Warenwetregeling Zuigelingenvoeding
- BWB-id
- BWBR0006126
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2003-11-08 t/m 2007-05-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006126
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/warenwetregeling-zuigelingenvoeding
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/warenwetregeling-zuigelingenvoeding/2003-11-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006126&g=2003-11-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006126&z=2026-06-06&g=2003-11-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006126/2003-11-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1994/warenwetregeling-zuigelingenvoeding
Artikel 10#
artikel 10, eerste en tweede lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. zuigelingen: kinderen jonger dan twaalf maanden; b. volledige zuigelingenvoeding: voedingsmiddelen die speciaal zijn bedoeld als voeding voor gezonde zuigelingen in de eerste vier tot zes levensmaanden, en die volledig aan de voedingseisen van deze categorie personen voldoen; c. opvolgzuigelingenvoeding: voedingsmiddelen die speciaal zijn bedoeld als voeding voor gezonde zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden, en die het belangrijkste vloeibare bestanddeel vormen van de steeds gevarieerder wordende voeding van deze personen; d. residu van bestrijdingsmiddelen: artikel 1, eerste lid, onder g, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 het residu in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, van een gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in, met inbegrip van de metabolieten daarvan en de producten die bij de afbraak of de reactie vrijkomen. 1999 201 19-10-1999 18-10-1999 GZB/VVB-2000009 1999 201 19-10-1999 18-10-1999 GZB/VVB-2000009 30-06-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Bij de bereiding van volledige zuigelingenvoeding en van opvolgzuigelingenvoeding wordt geen gebruik gemaakt van: a. bijlagen I II III V VI andere eiwitbronnen dan die bedoeld in de,,,en; b. andere bestanddelen van eet- of drinkwaren dan die waarvan op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens is aangetoond dat zij geschikt zijn als specifieke voeding voor de desbetreffende zuigelingen; en c. bijlage III andere voedingsstoffen dan die bedoeld in. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Grondstoffen welke gebruikt worden bij de bereiding van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, voldoen aan de navolgende eisen: a. vreemde bestanddelen, antibiotica daaronder begrepen, en andere verontreinigingen zijn niet aanwezig, met dien verstande dat: 1º bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met: A. 0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk; B. 0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder A genoemde melk; C. 0003 internationale eenheden penicilline per ml, berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten; 2º het gehalte aan aflatoxine M1 niet hoger is dan 0,05 µg per kg berekend op basis van melk; b. de grondstof melk voldoet aan de desbetreffende wettelijke eisen; c. het gehalte aan nitriet, berekend als nitriet-ion (NO2-), in wei en weipoeder en uit wei bereide produkten, is niet hoger dan 1 mg per kg berekend op de droge stof, met dien verstande, dat uit wei bereide produkten met een asgehalte van minder dan 4%, genoemd gehalte lager dan (E/13) x 0,5 mg per kg droge stof is, waarbij E staat voor het eiwitgehalte van het betrokken weiprodukt, berekend op de droge stof en met dien verstande dat voor produkten met een lager eiwitgehalte dan 135% een maximum gehalte van 0,5 mg per kg droge stof geldt; d. in afwijking van onderdeel b is de zuurtegraad van de grondstof melk niet hoger dan: 1º 17,5°N, zulks uitsluitend voor al dan niet geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk en voor room, in geval van room berekend op de vetvrije waar; 2º 18,5 mmol natriumhydroxide per 100 g vetvrije droge stof, zulks uitsluitend voor geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde melk; en e. een hoger gehalte aan lactaten, berekend op de vetvrije droge stof van de room, de al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk en de geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde vormen daarvan, dan 100 mg per 100 g, is niet aanwezig. 1996 186 26-09-1996 23-09-1996 GZB/VVB/963773 1996 467 24-09-1996 18-09-1996 25-09-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage I Volledige zuigelingenvoeding voldoet voor wat betreft de samenstelling aan. 2 bijlage II Opvolgzuigelingenvoeding voldoet voor wat betreft de samenstelling aan. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde waar is, al dan niet na de toevoeging van water, gereed voor consumptie. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen. 1996 186 26-09-1996 23-09-1996 GZB/VVB/963773 1996 467 24-09-1996 18-09-1996 25-09-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 In volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding is het nitraatgehalte, berekend als nitraat-ion (NO3-), niet hoger dan 50 mg per kg droge stof. 2 Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding in poedervorm voldoen aan de volgende eisen: a. het aantal aeroob kweekbare micro-organismen (kiemgetal) bedraagt niet meer dan 10.000 per g; b. Enterobacteriaceae zijn in 1 g niet aantoonbaar; c. het aantal kweekbare gisten en schimmels bedraagt ieder afzonderlijk niet meer dan 100 per g; d. pathogene micro-organismen en hun toxinen zijn afwezig, met dien verstande dat: 1º het aantal kweekbare Bacillus cereus niet meer dan 100 per g bedraagt; 2º Staphylococcus aureus geacht wordt afwezig te zijn, indien micro-organisemen van dit type niet aantoonbaar zijn in 1 g; 3º Salmonellae geacht worden afwezig te zijn, indien micro-organismen van dit type niet aantoonbaar zijn in 50 g; e. fosfatase-activiteit is niet aantoonbaar. 3 Vloeibare volledige zuigelingenvoeding en vloeibare opvolgzuigelingenvoeding zijn: a. Warenwet gesteriliseerd en voldoen aan artikel 34, vierde en vijfde lid, van het Melkbesluit () 1974; of b. Warenwet ultra hoog verhit en voldoen aan artikel 34, zevende lid, van het Melkbesluit () 1974. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, die gereed zijn voor onmiddellijke consumptie of zijn gereconstitueerd volgens de aanwijzingen van de fabrikant daarvan, bevatten ten hoogste: a. bijlage X 0,003 mg/kg residuen van de afzonderlijke ingenoemde bestrijdingsmiddelen; b. bijlage XI de invermelde residuen van de daar genoemde bestrijdingsmiddelen; en c. 0,01 mg/kg residuen van andere afzonderlijke bestrijdingsmiddelen. 2003 215 06-11-2003 29-10-2003 VGB/VL2422753 2003 215 06-11-2003 29-10-2003 VGB/VL2422753 08-11-2003 Waren die voldoen aan de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding zoals
die onmiddelijk vóór 8 november 2003 luidde, mogen nog verhandeld
worden tot 6 maart 2005.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 1, onder b De aanduiding volledige zuigelingenvoeding mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor de waar, bedoeld in. 2 In afwijking van het eerste lid mag uitsluitend en moet de daar bedoelde waar die volledig uit koemelk-eiwit is bereid, worden aangeduid met volledige zuigelingenvoeding op basis van melk of met zuigelingenmelk. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 1, onder c De aanduiding opvolgzuigelingenvoeding mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor de waar, bedoeld in. 2 In afwijking van het eerste lid mag uitsluitend en moet de daar bedoelde waar die uitsluitend uit koemelk-eiwit is bereid, worden aangeduid met opvolgmelk. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen Onverminderd hetworden bij volledige zuigelingenvoeding de volgende vermeldingen gebezigd: a. een vermelding dat de waar specifiek geschikt is als voeding voor zuigelingen vanaf de geboorte, die geen borstvoeding krijgen; b. voor zover de waar geen toegevoegd ijzer bevat: een vermelding dat aan de totale ijzerbehoefte van zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden, slechts kan worden voldaan door daartoe ook nog andere bronnen te gebruiken; c. voorafgegaan door het woord belangrijk of een woord van gelijke strekking: 1º een verklaring dat borstvoeding de voorkeur heeft; en 2º een aanbeveling dat de waar alleen dient te worden gebruikt op advies van onafhankelijke deskundigen op het gebied van geneeskunde, voeding of farmaceutische wetenschap of van personen die beroepsmatig verantwoordelijk zijn voor de zorg voor moeder en kind. 2 bijlage IV Bij volledige zuigelingenvoeding worden slechts in de inbedoelde gevallen en in overeenstemming met de daarin vastgestelde voorwaarden, vermeldingen gebezigd inzake de speciale samenstelling van de waar. 3 Bij volledige zuigelingenvoeding worden geen afbeeldingen van zuigelingen, noch andere vermeldingen, gebezigd waardoor het gebruik van de waar zou kunnen worden geïdealiseerd. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen Onverminderd hetworden bij opvolgzuigelingenvoeding vermeldingen gebezigd, aangevende dat de waar: a. alleen geschikt is om voor specifieke doeleinden te worden gebruikt als voeding voor zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden; b. slechts een onderdeel van een gevarieerde voeding mag zijn; en c. gedurende de eerste vier levensmaanden niet mag worden gebruikt als vervanging van moedermelk. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen Onverminderd hetworden bij volledig zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding vermeldingen gebezigd, aangevende: a. de beschikbare energiewaarde van de waar, uitgedrukt in kJ en kcal, per 100 ml van de voor consumptiegerede waar; b. het gehalte aan eiwitten, vetten en koolhydraten, uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gerede waar; c. de gemiddelde hoeveelheden van: 1º bijlage I bijlage II elk mineraal dat en elke vitamine die is vermeld inonderscheidenlijk; en 2º indien van toepassing, van choline, inositol, carnitine en taurine; steeds uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gerede waar; en d. een gebruiksaanwijzing voor de juiste bereiding van de waar, vergezeld van een waarschuwing dat een onjuiste bereiding een risico voor de gezondheid op kan leveren. 2 Onverminderd het eerste lid mogen vermeldingen worden gebezigd, aangevende: a. bijlage III bij volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding: de gemiddelde hoeveelheid van de ingenoemde voedingsstoffen, uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gereden waar; en b. bijlage IX bij opvolgzuigelingenvoeding: de hoeveelheden van de ingenoemde vitamines en mineralen, steeds uitgedrukt als een percentage van de desbetreffende, in die bijlage vermelde referentiewaarde, per 100 ml van de voor consumptiegerede waar, voor zover dat percentage ten minste 15% bedraagt. 1996 190 02-10-1996 25-09-1996 GZB/VVB963803 1996 190 02-10-1996 25-09-1996 GZB/VVB963803 04-10-1996 Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden tot dat tijdstip, nog verhandeld mogen worden tot 31 maart 1999.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Bij volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding worden slechts vermeldingen gebezigd die vrouwen niet weerhouden van het geven van borstvoeding, met dien verstande dat: a. beweringen als "gehumaniseerd" en "gematerniseerd" niet gebezigd worden; en b. artikel 9, tweede lid bijlage IV punt 1 de bewering "aangepast" slechts wordt gebezigd met inachtneming van, en van,. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De rechtstreekse verkoop van volledige zuigelingenvoeding aan de consument wordt op geen enkele wijze aangeprezen. 2 In afwijking van het eerste lid mag volledige zuigelingenvoeding worden aangeprezen in wetenschappelijke publikaties, voor zover daarbij: a. uitsluitend gegevens van wetenschappelijke en feitelijke aard worden genoemd; en b. niet de indruk wordt gewekt dat flesvoeding gelijkwaardig aan of beter zou zijn dan borstvoeding. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Schenken van voorlichtings- of educatiefmateriaal inzake zuigelingenvoeding en van de daarvoor benodigde apparatuur door fabrikanten of groothandelaren is slechts toegestaan met schriftelijke toestemming daartoe van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. 2 Materiaal en apparatuur, bedoeld in het eerste lid, zijn niet voorzien van een handelsmerk van zuigelingenvoeding en worden slechts met inschakeling van het stelsel van de gezondheidszorg verspreid. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Schenking of aflevering tegen lage prijzen van zuigelingenvoeding aan instellingen of organisaties, vindt slechts plaats ten behoeve van zuigelingen die met zuigelingenvoeding moeten worden gevoed, gedurende de periode dat die zuigelingen daaraan behoefte hebben. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden is mede belast met het toezicht op de naleving door de bij haar aangeslotenen van de bij deze regeling gestelde voorschriften. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a artikel 6a Als methoden van onderzoek welke bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot zuigelingenvoeding of opvolgzuigelingenvoeding al dan niet is voldaan aan, worden aangewezen de algemeen aanvaarde gestandaardiseerde methoden. 1999 182 22-09-1999 20-09-1999 GZB/VVB/994079 1999 182 22-09-1999 20-09-1999 GZB/VVB/994079 30-06-2000 Eet- of drinkwaren die voldoen aan de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding zoals die luidde tot 30 juni 2000 mogen nog verhandeld worden tot 1 juli 2002.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Warenwet De Regeling zuigelingenvoeding () wordt ingetrokken. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1994. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Warenwetregeling Zuigelingenvoeding Deze regeling wordt aangehaald als:. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 1993 183 24-09-1993 30-08-1993 DGVgz/VVP/L931389 01-06-1994
