Regeling houdende de bekendmaking van de financiële middelen en de verdelingsregels voor de voorzieningen in de huisvesting 1994, alsmede bekendmaking aanwijzing gebouwen voor algehele aanpassing en ingrijpend onderhoud voor het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs
- BWB-id
- BWBR0006444
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1994-06-23 t/m 2014-01-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006444
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-subsidieplafond-verdelingsregels-en-aanwijzing-bouw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-subsidieplafond-verdelingsregels-en-aanwijzing-bouw/1994-06-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006444&g=1994-06-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006444&z=2026-06-06&g=1994-06-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006444/1994-06-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/regeling-subsidieplafond-verdelingsregels-en-aanwijzing-bouw
Artikel 1 — Artikel 1 Voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de hoofdvestiging van een school die op of na 1 augustus 1992 is samengevoegd of zal worden samengevoegd met een andere school voor basisonderwijs voor het bekostigingsjaar 1996#
Artikel 1 Voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de hoofdvestiging van een school die op of na 1 augustus 1992 is samengevoegd of zal worden samengevoegd met een andere school voor basisonderwijs voor het bekostigingsjaar 1996 1.1 Het ten hoogste beschikbare bedrag voor de voorzieningen bedoeld in artikel XV, tweede lid onder a, van de Wet toerusting en bereikbaarheid voor het bekostigingsjaar 1996 bedraagt: f 50 mln (investering) 1.2 artikel 11 Het in 1.1. genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen: a. (vervangende) nieuwbouw b. ingebruikneming c. uitbreiding en d. partiële aanpassing, alsmede e. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket. 1.3 Bij de toewijzing van de in 1.2. vermelde voorzieningen wordt: a. een blijvende voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is, waarbij: 1. artikel 56 van de WBO ten eerste voorrang wordt gegeven aan voorzieningen die deel uitmaken van een meerjarig samenstel van fusies in de gemeente van vestiging waardoor de stichtingsnorm bedoeld inwordt bereikt dan wel overschreden en waardoor vaststaat dat het gebouw waarvoor de voorzieningen gevraagd worden, in gebruik blijft bij het basisonderwijs en 2. ten tweede, gelet op het zo optimaal mogelijk gebruiken van de bestaande gebouwencapaciteit, voorrang wordt gegeven aan de voorzieningen, waarvoor de uitkomst van het quotiënt van de te bereiken vermindering in bruto vloeropper vlakte en de noodzakelijke investering vermenigvuldigd met het quotiënt van het leerlingaantal van de school en de opheffingsnorm van de gemeente van vestiging zo hoog mogelijk is. b. Onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat rechtvaardigt. 1.4 Bij toepassing van 1.3. zal geen verwijzing plaatsvinden naar eventueel aanwezige leegstand bij andere schoolgebouwen, zoals dat op basis van artikel 9 van het Huisvestingsbesluit WBO mogelijk zou zijn. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 2 — Artikel 2 Voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs#
Artikel 2 Voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs 2.1 De ten hoogste beschikbare bedragen voor de voorzieningen bedoeld in artikel XV, tweede lid onder b, van de Wet toerusting en bereikbaarheid voor het bekostigingsjaar 1996 zijn voor: a. (vervangende) nieuwbouw van een lesgebouw/ gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening f 68,0 mln (investering), b. ingebruikneming van een lesgebouw/ gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening f 15,0 mln (investering), c. uitbreiding van een lesgebouw/ gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening f 37,0 mln (investering), d. partiële aanpassing f 3,4 mln (investering), e. algehele aanpassing f 29,0 mln (investering), f. elementen van ingrijpend onderhoud, niet zijnde voorheen behorend tot het technisch onderhoud f 8,2 mln (investering), alsmede g. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket f 5,3 mln (investering). 