 2 artikel 2.9, eerste lid Op last van de in het eerste lid bedoelde keuringsdierenarts biedt de handelaar de aangevoerde partij aan die keuringsdierenarts ten onderzoek aan en overlegt hij hem de op die partij betrekking hebbende certificaten of documenten, bedoeld in. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.12 — Artikel 2.12#
Artikel 2.12 artikel 2.9, eerste lid artikel 2.26, eerste lid artikel 2.26, derde lid Indien uit de certificaten of documenten, bedoeld in, blijkt dat de partij is bestemd voor Nederland of een lid-staat, is de handelaar ingeschreven in het in, bedoelde register, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in. 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 18-09-1994
Artikel 2.13 — Artikel 2.13#
Artikel 2.13 1 Op grond van de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn geen maatregelen genomen, houdende de instelling van een verbod om de producten uit de betrokken lid-staat uit te voeren of houdende de machtiging tot instelling van een verbod om de betreffende producten in Nederland te brengen, noch is de lid-staat van verzending ingevolge deze regelgeving gehouden de afgifte van de certificaten of vervoersdocumenten, zulks in verband met het brengen in Nederland, op te schorten. 2 Ingevolge de regelgeving van de lid-staat van verzending is er geen verbod om de betrokken partij op het grondgebied van die lid-staat in de handel te brengen. 3 richtlijn 89/662/EEG Ten aanzien van de partij is, in voorkomend geval, voldaan aan de ingevolge artikel 9 vanvastgestelde regelgeving van de Europese Gemeenschap of van de lid-staat van verzending zelf, in geval van een uitbraak van een epidemische dierziekte in de lid-staat van verzending. 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 07-12-1995
Artikel 2.14 — Artikel 2.14#
Artikel 2.14 1 artikel 2.9, eerste lid, onderdeel b Indien uit de certificaten of documenten, bedoeld in, blijkt dat de een uit een derde land afkomstige partij bestemd is voor een derde land, geschiedt het vervoer onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het tweede lid wordt opgeslagen, lossing van de partij. 2 artikelen 2.23 2.23a 2.23c 2.23 e artikel 2.23c, tweede lid, onderdeel a artikel 2.23 verordening 136/2004/EG Op de in het eerste lid bedoelde partij zijn de,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het certificaat, bedoeld in, respectievelijk 2.23c, vierde lid, voor de toepassing van dit artikellid een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst is als bedoeld inen dat opslag in een van de ingenoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden. 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 25-11-2004
Artikel 2.15 — Artikel 2.15#
Artikel 2.15 1 richtlijn 89/662/EEG Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de partij verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van, aanwezig zijn of dat de producten afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied kan de minister, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de producten voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer, in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel worden, zonder vergoeding van Staatswege: a. en voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, de producten vernietigd, of b. voor rekening van de afnemer, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, de producten voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd. 2 Vervallen. 3 Onverminderd het eerste lid en tenzij in deze regeling anders is bepaald worden, indien wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de onderhavige regeling, zonder vergoeding van Staatswege en voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, de producten in tijdelijke afzondering geplaatst, indien de minister vermoedt dat niet wordt voldaan aan de onderhavige regeling, dan wel vernietigd of voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd, bijvoorbeeld door terugzending met toestemming van de bevoegde veterinaire autoriteit van het land van oorsprong. 4 Tenzij hygiënische of veterinairrechtelijke voorschriften zich hiertegen verzetten, laat de minister de keuze tussen de in het derde lid bedoelde maatregelen aan de verzender of diens gemachtigde. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 2.16#
artikel 2.16
Artikel 2.16 — Artikel 2.16#
Artikel 2.16 1 artikel 2.1, tweede lid artikel 11.8 Het verbod, bedoeld in, geldt niet terzake van het brengen in Nederland van niet ingenoemde overige dierlijke producten die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschap worden gebracht en die zijn verzonden vanuit een derde land en zijn bestemd voor Nederland, een lid-staat of Noorwegen. 2 artikel 4.1 artikel 2.1, tweede lid artikelen 2.17 tot en met 2.23a 2.23e 2.23g 2.23i tot en met 2.23k artikel 2.16a verordening 136/2004/EG Behalve voor separatorvlees als bedoeld in, gehakt vlees van andere dieren dan runderen, varkens, schapen of geiten en vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, geldt het verbod bedoeld in, niet terzake van het brengen in Nederland van producten, niet zijnde de in het eerste lid bedoelde producten, die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschap worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land mits wordt voldaan, voorzover van toepassing, aanen de,,, alsmedeen, met inachtneming van: a. indien de producten zijn bestemd voor Nederland, een lid-staat of Noorwegen: 1º. afdeling 5 van hoofdstuk 4 indien het vers vlees van pluimvee betreft; 2º. afdeling 5 van hoofdstuk 5 indien het vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild betreft, dan wel 3º. afdeling 4 van hoofdstuk 11 artikel 11.8 indien het ingenoemde overige dierlijke producten betreft, dan wel 4º. verordening 1774/2002/EG tot en met 30 april 2004, artikel 29, eerste lid, vanen afdeling 2 van hoofdstuk 11A, indien het dierlijke bijproducten betreft; 5º. verordening 1774/2002/EG verordening 780/2004/EG tot en met 31 oktober 2005, artikel 29, vanen, voor zover van toepassing, artikel 1 van, indien het dierlijke bijproducten betreft; 6º. verordening 1774/2002/EG met ingang van 1 november 2005, artikel 29 van, indien het dierlijke bijproducten betreft, dan wel. b. indien de producten zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat: 1º. afdeling 4a van hoofdstuk 9 indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft, dan wel 2º. afdeling 5 van hoofdstuk 10 indien het vleesbereidingen, niet bereid van vlees van eenhoevigen betreft, dan wel c. indien de producten genoemd in onderdeel a zijn bestemd voor een derde land, niet zijnde Noorwegen, of zijn bestemd om te worden geleverd aan zeevervoermiddelen als proviand voor bemanning en passagiers, of de producten, bedoeld in onderdeel b, zijn bestemd voor een derde land of zijn bestemd om te worden geleverd aan zeevervoermiddelen als proviand voor bemanning en passagiers, de betrokken partij vergezeld gaat van een bij die partij behorend origineel document. 3 artikel 2.1, tweede lid Het verbod, bedoeld in, geldt niet terzake van het via Nederland in de Europese Gemeenschap binnenbrengen van producten die door een derde land zijn geweigerd en vanuit het grondgebied van de Europese Gemeenschap naar het betrokken land zijn verzonden, mits: a. verordening 136/2004/EG richtlijn 97/78/EG artikelen 2.17, eerste, tweede, vijfde en achtste lid artikel 2.18a artikel 2.19, eerste lid artikel 2.22, eerste, tweede lid en vijfde lid wordt voldaan aanen de,,, en, alsmede aan artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van, en b. richtlijn 97/78/EG indien de producten naar het betrokken derde land zijn verzonden vanuit een lid-staat, de minister vooraf toestemming heeft verleend voor het binnenbrengen van de producten en de bevoegde autoriteit van de lid-staat die het in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, vanbedoelde certificaat heeft afgegeven met de terugname van de partij in de lid-staat instemt. 4 artikel 2.1, eerste lid Het verbod, bedoeld in, geldt niet ter zake van het brengen in Nederland door reizigers of als zending aan particulieren van: a. verordening 745/2004/EG producten als bedoeld in artikel 1, eerste juncto vierde lid, van, en b. verordening 745/2004/EG producten als bedoeld in artikel 2 van, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in dat artikel. 5 artikel 2.1, eerste lid artikel 2.22a verordening 745/2004/EG verordening 745/2004/EG Het verbod, bedoeld in, geldt voorts niet terzake van het brengen in Nederland door reizigers of als zending aan particulieren van producten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van, niet zijnde producten als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 2 van, mits wordt voldaan aan. 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 25-11-2004
Artikel 2.16a — Artikel 2.16a#
Artikel 2.16a 1 afdeling 2 van hoofdstuk 3 hoofdstukken 4 5 9 10 11 11A Een partij afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van hetgeen in, dan wel in de,,,,enis bepaald ten aanzien van de voor de betrokken producten uit derde landen voorgeschreven gezondheidscertificaten, vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de desbetreffende producten zijn ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst als gelijkwaardig erkend; b. de partij producten voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden. 2 afdeling 2 van hoofdstuk 3 hoofdstukken 4 5 9 10 11 11A Ingeval de desbetreffende producten op grond van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, slechts op het gebied van de volksgezondheid, dan wel slechts op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig zijn erkend, is in afwijking van het eerste lid, aanvullend het dier- onderscheidenlijk volksgezondheidscertificaat bijgevoegd dat voor de betrokken producten is voorgeschreven in de, dan wel de,,,,of. 2005 14 20-01-2005 14-01-2005 TRCJZ/2005/52 2005 14 20-01-2005 14-01-2005 TRCJZ/2005/52 22-01-2005
Artikel 2.17#
artikelen 2.17 tot en met 2.22
Artikel 2.17 — Artikel 2.17#
Artikel 2.17 1 Elke partij, rechtstreeks afkomstig uit een derde land, wordt aangevoerd via een inspectiepost. 2 verordening 136/2004/EG De melding van de aankomst van een partij vindt plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2, eerste tot en met derde lid, van. Wanneer een partij bij de inspectiepost wordt aangeboden om aldaar te worden overgeladen, stelt de belanghebbende bij de lading de keuringsdierenarts bij aankomst van de partij op een door de keuringsdierenarts vastgestelde wijze in kennis van het vermoedelijke tijdstip waarop de partij wordt uitgeladen, van de bestemming van de partij en, indien de keuringsdierenarts daartoe verzoekt, van de precieze plaats waar de partij wordt overgeladen. 2. Het zevende lid komt te luiden: 3 afdeling 5 van de hoofdstukken 4 5 10 afdeling 4a van hoofdstuk 9 afdeling 4 van hoofdstuk 11 afdeling 2 van hoofdstuk 11A artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c Bij de aankomst op de inspectiepost wordt de keuringsdierenarts het originele certificaat overgelegd, bedoeld in,of,,of, onderscheidenlijk het originele document, bedoeld in. 4 Ten aanzien van het in het derde lid bedoelde originele certificaat of document geldt dat: a. de geldigheidsduur ervan niet is verstreken, en b. het document, voor zover van toepassing, in overeenstemming met de voor het desbetreffende product geldende regelgeving van de Europese Gemeenschap is opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend. 5 De partij wordt bij aankomst op de inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de keuringsdierenarts. 6 richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG De keuringsdierenarts onderwerpt de voor Nederland of een lidstaat bestemde partij in de inspectiepost aan een documentencontrole, een overeenstemmingscontrole en een materiële controle overeenkomstig artikel 4, derde en vierde lid, van. In de gevallen bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van, is de keuringsdierenarts bevoegd om niet elke partij aan een materiële controle te onderwerpen. 7 De controles, bedoeld in het zesde lid, worden niet verricht indien de in dat lid bedoelde partij: richtlijn 97/78/EG Het in de vorige volzin bepaalde is slechts van toepassing indien de haven of luchthaven van bestemming over een inspectiepost of, indien het een haven of luchthaven in een lidstaat betreft, over een grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, vanbeschikt. Bij overschrijding van de tijdstippen bedoeld in de onderdelen b en c, wordt de partij onder door de keuringsdierenarts te stellen voorwaarden opgeslagen en onderwerpt de keuringsdierenarts de partij aan een documentencontrole als bedoeld in het zesde lid en tevens, indien de opslag in de haven of luchthaven langer dan 20 dagen onderscheidenlijk 48 uur bedraagt, aan een overeenstemmingscontrole en een materiële controle als bedoeld in dat lid. a. over zee of door de lucht naar de haven of luchthaven van bestemming wordt vervoerd, zonder in de inspectiepost te worden gelost, b. wordt gelost op een loskade in de inspectiepost en binnen een tijdsbestek van 7 dagen na lossing in een ander schip is overgeladen, of c. wordt gelost op een terminal in de inspectiepost en binnen een tijdsbestek van 12 uur na lossing in een ander vliegtuig is overgeladen. 8 artikel 2.16, derde lid richtlijn 97/78/EG De keuringsdierenarts onderwerpt een partij als bedoeld in, in de inspectiepost aan een documentencontrole en een overeenstemmingscontrole overeenkomstig artikel 4, derde en vierde lid, van. 9 richtlijn 97/78/EG De keuringsdierenarts onderwerpt de voor een derde land bestemde partij in de inspectiepost aan een documentencontrole en een overeenstemmingscontrole overeenkomstig artikel 4, derde en vierde lid, van. 10 De keuringsdierenarts is bevoegd de controles, bedoeld in het negende lid, achterwege te laten, indien de in dat lid bedoelde partij: a. zonder in de inspectiepost te worden gelost over zee of door de lucht naar een haven of luchthaven in een derde land wordt vervoerd, b. wordt gelost op een loskade in de inspectiepost e c. en binnen een tijdsbestek van 7 dagen na lossing in een ander schip is overgeladen om naar een derde land te worden verzonden, of d. wordt gelost op een terminal in de inspectiepost en binnen een tijdsbestek van 12 uur na lossing in een ander vliegtuig is overgeladen om naar een derde land te worden verzonden. 11 artikel 2.23 Het zesde en negende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een in die leden bedoelde partij die op het grondgebied van de Europese Gemeenschap wordt opgeslagen in een van de ingenoemde opslagruimten. 12 richtlijn 97/78/EG Onverminderd het zesde tot en met elfde lid, verricht de keuringsdierenarts indien er naar zijn oordeel gevaar bestaat dat de gezondheid van mens of dier wordt bedreigd of in de in de artikelen 14, eerste lid, en 20, eerste lid, vanbedoelde gevallen voorts alle door hem passend geachte veterinaire controles. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 2.18 — Artikel 2.18#
Artikel 2.18 1 Met betrekking tot een partij die bestemd is voor een derde land: a. heeft de minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland; b. artikel 2.24, tweede lid heeft de belanghebbende bij de lading voorafgaand aan het brengen van de partij in Nederland aan de minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen, alsmede schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstige, te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd; c. artikel 2.23a, tweede lid vindt na het verlaten van de inspectiepost, of na uitslag uit een van de in, bedoelde opslagruimten, het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats, zonder splitsing of lossing van de partij, in verzegelde voertuigen of in verzegelde containers; d. verlaat de partij binnen 30 dagen na het vertrek uit de inspectiepost de Europese Gemeenschap. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde partij in het derde land wordt geweigerd, is de belanghebbende bij de lading verplicht om op eerste vordering van de keuringsdierenarts de partij overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, in bezit te nemen en te behandelen. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.18a — Artikel 2.18a#
Artikel 2.18a artikel 2.16, derde lid artikel 2.16, derde lid, onderdeel b Een partij als bedoeld in, wordt na het verlaten van de inspectiepost in verzegelde en lekvrije voertuigen of containers rechtstreeks vervoerd naar de inrichting van oorsprong waar het certificaat, bedoeld in, is afgegeven. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.19 — Artikel 2.19#
Artikel 2.19 1 artikel 2.17, tweede lid verordening 136/2004/EG Met betrekking tot de partij is door de minister, bedoeld in, een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld inafgegeven. 2 richtlijn 97/78/EG Onverminderd het eerste lid is met betrekking tot de voor Nederland of een lidstaat bestemde partij door de minister een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van, afgegeven. 3 Indien de partij in de inspectiepost in meerdere delen is gesplitst, geldt het eerste lid voor elk van de deelpartijen. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 2.20 — Artikel 2.20#
Artikel 2.20 1 artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c Ter zake van een partij producten die zich aan boord bevindt van een vliegtuig of schip dat bij vervoer tussen twee derde landen op Nederlands grondgebied landt of aanlegt, overlegt de importeur aan de keuringsdierenarts, desgevraagd het originele document, bedoeld in. 2 artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c Indien de in het eerste lid bedoelde partij van het ene vliegtuig of schip in het andere wordt overgeladen, stelt de importeur de keuringsdierenarts hiervan in kennis en overlegt hij hem desgevraagd het originele document, bedoeld in. 3 artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c In de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen gaat de desbetreffende partij bij verzending naar het derde land vergezeld van het originele document, bedoeld in. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.21 — Artikel 2.21#
Artikel 2.21 1 2 richtlijn 97/78/EG Ten aanzien van de partij is, in voorkomend geval, voldaan aan de op grond van artikel 22, eerste lid, tweede en derde gedachtenstreepje, vandan wel op grond van andere regelgeving van de Europese Gemeenschap vastgestelde bijzondere voorschriften. richtlijn 97/78/EG Noch op grond van artikel 22, eerste lid, eerste gedachtenstreepje, van, noch op grond van andere regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn maatregelen genomen houdende instelling van een verbod om de betrokken producten op het grondgebied van de Europese Gemeenschap, dan wel op het grondgebied van Nederland te brengen. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.22 — Artikel 2.22#
Artikel 2.22 1 artikel 2.19, eerste lid artikel 2.19, tweede lid De partij producten die voor Nederland is bestemd, gaat tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost naar de plaats van bestemming vergezeld van het document bedoeld in, en van het gewaarmerkt afschrift, bedoeld in. 2 artikel 2.19, eerste lid artikel 2.19, tweede lid De partij producten die voor een lid-staat is bestemd, gaat tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost vergezeld van het document bedoeld in, en van het gewaarmerkte afschrift, bedoeld in. 3 artikel 2.16, tweede lid, onderdeel c artikel 2.19, eerste lid richtlijn 97/78/EG De partij producten die voor een derde land is bestemd, gaat, ongeacht of de partij in een douane-entrepot of een vrij entrepot in Nederland wordt opgeslagen dan wel daarin opgeslagen is geweest, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vanaf de inspectiepost vergezeld van het originele document, bedoeld in, en het document bedoeld in, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van, de partij de Europese Gemeenschap verlaat. 4 De partij, bestemd voor een derde land, die: a. in een vrij entrepot of douane-entrepot in Nederland moet worden opgeslagen en die niet aan de in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied voldoet, of b. in een vrij entrepot of douaneentrepot in Nederland wordt opgeslagen en die niet aan van toepassing zijnde voorschriften voor het brengen van de producten in de betreffende lidstaat voldoet, wordt onder douanetoezicht vervoerd, in een gesloten, geïdentificeerd, lekvrij en verzegeld vervoermiddel. 5 artikel 2.16, derde lid artikel 2.19, eerste lid richtlijn 97/78/EG Een partij als bedoeld in, gaat vanaf de inspectiepost tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld van de in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, vangenoemde documenten en van het document bedoeld in. 6 Transportmiddelen voor vervoer over land die zijn gebruikt voor het vervoer van producten die niet aan in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied voldoen, worden, indien nodig, na het gebruik gereinigd en ontsmet. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 2.22a — Artikel 2.22a#
Artikel 2.22a 1 artikel 2.16, vijfde lid Producten als bedoeld in: a. artikel 11 17 van de Douaneregeling worden binnengebracht via een inspectiepost of een plaats als bedoeld inof; b. verordening 745/2004/EG voldoen aan de voorschriften voor de invoer, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van; c. verordening 136/2004/EG worden onderworpen aan veterinaire controles overeenkomstig, met uitzondering van artikel 8, eerste lid, van die verordening. 2 verordening 745/2004 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, moeten producten als bedoeld in het eerste lid, zolang de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit hoofde van artikel 12 vannog geen uitvoering heeft gegeven aan de voorschriften voor de invoer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b: a. Richtlijn nr. 2002/99/EG afkomstig zijn uit een derde land waaruit het binnenbrengen in de Europese Gemeenschap van dezelfde soort producten is toegestaan ingevolge de voor die producten geldende communautaire regelgeving, vermeld in bijlage V bijvan de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU L 18), en b. vergezeld gaan van het certificaat of document dat voor dezelfde soort producten is voorgeschreven ingevolge de in onderdeel a bedoelde communautaire regelgeving. 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 25-11-2004
Artikel 2.23 — Artikel 2.23#
Artikel 2.23 Degene die voornemens is een partij in te slaan in of uit te slaan uit een douane-entrepot, een ruimte voor tijdelijke opslag of een vrij entrepot geeft hiervan uiterlijk tot 14.00 uur op de werkdag voorafgaand aan de dag van in- of uitslag melding aan de VWA, onder vermelding van de naam en het adres van de opslagfaciliteit, de dag van in- of uitslag en de aard en hoeveelheid van de producten. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.23a — Artikel 2.23a#
Artikel 2.23a 1 Een partij die bestemd is: a. voor Nederland of een derde land en die voldoet aan de in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied, of b. artikel 2.23c, eerste lid voor een lidstaat en die voldoet aan de voorschriften ter zake van het brengen van het desbetreffend product op het grondgebied van een desbetreffende lidstaat, wordt slechts in een op grond van, erkend douane- entrepot of erkend vrij entrepot opgeslagen indien in dat entrepot de in dit artikellid bedoelde producten gescheiden van de in het tweede lid bedoelde producten kunnen worden opgeslagen. 2 artikel 2.23c, eerste lid Opslag van een partij die bestemd is voor een derde land of van producten die bestemd zijn om aan zeevervoermiddelen te worden geleverd als proviand voor bemanning en passagiers vindt, indien de partij onderscheidenlijk de producten niet voldoen aan de in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied, slechts plaats in een op grond van, erkend douane-entrepot of erkend vrij entrepot. 3 richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG De in het eerste en tweede lid bedoelde opslag vindt slechts plaats indien de belanghebbende bij de lading voorafgaand aan de opslag heeft voldaan aan artikel 12, eerste lid, eerste zin, van, met dien verstande dat de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, eerste lid, eerste zin, vande minister, tweede lid, is. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.23b — Artikel 2.23b#
Artikel 2.23b Vervallen 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.23c — Artikel 2.23c#
