Regeling tot vaststelling van bepalingen met betrekking tot het gebruik van de mogelijkheden van spaarloon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor personeel van instellingen bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, d3, d12 en d16 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.
- BWB-id
- BWBR0006708
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1994-06-16 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006708
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-onderwijspersoneel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-onderwijspersoneel/1994-06-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006708&g=1994-06-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006708&z=2026-06-06&g=1994-06-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006708/1994-06-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-onderwijspersoneel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: 1. personeelslid: Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel . de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2, e3, e12 of e16 van het; 2. bevoegd gezag: Wet op de loonbelasting 1964 . degene, die ten aanzien van het personeelslid wordt aangemerkt als inhoudingsplichtinge als bedoeld in de. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2 artikel 34a, vijfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 Het bevoegd gezag houdt op verzoek van het personeelslid op diens salaris een bedrag in en maakt dat over op een door het personeelslid opgegeven spaarloonrekening dan wel de rekening van de financiële instelling waarbij het personeelslid een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd heeft afgesloten. Dit bedrag is niet hoger dan het ingevolgejunctovastgestelde maximumspaarbedrag. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Het inbedoelde verzoek wordt schriftelijk gedaan op een door het bevoegd gezag nader te bepalen wijze. 2 artikel 15, tweede lid van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen artikel 2 Het personeelslid overlegt bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring van een financiële instelling als bedoeld in, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend dan wel een inbedoelde verzekering heeft afgesloten, waaruit blijkt dat: a. deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstregelingen zal handelen; b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegd gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin het personeelslid heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zoveel betreft: 1. het spaarloon 2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van het personeelslid komt; c. artikel 11, tweede lid Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziektewet deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de, deen de, danwel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van het bevoegd gezag aan hem zal doen toekomen. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Bij het inbedoelde verzoek doet het personeelslid opgave van tenminste de volgende gegevens: a. het op het salaris in te houden spaarbedrag; b. of dit bedrag in gelijke maandelijkse termijnen danwel éénmalig in het kalenderjaar op het salaris moet worden ingehouden; c. artikel 3 het bank- of gironummer van de inbedoelde financiële instelling; d. het nummer van de spaarloonrekening respectievelijk het polisnummer van de levensverzekering. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien het personeelslid in maandelijkse termijnen spaart behoeft het verzoek daartoe slechts één keer te worden ingediend. 2 artikel 2 Het personeelslid kan telkens per 1 januari van enig kalenderjaar het bevoegd gezag schriftelijk verzoeken het maandelijks in te houden bedrag te wijzigen, een en ander met inachtneming van het inbedoelde maximumbedrag. 3 Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen over de wijze waarop het personeelslid een verzoek als bedoeld in het tweede lid indient. 4 Indien het personeelslid spaart via éénmalige inhouding op het salaris dient hij het verzoek daartoe ieder jaar in. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het bevoegd gezag stort het op het salaris van het personeelslid ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door het personeelslid opgegeven bank- of gironummer van de financiële instelling ten gunste van de spaarloonrekening van het personeelslid respectievelijk ten gunste van de afgesloten levensverzekering. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het is het personeelslid niet toegestaan rechtstreeks stortingen op zijn spaarloonrekening te verrichten. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het personeelslid kan de op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen opnemen indien: a. het spaarbedrag tenminste vier jaren op de spaarloonrekening heeft gestaan; b. het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaaregelingen en winstdelingsregelingen; c. artikel 8 eerste lid het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrenteverzekering of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 16, tweede lid, juncto, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaaregelingen en winstdelingsregelingen. 2 Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, eerste lid, onder b en c Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld in, heeft het personeelslid de schriftelijke machtiging van het bevoegd gezag nodig. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Op verzoek van het personeelslid beëindigt het bevoegd gezag de inhouding van spaarbedragen op het salaris van het personeelslid. 2 artikel 8 Ten aanzien van het opnemen van gespaarde bedragen isvan overkomstige toepassing. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien het bevoegd gezag geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zoals bedoeld volgens de criteria die worden gehanteerd bij het arbeidskostenforfait van de loon- en inkomstenbelasting meer aan het personeelslid betaalt. 2 artikel 8, eerste lid, onder b en c artikel 8, eerste lid, onder a Bij beëindiging van de dienstbetrekking, daaronder begrepen het overlijden van het personeelslid, geeft het personeelslid danwel zijn nagelaten betrekkingen aan het bevoegd gezag aan of de gespaarde bedragen, met behoud van de opnamemogelijkheden als genoemd in, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in, genoemde termijn nog niet is verstreken, danwel dat gespaarde bedragen zullen worden opgenomen. 3 artikel 22 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Wet op de loonbelasting 1964 Artikel 9 Indien gespaarde bedragen volgens het tweede lid worden opgenomen geschiedt dit in overleg met het bevoegd gezag, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstigtot loonheffing krachtens dekan worden gekomen.is van overeenkomstige toepassing. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het is het personeelslid niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening respectievelijk de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van Uitleg OenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 juni 1994. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling wordt aangehaald als: Spaarloonregeling onderwijspersoneel. 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 1994 16 15-06-1994 07-06-1994 AB-94027111 16-06-1994 01-06-1994