2.2 artikel 11 De in 2.1. genoemde bedragen zijn, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen. 2.3 Bij de toewijzing van de voorzieningen genoemd in 2.1. wordt: a. een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de hoofd- of nevenvestiging vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is en de voorziening bijdraagt aan een optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit, dan wel deze bestendigt en waarbij: 1. artikel 107 e, eerste lid onder a,b en c van de WBO aan voorzieningen genoemd in 2.1., onderdelen a,b en c voorrang wordt gegeven, die noodzakelijk zijn om een tekort aan ruimte op te heffen, waarbij als eerste worden toegewezen de voorzieningen voor die hoofd- of nevenvestiging die het grootste tekort aan ruimte heeft ten opzichte van de aanwezige gebouwencapaciteit, terwijl bij een gelijk tekort de school met het grootste aantal leerlingen op 1 oktober 1994 in verhouding tot de opheffingsnorm van de gemeente van vestiging c.q. opheffingsnorm als genoemd invoorgaat; 2. aan de voorziening genoemd in 2.1., onderdeel d voorrang wordt gegeven, die het daadwerkelijk buitengebruikstellen van een niet meer noodzakelijk gebouw mogelijk maakt, waarbij de voorziening met de geringste kosten voorgaat en vervolgens wordt goedgekeurd een andere partiële aanpassing met de geringste kosten; 3. artikel 14 aan de voorziening genoemd in 2.1. onderdeel e (aangewezen op grond vanen 24.1) voorrang wordt gegeven aan het oudste gebouw voor de hoofd- of nevenvestiging, terwijl bij gelijke ouderdom het gebouw met het daarin hoogste aantal geplaatste groepen voorgaat; 4. artikelen 15 20 tot en met 23 voor elementen van de voorzieningen genoemd in 2.1. onderdeel f voorrang wordt gegeven aan vervanging van een element van ingrijpend onderhoud bij een op basis van de,of artikel 24.2 van deze regeling aangewezen gebouw. De toewijzing vindt plaats door als eerste het ingrijpend onderhoud goed te keuren ten behoeve van de aanvraag die per gebouwelement in de combinatie van conditie en wegingsgetal de hoogste score kent in het bouwkundig rapport, voor zover tenminste 50 procent van het betreffende gebouwelement in conditie 4 of hoger verkeert. En vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste score. Het gaat om de volgende gebouwelementen, gerangschikt naar prioriteit: gevelkozijn hellend dak binnenkozijnen c.v.leidingen en radiatoren waterleiding/sanitair mechanische ventilatie toiletten gemeenschapsruimten toilet en gemeenschapsruimten. b. Onderwijsleerpakket en meubilair of onderwijsleerpakket genoemd in 2.1. onderdeel g wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofd- of nevenvestiging rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 2.1. onderdelen a,b of c wordt toegewezen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 3 — Artikel 3 Overige voorzieningen#
Artikel 3 Overige voorzieningen 3.1 De ten hoogste beschikbare bedragen voor de voorzieningen bedoeld in artikel XV, tweede lid onder c, van de Wet toerusting en bereikbaarheid voor het bekostigingsjaar 1996 zijn: a. artikel 69, negende, tiende of elfde lid artikel 70, zesde of zevende lid van de WBO voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen van basisscholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform artikel III van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels (Stb. 1992, 310), dan wel conformofen voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht f 65 mln (investering); b. ingrijpend onderhoud van elementen die overgeheveld zijn uit technisch onderhoud f 27,1 mln (investering). 3.2 artikel 11 De in 3.1. genoemde bedragen zijn, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voorzieningen. 3.3 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 3.1. onder a, wordt een voor blijvend gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Als eerste wordt toegewezen de voorziening, die past binnen een beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit met het hoogste bedrag. 3.4 artikelen 16 23 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 3.1. onder b wordt slechts toegewezen de voorziening voor permanente hoofdgebouwen, die voldoet aan het gestelde in de,en 24.2. Toewijzing vindt plaats door als eerste de voorziening goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang. 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 23-06-1994
Artikel 4 — Artikel 4 artikel 70 WBO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het jaar 1995#
