Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
- BWB-id
- BWBR0006596
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-03-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006596
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/uitvoeringsregeling-kadasterwet-1994
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/uitvoeringsregeling-kadasterwet-1994/2017-03-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006596&g=2017-03-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006596&z=2026-06-06&g=2017-03-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006596/2017-03-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/uitvoeringsregeling-kadasterwet-1994
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Kadasterwet de wet: de; b. artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster de Dienst: de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in; c. artikel 6 van de Kadasterwet de bewaarder: de bewaarder, bedoeld in; d. het certificaat: het certificaat voor elektronische handtekeningen, bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de eidas-verordening; e. artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet het gekwalificeerde certificaat: het gekwalificeerde certificaat, bedoeld in; f. de verlener van vertrouwensdiensten: de verlener van vertrouwensdiensten, bedoeld in artikel 3, onderdeel 19, van de eidas-verordening; g. de identiteitscode: de identiteitscode, bedoeld in bijlage I, onderdeel f, van de eidas-verordening; h. het netwerk: net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond is of wordt aangelegd; i. de eidas-verordening: de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257). 2017 11810 08-03-2017 24-02-2017 WJZ/17028856 2017 81 09-03-2017 22-02-2017 10-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet, enz. (uitvoering EU-verordening elektronische
identiteiten en vertrouwensdiensten) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2017 11810 08-03-2017 24-02-2017 WJZ/17028856 2017 81 09-03-2017 22-02-2017 10-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet, enz. (uitvoering EU-verordening elektronische
identiteiten en vertrouwensdiensten) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 11, eerste lid, van de wet De verklaring van eensluidendheid, bedoeld in, wordt gesteld aan de voet van het afschrift van het in papieren vorm ter inschrijving aangeboden stuk en bevat de verklaring dat het afschrift eensluidend is met het ter inschrijving aangeboden stuk. De verklaring bevat voorts de vermelding van de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres van degene die de verklaring ondertekent. 2 Indien de verklaring van eensluidendheid ondertekend wordt door een notaris, gerechtsdeurwaarder, griffier dan wel een advocaat of procureur, kan in plaats van de woonplaats met het adres worden vermeld: a. de benaming van het ambt en de plaats van vestiging van de notaris dan wel de gerechtsdeurwaarder; b. de benaming van het ambt en de standplaats van de griffier, of c. de benaming van de hoedanigheid van de advocaat of de procureur en de plaats van vestiging van de advocaat of procureur. 3 De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt ondertekend: a. indien het notariële akten en notariële verklaringen betreft: door een notaris; b. indien het rechterlijke uitspraken betreft: door de betrokken griffier of door een notaris; c. indien het een proces-verbaal van inbeslagneming betreft: door de betrokken deurwaarder of procureur, of door een notaris; d. indien het een instelling van een rechtsvordering, of een indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak betreft: door degene die het ter inschrijving aangeboden stuk voor afschrift heeft getekend, of door een notaris; e. indien het andere dan de onder a tot en met d bedoelde stukken betreft: door de ondertekenaars van die stukken, dan wel door één of meer van hen die daartoe uitdrukkelijk in het stuk zijn gemachtigd, of door een notaris. 4 artikel 11b, eerste lid, van de wet De verklaring, bedoeld in, wordt op zodanige wijze in het afschrift of het uittreksel van het in elektronische vorm ter inschrijving aangeboden stuk opgenomen, dat na omzetting van het desbetreffende elektronische bestand naar een leesbare tekst de verklaring aan de voet van het afschrift verschijnt. De verklaring bevat de vermelding van de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres van degene die de verklaring voorziet van een elektronische handtekening. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 11b, eerste lid, van de wet artikelen 5 7 tot en met 9 Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in, of de verklaring, bedoeld in, die wordt opgenomen in het afschrift van een stuk dat deel uitmaakt of deel uit zal gaan maken van een stuk dat ter inschrijving wordt aangeboden, voorzover hiervan niet wordt afgeweken in deen. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 11, eerste lid, van de wet Bij de aanbieding ter inschrijving van de volgende stukken in papieren vorm behoeft geen afschrift als bedoeld inte worden aangeboden: a. verzoek tot teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip in aanbouw; b. verzoek tot teboekstelling van een binnenschip in aanbouw; c. verzoek tot teboekstelling als afgebouwd schip van een zeeschip of zeevissersschip dat reeds als schip in aanbouw te boek staat; d. verzoek tot teboekstelling als afgebouwd schip van een binnenschip dat reeds als schip in aanbouw te boek staat; e. verzoek tot teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip; f. verzoek tot teboekstelling van een binnenschip; g. aangifte tot wijziging van de beschrijving van een te boek staand schip, mededeling omtrent de gekozen woonplaats en afwijkend beding inzake scheepstoebehoren; h. aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip; i. aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip; j. verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip; k. verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip; l. verzoek tot teboekstelling van een luchtvaartuig; m. verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig; n. aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig; o. rechterlijke uitspraak; p. besluit van een bestuursorgaan. 2013 2384 15-02-2013 24-01-2013 ienm/bsk-2013/11496 2013 2384 15-02-2013 24-01-2013 ienm/bsk-2013/11496 16-02-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien een stuk in papieren vorm ter inschrijving wordt aangeboden en een tekening van A4-formaat in papieren vorm deel uitmaakt van dit stuk, wordt aan de voet van het afschrift van het stuk, boven de verklaring van eensluidendheid, tevens een afschrift van de tekening opgenomen. Indien de tekening een groter formaat dan A4-formaat heeft, wordt naast het afschrift van het stuk een afzonderlijk afschrift van de tekening aangeboden, dat eveneens voorzien is van een verklaring van eensluidendheid. 2 Indien in de tekening, naast zwart en wit, kleuren zijn gebruikt, wordt dit op het afschrift van de tekening vermeld op een in het oog vallende plaats. 3 Het afschrift van de tekening is behoorlijk raadpleegbaar. 