Artikel 2.23c 1 Erkenning van een douane-entrepot of vrij entrepot vindt slechts plaats indien het entrepot: a. Verordening (EEG) nr. 2913/92 Verordening (EEG) nr. 2454/93 beschikt over een geldige vergunning als bedoeld in artikel 100 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 (PbEG L 302), onderscheidenlijk een vergunning als bedoeld in artikel 603, derde lid, vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 (PbEG L 253); b. richtlijn 93/43/EEG voor zover van toepassing, op grond van de betrokken regelgeving is erkend voor de opslag van betrokken producten, dan wel, indien voor de opslag van de betrokken producten geen voorschriften voor de erkenning van inrichtingen gelden, aan hoofdstuk I van de bijlage van; c. beschikt over geschikte lokalen die gereserveerd zijn voor de keuringsdierenarts en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen en die ten behoeve van door hen te verrichten werkzaamheden adequaat zijn ingericht, en d. kan worden afgesloten met een ambtelijk slot. 2 artikel 2.23a, tweede lid In een douane-entrepot of vrij entrepot waar producten, bedoeld in, zijn opgeslagen: artikel 2.19, eerste lid a. is iedere partij bij inslag en gedurende de opslag voorzien van een gesloten verpakking met daarop een vermelding van het land van oorsprong en de aard van het product en duidelijk geïdentificeerd door middel van het nummer van het bij de partij behorende document, bedoeld in; artikel 2.23a, eerste lid b. zijn deze partijen niet opgeslagen in lokalen waar partijen als bedoeld in, zijn opgeslagen; artikel 2.23a, tweede lid c. ondergaat een partij als bedoeld in, geen verandering of verwerking, noch wordt de onmiddellijke verpakking of de eindverpakking van de partij gewijzigd en blijft bij splitsing van de partij de originele verpakking van de individuele colli van de deelpartij intact. 3 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een douane-entrepot of vrij entrepot draagt er zorg voor dat: a. richtlijn 97/78/EG er een boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig artikel 12, vierde lid, onderdeel b, derde gedachtestreepje, vanen, voor zover van toepassing, artikel 3, tweede lid, van beschikking 2000/571/EG; b. artikel 2.19, eerste lid van iedere ingeslagen partij het document, bedoeld in, gedurende drie jaren na uitslag wordt bewaard; c. de keuringsdierenarts alle medewerking wordt verleend die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van de inslag, opslag of uitslag van partijen noodzakelijk acht en dat diens aanwijzingen ter zake door het personeel van de opslagfaciliteit worden opgevolgd; d. voor alle in het entrepot geleverde partijen een controle van de documenten wordt verricht; e. voor alle partijen tijdens de opslag en vóór de uitslag een controle van de documenten en een overeenstemmingcontrole wordt verricht, teneinde de herkomst en de bestemming te verifiëren; f. fax en telefoon om niet aan de keuringsdierenarts ter beschikking worden gesteld; g. de toegang van het entrepot duidelijk wordt voorzien van de vermelding ‘vrij entrepot, bestemd voor de opslag van niet-EU-waardige producten van dierlijke oorsprong’. 4 Een douane-entrepot of vrij entrepot staat onder permanente controle van de keuringsdierenarts of van de ambtenaar van de Rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 2.23d — Artikel 2.23d#
Artikel 2.23d 1 artikel 2.23a, tweede lid Een erkenning als bedoeld in, wordt door de Minister verleend nadat uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat aan de voorschriften, bedoeld in 2.23c, eerste lid, is voldaan. 2 De aanvraag voor erkenning wordt ingediend bij de Rijksdienst op een daartoe bestemd formulier. 3 Aan een opslagfaciliteit die op grond van dit artikel wordt erkend, wordt een erkenningsnummer toegekend. 4 artikel 2.23c De Minister schort een verleende erkenning op indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de op de betrokken opslagfaciliteit van toepassing zijnde voorschriften genoemd inniet worden nageleefd. 5 De aanvraag voor een registratie of erkenning wordt ingediend bij de VWA op een daartoe bestemd formulier. 6 De opschorting en intrekking van een erkenning geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan de betrokken voorschriften dient te zijn voldaan. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.23e — Artikel 2.23e#
Artikel 2.23e artikel 2.23a, tweede lid Uitslag van een partij producten die niet voldoet aan de in deze regeling voor desbetreffende producten gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied, uit een opslagruimte als bedoeld in, is slechts toegestaan indien de producten bestemd zijn: a. voor een derde land en elders geen opslag van de producten plaatsvindt en de Minister de uitslag heeft gemachtigd; b. voor levering aan boord van zeevervoermiddelen; c. richtlijn 97/78/EG om te worden vernietigd, met inachtneming van artikel 12, zevende lid, derde gedachtenstreepje, van. 2002 222 18-11-2002 13-11-2002 TRCJZ/2002/9162 2002 222 18-11-2002 13-11-2002 TRCJZ/2002/9162 20-11-2002
Artikel 2.23f — Artikel 2.23f#
Artikel 2.23f artikel 2.23 Degene die om inslag dan wel opslag in, of uitslag uit een van de ingenoemde opslagruimten verzoekt, voldoet de kosten voor keuringen en controles welke de VWA bij de inslag, opslag of uitslag verricht. De kosten bedragen de werkelijke kosten en staan in een rechtstreeks verband met deze keuringen en controles. 2003 82 29-04-2003 25-04-2003 TRCJZ/2003/3926 2003 82 29-04-2003 25-04-2003 TRCJZ/2003/3926 01-05-2003
Artikel 2.23g — Artikel 2.23g#
Artikel 2.23g Levering van producten die niet voldoen aan de in deze regeling voor desbetreffende producten gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied, aan zeevervoermiddelen als proviand voor bemanning en passagiers, geschiedt slechts door Onze Minister erkende handelaren. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.23h — Artikel 2.23h#
Artikel 2.23h 1 artikel 2.23g De aanvraag voor een erkenning als bedoeld inwordt ingediend bij de VWA op een daartoe bestemd formulier. 2 Een erkenning wordt slechts verleend indien: a. artikel 2.23g richtlijn 97/78/EG de handelaar zich, op een door de Minister aangegeven wijze, verbindt de inbedoelde producten uitsluitend te leveren aan zeevervoermiddelen als proviand voor bemanning en passagiers, onder de in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, en artikel 13, derde lid, vangestelde voorwaarden; b. artikel 2.23g na een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat de handelaar ten behoeve van de opslag van de inbedoelde producten beschikt over opslagruimte in een entrepot als bedoeld in 2.23a, tweede lid. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.23i — Artikel 2.23i#
Artikel 2.23i artikel 2.23g richtlijn 97/78/EG Een handelaar die de inbedoelde producten aflevert aan zeevervoermiddelen als proviand voor bemanning en passagiers, houdt een register bij dat voldoet aan de in artikel 13, tweede lid, onderdeel d, vangestelde voorwaarden. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.23j — Artikel 2.23j#
Artikel 2.23j artikel 2.23g Een handelaar die de inbedoelde producten aflevert aan zeevervoermiddelen als proviand voor bemanning en passagiers: a. richtlijn 97/78/EG voldoet aan artikel 13, eerste lid, onderdeel e, van, met dien verstande de bevoegde autoriteit, bedoeld in dat onderdeel, de keuringsdierenarts is; b. richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG artikel 2.23a, tweede lid voldoet aan artikel 13, tweede lid, onderdelen a en b, vanmet, voor zover van toepassing, inachtneming van artikel 5 tweede en derde lid van beschikking 2000/571/EG, met dien verstande dat onder de bevoegde autoriteit van het havengebeid waaruit wordt geleverd bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel b, vanwordt verstaan de keuringsdierenarts en met dien verstande dat onder een speciaal erkend entrepot in de haven van bestemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, eerste zin, vanwordt verstaan, voorzover het een in Nederland gelegen entrepot betreft, een entrepot als bedoeld in; c. overlegt aan de keuringsdierenarts een officieel bewijsstuk dat de producten de eindbestemming hebben bereikt. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.23k — Artikel 2.23k#
Artikel 2.23k 1 artikel 2.23g Het vervoer van producten als bedoeld inover Nederlands grondgebied, geschiedt onder douanetoezicht. 2 artikel 2.23a, tweede lid richtlijn 97/78/EG De producten gaan tijdens het vervoer naar het entrepot, bedoeld in, vergezeld van het certificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van. 3 artikel 2.23a, tweede lid richtlijn 97/78/EG De producten gaan vanaf de verzending vanuit het entrepot, bedoeld in, naar het zeevervoermiddel vergezeld van het in artikel 13, tweede lid, onder a, vanbedoelde certificaat. 4 Indien de producten rechtstreeks via de inspectiepost naar het zeevervoermiddel worden vervoerd, gaat de partij vergezeld van het in het tweede en derde lid bedoelde certificaat. 2002 222 18-11-2002 13-11-2002 TRCJZ/2002/9162 2002 222 18-11-2002 13-11-2002 TRCJZ/2002/9162 20-11-2002
Artikel 2.23l — Artikel 2.23l#
Artikel 2.23l 1 artikel 2.23g richtlijn 97/78/EG De Minister trekt een erkenning als bedoeld inin indien niet aan artikel 13, eerste lid, aanhef en onderdeel b, vanwordt voldaan. 2 artikelen 2.23i 2.23k artikel 2.23g, eerste lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien niet wordt voldaan aan detot en metof aan de overige voorschriften die op grond van deze regeling van toepassing zijn op de in, bedoelde producten. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.23m — Artikel 2.23m#
Artikel 2.23m 1 artikel 2.23g artikel 2.23h, eerste lid In afwijking vanmag een handelaar die niet beschikt over een erkenning als bedoeld in dat artikel, de in dat artikel genoemde activiteit verrichten, mits de handelaar binnen vier maanden na inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstig, een aanvraag voor een erkenning heeft ingediend. 2 De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid is geldig tot aan het tijdstip dat de handelaar de door Onze Minister genomen beslissing op de aanvraag voor erkenning heeft ontvangen. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.24#
artikel 2.24
Artikel 2.24 — Artikel 2.24#
Artikel 2.24 1 Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de partij verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn of dat de producten afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de minister, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de producten voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer, in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel worden, zonder vergoeding van Staatswege en: a. voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, de producten vernietigd, of b. voor rekening van de afnemer, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd. 2 Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemd product niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor dat product gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de minister in overleg met de belanghebbende bij de lading: a. dat het product in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de inspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten; b. richtlijn 97/78/EG indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de partij wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van; c. dat de partij voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt. 3 artikel 2.17 Indien een partij in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, die partij is onderworpen aan de inbedoelde controles, besluit de minister dat de partij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten. 4 verordening 745/2004/EG verordening 745/2004/EG richtlijn 97/78/EG In afwijking van het tweede, onderscheidenlijk derde lid besluit de minister, indien wordt vastgesteld dat een product als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van, voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden, niet zijnde een product als bedoeld in de artikelen 1, vierde lid, en 2 van voornoemde verordening, in strijd metdan wel met deze regeling in Nederland is gebracht, dat het product, zonder vergoeding van Staatswege, wordt vernietigd overeenkomstig artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van. 5 In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een partij als bedoeld in het tweede, derde, onderscheidenlijk vierde lid, wordt de partij onder toezicht van de keuringsdierenarts in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen.. 6 Alle kosten die in verband met de in het tweede, derde en vijfde lid bedoelde maatregelen bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading.. 7 De kosten die in verband met de in het vierde lid bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de Staat. 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 25-11-2004
Artikel 2.25 — Artikel 2.25#
Artikel 2.25 1 artikel 2.3 Het onderzoek, bedoeld in, geschiedt overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in het voor het desbetreffende product van toepassing zijnde hoofdstuk. 2 richtlijn 97/78/EG De keuringsdierenarts verricht zijn taken in het kader van afdeling 4 overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald bij of krachtens. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.26 — Artikel 2.26#
Artikel 2.26 1 De minister houdt een register van handelaren bij, tenzij hij een door een andere instantie beheerd register als zodanig heeft aangewezen. 2 Een handelaar wordt ingeschreven in het in het eerste lid bedoelde register indien hij zich ertoe heeft verbonden: a. een administratie te voeren waarin tenminste de leveringen van producten, voor zover zij bestemd zijn voor Nederland dan wel een lid-Staat, en de verdere bestemming hiervan zijn vermeld en alle op die producten betrekking hebbende bescheiden zijn opgenomen: b. de vorenbedoelde administratie ten minste drie jaren te bewaren; c. voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verdeling of verhandeling van elke partijna te gaan of de voor de desbetreffende producten vereiste merken zijn aangebracht en de vereiste bewijsstukken aanwezig zijn; d. nalatigheden en onregelmatigheden met betrekking tot een levering van een partij onmiddellijk aan de VWA te melden, en e. aan de keuringsdierenarts alle medewerking te verlenen en hem alle gegevens te verstrekken, die deze in verband met de controle op de naleving van dit artikel noodzakelijk acht. 3 Indien een handelaar zich niet aan de in het tweede lid bedoelde voorschriften houdt, kan de minister beslissen tot doorhaling van de inschrijving van de handelaar in het in het eerste lid bedoelde register, dan wel niet-erkenning van diens inschrijving. Doorhaling dan wel niet-erkenning geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen aan de desbetreffende voorschriften moet worden voldaan. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 2.27 — Artikel 2.27#
Artikel 2.27 De belanghebbende bij de lading en de handelaar, alsmede elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een partij met het oog op het brengen buiten Nederland aan de keuringsdierenarts ten onderzoek aanbiedt, dan wel zijn gemachtigde, en elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die producten over Nederlands grondgebied vervoert, zijn verplicht aan de keuringsdierenarts alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van deze regeling noodzakelijk acht. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 2.27a — Artikel 2.27a#
Artikel 2.27a verordening 136/2004/EG De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10 van. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 2.28 — Artikel 2.28#
Artikel 2.28 1 artikelen 2.17 2.23f richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG verordening 136/2004/EG richtlijn 97/78/EG Detot en metzijn niet van toepassing op producten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van, met dien verstande dat onder commerciële monsters als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder e, vanwordt verstaan handelsmonsters, en mits, met inachtneming van artikel 8 van, wordt voldaan aan artikel 16, eerste lid, van. 2 richtlijn 97/78/EG Producten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen e en f, vanworden aangevoerd via een inspectiepost. 3 Tenzij met de minister anders is overeengekomen, geeft de belanghebbende bij de lading van de aanvoer, bedoeld in het tweede lid, tenminste 24 uur voor de aankomst schriftelijk kennis aan de VWA, onder opgave van het vermoedelijke tijdstip van aankomst, van de hoeveelheid, van de herkomst en van de soort producten. 4 richtlijn 92/118/EEG Indien handelsmonsters via Nederland voor het eerst op het grondgebied van Europese Gemeenschap worden gebracht, zijn verzonden vanuit een derde land en zijn bestemd voor een lidstaat of Noorwegen, wordt de keuringsdierenarts de vergunning, bedoeld in artikel 13, derde lid, vanovergelegd, indien het land van bestemming de vergunning voorschrijft. Indien de vergunning is vereist, gaan de handelsmonsters tijdens het vervoer in Nederland vergezeld van de vergunning en vindt het vervoer plaats onder douanetoezicht. 5 verordening 745/2004/EG Dit artikel is niet van toepassing op producten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van, voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden, niet zijnde producten als bedoeld in de artikelen 1, vierde lid, en 2 van voornoemde verordening. 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 25-11-2004
Artikel 2.29 — Artikel 2.29#
Artikel 2.29 1 artikelen 2.11, eerste lid 2.17 2.18 2.23 2.23a 2.27 hoofdstuk 3 De,,,,en, zijn van overeenkomstige toepassing op het brengen in Nederland van producten van dierlijke oorsprong, bestemd voor menselijke productie, bedoeld in. 2 artikel 2.15 artikelen 3.1 tot en met 3.7 De maatregelen, bedoeld in, zijn ook van overeenkomstige toepassing indien niet is voldaan aan de. 3 artikel 2.24 artikel 3.8 De maatregelen, bedoeld in, zijn ook van overeenkomstige toepassing indien niet is voldaan aan. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 Het produceren, verwerken en distribueren van producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, is verboden. 2 artikelen 3.2 tot en met 3.7 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien is voldaan aan de. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 Producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, zijn verkregen van dieren die voldoen aan alle veterinaire voorschriften in de voor de desbetreffende diersoort vastgestelde communautaire maatregelen. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 richtlijn 2002/99/EG Producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, zijn verkregen van dieren die niet afkomstig zijn van een bedrijf of inrichting, een grondgebied of een deel van een grondgebied, waar voor de betrokken dieren en producten van dierlijke oorsprong om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden op grond van de in bijlage I bijgenoemde communautaire maatregelen. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 richtlijn 2002/99/EG Vlees en vleesproducten zijn niet verkregen van dieren die zijn gedood in een inrichting waar bij de slacht of tijdens de productie dieren, dan wel karkassen, of delen daarvan, aanwezig waren die besmet waren met of werden verdacht van een van de ziekten, bedoeld in de communautaire maatregelen genoemd in bijlage I bij. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 richtlijn 91/67/EEG richtlijn 2002/99/EG Aquacultuurproducten en aquacultuurdieren waarvan aquacultuurproducten afkomstig zijn voldoen aanen, voor zover van toepassing, aan de op grond van artikel 4, tweede lid, vanvastgestelde communautaire maatregelen. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 1 De minister kan toestemming verlenen voor de productie, verwerking en distributie van producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, afkomstig van een grondgebied of een deel van een grondgebied ten aanzien waarvan om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden, voorzover: a. artikel 3.3 de producten van dierlijke oorsprong niet afkomstig zijn van een bedrijf dat besmet is of waarvan vermoed wordt dat het besmet is met een van de ziekten waarvoor de inbedoelde maatregelen gelden; b. richtlijn 2002/99/EG de om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen, bedoeld in bijlage I bijin acht zijn genomen; c. de producten, in afwachting van de in onderdeel e bedoelde behandeling, bij de vervaardiging, de hantering, het vervoer en de opslag in tijd of ruimte gescheiden zijn gehouden van producten die wel aan alle veterinairrechtelijke voorschriften voldoen, en de voorwaarden voor het vervoer buiten het grondgebied ten aanzien waarvan om veterinairrechtelijke redenen vastgestelde beperkende maatregelen gelden door de minister zijn goedgekeurd; d. de te behandelen producten van dierlijke oorsprong naar behoren zijn geïdentificeerd; e. de producten van dierlijke oorsprong een behandeling ondergaan die voldoende is om het betrokken veterinairrechtelijke probleem te verhelpen; f. de behandeling wordt toegepast in een inrichting die daartoe erkend is door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het veterinairrechtelijke probleem zich heeft voorgedaan. 2 De onderdelen c tot en met f van het eerste lid worden toegepast overeenkomstig: a. richtlijn 2002/99/EG de bijlagen II en III, punt 1, van; b. richtlijn 2002/99/EG de op grond van artikel 4, eerste lid, vanvastgestelde communautaire maatregelen. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 artikelen 3.2 tot en met 3.6 richtlijn 2002/99/EG In afwijking van dezijn de communautaire maatregelen die op grond van artikel 4, derde lid, vanworden vastgesteld van toepassing op de producten van dierlijke oorsprong, bestemd voor menselijke consumptie. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 1 Producten van dierlijke oorsprong, die zijn bestemd voor menselijke consumptie, afkomstig uit een derde land: a. richtlijn 2002/99/EG zijn afkomstig uit een derde land, of een deel van een derde land, dat voorkomt op de lijst die op grond van artikel 8, eerste lid, vanis vastgesteld; b. richtlijn 2002/99/EG voldoen aan de op grond van artikel 8, derde lid, vanvastgestelde oorsprongregels; c. richtlijn 2002/99/EG voldoen aan de op grond van artikel 8, vierde lid, vanvastgestelde bijzondere invoervoorschriften; d. richtlijn 2002/99/EG voldoen aan de op grond van artikel 8, vijfde lid, vanvastgestelde andere voorschriften. e. richtlijn 2002/99/EG richtlijn 2002/99/EG gaan vergezeld van het veterinair certificaat dat voldoet aan de eisen van bijlage IV bijen de op grond van artikel 9, tweede en vierde lid, vanvastgestelde voorschriften voor invoer en doorvoer. 2 artikelen 3.2 tot en met 3.7 Dezijn van overeenkomstige toepassing op de producten, bedoeld in het eerste lid. 3 Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing indien voor het desbetreffende product van dierlijke oorsprong, dat is bestemd voor menselijke consumptie, communautaire maatregelen zijn vastgesteld. 4 artikel 2.23c artikel 2.23g In afwijking van het eerste tot en met derde lid is het tot 31 december 2005 toegestaan de producten, bedoeld in beschikking 79/542/EEG, 94/984/EG, 97/221/EG, 2000/572/EG, 2000/585/EG, 2000/609/EG, 2003/779/EG of 2004/438/EG, die voor 1 januari 2005 zijn opgeslagen in een douane-entrepot, vrije zone of vrij entrepot dat is erkend op grond van, of bij een handelaar die levert aan grensoverschrijdende zeevervoermiddelen die is erkend op grond van, in geheel of in gedeelten te vervoeren naar de plaats van bestemming, zonder dat deze producten vergezeld gaan van het voor het desbetreffende product vastgestelde veterinair certificaat, bedoeld in of gebaseerd op beschikking 79/542/EEG, 94/984/EG, 97/221/EG, 2000/572/EG, 2000/585/EG, 2000/609/EG, 2003/779/EG of 2004/438/EG. 5 Producten als bedoeld in het vierde lid, die zijn opgeslagen in een douane-entrepot, een vrije zone, een vrij entrepot of in inrichtingen van een handelaar die levert aan grensoverschrijdende zeevervoermiddelen in een lidstaat, worden alleen uitgeslagen voor vervoer naar een grensinspectiepost van vertrek voor verder vervoer naar een bestemming, indien de voor dergelijke producten verantwoordelijke persoon een document overlegt houdende toestemming van de doorvoer over of de invoer op het grondgebied van het derde land of het aan boord brengen van het vaartuig van deze producten wordt toegestaan. Deze toestemming is verstrekt door: a. de bevoegde autoriteit van het derde land van bestemming en van elk derde land van doorvoer; of b. de verantwoordelijke officier aan boord van het vaartuig waaraan wordt geleverd. 6 De producten, bedoeld in het vierde lid, die na 31 december 2005 niet vergezeld gaan van het voor het desbetreffende product vastgestelde veterinair certificaat, bedoeld in of gebaseerd op de beschikking 79/542/EEG, 94/984/EG, 97/221/EG, 2000/572/EG, 2000/585/EG, 2000/609/EG, 2003/779/EG of 2004/438/EG, worden door de minister, voor rekening van de voor de zending verantwoordelijke persoon, vernietigd. 2005 244 15-12-2005 08-12-2005 TRCJZ/2005/3708 2005 244 15-12-2005 08-12-2005 TRCJZ/2005/3708 17-12-2005 07-12-2005