Artikel 4 artikel 70 WBO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het jaar 1995 4.1 artikel 64b, eerste lid onder a2o van de WBO De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld invoor de tussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het bekostigingsjaar 1995 zijn als volgt vastgesteld: a. voorzieningen als genoemd in 4.2. f 6,0 mln (investering); b. artikel 64b, zevende lid van de WBO noodzakelijke vervanging als bedoeld inf 10,0 mln (investering). 4.2 artikel 11 Het in 4.1. onder a, genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen: a. nieuwbouw, b. ingebruikneming gebouw of gedeelte daarvan, c. uitbreiding, d. partiële aanpassing, alsmede e. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket. 4.3 artikel 11 Het in 4.1. onder b. genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorziening. 4.4 artikel 64b, zevende lid, van de WBO De voorzieningen genoemd in 4.1., die noodzakelijk zijn in 1995 worden, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de hoofd- of nevenvestiging vanaf 1995 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Daarbij wordt de volgorde van toewijzing bepaald door de volgorde van binnenkomst met dien verstande dat, voor zover het gehele of gedeeltelijke vervanging betreft, moet zijn voldaan aan de voorwaarden in. 4.5 Onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket, genoemd in 4.2. onderdeel e wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofd- of nevenvestiging rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 4.1. onderdelen a,b of c wordt toegewezen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 5 — Artikel 5 artikel 73 WBO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 oktober 1995 aangevraagde voorzieningen voor de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996#
Artikel 5 artikel 73 WBO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 oktober 1995 aangevraagde voorzieningen voor de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996 5.1 artikel 64b, eerste lid onder a3o van de WBO De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld invoor de tussen 1 november 1994 en 1 oktober 1995 aangevraagde voorzieningen voor de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996 zijn als volgt vastgesteld: a. als genoemd in artikel 5.2. van deze regeling f 4,7 mln (jaarvergoeding); b. als genoemd in artikel 5.3. van deze regeling f 15,6 mln (investering); c. artikel 64b, zevende lid noodzakelijke vervanging als bedoeld inf 3,0 mln (jaarvergoeding) d. artikel III van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels artikel 73, vierde of vijfde lid van de WBO voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen van basisscholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform(Stb. 1992, 310), dan wel conformen voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht. 5.2 artikel 11 Het in 5.1. onder a., genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen: a. nieuwbouw (aanvullende en zelfstandige voorziening), b. uitbreiding, c. ingebruikneming/huur bestaand (gebouw)gedeelte, d. verplaatsing en e. vermeerdering klokuren voor C-lokalen. 5.3 artikel 11 Het in 5.1. onder b., genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen: f. onderwijsleerpakket en meubilair en g. g. onderwijsleerpakket. 5.4 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 5.2. wordt: a. voorrang gegeven aan voorzieningen die bestemd zijn als aanvullende huisvesting bij hoofdvestigingen van basisscholen samengevoegd na fusie op of na 1 augustus 1992, waarbij de volgorde van toewijzing wordt bepaald aan de hand van de criteria genoemd in artikel 1.3 onder a1 en onder a2 van deze regeling; b. daarna toegewezen de voorziening die noodzakelijk is om een tekort aan groepsruimten op te heffen. Toewijzing vindt het eerst plaats aan die hoofd- of nevenvestiging, waarbij de verhouding tussen het hiervoor noodzakelijke aantal groepsruimten en de schoolgrootte de hoogste uitkomst kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de daarop hoogste; c. tenslotte toegewezen de voorziening die noodzakelijk is om een tekort aan klokuren op te heffen. Toewijzing vindt het eerst plaats aan die hoofd- of nevenvestiging, waarbij de verhouding tussen het hiervoor noodzakelijke aantal klokuren en de huidige gebruiksuren de hoogste uitkomst kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de daarop hoogste. 5.5 Bij de toewijzing van de in 5.3. genoemde voorzieningen wordt: Toewijzing vindt het eerst plaats aan die school, waarbij de verhouding tussen het hiervoor noodzakelijke aantal eenheden (groepen) en het aantal groepen waarvoor reeds bekostiging is verstrekt de hoogste uitkomst kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de daarop hoogste. a. voorrang gegeven aan onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofdvestiging rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 5.4 onder a wordt toegewezen; b. vervolgens aan onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofd- of nevenvestiging rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 5.4 onder b wordt toegewezen; c. tenslotte onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofd- of nevenvestiging rechtvaardigt. 