Regeling houdende vaststelling regels erkenning tot het inbouwen van snelheidsbegrenzers in motorrijtuigen (Erkenningsregeling snelheidsbegrenzers)
- BWB-id
- BWBR0007081
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2007-07-04 t/m 2009-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007081
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/erkenningsregeling-snelheidsbegrenzers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/erkenningsregeling-snelheidsbegrenzers/2007-07-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007081&g=2007-07-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007081&z=2026-06-06&g=2007-07-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007081/2007-07-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/erkenningsregeling-snelheidsbegrenzers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de Minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat; b. de Directeur: de Directeur van de Dienst Wegverkeer; c. richtlijn 92/24/EEG : richtlijn 92/24/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende snelheidsbegrenzers of soortgelijke begrenzingssystemen voor bepaalde categorieën motorvoertuigen (PbEG L 129); d. importeur: door de fabrikant contractueel erkende importeur; e. installateur: natuurlijke persoon of rechtspersoon die gerechtigd is tot installatie van snelheidsbegrenzers; f. installatie: het inbouwen en op de juiste snelheid afstellen en verzegelen van snelheidsbegrenzers; g. mobiele installatie-eenheid: installatie-eenheid waarmee niet steeds in dezelfde werkplaats, doch afwisselend in verscheidene werkplaatsen gewerkt wordt; h. RDW: Dienst Wegverkeer; i. steekproef: artikel 102 van de Wegenverkeerswet 1994 een steekproefsgewijze controle als bedoeld invan een voertuig waarin een snelheidsbegrenzer is ingebouwd; j. werkplaats: overdekte en behoorlijk af te sluiten ruimte, waarin de installatie onder alle weersomstandigheden normaal kan plaatsvinden; k. controleapparaat: verordening (EEG) nr. 3821/85 controleapparaat als bedoeld in Bijlage I of Bijlage IB vanvan de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PbEG L 370). 2 richtlijn 92/24/EEG Een wijziging vantreedt in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven. De Minister doet mededeling in de Staatscourant van het desbetreffende tijdstip van inwerkingtreding. 2005 131 11-07-2005 05-07-2005 HDJZ/AWW/2005/1396 2005 359 19-07-2005 01-07-2005 20-07-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 6 juli 2004
tot wijziging van de Arbeidstijdenwet en de Wegenverkeerswet 1994 in
verband met de invoering van het digitale controleapparaat (Stb.
2004, 347) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De erkenning wordt verleend voor de door de natuurlijke persoon of rechtspersoon gevoerde merken snelheidsbegrenzer ten aanzien waarvan deze voldoet aan de in dit hoofdstuk gestelde eisen. 2 artikel 9 Een erkenning voor één of meer mobiele installatie-eenheden kan worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon voor de door deze gevoerde merken snelheidsbegrenzer ten aanzien waarvan wordt voldaan aan de ingestelde eisen. 3 De in het tweede lid bedoelde mobiele installatie-eenheid wordt ten behoeve van de identificatie gekoppeld aan: a. de naam van de persoon die de werkzaamheden als mobiele installatie-eenheid verricht, dan wel b. het kenteken van het voertuig van waaruit de werkzaamheden als mobiele installatie-eenheid worden verricht. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over: a. een verzegelinrichting en verzegelmateriaal dat geschikt is voor de gevoerde merken snelheidsbegrenzer, b. apparatuur voor het afstellen en het controleren van de afstelling van de gevoerde merken snelheidsbegrenzers in een stilstaand voertuig, en c. gereedschappen, werkplaatshandboeken en documentatie welke noodzakelijk zijn voor de installatie van de gevoerde merken snelheidsbegrenzer. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bijlage 1 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een register waarvan de registerkaarten overeenkomen met het model zoals opgenomen inbij deze regeling. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De aanvrager van een erkenning dan wel het door hem aangewezen personeel moet met goed gevolg een cursus hebben doorlopen met betrekking tot: a. het installeren en het functioneren van de in het kader van de erkenning te voeren merken snelheidsbegrenzers; b. het functioneren van controleapparaten met betrekking tot aspecten die van belang zijn bij de installatie van snelheidsbegrenzers; c. het functioneren van voertuigen met betrekking tot aspecten die van belang zijn bij de installatie van snelheidsbegrenzers; d. de wettelijke voorschriften ten aanzien van snelheidsbegrenzers alsmede ten aanzien van controleapparaten voor zover van belang voor de installatie van snelheidsbegrenzers. 