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 1.1 Onverminderd, wordt in dit hoofdstuk verstaan onder: separatorvlees: substantie verkregen door beenderen van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen machinaal te ontdoen van spierweefsel, merg en vet; karkas: gehele lichaam van pluimvee na uitbloeden, plukken en verwijderen van de ingewanden, al dan niet met wegneming van het hart, de lever, de longen, de spiermaag, de krop, de nieren, en eventueel na het afsnijden van de poten ter hoogte van het tarsaalgewricht of van de kop, de slokdarm en de luchtpijp; slachtafval: vers vlees van pluimvee dat geen deel uitmaakt van het karkas, ook indien het op natuurlijke wijze met het karkas verbonden blijft, alsmede de kop en de poten wanneer deze los worden aangeboden; ingewanden: slachtafval uit de borst-, buik- en bekkenholte, eventueel met inbegrip van de luchtpijp, de slokdarm en de krop; onmiddellijke verpakking: beschermen door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken product, alsmede het eerste omhulsel of eerste bergingsmiddel zelf; eindverpakking: plaatsen van een of meer producten die al dan niet van een onmiddellijke verpakking zijn voorzien in een bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf; inrichting: slachthuis, uitsnijderij, koel- of vrieshuis of complex dat meerdere van deze instellingen omvat; detailhandel: bedrijf van het kopen en aan particulieren verkopen van waren als bedoeld in artikel 2 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel, met uitzondering van verkoop op markten, door venthandel of via verzending; koppel: groep pluimvee behorende tot één soort, van dezelfde leeftijd, die op hetzelfde bedrijf wordt gehouden en afkomstig is uit één hok. 2 In dit hoofdstuk wordt onder ‘lid-staat’ mede verstaan: Noorwegen. 3 artikel 1.1, eerste lid, onder In dit hoofdstuk wordt, in afwijking van‘derde land’ verstaan: land, niet zijnde Nederland of andere lid-staat van de Europese Unie, en niet zijnde Noorwegen. 1996 11 16-01-1996 13-01-1996 J.9516582 1996 11 16-01-1996 13-01-1996 J.9516582 18-01-1996
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 richtlijn 71/118/EEG Vers vlees van pluimvee dat anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht is voorzien van een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk XII van bijlage I van. 2 Een partij vers vlees van pluimvee die anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht gaat vergezeld van: a. indien het een partij vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen betreft: 1º. richtlijn 71/118/EEG een begeleidend handelsdocument als bedoeld in artikel 3, I, onderdeel A, onder i, eerste gedachtenstreepje, van, dan wel 2º. richtlijn 71/118/EEG een keuringscertificaat als bedoeld in bijlage VI van, wanneer het gaat om een partij die is verkregen in een slachthuis dat is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, of om een partij die voor een andere lid-staat is bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegeld vervoermiddel; b. richtlijn 91/495/EEG indien het een partij vers vlees van gekweekt vederwild betreft, een gezondheidscertificaat als bedoeld in bijlage IV van. 3 verordening 1829/2003 Ten aanzien van vers vlees van pluimvee dat anders dan in doorvoerbuiten Nederland wordt gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van. 4 verordening 1830/2003 Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op vers vlees van pluimvee, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening. 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 17-04-2004
Artikel 4.3#
artikel 4.3
Artikel 4.4#
artikelen 4.4
Artikel 4.11#
4.11
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 Het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee is verboden. 2 artikelen 4.4 4.10 artikel 4.11 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien, voor zover van toepassing, is voldaan aan detot en met, alsmede, voor zover het vers vlees van pluimvee betreft dat is bestemd voor Nederland, aan. 2000 113 15-06-2000 14-06-2000 TRCJZ/2000/4897 2000 113 15-06-2000 14-06-2000 TRCJZ/2000/4897 17-06-2000
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 Vers vlees van pluimvee, voor zover het karkassen en slachtafval betreft: a. richtlijn 71/118/EEG artikel 4.4a is afkomstig van pluimvee dat vóór het slachten is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I vanen dat daarbij geschikt is bevonden om te worden geslacht met het oog op het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee, met dien verstande dat is voldaan aan; b. artikel 4.16, eerste lid, onderdeel a artikel 4.10 artikel 4.16, tweede lid, onderdeel a is verkregen in een slachthuis dat is erkend op grond van, of, met inachtneming van, op grond van; c. richtlijn 71/118/EEG is op voldoende hygiënische wijze behandeld overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I van; d. richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG is na het slachten gekeurd overeenkomstig hoofdstuk VIII van bijlage I vanen niet ongeschikt verklaard voor menselijke consumptie overeenkomstig hoofdstuk IX van voornoemde bijlage, met dien verstande dat de onderdelen a en b van punt 47, tweede alinea, van hoofdstuk VIII van bijlage I vanvolgens aanwijzingen en onder rechtstreekse controle van de keuringsdierenarts kunnen worden uitgevoerd door hiertoe speciaal opgeleid personeel van de inrichting, dat voldoet aan door de minister vastgestelde voorwaarden; e. richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG artikel 4.16 is na de keuring na het slachten gehanteerd overeenkomstig hoofdstuk VII, punt 46, van bijlage I vanen is onder bevredigende hygiënische omstandigheden opgeslagen in een op grond vanerkende inrichting met inachtneming van hoofdstuk XIII van voornoemde bijlage, met dien verstande dat karkassen en slachtafval door onderdompeling kunnen worden gekoeld, voor zover dit geschiedt overeenkomstig hoofdstuk VII, punten 42 en 43 van bijlage I van, en dat deze na koeling onmiddellijk worden bevroren of diepgevroren; f. richtlijn 71/118/EEG is voorzien van een eindverpakking overeenkomstig hoofdstuk XIV van bijlage I van, met dien verstande dat wanneer een beschermend omhulsel wordt gebruikt, dit moet voldoen aan de voorschriften van voornoemd hoofdstuk, en g. richtlijn 71/118/EEG wordt vervoerd overeenkomstig hoofdstuk XV van bijlage I van. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 4.4a — Artikel 4.4a#
Artikel 4.4a 1 Pluimvee dat ter slachting wordt aangeboden is afkomstig van een houderij waarvan de eigenaar of houder: a. is geregistreerd in een door de de minister, en b. richtlijn 71/118/EEG voor ieder koppel afzonderlijk de administratieve gegevens bijhoudt als bedoeld in hoofdstuk VI, punt 27, onderdeel a, van bijlage I van, met dien verstande dat deze gegevens gedurende ten minste twee jaar worden bewaard om ze desgevraagd aan de keuringsdierenarts of diens assistent over te leggen. 2 richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG bijlage A Ten aanzien van ieder koppel pluimvee is een verklaring dan wel een document toegezonden als bedoeld in punt 25, onderdeel a, van hoofdstuk VI van bijlage I van, met dien verstande dat indien een document als bedoeld onder ii van voornoemd onderdeel a wordt toegezonden, het model daarvan overeenstemt met het model opgenomen in bijlage A van deze regeling, dan wel een model dat ten minste de gegevens bevat als opgenomen in het model van voornoemde, alsmede dat per koppel een afzonderlijk document wordt gebruikt en dit document maximaal 72 en minimaal 24 uur vóór het slachten aan de keuringsdierenarts of diens assistent in het slachthuis wordt overgelegd. Een verklaring of document hoeft niet te worden toegezonden indien is voldaan aan punt 25, onderdeel c, van hoofdstuk VI van bijlage I van. 3 richtlijn 71/118/EEG Indien niet aan het eerste of tweede lid is voldaan, neemt de keuringsdierenarts de maatregelen bedoeld in punt 25, onderdeel b, van hoofdstuk VI van bijlage I van. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 Vers vlees van pluimvee, voor zover het delen van karkassen of uitgebeend vlees betreft: a. artikel 4.16, eerste lid, onderdeel b artikel 4.10 artikel 4.16, tweede lid, onderdeel b artikel 4.19 is uitgesneden of uitgebeend in een op grond van, of, met inachtneming van, op grond van, erkende uitsnijderij, waar de controles worden verricht, bedoeld in; b. richtlijn 71/118/EEG is uitgesneden en verkregen overeenkomstig hoofdstuk VII en X van bijlage I vanen afkomstig van: artikel 4.4 karkassen die aanvoldoen, dan wel karkassen, delen daarvan of uitgebeend vlees die of dat overeenkomstig afdeling 4, onderscheidenlijk 5 van dit hoofdstuk in Nederland zijn of is gebracht, met dien verstande dat zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vers vlees van pluimvee vanuit derde landen nog niet volledig ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, het ompakken of verwerken van uit een derde land afkomstig vlees dat wordt bestemd voor een lid-staat slechts is toegestaan, indien is voldaan aan de eisen van de lid-staat van bestemming; c. richtlijn 71/118/EEG is op voldoende hygiënische wijze behandeld overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I van; d. richtlijn 71/118/EEG is in de erkende uitsnijderij van een onmiddellijke of een eindverpakking voorzien overeenkomstig hoofdstuk XIV van bijlage I van; e. richtlijn 71/118/EEG artikel 4.16 is onder bevredigende hygiënische omstandigheden en met inachtneming van hoofdstuk XIII van bijlage I vanopgeslagen in een op grond vanerkende inrichting; f. richtlijn 71/118/EEG wordt vervoerd overeenkomstig hoofdstuk XV van bijlage I van. 2 Separatorvlees: a. is verkregen in een voor pluimveevlees erkende uitsnijderij en wordt geproduceerd onder stringente hygiënische voorwaarden; b. is niet verkregen van onderpoten of koppen van pluimvee; c. is verkregen in een verwerkingsruimte waarin de temperatuur ten hoogste 12° C bedraagt en de temperatuur van de bij de verwerking van de beenderen verkregen substantie tijdens deze verwerking niet meer stijgt dan technisch onvermijdbaar is, met dien verstande dat de beenderen zijn verwerkt in een machine die is vervaardigd van corrosiebestendig materiaal dat gemakkelijk is te reinigen en in goede staat van onderhoud en schoon wordt gehouden; d. is na verkrijging onverwijld op een temperatuur van ten hoogste 4° C, dan wel ten hoogste -12° C (bevroren toestand), dan wel ten hoogste -18° C (diepgevroren toestand) gebracht, met dien verstande dat: in het eerste geval het separatorvlees binnen 48 uur wordt verwerkt; in bedrijven waar de productie plaatsvindt in een ononderbroken procesgang kan deze termijn worden verlengd tot 72 uur na verkrijging van het separatorvlees, wanneer na verkrijging van het separatorvlees twee dagen niet wordt gewerkt; in het tweede en derde geval het separatorvlees binnen drie maanden wordt verwerkt; e. is voorzien van een label waarop het erkenningsnummer van de uitsnijderij, onderscheidenlijk het verwerkingsbedrijf waarin het is verkregen, alsmede de datum van verkrijging zijn vermeld; f. bevat ten hoogste 0,25% calcium en is vrij van metaaldeeltjes, met dien verstande dat de botdeeltjes in de pulp niet groter zijn dan 1 mm en het botgehalte ten hoogste 1% is; g. richtlijn 77/99/EEG wordt aangewend en is bestemd als grondstof voor in Nederland vervaardigde vleesproducten als bedoeld in artikel 2 van, dan wel is bestemd voor een derde land; h. wordt, indien gekoeld, in gekoelde toestand en, indien bevroren, in bevroren toestand vervoerd. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 artikel 4.16, eerste lid, onderdeel c Vers vlees van pluimvee dat afkomstig is uit een koel- of vrieshuis dat is erkend op grond van, en dat nadien geen enkele goederenbehandeling anders dan verband houdend met de opslag heeft ondergaan: a. richtlijn 71/118/EEG artikelen 4.4, eerste lid, onderdelen f en g 4.5 is op voldoende hygiënische wijze behandeld overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I vanen voldoet aan de, en, dan wel. b. is, voor zover het vers vlees van pluimvee betreft dat afkomstig is uit een lid-staat of een derde land, in Nederland gebracht overeenkomstig afdeling 4, onderscheidenlijk 5 van dit hoofdstuk. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 Vers vlees van pluimvee mag niet voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard en geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid vertonen. 2 artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d Onverminderd, wordt vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen door de minister voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien: a. richtlijn 71/118/EEG het vlees tekortkomingen vertoont als bedoeld in hoofdstuk IX, punt 53, onderdeel a, van bijlage I van; b. richtlijn 71/118/EEG door de minister na onderzoek in geval van verdenking is geconstateerd dat het vlees sporen van residuen vertoont in hoeveelheden die, indien ter zake ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap een besluit is genomen, de vastgestelde maximumwaarden overschrijden, of indien het vlees afkomstig is van een koppel pluimvee waarvan ander vlees dat onder technologisch vergelijkbare omstandigheden is verkregen, op een dergelijke wijze is behandeld, met dien verstande dat de minister voorts maatregelen kan nemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, laatste alinea, van; c. Diergeneesmiddelenwet Warenwet het vlees is behandeld met antibiotica, hormonen, ß-agonisten, malsmakers of conserveermiddelen, voor zover deze middelen niet zijn toegelaten krachtens deof de, met waterretentiebevorderende agentia of, tenzij deze behandeling ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap is toegelaten, met ioniserende of ultraviolette stralen, of indien het afkomstig is van een koppel pluimvee waarvan ander vlees dat onder technologisch vergelijkbare omstandigheden is verkregen, op een dergelijke wijze is behandeld. 3 artikel 4.4, eerste lid, onderdeel d Onverminderd, wordt vers vlees van gekweekt vederwild door de minister voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien het: a. richtlijn 91/495/EEG een van de gebreken vertoont, onderscheidenlijk een behandeling heeft ondergaan als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel c, van; b. richtlijn 91/495/EEG voor zover ter zake op grond van artikel 13, onderdeel b, vaneen besluit is genomen, afkomstig is van dieren waaraan stoffen zijn toegediend waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de volksgezondheid. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 1 artikel 4.16 richtlijn 71/118/EEG Vers vlees van pluimvee, bestemd voor Finland en Zweden, heeft in de krachtenserkende inrichting van oorsprong een steekproefsgewijze microbiologische test op de aanwezigheid van salmonella ondergaan overeenkomstig de op grond van artikel 5, derde lid, onderdeel a, vanvastgestelde bepalingen, waarbij de afwezigheid van salmonella in dat vlees is aangetoond. 2 richtlijn 71/118/EEG Het eerste lid is niet van toepassing op vers vlees dat afkomstig is uit een inrichting waarvoor een programma geldt dat op grond van artikel 5, derde lid, onderdeel b, van, is erkend als gelijkwaardig aan het op grond van artikel 5, vierde lid, van die richtlijn goedgekeurde operationele programma van Finland, onderscheidenlijk Zweden inzake salmonella. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 Vervallen 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 1 artikel 4.16, tweede lid artikel 4.2, eerste lid richtlijn 71/118/EEG Vers vlees van pluimvee dat is verkregen in een op grond van, erkende inrichting, wordt voorzien van een keurmerk waarvan het model op grond van artikel 21 vanis vastgesteld bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, dan wel, zolang dit model nog niet is vastgesteld, een keurmerk als bedoeld in, waarop de letters ‘EEG’ worden vervangen door: GOEDGEKEURD. 2 Vers vlees van pluimvee waarop een ‘GOEDGEKEURD’-keurmerk als bedoeld in het eerste lid is aangebracht, wordt uitsluitend bestemd voor de Nederlandse markt teneinde daar hetzij vers, hetzij na verwerking, rechtstreeks aan detailhandelaren of de consument te worden verkocht, of voor een derde land. 3 artikel 4.16, eerste lid artikel 4.2, eerste lid Vers vlees van pluimvee dat is verkregen in een op grond van, erkende inrichting wordt voorzien van een keurmerk als bedoeld in. 1995 160 21-08-1995 07-08-1995 J.9510311 1995 160 21-08-1995 07-08-1995 J.9510311 23-08-1995
Artikel 4.11 — Artikel 4.11#
Artikel 4.11 1 artikelen 4.4 tot en met 4.8 Ten bewijze dat is voldaan aan, voor zover van toepassing, de, is vers vlees van pluimvee dat is bestemd voor Nederland na een van Rijkswege ingesteld onderzoek voorzien van: a. artikel 4.2, eerste lid artikel 4.16, eerste lid een keurmerk als bedoeld in, indien het vlees is verkregen in een op grond van, erkende inrichting, dan wel b. artikel 4.10, eerste lid artikel 4.16, tweede lid een keurmerk als bedoeld in, indien het vlees is verkregen in een op grond van, erkende inrichting, dan wel 2 artikelen 4.4 tot en met 4.8 artikel 4.16, eerste lid Ten bewijze dat is voldaan aan, voor zover van toepassing, degaat een partij vers vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden of ganzen die is bestemd voor Nederland en afkomstig is uit een inrichting die is erkend op grond van, vergezeld van het volgende op de partij betrekking hebbend bewijsstuk, dat wordt afgegeven na een van Rijkswege ingesteld onderzoek: a. artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a, onder 1° een begeleidend handelsdocument als bedoeld in, dan wel, b. artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a, onder 2° een keuringscertificaat als bedoeld in, wanneer het gaat om een partij afkomstig van pluimvee dat is verkregen in een slachthuis dat is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden. 3 artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a, onder 1° Het in het, bedoelde handelsdocument wordt gedurende tenminste één jaar door de geadresseerde bewaard zodat het desgevraagd aan de keuringsdieren-arts kan worden overgelegd. 4 De in het tweede lid bedoelde bewijsstukken worden afgegeven door de minister. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 4.11a — Artikel 4.11a#
Artikel 4.11a 1 artikel 4.4a Het is de eigenaar of houder van een pluimveehouderij slechts toegestaan pluimvee in de handel te brengen ten behoeve van de levering aan slachthuizen, indien is voldaan aan. 2 artikel 4.4a artikel 4.4a, eerste lid De keuringsdierenarts, of onder diens verantwoordelijkheid diens assistent, ziet toe op de naleving van. De keuringsdierenarts brengt in verband met het toezicht op de naleving van, ten minste een maal per jaar een bezoek aan de pluimveehouderij, met dien verstande dat de bezoekfrequentie wordt verhoogd indien blijkt dat de eigenaar of houder zich niet aan voornoemde voorschriften houdt en de bezoeken in dat laatste geval steeds worden afgelegd door de keuringsdierenarts. 3 artikel 4.4a, eerste lid artikel 4.4a, tweede lid Indien ook na verhoging van de bezoekfrequentie blijkt dat de eigenaar of houder zich niet aan de in, bedoelde voorschriften houdt, kan de minister besluiten dat er niet langer toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde voorschriften plaats zal vinden met dien verstande dat in dat geval niet langer gebruik kan worden gemaakt van het document, bedoeld in. 4 Het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde voorschriften op de houderij wordt hervat nadat de eigenaar of houder ten genoegen van de minister heeft aangetoond dat aan voornoemde voorschriften wordt voldaan. 5 De eigenaar of houder verleent de keuringsdierenarts of diens assistent alle medewerking die deze redelijkerwijs ten behoeve van de keuring voor het slachten noodzakelijk acht, en laat deze hiertoe te allen tijde toe op de houderij. De keuringsdierenarts en diens assistent zijn bevoegd water en voer van het pluimvee te bemonsteren. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 4.12 — Artikel 4.12#
Artikel 4.12 1 Vers vlees van pluimvee dat is verzonden vanuit een lid-staat en dat is bestemd voor Nederland of een lid-staat: a. artikel 4.2, eerste lid artikel 4.14, tweede lid is voorzien van het keurmerk, bedoeld in, dan wel, indien het vlees van oorsprong is uit een derde land of gedeelte van een derde land waaruit het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van het vlees is toegestaan ingevolge beschikking 94/85/EEG en het vlees in de lid-staat van verzending niet is omgepakt of verwerkt, van een origineel keurmerk als bedoeld in; b. artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3° artikel 4.2, tweede lid, onderdeel b richtlijn 71/118/EEG gaat vergezeld van het op de partij betrekking hebbende van toepassing zijnde bewijsstuk, bedoeld in, of, indien het gekweekt vederwild betreft,, met dien verstande dat, indien het vlees door onderdompeling is gekoeld, op het bewijsstuk wordt vermeld dat deze onderdompeling heeft plaatsgevonden overeenkomstig hoofdstuk VII, punten 42 en 43 van bijlage I vanen dat het vlees na koeling onmiddellijk is bevroren of diepgevroren; c. artikel 4.4, eerste lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g is op hygiënische wijze verpakt en wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig, en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 2 artikel 4.16, eerste lid Onverminderd het eerste lid, heeft eventuele opslag, verwerking of ompakking in Nederland van vers vlees van pluimvee dat is verzonden vanuit een lid-staat en dat is bestemd voor een lid-staat, onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsgevonden in een op grond van, erkende inrichting. 3 artikel 4.2, tweede lid, onderdeel a, onder 2° Indien de partij vers vlees van pluimvee vergezeld gaat van een handelsdocument als bedoeld in, wordt dit document gedurende tenminste één jaar door de geadresseerde bewaard zodat het desgevraagd aan de keuringsdierenarts kan worden overgelegd. Afdeling 5 artikelen 4.13 4.15 Het brengen in Nederland van vers vlees van pluimvee uit derde landen (tot en met) 2000 129 07-07-2000 06-07-2000 TRCJZ/2000/1522 2000 129 07-07-2000 06-07-2000 TRCJZ/2000/1522 09-07-2000
Artikel 4.12a — Artikel 4.12a#
Artikel 4.12a artikel 4.12, eerste lid, aanhef en onderdeel a In afwijking van, mag vers vlees van pluimvee dat afkomstig is uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië of Slowakije en vóór 1 mei 2004 is verkregen in een inrichting die erkend was voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, tot en met 30 april 2005 voorzien zijn van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG, mits het certificaat of document dat het vlees vergezelt, door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst is voorzien van de verklaring: ‘Vóór 1 mei 2004 geproduceerd overeenkomstig Beschikking 2004/280/EG van de Commissie.’ 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 4.13 — Artikel 4.13#
Artikel 4.13 1 Een partij vers vlees van pluimvee die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschap wordt gebracht en die is bestemd voor Nederland of een lidstaat, is afkomstig uit een derde land of een gedeelte van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, staat vermeld: en voldoet aan de in de voornoemde beschikkingen opgenomen eisen ten aanzien van het derde land respectievelijk het gedeelte van het derde land van herkomst. a. richtlijn 71/118/EG in de lijst opgenomen in bijlage I bij beschikking 94/984/EG indien het vlees van pluimvee als bedoeld inbetreft; b. in de lijst opgenomen in bijlage I bij beschikking 2000/585, indien het vlees van gekweekt vederwild, niet zijnde loopvogels, betreft, of c. in de lijst opgenomen in bijlage I bij beschikking 2000/609/EG indien het vlees van gekweekte loopvogels betreft, 2 Een partij vers vlees van pluimvee, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van: a. richtlijn 71/118/EEG een gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in bijlage II bij beschikking 94/984/EG, indien het vlees van pluimvee als bedoeld inbetreft; b. een gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model dat voor de betrokken diersoort is vastgesteld in bijlage III bij beschikking 2000/585/EG, indien het vlees van gekweekt vederwild, niet zijnde loopvogels, betreft, of c. een gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in bijlage II bij beschikking 2000/609/EG, indien het vlees van gekweekte loopvogels betreft. 3 Een partij vers vlees van pluimvee is voorzien van: a. het keurmerk, bedoeld in bijlage III bij beschikking 94/984/EG, indien het vlees van pluimvee als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, betreft, of b. een officieel keurmerk waaruit blijkt in welk slachthuis de dieren waarvan het vlees afkomstig is, zijn geslacht, dan wel in welke uitsnijderij het vlees is uitgesneden, indien het vlees van gekweekte loopvogels betreft. 4 Een partij vers vlees van pluimvee voldoen aan de eisen die voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, zijn vastgesteld in de onderscheiden gezondheidscertificaten, bedoeld in het tweede lid. 5 Een partij vers vlees van pluimvee is afkomstig van een inrichting die is opgenomen op de lijst, bedoeld in artikel 2 van beschikking 95/408/EG. 6 artikel 4.4, eerste lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g Een partij vers vlees van pluimvee is op hygiënische wijze verpakt en wordt op hygiënische wijze vervoerd, overeenkomstig, en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 7 richtlijn 96/22/EG richtlijn 96/22/EG Aan het pluimvee waarvan het vlees afkomstig is, zijn geen stoffen of producten toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, vanniet aan pluimvee mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden, bedoeld artikel 11 vanis voldaan. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 4.14 — Artikel 4.14#
Artikel 4.14 Vervallen 1997 184 25-09-1997 16-09-1997 J.979875 1997 184 25-09-1997 16-09-1997 J.979875 27-09-1997
Artikel 4.15 — Artikel 4.15#
Artikel 4.15 Vervallen 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 4.16 — Artikel 4.16#