5.6 artikel 64b, zevende lid, van de WBO De voorziening genoemd in 5.1. onder c, wordt toegewezen, indien de gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw voldoet aan de voorwaarden in. Als eerste wordt toegewezen aan de hoofd- of nevenvestiging waar de noodzaak tot vervanging het grootst is. Daarna wordt toegewezen aan de daarop volgende grootste noodzaak. 5.7 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 5.1. onder d wordt een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf schooljaar 1995/1996 tenminste 4 jaar de betreffende voorziening nodig heeft en de betreffende voorziening past binnen het beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit. Als eerste wordt toegewezen de voorziening met het hoogste bedrag, voor zover er geen voorzieningen met hogere bedragen worden toegewezen op grond van artikel 3.3. 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 23-06-1994
Artikel 6 — Artikel 6 artikel 77, eerste lid, van de ISOVSO Op grond vanaangevraagde voorzieningen voor het bekostigingsjaar 1996#
Artikel 6 artikel 77, eerste lid, van de ISOVSO Op grond vanaangevraagde voorzieningen voor het bekostigingsjaar 1996 6.1 artikel 72b, eerste lid onder a1° van de ISOVSO De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld invoor het bekostigingsjaar 1996 zijn als volgt vastgesteld: a. (vervangende) nieuwbouw van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 10,0 mln (investering); b. ingebruikneming van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 5,0 mln (investering); c. uitbreiding van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 18,0 mln (investering); d. terrein van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 3,7 mln (investering); e. partiële aanpassing f 8,0 mln (investering); f. algehele aanpassing f 10,0 mln (investering); g. elementen van ingrijpend onderhoud, niet zijnde uit technisch onderhoud f 1,5 mln (investering); h. ingrijpend onderhoud van elementen die overgeheveld zijn uit technisch onderhoud f 5,9 mln (investering); i. artikel IV van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels artikel 77, negende, tiende of elfde lid artikel 78, zesde of zevende lid van de ISOVSO voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen van scholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform(Stb. 1992, 310), dan wel conformofen voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht f 25,0 mln (investering). j. onderwijsleerpakket en meubilair f 2,0 mln (investering). 6.2 artikel 11 De in 6.1. genoemde bedragen zijn, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen. 6.3 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 6.1 wordt: a. een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is en de voorziening bijdraagt aan een optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit, dan wel deze bestendigt, waarbij: 1. artikel 104 artikel 104a van de ISOVSO aan voorzieningen genoemd in 6.1., onderdelen a,b,c en d, voorrang wordt gegeven, die noodzakelijk zijn voor een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. om een tekort aan ruimte/terrein op te heffen, waarbij als eerste wordt goedgekeurd de voorziening noodzakelijk voor die school die het grootste tekort aan ruimte/terrein heeft ten opzichte van de aanwezige gebouwencapaciteit/oppervlakte en waarbij bij gelijk tekort de grootste school in verhouding tot de opheffingsnorm als genoemd inofvoorgaat. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten; 2. voorrang wordt gegeven aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel e, gerangschikt naar prioriteit: a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw; b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie; c. creëren van een extra groepsruimte; d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid; e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid; f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid; g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken; h. vervangen oliestook; i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak; 3. artikelen 17 23 aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel f (aangewezen op grond van de,en 24.1) voorrang wordt gegeven aan het oudste gebouw, terwijl bij gelijke ouderdom het gebouw met het daarin hoogste aantal geplaatste groepen voorgaat; 4. artikelen 18 20 tot en met 23 aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel g, voorrang wordt gegeven aan vervanging van een element van ingrijpend onderhoud bij een op basis van deofen 24.2 van deze regeling aangewezen gebouw. De toewijzing