2 De in het eerste lid bedoelde cursus moet zijn georganiseerd door de fabrikant of importeur van de in het kader van de erkenning te voeren merken snelheidsbegrenzer dan wel door de fabrikant van het betrokken motorrijtuig. 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 01-08-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 De inbedoelde personen moeten door middel van een bewijs van deelname aantonen dat zij met goed gevolg de cursus hebben doorlopen. 2 Deze personen moeten door de aanvrager van de erkenning bij de RDW worden aangemeld. 3 Het bewijs van deelname moet in de werkplaats aanwezig zijn. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 5 6 Onverminderd het bepaalde in deenmoet de aanvrager van een erkenning dan wel het door hem aangewezen personeel beschikken over actuele kennis omtrent de in het kader van de erkenning te voeren merken snelheidsbegrenzer. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De aanvrager van een erkenning moet beschikken over een voorziening voor het door middel van datacommunicatie melden van de installatie aan de RDW. Deze voorziening moet geschikt zijn voor de toegangsstructuur van een door de Directeur geaccepteerd netwerk. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 4 De aanvrager van een erkenning voor één of meer mobiele installatie-eenheden moet beschikken over het inbedoelde register. 2 De aanvrager draagt er zorg voor dat: a. artikel 3 elke mobiele installatie-eenheid is voorzien van de invoorgeschreven apparatuur; b. artikel 5 bij elke mobiele installatie-eenheid een tot installatie bevoegd persoon als bedoeld in, aanwezig is. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlage 2 De aanvraag voor een erkenning wordt gedaan door een aanvraagformulier waarvan het model inbij deze regeling is opgenomen, in te dienen bij de RDW. 2 De aanvrager van een erkenning overlegt tegelijk met het aanvraagformulier de volgende bescheiden: a. Handelsregisterwet 1996 voor zover inschrijving in het handelsregister ingevolge deverplicht is, een niet eerder dan één jaar vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag door de secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waarbij de aanvrager of een onderneming waarop de aanvraag betrekking heeft, is ingeschreven, verstrekt uittreksel, afschrift, fotografische reproduktie of schriftelijke mededeling, waaruit blijkt dat de aanvrager of de onderneming op het tijdstip van afgifte van dat geschrift was ingeschreven in het handelsregister; b. boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 30, derde lid, van Boek 2 van genoemd wetboek voor zover inschrijving in het handelsregister ingevolgeverplicht is of inschrijving in het handelsregister ingevolgeis geschied, een niet eerder dan één jaar vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag door de secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken waarbij de aanvrager is ingeschreven, verstrekte afdruk of schriftelijke mededeling, waaruit blijkt dat de aanvrager op het tijdstip van afgifte van die afdruk of mededeling was ingeschreven in het handelsregister; c. indien de aanvraag namens de aanvrager door een ander wordt ingediend, een gewaarmerkt afschrift van een geschrift waaruit blijkt dat die ander tot de vertegenwoordiging bevoegd is. 1997 209 30-10-1997 24-10-1997 DGP/WJZ/V-724683 1997 209 30-10-1997 24-10-1997 DGP/WJZ/V-724683 01-11-1997 01-10-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De met de installatie verband houdende werkzaamheden mogen slechts geschieden in de werkplaats welke in de erkenning is vermeld. 2 Vanaf de buitenkant van elke werkplaats waarvoor de erkenning geldt is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en in de Staatscourant bekendgemaakte wijze zichtbaar dat de erkenning is verleend. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien het een erkenning voor een mobiele installatie-eenheid betreft. 2005 108 08-06-2005 01-06-2005 HDJZ/AWW/2005-1247 2005 108 08-06-2005 01-06-2005 HDJZ/AWW/2005-1247 10-06-2005 Artikel VII van de Wijzigingsregeling diverse regelingen VW in
