Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 1995
- BWB-id
- BWBR0007623
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2000-11-02 t/m 2005-11-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007623
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-199
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-199/2000-11-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007623&g=2000-11-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007623&z=2026-06-06&g=2000-11-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007623/2000-11-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-199
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: Belastingdienst: de Belastingdienst van het Ministerie van Financiën met uitzondering van de Belastingdienst/Douane en de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst - Economische Controledienst (Belastingdienst/FIOD-ECD); CBM: Belastingdienst Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting. 2 Voorts wordt in dit besluit verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de ambtenaar die als buitengewoon opsporingsambtenaar is beëdigd door of vanwege het College van procureurs-generaal en werkzaam is bij de Belastingdienst als: a. verbalisant; b. fraudecoördinator; c. ambtenaar CBM. 2000 211 31-10-2000 30-10-2000 5061288/500/CBK 2000 211 31-10-2000 30-10-2000 5061288/500/CBK 02-11-2000 De terugwerkende kracht is opgeschort bij Stcrt. 2000/31.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is de Hoofdofficier van Justitie te ’s-Gravenhage aangewezen. 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 17-11-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 4, tweede lid, onder a en d, van dit besluit De Directeur Belastingdienst brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over de stand van zaken met betrekking tot de opleiding en bijscholing, bedoeld in, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 17-11-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, tweede lid artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in, is ontheffing verleend van het bepaalde in, onder de navolgende voorwaarden: a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een opleiding tot verbalisant dan wel fraudecoördinator Belastingdienst heeft voltooid; b. de onder a. bedoelde opleiding omvat ten minste het niveau van de relevante eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en is onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie; c. de toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een toetsingscommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd; d. door middel van een systeem van periodieke bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau gehandhaafd blijft. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een opleiding tot verbalisant dan wel fraudecoördinator of de basisopleiding douane heeft gevolgd, is bekwaam voor zover dmv van een systeem van periodieke bijscholing is gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau gehandhaafd blijft. 3 artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar die belast is met het opmaken van processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, is ontheffing verleend van het bepaalde in. 2000 211 31-10-2000 30-10-2000 5061288/500/CBK 2000 211 31-10-2000 30-10-2000 5061288/500/CBK 02-11-2000 De terugwerkende kracht is opgeschort bij Stcrt. 2000/31.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de Kaderregeling legitimatiebewijs Belastingdienst. 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 17-11-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 6 november 2005. 2000 211 31-10-2000 30-10-2000 5061288/500/CBK 2000 211 31-10-2000 30-10-2000 5061288/500/CBK 02-11-2000 De terugwerkende kracht is opgeschort bij Stcrt. 2000/31.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 1995. 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 1995 222 15-11-1995 30-10-1995 521348/595/NE 17-11-1995