Regeling van 5 oktober 1994, houdende voorschriften voor de typekeuring van motorrijtuigen in verband met de luchtverontreiniging
- BWB-id
- BWBR0006948
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2009-06-19 t/m 2014-03-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006948
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-keuringsvoorschriften-motorrijtuigen-luchtverontrei
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-keuringsvoorschriften-motorrijtuigen-luchtverontrei/2009-06-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006948&g=2009-06-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006948&z=2026-06-06&g=2009-06-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006948/2009-06-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-keuringsvoorschriften-motorrijtuigen-luchtverontrei
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. besluit: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging ; b. overeenkomst van 20 maart 1958: Overeenkomst van 20 maart 1958 betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorrijtuigen (Trb. 1959, 83); c. richtlijn 70/220 : richtlijn nr. 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (PbEG L 76); d. richtlijn 72/306 : richtlijn nr. 72/306/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 augustus 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de verontreiniging door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van voertuigen (PbEG L 190); e. richtlijn 83/351 : richtlijn nr. 83/351/EEG Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1983 tot wijziging vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door uitlaatgassen van motoren met elektrische ontsteking in motorvoertuigen (PbEG L 197); f. richtlijn 88/76 : richtlijn nr. 88/76/EEG Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 december 1987 tot wijziging vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door uitlaatgassen van motoren en motorvoertuigen (PbEG L 36); g. richtlijn 88/77 : richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 december 1987 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de emissie van gasvormige verontreinigingen door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van voertuigen (PbEG L 36); h. richtlijn 91/441 : richtlijn nr. 91/441/EEG Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1991 tot wijziging vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (PbEG L 242); i. richtlijn 93/59 : richtlijn nr. 93/59/EEG Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 juni 1993 tot wijziging vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (PbEG L 186); j. richtlijn 94/12 : richtlijn nr. 94/12/EG Richtlijn 70/220/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tot wijziging van(PbEG L 100); k. richtlijn 96/1 : richtlijn nr. 96/1/EG Richtlijn 88/77/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 januari 1996 tot wijziging vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen (PbEG L 40); l. richtlijn 96/44 : richtlijn nr. 96/44/EG Richtlijn 70/220/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 juli 1996 houdende aanpassing aan de technische vooruitgang vanvan de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (PbEG L 210); m. richtlijn 96/69 : richtlijn nr. 96/69/EG Richtlijn 70/220/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 8 oktober 1996 tot wijziging vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (PbEG L 282); n. richtlijn 97/20 : richtlijn nr. 97/20/EG Richtlijn 72/306/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 april 1997 (PbEG L 125) houdende aanpassing aan de technische vooruitgang vanvan de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de verontreiniging door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van voertuigen; o. richtlijn 97/24 : richtlijn 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee- of drie wielen; p. richtlijn 98/77 : richtlijn nr. 98/77/EG Richtlijn 70/220/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 oktober 1998 (PbEG L 286) houdende aanpassing aan de technische vooruitgang vaninzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen; q. richtlijn 98/69 : richtlijn nr. 98/69/EG Richtlijn 70/220/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 1998 (PbEG L 350) met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tot wijziging vanvan de Raad; r. richtlijn 1999/102 : richtlijn nr. 1999/102/EG Richtlijn 70/220/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 1999 (PbEG L 334) houdende aanpassing aan de technische vooruitgang vanvan de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen; s. proef van type I: richtlijn 70/220 proef van type I voor de controle van uitlaatemissies na een koude start als bedoeld in bijlage III van. t. richtlijn 1999/96 : richtlijn nr. 1999/96/EG Richtlijn 88/77/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 1999 (PbEG 2000, L 44) inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking en tot wijziging vanvan de Raad; u. richtlijn 