Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken tot vaststelling van bepalingen met betrekking tot het gebruik van de mogelijkheid van spaarloon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting binnen de sector Rijkspersoneel
- BWB-id
- BWBR0006585
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2010-09-15 t/m 2013-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006585
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-rijkspersoneel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-rijkspersoneel/2010-09-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006585&g=2010-09-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006585&z=2026-06-06&g=2010-09-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006585/2010-09-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/spaarloonregeling-rijkspersoneel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: 1. personeelslid: 1°. Algemeen Rijksambtenarenreglement Ambtenarenreglement Staten-Generaal degene die is aangesteld op grond van hetof het; 2°. artikel 8 artikel 110 artikel 120 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken degene wiens bezoldiging respectievelijk loon is vastgesteld ingevolge,respectievelijk; 2. bevoegd gezag: Wet op de loonbelasting 1964 degene die ten aanzien van het personeelslid wordt aangemerkt als inhoudingsplichtige als bedoeld in de; 3. SGI: artikel 27e van de Wet op de loonbelasting 1964 krachtensaangewezen samenhangende groep inhoudingsplichtigen Rijk. 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 22-01-2010 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het bevoegd gezag houdt,op verzoek van het personeelslid dat sedert de eerste dag van het kalenderjaar bij hem of een andere tot de SGI behorende inhoudingsplichtige in dienst is en ten aanzien van wie sedert die dag door het bevoegd gezag of een andere tot de SGI behorende inhoudingsplichtige bij de inhouding van loonbelasting de algemene heffingskorting is toegepast op diens salaris een bedrag in en maakt dat over naar een door het personeelslid opgegeven spaarloonrekening dan wel een rekening van de financiële instelling waarbij het personeelslid een overeenkomst van levensverzekering heeft afgesloten, waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd. 2 artikel 19b, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Op verzoek van het personeelslid kan het bevoegd gezag een bedrag inhouden op diens salaris en dat overmaken op een door het personeelslid opgegeven rekening, indien het personeelslid rechtstreekse betalingen van premies als bedoeld in, doet. Deze betalingen mogen voor de toepassing van dat artikel worden gelijkgesteld met ten laste van de spaarloonrekening voldane premies. 3 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 De in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen zijn niet hoger dan het ingevolgevastgestelde maximumspaarbedrag. 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 22-01-2010 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Het inbedoelde verzoek wordt schriftelijk gedaan op een door het bevoegd gezag nader te bepalen wijze. 2 artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen artikel 2 Het personeelslid legt bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring over van een financiële instelling als bedoeld in, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend dan wel een inbedoelde verzekering heeft afgesloten, waaruit blijkt dat: a. Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en dezal handelen; b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegd gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin het personeelslid heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zoveel betreft: 1. het spaarloon; 2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van het personeelslid komt; c. artikel 11, tweede lid deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffingen volgens opgave van het bevoegd gezag aan hem zal doen toekomen. 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 13-05-2009 01-01-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Bij het inbedoelde verzoek doet het personeelslid opgave van tenminste de volgende gegevens: a. het op het salaris in te houden spaarbedrag; b. of dit bedrag in gelijke maandelijkse termijnen danwel eenmalig in het kalenderjaar op het salaris moet worden ingehouden; c. artikel 3 het bank- of gironummer van de inbedoelde financiële instelling; d. het nummer van de spaarloonrekening resp. het polisnummer van de levensverzekering. 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 01-05-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien het personeelslid in maandelijkse termijnen spaart behoeft het verzoek daartoe slechts een keer te worden ingediend. 2 artikel 2 Het personeelslid kan telkens per 1 januari van enig kalenderjaar het bevoegd gezag schriftelijk verzoeken het maandelijks in te houden bedrag te wijzigen, een en ander met inachtneming van het inbedoelde maximumbedrag. 3 Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen over de wijze waarop het personeelslid een verzoek als bedoeld in het tweede lid indient. 4 Indien het personeelslid spaart via een eenmalige inhouding op het salaris dient hij het verzoek daartoe ieder jaar in. 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 01-05-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het bevoegd gezag stort het op het salaris van het personeelslid ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door het personeelslid opgegeven bank-of gironummer van de financiële instelling ten gunste van de spaarloonrekening van het personeelslid resp. ten gunste van de afgesloten levensverzekering. 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 01-05-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het is het personeelslid niet toegestaan rechtstreeks stortingen op zijn spaarloonrekening te verrichten. 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 01-05-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het personeelslid kan de op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen opnemen indien: a. het spaarbedrag tenminste vier jaren op de spaarloonrekening heeft gestaan; b. artikel 19a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in; c. artikel 19b van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van; d. artikel 19f van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen het spaarbedrag wordt aangewend voor de betaling van de kosten van kinderopvang als bedoeld in. 2 Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen. 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 13-05-2009 01-01-2007
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 8, eerste lid, onderdeel a In afwijking van, kunnen de bedragen die zijn gespaard in de jaren 2006 tot en met 2009 vrij worden opgenomen. 2010 13012 23-08-2010 12-08-2010 CZW/WVOB 2010-0000532943 2010 13012 23-08-2010 12-08-2010 CZW/WVOB 2010-0000532943 15-09-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, eerste lid, onder b, c en d artikel 11 Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld inen, heeft het personeelslid de schriftelijke machtiging van het bevoegd gezag nodig. 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 13-05-2009
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Het personeelslid, werkzaam bij een tot de SGI behorend bevoegd gezag, dat wordt overgeplaatst naar een ander bevoegd gezag dat deel uit maakt van de SGI, bevestigt bij dat bevoegd gezag dat hij het sparen volgens deze regeling wil voortzetten. 2 Het bevoegd gezag legt de spaarloongegevens over aan het bevoegd gezag waarnaar het personeelslid wordt overgeplaatst. 3 Het personeelslid zorgt voor de noodzakelijke wijzigingen bij zijn spaarlooninstelling. 2010 13012 23-08-2010 12-08-2010 CZW/WVOB 2010-0000532943 2010 13012 23-08-2010 12-08-2010 CZW/WVOB 2010-0000532943 15-09-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Op verzoek van het personeelslid beëindigt het bevoegd gezag de inhouding van spaarbedragen op het salaris van het personeelslid. 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 13-05-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien het bevoegd gezag geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking meer aan het personeelslid betaalt. 2 artikel 8, eerste lid, onder b, c en d artikel 8, eerste lid, onder a Bij beëindiging van de dienstbetrekking, daaronder begrepen het overlijden van het personeelslid, geeft het personeelslid danwel zijn nagelaten betrekkingen aan het bevoegd gezag aan of de gespaarde bedragen, met behoud van de opnamemogelijkheden als genoemd in, op de spaarloonrekening zullen blijven staan zolang de in, genoemde termijn nog niet is verstreken danwel dat gespaarde bedragen zullen worden opgenomen. 3 Indien gespaarde bedragen volgens het tweede lid worden opgenomen, geschiedt dit in overleg met het bevoegd gezag, teneinde te bewerkstelligen dat de verschuldigde loonheffingen kunnen worden ingehouden. 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 2009 85 11-05-2009 27-04-2009 2009-0000221776 13-05-2009 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het is het personeelslid niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonregeling respectievelijk de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen. 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 22-01-2010 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 20e van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Deze regeling berust op. 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 2010 812 21-01-2010 06-01-2010 DCB/CZW/WVOB2010-0000002462 22-01-2010 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Spaarloonregeling rijkspersoneel. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 1994 74 18-04-1994 06-04-1994 AD94/U464 01-05-1994