4 Indien de tekening is vervaardigd op een groter formaat dan A0-formaat, wordt het afschrift van de tekening verdeeld over een aantal doorlopend genummerde bladen op A0-formaat en wordt bij het afschrift een overzichtstekening gevoegd. Op de overzichtstekening wordt de ligging van de bladen ten opzichte van elkaar vermeld onder toevoeging van de bladnummers. 5 In gevallen als bedoeld in het vierde lid wordt de verklaring van eensluidendheid gesteld aan de voet van het afschrift van het blad met het hoogste nummer. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek Onverminderd, voldoet de tekening, bedoeld in, aan de volgende vereisten: a. elk blad waaruit de tekening bestaat, vermeldt de kadastrale aanduiding van het in de splitsing in appartementsrechten betrokken perceel en elk blad wordt door de betrokken notaris gewaarmerkt; b. de tekening bevat plattegronden van de begane grond en van de ver diepingen en zonodig ook doorsnede en aanzichten van het gebouw, alsmede van de bij het gebouw behorende grond; c. de tekening geeft de begrenzing aan van de onderscheidene gedeelten van de gebouwen en de grond, die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht zal zijn begrepen, alsmede de ligging van die gedeelten ten opzichte van de overige gedeelten van de gebouwen of van de grond; d. op de tekening is binnen de begrenzing van elk zodanig gedeelte een nummer in arabische cijfers als kenmerk van dat gedeelte aangebracht; e. voor het geval dat een zodanig gedeelte bestaat uit niet belendende onderdelen of uit onderdelen welker grondvlakken niet in hetzelfde horizontale vlak zijn gelegen, bevat de tekening binnen de begrenzing van elk dier onderdelen hetzelfde nummer als kenmerk van dat gedeelte; f. de nummers, bedoeld onder d en e, vormen een met het cijfer één aanvangende, zonder onderbreking opklimmende reeks der natuurlijke getallen; g. de onder c bedoelde begrenzingen zijn zoveel mogelijk door een onuitwisbare lijn van in het oog vallende dikte aangegeven, welke dikte gelijk is in alle op de tekening voorkomende afbeeldingen, uitgezonderd de in het derde lid bedoelde situatieschets. Daarnevens zijn ter verduidelijking arceringen toegelaten, afzonderlijk gekozen voor verschillende gedeelten die voor gebruik als afzonderlijk geheel zijn bestemd; h. de appartementsindex is aangebracht zoveel mogelijk in het midden binnen de begrenzing van elk voor gebruik als afzonderlijk geheel bestemd gedeelte, en in het onder e bedoelde geval, zoveel mogelijk in het midden binnen de begrenzing van elk der aldaar bedoelde onderdelen; i. de schaal van de op de tekening voorkomende afbeeldingen is niet groter dan 1 : 100 en niet kleiner dan 1 : 200; j. elk blad waaruit de tekening bestaat, vermeldt de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal; k. de richting van het noorden is op elk blad van de tekening door een pijl aangegeven. 2 Het is toegestaan dat de in het eerste lid bedoelde tekening van elk gedeelte van de gebouwen, dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd, de onderlinge ligging van alle tot dat gedeelte behorende vertrekken en andere ruimten aangeeft. 3 In afwijking van het eerste lid, onder i, kan een kleinere schaal worden gebruikt voor een situatieschets, welke met het oog op het aan het slot van het eerste lid, onder c, omschreven vereiste, op de tekening wordt aangebracht, als overzicht van de overige afbeeldingen. 4 artikel 28, derde lid In geval van ondersplitsing in appartementsrechten worden de omkringde nummers, bedoeld in, op de tekening gesteld in de linkerbovenhoek van elk van de desbetreffende gedeelten. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden en een tekening in elektronische vorm deel uitmaakt van dat stuk, dan wordt naast het afschrift of het uittreksel van het stuk tevens een afschrift van de tekening aangeboden. 2 artikel 3, vierde lid Het afschrift van de tekening kan tezamen met het afschrift of het uittreksel van het stuk waar de tekening deel van uitmaakt, in een elektronisch bestand worden aangeboden. Het elektronische bestand wordt voorzien van een verklaring als bedoeld in, en van een elektronische handtekening. De verklaring en de elektronische handtekening worden op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen, dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift of het uittreksel verschijnen. 3 artikel 3, vierde lid Indien het afschrift van de tekening wordt aangeboden in een apart bestand, wordt dit bestand afzonderlijk voorzien van een verklaring als bedoeld in, en van een elektronische handtekening. De verklaring en de elektronische handtekening worden op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift verschijnt. 4 artikelen 5, tweede en derde lid 6 De, enzijn van overeenkomstige toepassing, voorzover daarvan in het vijfde en zesde lid niet wordt afgeweken. 5 Het afschrift van de tekening wordt, indien dit noodzakelijk is om voldoende raadpleegbaar te zijn, verdeeld over een aantal doorlopend genummerde deeltekeningen. Bij het afschrift wordt een overzichtstekening gevoegd, waarop de ligging van de deeltekeningen ten opzichte van elkaar wordt vermeld onder toevoeging van de nummers van de deeltekeningen. 6 artikel 3, vierde lid In gevallen als bedoeld in het vijfde lid wordt de verklaring, bedoeld in, opgenomen in het afschrift van de overzichtstekening. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 7 artikel 11 artikel 3, vierde lid artikel 3, vierde lid Indien het afschrift van de tekening overeenkomstigin bewaring is genomen, wordt dit afschrift niet voorzien van een verklaring als bedoeld in. In plaats daarvan wordt de verklaring, bedoeld in, aan de voet van het afschrift of het uittreksel van het stuk waar de tekening deel van uitmaakt, uitgebreid met een verklaring, inhoudende dat het in bewaring genomen afschrift van de tekening inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de originele tekening. In de verklaring wordt eveneens het betrokken depotnummer vermeld. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden en een ander stuk, niet zijnde een tekening, deel uitmaakt van dat stuk, dan wordt naast het afschrift of het uittreksel van dat stuk tevens een afschrift aangeboden van het stuk dat daarvan deel uitmaakt. 2 artikel 3, vierde lid Het afschrift of het uittreksel van het in elektronische vorm ter inschrijving aangeboden stuk kan tezamen met het afschrift van het stuk dat daarvan deel uitmaakt in een elektronisch bestand worden aangeboden. Het elektronische bestand wordt voorzien van een verklaring als bedoeld in, en van een elektronische handtekening. De verklaring en de elektronische handtekening worden op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen, dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift of het uittreksel verschijnen. 3 artikel 3, vierde lid Indien het afschrift van het stuk dat deel uitmaakt van het stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden, in een afzonderlijk bestand wordt aangeboden, wordt dit bestand afzonderlijk voorzien van een verklaring als bedoeld in, en van een elektronische handtekening. De verklaring wordt op zodanige wijze in het elektronische bestand opgenomen dat deze na de omzetting van het elektronische bestand naar een leesbare tekst aan de voet van het afschrift verschijnt. 4 artikel 3, vierde lid Indien het origineel van het stuk dat deel uitmaakt van het in elektronische vorm ter inschrijving aangeboden stuk, is voorzien van een elektronische handtekening, wordt in de verklaring, bedoeld in, vermeld: a. de naam van degene die het originele stuk heeft voorzien van een elektronische handtekening, zoals blijkt uit het bij de elektronische handtekening behorende certificaat; b. de identiteitscode van voornoemd certificaat, en c. de naam van de verlener van vertrouwensdiensten die voornoemd certificaat heeft afgegeven. 2017 11810 08-03-2017 24-02-2017 WJZ/17028856 2017 81 09-03-2017 22-02-2017 10-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet, enz. (uitvoering EU-verordening elektronische