2001/1 : richtlijn nr. 2001/1/EG Richtlijn 70/220/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 januari 2001 (PbEG 2001, L 35) tot wijziging vanvan de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen; v. richtlijn 2001/27 : richtlijn nr. 2001/27/EG Richtlijn 88/77/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 10 april 2001 (PbEG 2001, L 107) houdende aanpassing aan de technische vooruitgang vanvan de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of op vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking; w. richtlijn 2001/100 : richtlijn nr. 2001/100/EG richtlijn nr. 70/220/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 december 2001 (PbEG 2002, L 16) tot wijziging vanvan de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen; x. richtlijn 2002/51 : richtlijn nr. 2002/51/EG richtlijn nr. 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de verlaging van het niveau van verontreiniging door uitlaatgassen van motorvoertuigen op twee of drie wielen en tot wijziging vanvan het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PbEG L 252); y. trial-motorfiets: motorrijtuig met de volgende kenmerken: 1°. maximale zithoogte: 700 mm; 2°. maximale vrije hoogte: 280 mm; 3°. maximale brandstoftank: 4 l; 4°. minimale totale overbrengingsverhouding in de hoogste versnelling: 7,5, bepaald volgens primaire verhouding x overbrengingsverhouding x eindaandrijvingsverhouding; z. enduro-motorfiets: motorrijtuig met de volgende kenmerken: 1°. minimale zithoogte: 900 mm; 2°. minimale vrije hoogte: 310 mm; 3°. minimale totale overbrengingsverhouding in de hoogste versnelling: 6,0, bepaald volgens primaire verhouding x overbrengingsverhouding x eindaandrijvingsverhouding; aa. richtlijn 2002/80 : Richtlijn 70/220/EEG richtlijn nr. 2002/80/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 oktober 2002 (PbEG L 291) tot aanpassing aan de technische vooruitgang vanvan de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen; bb. richtlijn 2003/76 : richtlijn nr. 2003/76/EG richtlijn nr. 70/220/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 augustus 2003 (PbEU L 206) tot wijziging vanvan de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen; cc. richtlijn 2003/77 : richtlijn nr. 2003/77/EG richtlijnen nr. 97/24/EG nr. 2002/24/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 11 augustus 2003 (PbEU L 211) tot wijziging van deenvan het Europees Parlement en de Raad betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen; dd. richtlijn 2005/21 : richtlijn nr. 2005/21/EG richtlijn nr. 72/306/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 maart 2005 (PbEU L61) tot aanpassing aan de technische vooruitgang vanvan de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen de verontreiniging door dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van voertuigen; ee. richtlijn 2005/55/EG: richtlijn 2005/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 september 2005 inzake typegoedkeuring van zware bedrijfsvoertuigen en motoren voor wat betreft hun emissies (Euro IV en V) (PbEU L 275); ff. richtlijn 2007/46/EG: richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (Pb EU L 263); gg. ECE-reglement nr. 115: Regulation No. 115, concerning uniform provisions for the approval of specific LPG retrofit systems to be installed in motorvehicles for the use of LPG in their propulsion system, and for the approval of specific CNG retrofit systems to be installed in motorvehicles for the use of CNG in their propulsion system. 2009 109 17-06-2009 27-05-2009 DGM/K&L2009037739 2009 109 17-06-2009 27-05-2009 DGM/K&L2009037739 19-06-2009 29-04-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2, eerste lid, onder a, van het besluit richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 Indien de aanvraag om een keuring is ingediend op of na 1 januari 1999 wordt de keuring, bedoeld in, van motorrijtuigen die worden gevoed door al dan niet tot vloeistof verdicht gas verricht aan de hand van, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij. 2 artikel 2, eerste lid, onder a, van het besluit De keuring, bedoeld in, van motorrijtuigen van categorie N1, klassen I, II en III als bedoeld in deel A van bijlage II van richtlijn 2007/46/EG, wordt verricht aan de hand van: a. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring is of wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2005, voor een motorrijtuig van klasse I:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bijworden gebruikt, tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; b. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2006, voor een motorrijtuig van klasse II of III:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4 van bijlage I bijworden gebruikt, tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; c. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 Richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2005 voor een motorrijtuig van klasse I:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bijworden gebruikt; d. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 Richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2006 voor een motorrijtuig van klasse II of III:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4 van bijlage I bijworden gebruikt; e. richtlijn nr. 70/220 richtlijn 2001/100 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2003 voor een type motorrijtuig van categorie N1, klasse II of III, voor een type motorrijtuig van categorie M1 dat bestemd is voor het vervoer van meer dan zes personen of voor een type motorrijtuig van de categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg, doch niet meer dan 3500 kg:, zoals gewijzigd bij. 3 artikel 2, eerste lid, onder a, van het besluit De keuring, bedoeld in, van motorrijtuigen van categorie M1 als bedoeld in deel A van bijlage II bij richtlijn 2007/46/EG, wordt verricht aan de hand van: a. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring is of wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2005 voor een motorrijtuig met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4 van bijlage I bijworden gebruikt tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; b. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 oktober 2001, maar voor 1 januari 2006 voor een motorrijtuig met een maximummassa van meer dan 2500 kg:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij A van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bijworden gebruikt tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van de grenswaarden in rij B van eerdergenoemde tabel; c. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2005 voor een motorrijtuig met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bijworden gebruikt; d. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 richtlijn 70/220 indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend op of na 1 januari 2006 voor een motorrijtuig met een maximummassa van meer dan 2500 kg:, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 5.3.1.4. van bijlage I bijworden gebruikt. 4 richtlijn 98/69 Indien de aanvraag om een keuring wordt ingediend voor 1 januari 2003 worden voertuigen van categorie M1 als bedoeld in deel A van bijlage II van richtlijn 2007/46/EG, met een maximummassa van meer dan 2000 kg met motoren met compressie ontsteking als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van, in afwijking van het derde lid, voorzover nodig, gekeurd overeenkomstig het tweede lid, onder b. 2009 109 17-06-2009 27-05-2009 DGM/K&L2009037739 2009 109 17-06-2009 27-05-2009 DGM/K&L2009037739 19-06-2009 29-04-2009
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, vijfde lid richtlijn 97/24 richtlijn 2003/77 richtlijn 97/24 Een aanvraag om de keuring, bedoeld in, van het besluit wordt, indien de aanvraag om de keuring is ingediend voor 1 januari 2006, verricht volgens, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden in de onderscheiden rijen A van de tabel in punt 2.2.1.1.5. van bijlage II bijworden gebruikt. 2 Het eerste lid geldt ten aanzien van een tweewielige trial- of enduro-motorfiets eerst met ingang van 1 januari 2004. 3 richtlijn 97/24 richtlijn 2003/77 richtlijn 97/24 Indien de aanvraag om de keuring, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend op of na 1 januari 2006, wordt de keuring verricht volgens, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, waarbij voor de proef van type I de grenswaarden worden gebruikt, vermeld in rij B van de tabel in punt 2.2.1.1.5 van bijlage II bij. 2004 165 30-08-2004 25-08-2004 KVI2004073287 2004 165 30-08-2004 25-08-2004 KVI2004073287 04-09-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De keuring van een motorrijtuig met een gassysteem dat is ingericht om zowel op gas als op benzine te kunnen rijden wordt zowel met gas verricht als met benzine. Het gassysteem moet zodanig functioneren dat het motorrijtuig met zowel gas als benzine als brandstof aan de keuringsvoorschriften voor benzine blijft voldoen. 2 artikel 1, eerste lid, onder c, van het besluit richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 bijlage Op verzoek van de aanvrager wordt de keuring van een motorrijtuig dat voorzien is van een achteraf ingebouwd gassysteem, bedoeld in, en dat minimaal voldoet aan de eisen van, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, mede verricht aan de hand van de in debij deze regeling of in ECE-reglement nr. 115 vastgestelde eisen, welke eisen dienen ter uitvoering van. 3 artikel 1, eerste lid, onder a, van het besluit richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 Indien het gaat om een motorrijtuig dat door of onder verantwoordelijkheid van de fabrikant van het motorrijtuig is uitgerust met een gassysteem, bedoeld in, en dat is toegelaten tot het verkeer op de weg op grond van een keuring volgens, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij, beoordeelt de keuringsinstantie vervolgens op verzoek van de aanvrager aan de hand van de eisen, bedoeld in het tweede lid, of wordt voldaan aan. 2007 141 25-07-2007 11-07-2007 KvI2007060153 2007 141 25-07-2007 11-07-2007 KvI2007060153 27-07-2007