vindt plaats door als eerste het ingrijpend onderhoud goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die per gebouwelement in de combinatie van conditie en wegingsgetal de hoogste score kent in het bouwkundig rapport, voor zover tenminste 50% van het betreffende gebouwelement in conditie 4 of hoger verkeert. En vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste score. Het gaat om de volgende gebouwelementen, gerangschikt naar prioriteit: gevelkozijn hellend dak binnenkozijnen c.v.leidingen en radiatoren waterleiding/sanitair mechanische ventilatie toiletten gemeenschapsruimten toilet en gemeenschapsruimten; 5. artikelen 19 23 voor voorzieningen genoemd in artikel 6.1. onderdeel h, voorrang wordt gegeven aan permanente hoofdgebouwen die voldoen aan het gestelde in de,en 24.2 van deze regeling en die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kennen. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang. b. Onderwijsleerpakket en meubilair wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit ISOVSO dat rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 6.1. onderdelen a,b of c, wordt toegewezen. 6.3 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 6.1. onder I, wordt een voor blijvend gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Als eerste wordt toegewezen de voorziening, die past binnen een beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit met het hoogste bedrag. 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 23-06-1994
Artikel 7 — Artikel 7 artikel 78 van de ISOVSO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het jaar 1995 of 1996#
Artikel 7 artikel 78 van de ISOVSO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het jaar 1995 of 1996 7.1 artikel 72b, eerste lid onder a2o van de ISOVSO De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld invoor de in de periode tussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het jaar 1995 of 1996 zijn als volgt vastgesteld: a. als genoemd in 7.3. f 3 mln (investering); b. noodzakelijke vervanging als bedoeld in artikel 72b, zevende lid van de wet f 5 mln (investering). 7.2 artikel 11 Het in 7.1. onder a. genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen: a. nieuwbouw, b. ingebruikneming gebouw of gedeelte daarvan, c. uitbreiding, d. terrein, e. partiële aanpassing, alsmede f. onderwijsleerpakket en meubilair. 7.3 artikel 11 Het in 7.1. onder b. genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorziening. 7.4 artikel 72b, zevende lid, van de ISOVSO Bij de toewijzing van de in 7.1. onder b en 7.2. genoemde voorzieningen wordt, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf het gewenste jaar van bekostiging ten minste 20 jaar levensvatbaar is. De volgorde van toewijzing wordt bepaald door de volgorde van binnenkomst met dien verstande dat, voor zover het gehele of gedeeltelijke vervanging betreft, moet zijn voldaan aan de voorwaarden in. 7.5 Onderwijsleerpakket en meubilair of onderwijsleerpakket genoemd in 7.2. onderdeel f wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit ISOVSO dat rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 7.2. onderdelen a, b of c, wordt toegewezen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 8 — Artikel 8 artikel 81 van de ISOVSO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 oktober 1995 aangevraagde voorzieningen voor de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996#
Artikel 8 artikel 81 van de ISOVSO Op grond vantussen 1 november 1994 en 1 oktober 1995 aangevraagde voorzieningen voor de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996 8.1 artikel 72b, eerste lid onder a 3o van de ISOVSO De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld invoor de in de periode tussen 1 november 1994 en 1 oktober 1995 aangevraagde voorzieningen voor het schooljaar 1994/1995 en 1995/1996: a. als genoemd in 8.2. van deze regeling f 1,25 mln (jaarvergoeding); b. als genoemd in 8.3. van deze regeling f 2,0 mln (investering); c. noodzakelijke vervanging als bedoeld in artikel 72b, zevende lid f 1,0 mln (jaarvergoeding). d. artikel IV van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels artikel 81, vijfde of zesde lid van de ISOVSO voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen van scholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform(Stb. 1992, 310), dan wel conformen voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht. 8.2 artikel 11 Het in 8.1. onder a. genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen: a. nieuwbouw (aanvullende en zelfstandige voorziening); b. uitbreiding; c. ingebruikneming/huur bestaand (gebouw)gedeelte; d. verplaatsing; e. terrein en f. vermeerdering klokuren voor C-lokalen. 