identiteiten en vertrouwensdiensten) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 7 8 artikel 10 artikel 3, vierde lid Indien het afschrift van een tekening of een ander stuk dat deel uitmaakt dan wel deel uit zal gaan maken van een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk als bedoeld in deenovereenkomstigin papieren vorm in bewaring is genomen, wordt dit afschrift niet voorzien van een verklaring van eensluidendheid. In plaats daarvan wordt de verklaring, bedoeld in, aan de voet van het afschrift van het stuk waar de tekening of het andere stuk deel van uitmaakt uitgebreid met een verklaring, inhoudende dat het in bewaring genomen afschrift van de tekening of het stuk inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de originele tekening of het originele stuk. In de verklaring wordt tevens het betrokken depotnummer vermeld. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Van een tekening in papieren vorm die deel uitmaakt dan wel deel uit zal gaan maken van een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving zal worden aangeboden, kan voorafgaand aan de inschrijving een afschrift in papieren vorm in bewaring worden genomen, indien de aanbieder dit verzoekt en dit bijdraagt aan de raadpleegbaarheid van het afschrift van de tekening in de openbare registers. 2 bijlage 17 Het verzoek tot inbewaringneming wordt ingediend ten minste twee weken voordat het stuk waarvan de tekening deel uitmaakt, ter inschrijving wordt aangeboden, door middel van een formulier dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 3 artikel 26 bijlage 1 Indien de tekening deel uitmaakt van een stuk dat betrekking heeft op een appartementsrecht of een netwerk, wordt het verzoek tot inbewaringneming, in afwijking van het tweede lid, gedaan gelijktijdig met een verzoek tot vaststelling van het complexnummer of een verzoek tot vaststelling van het nummer van een netwerk als bedoeld indoor middel van een formulier dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 4 Het verzoek wordt in tweevoud ingediend en bevat een afschrift van de tekening, alsmede een door de aanbieder aan de tekening toegekend uniek kenmerk. 5 artikel 26 Indien het afschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen, neemt de bewaarder dit afschrift in bewaring onder vermelding van een uniek depotnummer. Indien de tekening deel uit zal gaan maken van een stuk dat betrekking heeft op een appartementsrecht of een netwerk, neemt de bewaarder, in afwijking van de eerste zin, het afschrift slechts in bewaring, indien het verzoek tot vaststelling van het complexnummer of het verzoek tot vaststelling van het nummer van een netwerk als bedoeld inwordt ingewilligd. 6 artikel 27a Na de inbewaringneming voorziet de bewaarder beide exemplaren van het verzoek tot inbewaringneming van een depotverklaring, waarin het toegekende depotnummer wordt vermeld, en zendt hij een exemplaar van het verzoek aan de aanbieder terug. Indien de tekening deel uit zal gaan maken van een stuk dat betrekking heeft op een appartementsrecht of een netwerk, zendt de bewaarder, in afwijking van de eerste zin, de depotverklaring gelijktijdig terug met de verklaring inzake de vaststelling van het complexnummer of het nummer van een netwerk als bedoeld in. 7 bijlage 18 Indien het stuk waarvan de tekening deel uitmaakt niet binnen een jaar na de inbewaringneming wordt ingeschreven, eindigt de inbewaringneming en zendt de bewaarder het afschrift aan de aanbieder terug door middel van een bericht dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 8 Het eerste tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere stukken dan tekeningen in papieren vorm, die deel uitmaken dan wel deel uit zullen gaan maken van een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving zal worden aangeboden. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Van een tekening in elektronische vorm die deel uitmaakt dan wel deel zal gaan uitmaken van een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving zal worden aangeboden, kan op verzoek van de aanbieder voorafgaande aan de inschrijving een afschrift in elektronische vorm in bewaring worden genomen, indien de aanbieder dit verzoekt en dit bijdraagt aan een doelmatige inschrijving in de openbare registers of bijwerking van de kadastrale registratie. 2 Artikel 10, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het verzoek in enkelvoud wordt ingediend. 3 artikel 27b Na de inbewaringneming voorziet de bewaarder het verzoek tot inbewaringneming van een depotverklaring, waarin het toegekende depotnummer wordt vermeld, en zendt deze aan de aanbieder terug. Indien de tekening deel uit zal gaan maken van een stuk dat betrekking heeft op een appartementsrecht of een netwerk, zendt de bewaarder, in afwijking van de eerste zin, de depotverklaring gelijktijdig terug met de verklaring inzake de vaststelling van het complexnummer of het nummer van een netwerk als bedoeld in. 4 Artikel 10, zesde lid bijlage 19 , is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bewaarder na de beëindiging van de inbewaringneming een bericht zendt aan de aanbieder dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere stukken dan tekeningen in elektronische vorm, die deel uitmaken dan wel deel uit zullen gaan maken van een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving zal worden aangeboden. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 Indien in een ter inschrijving aangeboden stuk in elektronische vorm verklaringen zijn opgenomen van een persoon die verklaart notaris of waarnemend notaris te zijn, wordt in het verzoek tot inschrijving een bewijsstuk opgenomen, waaruit blijkt dat die persoon bevoegd is om als notaris, dan wel waarnemend notaris op te treden. 2 Het bewijsstuk is niet ouder dan twee jaar. 3 Indien het bewijsstuk wordt geleverd door middel van een specifiek attribuut in het gekwalificeerde certificaat waarop de elektronische handtekening van de notaris of de waarnemend notaris gebaseerd is, dient de verlener van vertrouwensdiensten dit attribuut te baseren op inlichtingen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. 2017 11810 08-03-2017 24-02-2017 WJZ/17028856 2017 81 09-03-2017 22-02-2017 10-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet, enz. (uitvoering EU-verordening elektronische
identiteiten en vertrouwensdiensten) in werking treedt.