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3 artikel 23, derde lid, onder c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 Met de inbedoelde beoordeling die dient ter uitvoering vanwordt gelijkgesteld een beoordeling door een onafhankelijke keuringsinstantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke beoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van ten minste gelijkwaardige eisen. 2001 5 08-01-2001 21-12-2000 KVI2000.149000-I 2001 5 08-01-2001 21-12-2000 KVI2000.149000-I 10-01-2001 01-01-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Degene die een motorrijtuig als bedoeld inter keuring aanbiedt, draagt er zorg voor dat de onderdelen van de gasapparatuur die relevant zijn voor de uitworp van luchtverontreinigende stoffen, voorzien zijn van een uniek nummer dat een eenvoudige identificatie van die onderdelen mogelijk maakt. 2 Hij legt bij de aanbieding ter keuring de gegevens over betreffende de in het eerste lid bedoelde kenmerken, alsmede de gegevens met betrekking tot de afstelling van de motor en van de brandstofdoseringsapparatuur. 3 Hij vermeldt de in het tweede lid bedoelde gegevens op een symbool dat hij aanbrengt in elk motorrijtuig van het goedgekeurde type en dat hij verstrekt bij elke eenheid van de betrokken gasapparatuur die hij levert. 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 19-10-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2, tweede lid, onder a richtlijn 72/306 richtlijn 2005/21 De keuring, bedoeld in, van het besluit wordt verricht aan de hand van de bepalingen van, zoals laatstelijk gewijzigd bij. 2006 73 12-04-2006 07-03-2006 Kvl2006242690 2006 73 12-04-2006 07-03-2006 Kvl2006242690 14-04-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 2, derde lid, onder a, en vierde lid, onder a, van het besluit De keuring, bedoeld in, wordt verricht aan de hand van richtlijn 2005/55/EG. 2007 97 23-05-2007 07-05-2007 KvI2007036856 2007 97 23-05-2007 07-05-2007 KvI2007036856 25-05-2007
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De keuring van motorrijtuigen die reeds in het buitenland in het verkeer zijn gebracht en in Nederland worden ingevoerd, wordt verricht aan de hand van de keuringsvoorschriften zoals deze van kracht waren op het tijdstip waarop de motorrijtuigen voor de eerste maal zijn toegelaten tot het verkeer op de weg. 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 19-10-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit artikel 2, eerste lid, onder a of c, van het besluit Voor motorrijtuigen als bedoeld indie in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in, op te gelden en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn: a. met ingang van 1 oktober 1989, indien die goedkeuring of mededeling: 1º. betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van de voorschriften, vervat in onderdeel 5 van het Reglement 15, wijziging 04, behorende bij de overeenkomst van 20 maart 1958, of 2º. richtlijn 70/220 richtlijn 83/351 betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 2000 cm³, en is afgegeven voor 1 oktober 1988 naar aanleiding van een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; b. richtlijn 70/220 richtlijn 88/76 met ingang van 1 oktober 1990, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, met een dieselmotor, niet zijnde een dieselmotor met directe inspuiting, en betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; c. richtlijn 70/220 richtlijn 83/351 met ingang van 1 oktober 1991, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op de in de aanhef bedoelde motorrijtuigen, met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van minder dan 1400 cm³, en betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; d. richtlijn 70/220 richtlijn 91/441 met ingang van 31 december 1992, onverminderd de onderdelen a, b en c, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; e. richtlijn 70/220 richtlijn 93/59 met ingang van 1 oktober 1994, onverminderd de onderdelen a tot en met d, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; f. richtlijn 70/220 richtlijn 91/441 met ingang van 1 januari 1995, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bijen bij die keuring toepassing is gegeven aan punt 8.2 of 8.3 van bijlage I van die richtlijn; g. richtlijn 70/220 richtlijn 93/59 richtlijn 70/220 richtlijn 93/59 met ingang van 1 januari 1995 dan wel met ingang van 1 oktober 1995 zoals aangegeven in de punten 8.1 en 8.2 van bijlage I van, zoals deze is gewijzigd bij, indien die goedkeuring of mededeling betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij, en bij die keuring toepassing is gegeven aan punt 8.1 of punt 8.2 van bijlage I van die richtlijn; h. artikel 2, tweede lid richtlijn 70/220 richtlijn 94/12 met ingang van 1 januari 1997, indien die goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig als bedoeld in, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; i. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 96/69 met ingang van 1 oktober 1997, indien die goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van klasse I als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; j. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 96/69 met ingang van 1 oktober 1998, indien die goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van klasse II of III als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; k. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 1999/102 met ingang van 1 januari 2001, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die wordt gevoed door benzine, van categorie N1, klasse I of van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; l. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 1999/102 met ingang van 1 januari 2002, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die wordt gevoed door benzine, van categorie N1, klasse II of III of van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; m. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 2001/1 met ingang van 1 januari 2004, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die permanent of tijdelijk worden gevoed door LPG of aardgas, van categorie N1, klasse I of van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; n. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 2001/1 met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met elektrische ontsteking, die permanent of tijdelijk worden gevoed door LPG of aardgas, van categorie N1, klasse II of III of van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; o. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 1999/102 met ingang van 1 januari 2004, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg en bestemd voor het vervoer van niet meer dan 6 personen, de bestuurder inbegrepen, als bedoeld ingeen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; p. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 1999/102 met ingang van 1 januari 2006, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking van categorie N1, klasse I of van categorie M1 met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg en bestemd voor het vervoer van meer dan 6 personen, de bestuurder inbegrepen, als bedoeld in, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; q. artikel 2 richtlijn 70/220 richtlijn 1999/102 met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking van categorie N1, klasse II en III of van categorie M1 met een maximummassa van meer dan 2500 kg als bedoeld in, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij; r. richtlijn nr. 88/77 richtlijn 2001/27/EG met ingang van 1 april 2002, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een type motor met compressieontsteking of een type gasmotor of een motorrijtuig met een motor met compressieontsteking of een gasmotor, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals gewijzigd bij; s. richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 met ingang van 1 januari 2006, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van categorie M met een maximummassa van niet meer dan 2500 kg en van categorie N1, klasse 1, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij; t. richtlijn 70/220 richtlijn 70/220 richtlijn 2003/76 met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling betreffende een motorrijtuig van categorie N1, klassen II en III, als bedoeld in de tabel van bijlage I, punt 5.3.1.4, bij, en een motorrijtuig van categorie M met een maximummassa van meer dan 2500 kg, geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij. 2004 165 30-08-2004 25-08-2004 KVI2004073287 2004 165 30-08-2004 25-08-2004 KVI2004073287 04-09-2004
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 2, vijfde en zesde lid, van het besluit artikel 2, eerste lid, onder a of c, van dat besluit Voor motorrijtuigen als bedoeld indie in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in, op te gelden en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn: a. richtlijn 97/24 richtlijn 2003/77 met ingang van 1 juli 2004, indien de goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht volgens, zoals deze is gewijzigd bij, en bij die keuring bij de uitvoering van proef type I gebruik is gemaakt van de grenswaarden in de onderscheiden rijen A van de tabel in punt 2.2.1.1.5. van bijlage II bij die richtlijn; b. met ingang van 1 juli 2005, indien het een tweewielige trial- of enduro-motorfiets betreft; c. richtlijn 97/24 richtlijn 2003/77 met ingang van 1 januari 2007, indien de goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht volgens, zoals deze is gewijzigd bij, en bij die keuring voor de uitvoering van proef type I gebruik is gemaakt van de grenswaarden in rij B van de tabel in punt 2.2.1.1.5. van bijlage II bij die richtlijn. 