8.3 artikel 11 Het in 8.1. onder b. genoemde bedrag is, voor zovergeen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: g. onderwijsleerpakket en meubilair. 8.4 Bij de toewijzing van de in 8.2 genoemde voorzieningen wordt: a. als eerste goedgekeurd de voorziening die noodzakelijk is om een tekort aan groepsruimten op te heffen. Toewijzing vindt het eerst plaats aan die school van een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k., waarbij de verhouding tussen het hiervoor noodzakelijke aantal groepsruimten en de schoolgrootte de hoogste uitkomst kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de daarop hoogste. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten; b. tenslotte goedgekeurd de voorziening die noodzakelijk is om een tekort aan klokuren op te heffen. Toewijzing vindt het eerst plaats aan die school van een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k., waarbij de verhouding tussen het hiervoor noodzakelijke aantal klokuren en de huidige gebruiks-uren de hoogste uitkomst kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de daarop hoogste. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten. 8.5 Bij de toewijzing van de in 8.3. genoemde voorziening wordt: a. voorrang gegeven aan onderwijsleerpakket en meubilair, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit ISOVSO dat rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 8.4 onder a wordt toegewezen; b. tenslotte onderwijsleerpakket en meubilair toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit ISOVSO dat rechtvaardigt. Toewijzing vindt het eerst plaats aan die school, waarbij de verhouding tussen het hiervoor noodzakelijke aantal eenheden (groepen) en het aantal groepen waarvoor reeds bekostiging is verstrekt de hoogste uitkomst kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de daarop hoogste. 8.6 artikel 72b, zevende lid van de ISOVSO De voorziening genoemd in 8.1. onder c wordt toegewezen, indien gehele of gedeeltelijke vervanging van een gebouw voldoet aan de voorwaarden in. Toewijzing vindt het eerst plaats aan een school van een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k., waarbij de noodzaak van vervanging het grootst is. Daarna wordt toegewezen aan de daarop volgende grootste noodzaak. Vervolgens vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten. 8.7 Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 8.1. onder d wordt een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf schooljaar 1995/1996 tenminste 4 jaar de betreffende voorziening nodig heeft en de betreffende voorziening past binnen het beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit. Als eerste wordt toegewezen de voorziening met het hoogste bedrag, voor zover er geen voorzieningen met hogere bedragen worden toegewezen op grond van artikel 6.3. 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 1994 17 22-06-1994 13-06-1994 CFI/I/INS-94018069 23-06-1994
Artikel 9 — Artikel 9 artikel 98, zesde lid van de WBO Verhoging stichtingskosten basisonderwijs;#
Artikel 9 artikel 98, zesde lid van de WBO Verhoging stichtingskosten basisonderwijs; artikel 98, zesde lid van de WBO In de onder 1.1., 2.1, 3.1., 4.1. en 5.1. vermelde bedragen zijn tevens begrepen de bedragen voor aanvragen exvoor de aldaar vermelde periodes. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 10 — Artikel 10 artikel 95, zesde lid van de ISOVSO Verhoging stichtingskosten (voorgezet) speciaal onderwijs:#
Artikel 10 artikel 95, zesde lid van de ISOVSO Verhoging stichtingskosten (voorgezet) speciaal onderwijs: artikel 95, zesde lid van de ISOVSO In de onder 6.1., 7.1. en 8.1. vermelde bedragen zijn tevens begrepen de bedragen voor aanvragen exvoor de vermelde periodes. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 11 — Artikel 11 Overheveling deelbudgetten#
Artikel 11 Overheveling deelbudgetten Indien een of enkele deelbudgetten genoemd in 1.1. tot en met 5.1. bij gebrek aan aanvragen die voor gehele of gedeeltelijke toewijzing in aanmerking komen niet geheel besteed kunnen worden, vindt overheveling van het restant van het desbetreffende deelbudget plaats naar één of meer deelbudgetten binnen hetzelfde artikel van deze regeling waarvoor meer aanvragen zijn ingediend die voor gehele of gedeeltelijke toewijzing in aanmerking komen dan het desbetreffende deelbudget toelaat. Indien na toepassing van de vorige zin middelen overblijven, worden deze toegevoegd aan een of meer deelbudgetten van het andere artikel van deze regeling waarin budgetten zijn opgenomen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 12 — Artikel 12 Samenloop van gevraagde voorzieningen#