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 artikel 11b, vijfde lid, derde zin, van de wet Indien ter verkrijging van de inschrijving van een stuk in elektronische vorm door de aanbieder bewijsstukken als bedoeld inworden overgelegd, kan die overlegging zowel in papieren als in elektronische vorm plaatsvinden, met dien verstande dat de overlegging van bewijsstukken in elektronische vorm slechts plaats kan vinden met inachtneming van het tweede en derde lid. 2 Indien het origineel van het bewijsstuk is voorzien van een elektronische handtekening, wordt bij het afschrift een verklaring van een verlener van vertrouwensdiensten gevoegd, inhoudende dat de elektronische handtekening op het originele stuk is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat, onder toevoeging van de volgende gegevens: a. de naam van degene die het originele stuk heeft voorzien van een elektronische handtekening, zoals blijkend uit het bij de elektronische handtekening behorende certificaat; b. de identiteitscode van voornoemd certificaat, en c. de naam van de verlener van vertrouwensdiensten die voornoemd certificaat heeft afgegeven. 3 Artikel 11a Indien het origineel van het bewijsstuk is opgemaakt in papieren vorm, kan een door een notaris voor eensluidendheid gewaarmerkt elektronisch afschrift worden overgelegd.is van overeenkomstige toepassing. 2017 11810 08-03-2017 24-02-2017 WJZ/17028856 2017 81 09-03-2017 22-02-2017 10-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Telecommunicatiewet, enz. (uitvoering EU-verordening elektronische
identiteiten en vertrouwensdiensten) in werking treedt.
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 bijlage 19 Een hernieuwd verzoek tot inschrijving van een stuk dat oorspronkelijk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt gedaan door middel van een verzoek dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 Indien het hernieuwde verzoek tot inschrijving wordt gedaan in elektronische vorm, wordt dit verzoek voorzien van de elektronische handtekening van: a. de oorspronkelijke aanbieder, dan wel b. een persoon die bevoegd is tot het opmaken van het stuk waarop het hernieuwde verzoek tot inschrijving betrekking heeft. 3 Indien het hernieuwde verzoek tot inschrijving wordt gedaan in papieren vorm, vindt de hernieuwde aanbieding van tekeningen, foto’s en andere stukken die deel uitmaken van het ter inschrijving aangeboden stuk, in papieren vorm plaats tezamen met de indiening van dat verzoek. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 19, eerste lid, van de wet Ingeval een ter inschrijving aangeboden stuk betrekking heeft op een bepaald reeds eerder ingeschreven stuk als bedoeld in, bevat het een verwijzing naar dit eerdere stuk door de vermelding van het kantoor van de Dienst waar het eerdere stuk is ingeschreven, het soort register waarin inschrijving plaatsvond, alsmede deel en nummer van inschrijving. 2 artikel 46, vierde lid, van de wet Het eerste lid is tevens van toepassing op de inbedoelde verwijzing. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 46a, eerste lid, van de wet Een bijhoudingsverklaring als bedoeld inkan uitsluitend worden ingeschreven, indien: a. de bijhoudingsverklaring betrekking heeft op een eerder ingeschreven stuk betreffende de overdracht van een gedeelte van een perceel of de vestiging van een beperkt recht op een gedeelte van een perceel; b. onduidelijk is op welk gedeelte van het betrokken perceel het eerder ingeschreven stuk betrekking heeft, en c. de notaris in de bijhoudingsverklaring in aanvulling op het eerder ingeschreven stuk verklaart op welk gedeelte van het betrokken perceel dit stuk betrekking heeft. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Indien in een in te schrijven stuk de plaatselijke aanduiding van een onroerende zaak of een appartementsrecht moet worden vermeld, geschiedt zulks door de vermelding van de plaats en het adres, of, zo de desbetreffende onroerende zaak of het desbetreffende appartementsrecht geen adres heeft, de naam van de plaats en de straat in welks nabijheid de onroerende zaak of het appartementsrecht is gelegen. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a Indien in een in te schrijven stuk de kadastrale aanduiding moet worden vermeld van een onroerende zaak, die bestaat uit één of meer gedeelten van een kadastraal perceel, geschiedt zulks, naast vermelding van de kadastrale aanduiding, door een tekening naar genoegen van de bewaarder mee in te schrijven waarop de ligging van de betreffende gedeelten is weergegeven op de kadastrale kaart. 2014 29269 04-11-2014 03-11-2014 IenM/BSK-2014/222605 2014 29269 04-11-2014 03-11-2014 IenM/BSK-2014/222605 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 In de kadastrale registratie worden de volgende gegevens betreffende de feitelijke gesteldheid van onroerende zaken opgenomen: a. de cultuuraanduiding; b. voor bebouwde percelen: het objectadres met postcode; voor onbebouwde percelen: de plaatselijke benaming, zo deze bekend is; c. de coördinaten van het perceel in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; d. gegevens omtrent het beheer van aan overheden toebehorende onroerende zaken, zo deze bij de Dienst bekend zijn; e. in geval van bebouwde percelen waaraan een of meer adressen zijn toegekend: de coördinaten van elk huisnummer in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting. 2 In de kadastrale registratie worden tevens de volgende gegevens met betrekking tot onroerende zaken opgenomen: a. artikel 1 van de Landinrichtingswet artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inrichting landelijk gebied artikel 1 van de Reconstructiewet Midden-Delfland artikel 1 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën het feit dat een onroerende zaak is gelegen in een blok als bedoeld inof, dan wel in een gebied als bedoeld inof; b. artikel 183, eerste lid, van de Landinrichtingswet artikel 71, tweede lid, van de Wet inrichting landelijk gebied artikel 68 van de Reconstructiewet Midden-Delfland artikel 53 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën het feit dat afwijkingen bestaan tussen de lijst van rechthebbenden, bedoeld in,,, dan wel in, en de kadastrale registratie; c. het feit dat een verkrijging plaatsvond onder een ontbindende of opschortende voorwaarde; d. gegevens omtrent de koopsom, zo die bekend is; e. de aanduiding van degene die geheel of voor het grootste deel eigenaar is van de onroerende zaak alsmede van degene die als beperkt gerechtigde geheel of voor het grootste deel het genot van een onroerende zaak heeft; f. het feit dat een onroerende zaak of een appartementsrecht is betrokken bij een voorgenomen splitsing of ondersplitsing in appartementsrechten, dan wel bij een wijziging van de splitsing in appartementsrechten; g. een korte aanduiding van de aard van de in de openbare registers ingeschreven stukken betreffende de volgende feiten: 1°. ondercuratelestelling van een rechthebbende; 2°. faillietverklaring van een rechthebbende;s 3°. surséance van betaling, verleend aan een rechthebbende; 4º artikelen 42, eerste lid 50, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek toestemming als bedoeld in de, enom een boom, heester of heg dan wel een venster, balcon of soortgelijke werken binnen de verboden afstand van de grens van een erf te hebben; 5º artikel 59 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek afwijkende regeling als bedoeld in; 6º artikel 1 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bestemming van een onroerende zaak tot gemeenschappelijk nut in verband met mandeligheid als bedoeld in; 7º huurkoop als bedoeld in de Tijdelijke wet huurkoop onroerend zaken; 8º reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in registergoederen zijn vastgesteld; 9º instelling van een rechtsvordering of de indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak; 10º instelling van een rechtsmiddel tegen een rechterlijke uitspraak; 11º artikel 119, eerste lid, van de Landinrichtingswet artikel 85, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied ruilverkavelingsovereenkomst als bedoeld in, dan wel; 12º het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op een rechthebbende. h. inzake hypotheken, ingeschreven vanaf 1 januari 1995: 1º de rangorde van de hypotheek; 2º het feit dat inzake een hypotheek een overeenkomst van borgtocht is gesloten met de te 's-Gravenhage gevestigde Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen; 3º de rentevast periode van een geldlening waarvoor de hypotheek is gevestigd, alsmede de duur van de rentevast periode; i. inzake beslagen, ingeschreven vanaf 1 januari 1995: 1º ten behoeve en ten laste van wie het beslag is gelegd, alsmede het desbetreffende bedrag; 2º de datum waarop het proces-verbaal van inbeslagneming is opgemaakt; j. met betrekking tot een appartementsrecht: artikel 131, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek de naam en de woonplaats met adres van de bestuurder of bestuurders van de vereniging van eigenaars, bedoeld in. 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 2007 203 19-10-2007 16-10-2007 TRCJZ/2007/2942 21-10-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet Als publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen, aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen, als bedoeld in, worden aangewezen: a. voor zover het betreft inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld: de gemeenten; b. voor zover het betreft inlichtingen omtrent de wettelijke woonplaats, daaronder begrepen het adres, van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld: 1º de gemeenten, 2º de Kamer van Koophandel; c. voor zover het betreft inlichtingen omtrent de feitelijke gesteldheid van onroerende zaken: de gemeenten. 2013 34914 13-12-2013 09-12-2013 WJZ/13199207 2013 34914 13-12-2013 09-12-2013 WJZ/13199207 01-01-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Indien uit een ingeschreven stuk blijkt dat sprake is van een trust, wordt in de kadastrale registratie als rechthebbende vermeld de trustee, alsmede die hoedanigheid, onder vermelding van de gegevens betreffende de trust. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 57, eerste lid, van de wet De Dienst doet van het voornemen tot het uitvoeren van een meting mededeling aan de inbedoelde belanghebbenden door middel van een brief. Indien sprake is van een nieuw te vormen perceel en naar het oordeel van de met meting belaste ambtenaar aanwijzing ter plaatse niet nodig is bevat de brief de op dat nieuw te vormen perceel betrekking hebbende gegevens. 2 Indien de brief gegevens bevat die betrekking hebben op een nieuw te vormen perceel kan een belanghebbende binnen zes weken na dagtekening van die brief bedenkingen inbrengen tegen die gegevens. In de brief wordt de belanghebbende uitdrukkelijk op die mogelijkheid gewezen en wordt hem het vervolg van de procedure medegedeeld, zowel voor het geval waarin geen bedenkingen worden ingebracht als voor het geval waarin wel bedenkingen worden ingebracht. 3 De belanghebbenden die vóór het in het eerste lid bedoelde tijdstip bericht hebben gedaan op het desbetreffende tijdstip verhinderd te zijn, worden opnieuw in de gelegenheid gesteld inlichtingen te verstrekken. 4 artikelen 12, eerste lid 13, eerste lid, van het Kadasterbesluit Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een onderzoek ter plaatse wordt ingesteld als bedoeld in de, en. 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 16-07-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 29 artikel 35 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek De Dienst doet van het voornemen tot het houden van een onderzoek, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, naar het zich voorgedaan hebben van een feit als bedoeld indan wel in, mededeling aan belanghebbenden door middel van een brief. 2 Artikel 17, derde lid , is van toepassing. 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 16-07-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 73, derde lid, van de wet De Dienst doet van het voornemen tot het ter plaatse inwinnen van nadere inlichtingen, bedoeld in, mededeling aan belanghebbenden door middel van een brief. 2 Artikel 17, derde lid , is van toepassing. 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 16-07-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 75, eerste lid, van de wet Het voornemen tot het instellen van een onderzoek van vernieuwing, bedoeld in, wordt tenminste één maand vóór de aanvang van dat onderzoek openbaar gemaakt in tenminste twee dag- of nieuwsbladen die in het desbetreffende gebied worden verspreid. 2 artikel 78, tweede en derde lid, van de wet In de bekendmaking wordt de omvang van het desbetreffende gebied duidelijk omschreven en op een topografische kaart weergegeven. Tevens bevat de bekendmaking een korte uiteenzetting omtrent doel en inhoud van het voornemen, waarbij tevens wordt gewezen op de ingenoemde gevolgen die de wet aan de vernieuwing verbindt. 3 In de bekendmaking wordt melding gemaakt van het adres en het telefoonnummer van het kantoor van de Dienst, alsmede van de naam van de ambtenaar tot wie belanghebbenden zich desgewenst kunnen wenden ter verkrijging van nadere gegevens. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 75, tweede lid, van de wet De Dienst doet van het voornemen tot een onderzoek van vernieuwing mededeling aan de inbedoelde belanghebbenden door middel van een brief. 2 De brief wordt verzonden tenminste twee weken vóór het tijdstip waarop het onderzoek van vernieuwing zal plaatsvinden. 3 De in het eerste lid bedoelde brief maakt ook melding van het adres en het telefoonnummer van het kantoor van de Dienst, alsmede van de naam van de ambtenaar tot wie een belanghebbende zich desgewenst kan wenden, indien het in het vierde lid bedoelde geval zich voordoet. 4 Ingeval een belanghebbende die ter plaatse inlichtingen moet verschaffen tijdig bericht heeft gedaan op het desbetreffende tijdstip verhinderd te zijn, wordt hij opnieuw in de gelegenheid gesteld inlichtingen te verstrekken. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 de wet Kadasterbesluit Het relaas van bevindingen bevat tenminste naast de gegevens die op grond van de desbetreffende bepalingen vanen hetdaarin moeten worden vermeld: a. de namen en overige personalia van de bij de bijwerking belanghebbende personen die inlichtingen hebben verstrekt of ter plaatse aanwijzingen hebben gegeven dan wel van hun vertegenwoordigers zo zij niet in persoon verschijnen dan wel wettelijke vertegenwoordi gers hebben; b. ingeval van vertegenwoordiging, de aard van deze en, ingeval een rechtspersoon wordt vertegenwoordigd, de relatie van de vertegenwoordiger tot de rechtspersoon; c. de relatie van de verschenen personen of de door hen vertegenwoordigde personen tot de onroerende zaak; d. de omschrijving van de door belanghebbenden aangewezen grenzen, vastgelegd op een schets of tekening onder aanduiding van grenspunten en onder vermelding van maten en coördinaten dan wel een verwijzingscode naar deze coördinaten; e. het al dan niet eensluidend zijn van de aanwijzingen van belanghebbenden; f. in geval de aanwijzingen niet eensluidend zijn, alle gegeven aanwijzingen; g. de resultaten van de controle of de omschrijving van de onroerende zaak in het ingeschreven stuk verenigbaar is met de door belanghebbenden gegeven aanwijzingen; h. in geval van het niet-ontvangen van inlichtingen, de reden daarvan. 