Uitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverlening
- BWB-id
- BWBR0006421
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2007-11-24 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006421
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/uitvoeringsregeling-wet-identificatie-bij-dienstverlening-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/uitvoeringsregeling-wet-identificatie-bij-dienstverlening-en/2007-11-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006421&g=2007-11-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006421&z=2026-06-06&g=2007-11-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006421/2007-11-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/uitvoeringsregeling-wet-identificatie-bij-dienstverlening-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van de Wet identificatie bij dienstverlening Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 1 134,45 per jaar indien het een periodieke premie betreft en op € 2 268,90 indien het een eenmalige premie betreft. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 6°, van de Wet identificatie bij dienstverlening Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 10 000. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 7°, van de Wet identificatie bij dienstverlening Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 15 000. 2 In afwijking van het eerste lid wordt het in dat lid bedoelde bedrag, indien het een dienst betreft ter zake van de aan- of verkoop van schuldbrieven aan toonder of soortgelijke waardepapieren tegen contante betaling, waarbij er sprake is van fysieke in- of uitlevering van het waardepapier, vastgesteld op € 0. 2006 130 07-07-2006 30-06-2006 FM2006-00918M 2006 130 07-07-2006 30-06-2006 FM2006-00918M 09-07-2006
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8 "8(," moet zijn "8°," Wet identificatie bij dienstverlening Het bedrag, bedoeld in(,van de, wordt vastgesteld op € 15 000. 2001 248 21-12-2001 18-12-2001 WJB2001-1409M 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 28-12-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 13-12-2001, Stb. 665 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening artikel 2, vijfde lid, onder a, b, c, of d, van die wet Vrijstelling van, wordt verleend indien als cliënt optreedt een onderneming of instelling als bedoeld in. 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening Vrijstelling van, wordt verleend indien als cliënt optreedt een natuurlijke persoon of rechtspersoon die lid is van of deelnemer aan een handelsplatform dat lid is van de Fédération Internationale des Bourses de Valeurs, en die is gevestigd in Argentinië, Aruba, Australië, Brazilië, Canada, Hong Kong-China, Japan, Mexico, de Nederlandse Antillen, Nieuw Zeeland, Singapore, Turkije, de Verenigde Staten van Amerika of Zwitserland. 3 artikel 2, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening Richtlijn 73/239/EEG Richtlijn 88/357/EEG Richtlijn 79/267/EEG Richtlijn 90/619/EEG Vrijstelling van, wordt verleend indien als cliënt optreedt een onderneming of instelling waaraan door de bevoegde autoriteiten in een andere lid-staat vergunning is verleend overeenkomstigen,en. 2007 227 22-11-2007 16-11-2007 FM2007-01491M 2007 227 22-11-2007 16-11-2007 FM2007-01491M 24-11-2007
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening Als document in de zin vanwordt aangewezen: a. de gemeentelijke identiteitskaart; b. een geldig buitenlands paspoort; c. voor zover de identiteitvaststelling een persoon betreft die in een andere lidstaat woonachtig is en in die lidstaat plaatsvindt, een geldig rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in die lidstaat en voorzien is van de pasfoto, de naam en het adres van de houder. 2006 130 07-07-2006 30-06-2006 FM2006-00918M 2006 130 07-07-2006 30-06-2006 FM2006-00918M 09-07-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2001 248 21-12-2001 18-12-2001 WJB2001-1409M 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 28-12-2001 Wijziging op artikel 6 kan niet worden uitgevoerd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 13-12-2001, Stb. 665 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 4, eerste en derde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening Als staat in de zin vanworden aangewezen: Argentinië, Aruba, Australië, Brazilië, Canada, Hong Kong-China, Japan, Mexico, De Nederlandse Antillen, Nieuw Zeeland, Singapore, Turkije, de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland. 2 artikel 5, vijfde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening Als staat in de zin vanworden aangewezen: Argentinië, Aruba, Australië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hong Kong-China, Ierland, Italië, Japan, Luxemburg, Mexico, de Nederlandse Antillen, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Singapore, Spanje, Turkije, Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zweden en Zwitserland. 