Artikel 2#
artikel 2, onder a
Artikel 4#
4, eerste lid
Artikel 11#
11, eerste lid, onder c
Artikel 3.1 — 3.1#
3.1 De volgende stoffen worden niet gebruikt: - sesamolie, - katoenzaadolie.
Artikel 3.5 — 3.5#
3.5 Het gehalte aan alfa-linoleenzuur bedraagt ten minste 12 mg/100 kJ (50 mg/100 kcal). De verhouding linolzuur/alfa-linoleenzuur bedraagt ten minste 5 en ten hoogste 15.
Artikel 3.6 — 3.6#
3.6 Het gehalte aan trans-isomeren van vetzuren bedraagt ten hoogste 4% van het totale vetgehalte.
Artikel 3.7 — 3.7#
3.7 Het gehalte aan erucazuur bedraagt ten hoogste 1% van het totale vetgehalte.
Artikel 3.8 — 3.8#
3.8 LC-PUFA's, dat wil zeggen meervoudig onverzadigde vetzuren met een lange keten (20 en 22 koostofatomen) mogen worden toegevoegd tot een gehalte van ten hoogste: Het gehalte aan eicosapentaeenzuur (20:5 n-3) is niet hoger dan het gehalte aan docosahexaeenzuur (22:6 n-3). - 1% van het totale vetgehalte voor n-3 LC-PUFA's; en - 2% van het totale vetgehalte voor n-6 LC-PUFA's (1 % van het totale vetgehalte voor arachidonzuur).
Artikel 4.1 — 4.1 Alleen de volgende koolhydraten worden gebruikt:#
4.1 Alleen de volgende koolhydraten worden gebruikt: - lactos - maltose, - sucrose, - maltodextrine, - glucosestroop of gedehydrateerde glucosestroop of gedroogde of watervrije glucosestroop, - voorgekookt zetmeel, van nature glutenvrij, - gegelatineerd zetmeel, van nature glutenvrij.
Artikel 2#
artikel 2, onder a
Artikel 4#
4, tweede lid
Artikel 11#
11, eerste lid, onder c
Artikel 3.1 — 3.1#
3.1 De volgende stoffen worden niet gebruikt: – sesamolie, – katoenzaadolie.
Artikel 3.5 — 3.5#
3.5 Het gehalte aan trans-isomeren van vetzuren is ten hoogste 4% van het totale vetgehalte.
Artikel 3.6 — 3.6#
3.6 Het gehalte aan erucazuur is ten hoogste 1% van het totale vetgehalte.
Artikel 4.1 — 4.1#
4.1 Gluten bevattende bestanddelen worden niet gebruikt.
Artikel 5.3 — 5.3 Overige mineralen#
5.3 Overige mineralen De concentraties zijn ten minste gelijk aan de normaal in koemelk aangetroffen concentraties, eventueel verlaagd in de dezelfde verhouding als die tussen de eiwitconcentratie van de opvolgzuigelingenvoeding en die van koemelk. Bijlage VII bevat ter indicatie de normale samenstelling van koemelk.
Artikel 5.4 — 5.4#
5.4 De verhouding calcium/fosfor is niet groter dan 2,0
Artikel 9#
artikel 9, tweede lid
Artikel 2#
artikel 2, onder a
Artikel 2#
artikel 2, onder a
Artikel 11#
artikel 11, tweede lid, onder b
Artikel 6a#
artikel 6a, onder a
Artikel 6a#
artikel 6a, onder a