1996 186 26-09-1996 24-08-1996 MJZ9604795 1996 472 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 januari 1995 tot vaststelling en invoering van titel 15 (Het luchtvaartuig) van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 76, tweede lid, van de wet De voorstellen van vernieuwing, bedoeld in, worden als volgt ingedeeld: a. de kadastrale aanduiding van de in het onderzoek van vernieuwing betrokken percelen, zoals deze luidt op de dag waarop het voorstel is opgemaakt; b. de gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden en de grootte zoals deze luiden op de dag waarop het voorstel is opgemaakt; c. de inhoud van het voorstel van vernieuwing; d. de gronden waarop de inhoud van het voorstel berust; e. artikel 76, tweede lid, van de wet bijhoudingen als bedoeld in. 2 De gegevens omtrent rechten van hypotheek en inbeslagnemingen, alsmede gegevens omtrent erfdienstbaarheden, worden afzonderlijk vermeld. 3 Indien de kadastrale aanduiding gewijzigd zal worden, wordt hierop in het voorstel geattendeerd. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel XI hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet De wijze van bijwerking, bedoeld invan, geschiedt met inachtneming van het tweede en derde lid. 2 artikel 48, tweede lid, van de wet artikel XI hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet Ingeval de geautomatiseerde bestanden van de kadastrale registratie mede onderdelen omvatten van het geautomatiseerde systeem Hypotheken waardoor het mogelijk wordt in de kadastrale registratie een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken op te nemen als bedoeld in, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld invanen vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de kadastrale registratie terstond aan. 3 De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met de inhoud van het desbetreffende gereed gekomen onderdeel van het geautomatiseerde systeem Hypotheken dat aan de geautomatiseerde bestanden van de kadastrale registratie wordt toegevoegd, en met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 57, zesde lid, van de wet De inbedoelde inlichtingen worden op het desbetreffende kantoor van de Dienst verstrekt door belanghebbenden inzage te geven in, dan wel mondelinge inlichtingen te verstrekken uit de kadastrale registratie, de kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, voor zover het de percelen betreft die in de kennisgeving zijn vermeld. Tevens wordt aan belanghebbenden desgewenst een toelichting verstrekt. 2 De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden aan een belanghebbende slechts éénmaal verstrekt. Nadat de inlichtingen zijn gegeven wordt dit feit door de ambtenaar van de Dienst op de bekendmaking vermeld. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 2, derde en vijfde lid, van het Kadasterbesluit bijlage 1 Een verzoek tot vaststelling van het complexnummer of het nummer van een netwerk als bedoeld inwordt gedaan door middel van een formulier dat de vorm heeft van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 artikel 26 Een verzoek als bedoeld inwordt in papieren vorm in tweevoud ingediend bij de bewaarder. Het verzoek wordt gedagtekend en door een notaris ondertekend. 2 artikel 26b artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek In het verzoek tot vaststelling van het complexnummer worden de kadastrale aanduidingen van de desbetreffende onroerende zaken en de appartementsrechten, waarin deze onroerende zaken zullen worden gesplitst, vermeld. Bij het verzoek worden, voorzoverniet van toepassing is, twee afschriften van de tekening, bedoeld in, gevoegd. Op de tekening worden de onroerende zaken waarop de in de splitsing te betrekken appartementsrechten betrekking hebben, perceelsgewijs aangeduid door middel van hun kadastrale aanduiding. 3 artikel 26b Bij het verzoek tot vaststelling van het nummer van een netwerk worden, voorzoverniet van toepassing is, twee afschriften van de tekening gevoegd waarop het netwerk is weergegeven door middel van een lijn lopend over de onroerende zaken waarin het netwerk is of wordt aangelegd. Op de tekening worden de onroerende zaken perceelsgewijs aangeduid door middel van hun kadastrale aanduiding, wordt de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal vermeld en de richting van het noorden door middel van een pijl aangegeven. 4 artikel 27, tweede lid Indien het afschrift van de tekening, bedoeld in het tweede en derde lid, uit meerdere bladen bestaat, wordt op elk blad vermeld de daarop afgebeelde onroerende zaken met perceelsgewijs hun kadastrale aanduiding en de dagtekening van het verzoek. Elk blad wordt voorzien van een open ruimte, bestemd voor de verklaring, bedoeld in, en wordt door de notaris gewaarmerkt. 5 artikel 26 De notaris vermeldt in het verzoek, bedoeld in, uit hoeveel bladen het afschrift van de tekening bestaat en verklaart dat de overgelegde afschriften van de tekening onderling geheel gelijkluidend zijn. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b artikel 10 artikel 26 Artikel 26a Indien het afschrift van de tekening overeenkomstigin papieren vorm in bewaring wordt gegeven, wordt een verzoek als bedoeld inin papieren vorm ingediend.is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek slechts één afschrift van de tekening wordt gevoegd. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c 1 artikel 26 artikel 7e van de wet Een verzoek als bedoeld inwordt in elektronische vorm in enkelvoud ingediend op het elektronische postadres dat daartoe is vastgesteld bij regeling van het bestuur van de Dienst. Het verzoek wordt gedagtekend en door een notaris voorzien van een elektronische handtekening die voldoet aan. 2 artikel 26a, tweede lid artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek Op het verzoek tot vaststelling van het complexnummer is, van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek een elektronisch afschrift van de tekening, bedoeld in, wordt gevoegd, waarop de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal en de afmetingen van de originele afbeelding worden vermeld. 3 artikel 26a, derde lid Op het verzoek tot vaststelling van het nummer van een netwerk is, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek een elektronisch afschrift van de tekening wordt gevoegd. 4 Indien het afschrift van de tekening, bedoeld in het tweede en derde lid, uit meerdere deeltekeningen bestaat, worden op elke deeltekening vermeld de daarop afgebeelde onroerende zaken met perceelsgewijs hun kadastrale aanduiding en de dagtekening van het verzoek. Op elke deeltekening worden de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal en de afmetingen van de originele afbeelding vermeld. 