Artikel 4.16 1 Erkenning van: a. richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG een slachthuis als bedoeld in artikel 3, onder I, onderdeel A, vanvindt plaats indien het slachthuis voldoet aan de hoofdstukken I en II van bijlage I van; b. richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG een uitsnijderij als bedoeld in artikel 3, onder I, onderdeel B, vanvindt plaats indien de uitsnijderij voldoet aan de hoofdstukken I en III van bijlage I van; c. richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG een koel- of vrieshuis als bedoeld in artikel 3, onder I, onderdeel C, vanvindt plaats indien het koel- of vrieshuis voldoet aan de hoofdstukken I en IV van bijlage I van; d. richtlijn 91/495/EEG een inrichting als bedoeld in artikel 14 vanvindt plaats indien de inrichting: 1º. indien het een slachthuis betreft, voldoet aan onderdeel a; 2º. indien het een uitsnijderij betreft, voldoet aan onderdeel b; 3º. indien het een koel- of vrieshuis betreft, voldoet aan onderdeel c, met dien verstande dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking worden gesteld: indien gewoonlijk meer dan 2 uur per dag wordt gekeurd en gecertificeerd: 1. een afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon; 2. een kleedruimte met wasgelegenheid en toilet; 3. indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, een verblijfruimte ingericht met stoelen en tafels; indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag wordt gekeurd en gecertificeerd, een afsluitbare kast en een telefoon. 2 Een inrichting wordt eveneens erkend: met dien verstande dat aan de VWA een afsluitbare kast en een telefoon om niet ter beschikking worden gesteld. a. richtlijn 71/118/EEG voor zover het een slachthuis betreft, indien in het slachthuis in totaal niet meer dan 3000 dieren per week en 150.000 dieren per jaar worden geslacht en is voldaan aan de voorschriften van bijlage II van, met dien verstande dat de bevoegde autoriteit, genoemd in hoofdstuk II van voornoemde bijlage, de minister is; b. voor zover het een uitsnijderij betreft, indien: de uitsnijderij niet in een inrichting als bedoeld in het eerste lid is gelegen; Vleeskeuringswet richtlijn 64/433/EEG voor zover de uitsnijderij tevens is erkend op grond van krachtens deter implementatie van artikel 4, tweede lid, vangestelde regelen, in die uitsnijderij in totaal niet meer dan 5 ton vlees per week wordt geproduceerd; in andere gevallen dan als bedoeld onder het tweede gedachtenstreepje, in de uitsnijderij in totaal niet meer dan 3 ton vlees per week wordt geproduceerd; richtlijn 71/118/EEG uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat is voldaan aan de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage II van, 3 Een erkenning wordt door de minister verleend nadat uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat aan de voorschriften van het eerste of tweede lid is voldaan. 4 De aanvraag voor erkenning wordt ingediend bij de VWA op een daartoe bestemd formulier. 5 Aan een inrichting die op grond van dit artikel is erkend, wordt een erkenningsnummer toegekend. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 4.17 — Artikel 4.17#
Artikel 4.17 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een erkende inrichting draagt er zorg voor dat: a. richtlijn 71/118/EEG artikel 4.16, tweede lid indien het een slachthuis betreft, in het slachthuis de hygiënische voorschriften van de hoofdstukken V en VII van bijlage I van, alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat, indien het een slachthuis is erkend op grond van, er tevens zorg voor wordt gedragen dat: een register wordt bijgehouden op grond waarvan de volgende gegevens kunnen worden gecontroleerd: 1º. het inkomende pluimvee en de uitgaande slachtprodukten; 2º. artikel 4.19 de overeenkomstiguitgevoerde controles; 3º. de resultaten van de onder 2° bedoelde controles, welke gegevens desgevraagd terstond aan de keuringsdierenarts worden overgelegd; richtlijn 71/118/EEG de keuringsdierenarts op de hoogte wordt gebracht van het tijdstip van slachten, het aantal dieren en de herkomst ervan en hem een afschrift toekomt van de in bijlage IV vanbedoelde gezondheidsverklaring, dan wel van het in bijlage A van deze regeling bedoelde document; richtlijn 71/118/EEG de keuringsdierenarts of diens assistent bij het verwijderen van de ingewanden aanwezig is om te controleren of de in de hoofdstukken VII en VIII van bijlage I vanbedoelde hygiënevoorschriften worden nageleefd, met dien verstande dat, ingeval geen van beiden bij het slachten aanwezig kan zijn, het vlees de inrichting slechts verlaat nadat een keuring na het slachten is verricht die op de dag van het slachten heeft plaatsgevonden; artikel 4.10, eerste lid het vlees afkomstig uit de inrichting wordt gemerkt met het merk, bedoeld in; b. indien het een uitsnijderij betreft: richtlijn 71/118/EEG artikel 4.16, tweede lid in de uitsnijderij de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van richtijn 71/118/EEG alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd, met dien verstande dat de hoofdstukken VII en X en punt 64 van hoofdstuk XI van bijlage I vanniet van toepassing zijn op het uitsnijden en opslaan in een uitsnijderij die is erkend op grond van; in de uitsnijderij een register wordt bijgehouden van al het inkomende en uitgaande verse vlees van pluimvee, onder vermelding van de aard van het ingekomen vlees, dat op verzoek van de keuringsdierenarts of diens assistent wordt overgelegd; c. richtlijn 71/118/EEG indien het een koel- of vrieshuis betreft, in het koel- of vrieshuis de voorschriften van de hoofdstukken X en, voor zover van toepassing, XIII van bijlage I van, alsmede de overige hygiënevoorschriften van die richtlijn worden nageleefd; d. in de inrichting de aanwijzingen van de keuringsdierenarts of diens assistent worden opgevolgd en dat deze alle medewerking wordt verleend die hij redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht: aan de keuringsdierenarts of diens assistent wordt desgevraagd toegang verleend tot het gehele bedrijf. 1995 160 21-08-1995 07-08-1995 J.9510311 1995 160 21-08-1995 07-08-1995 J.9510311 23-08-1995
Artikel 4.18 — Artikel 4.18#
Artikel 4.18 1 artikel 4.16 artikelen 4.16 4.17 richtlijn 71/118/EEG De minister schort een op grond vanafgegeven erkenning tijdelijk op, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de voorschriften, bedoeld in deenniet worden nageleefd, en wanneer de keuringsdierenarts is gebleken dat de in hoofdstuk VIII, punt 51, derde alinea van bijlage I vanbedoelde maatregelen onvoldoende zijn om dit te verhelpen. Opschorting geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan voornoemde voorschriften dient te zijn voldaan. 2 Indien blijkt dat de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van de inrichting de geconstateerde gebreken na opschorting niet alsnog binnen een daartoe gestelde termijn verhelpt, trekt de minister de erkenning in. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 4.19 — Artikel 4.19#
Artikel 4.19 1 artikel 4.16 artikel 4.17 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond vanerkende inrichting zet, in samenwerking met de keuringsdierenarts, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de inrichting in staat stelt te voldoen aan, voorzover van toepassing, de voorschriften bedoeld in. 2 artikel 4.16 artikel 4.16, eerste en tweede lid richtlijn 71/118/EEG richtlijn 71/118/EEG De exploitant, de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van, erkende inrichting verricht de controles, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van, en is desverzocht in staat de keuringsdierenarts of de veterinaire deskundigen van de Europese Commissie in kennis te stellen van aard, frequentie en resultaat van de verrichte controles, alsmede, zo nodig, van de naam van het controlelaboratorium, met dien verstande dat de exploitant, de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van, erkende inrichting de algemene hygiëne bij de productie, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van, controleert door het uitwerken en toepassen van een permanente procedure overeenkomstig artikel 1 van beschikking 2001/471/EG. 3 Voor de toepassing van artikel 1, tweede lid, van beschikking 2001/471/EG kan, voorzover van toepassing, de exploitant, eigenaar of vertegenwoordiger gebruik maken van: a. de aanvulling op de hygiënecodes voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 15 mei 2002 met de titel ‘Aanvulling werkboek GHP-code Pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen beschikking 2001/471/EG’; b. de aanvulling op de hygiënecodes voor slachterijen en uitsnijderijen van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren van 19 juni 2003 met de titel ‘Aanvulling werkboek GHP-code Pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen beschikking 2001/471/EG voor pluimveeslachterijen met geringe capaciteit’, of c. de aanvulling van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren op de hygiënecode voor het Poeliersbedrijf van 13 maart 2003 met de titel ‘Aanvulling van de hygiënecode voor het poeliersbedrijf voor pluimvee-uitsnijderijen met een geringe capaciteit’. 2003 187 29-09-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/8382 2003 187 29-09-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/8382 01-10-2003
Artikel 4.20 — Artikel 4.20#
Artikel 4.20 Dood pluimvee, delen daarvan of vers vlees van pluimvee, dat dan wel die voor menselijke consumptie ongeschikt is dan wel zijn verklaard of anderszins niet geschikt wordt, dan wel worden, bevonden voor menselijke consumptie, wordt: a. richtlijn 71/118/EEG artikel 4.16, tweede lid voor zover het vlees zich bevindt in een inrichting, onmiddellijk verzameld in de in hoofdstuk I, punt 4, onderdeel d, van bijlage I vanbedoelde bakken of lokalen dan wel, indien het een op grond van, erkende inrichting betreft, op de wijze, bedoeld in hoofdstuk I, punt 4, onderdeel c, van bijlage II van voornoemde richtlijn en onder toezicht van de keuringsdierenarts of diens assistent onbruikbaar gemaakt voor menselijke consumptie, en b. Destructiewet Gezondheids- en welzijnswet voor dieren behandeld overeenkomstig de bij of krachtens deof deaan de verwerking van derg elijk materiaal gestelde regelen. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 4.21 — Artikel 4.21#
Artikel 4.21 1 Het laten vervaardigen en het in voorraad hebben van de in dit hoofdstuk genoemde merken, alsmede het in inrichtingen waar pluimvee wordt geslacht of be- of verwerkt, voorhanden hebben van stempels en andere werktuigen waarmee deze merken kunnen worden vervaardigd of aangebracht, is slechts toegestaan met toestemming van de minister. Aan deze toestemming kunnen voorschriften en voorwaarden worden verbonden. Deze toestemming kan onder beperkingen worden verleend. 2 artikel 4.16 Het gebruik van de in dit hoofdstuk genoemde merken is slechts toegestaan in een op grond vanerkende inrichting. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 4.22 — Artikel 4.22#
Artikel 4.22 Degene die voornemens is pluimvee bedrijfsmatig te slachten of vers vlees van pluimvee bedrijfsmatig uit te snijden, dient de keuringsdierenarts ten behoeve van de keuring van het vlees de werkdag tevoren tussen 8.15 en 17.00 uur te waarschuwen en de door de keuringsdieren-arts, dan wel zijn assistenten verlangde medewerking te verlenen of te doen verlenen. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 4.23 — Artikel 4.23#
Artikel 4.23 1 De in dit hoofdstuk bedoelde werkzaamheden van de VWA geschieden in de periode van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur. 2 In afwijking van het eerste lid geschieden de in dit hoofdstuk bedoelde werkzaamheden van de VWA tussen 05.00 uur en 07.00 uur, alsmede tussen 18.00 uur en 23.00 uur, indien: a. in het slachthuis gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 6 maanden, die per periode uiterlijk 30 dagen voor de aanvang aan de VWA bekend is gemaakt, ten minste 15 uren per week in de in het eerste lid genoemde tijdvakken in een tempo van ten minste 50 dieren per minuut per band wordt geslacht; b. er een mechanisme aanwezig is dat ten behoeve van de werkzaamheden van de VWA de aantallen dieren registreert die zijn geslacht tussen 05.00 uur en 07.00 uur, tussen 07.00 uur en 18.00 uur, tussen 18.00 uur en 23.00 uur, respectievelijk tussen 23.00 uur en 05.00 uur van de daaropvolgende dag. 3 De minister kan in bijzondere gevallen toestemmen in afwijking van het eerste en tweede lid. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 4.24 — Artikel 4.24#
Artikel 4.24 1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het uitsnijden en opslaan van vers vlees van pluimvee in detailhandelszaken of in lokalen die aan verkooppunten grenzen, waar het uitsnijden en opslaan uitsluitend met het oog op rechtstreekse verkoop aan de eindverbruiker geschiedt. In deze situaties zijn de voorschriften voor het uitoefenen van de detailhandel van toepassing. 2 artikelen 4.2, tweede lid, onderdeel a, onder 1° 4.8 4.9 richtlijn 71/118/EEG Met uitzondering van de,en, is dit hoofdstuk niet van toepassing op vers vlees van pluimvee, voor zover afkomstig uit of bestemd voor een lid-staat of Noorwegen, dat is bestemd voor gebruik als bedoeld in artikel 3, onderdeel III, van. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 4.25 — Artikel 4.25#
Artikel 4.25 1 Artikel 4.4 is niet van toepassing op: a. het afstaan van vers vlees van pluimvee, met uitzondering van vlees van loopvogels, door pluimveehouders met een jaarproduktie van minder dan 10.000 stuks, in hoeveelheden van maximaal 200 geslachte dieren per week tot maximaal 2000 geslachte dieren per jaar, rechtstreeks aan de eindverbruiker op het bedrijf of op de dichtstbijgelegen weekmarkt, met uitzondering van venthandel en verkoop door middel van verzending, en b. het afstaan van vlees van gekweekt vederwild, met uitzondering van vlees van loopvogels, door een kleine producent, niet zijnde de eigenaar of exploitant van een erkende inrichting, in hoeveelheden van maximaal 200 geslachte dieren per week tot maximaal 2000 geslachte dieren per jaar, rechtstreeks aan de eindverbruiker voor eigen verbruik, met uitzondering van venthandel, verkoop door middel van verzending en verkoop op markten. 2 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, houdt de pluimveehouder dan wel de producent een register bij van het aantal dieren dat op zijn bedrijf wordt aan- en afgevoerd, alsmede van het aantal geslachte dieren dat wordt afgeleverd. Bedoelde gegevens worden terstond na de aan- of afvoer in het register genoteerd. De dieren worden in een andere ruimte geslacht dan waar zij worden gehouden. 1996 11 16-01-1996 13-01-1996 J.9516582 1996 11 16-01-1996 13-01-1996 J.9516582 18-01-1996
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 artikel 1.1 richtlijn 92/45/EEG Onverminderd, wordt in dit hoofdstuk verstaan onder: vrij-wildverwerkingsinrichting: inrichting waar gedood klein vrij wild of gedood grof vrij wild wordt behandeld en vlees van vrij wild wordt verkregen; verzamelplaats: plaats waar gedood klein vrij wild, of gedood grof vrij wild overeenkomstig de hygiënevoorschriften van hoofdstuk III, punt 2, van bijlage I vanwordt ingeleverd met het oog op vervoer naar een vrij-wildverwerkingsinrichting; slachtafval: vers vlees van vrij wild dat geen deel uitmaakt van een geheel stuk al dan niet onthuid of ontvederd vrij wild, ook indien het op natuurlijke wijze met het gehele stuk verbonden blijft; ingewanden: slachtafval uit de borst-, buik- en bekkenholte, eventueel met inbegrip van de luchtpijp, de slokdarm en de krop; detailhandel: bedrijf van het kopen en aan particulieren verkopen van waren als bedoeld in artikel 2 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel, met uitzondering van verkoop op markten door venthandel of via verzending. 2 In dit hoofdstuk wordt onder ‘lid-staat’ mede verstaan: Noorwegen. 3 artikel 1.1, eerste lid, onder In dit hoofdstuk wordt, in afwijking van‘derde land’ verstaan: land, niet zijnde Nederland of andere lid-staat van de Europese Unie, en niet zijnde Noorwegen. 1995 117 21-06-1995 02-06-1995 J.951236 1995 117 21-06-1995 02-06-1995 J.951236 23-06-1995
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 1 richtlijn 92/45/EEG richtlijn 71/118/EEG Vlees van vrij wild dat anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht is voorzien van een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I van, met dien verstande dat ten aanzien van het aanbrengen van het keurmerk, bedoeld in hoofdstuk XII, punt 68, van bijlage I van, van toepassing is op vlees van klein vrij wild. 2 Een partij vlees van vrij wild die anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht gaat vergezeld van: a. richtlijn 92/45/EEG een door de keuringsdierenarts geviseerd handelsdocument, dat de gegevens, bedoeld in hoofdstuk VII, punt 2, van bijlage I van, bevat, alsmede, in geval van ingevroren vlees, de niet-gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van invriezing en een codenummer aan de hand waarvan de keuringsdierenarts kan worden geïdentificeerd, dan wel b. richtlijn 92/45/EEG een gezondheids- en veterinairrechtelijk certificaat waarvan het model overeenstemt met het model in bijlage II van, wanneer het vlees: 1º. afkomstig is uit een inrichting die is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, met dien verstande dat op het certificaat de woorden ‘betreffende vlees van vrij wild dat is bestemd voor een Lid-Staat na doorvoer door een derde land’ worden doorgehaald, of 2º. voor een lid-staat is bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegelde vrachtwagen. 3 Zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vlees van vrij wild vanuit derde landen niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, is het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van uit derde landen in Nederland ingevoerd vlees van vrij wild, bestemd voor een lid-staat, slechts toegestaan indien de lid-staat van bestemming heeft ingestemd met het op zijn grondgebied brengen van het vlees en is voldaan aan de ter zake door die lid-staat gestelde voorschriften. a. artikel 5.11 is het vlees, in afwijking van het eerste lid, voorzien van het oorspronkelijke keurmerk bedoeld in, eerst lid, onderdeel a, en b. gaat de partij, in afwijking van het tweede lid, vergezeld van: 1º. artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b een gewaarmerkt afschrift van het certificaat, bedoeld in, met dien verstande dat op dit afschrift of op een afzonderlijk certificaat, tevens door de keuringsdierenarts is verklaard dat de partij is ingevoerd overeenkomstig de Nederlandse voorschriften, dan wel 2º. een door de lid-staat van bestemming voorgeschreven certificaat. 4 Indien een partij als bedoeld in het eerste lid in Nederland niet is verwerkt of omgepakt: 5 artikel 5.2, tweede lid Indien een partij als bedoeld in het eerste lid in Nederland is verwerkt of omgepakt, blijkt uit het document bedoeld in, tevens dat is voldaan aan de voorschriften van de lid-staat van bestemming. 6 verordening 1829/2003 Ten aanzien van vlees van vrij wild dat anders dan in doorvoerbuiten Nederland wordt gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van. 7 verordening 1830/2003 Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op vlees van vrij wild, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening. 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 17-04-2004
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 1 richtlijn 92/45/EEG Een partij gehele stukken grof vrij wild die anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht, gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model dat is vastgesteld bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 5, derde lid, onderdeel c, van, dan wel, zolang dit model niet is vastgesteld, van een door de minister ondertekend certificaat waarin ten minste wordt verklaard dat de ingewanden een post mortem keuring hebben ondergaan in een erkende vrij-wildverwerkingsinrichting en dat het vlees geschikt is verklaard voor menselijke consumptie. 2 Een partij gehele stukken klein vrij wild die anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht, gaat vergezeld van een door de minister ondertekend certificaat waarin ten minste wordt verklaard dat een representatief monster van dieren van dezelfde herkomst is gekeurd en aan de hand van deze keuring de partij geschikt is bevonden voor menselijke consumptie. 3 Zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van gehele stukken vrij wild vanuit derde landen niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, is het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van uit derde landen in Nederland ingevoerd gehele stukken vrij wild, bestemd voor een lidstaat, slechts toegestaan indien de lidstaat van bestemming heeft ingestemd met het op zijn grondgebied brengen van deze stukken en is voldaan aan de ter zake door die lid-staat gestelde voorschriften. 4 Indien een partij als bedoeld in het eerste lid in Nederland niet is omgepakt, gaat de partij, in afwijking van het eerste en tweede lid, vergezeld van: 1º. artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b een gewaarmerkt afschrift van het certificaat, bedoeld in, met dien verstande dat op dit afschrift of op een afzonderlijk certificaat tevens door de minister is verklaard dat de partij is ingevoerd overeenkomstig de Nederlandse voorschriften, dan wel 2º. een door de lid-staat van bestemming voorgeschreven certificaat. 5 artikel 5.3, eerste en tweede lid Indien een partij als bedoeld in het eerste lid in Nederland is omgepakt, blijkt uit het document bedoeld in, tevens dat is voldaan aan de voorschriften van de lid-staat van bestemming. 6 verordening 1829/2003 Ten aanzien van een partij gehele stukken grof vrij wild die anders dan in doorvoerbuiten Nederland wordt gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van. 7 verordening 1830/2003 Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op een partij gehele stukken grof vrij wild, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening. 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 17-04-2004
Artikel 5.4#
artikel 5.4
Artikel 5.5#
artikelen 5.5
Artikel 5.8#
5.8