2 Het eerste lid, onderdeel c, geldt niet indien de houder van de in de aanhef van dat lid bedoelde goedkeuring of mededeling aantoont dat er van het desbetreffende motorrijtuig in de Europese Unie jaarlijks niet meer dan 5000 stuks verkocht worden. In dat geval houdt de goedkeuring op te gelden of de mededeling op van kracht te zijn met ingang van 1 januari 2008. 2004 165 30-08-2004 25-08-2004 KVI2004073287 2004 165 30-08-2004 25-08-2004 KVI2004073287 04-09-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluit artikel 2, derde lid, onder a of c, van het besluit Voor motorrijtuigen als bedoeld indie in Nederland nog niet zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, houdt de goedkeuring, bedoeld in, op te gelden, en houdt de mededeling, bedoeld in dat lid, onder b, op van kracht te zijn: a. richtlijn 88/77 richtlijn 96/1 richtlijn 88/77 met ingang van 1 oktober 1993, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bijen bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van; b. richtlijn 88/77 richtlijn 96/1 richtlijn 88/77 met ingang van 1 oktober 1996, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bijen bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in regel B van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van; c. richtlijn 88/77 richtlijn 1999/96 richtlijn 88/77 met ingang van 1 oktober 2001, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bijen bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij A van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I van; d. richtlijn 88/77 richtlijn 1999/96 met ingang van 1 oktober 2006, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.1 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG; e. richtlijn 88/77 richtlijn 1999/96 met ingang van 1 oktober 2009, indien die goedkeuring of mededeling geen betrekking heeft op een keuring die is verricht aan de hand van, zoals deze is gewijzigd bij, of aan de hand van richtlijn 2005/55/EG en bij de keuring ten minste de grenswaarden zijn gehanteerd die zijn aangegeven in rij B.2 van de tabel in punt 6.2.1 van bijlage I bij richtlijn 2005/55/EG; 2 artikel 2, vierde lid, van het besluit artikel 1, eerste lid, onder b, van het besluit Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de goedkeuring en de mededeling, bedoeld in, in geval van verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking aangedreven door al dan niet tot vloeistof verdicht gas of dieselmotoren, bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen als bedoeld in, die nog niet in deze motorrijtuigen zijn gemonteerd, tenzij het betreft motoren bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen die bestemd zijn voor het vervoer van personen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg, die ten hoogste 8 zitplaatsen hebben, die van de bestuurder niet meegerekend. 2007 97 23-05-2007 07-05-2007 KvI2007036856 2007 97 23-05-2007 07-05-2007 KvI2007036856 25-05-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 8 9 Deenzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot, naar het oordeel van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van de Minister van Verkeer en Waterstaat, gelijkwaardige keuringen. 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 19-10-1994
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Een richtlijn tot wijziging of uitvoering van richtlijn 2005/55/EG, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betreffende richtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2007 97 23-05-2007 07-05-2007 KvI2007036856 2007 97 23-05-2007 07-05-2007 KvI2007036856 25-05-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De Regeling keuringsvoorschriften typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging wordt ingetrokken. 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 19-10-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 19-10-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging. 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 1994 199 17-10-1994 05-10-1994 MJZ05094004 19-10-1994
Artikel 1.1 — 1.1#
1.1 De aanvraag voor een keuring van het gassysteem wordt ingediend door de fabrikant of importeur daarvan.
Artikel 1.2 — 1.2#
1.2 richtlijn 94/12/EG richtlijn 96/44/EG richtlijn 96/69/EG De keuring wordt uitgevoerd op een voertuig dat als benzine-versie op basis van,ofeen typegoedkeuring heeft verkregen.
Artikel 1.3 — 1.3#
1.3 Het ter keuring aangeboden voertuig behoort tot een type waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat daarvan een groter aantal voertuigen zal worden omgebouwd op gas dan van de andere typen die behoren tot het desbetreffende merk voertuig. Hiertoe worden door de fabrikant of importeur gegevens verstrekt.
Artikel 1.4 — 1.4#
1.4 De keuring wordt uitgevoerd aan een voertuig dat ten minste 3000 kilometer heeft gereden.
Artikel 2.1 — 2.1#
2.1 De constructie van het gassysteem is zodanig dat de afstelling van onderdelen of functies van het gassysteem die van invloed zijn op de samenstelling van de uitlaatgassen, slechts kan worden gewijzigd door of onder direct toezicht van de fabrikant of importeur van dit systeem.