5 artikel 26 De notaris verklaart in het verzoek, bedoeld in, uit hoeveel deeltekeningen het afschrift van de tekening, bedoeld in het tweede en derde lid, bestaat. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 artikel 26a Indien het verzoek, bedoeld in, overeenkomstigin papieren vorm is ingediend, stelt de bewaarder het complexnummer of het nummer van het netwerk vast en voorziet beide exemplaren van het verzoek en beide afschriften van de tekening van een gedagtekende en ondertekende verklaring waarin dit complexnummer of nummer van het netwerk wordt vermeld. 2 Indien het afschrift van de tekening uit meerdere bladen bestaat, worden de overzichtstekening en alle bladen voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 26 Nadat de bewaarder het complexnummer of het nummer van het netwerk heeft vastgesteld, zendt hij een exemplaar van het verzoek, bedoeld in, voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en een afschrift van de tekening aan de notaris terug. Het andere exemplaar van het verzoek en het andere afschrift van de tekening blijven bij de Dienst berusten. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 artikel 26 artikel 26b Indien het verzoek, bedoeld in, overeenkomstigin papieren vorm is ingediend, stelt de bewaarder het complexnummer of het nummer van het netwerk vast en voorziet het verzoek, alsmede het bij het verzoek tot inbewaringneming gevoegde afschrift van de tekening, van een gedagtekende en ondertekende verklaring waarin deze complexaanduiding of kadastrale aanduiding wordt vermeld. 2 Artikel 27, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 26 Nadat de bewaarder het complexnummer of het nummer van het netwerk heeft vastgesteld, zendt hij een exemplaar van het verzoek, bedoeld in, voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en het bij het verzoek gevoegde afschrift van de tekening aan de notaris terug. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b 1 artikel 26 artikel 26c Indien het verzoek, bedoeld in, overeenkomstigin elektronische vorm is ingediend, stelt de bewaarder het complexnummer of het nummer van het netwerk vast en voorziet het verzoek en het afschrift van de tekening van een gedagtekende verklaring, waarin het complexnummer of het nummer van het netwerk wordt vermeld. De bewaarder voorziet de verklaring van een elektronische handtekening. 2 Indien het afschrift van de tekening uit meerdere deeltekeningen bestaat, worden de overzichtstekening en alle deeltekeningen voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 26 Nadat de bewaarder het complexnummer of het nummer van het netwerk heeft vastgesteld, vervaardigt hij een elektronisch afschrift van het verzoek, bedoeld in. De bewaarder zendt het afschrift van het verzoek, voorzien van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en zijn elektronische handtekening terug aan de notaris. Een exemplaar van het verzoek en het elektronische afschrift van de tekening blijven bij de Dienst berusten. 4 artikel 7e van de wet De elektronische handtekening van de bewaarder, bedoeld in het eerste en derde lid, voldoet aan. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2007 17 16-01-2007 20-12-2006 01-02-2007
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 106, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 26 tot en met 27b In geval van een ondersplitsing van een appartementsrecht als bedoeld in, zijn devan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestaande complexnummer gehandhaafd wordt en behoudens het tweede en derde lid. 2 De tekening die bij het verzoek betreffende de voorgenomen ondersplitsing wordt overgelegd, stemt geheel overeen met de laatste ingeschreven tekening, met dien verstande dat binnen de begrenzing van het gedeelte van de gebouwen en de grond, waarvan het uitsluitend gebruik in het onder te splitsen appartementsrecht begrepen is, de begrenzingen worden aangegeven van de onderscheidene gedeelten die bestemd zijn om na de voorgenomen ondersplitsing als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van ondersplitsing het uitsluitend gebruik in de onderscheidene nieuwe appartementsrechten zal zijn begrepen. 3 De in het tweede lid bedoelde gedeelten worden op de over te leggen tekening aangeduid met de nummers, volgende op het hoogste nummer dat als kenmerk van een gedeelte voorkomt op de laatste ingeschreven tekening. Tevens wordt elk van deze gedeelten en die waarvan na de ondersplitsing het uitsluitend gebruik niet zal zijn begrepen in een der nieuwe appartementsrechten, op de over te leggen tekening voorzien van het nummer dat op de laatste ingeschreven tekening voorkomt als kenmerk van het onder te splitsen appartementsrecht. Dit nummer wordt omkringd. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 139 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 26 tot en met 27b In geval van een wijziging van de akte van splitsing als bedoeld in, die niet uitsluitend betrekking heeft op het reglement, zijn devan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestaande complexnummer gehandhaafd wordt en behoudens het tweede en derde lid. 2 De appartementsindices blijven bij wijziging van de akte van splitsing gehandhaafd, voor zover deze wijziging niet een verandering betreft in de begrenzing van enig gedeelte van de gebouwen of de grond, dat al dan niet tezamen met andere gedeelten voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd en waarvan het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen. 3 De tekening die bij het verzoek betreffende de voorgenomen wijziging wordt overgelegd, geeft de begrenzing aan van de onderscheidene gedeelten van de gebouwen en de grond, die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan na inschrijving van de akte van wijziging het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen. 4 De op de tekening binnen de begrenzing van elk zodanig gedeelte als kenmerk daarvan aangebrachte nummers zijn: a. voor elk gedeelte, welks begrenzing bij de voorgenomen wijziging geen verandering ondergaat: het nummer dat als kenmerk van dat gedeelte is aangebracht op de laatste ingeschreven tekening; b. voor de overige gedeelten: de nummers volgende op het hoogste nummer, dat als kenmerk van een gedeelte voorkomt op de onder a bedoelde tekening. 2006 212 31-10-2006 25-10-2006 DJZ2006315295 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 In de registratie voor schepen worden ten aanzien van elk daarin te boek staand schip tevens de volgende gegevens opgenomen: a. het feit dat een verkrijging plaatsvond onder een ontbindende of opschortende voorwaarde; b. een korte aanduiding van de aard van de in de openbare registers ingeschreven stukken betreffende de volgende feiten: 1º ondercuratelestelling van een rechthebbende, alsmede de naam en de woonplaats met adres van de curator; 2º faillietverklaring van een rechthebbende, alsmede de naam en de woonplaats met adres van de curator; 3º surséance van betaling, verleend aan een rechthebbende, alsmede de naam en de woonplaats met adres van de bewindvoerder; 4º artikel 800, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek scheepshuurkoopovereenkomst waaropvan toepassing is; 5º reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in schepen zijn vastgesteld; 6º instelling van een rechtsvordering of de indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak; 7º instelling van een rechtsmiddel tegen een rechterlijke uitspraak; 8º het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op een rechthebbende, alsmede de naam en woonplaats met adres van de bewindvoerder; c. inzake beslagen: ten behoeve van wie het beslag is gelegd, alsmede het desbetreffende bedrag. 2000 134 14-07-2000 03-07-2000 MJZ2000076831 2000 134 14-07-2000 03-07-2000 MJZ2000076831 16-07-2000
