Besluit van de Minister van Justitie van 13 februari 1995, nr. 481432/595/NE houdende een overgangsregeling inzake het voortduren van opsporingsbevoegdheid van personen voor wie een aanvraag tot buitengewoon opsporingsambtenaar is ingediend
- BWB-id
- BWBR0007234
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1995-02-22 t/m 2005-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007234
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/besluit-overgangsregeling-inzake-voortduren-opsporingsbevoeg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/besluit-overgangsregeling-inzake-voortduren-opsporingsbevoeg/1995-02-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007234&g=1995-02-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007234&z=2026-06-06&g=1995-02-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007234/1995-02-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/besluit-overgangsregeling-inzake-voortduren-opsporingsbevoeg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: besluit: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar het; standplaats: artikel 1, tweede lid de standplaats bedoeld invan het besluit. 1995 36 20-02-1995 13-02-1995 481432/595/NE 1995 36 20-02-1995 13-02-1995 481432/595/NE 22-02-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 44, vijfde lid, onder b De personen, bedoeld in, van het besluit, voor wie vóór 1 april 1995 een verzoek tot aanwijzing als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, dan wel tot beëdiging als buitengewoon opsporingsambtenaar is ingediend bij de procureur-generaal of de minister van Justitie, behouden hun opsporingsbevoegdheid tot het moment waarop onherroepelijk op het verzoek is beslist. In elk geval vervalt de opsporingsbevoegdheid een jaar na indiening van het verzoek. 1995 36 20-02-1995 13-02-1995 481432/595/NE 1995 36 20-02-1995 13-02-1995 481432/595/NE 22-02-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 hoofdstukken 5 6 artikel 2 Het bepaalde in deenvan het besluit is gedurende de ingenoemde termijn van toepassing. 2 artikel 2 artikel 26 Gedurende de periode dat de inbedoelde personen nog niet beschikken over het op grond vanvan het besluit vastgestelde legitimatiebewijs dragen zij een legitimatiebewijs bij zich waaruit hun functie en opsporingsbevoegdheid blijkt. 3 artikel 2 artikel 2 artikel 1, tweede lid, van de Politiewet 1993 artikel 24 van de Politiewet 1993 Voor de ingenoemde termijn is de hoofdofficier van justitie, bedoeld in, van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de inbedoelde personen is gelegen aangewezen als toezichthouder en de korpschef, bedoeld in, van de politieregio waarbinnen die standplaats is gelegen, als direct toezichthouder. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1995 36 20-02-1995 13-02-1995 481432/595/NE 1995 36 20-02-1995 13-02-1995 481432/595/NE 22-02-1995