Regeling van de Minister van Justitie van 27 april 1994 tot vaststelling van bepalingen inzake het gebruik van de mogelijkheid van spaarloon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting 1964, binnen de sector Rechterlijke Macht
- BWB-id
- BWBR0006646
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2005-09-10 t/m 2006-06-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006646
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-rechterlijke-ambtenaren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-rechterlijke-ambtenaren/2005-09-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006646&g=2005-09-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006646&z=2026-06-06&g=2005-09-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006646/2005-09-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-rechterlijke-ambtenaren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren rechterlijk ambtenaar: degene op wiens bezoldigingvan toepassing of van overeenkomstige toepassing is; b. Minister: de Minister van Justitie; c. Wet op de loonbelasting 1964 Wet: de; d. Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling: de; e. artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling financiële instelling: een financiële instelling als bedoeld in; f. artikelen 1, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren 4, eerste lid, onderdeel b, van de Beroepswet 5, eerste lid onderdeel b, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie functionele autoriteit: de functionele autoriteit, bedoeld in de,,; g. gerecht: een rechtbank, een gerechtshof, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 2005 174 08-09-2005 31-08-2005 5370892/805 2005 174 08-09-2005 31-08-2005 5370892/805 10-09-2005 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister onderscheidenlijk de functionele autoriteit, voorzover het een rechterlijk ambtenaar werkzaam bij een gerecht betreft, houdt op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar op diens salaris maandelijks of eens per jaar een bedrag in dat wordt overgemaakt op een door de rechterlijk ambtenaar opgegeven spaarloonrekening danwel de rekening van de financiële instelling waarbij de rechterlijk ambtenaar een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, heeft afgesloten. 2 De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn niet hoger dan het ingevolge artikel 32, juncto artikel 31, tweede lid, onderdeel f, van de Wet vastgestelde maximumspaarbedrag. 2005 174 08-09-2005 31-08-2005 5370892/805 2005 174 08-09-2005 31-08-2005 5370892/805 10-09-2005 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage De aanvraag wordt eens per jaar gedaan met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het in debij deze regeling opgenomen model. 2 artikel 2 De aanvraag gaat vergezeld van een schriftelijke verklaring van de financiële instelling waarbij de rechterlijk ambtenaar een spaarloonrekening heeft geopend dan wel een inbedoelde verzekering heeft afgesloten, uit welke verklaring blijkt: a. dat de instelling ten aanzien van de spaarloonrekening zal handelen overeenkomstig de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling; b. dat de instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, de Minister direct na afloop van elk kalenderjaar een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt, voor zoveel het betreft het spaarloon en de op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van de ambtenaar komt; c. artikel 7, tweede lid Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziektewet dat de instelling, bij opneming van spaargelden als bedoeld in, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de, deen de, danwel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van de Minister aan hem zal doen toekomen. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De rechterlijk ambtenaar kan de Minister voor de aanvang van elk kalenderjaar verzoeken het in te houden bedrag te wijzigen. 2 Hij kan de Minister te allen tijde verzoeken de inhouding van spaarbedragen te beëindigen. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Minister stort het op het salaris ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door de rechterlijk ambtenaar opgegeven bank- of gironummer van de financiële instelling ten gunste van diens spaarloonrekening respectievelijk ten gunste van de afgesloten levensverzekering. 2 Op de spaarloonrekening mogen, behoudens de periodieke rentebijschrijvingen, geen andere stortingen worden verricht. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, tweede lid De rechterlijk ambtenaar kan het op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen, ook indien toepassing is gegeven aan, pas opnemen nadat het tenminste vier jaar op de spaarloonrekening heeft gestaan. 2 In afwijking van het eerste lid kan het spaarbedrag eerder worden opgenomen voor zover het wordt aangewend: a. ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling, of b. artikel 8, eerste lid ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits voldaan wordt aan de voorwaarde van artikel 16, tweede lid, juncto, van de Uitvoeringsregeling. 3 Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld in het tweede lid is de schriftelijke machtiging van de Minister nodig. 4 De rechterlijk ambtenaar kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen. 1994 109 13-06-1994 06-06-1994 DGM/SVS/27594002 1994 109 13-06-1994 06-06-1994 DGM/SVS/27594002 15-06-1994 01-05-1994
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 6, eerste lid In afwijking van, kunnen de spaarbedragen over 1999 en 2000 vanaf 1 januari 2003 worden opgenomen. 2005 174 08-09-2005 31-08-2005 5370892/805 2005 174 08-09-2005 31-08-2005 5370892/805 10-09-2005 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien de Minister aan de belanghebbende geen loon uit tegenwoordige taakstelling meer betaalt overeenkomstig de criteria die worden gehanteerd bij het arbeidskostenforfait van de loon- en inkomstenbelasting. 2 artikel 6, tweede lid artikel 6, eerste lid Bij beëindiging van de taakstelling, daaronder begrepen het overlijden van de rechterlijk ambtenaar, geeft de rechterlijk ambtenaar of geven zijn nagelaten betrekkingen aan de Minister op of de gespaarde bedragen, met behoud van de in, genoemde opnamemogelijkheden, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in, bedoelde termijn nog niet is verstreken, dan wel dat de gespaarde bedragen zullen worden opgenomen. 3 Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziektewet Artikel 6, derde lid Het opnemen van gespaarde bedragen overeenkomstig het tweede lid geschiedt in overleg met de Minister, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstig artikel 22 van de Uitvoeringsregeling kan worden overgegaan tot loonheffing krachtens de Wet alsmede tot inhouding van premies ingevolge de, deen de, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt., is van overeenkomstige toepassing. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het is de rechterlijk ambtenaar niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening of de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1994. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Spaarloonregeling rechterlijke ambtenaren. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 1994 83 29-04-1994 28-04-1994 BSG/94/88 01-05-1994