Artikel 12 Samenloop van gevraagde voorzieningen 12.1 Indien het bevoegd gezag van een basisschool zowel een aanvraag voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening als een aanvraag voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening voor dezelfde groep(en) leerlingen indient, wordt de aanvraag voor de voor blijvend gebruik bestemde voorziening afgewezen. 12.2 Indien het bevoegd gezag van een school voor speciaal en/of voortgezet speciaal onderwijs zowel een aanvraag voor een blijvende voorziening als een aanvraag voor een tijdelijke voorziening voor dezelfde groep(en) leerlingen indient, wordt de aanvraag voor de blijvende voorziening afgewezen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 13 — Artikel 13 Overige budgetten#
Artikel 13 Overige budgetten Voor die voorzieningen in de huisvesting die niet zijn genoemd in deze regeling opgenomen, respectieve verdelingsregels is het budget op nihil gesteld. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 14 — Artikel 14 Aanwijzing gebouwen voor algehele aanpassing#
Artikel 14 Aanwijzing gebouwen voor algehele aanpassing Voor algehele aanpassing kunnen in 1996 in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het basisonderwijs, een permanente bouwaard hebben, beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1947 tot en met 1952, 1907 tot en met 1912 en 1867 tot en met 1872 en nog niet eerder algehele aanpassing bekostigd hebben gekregen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 15 — Artikel 15 Aanwijzing gebouwen voor ingrijpend onderhoud#
Artikel 15 Aanwijzing gebouwen voor ingrijpend onderhoud 15.1 Voor elementen van het ingrijpend onderhoud in de 40-jarige cyclus kunnen in 1996 in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het basisonderwijs, een permanente bouwaard hebben, beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1947 tot en met 1956, 1907 tot en met 1916 en 1867 tot en met 1876 en nog niet eerder (de desbetreffende elementen van) ingrijpend onderhoud bekostigd hebben gekregen, terwijl gelet op de conditie van het desbetreffende element vervanging wel noodzakelijk is. 15.2 Voor het element ingrijpend onderhoud in de 60-jarige cyclus kunnen in 1996 in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het basisonderwijs, een permanente bouwaard hebben, beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1927 tot en met 1936 of 1867 tot en met 1876 en nog niet eerder dit ingrijpend onderhoud bekostigd hebben gekregen, terwijl gelet op de conditie van het desbetreffende element vervanging wel noodzakelijk is. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 16 — Artikel 16 Aanvullende aanwijzing gebouwen basisonderwijs#
Artikel 16 Aanvullende aanwijzing gebouwen basisonderwijs Voor ingrijpend onderhoud, voorheen behorend tot het technisch onderhoud, komen in 1996 in aanmerking die schoolgebouwen die als hoofdgebouw in gebruik zijn bij het basisonderwijs, een permanente bouwaard hebben en beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1956, 1916 of 1876. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 17 — Artikel 17 Aanwijzing gebouwen voor algehele aanpassing#
Artikel 17 Aanwijzing gebouwen voor algehele aanpassing Voor algehele aanpassing kunnen in 1996 in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben, beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1947 tot en met 1953, 1907 tot en met 1913 en 1867 tot en met 1873 en nog niet eerder algehele aanpassing bekostigd hebben gekregen. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 18 — Artikel 18 Aanwijzing gebouwen voor ingrijpend onderhoud#
Artikel 18 Aanwijzing gebouwen voor ingrijpend onderhoud 18.1 Voor elementen van het ingrijpend onderhoud in de 40-jarige cyclus kunnen in 1996 in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben, beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1947 tot en met 1956, 1907 tot en met 1916 en 1867 tot en met 1876 en nog niet eerder (de desbetreffende elementen van) ingrijpend onderhoud bekostigd hebben gekregen, terwijl gelet op de conditie van het desbetreffende element vervanging wel noodzakelijk is. 18.2 Voor het element ingrijpend onderhoud in de 60-jarige cyclus kunnen in 1996 in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben, beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1927 tot en met 1936 of 1867 tot en met 1876 en nog niet eerder dit ingrijpend onderhoud bekostigd hebben gekregen, terwijl gelet op de conditie van het desbetreffende element vervanging wel noodzakelijk is. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 19 — Artikel 19 Aanvullende aanwijzing gebouwen (voortgezet) speciaal onderwijs#