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 1 Het in de handel brengen van vlees van vrij wild en gehele stukken vrij wild is verboden. 2 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet indien: a. artikelen 5.5 5.7, eerste en tweede lid artikel 5.8, eerste, tweede en derde lid voor wat betreft vlees van vrij wild is voldaan aan deen, alsmede, indien het vlees is bestemd voor Nederland, aan; b. artikelen 5.6 5.7, tweede lid artikel 5.8, vierde lid voor wat betreft gehele stukken vrij wild is voldaan aan deen, alsmede, indien de gehele stukken zijn bestemd voor Nederland, aan. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 1 Vlees van vrij wild is afkomstig van vrij wild: a. Flora- en faunawet dat is gedood overeenkomstig de; b. richtlijn 92/45/EEG dat niet afkomstig is uit een gebied waar vrij wild ingevolge artikel 10, vierde lid, of 11, eerste lid, vanis onderzocht op de aanwezigheid van residuen, waarbij sporen van residuen zijn aangetroffen; c. richtlijn 92/45/EEG dat onmiddellijk na het doden is bereid overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage I vanen binnen ten hoogste twaalf uur na het doden is vervoerd naar: 1º. artikel 5.13 een op grond vanerkende vrij-wildverwerkings-inrichting, dan wel 2º. artikel 5.7 artikel 12.6, derde lid met inachtneming van, een vrij-wildverwerkings-inrichting waaraan ontheffing is verleend als bedoeld in, dan wel, 3º. een verzamelplaats, met dien verstande dat grof vrij wild op de verzamelplaats op een temperatuur van ten hoogste 7°C en klein vrij wild op een temperatuur van ten hoogste 4°C wordt gebracht en dat het wild van daaruit binnen 12 uur, dan wel uiterlijk op de eerstvolgende werkdag wordt vervoerd naar een inrichting als bedoeld onder 1°, onderscheidenlijk onder 2°; d. dat na doding door de keuringsdierenarts visueel is onderzocht teneinde eventuele afwijkingen op te sporen en na te gaan of de dood niet aan andere oorzaken dan de jacht is te wijten; e. richtlijn 92/45/EEG dat na doding is gehanteerd onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig de hoofdstukken III, IV en V van bijlage I van; f. richtlijn 92/45/EEG dat post mortem is gekeurd door de keuringsdierenarts of diens assistent overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van; g. dat geen afwijkingen heeft vertoond, met uitzondering van bij het doden opgelopen traumatische laesies of van plaatselijke misvormingen of afwijkingen, voor zover deze het vlees niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie, noch enig gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens; h. richtlijn 92/45/EEG richtlijn 92/45/EEG waarvan, in het geval van klein vrij wild dat niet onmiddellijk na het doden is ontweid, een representatief monster van dieren van dezelfde herkomst door de keuringsdierenarts is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk V, punt 1, van bijlage I van, met dien verstande dat indien een voor de mens besmettelijke ziekte, dan wel één van de in hoofdstuk V, punt 4, van bijlage I vangenoemde gebreken is geconstateerd, de controle op de gehele partij wordt uitgevoerd, waarbij de keuringsdierenarts de gehele partij voor menselijke consumptie kan uitsluiten, dan wel ieder karkas afzonderlijk kan onderzoeken. 2 Vlees van vrij wild is: a. verkregen in een: 1. artikel 5.13, eerste lid op grond van, erkende vrij-wildverwerkingsinrichting; 2. artikel 5.13, tweede lid artikel 5.7 op grond van, met inachtneming van, erkende vrij-wildverwerkingsinrichting, dan wel 3. artikel 5.7 artikel 12.6, derde lid vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan, met inachtneming van, een ontheffing is verleend als bedoeld in; b. bij de keuring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, geschikt verklaard voor menselijke consumptie, met dien verstande dat het vlees voor menselijke consumptie ongeschikt wordt verklaard indien: 1º. richtlijn 92/45/EEG is geconstateerd dat het één van de gebreken vertoont die zijn genoemd in hoofdstuk V, punt 3, onder e, van bijlage I van, dan wel in beslag is genomen overeenkomstig punt 4 van voornoemd hoofdstuk; 2º. de aanwezigheid is vastgesteld van een voor de mens besmettelijke ziekte of van trichinen; 3º. richtlijn 92/45/EEG Diergeneesmiddelenwet Warenwet Bestrijdingsmiddelenwet 1962 het afkomstig is van dieren die steffen hebben opgenomen waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de gezondheid van de mens, en waarover door de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie een besluit is genomen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel iii, van, dan wel, zolang dit besluit niet is genomen, indien in het vlees sporen van residuen voorkomen in hoeveelheden die de krachtens de,oftoegestane toleranties overschrijden; 4º. is behandeld met ioniserende of ultraviolette stralen, tenzij deze behandeling ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap is toegestaan, dan wel met andere stoffen waardoor de organoleptische eigenschappen van het vlees kunnen worden aangetast, of met andere kleurstoffen dan die welke voor het aanbrengen van het keurmerk worden gebruikt; 5º. richtlijn 92/45/EEG voor zover het vlees afkomstig is van everzwijn of van andere voor trichinose gevoelige soorten, het vlees niet is onderzocht op de aanwezigheid van trichinosen met behulp van een digestiemethode of trichinoscopisch onderzoek overeenkomstig artikel 3, derde lid, van; c. richtlijn 92/45/EEG artikel 5.13 artikel 5.8 artikel 12.6, derde lid na de post mortem keuring onder bevredigende hygiënische omstandigheden opgeslagen overeenkomstig hoofdstuk X van bijlage I vanin een op grond vanerkende vrij-wildverwerkingsinrichting, in een erkend koel- en vrieshuis of, met inachtneming van, in een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan ontheffing is verleend als bedoeld in; d. richtlijn 92/45/EEG op hygiënische wijze verpakt overeenkomstig hoofdstuk VIII van; e. richtlijn 92/45/EEG onder bevredigende hygiënische omstandigheden vervoerd overeenkomstig hoofdstuk XI van bijlage I van; f. voor zover het delen van karkassen of uitgebeend vlees van vrij wild betreft, deze overeenkomstig afdeling 4, onderscheidenlijk 5 van dit hoofdstuk in Nederland zijn gebracht, met dien verstande dat zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vlees van vrij wild vanuit derde landen nog niet volledig ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, het ompakken of verwerken van uit een derde land afkomstig vlees dat wordt bestemd voor een lid-staat, slechts is toegestaan indien is voldaan aan de eisen van de lid-staat van bestemming; g. richtlijn 77/99/EEG voor zover het slachtafvallen betreft die zijn bestemd voor een lid-staat, deze zijn behandeld overeenkomstig; h. geëtiketteerd onder aanduiding van de benaming van de diersoort. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 5.6 — Artikel 5.6#
Artikel 5.6 Gehele stukken vrij wild: a. artikel 5.5, eerste lid voldoen aan, en, voor zover van toepassing, 5.5, tweede lid, onderdeel a; b. richtlijn 64/433/EEG richtlijn 91/495/EEG worden bij het hanteren en opslaan gescheiden gehouden van vers vlees als bedoeld in, vers vlees van pluimvee en van vers konijne- of hazevlees als bedoeld inen onder hygiënische omstandigheden vervoerd, met dien verstande dat de gehele stukken niet worden in- of diepgevroren; c. richtlijn 92/45/EEG voldoen, voor zover het gehele stukken niet-onthuid grof wild betreft, aan artikel 5, onderdeel d, van. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.7 — Artikel 5.7#
Artikel 5.7 1 artikel 12.6, derde lid artikel 5.13, tweede lid artikel 5.2, eerste lid Vlees van vrij wild dat is verkregen in een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan ontheffing is verleend als bedoeld in, dan wel in een op grond van, erkende vrijwildverwerkingsinrichting, wordt voorzien van een keurmerk als bedoeld in, waarop de letters ‘EEG’ worden vervangen door: GOEDGEKEURD. 2 artikel 12.6, derde lid artikel 5.13, tweede lid Vlees van vrij wild waarop een ‘GOEDGEKEURD’-keurmerk als bedoeld in het eerste lid is aangebracht, en gehele stukken vrij wild die zijn verkregen in een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan ontheffing is verleend als bedoeld in, dan wel in een op grond van, erkende vrijwildverwerkingsinrichting,worden uitsluitend bestemd voor de Nederlandse markt of voor een derde land. 3 artikel 5.13, eerste lid artikel 5.2, eerste lid Vlees van vrij wild dat is verkregen in een op grond van, erkende inrichting wordt voorzien van een keurmerk als bedoeld in. 1996 238 09-12-1996 25-11-1996 J.9610227 1996 238 09-12-1996 25-11-1996 J.9610227 11-12-1996
Artikel 5.8 — Artikel 5.8#
Artikel 5.8 1 artikel 5.5 Ten bewijze dat is voldaan aan, is vlees van vrij wild dat is bestemd voor Nederland na een van Rijkswege ingesteld onderzoek voorzien van: a. artikel 5.2, eerste lid artikel 5.13, eerste lid een keurmerk als bedoeld in, indien het vlees betreft dat is verkregen in een op grond van, erkende inrichting; b. artikel 5.7, eerste lid artikel 12.6, derde lid artikel 5.13, tweede lid een keurmerk als bedoeld in, indien het vlees betreft dat is verkregen in een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan ontheffing is verleend als bedoeld indan wel in een op grond van, erkende vrij-wildverwerkingsinrichting. 2 artikel 5.5 artikel 5.13 Ten bewijze dat is voldaan aan, gaat een partij vlees van vrij wild dat is bestemd voor Nederland en dat afkomstig is uit een op grond vanerkende inrichting, vergezeld van het volgende, op de partij betrekking hebbende bewijsstuk, dat wordt afgegeven na een van Rijkswege ingesteld onderzoek: a. artikel 5.2, tweede lid, onderdeel a een begeleidend en door de keuringsdierenarts geviseerd handelsdocument als bedoeld in, dan wel b. artikel 5.2, tweede lid, onderdeel b een gezondheids- en veterinairrechtelijk certificaat als bedoeld in, wanneer het gaat om vlees afkomstig uit een vrijwildverwerkingsinrichting die is gelegen in een gebied of zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden. 3 artikel 5.2, tweede lid, onderdeel a Het in, bedoelde document wordt gedurende ten minste één jaar door de geadresseerde bewaard, zodat het desgevraagd aan de keuringsdierenarts kan worden overgelegd. 4 artikel 5.6 artikel 5.13 Ten bewijze dat is voldaan aan, gaat een partij gehele stukken vrij wild die is bestemd voor Nederland en die afkomstig is uit een op grond vanerkende vrij-wildverwerkingsinrichting, vergezeld van een op de partij betrekking hebbend en na een van Rijkswege ingesteld onderzoek afgegeven: a. artikel 5.3, eerste lid gezondheidscertificaat als bedoeld in, indien het gehele stukken grof vrij wild betreft; b. artikel 5.3, tweede lid gezondheidscertificaat als bedoeld in, indien het gehele stukken klein vrij wild betreft. 1996 238 09-12-1996 25-11-1996 J.9610227 1996 238 09-12-1996 25-11-1996 J.9610227 11-12-1996
Artikel 5.9 — Artikel 5.9#
Artikel 5.9 1 artikel 5.2, eerste lid artikel 5.11, eerste lid, onderdeel a is voorzien van een keurmerk als bedoeld in, dan wel, indien het vlees van oorsprong is uit een derde land of gedeelte van een derde land waaruit het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van het vlees is toegestaan ingevolge beschikking 94/86/EG en het vlees in de lid-staat van verzending niet is omgepakt of verwerkt, van een origineel keurmerk als bedoeld in; a. artikel 5.2, eerste lid is voorzien van een keurmerk als bedoeld in; b. artikel 5.2, tweede lid gaat vergezeld van het van toepassing zijnde bewijsstuk, bedoeld in; c. artikel 5.5, tweede lid, onderdeel d, onderscheidenlijk e is op hygiënische wijze verpakt en wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig, en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 2 Een partij gehele stukken grof vrij wild die is verzonden vanuit een lid-staat en die is bestemd voor Nederland of een lid-staat: a. artikel 5.3, eerste lid gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in, met dien verstande dat zolang het model daarvan nog niet bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie is vastgesteld, de partij vergezeld gaat van een door de bevoegde autoriteit van de lid-staat van verzending afgegeven bewijsstuk, waarin ten minste wordt verklaard dat de ingewanden een post mortem keuring hebben ondergaan in een erkende vrij-wildverwerkingsinrichting en dat het vlees geschikt is verklaard voor menselijke consumptie, en b. artikel 5.5, tweede lid, onderdeel e wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig, en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 3 Een partij gehele stukken klein vrij wild die is verzonden vanuit een lid-staat voldoet aan het tweede lid, onderdeel b, en gaat vergezeld van een door de bevoegde autoriteit van de lid-staat van verzending afgegeven bewijsstuk, waarin ten minste wordt verklaard dat een representatief monster van dieren van dezelfde herkomst is gekeurd en aan de hand van deze keuring de partij geschikt is bevonden voor menselijke consumptie. 4 artikel 5.13, eerste lid Onverminderd het eerste tot en met derde lid heeft eventuele opslag, verwerking of ompakking van vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild, verzonden vanuit een lid-staat en bestemd voor een lid-staat, onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsgevonden in een op grond van, erkende vrij-wildverwerkingsinrichting of in een erkend koel- en vrieshuis. 5 artikel 5.2, tweede lid, onderdeel a Indien de partij vlees of gehele stukken vergezeld gaat van een begeleidend handelsdocument als bedoeld in, wordt dit document gedurende ten minste één jaar door de geadresseerde bewaard, zodat het desgevraagd aan de keuringsdierenarts kan worden overgelegd. 1996 238 09-12-1996 25-11-1996 J.9610227 1996 238 09-12-1996 25-11-1996 J.9610227 11-12-1996
Artikel 5.9a — Artikel 5.9a#
Artikel 5.9a artikel 5.9, eerste lid, aanhef en onderdeel a In afwijking van, mag vlees van vrij wild dat afkomstig is uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië of Slowakije en vóór 1 mei 2004 is verkregen in een inrichting die erkend was voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, tot en met 30 april 2005 voorzien zijn van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG, mits het certificaat of document dat het vlees vergezelt, door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst is voorzien van de verklaring: ‘Vóór 1 mei 2004 geproduceerd overeenkomstig Beschikking 2004/280/EG van de Commissie.’ 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 5.10 — Artikel 5.10#
Artikel 5.10 1 Een partij vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschap wordt gebracht en die is bestemd voor Nederland of een lidstaat, is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, staat vermeld op: en voldoet aan de in de voornoemde beschikkingen opgenomen eisen ten aanzien van het derde land respectievelijk gedeelte van het derde land van herkomst. a. de lijst van deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, voor zover het vlees van slurfdieren of evenhoevigen betreft, dan wel b. de lijst van bijlage I bij beschikking 2000/585/EG, voor zover het vlees van overige diersoorten, betreft, 2 Een partij vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild gaat vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model zoals dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, is vastgesteld in: a. deel 2 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, voor zover het vlees van slurfdieren of evenhoevigen betreft, dan wel b. bijlage III bij beschikking 2000/585/EG, voor zover het overige diersoorten betreft. 3 verordening 999/2001/EEG Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het tweede lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van. 4 richtlijn 92/45/EEG Een partij vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de eisen die zijn vastgesteld in de onderscheiden gezondheidscertificaten, bedoeld in het tweede lid, en aan de aanvullende garanties die in voorkomend geval in die certificaten zijn opgenomen, alsmede aan de overige voorwaarden die aan het soort vlees zijn gesteld op grond van. 5 richtlijn 92/45/EEG Een partij vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild is afkomstig van een inrichting die is opgenomen op de lijst, bedoeld in artikel 2 van beschikking 95/408/EG, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen het vlees en de stukken met inachtneming van die bepalingen afkomstig mogen zijn uit een inrichting die voldoet aan. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 01-01-2005
Artikel 5.11 — Artikel 5.11#
Artikel 5.11 Vervallen 1997 184 25-09-1997 16-09-1997 J.979875 1997 184 25-09-1997 16-09-1997 J.979875 27-09-1997
Artikel 5.12 — Artikel 5.12#
Artikel 5.12 artikelen 5.10 5.11 Onverminderd deenis, zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild vanuit derde landen niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, het brengen in Nederland van vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild, bestemd voor een lid-staat, toegestaan indien is voldaan aan de voorschriften van de lidstaat van bestemming. 1995 160 21-08-1995 07-08-1995 J.9510311 1995 160 21-08-1995 07-08-1995 J.9510311 23-08-1995
Artikel 5.12a — Artikel 5.12a#
Artikel 5.12a In Nederland gebrachte niet-onthuide karkassen van vrij evenhoevig wild, bestemd voor menselijke consumptie na verdere verwerking, worden onverwijld overgebracht naar de verwerkingsinrichting van bestemming. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 5.13 — Artikel 5.13#
Artikel 5.13 1 Een inrichting wordt als vrij-wildverwerkingsinrichting door de minister erkend, indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat: a. richtlijn 92/45/EEG de inrichting voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage I van, met dien verstande dat aan de VWA de volgende voorzieningen om niet ter beschikking worden gesteld: indien gewoonlijk meer dan 2 uur per dag wordt gekeurd en gecertificeerd: 1º. een afsluitbare ruimte met een afsluitbare kast, een bureau, stoelen en een telefoon; 2º. een kleedruimte met wasgelegenheid en toilet; 3º. indien tijdens het slachtproces gewoonlijk meer dan 4 keurmeesters werkzaam zijn, een verblijfruimte ingericht met stoelen en tafels; indien gewoonlijk minder dan 2 uur per dag wordt gekeurd en gecertificeerd, een afsluitbare kast en een telefoon; b. artikel 9 van het Besluit produktie en handel vers vlees Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 artikel 4.16 voor zover het een inrichting betreft die, in het geval van grof vrij wild, is erkend overeenkomstigof is erkend op grond van de, dan wel, in het geval van klein vrij vederwild, op grond van; vrij wild in een erkend slachthuis in een slachtlokaal op andere tijdstippen dan het overige vlees wordt onthuid; vrij wild in een erkende uitsnijderij in een ander lokaal dan dat waar uitsnijhandelingen worden verricht, wordt onthuid; richtlijn 92/45/EEG overigens, voor zover van toepassing, aan de voorschriften van hoofdstuk I van bijlage I vanis voldaan; richtlijn 64/433/EEG richtlijn 91/495/EEG vlees van vrij wild duidelijk kan worden onderscheiden van vers vlees als bedoeld in, vers vlees van pluimvee of konijne- of hazevlees als bedoeld in. 2 De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend bij de directeur van de VWA. Bij de aanvraag dient de aanvrager een volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend aanvraagformulier over te leggen, waarvan het model door de directeur van de VWA is vastgesteld. 3 De aanvraag voor erkenning wordt ingediend bij de VWA op een daartoe bestemd aanvraagformulier. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 5.14 — Artikel 5.14#
Artikel 5.14 1 artikel 5.13 richtlijn 92/45/EEG richtlijn 92/45/EEG De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond vanerkende vrij-wildverwerkingsinrichting draagt er zorg voor dat in de vrij-wildverwerkingsinrichting de voorschriften van de hoofdstukken II, III, IV, VIII en X van bijlage I vanworden nageleefd en dat aan de overige keurings- en hygiënevoorschriften van, voor zover van toepassing, wordt voldaan; hierbij verleent hij de keuringsdierenarts alle medewerking die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken noodzakelijk acht. 2 artikel 12.6, derde lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan ontheffing is verleend als bedoeld in. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.15 — Artikel 5.15#
Artikel 5.15 1 artikel 5.13 artikel 12.6, tweede, onderscheidenlijk derde lid artikelen 5.13 5.14 richtlijn 92/45/EEG De minister schort een op grond vanverleende erkenning, dan wel een erkenning of ontheffing als bedoeld in, tijdelijk op indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de voorschriften, bedoeld in deen, niet of slechts gedeeltelijk worden nageleefd en indien de keuringsdierenarts is gebleken dat de in hoofdstuk V, punt 5, tweede alinea, van bijlage I vanbedoelde maatregelen onvoldoende zijn om dit te verhelpen. Opschorting geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan voornoemde voorschriften dient te zijn voldaan. 2 Indien blijkt dat de exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van de vrij-wildverwerkingsinrichting de geconstateerde gebreken na opschorting niet alsnog binnen een daartoe gestelde termijn verhelpt, trekt de minister de erkenning, onderscheidenlijk ontheffing, in. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.16 — Artikel 5.16#
Artikel 5.16 1 artikel 5.13 artikel 12.6, derde lid De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond vanerkende vrij-wildverwerkingsinrichting of van een vrij-wildverwerkingsinrichting waaraan onheffing is verleend als bedoeld in: a. controleert de algemene hygiëne van de werktuigen, installaties en machines in de vrij-wildverwerkingsinrichting in alle produktiestadia, alsmede, op aanwijzing van de keuringsdierenarts, de produkten regelmatig, ook door middel van microbiologische controles; b. stelt, op verzoek van de keuringsdierenarts, deze of de veterinaire deskundigen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van aard, frequentie en resultaat van de in onderdeel a bedoelde controles, alsmede, voor zover van toepassing, van de naam van het controlelaboratorium; c. artikel 5.14, eerste lid zet, in samenwerking met de keuringsdierenarts, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de inrichting in staat stelt te voldoen aan, voor zover van toepassing, de voorschriften, bedoeld in. 2 richtlijn 92/45/EEG De in het eerste lid bedoelde controles worden uitgevoerd overeenkomstig de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 7, tweede lid, laatste alinea, van, dan wel, zolang deze beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minster daaromtrent heeft bepaald. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 5.17 — Artikel 5.17#
Artikel 5.17 richtlijn 92/45/EEG Vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild dat, onderscheidenlijk die, overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I vanvoor menselijke consumptie ongeschikt is, onderscheidenlijk zijn verklaard, of vlees van vrij wild of gehele stukken vrij wild dat, onderscheidenlijk die anderszins door de keuringsdierenarts of diens assistent niet geschikt wordt, onderscheidenlijk worden bevonden voor menselijke consumptie, wordt, onderscheidenlijk worden: richtlijn 92/45/EEG voor zover het vlees of de gehele stukken zich bevindt of bevinden in een vrij-wildverwerkingsinrichting, in de betreffende inrichting onmiddellijk verzameld overeenkomstig punt 5, onderdeel d, van hoofdstuk I van bijlage I vanen onder toezicht van de keuringsdierenarts of diens assistent onbruikbaar gemaakt voor menselijke consumptie, en Destructiewet Gezondheids- en welzijnswet voor dieren behandeld overeenkomstig de bij of krachtens deof deaan de verwerking van dergelijk materiaal gestelde regelen. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.18 — Artikel 5.18#
Artikel 5.18 1 richtlijn 92/45/EEG Dit hoofdstuk is niet van toepassing in de situaties, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a en b, van. 2 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het uitsnijden en opslaan van gehele stukken gedood vrij wild of vlees van vrij wild in detailhandelszaken of in lokalen die aan verkooppunten grenzen, waar het uitsnijden en opslaan uitsluitend met het oog op rechtstreekse verkoop van vlees van vrij wild ter plaatse aan de eindverbruiker geschieden. 3 In de situaties, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn ten aanzien van het opslaan en uitsnijden met het oog op levering aan de eindverbruiker de voorschriften voor het uitoefenen van de detailhandel van toepassing. 4 richtlijn 92/45/EEG Dit hoofdstuk is niet van toepassing in de situaties, bedoeld in artikel 1, derde lid, van. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.19 — Artikel 5.19#
Artikel 5.19 1 De in dit hoofdstuk bedoelde werkzaamheden van de VWA geschieden in de periode van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur. 2 De keuringsdierenarts kan in bijzondere gevallen, na overleg met de kringdirecteur, van het eerste lid afwijken. 3 De minister kan in bijzondere gevallen toestemmen in afwijking van het eerste en tweede lid. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 5.20 — Artikel 5.20#
Artikel 5.20 Artikel 4.21 artikel 4.21, tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het laten vervaardigen en het in voorraad hebben van de in dit hoofdstuk genoemde merken en het voorhanden hebben van stempels en andere werktuigen waarmee deze merken kunnen worden vervaardigd of aangebracht, met dien verstande dat voor ‘erkende inrichting’ in, wordt gelezen: inrichting die is erkend als vrij wild-verwerkingsinrichting. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 5.21 — Artikel 5.21#
Artikel 5.21 Artikel 4.22 is van overeenkomstige toepassing op degene die voornemens is vrij wild bedrijfsmatig te verwerken. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: werkplaats: plaats waar gehakt vlees wordt bereid. 2 In dit hoofdstuk wordt onder ‘lid-staat’ mede verstaan: Noorwegen. 3 artikel 1.1, eerste lid, onder In dit hoofdstuk wordt, in afwijking van‘derde land’ verstaan: land, niet zijnde Nederland of een andere lid-staat van de Europese Unie, en niet zijnde Noorwegen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 1 richtlijn 94/65/EG Gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten dat anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht en is bestemd voor een lid-staat, is voorzien van een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I van. 2 Gehakt vlees dat anders dan in doorvoer buiten Nederland wordt gebracht en is bestemd voor een derde land, is voorzien van: a. artikel 9.3 het keurmerk, bedoeld in het eerste lid, indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft dat overeenkomstigis verkregen; b. het merk, bedoeld in artikel 7 van de Warenwetregeling produktie en handel gehakt vlees en vleesbereidingen, indien het gehakt vlees betreft dat overeenkomstig die regeling is verkregen, onderscheidenlijk c. artikel 9.8 het merk, bedoeld in, indien het gehakt vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild, klein vrij wild, dan wel gekweekte konijnen of hazen betreft. 3 richtlijn 94/65/EG Een partij gehakt vlees als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een begeleidend handelsdocument als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van. 4 verordening 1829/2003 Ten aanzien van gehakt vlees dat anders dan in doorvoerbuiten Nederland wordt gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van. 5 verordening 1830/2003 Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op gehakt vlees, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 1 artikel 9.2, eerste lid Gehakt vlees als bedoeld in: a. richtlijn 94/65/EG Besluit produktie en handel vers vlees richtlijn 64/433/EEG Besluit inzake vlees uit andere lid-staten Regeling in- en doorvoer vlees 1979 is, voor zover van toepassing, overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage I vanverkregen van of met vers vlees van runderen, varkens, schapen en geiten dat overeenkomstig hetis voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage I, hoofdstuk XI, van, dan wel overeenkomstig het, onderscheidenlijk het Besluit invoer vlees uit derde landen, alsmede dein Nederland is gebracht; b. artikel 9.10, eerste lid is verkregen in een op grond van, erkende werkplaats; c. richtlijn 77/96/EEG is, voor zover zij is verkregen van vers vlees van varkens, overeenkomstig artikel 2 vanop trichinen onderzocht of heeft een koudebehandeling ondergaan als bedoeld in bijlage IV van die richtlijn; d. richtlijn 94/65/EG is overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I vanvoorzien van etikettering; e. richtlijn 94/65/EG is overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I vanvoorzien van een onmiddellijke en een eindverpakking; f. richtlijn 94/65/EG is of wordt overeenkomstig hoofdstuk VIII, onderscheidenlijk IX van bijlage I vanopgeslagen en vervoerd; g. richtlijn 94/65/EG voldoet, voor zover van toepassing, aan artikel 3, tweede lid, van. 2 artikel 9.2, eerste lid Warenwet Voor zover aan gehakt vlees als bedoeld in, additieven worden toegevoegd, wordt voldaan aan het Additievenbesluit (). 3 artikel 9.2, eerste lid Gehakt vlees als bedoeld in, is niet voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 4 artikel 4.7, tweede lid Gehakt vlees wordt voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien het gebreken vertoont of behandelingen heeft ondergaan als bedoeld in. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 In deze afdeling wordt onder gehakt vlees verstaan: gehakt vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild, klein vrij wild en gekweekte konijnen en hazen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.5 — Artikel 9.5#