Artikel 2.2 — 2.2#
2.2 Het gassysteem is ongevoelig voor verandering van samenstelling van de gebruikte gassoort (LPG of CNG).
Artikel 2.3 — 2.3#
2.3 Het gassysteem beschikt over een boorddiagnosesysteem dat de goede werking van het systeem voortdurend bewaakt en de bestuurder van het voertuig waarschuwt indien het systeem niet naar behoren functioneert. Het boorddiagnosesysteem dient minimaal storingen in het signaal van de lambdasensor en afwijkingen van de gerealiseerde luchtbrandstofverhouding van de gewenste verhouding te detecteren. Indien het gassysteem zodanig is geconstrueerd dat automatische overschakeling op benzine plaatsvindt in het geval van een storing aan het gassysteem, dient het boorddiagnosesysteem deze overschakeling eveneens aan te geven.
Artikel 3.1 — 3.1#
3.1 De emissietesten worden uitgevoerd volgens de testprocedure van de richtlijn op basis waarvan de typegoedkeuring voor dat voertuig in de benzine-versie is verstrekt. De instelling van de rollenbank komt overeen met de instelling die bij de keuring van het voertuig in de benzine-uitvoering is gehanteerd, dan wel met de in de betreffende richtlijn opgenomen standaardinstelling.
Artikel 3.2 — 3.2#
3.2 Indien LPG als brandstof wordt gebruikt, wordt de keuring achtereenvolgens verricht met twee gasmengsels die voldoen aan de specificaties als genoemd in aanhangsel A bij deze bijlage. Alvorens de test met het tweede gasmengsel te verrichten, wordt tweemaal een volledige testcyclus gereden met dat mengsel. Op verzoek van de aanvrager mag de keuring tot 1 januari 1998 worden verricht met twee gasmengsels die voldoen aan de specificaties genoemd in aanhangsel B bij deze bijlage.
Artikel 3.3 — 3.3#
3.3 Indien CNG als brandstof wordt gebruikt, wordt de keuring achtereenvolgens verricht met twee gasmengsels die voldoen aan de specificaties genoemd in aanhangsel C bij deze bijlage. Alvorens de test met het tweede gasmengsel te verrichten, wordt tweemaal een volledige testcyclus gereden met dat mengsel.
Artikel 3.4 — 3.4#
3.4 De resulterende massa's van de uitlaatgassen moeten voor de verschillende typen voertuigen beneden de grenswaarden liggen die in onderstaande tabel zijn vermeld: Voertuigtype Referentie-massa (MR) Massa koolmonoxide g/km Gecombineerde massa koolwaterstoffen en stikstofoxiden g/km M (2007/46/EG) alle 1,54 0,35 N1 (2007/46/EG) MR ≤ 1250 1,54 0,35 1250 < MR ≤ 1700 2,8 0,42 MR > 1700 3,5 0,49
Artikel 4.1 — 4.1#
4.1 De fabrikant/importeur dient in het kader van het kwaliteitsborgsysteem procedures te beschrijven en maatregelen te treffen opdat gegarandeerd wordt dat gassystemen die worden gefabriceerd, geleverd en ingebouwd overeenstemmen met het goedgekeurde type gassysteem.
Artikel 4.2 — 4.2#
4.2 De fabrikant/importeur selecteert in eerste instantie ten minste vijf voertuigen uitgerust met gassystemen die representatief zijn voor zijn serieproductie. Na deze selectie mogen geen afstellingen meer worden verricht aan de betreffende voertuigen.
Artikel 4.3 — 4.3#
4.3 De geselecteerde voertuigen mogen niet meer dan 10.000 kilometer hebben gereden.
Artikel 4.4 — 4.4#
4.4 De beproeving in het kader van de overeenstemming van productie wordt uitgevoerd met brandstof van handelskwaliteit.
Artikel 4.5 — 4.5#
4.5 Drie voertuigen worden aselect uit de serie van vijf genomen en aan de onder 3 van deze bijlage beschreven proef onderworpen. De grenswaarden zijn in pt. 3.4 vermeld.