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 87, eerste lid, onder b en c, van de wet Als publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen, aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen, als bedoeld in, worden aangewezen: a. voor zover het betreft inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een schip in de registratie voor schepen staan vermeld: 1º de Staat (rijksbelastingdienst), en 2º de gemeenten; b. voor zover het betreft inlichtingen omtrent de wettelijke woonplaats, daaronder begrepen het adres, van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een schip in de registratie voor schepen staan vermeld: 1º de Staat (rijksbelastingdienst), 2º de gemeenten, en 3º de Kamer van Koophandel. 2013 34914 13-12-2013 09-12-2013 WJZ/13199207 2013 34914 13-12-2013 09-12-2013 WJZ/13199207 01-01-2014
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Indien uit een ingeschreven stuk blijkt dat sprake is van een trust, wordt in de registratie voor schepen als rechthebbende vermeld de trustee, alsmede die hoedanigheid, onder vermelding van de gegevens betreffende de trust. 1995 82 27-04-1995 20-04-1995 MJZ31395045 1995 82 27-04-1995 20-04-1995 MJZ31395045 29-04-1995 01-05-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 9 van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 artikel 10, eerste lid, van die maatregel van toepassing De inbedoelde certificaten en duplicaten van certificaten hebben de vorm van het model dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd onder toevoeging van het woord ‘certificaat’ dan wel, ingevalis, ‘vervangend certificaat’, onderscheidenlijk ‘duplicaat-certificaat’. De in de eerste zin genoemde documenten worden aan de achterzijde voorzien van een tekst met de vorm van het model dat als bijlage 3 bij deze regeling is gevoegd, met dien verstande dat ingeval van afgifte van vervangende certificaten dan wel van duplicaten van certificaten het woord ‘certificaat’ wordt gewijzigd in ‘vervangend certificaat’ onderscheidenlijk ‘duplicaat-certificaat’. 2 artikel 36 van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 artikel 35, eerste lid, eerste zin, van die maatregel De inbedoelde verzoeken, verklaringen en aangiften, met uitzondering van de inbedoelde aangifte, hebben de vorm van de modellen die als bijlagen 4 tot en met 13 bij deze regeling zijn gevoegd. 1995 82 27-04-1995 20-04-1995 MJZ31395045 1995 82 27-04-1995 20-04-1995 MJZ31395045 29-04-1995
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel XVI hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet De wijze van bijwerking, bedoeld invan, geschiedt met inachtneming van het tweede en derde lid. 2 artikel 85, tweede lid, van de wet artikel XVI hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet Ingeval de geautomatiseerde bestanden van de registratie voor schepen mede onderdelen omvatten waardoor het mogelijk wordt in de registratie voor schepen een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken op te nemen als bedoeld in, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld invanen vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de registratie voor schepen terstond aan. 3 De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met de inhoud van het desbetreffende gereed gekomen onderdeel van het geautomatiseerde systeem dat aan de geautomatiseerde bestanden van de registratie voor schepen wordt toegevoegd, en met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 16-07-2005
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 94, eerste lid, onder b en c, van de wet Als publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen, aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen, als bedoeld in, worden aangewezen: a. voor zover het betreft inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een luchtvaartuig in de registratie voor luchtvaartuigen staan vermeld: 1º de Staat (rijksbelastingdienst), en 2º de gemeenten; b. voor zover het betreft inlichtingen omtrent de wettelijke woonplaats, daaronder begrepen het adres, van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een luchtvaartuig in de registratie voor luchtvaartuigen staan vermeld: 1º de Staat (divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat). 2º de gemeenten, en 3º de Kamer van Koophandel. 2013 34914 13-12-2013 09-12-2013 WJZ/13199207 2013 34914 13-12-2013 09-12-2013 WJZ/13199207 01-01-2014
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Indien uit een ingeschreven stuk blijkt dat sprake is van een trust, wordt in de registratie voor luchtvaartuigen als rechthebbende vermeld de trustee, alsmede die hoedanigheid, onder vermelding van de gegevens betreffende de trust. 1995 82 27-04-1995 20-04-1995 MJZ31395045 1995 82 27-04-1995 20-04-1995 MJZ31395045 29-04-1995 01-05-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 bijlagen 14 tot en met 16 De in artikel 15 van de Maatregel teboekgestelde luchtvaartuigen 1996 bedoelde verzoeken en aangiften hebben de vorm van de modellen die alsbij deze regeling zijn gevoegd. 1996 186 26-09-1996 24-08-1996 MJZ9604795 1996 472 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996 Treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 januari 1995 tot vaststelling en invoering van titel 15 (Het luchtvaartuig) van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel XVIII hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet De wijze van bijwerking, bedoeld invan, geschiedt met inachtneming van het tweede en derde lid. 2 artikel 92, tweede lid, van de wet artikel XVIII hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet Ingeval de registratie voor luchtvaartuigen een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken bevat als bedoeld in, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld invanen vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de registratie voor luchtvaartuigen terstond aan. 3 De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 111, eerste lid, van de wet De gevallen waarin de Dienst bevoegd is om de kadastrale aanduiding van onroerende zaken en appartementsrechten te wijzigen en de grootte van percelen opnieuw vast te stellen, bedoeld in, zijn: a. de gevallen waarin vernieuwing van de kadastrale kaart plaatsvindt, waarbij deze op een andere kaartschaal wordt gebracht; b. de gevallen waarin de indeling in kadastrale gemeenten wijzigt. 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 2005 134 14-07-2005 01-07-2005 DJZ2005156735 16-07-2005
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De Uitvoeringsregeling Kadasterwet wordt ingetrokken. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Organisatiewet Kadaster Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen die ter inzage zullen worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 1994 81 27-04-1994 14-04-1994 KAZ14494009 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Artikel 38#
artikel 38
Artikel 38#
artikel 38
Artikel 38#
artikel 38