Artikel 9.5 1 Het in de handel brengen van gehakt vlees is verboden 2 artikelen 9.6 9.8 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien, voor zover van toepassing, is voldaan aan detot en met. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.6 — Artikel 9.6#
Artikel 9.6 1 Gehakt vlees: a. richtlijn 94/65/EG is overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage I vanverkregen van of met: 1º. artikelen 4.4 tot en met 4.11 hoofdstuk 4 vers vlees van pluimvee, gekweekt of vrij vederwild dat overeenkomstig dein de handel is gebracht, dan wel overeenkomstig afdeling 4 of 5 vanin Nederland is gebracht; 2º. artikelen 5.5 tot en met 5.8 hoofdstuk 5 vers vlees van klein vrij wild dat overeenkomstig dein de handel is gebracht, dan wel overeenkomstig afdeling 4 of 5 vanin Nederland is gebracht; 3º. Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Regeling invoer konijne- en hazevlees 1993 vlees van gekweekte konijnen of hazen dat overeenkomstig dein de handel is gebracht, dan wel overeenkomstig dein Nederland is gebracht; b. artikel 9.10 is verkregen in een op grond vanerkende of erkend geachte werkplaats; c. richtlijn 94/65/EG is overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I vanvoorzien van een onmiddellijke en een eindverpakking; d. richtlijn 94/65/EG is of wordt overeenkomstig de punten 2 en 3 van hoofdstuk VIII van bijlage I vanopgeslagen; e. is of wordt op voldoende hygiënische wijze vervoerd; f. richtlijn 94/65/EG voldoet aan bijlage II, punt I, van, en g. wordt uitsluitend in de handel gebracht, indien het is bestemd voor Nederland of een derde land. 2 Warenwet Voor zover aan gehakt vlees additieven worden toegevoegd, wordt voldaan aan het Additievenbesluit (). 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 9.7 — Artikel 9.7#
Artikel 9.7 1 Gehakt vlees is niet voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 2 artikel 4.7, tweede lid Gehakt vlees wordt voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien het gebreken vertoont of behandelingen heeft ondergaan als bedoeld in. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.8 — Artikel 9.8#
Artikel 9.8 Gehakt vlees wordt na een van Rijkswege ingesteld onderzoek voorzien van het merk, bedoeld in: a. richtlijn 71/118/EEG hoofdstuk XII van bijlage I van, indien het gehakt vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild betreft, b. richtlijn 92/45/EEG hoofdstuk VII van bijlage I van, indien het gehakt vlees van klein vrij wild betreft, dan wel c. richtlijn 91/495/EEG artikelen 9.6 9.7 hoofdstuk III van bijlage I van, indien het gehakt vlees van gekweekte konijnen en hazen betreft, waarop de letters "EEG" zijn vervangen door "GOEDGEKEURD", ten bewijze dat is voldaan aan deen. 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 9.9 — Artikel 9.9#
Artikel 9.9 1 Een partij gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten die is verzonden vanuit een lid-staat en is bestemd voor Nederland of een lid-staat: a. artikel 9.2, derde lid, onderdeel b gaat vergezeld van het op de partij betrekking hebbende bewijsstuk, bedoeld in; b. artikel 9.3, eerste lid, onderdeel e is op hygiënische wijze voorzien van een onmiddellijke en een eindverpakking overeenkomstig; c. artikel 9.3, eerste lid, onderdeel f wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig; d. vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 2 artikel 9 van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 Onverminderd het eerste lid heeft eventuele opslag, verwerking of ompakking in Nederland van gehakt vlees dat is verzonden vanuit een lid-staat en dat is bestemd voor een lid-staat, onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsgevonden in een op grond vanerkende inrichting. 3 artikel 9.2, derde lid, onderdeel a Indien de partij gehakt vlees vergezeld gaat van een handelsdocument als bedoeld in, wordt dat document gedurende ten minste één jaar door de geadresseerde bewaard, zodat het desgevraagd aan de keuringsdierenarts kan worden overgelegd. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 9.9a — Artikel 9.9a#
Artikel 9.9a 1 Een partij gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen wordt gebracht en die is bestemd voor Nederland of een lid staat, is afkomstig uit: a. een derde land of gedeelte van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het gehakte vlees afkomstig is, is vermeld op de lijst van deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, en b. richtlijn 72/462/EEG een gebied of zone van waaruit de invoer niet om veterinairrechtelijke redenen is verboden ingevolge, voorzover van toepassing,. 2 verordening 999/2001/EG Een partij gehakt vlees als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model zoals dat voor de betrokken diersoort waarvan het gehakte vlees afkomstig is, is vastgesteld in deel 2 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG en, voorzover de partij gehakt vlees betreft van runderen, schapen of geiten, met betrekking tot de partij is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 3 richtlijn 94/55/EG Een partij gehakt vlees als bedoeld in het eerste lid is afkomstig uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor gehakt vlees uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen het vlees met inachtneming van die bepalingen afkomstig mag zijn uit een inrichting die voldoet aan. 4 Een partij gehakt vlees als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de eisen die zijn vastgesteld in het gezondheidscertificaat, bedoeld in het tweede lid, en aan de aanvullende garanties die in voorkomend geval in dat certificaat zijn opgenomen en is voorzien van een officieel keurmerk waaruit blijkt uit welke inrichting zij afkomstig is. 5 artikel 9.6, eerste lid, onderdeel d, onderscheidenlijk e Een partij gehakt vlees als bedoeld in het eerste lid is op hygiënische wijze verpakt en wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig, en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 6 richtlijn 96/22/EG De partij gehakt, bedoeld in het eerste lid, is niet verkregen van of met vlees van runderen, varkens, schapen of geiten waaraan stoffen of producten zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, vanniet aan genoemde dieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 9.10 — Artikel 9.10#
Artikel 9.10 1 artikel 9, tweede lid, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 Erkenning van een werkplaats voor de produktie van gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten, ongeacht of deze zich bevindt in een overeenkomstigerkende uitsnijderij, dan wel in een overeenkomstig artikel 13 van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993 erkende vleesproduktenfabriek, vindt slechts plaats, indien: a. richtlijn 94/65/EG de werkplaats voldoet aan hoofdstuk I, punten 1 en, voor zover van toepassing, 2, van bijlage I van; b. richtlijn 64/433/EEG richtlijn 77/99/EEG die werkplaats voldoet aan, voor zover van toepassing, de hoofdstukken I en III van bijlage I van, dan wel hoofdstuk I van bijlagen A en B van; c. richtlijn 64/433/EEG richtlijn 77/99/EEG in die werkplaats overigens wordt voldaan aan, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van, dan wel hoofdstuk II van bijlage A van. 2 artikel 9.4 artikel 4.16 artikel 5.13 artikel 31 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Erkenning van een werkplaats voor de produktie van gehakt vlees als bedoeld in, ongeacht of deze zich bevindt in een overeenkomstigof een overeenkomstig, in een overeenkomstigerkende vrij-wildverwerkingsinrichting, dan wel in een overeenkomstig artikel 13 van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993 erkende vleesproduktenfabriek, vindt slechts plaats, indien: a. richtlijn 94/65/EG de werkplaats voldoet aan hoofdstuk I, punten 1 en, voor zover van toepassing, 2, van bijlage I van; b. die werkplaats voldoet aan: richtlijn 71/118/EEG de hoofdstukken I en III van bijlage I van, indien het gehakt vlees van vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild, dan wel van gekweekte konijnen of hazen betreft; richtlijn 92/45/EEG hoofdstuk I van bijlage I van, indien het gehakt vlees van vlees van klein vrij wild betreft, dan wel voor zover de werkplaats zich bevindt in een erkende vleesproduktenfabriek, hoofdstuk I van bijlage A en hoofdstuk I, punt 1, van bijlage B; c. richtlijn 71/118/EEG richtlijn 77/99/EEG richtlijn 92/45/EEG in die werkplaats overigens wordt voldaan aan, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I van, hoofdstuk II van bijlage A van, dan wel hoofdstuk II van bijlage I van. 3 richtlijn 71/118/EEG Erkenning van een werkplaats voor de produktie van gehakt vlees vindt eveneens plaats, indien is voldaan aan hoofdstuk V van bijlage I en hoofdstuk I van bijlage II van, mits: a. artikel 4.16, tweede lid artikel 31, vierde lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 voor zover die werkplaats tevens op grond van artikel 10 van het Besluit produktie en handel vers vlees,, dan welis erkend als uitsnijderij, in die werkplaats en uitsnijderij per week in totaal niet meer dan 5 ton vers vlees, gehakt vlees en vleesbereidingen worden geproduceerd; b. voor zover die werkplaats tevens op grond van artikel 13, tweede lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993 is erkend als vleesproduktenfabriek, in die werkplaats en fabriek per week in totaal niet meer dan 7,5 ton gehakt vlees, vleesbereidingen en vleesprodukten worden geproduceerd, dan wel c. in andere gevallen dan als bedoeld in onderdeel a of b, in die werkplaats per week in totaal niet meer dan 7,5 ton gehakt vlees of vleesbereidingen worden geproduceerd. 4 artikel 9.4 In afwijking in zoverre van het tweede lid vindt erkenning van een werkplaats voor de produktie van gehakt vlees als bedoeld intot en met 31 december 1996 eveneens plaats, indien die werkplaats slechts voldoet aan het tweede lid, onderdeel c, mits: a. artikel 9.4 die werkplaats op 31 december 1995 reeds gehakt vlees als bedoeld inproduceerde; b. ten aanzien van die werkplaats op 31 december 1995 op grond van deze regeling geen inrichtingseisen van toepassing waren, en c. Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Besluit produktie en handel vers vlees Besluit produktie en handel vlees van vrij wild Besluit produktie en handel vleesprodukten voor zover die werkplaats zich bevindt in een andere inrichting, ten aanzien van die inrichting op 31 december 1995 op grond van deze regeling, de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985, de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993, de, het, het, dan wel hetgeen inrichtingseisen van toepassing waren. 5 In een werkplaats die zich bevindt in een uitsnijderij of vleesproduktenfabriek als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, dan wel in een vrij-wildverwerkingsinrichting als bedoeld in het tweede lid, mogen de voor het personeel bestemde lokalen, apparatuur en installaties, alsmede ieder lokaal ten aanzien waarvan geen gevaar bestaat voor verontreiniging van grondstoffen of produkten zonder onmiddellijke verpakking, gemeenschappelijk zijn. 6 Een erkenning van een werkplaats wordt door de minister verleend, nadat uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek in gebleken dat, in voorkomend geval, aan het eerste, tweede of derde lid is voldaan. 7 Een erkenning als bedoeld in het vierde lid wordt geacht door de minister te zijn verleend, indien aan dat lid wordt voldaan. 8 Artikel 4.16, vierde en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 9.11 — Artikel 9.11#
Artikel 9.11 artikel 9.10 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond vanerkende of erkend geachte werkplaats draagt er zorg voor dat in de werkplaats: a. richtlijn 94/65/EG de voorschriften van dit hoofdstuk en van, voor zover van toepassing, worden nageleefd, en b. de aanwijzingen van de keuringsdierenarts of diens assistent worden opgevolgd en dat deze alle medewerking wordt verleend die hij redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.12 — Artikel 9.12#
Artikel 9.12 1 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 9.10 erkende of erkend geachte werkplaats: a. Richtlijn nr. 93/43/EEG draagt er zorg voor dat in de werkplaats wordt voldaan aan de artikelen 3 en 6 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEG L 175) en controleert constant op de naleving van die artikelen; b. richtlijn 94/65/EG controleert de grondstoffen die de werkplaats worden binnengebracht, teneinde ten aanzien van het eindprodukt de naleving van bijlage II vante waarborgen; c. controleert de in de werkplaats gehanteerde reinigings- en ontsmettingsmethoden; d. neemt in de werkplaats monsters en draagt er zorg voor dat deze monsters volgens de van toepassing zijnde ISO- of ontwerp-ISO-normen worden geanalyseerd; e. registreert op enigerlei wijze de gegevens met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d; f. bewaart de in onderdeel e bedoelde gegevens: voor zover de gegevens betrekking hebben op gekoelde produkten, gedurende ten minste zes maanden na de uiterste verbruiksdatum van die produkten, of voor zover de gegevens betrekking hebben op andere dan gekoelde produkten, gedurende ten minste twee jaar; g. verstrekt desverlangd aan de keuringsdierenarts of diens assistent de in onderdeel e bedoelde gegevens; h. biedt de keuringsdierenarts of diens assistent de nodige garanties ten aanzien van het beheer van de keurmerken en de etiketten waarop het keurmerk is aangebracht; i. informeert de keuringsdierenarts of diens assistent, indien op grond van de in onderdeel e bedoelde gegevens een ernstig gevaar voor de gezondheid wordt vastgesteld; j. neemt, in geval van een onmiddellijk gevaar voor de volksgezondheid, de hoeveelheid produkten die onder technologisch vergelijkbare omstandigheden zijn verkregen en hetzelfde gevaar kunnen opleveren, uit de handel, waarna die produkten onder toezicht en veranwoordelijkheid van de keuringsdierenarts blijven, totdat zij worden vernietigd, voor andere doeleinden dan menselijke consumptie worden gebruikt, dan wel na toestemming van vorenbedoelde keuringsdierenarts op passende wijze opnieuw worden behandeld teneinde de veiligheid van die produkten te waarborgen; k. vermeldt op de eindverpakking van het produkt zichtbaar en leesbaar bij welke temperatuur het produkt moet worden vervoerd en opgeslagen, alsmede de houdbaarheidsdatum indien het produkt is diepgevroren, dan wel de uiterste verbruiksdatum indien het produkt is gekoeld; l. zet, tenzij het personeel van de werkplaats reeds over voldoende kwalificaties beschikt, hetgeen blijkt uit diploma's of andere bewijsstukken van gevolgde opleidingen die desverlangd door het personeel aan de keuringsdierenarts worden overlegd, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de werkplaats in staat stelt te voldoen aan de voor de betrokken produktiestructuur van de werkplaats van toepassing zijnde voorschriften inzake hygiënische produktie; m. betrekt de keuringsdierenarts die voor de werkplaats verantwoordelijk is bij het opzetten en uitvoeren van het in onderdeel I bedoelde programma en bij het opstellen van de eisen inzake zelfcontrole; n. laat op de eindprodukten microbiologisch onderzoek uitvoeren, welk onderzoek: 1º. richtlijn 94/65/EG dagelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 3 van, dan wel 2º. richtlijn 94/65/EG ten minste wekelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 4 van, plaatsvindt in de werkplaats, mits deze door de minister is erkend, of in een erkend laboratorium; o. richtlijn 94/65/EG treft overigens alle maatregelen die nodig zijn voor de naleving van de bepalingen vanin ieder stadium van de produktie. 2 richtlijn 94/65/EG De in het eerste lid bedoelde controles en maatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig bij beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 7, vijfde lid, vanvastgestelde voorschriften, dan wel, zolang bedoelde beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald. 3 richtlijn 94/65/EG Voor zover ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles microbiologisch onderzoek wordt verricht, geschiedt dit overeenkomstig artikel 7, derde lid, van. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 9.13 — Artikel 9.13#
Artikel 9.13 1 richtlijn 94/65/EG Indien de keuringsdierenarts constateert dat de in bijlage II vastgestelde richtsnoeren voor de produktie van gehakt vlees herhaaldelijk niet worden nageleefd, kan onderscheidenlijk moet hij de maatregelen nemen, bedoeld in artikel 8, derde lid, van. 2 richtlijn 94/65/EG Indien de keuringsdierenarts een duidelijke overtreding van de voorschriften van dit hoofdstuk of een belemmering van een adequate keuring constateert, kan onderscheidenlijk moet hij de maatregelen nemen, bedoeld in artikel 8, vierde lid, eerste alinea, van. 3 artikel 9.10 Indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de maatregelen, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, niet hebben geleid tot verbetering of opheffing van de geconstateerde gebreken, dan wel indien keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de artikelen 9.10, 9.11 en 9.12 anderszins niet of slechts gedeeltelijk worden nageleefd, schort de minister een op grond vanafgegeven of afgegeven geachte erkenning op. Opschorting geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan de betrokken voorschriften dient te zijn voldaan. 4 Indien de geconstateerde gebreken niet binnen een daartoe bij de opschorting, bedoeld in het derde lid, gestelde termijn zijn verholpen, trekt de minister de erkenning in. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.14 — Artikel 9.14#
Artikel 9.14 Destructiewet Gezondheids- en welzijnswet voor dieren richtlijn 90/667/EEG Gehakt vlees dat voor menselijke consumptie ongeschikt is verklaard of anderszins niet geschikt wordt bevonden voor menselijke consumptie, wordt onder toezicht van de keuringsdierenarts of diens assistent onbruikbaar gemaakt voor menselijke consumptie en behandeld overeenkomstig de bij of krachtens deof deter implementatie vanaan de verwerking van dergelijk materiaal gestelde regelen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.15 — Artikel 9.15#
Artikel 9.15 1 artikel 9.6, onderdeel a richtlijn 71/118/EEG Dit hoofdstuk is, met uitzondering van, niet van toepassing op het in de handel brengen gehakt vlees dat is bestemd voor gebruik als bedoeld in artikel 3, onderdeel III, van. 2 Dit hoofdstuk is voorts niet van toepassing op gehakt vlees dat is bestemd en wordt aangewend als grondstof voor de vervaardiging van vleesbereidingen of vleesprodukten. 3 Afdeling 3 is niet van toepassing op het in de handel brengen van gehakt vlees dat in detailhandelszaken of aan verkooppunten grenzende werkplaatsen wordt vervaardigd, teneinde aldaar rechtstreeks aan de eindverbruiker te worden verkocht. 4 Ten aanzien van gehakt vlees als bedoeld in het tweede lid geldt, in voorkomend geval en voor zover van toepassing: a. Besluit produktie en handel vers vlees Besluit inzake vlees uit andere lid-staten Regeling in- en doorvoer vlees 1979 Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 het bepaalde bij of krachtens het, het, dan wel het Besluit invoer vlees uit derde landen of de, dan wel de, indien het gehakt vlees van runderen, varkens, schapen, geiten of eenhoevigen betreft; b. hoofdstuk 4 , indien het gehakt vlees van pluimvee of van gekweekt vederwild betreft; c. hoofdstuk 5 Besluit produktie en handel vlees van vrij wild Besluit inzake vlees uit andere lid-staten , onderscheidenlijk het bepaalde bij of krachtens het, het, dan wel het Besluit invoer vlees uit derde landen, indien het gehakt vlees van vrij wild betreft; d. Besluit produktie en handel vers vlees Besluit inzake vlees uit andere lid-staten Regeling in- en doorvoer vlees 1979 Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 het bepaalde bij of krachtens het, het, dan wel het Besluit invoer vlees uit derde landen of de, dan wel de, indien het gehakt vlees van gekweekt wild betreft, e. Regeling invoer konijne- en hazevlees 1993 Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 de, onderscheidenlijk de, indien het gehakt vlees van konijnen of hazen als bedoeld in die regelingen betreft, met dien verstande dat, indien het gehakte vlees is bestemd voor een lid-staat het voldoet aan de voorschriften van die lid-staat. 5 In gevallen als bedoeld in het derde lid zijn de voorschriften voor het uitoefenen van de detailhandel van toepassing. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.16 — Artikel 9.16#
Artikel 9.16 Artikel 4.21 artikel 4.21, tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het laten vervaardigen en het in voorraad hebben van de in dit hoofdstuk genoemde merken en het voorhanden hebben van stempels en andere werktuigen waarmee deze merken kunnen worden vervaardigd of aangebracht, met dien verstande dat voor ‘erkende inrichting’ in, wordt gelezen: erkende of erkend geachte werkplaats. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 9.17 — Artikel 9.17#
Artikel 9.17 Artikel 4.22 artikel 9.4 is van overeenkomstige toepassing op degene die voornemens is gehakt vlees als bedoeld inbedrijfsmatig te verkrijgen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: werkplaats: plaats waar vleesbereidingen worden bereid. 2 In dit hoofdstuk wordt onder ‘lid-staat’ mede verstaan: Noorwegen. 3 artikel 1.1, eerste lid, onder In dit hoofdstuk wordt, in afwijking van‘derde land’ verstaan: land, niet zijnde Nederland of een andere lid-staat van de Europese Unie, en niet zijnde Noorwegen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 1 richtlijn 94/55/EG Vleesbereidingen, niet zijnde vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, die anders dan in doorvoer buiten Nederland worden gebracht en zijn bestemd voor een lid-staat, zijn voorzien van een keurmerk overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I van. 2 Vleesbereidingen die anders dan in doorvoer buiten Nederland worden gebracht en zijn bestemd voor een derde land, zijn voorzien van: a. artikel 10.3 het keurmerk, bedoeld in het eerste lid, indien het vleesbereidingen, niet zijnde vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, betreft die voldoen aan; b. het merk, bedoeld in artikel 7 van de Warenwetregeling produktie en handel gehakt vlees en vleesbereidingen, indien het vleesbereidingen betreft die overeenkomstig die regeling zijn verkregen, onderscheidenlijk; c. artikel 10.8 artikel 10.6 tot en met 10.8 het merk, bedoeld in, indien het vleesbereidingen van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild, klein vrij wild, dan wel gekweekte konijnen of hazen betreft, die voldoen aan. 3 richtlijn 94/65/EG Een partij vleesbereidingen als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een begeleidend gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel f, van. 4 verordening 1829/2003 Ten aanzien van vleesbereidingen die anders dan in doorvoer buiten Nederland worden gebracht, is voldaan aan de eisen, gesteld in de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van. 5 verordening 1830/2003 Het is een exploitant als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van, voorzover zijn activiteiten betrekking hebben op vleesbereidingen, verboden te handelen in strijd met de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van die verordening. 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 17-04-2004
Artikel 10.3 — Artikel 10.3#