Artikel 19 Aanvullende aanwijzing gebouwen (voortgezet) speciaal onderwijs Voor de elementen van het ingrijpend onderhoud, voorheen behorend tot het technisch onderhoud, komen in 1996 in aanmerking die schoolgebouwen die als hoofdgebouw in gebruik zijn bij het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben en beschikken over een toegewezen stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 1956, 1916 of 1876. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 20 — Artikel 20 Herhaling aanvraag na toepassing financiële weigering#
Artikel 20 Herhaling aanvraag na toepassing financiële weigering Voor ingrijpend onderhoud kunnen in 1996 eveneens in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het basisonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben en beschikken over een toegekend stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar op grond waarvan deze gebouwen in 1995 in aanmerking konden komen voor ingrijpend onderhoud en de aanvraag niet werd gehonoreerd vanwege niet meer beschikbaar zijn van budget daarvoor. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 21 — Artikel 21 Vroegtijdig ingrijpend onderhoud 40-jarige cyclus#
Artikel 21 Vroegtijdig ingrijpend onderhoud 40-jarige cyclus Voor elementen van ingrijpend onderhoud in de 40-jarige cyclus kunnen in 1996 tevens in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het basisonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben en beschikken over een toegekend stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 35 tot en met 39 jaar vóór 1996, dan wel 75 tot en met 79 jaar vóór 1996, dan wel 115 tot en met 119 jaar vóór 1996 en nog niet eerder de desbetreffende elementen van ingrijpend onderhoud bekostigd hebben gekregen, terwijl gelet op de conditie van het desbetreffende element vervanging wel noodzakelijk is. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 22 — Artikel 22 Vroegtijdig ingrijpend onderhoud 60-jarige cyclus#
Artikel 22 Vroegtijdig ingrijpend onderhoud 60-jarige cyclus Voor het element ingrijpend onderhoud in de 60-jarige cyclus kunnen 1996 tevens in aanmerking komen hoofdgebouwen die in gebruik zijn bij het basisonderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs, een permanente bouwaard hebben en beschikken over een toegekend stichtingsjaar of bij gebreke daarvan een oorspronkelijk stichtingsjaar van 55 tot en met 59 jaar vóór 1996, dan wel 115 tot en met 119 jaar vóór 1996 en nog niet eerder de desbetreffende elementen van ingrijpend onderhoud bekostigd hebben gekregen, terwijl gelet op de conditie van het desbetreffende element vervanging wel noodzakelijk is. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 23 — Artikel 23 WBO ISOVSO Uitsluiting gebouwgedeelten onderof#
Artikel 23 WBO ISOVSO Uitsluiting gebouwgedeelten onderof WBO ISOVSO Gebouwgedeelten die krachtens deofzijn goedgekeurd, worden niet meegerekend voor de toepassing van afdeling 2 en de bepaling van de omvang van de vergoeding. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 24 — Artikel 24 Toepassing stichtingsjaren#
Artikel 24 Toepassing stichtingsjaren 24.1 artikelen 14 17 artikel 23 Voor algehele aanpassing kunnen slechts gebouwen in aanmerking komen die voor de helft of meer een stichtingsjaar hebben als bedoeld in deofen met in acht neming van. 24.2 artikelen 15 16 18 19 artikelen 20 tot en met 22 artikel 23 Voor ingrijpend onderhoud kunnen slechts gebouwen in aanmerking komen die voor de helft of meer een stichtingsjaar hebben als bedoeld in de,of,en/of deen met inachtneming van. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 25 — Artikel 25 Bekendmaking#
Artikel 25 Bekendmaking Deze regeling wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 26 — Artikel 26 Inwerkingtreding#
Artikel 26 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de publikatie waarin de regeling geplaatst is met dien verstande dat de regeling in elk geval ziet op aanvragen ingediend voor de in afdeling 1 van deze regeling bedoelde bekostigingsjaren en in de in die artikelen aangegeven periodes. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994
Artikel 27 — Artikel 27 Citeertitel#
Artikel 27 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling subsidieplafond, verdelingsregels en aanwijzing bouwjaren met betrekking tot huisvestingsvoorzieningen b.a.o. en (v.)s.o. 1994. 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 1994 6 16-02-1994 03-02-1994 CFI/I/INS-94002170 17-02-1994