2002 150 08-08-2002 07-08-2002 WJB2002-854M 2002 150 08-08-2002 07-08-2002 WJB2002-854M 10-08-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 4, derde lid, onder c, van de Wet identificatie bij dienstverlening is van overeenkomstige toepassing: 1º indien de dienst bestaat uit het openstellen van een rekening als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van die wet, en deze dienst wordt verleend door een instelling uitsluitend vanuit haar hoofdvestiging; 2º indien de dienst bestaat uit het openstellen van een rekening en deze dienst wordt verricht door een bij de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. aangesloten kredietinstelling en voor deze rekening hetzelfde nummer wordt gebruikt als voor een rekening van dezelfde cliënt bij een andere kredietinstelling die ook is aangesloten bij de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. en de eerste betaling bestaat uit het overboeken van het saldo dat wordt aangehouden op de rekening bij de ene kredietinstelling naar de rekening met hetzelfde nummer bij de andere kredietinstelling; 3º indien de dienst bestaat uit het uitgeven van creditcards. 2001 248 21-12-2001 18-12-2001 WJB2001-1409M 2001 665 27-12-2001 13-12-2001 28018 28-12-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 13-12-2001, Stb. 665 in werking treedt.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikelen 7 8 van de Wet identificatie bij dienstverlening Als belast met het toezicht op de naleving van deenworden aangewezen: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de werknemers van de Pensioen- & Verzekeringskamer die daarmee door daartoe de Pensioen- & Verzekeringskamer belast zijn; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 3° en 4°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de werknemers van de Stichting Autoriteit Financiële Markten die daarmee door de Stichting Autoriteit Financiële Markten belast zijn; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 6°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de ambtenaren die daarmee door de Minister van Financiën belast zijn; e. artikel 24b, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek voor zover het betreft naleving door ondernemingen of instellingen die creditcards uitgeven, met uitzondering van de ondernemingen of instellingen waarvan de door haar uitgegeven creditcards alleen gebruikt kunnen worden bij die onderneming of instelling of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; f. artikel 1, onderdeel a van de Wet inzake de geldtransactiekantoren voor zover het betreft naleving door geldtransactiekantoren als bedoeld in: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; g. artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen voor zover het betreft naleving door natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig een speelcasino in de zin vanorganiseren: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; h. artikel 1, onderdeel d, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties voor zover het betreft naleving door personen of organisaties als bedoeld in(Stb. 94) die als advocaat, notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf werkzaamheden verrichten: de werknemers van het Bureau Financieel Toezicht die daarmee door het Bureau Financieel Toezicht belast zijn; i artikel 1, onderdeel d, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties Stb. voor zover het betreft naleving door personen of organisaties als bedoeld in(94) die als trustkantoor als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren werkzaamheden verrichten: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; j. artikel 1, onderdeel e, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties voor zover het betreft de naleving door personen of organisaties als bedoeld in(Stb. 94): de werknemers van het Bureau Financieel Toezicht die daarmee door het Bureau Financieel Toezicht belast zijn; k. artikel 1, onderdeel f, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties voor zover het betreft de naleving door personen of organisaties als bedoeld in(Stb. 94): de ambtenaren die daarmee door de Minister van Financiën belast zijn; l. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft de naleving door tussenpersonen als bedoeld in: de werknemers van de Autoriteit Financiële Markten die daarmee door de Autoriteit Financiële Markten belast zijn. 2 artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties Als belast met het toezicht op de naleving vanworden aangewezen: a. artikel 1, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de werknemers van de Pensioen- & Verzekeringskamer die daarmee door de Pensioen- & Verzekeringskamer belast zijn; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 3° en 4°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de werknemers van de Stichting Autoriteit Financiële Markten die daarmee door de Stichting Autoriteit Financiële Markten belast zijn; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 6°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft naleving door instellingen als bedoeld in: de ambtenaren die daarmee door de Minister van Financiën belast zijn; e. artikel 24b, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek voor zover het betreft naleving door ondernemingen of instellingen die creditcards uitgeven, met uitzondering van de ondernemingen of instellingen waarvan de door haar uitgegeven creditcards alleen gebruikt kunnen worden bij die onderneming of instelling of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; f. voor zover het betreft naleving door natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een ander munten of bankbiljetten wisselen, munten of bankbiljetten uitbetalen tegen inlevering van een of meer cheques of munten of bankbiljetten uitbetalen op vertoon van een creditcard: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; g. artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen voor zover het betreft naleving door natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig een speelcasino in de zin vanorganiseren: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; h. voor zover het betreft naleving door natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig in het kader van een geldelijke overmaking gelden of geldswaarden in ontvangst nemen, ten einde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel in het kader van een geldelijke overmaking gelden of geldswaarden betalen of betaalbaar stellen, nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; i. artikel 1, onderdeel d, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties Stb. i. voor zover het betreft naleving door personen of organisaties als bedoeld in(94) die als advocaat, notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf werkzaamheden verrichten: de werknemers van het Bureau Financieel Toezicht die daarmee door het Bureau Financieel Toezicht belast zijn;. j. artikel 1, onderdeel d, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties Stb. voor zover het betreft naleving door personen of organisaties als bedoeld in(94) die als trustkantoor als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren werkzaamheden verrichten: de werknemers van De Nederlandsche Bank N.V. die daarmee door De Nederlandsche Bank N.V. belast zijn; k. artikel 1, onderdeel e, van het koninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties voor zover het betreft de naleving door personen of organisaties als bedoeld in(Stb. 94): de werknemers van het Bureau Financieel Toezicht die daarmee door het Bureau Financieel Toezicht belast zijn; l. artikel 1, onderdeel f, van hetkoninklijk besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties voor zover het betreft naleving door personen of organisaties als bedoeld in(Stb. 94): de ambtenaren die daarmee door de Minister van Financiën belast zijn; m. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van de Wet identificatie bij dienstverlening voor zover het betreft de naleving door tussenpersonen als bedoeld in: de werknemers van de Autoriteit Financiële Markten die daarmee door de Autoriteit Financiële Markten belast zijn. 2007 227 22-11-2007 16-11-2007 FM2007-01491M 2007 227 22-11-2007 16-11-2007 FM2007-01491M 24-11-2007
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b 1 artikel 5, derde en vierde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening Wet identificatie bij dienstverlening Vrijstelling vanwordt verleend indien de natuurlijke persoon het beroep van advocaat, notaris, of kandidaat-notaris uitoefent in een lidstaat van de Europese Unie en deze de identiteit van degene voor wie hij optreedt heeft vastgesteld overeenkomstig de. 2 artikel 5, derde en vierde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening artikel 2 van de Wet toezicht trustkantoren Wet identificatie bij dienstverlening Vrijstelling vanwordt verleend indien de natuurlijke persoon een trustkantoor is dan wel optreedt namens een trustkantoor, dat in bezit is van een vergunning als bedoeld inen deze persoon de identiteit van degene voor wie hij optreedt heeft vastgesteld overeenkomstig de. 3 artikel 5, derde en vierde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening richtlijn nr. 84/253/EEG Wet identificatie bij dienstverlening Vrijstelling vanwordt verleend indien de natuurlijke persoon een toegelaten persoon is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Achtstevan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 april 1984 op de grondslag van artikel 54, lid, 3, sub g, van het Verdrag inzake de toelating van personen belast met de wettelijke controle van boekhoudbescheiden (PbEG L126) en deze persoon de identiteit van degene voor wie hij optreedt heeft vastgesteld overeenkomstig de. 2004 159 20-08-2004 11-08-2004 FM2004-01040M 2004 159 20-08-2004 11-08-2004 FM2004-01040M 22-08-2004 12-09-2003
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transacties. 2004 159 20-08-2004 11-08-2004 FM2004-01040M 2004 159 20-08-2004 11-08-2004 FM2004-01040M 22-08-2004 12-09-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wet identificatie bij dienstverlening Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst. 1994 17 25-01-1994 20-01-1994 WJB-93/1691 1994 48 28-01-1994 18-01-1994 01-02-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 in werking treedt.