Artikel 10.3 1 artikel 10.2, eerste lid Vleesbereidingen als bedoeld in: a. richtlijn 94/65/EG Besluit produktie en handel vers vlees Besluit produktie en handel vlees van vrij wild Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 richtlijn 64/433/EEG richtlijn 71/118/EEG richtlijn 91/495/EEG richtlijn 92/45/EEG Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Regeling invoer konijne- en hazevlees 1993 afdeling 3 hoofdstukken 4 5 hoofdstukken 4 5 zijn overeenkomstig hoofdstuk IV van bijlage I vanbereid uit vers vlees, niet zijnde vlees van eenhoevigen en niet zijnde separatorvlees, dat overeenkomstig het, het, parafgraaf 9 van de, dan welvan deenis voorzien van het keurmerk, bedoeld in bijlage I, hoofdstuk XI, van, bijlage I, hoofdstuk XII, van, bijlage I, hoofdstuk III, van, onderscheidenlijk bijlage I, hoofdstuk VII, van, dan wel in Nederland is gebracht overeenkomstig het Besluit inzake vlees uit andere lid-staten, het Besluit invoer vlees uit derde landen, de Regeling in- en doorvoer vlees 1979, paragraaf 3, onderscheidenlijk 4 van de, de, dan wel afdeling 4, onderscheidenlijk 5 van deen; b. zijn niet behandeld met ioniserende stralen; c. artikel 10.13, met uitzondering van het vierde lid zijn bereid in een op grond van, erkende werkplaats; d. richtlijn 77/96/EEG zijn, voor zover zij zijn bereid uit vers vlees van varkens, overeenkomstig artikel 2 vanop trichinen onderzocht of hebben een koudebehandeling ondergaan als bedoeld in bijlage IV van die richtlijn; e. richtlijn 94/65/EG zijn overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I vanvoorzien van etikettering; f. richtlijn 94/65/EG zijn overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I vanvoorzien van een onmiddellijke en een eindverpakking; g. richtlijn 94/65/EG zijn of worden overeenkomstig hoofdstuk VIII, onderscheidenlijk IX van bijlage I vanopgeslagen en vervoerd; h. richtlijn 94/65/EG voldoen, voor zover van toepassing, aan artikel 5, eerste lid, onderdelen c en d, van. 2 artikel 10.2, eerste lid Warenwet Voor zover aan vleesbereidingen als bedoeld in, additieven worden toegevoegd, wordt voldaan aan het Additievenbesluit (). 3 artikel 9.3, eerste lid In afwijking van het eerste lid voldoen vleesbereidingen, voor zover zij zijn bereid van gehakt vlees van runderen, varkens, schapen of geiten aan. 4 artikel 10.2, eerste lid Vleesbereidingen als bedoeld in, zijn niet voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard en vertonen geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 5 artikel 4.7, tweede lid Vleesbereidingen worden voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien zij gebreken vertonen of behandelingen hebben ondergaan als bedoeld in. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.4 — Artikel 10.4#
Artikel 10.4 In deze afdeling wordt onder vleesbereidingen verstaan: vleesbereidingen van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild, klein vrij wild en gekweekte konijnen en hazen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.5#
artikel 10.5
Artikel 10.6 — Artikel 10.6#
Artikel 10.6 1 Vleesbereidingen: a. richtlijn 94/65/EG zijn overeenkomstig hoofdstuk IV, onderdelen a en c, van bijlage I vanbereid uit: 1º. artikelen 4.4 4.11 hoofdstuk 4 vers vlees van pluimvee, gekweekt of vrij vederwild, niet zijnde separatorvlees, dat overeenkomstig detot en metin de handel is gebracht, dan wel overeenkomstig afdeling 4 of 5 vanin Nederland is gebracht; 2º. artikelen 5.5 tot en met 5.8 hoofdstuk 5 vers vlees van klein vrij wild, niet zijnde separatorvlees, dat overeenkomstig dein de handel is gebracht, dan wel overeenkomstig afdeling 4 of 5 vanin Nederland is gebracht, dan wel 3º. Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Regeling invoer konijne- en hazevlees 1993 vlees van gekweekte konijnen of hazen, niet zijnde separatorvlees, dat overeenkomstig dein de handel is gebracht, dan wel overeenkomstig dein Nederland is gebracht; b. zijn niet behandeld met ioniserende straling; c. artikel 10.13 zijn bereid in een op grond vanerkende of erkend geachte werkplaats; d. richtlijn 94/65/EG zijn overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I vanvoorzien van een onmiddellijke en een eindverpakking; e. richtlijn 94/65/EG zijn of worden overeenkomstig de punten 2 en 3 van hoofdstuk VIII van bijlage I vanopgeslagen; f. zijn of worden op voldoende hygiënische wijze vervoerd. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, mogen vleesbereidingen zijn bereid van separatorvlees, mits zij zijn bestemd voor een derde land. 3 Warenwet Voor zover aan vleesbereidingen additieven worden toegevoegd, wordt voldaan aan het Additievenbesluit (). 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 10.7 — Artikel 10.7#
Artikel 10.7 1. Vleesbereidingen zijn niet voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard en vertonen geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 2. artikel 4.7, tweede lid Vleesbereidingen worden voor menselijke consumptie ongeschikt verklaard, indien zij gebreken vertonen of behandelingen hebben ondergaan als bedoeld in. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.8 — Artikel 10.8#
Artikel 10.8 1 artikel 10.2, eerste lid artikelen 10.6 10.7 Vleesbereidingen worden na een van Rijkswege ingesteld onderzoek voorzien van het merk, bedoeld in, waarop de letters ‘EEG’ zijn vervangen door ‘GOEDGEKEURD’, ten bewijze dat is voldaan aan deen. 2 artikel 10.2, eerste lid artikel 10.3 In afwijking van het eerste lid mogen vleesbereidingen na een van Rijkswege ingesteld onderzoek worden voorzien van het merk, bedoeld in, indien, voor zover van toepassing, is voldaan aan. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.5 — Artikel 10.5#
Artikel 10.5 1 Het in de handel brengen van vleesbereidingen is verboden. 2 artikelen 10.6 10.8 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien, voor zover van toepassing, is voldaan aan detot en met. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.9 — Artikel 10.9#
Artikel 10.9 1 Een partij vleesbereidingen, met uitzondering van vleesbereidingen van vlees van eenhoevigen, die is verzonden vanuit een lid-staat en is bestemd voor Nederland of een lid-staat: a. artikel 10.4 artikel 10.2, eerste lid is, voor zover het een partij vleesbereidingen betreft als bedoeld in, voorzien van het keurmerk, bedoeld in; b. artikel 10.4 artikel 10.2, derde lid gaat, voor zover het een partij vleesbereidingen betreft als bedoeld in, vergezeld van het op de partij betrekking hebbende bewijsstuk, bedoeld in; c. artikel 10.3, eerste lid, onderdeel e is op hygiënische wijze voorzien van etikettering overeenkomstig; d. artikel 10.3, eerste lid, onderdeel f is op hygiënische wijze voorzien van een onmiddellijke en een eindverpakking overeenkomstig; e. artikel 10.3, eerste lid, onderdeel g wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig; f. vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 2 artikel 9 van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985, artikel 4.16, eerste lid, artikel 5.13 artikel 31, eerste of tweede lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Onverminderd het eerste lid heeft eventuele opslag, verwerking of ompakking in Nederland van vleesbereidingen die zijn verzonden vanuit een lid-staat en die zijn bestemd voor een lid-staat, onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsgevonden in een overeenkomstig, dan welerkende inrichting. 3 aanhef en onderdeel b Indien de partij vleesbereidingen, bedoeld in het eerste lid,, vergezeld gaat van een certificaat als bedoeld in dat onderdeel, wordt dat certificaat gedurende ten minste één jaar door de geadresseerde bewaard, zodat het desgevraagd aan de keuringsdierenarts kan worden overgelegd. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.9a — Artikel 10.9a#
Artikel 10.9a artikel 10.9, eerste lid, aanhef en onderdeel a artikel 10.4 In afwijking van, mag een partij vleesbereidingen als bedoeld indie afkomstig is uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië of Slowakije en vóór 1 mei 2004 is verkregen in een inrichting die erkend was voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, tot en met 30 april 2005 voorzien zijn van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG, mits het certificaat of document dat de partij vergezelt, door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst is voorzien van de verklaring: ‘Vóór 1 mei 2004 geproduceerd overeenkomstig Beschikking 2004/280/EG van de Commissie.’ 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 10.10 — Artikel 10.10#
Artikel 10.10 1 Een partij vleesbereidingen, niet zijnde vleesbereidingen van eenhoevigen, die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschap wordt gebracht en is bestemd voor Nederland of een lid-staat, is afkomstig uit: en voldoet aan de in vernoemde beschikkingen opgenomen eisen ten aanzien van het derde land of respectievelijk gedeelte van het derde land van herkomst. a. een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van het vlees waaruit die vleesbereidingen zijn vervaardigd is toegestaan op grond van: 1º. voor zover het vleesbereidingen van vlees van runderen, varkens, schapen of geiten betreft, deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG; 2º. richtlijn 71/118/EEG "bereft" moet zijn "betreft" voor zover het vleesbereidingen van vlees van pluimvee als bedoeld inbereft, beschikking 94/984/EG; 3º. voor zover het vleesbereidingen van vlees van gekweekt vederwild betreft, beschikking 2000/585/EG, met dien verstande dat vlees van gekweekte loopvogels ook afkomstig mag zijn uit Namibië, Zimbabwe of Zuid-Afrika; 4º. voor zover het vleesbereidingen van vlees van vrij wild, dan wel van vrij vederwild betreft, deel I onderscheidenlijk II van de bijlage van beschikking 94/86/EG, dan wel 5º. voor zover het vleesbereidingen van vlees van gekweekt wild betreft, deel 1 van bijlage II bij beschikking 79/542/EEG, en b. richtlijnen 72/462/EEG 92/118/EEG een gebied of zone van waaruit de invoer om veterinairrechtelijke redenen is verboden ingevolge, voor zover van toepassing, deen, 2 artikel 10.4 Een partij vleesbereidingen als bedoeld ingaat vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het in bijlage II bij beschikking 2000/572/EG vastgestelde model. 3 verordening 999/2001/EEG Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het tweede lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van. 4 artikel 10.4 richtlijn 94/65/EG richtlijn 94/65/EG Een partij vleesbereidingen als bedoeld inis afkomstig uit een inrichting die de in bijlage I bijbedoelde garanties biedt en die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor vleesbereidingen uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG, die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen het vlees met inachtneming van die bepalingen afkomstig mag zijn uit een inrichting die voldoet aan. 5 artikel 10.4 richtlijn 94/65/EG Een partij vleesbereidingen als bedoeld inis diepgevroren in de werkplaats of werkplaatsen van oorsprong, voldoet aan de in de artikelen 5 en 7 vanvastgestelde eisen en de voorschriften vermeld op het gezondheidscertificaat als bedoeld in het tweede lid en is voorzien van een officieel keurmerk waaruit blijkt uit welke inrichting zij afkomstig is. 6 artikel 10.4 artikel 10.6, eerste lid, onderdeel d, onderscheidenlijk f Een partij vlees bereidingen als bedoeld inis op hygiënische wijze verpakt en wordt op hygiënische wijze vervoerd overeenkomstig, en vertoont geen tekenen van bederf of ondeugdelijkheid. 7 richtlijn 96/22/EG De partij vleesbereidingen is niet verkregen van of met vlees van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 1 vanwaaraan stoffen of producten zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan. 8 verordening 999/2001/EG Indien de in het eerste lid bedoelde partij vlees bereidingen betreft van of met vlees van runderen, schapen of geiten is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 01-01-2005 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 10.11 — Artikel 10.11#
Artikel 10.11 Vervallen 1997 184 25-09-1997 16-09-1997 J.979875 1997 184 25-09-1997 16-09-1997 J.979875 27-09-1997
Artikel 10.12 — Artikel 10.12#
Artikel 10.12 Vervallen 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 10.13 — Artikel 10.13#
Artikel 10.13 1 artikel 9, tweede lid, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985 artikel 31 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 artikel 4.16 artikel 5.13 Erkenning van een werkplaats voor de produktie van vleesbereidingen, ongeacht of deze zich bevindt in een overeenkomstig, een overeenkomstig, dan wel een overeenkomstigerkende uitsnijderij, in een overeenkomstigerkende vrij-wildverwerkingsinrichting, dan wel in een overeenkomstig artikel 13 van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993 erkende vleesproduktenfabriek, vindt slechts plaats, indien: a. richtlijn 94/65/EG de werkplaats voldoet aan hoofdstuk III, punten 1 en, voor zover van toepassing, 2, van bijlage I van; b. die werkplaats voldoet aan: richtlijn 64/433/EEG de hoofdstukken I en III van bijlage I van, indien het vleesbereidingen van vlees van runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevigen betreft; richtlijn 71/118/EEG de hoofdstukken I en III van bijlage I van, indien het vleesbereidingen van vlees van kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, gekweekt of vrij vederwild, dan wel van gekweekte konijnen of hazen betreft; richtlijn 92/45/EEG hoofdstuk I van bijlage I van, indien het vleesbereidingen van vlees van klein vrij wild betreft, en tevens aan hoofdstuk IV, punt 1, van voornoemde bijlage, indien het vleesbereidingen van vlees van grof vrij wild betreft, dan wel richtlijn 77/99/EEG voor zover deze zich bevindt in een erkende vleesproduktenabriek, hoofdstuk I van bijlagen A en B van; c. richtlijn 64/433/EEG richtlijn 71/118/EEG richtlijn 77/99/EEG richtlijn 92/45/EEG in die werkplaats overigens wordt voldaan aan, voor zover van toepassing, hoofdstuk V van bijlage I vanof, hoofdstuk II van bijlage A van, dan wel hoofdstuk II van bijlage I van. 2 richtlijn 71/118/EEG Erkenning van een werkplaats voor de produktie van vleesbereidingen vindt eveneens plaats, indien is voldaan aan hoofdstuk V van bijlage I en hoofdstuk I van hoofdstuk I van bijlage II van, mits: a. artikel 4.16, tweede lid artikel 31, vierde lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 voor zover die werkplaats tevens op grond van artikel 10 van het Besluit produktie en handel vers vlees,, dan welis erkend als uitsnijderij, in die werkplaats en uitsnijderij per week in totaal niet meer dan 5 ton vers vlees, gehakt vlees en vleesbereidingen worden geproduceerd; b. voor zover die werkplaats tevens op grond van artikel 13, tweede lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993 is erkend als vleesproduktenfabriek, in die werkplaats en fabriek per week in totaal niet meer dan 7,5 ton gehakt vlees, vleesbereidingen en vleesprodukten worden geproduceerd, dan wel c. in andere gevallen dan als bedoeld in onderdeel a of b, in die werkplaats per week in totaal niet meer dan 7,5 ton gehakt vlees of vleesbereidingen worden geproduceerd. 3 artikel 10.4 Erkenning van een werkplaats voor de produktie van vleesbereidingen als bedoeld in, die zich niet bevindt in een andere inrichting, vindt eveneens plaats, indien de werkplaats, in afwijking in zoverre van het eerste lid, niet voldoet aan: a. richtlijn 77/99/EEG richtlijn 94/65/EG hoofdstuk I, punt 3, van bijlage A vanmet betrekking tot de lokalen voor de opslag voor grondstoffen en eindprodukten, mits de werkplaats beschikt over een lokaal of voorziening als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, tweede alinea, van; b. richtlijn 77/99/EEG hoofdstuk I van bijlage B van; c. richtlijn 77/99/EEG hoofdstuk I, punt 2, onder g, van bijlage A vanmet betrekking tot kranen, en d. richtlijn 77/99/EEG hoofdstuk I, punt 11, van bijlage A van, in die zin dat kan worden volstaan met kasten in plaats van kleedlokalen, mits in die werkplaats per week in totaal niet meer dan 7,5 ton gehakt vlees en vleesbereidingen worden geproduceerd. 4 artikel 9.4 In afwijking in zoverre van het eerste en derde lid vindt erkenning van een werkplaats voor de produktie van vleesbereidingen als bedoeld intot en met 31 december 1996 eveneens plaats, indien die werkplaats slechts voldoet aan het eerste lid, onderdeel c, mits: a. artikel 10.4 die werkplaats op 31 december 1995 reeds vleesbereidingen als bedoeld inproduceerde; b. ten aanzien van die werkplaats op 31 december 1995 op grond van deze regeling geen inrichtingseisen van toepassing waren, en c. Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Besluit produktie en handel vers vlees Besluit produktie en handel vlees van vrij wild Besluit produktie en handel vleesprodukten voor zover die werkplaats zich bevindt in een andere inrichting, ten aanzien van die inrichting op 31 december 1995 op grond van deze regeling, de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985, de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993, de, hethet, dan wel hetgeen inrichtingseisen van toepassing waren. 5 In een werkplaats die zich bevindt in een uitsnijderij of vleesproduktenfabriek als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, dan wel in een vrij-wildverwerkingsinrichting als bedoeld in het tweede lid, mogen de voor het personeel bestemde lokalen, apparatuur en installaties, alsmede ieder lokaal ten aanzien waarvan geen gevaar bestaat voor verontreiniging van grondstoffen of produkten zonder onmiddellijke verpakking, gemeenschappelijk zijn. 6 Een erkenning van een werkplaats wordt door de minister verleend, nadat uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat, in voorkomend geval, aan het eerste, tweede of derde lid is voldaan. 7 Een erkenning als bedoeld in het vierde lid wordt geacht door de minister te zijn verleend, indien aan dat lid wordt voldaan. 8 Artikel 4.16, vierde en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 10.14 — Artikel 10.14#
Artikel 10.14 artikel 10.13 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond vanerkende of erkend geachte werkplaats draagt er zorg voor dat in de werkplaats: a. richtlijn 94/65/EG de voorschriften van dit hoofdstuk en van, voor zover van toepassing, worden nageleefd, en b. de aanwijzingen van de keuringsdierenarts of diens assistent worden opgevolgd en dat deze alle medewerking wordt verleend die hij redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.15 — Artikel 10.15#
Artikel 10.15 1 De exploitant of de eigenaar, dan wel diens vertegenwoordiger van een op grond van artikel 10.13 erkende of erkend geachte werkplaats: a. Richtlijn nr. 93/43/EEG draagt er zorg voor dat in de werkplaats wordt voldaan aan de artikelen 3 en 6 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEG L 175) en controleert constant op de naleving van die artikelen; b. richtlijn 94/65/EG controleert de grondstoffen die de werkplaats worden binnengebracht, teneinde ten aanzien van het eindprodukt de naleving van bijlage IV vante waarborgen; c. controleert de in de werkplaats gehanteerde reinigings- en ontsmettingsmethoden; d. neemt in de werkplaats monsters en draagt er zorg voor dat deze monsters volgens de van toepassing zijnde ISO- of ontwerp-ISO-normen worden geanalyseerd; e. registreert op enigerlei wijze de gegevens met betrekking tot de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d; f. bewaart de in onderdeel e bedoelde gegevens: voor zover de gegevens betrekking hebben op gekoelde produkten, gedurende ten minste zes maanden na de uiterste verbruiksdatum van die produkten, of voor zover de gegevens betrekking hebben op andere dan gekoelde produkten, gedurende ten minste twee jaar; g. verstrekt desverlangd aan de keuringsdierenarts of diens assistent de in onderdeel e bedoelde gegevens; h. biedt de keuringsdierenarts of diens assistent de nodige garanties ten aanzien van het beheer van de keurmerken en de etiketten waarop het keurmerk is aangebracht; i. informeert de keuringsdierenarts of diens assistent, indien op grond van de in onderdeel e bedoelde gegevens een ernstig gevaar voor de gezondheid wordt vastgesteld; j. neemt, in geval van een onmiddellijk gevaar voor de volksgezondheid, de hoeveelheid produkten die onder technologisch vergelijkbare omstandigheden zijn verkregen en hetzelfde gevaar kunnen opleveren, uit de handel, waarna die produkten onder toezicht en veranwoordelijkheid van de keuringsdierenarts blijven, totdat zij worden vernietigd, voor andere doeleinden dan menselijke consumptie worden gebruikt, dan wel na toestemming van vorenbedoelde keuringsdierenarts op passende wijze opnieuw worden behandeld teneinde de veiligheid van die produkten te waarborgen; k. vermeldt op de eindverpakking van het produkt zichtbaar en leesbaar bij welke temperatuur het produkt moet worden vervoerd en opgeslagen, alsmede de houdbaarheidsdatum indien het produkt is diepgevroren, dan wel de uiterste verbruiksdatum indien het produkt is gekoeld; l. zet, tenzij het personeel van de werkplaats reeds over voldoende kwalificaties beschikt, hetgeen blijkt uit diploma's of andere bewijsstukken van gevolgde opleidingen die desverlangd door het personeel aan de keuringsdierenarts worden overlegd, een opleidingsprogramma op dat het personeel van de werkplaats in staat stelt te voldoen aan de voor de betrokken produktiestructuur van de werkplaats van toepassing zijnde voorschriften inzake hygiënische produktie; m. betrekt de keuringsdierenarts die voor de werkplaats verantwoordelijk is bij het opzetten en uitvoeren van het in onderdeel I bedoelde programma en bij het opstellen van de eisen inzake zelfcontrole; n. laat op de eindprodukten microbiologisch onderzoek uitvoeren, welk onderzoek: 1º. richtlijn 94/65/EG dagelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 5 van, dan wel 2º. richtlijn 94/65/EG ten minste wekelijks, indien het eindprodukt voldoet aan artikel 6 van, plaatsvindt in de werkplaats, mits deze door de minister is erkend, of in een erkend laboratorium; o. richtlijn 94/65/EG treft overigens alle maatregelen die nodig zijn voor de naleving van de bepalingen vanin ieder stadium van de produktie. 2 richtlijn 94/65/EG De in het eerste lid bedoelde controles en maatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig bij beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 7, vijfde lid, vanvastgestelde voorschriften, dan wel, zolang bedoelde beschikking nog niet is vastgesteld, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald. 3 richtlijn 94/65/EG Voor zover ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles microbiologisch onderzoek wordt verricht, geschiedt dit overeenkomstig artikel 7, derde lid, van. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 10.16 — Artikel 10.16#
Artikel 10.16 1 richtlijn 94/65/EG Indien de keuringsdierenarts constateert dat de in bijlage IV vastgestelde richtsnoeren voor de produktie van vleesbereidingen herhaaldelijk niet worden nageleefd, kan onderscheidenlijk moet hij de maatregelen nemen, bedoeld in artikel 8, derde lid, van. 2 richtlijn 94/65/EG Indien de keuringsdierenarts een duidelijke overtreding van de voorschriften van dit hoofdstuk of een belemmering van een adequate keuring constateert, kan onderscheidenlijk moet hij de maatregelen nemen, bedoeld in artikel 8, vierde lid, eerste alinea, van. 3 artikel 10.13 Indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de maatregelen, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, niet hebben geleid tot verbetering of opheffing van de geconstateerde gebreken, dan wel indien keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de artikelen 10.13, 10.14 en 10.15 anderszins niet of slechts gedeeltelijk worden nageleefd, schort de minister een op grond vanafgegeven of afgegeven geachte erkenning op. Opschorting geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen alsnog aan de betrokken voorschriften dient te zijn voldaan. 4 Indien de geconstateerde gebreken niet binnen een daartoe bij de opschorting, bedoeld in het derde lid, gestelde termijn zijn verholpen, trekt de minister de erkenning in. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.17 — Artikel 10.17#
Artikel 10.17 Destructiewet Gezondheids- en welzijnswet voor dieren richtlijn 90/667/EEG Vleesbereidingen die voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard of anderszins niet geschikt worden bevonden voor menselijke consumptie, worden onder toezicht van de keuringsdierenarts of diens assistent onbruikbaar gemaakt voor menselijke consumptie en behandeld overeenkomstig de bij of krachtens deof deter implementatie vanaan de verwerking van dergelijk materiaal gestelde regelen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.18 — Artikel 10.18#
Artikel 10.18 1 artikel 10.6, onderdeel a richtlijn 71/118/EEG Dit hoofdstuk is, met uitzondering van, niet van toepassing op het in de handel brengen vleesbereidingen die zijn bestemd voor gebruik als bedoeld in artikel 3, onderdeel III, van. 2 Afdeling 3 is niet van toepassing op het in de handel brengen van vleesbereidingen die in detailhandelszaken of aan verkooppunten grenzende werkplaatsen worden vervaardigd, teneinde aldaar rechtstreeks aan de eindverbruiker te worden verkocht. 3 In gevallen als bedoeld in het tweede lid zijn de voorschriften voor het uitoefenen van de detailhandel van toepassing. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.19 — Artikel 10.19#
Artikel 10.19 Artikel 4.21 artikel 4.21, tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het laten vervaardigen en het in voorraad hebben van de in dit hoofdstuk genoemde merken en het voorhanden hebben van stempels en andere werktuigen waarmee deze merken kunnen worden vervaardigd of aangebracht, met dien verstande dat voor ‘erkende inrichting’ in, wordt gelezen: erkende of erkend geachte werkplaats. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 10.20 — Artikel 10.20#
Artikel 10.20 Artikel 4.22 artikel 10.4 is van overeenkomstige toepassing op degene die voornemens is vleesbereidingen als bedoeld inbedrijfsmatig te verkrijgen. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 11.1 — Artikel 11.1#
Artikel 11.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: handelsdocument: richtlijn 92/118/EEG document waarop de aard van het product, de naam en, voorzover van toepassing, het erkenningsnummer van de geregistreerde inrichting, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van, zijn vermeld; lid-staat: lid-staat, alsmede Noorwegen; derde land: land, niet zijnde Nederland of een andere lid-staat van de Europese Unie, en niet zijnde Noorwegen. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.2 — Artikel 11.2#