Artikel 4.6 — 4.6#
4.6 Bij een minimum-steekproefomvang van 3 en een maximum-omvang van 10 voertuigen wordt de steekproef zo uitgevoerd dat een partij met 30% uitval de proef met een kans van 90% doorstaat (risico fabrikant = 10%), terwijl een partij met 65% uitval de proef met een kans van 10% doorstaat (risico consument = 10%).
Artikel 4.7 — 4.7#
4.7 Voor elk van de in punt 3.4 van deze bijlage bedoelde verontreinigingen wordt de procedure in stroomschema 4.7.1 gevolgd, waarbij: L: de voor de verontreiniging geldende grenswaarde voor gas is; xi: de meetwaarde voor de I-de motor uit de steekproef; n: de momentane steekproefomvang.
Artikel 4.8 — 4.8#
4.8 Berekening van de statistische waarde die het aantal voertuigen aangeeft die niet in overeenstemming zijn vindt plaats m.b.v. xi>L.
Artikel 4.9.1 — 4.9.1#
4.9.1 In de onderstaande tabellen is af te lezen in welke gevallen acceptatie dan wel verwerping van de test plaatsvindt. n acceptatie (acc) verwerping (verw) 3 0 3 4 0 4 5 1 4 6 2 5 7 2 5 8 3 6 9 4 6 10 5 6
Artikel 4.9.2 — 4.9.2#
4.9.2 In de onderstaande tabel wordt aangegeven op welke wijze bij twijfel de steekproef moet worden voortgezet. Indien het aantal geselecteerde voertuigen dat beschikbaar is gesteld nog niet volstaat om een beslissing te nemen, dient alsnog het resterende aantal voertuigen door de fabrikant/importeur te worden geselecteerd om vervolgens te worden onderworpen aan een nieuwe proef. aantal geconstateerde fouten n 0 1 2 3 4 5 6 3 acc (+2) (+2) verw 4 nvt - - - nvt 5 acc (+1) (+2) verw 6 acc (+2) - nvt 7 nvt (+1) (+2) verw 8 acc (+1) (+1) nvt 9 acc (+1) verw 10 acc verw
Artikel 4.10.1 — 4.10.1#
4.10.1 De productie van een serie wordt op basis van een steekproef van voertuigen als conform dan wel niet conform beschouwd zodra voor alle verontreinigingen acceptatie dan wel voor één verontreiniging verwerping plaatsvindt, overeenkomstig de proefcriteria beschreven in de punten 4.6 t/m 4.9.
Artikel 4.10.2 — 4.10.2#
4.10.2 Wanneer voor een van de verontreinigen acceptatie plaatsvindt, wordt de beslissing hiertoe niet gewijzigd door eventuele aanvullende proeven die worden verricht om tot een beslissing inzake de overige verontreinigingen te komen.
Artikel 4.10.3 — 4.10.3#
4.10.3 Indien niet voor alle verontreinigingen acceptatie plaatsvindt en indien voor geen enkele verontreiniging verwerping plaatsvindt, wordt de proef met een ander voertuig herhaald.
Artikel 4.10.4 — 4.10.4#
4.10.4 De fabrikant/importeur kan te allen tijde de proeven laten staken indien het niet tot een beslissing komt; dit wordt als verwerping geregistreerd.
Artikel 5.1 — 5.1#
5.1 Alle voertuigen die zijn uitgerust met gassystemen die zijn goedgekeurd volgens deze bijlage dienen gemiddeld over de effectieve levensduur van het voertuig – mits goed onderhouden en normaal gebruikt – aan de keuringseisen van deze bijlage te blijven voldoen.
Artikel 5.2 — 5.2#
5.2 Onder effectieve levensduur van het voertuig wordt verstaan: 80.000 kilometer of 5 jaar, welke van de twee het eerst wordt bereikt.
Artikel 5.3 — 5.3#
5.3 Het testen en het beoordelen van de duurzaamheid vindt plaats overeenkomstig de procedure en de criteria hiervoor beschreven onder 4.5 en volgende.
Artikel 5.4 — 5.4#
5.4 Het niet voldoen aan de eisen van duurzaamheid wordt aangemerkt als een gebrek in de overeenstemming van de productie.