Artikel 11.2 artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e Het bewijsstuk, onderscheidenlijk de bewijsstukken, bedoeld in, is, onderscheidenlijk zijn: a. indien het een partij voor menselijke consumptie bestemde honing betreft, een handelsdocument; b. indien het een partij voor menselijke consumptie bestemde slakken, voor menselijke consumptie bestemde kikkerbillen of voor menselijke consumptie bestemde eieren betreft, een handelsdocument; c. Richtlijn 92/118/EEG indien het een partij voor menselijke consumptie bestemde gelatine of grondstoffen voor gelatine betreft, handelsdocumenten als bedoeld in bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie A, paragraaf III, onderdeel 1, en paragraaf VI, onderdeel 3, van; d. Richtlijn 92/118/EEG indien het een partij voor menselijke consumptie bestemd collageen of grondstoffen voor collageen betreft, handelsdocumenten als bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, Sectie B, paragraaf IV, onderdeel 2, en paragraaf VII, onderdeel 3, van. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 11.2a — Artikel 11.2a#
Artikel 11.2a Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.3 — Artikel 11.3#
Artikel 11.3 artikel 11.5 artikel 11.2 artikel 11.6 artikel 11.6, derde lid richtlijn 92/118/EEG richtlijn 92/118/EEG Tenzij in de inbedoelde voorschriften van bijlage I vananders is bepaald, zijn de ingenoemde overige dierlijke producten afkomstig uit een inrichting als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, van, die door de minister overeenkomstigis geregistreerd, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.4 — Artikel 11.4#
Artikel 11.4 1 artikel 11.2 richtlijn 92/118/EEG De ingenoemde overige dierlijke produkten zijn niet afkomstig uit een bedrijf, inrichting of zone als bedoeld in artikel 5 van. 2 Het eerste lid geldt niet indien de aldaar bedoelde produkten overeenkomstig de van toepassing zijnde communautaire regelgeving een warmtebehandeling hebben ondergaan. 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 18-09-1994
Artikel 11.5 — Artikel 11.5#
Artikel 11.5 artikel 11.2 richtlijn 92/118/EEG richtlijn 92/118/EEG Indien het een ingenoemde partij betreft, is, voor zover van toepassing, voldaan aan de in bijlage II, hoofdstuk 2, 3 en 4, vanvastgestelde voorschriften of aan de bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie overeenkomstig hoofdstuk 2 van bijlage II vanvoor het intra-communautaire handelsverkeer in deze producten vastgestelde voorschriften, voorzover deze veterinairrechtelijk van aard zijn. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 11.6 — Artikel 11.6#
Artikel 11.6 1 artikel 11.3 Registratie van een inrichting als bedoeld in, vindt plaats, indien de inrichting zich ertoe heeft verbonden: a. artikel 11.2 een administratie te voeren waarin tenminste de leveringen van de ingenoemde overige dierlijke produkten en de verdere bestemming hiervan zijn vermeld en alle op deze produkten betrekking hebbende bescheiden zijn opgenomen; b. de vorenbedoelde administratie tenminste drie jaren te bewaren; c. er zorg voor te dragen dat elke partij vergezeld gaat van de voorgeschreven certificaten of documenten, en d. richtlijn 92/118/EEG er zorg voor te dragen dat, overeenkomstig hetgeen de minister daaromtrent heeft bepaald, in de inrichting de voorschriften van artikel 4, tweede lid vanworden nageleefd, en e. dat in de inrichting, voor zover van toepassing, de aanwijzingen van de toezichthoudende ambtenaar worden opgevolgd en deze alle medewerking wordt verleend die deze redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taken in het kader van dit hoofdstuk noodzakelijk acht aan deze ambtenaar wordt desgevraagd toegang verleend tot het gehele bedrijf. 2 artikel 11.3 De minister houdt een register bij van de in, bedoelde inrichtingen, tenzij hij een door een andere instantie beheerd register als zodanig heeft aangewezen. 3 Indien is gebleken dat de exploitant of de beheerder van de inrichting de in het eerste lid bedoelde voorschriften niet of niet meer naleeft, kan de minister beslissen tot doorhaling, dan wel niet-erkenning van diens registratie. Doorhaling dan wel niet-erkenning geschiedt niet dan na voorafgaande waarschuwing en na het verstrijken van een daarbij te stellen termijn, waarbinnen aan de desbetreffende voorschriften moet worden voldaan. 4 De aanvraag voor erkenning wordt ingediend bij de VWA met een daartoe bestemd aanvraagformulier. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.7 — Artikel 11.7#
Artikel 11.7 artikel 11.2 artikel 11.2 richtlijn 92/118/EEG De ingenoemde overige dierlijke producten die zijn verzonden vanuit een lid-staat en zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat, gaan vergezeld van het voor de desbetreffende productsoort ingenoemde handelsdocument of certificaat en voldoen aan hetgeen omtrent het intracommunautaire handelsverkeer in de desbetreffende productsoort is bepaald in. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.7a — Artikel 11.7a#
Artikel 11.7a artikel 11.7 artikel 11.2 In afwijking vanmogen ingenoemde overige dierlijke producten die afkomstig zijn uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië of Slowakije en vóór 1 mei 2004 zijn verkregen in een inrichting die erkend was voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, tot en met 30 april 2005 voorzien zijn van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG, mits het certificaat of document dat de producten vergezelt, door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst is voorzien van de verklaring: ‘Vóór 1 mei 2004 geproduceerd overeenkomstig Beschikking 2004/280/EG van de Commissie.’ 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 11.8 — Artikel 11.8#
Artikel 11.8 1 Een partij voor menselijke consumptie bestemde honing of koninginnengelei: a. Richtlijn 96/23/EG is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land dat voor ‘honing’ staat vermeld op de lijst van de bijlage bij Beschikking (EG) nr. 2004/432 van de commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 (PbEU L 154) tot goedkeuring van door derde landen ingediende residubewakingsplannen overeenkomstigvan de Raad; b. richtlijn 92/118/EEG gaat, in voorkomend geval en zodra ter zake ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap een besluit is vastgesteld, vergezeld van een gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, vanen voldoet, in voorkomend geval, aan de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie overeenkomstig hoofdstuk 2 van bijlage II van voornoemde richtlijn voor de invoer uit derde landen van deze producten vastgestelde voorschriften, voor zover deze veterinairrechtelijk van aard zijn. 2 Een partij voor menselijke consumptie bestemde eieren of eiproducten: a. is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van deel IV, onderscheidenlijk deel V, van de bijlage bij beschikking 2003/812/EG; b. richtlijn 92/118/EEG gaat, in voorkomend geval en zodra ter zake ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap een besluit is vastgesteld, vergezeld van het gezondheidscertifcaat, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, vanen voldoet, in voorkomend geval, aan de bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage II van voornoemde richtlijn voor de invoer uit derde landen van deze producten vastgestelde voorschriften, voorzover deze veterinairrechtelijk van aard zijn. 3 Een partij voor menselijke consumptie bestemde slakken of kikkerbillen: a. is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van deel VI, onderscheidenlijk deel VII, van de bijlage bij beschikking 2003/812/EG; b. richtlijn 92/118 richtlijn 92/118 gaat, in voorkomend geval, vergezeld van het keuringscertificaat, bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel I, onderscheidenlijk onderdeel II, van bijlage II vanen voldoet, in voorkomend geval, aan de overige eisen van hoofdstuk 3 van bijlage II vanen aan de bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie overeenkomstig hoofdstuk 2 van bijlage II van voornoemde richtlijn voor de invoer uit derde landen van deze producten vastgestelde voorschriften, voor zover deze veterinairrechtelijk van aard zijn. 4 Een partij grondstoffen die zijn bestemd voor de vervaardiging van voor menselijke consumptie geschikte gelatine: a. is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van, in voorkomend geval, beschikking 79/542/EEG, beschikking 94/85/EG, beschikking 97/296/EG of beschikking 94/86/EG; b. richtlijn 92/118/EEG gaat, in voorkomend geval en zodra ter zake ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap een besluit is vastgesteld, vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, van. 5 Een partij voor menselijke consumptie bestemde gelatine: a. is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van deel VIII van de bijlage bij beschikking 2003/812/EG; b. richtlijn 92/118/EEG gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, van, of voldoet, in voorkomend geval, aan de bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie overeenkomstig bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie A, paragraaf VII, onderdeel B, van voornoemde richtlijn voor de invoer uit derde landen van deze producten vastgestelde voorschriften, voorzover deze veterinairrechtelijk van aard zijn; c. richtlijn 92/118/EG voldoet aan hetgeen omtrent de invoer uit derde landen in bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie A, paragraaf VII, onderdeel A, vanis bepaald; d. verordening 999/2001/EG voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 6 Een partij grondstoffen voor de vervaardiging van voor menselijke consumptie bestemd collageen: a. is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van, in voorkomend geval, beschikking 79/542/EEG, beschikking 94/85/EG, beschikking 94/86/EG of beschikking 97/296/EG; b. richtlijn 92/118/EEG gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie B, paragraaf VIII, onderdeel 2, onder b, van. 7 Een partij voor menselijke consumptie bestemd collageen: a. richtlijn 92/118/EEG is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie B, paragraaf VIII, onderdeel 1, onder a, van; b. richtlijn 92/118/EEG gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie B, paragraaf VIII, onderdeel 1, onder g, vanof voldoet, in voorkomend geval, aan de bij beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie overeenkomstig bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie B, paragraaf VIII, onderdeel 4, van voornoemde richtlijn voor de invoer uit derde landen van deze producten vastgestelde voorschriften, voor zover deze veterinairrechtelijk van aard zijn; c. richtlijn 92/118/EG voldoet aan hetgeen omtrent de invoer uit derde landen in bijlage II, hoofdstuk 4, Sectie B, Paragraaf VIII, onderdeel 1, vanis bepaald. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 11.9 — Artikel 11.9#
Artikel 11.9 Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.10 — Artikel 11.10#
Artikel 11.10 Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.11 — Artikel 11.11#
Artikel 11.11 Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.12 — Artikel 11.12#
Artikel 11.12 Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.13 — Artikel 11.13#
Artikel 11.13 Zolang de voorschriften voor de invoer uit derde landen voor een bepaalde produktsoort niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld en in werking getreden, voldoet een partij van deze produkten die is bestemd voor een lid-staat, aan de voorschriften van de lid-staat van bestemming. 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 1994 178 16-09-1994 01-09-1994 9412440 18-09-1994
Artikel 11.14 — Artikel 11.14#
Artikel 11.14 Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.15 — Artikel 11.15#
Artikel 11.15 Vervallen 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6891 07-09-2003
Artikel 11.16 — Artikel 11.16#
Artikel 11.16 1 artikelen 11.2, onderdeel c 11.5 11.8, vijfde lid De,en, zijn niet van toepassing op voor menselijke consumptie bestemde gelatine die vóór 1 juni 2000 is vervaardigd. 2 artikelen 11.2, onderdeel d 11.5 11.8, zevende lid De,en, zijn niet van toepassing op voor menselijke consumptie bestemd collageen dat vóór 31 december 2003 is vervaardigd of ingevoerd. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 11A.1 — Artikel 11A.1#
Artikel 11A.1 1 Het is verboden dierlijke bijproducten in de handel te brengen. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van dierlijke bijproducten mits de producten, voor zover van toepassing: a. verordening 1774/2002/EG vergezeld gaan van het in bijlage II, hoofdstuk III, vanbedoelde handelsdocument of gezondheidscertificaat; b. verordening 1774/2002/EG met betrekking tot die producten, voorzover van toepassing, is voldaan aan de artikelen 19, onderdelen a tot en met d, en 20, eerste lid en tweede lid, van. 3 verordening 1774/2002/EG Voor de toepassing van het tweede lid is de bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk VIII, vande minister. 4 artikel 37, eerste lid, van het Destructiebesluit In zoverre in afwijking van het derde lid is bijlage VIII, hoofdstuk III, onderdeel II, onder A, punt 5b, tot 31 december 2004 niet van toepassing indien het verwerkte mest of verwerkte producten uit mest betreft, afkomstig van een technisch bedrijf als bedoeld in. 2005 168 31-08-2005 23-08-2005 TRCJZ/2005/2515 2005 168 31-08-2005 23-08-2005 TRCJZ/2005/2515 07-09-2005
Artikel 11.A.2 — Artikel 11.A.2#
Artikel 11.A.2 1 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG Een partij melk of producten of basis van melk of biest voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage VII, hoofdstuk V, onderdeel B, van, is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Commissie van de onderscheiden producten is toegestaan ingevolge de beschikking, genoemd in punt 11, van de bijlage vanen gaat vergezeld van het in die beschikking voor de partij voorgeschreven gezondheidscertificaat. 2 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG Een partij huiden van hoefdieren voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage VIII, hoofdstuk VI, onderdeel C, vanen gaat vergezeld van het in de beschikking genoemd in punt 13 van de bijlage vanvoor de partij voorgeschreven gezondheidscertificaat. 3 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG verordening 999/2001/EG Een partij voeder voor gezelschapsdieren en hondenkluiven voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage VIII, hoofdstuk II, onderdeel C, van, is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Commissie van de onderscheiden producten is toegestaan ingevolge de beschikking, genoemd in punt 16, van de bijlage van, gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 4 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG verordening 999/2001/EG Een partij beenderen en producten uit beenderen, met uitzondering van beendermeel, hoorn, producten uit hoorn, met uitzondering van hoornmeel, hoeven, producten ut hoeven, met uitzondering van meel van hoeven, die niet bestemd is voor gebruik als voedermateriaal, organische meststof of bodemverbeteraar, voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk X, vanen gaat vergezeld van een handelsdocument en een verklaring als bedoeld in de beschikking, genoemd in punt 9, van de bijlage vanen voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 5 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG verordening 812/2003/EG verordening 999/2001/EG Een partij verwerkte dierlijke eiwitten voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage VII, hoofdstuk II, onderdeel C, van, is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Commissie van de producten is toegestaan ingevolge de beschikking, genoemd in punt 16, van de bijlage van, en gaat vergezeld van het voor de partij in de beschikking, genoemd in punt 7, van de bijlage vanvoorgeschreven gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 6 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG verordening 999/2001/EG Een partij bloed en bloedproducten voor technisch of farmaceutisch gebruik, in-vitrodiagnostica en laboratoriumreagentia, met uitzondering van serum voor paardachtigen, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage VIII, hoofdstuk IV, onderdeel B, van, is afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Commissie van de producten is toegestaan ingevolge de beschikking, genoemd in punt 16, van de bijlage vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 7 verordening 1774/2002/EG verordening 999/2001/EG Een partij bloedproducten voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage VII, hoofdstuk III, onderdeel C, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 8 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG Een partij serum voor paardachtigen voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk V, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van in de beschikking, genoemd in punt 5, van de bijlage vanvoorgeschreven gezondheidscertificaat. 9 verordening 1774/2002/EG Een partij producten van de bijenteelt voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk IX, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van een handelsdocument. 10 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG Een partij jachttrofeeën voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk VII, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van het voor de partij in de beschikking, genoemd in punt 12, van de bijlage vanvoorgeschreven gezondheidscertificaat. 11 verordening 1774/2002/EG Een partij niet-verwerkte mest voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk III, onder I, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat. 12 verordening 1774/2002/EG Een partij verwerkte mest of verwerkte producten uit mest voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk III, onder II, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat. 13 verordening 1774/2002/EG verordening 812/2003/EG Een partij varkenshaar voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk VIII, onderdeel B, punt 3, vanen gaat vergezeld van het voor de partij in de beschikking, genoemd in punt 8, van de bijlage vanvoorgeschreven gezondheidscertificaat. 14 verordening 1774/2002/EG Een partij onbewerkte wol, onbewerkt haar en onbewerkte veren en delen van veren voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk VIII, onderdeel B, punt 4, van. 15 verordening 1774/2002/EG verordening 999/2001/EG Een partij gesmolten vet voldoet aan bijlage VII, hoofdstuk IV, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 16 verordening 1774/2002/EG Een partij visolie voldoet aan bijlage VII, hoofdstuk IV, onderdeel C, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat. 17 verordening 1774/2002/EG Een partij dierlijke bijproducten voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren, farmaceutische en andere technische producten voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk XI, vanen: a. gaat vergezeld, voorzover het dierlijke bijproducten voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren en technische producten betreft, niet zijnde farmaceutische producten, van een gezondheidscertificaat; b. verordening 812/2003/EEG gaat vergezeld, voorzover het dierlijk bijproducten voor de vervaardiging van farmaceutische producten betreft, van het voor de partij in de beschikking, genoemd in punt 3, van de bijlage vanvoorgeschreven gezondheidscertificaat; c. verordening 999/2001/EG voldoet, voorzover het dierlijke bijproducten voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren betreft, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, vanindien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten. 18 verordening 1774/2002/EG verordening 999/2001/EG Een partij gelatine of gehydrolyseerd eiwit voldoet aan bijlage VII, hoofdstuk VI, van, gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij gelatine materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 19 verordening 1774/2002/EG Een partij dicalciumfosfaat voldoet aan bijlage VII, hoofdstuk VII, onderdeel B, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat. 20 verordening 1774/2002/EG verordening 999/2001/EG Een partij gesmolten vet voor oleochemische doeleinden voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk XII, van, gaat vergezeld van een gezondheidscertificaat en voldoet, indien de partij materiaal bevat afkomstig van runderen, schapen of geiten, aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 21 verordening 1774/2002 Een partij tricalciumfosfaat voldoet aan bijlage VIII, hoofdstuk VIII, vanen gaat vergezeld van een gezondheidscertifcaat. 2004 87 07-05-2004 28-04-2004 TRCJZ/2004/3531 2004 87 07-05-2004 28-04-2004 TRCJZ/2004/3531 09-05-2004
Artikel 12.1 — Artikel 12.1#
Artikel 12.1 Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 Wijzigt de. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.2 — Artikel 12.2#
Artikel 12.2 Regeling invoer konijne- en hazevlees 1993 Wijzigt de. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.3 — Artikel 12.3#
Artikel 12.3 Wijzigt de Regeling keuring en handelsverkeer vleesprodukten 1993. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.4 — Artikel 12.4#
Artikel 12.4 Regeling in- en doorvoer vlees 1979 Wijzigt de. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.5 — Artikel 12.5#
Artikel 12.5 1 De Regeling keuring en handelsverkeer pluimveevlees 1992 wordt ingetrokken. 2 Erkenningen als bedoeld in en verleend op grond van paragraaf 7 van de in het eerste lid genoemde regeling zijn erkenningen als bedoeld in en verleend op grond van: met dien verstande dat wordt voldaan aan het artikel, genoemd in onderdeel a, b, onderscheidenlijk c. a. artikel 4.16 , voor zover de erkenning een slachthuis, uitsnijderij, dan wel een koel- of vrieshuis als bedoeld in die paragraaf betreft; b. artikel 9.10 , voor zover de erkenning een werkplaats als bedoeld in die paragraaf voor de verwerking van gehakt betreft, of c. artikel 10.9 , voor zover de erkenning een werkplaats als bedoeld in die paragraaf voor de vervaardiging van vleesbereidingen betreft. 3 richtlijn 71/118/EEG Ontheffingen die zijn verleend van één of meer bepalingen van de in het eerste lid bedoelde regeling, zijn ontheffingen, verleend op grond van deze regeling, tenzij enige bepaling van, 91/494/EEG, 91/495/EEG of 94/65/EG, voor zover van toepassing, zich hiertegen verzet. 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 12.6 — Artikel 12.6#
Artikel 12.6 1 De Tijdelijke regeling erkenning vrij-wildverwerkingsinrichtingen wordt ingetrokken. 2 artikel 5.13 Erkenningen als bedoeld in en verleend op grond van de in het eerst lid genoemde regeling zijn erkenningen als bedoeld in en verleend op grond van, met dien verstande dat wordt voldaan aan dat artikel. 3 Ontheffingen die zijn verleend op grond van artikel 6, eerste lid, van de in het eerste lid genoemde regeling, blijven van kracht, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.7 — Artikel 12.7#
Artikel 12.7 Vervallen 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 07-12-1995
Artikel 12.7a — Artikel 12.7a#
Artikel 12.7a Vervallen 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 07-12-1995
Artikel 12.7b — Artikel 12.7b#
Artikel 12.7b Vervallen 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 1996 188 30-09-1996 24-09-1996 J.961589 01-10-1996
Artikel 12.8 — Artikel 12.8#
Artikel 12.8 In afwijking van hetgeen in deze regeling is bepaald omtrent het aanbrengen van het merk met de letters ‘GOEDGEKEURD’, is het in bedrijven waar op de datum van inwerkingtreding van deze regeling gebruik werd gemaakt van het merk met de letters ‘GEZIEN’, tot één jaar na bedoelde datum toegestaan van laatstgenoemd merk gebruik te blijven maken, met inachtneming evenwel van de voorschriften die ten aanzien van het in deze regeling genoemde merk met de letters ‘GOEDGEKEURD’ zijn gesteld. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.9 — Artikel 12.9#
Artikel 12.9 1 Een wijziging van een in deze regeling genoemde richtlijn of beschikking treedt voor de toepassing van de artikelen waarin naar die richtlijn, onderscheidenlijk beschikking is verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn, onderscheidenlijk wijzigingsbeschikking uitvoering moet zijn gegeven, tenzij, in geval van een wijzigingsrichtlijn, bij ministerieel besluit dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2 De minister doet van een wijziging van een richtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant. 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 1995 236 05-12-1995 22-11-1995 J.9515186 07-12-1995
Artikel 12.9a — Artikel 12.9a#
Artikel 12.9a artikelen 68 70 71 van de Veewet Deze regeling berust mede op de,en. 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 01-01-1996
Artikel 12.10 — Artikel 12.10#
Artikel 12.10 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994
Artikel 12.11 — Artikel 12.11#
Artikel 12.11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling keuring en handel dierlijke produkten. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 1994 113 17-06-1994 10-06-1994 J.948571 19-06-1994