verband met harmonisatie model ‘RDW erkend bedrijf‘ bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 hoofdstuk 2 De erkenninghouder moet voortdurend blijven voldoen aan de inopgenomen erkenningseisen. 2 paragraaf 2 De installatie moet plaatsvinden overeenkomstig de inopgenomen voorschriften voor installatie. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 5 artikel 6 De installatie mag alleen worden uitgevoerd door de inbedoelde personen, waarvan de namen ingevolgezijn aangemeld bij de RDW. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De erkenninghouder draagt er zorg voor dat de bij hem in gebruik zijnde verzegelinrichting alsmede de aan hem verstrekte toegangscodes niet toegankelijk zijn voor onbevoegden. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 richtlijn 92/24/EEG bijlage 4 Bij installatie mag slechts gebruik worden gemaakt van snelheidsbegrenzers die voldoen aan het bepaalde inen die voorzien zijn van een goedkeuringsmerk, zoals opgenomen inbij deze regeling. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Er mag slechts tot installatie worden overgegaan indien: a. artikel 37, eerste lid, van de Regeling controleapparaten 2005 de omtrek van de banden van de aangedreven wielen van het betrokken motorrijtuig niet meer dan 2,5% afwijkt van de bandenomtrek, vermeld op het in, bedoelde installatieplaatje; b. verordening (EEG) nr. 3821/85 blijkt dat de verzegeling als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 4, van bijlage I of als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 3, van bijlage IB vanvan de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PbEG L 370) van het controleapparaat aanwezig en niet verbroken is. 2 Het eerste lid is slechts van toepassing indien het snelheidssignaal ten behoeve van de snelheidsbegrenzer afkomstig is van het controleapparaat. 2005 131 11-07-2005 05-07-2005 HDJZ/AWW/2005/1396 2005 359 19-07-2005 01-07-2005 20-07-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 6 juli 2004
tot wijziging van de Arbeidstijdenwet en de Wegenverkeerswet 1994 in
verband met de invoering van het digitale controleapparaat (Stb.
2004, 347) in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 16, eerste lid, onder b Onverminderd, mag voor de installatie een verzegeling van het controleapparaat verbroken worden, mits het verbreken van deze verzegeling noodzakelijk is voor de aansluiting van de snelheidsbegrenzer op het controleapparaat. 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 01-08-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De snelheidsbegrenzer moet worden geïnstalleerd met inachtneming van: a. de door de fabrikant of importeur van de snelheidsbegrenzer ten aanzien van het desbetreffende merk gegeven installatie-instructies, b. de door de fabrikant of importeur van het controleapparaat gegeven instructies ten aanzien van de installatie van een snelheidsbegrenzer, alsmede c. de door de fabrikant of importeur van het betrokken voertuig gegeven instructies ten aanzien van de installatie van een snelheidsbegrenzer. 2 artikel 3 De snelheidsbegrenzer moet worden geïnstalleerd met behulp van de inbedoelde gereedschappen en apparatuur. 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 01-08-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 5.3.15, derde lid, van het Voertuigreglement De snelheidsbegrenzer moet worden afgesteld op de in, bepaalde snelheid. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 richtlijn 92/24/EEG De snelheidsbegrenzer moet in overeenstemming met het ter zake bepaalde inworden verzegeld overeenkomstig het door de fabrikant van de desbetreffende snelheidsbegrenzer opgestelde verzegelplan. 2 artikel 23 De verzegeling van de verbinding tussen de snelheidsbegrenzer en de brandstofpomp mag door een erkende installateur worden aangebracht ongeacht het merk snelheidsbegrenzer waarvoor deze is erkend, waarbij de melding als bedoeld inachterwege kan blijven. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Van iedere installatie moeten de volgende gegevens in het register worden vastgelegd: a. met betrekking tot de installateur: 1º. de naam, het adres, de postcode en plaats van de installateur, 2º. de naam van de persoon die de installatie heeft verricht; b. met betrekking tot het voertuig: 1º. het kenteken, of 2º. indien het voertuig nog niet is voorzien van een kenteken, het chassisnummer, 3º. het merk en type, en 4º. de bandenomtrek van de aangedreven wielen in mm; c. met betrekking tot de snelheidsbegrenzer: 1º. het merk en type, 2º. het goedkeuringsmerk, en 3º. de ingestelde maximum snelheid; d. met betrekking tot de uitgevoerde werkzaamheden: 1º. de datum van de installatie, 2º. de handtekening van de in onderdeel a, onder 2° bedoelde persoon, en 3º. het tijdstip van melding van de installatie, en 4º. het resultaat van de installatie. 2 De registerkaart moet door de erkenninghouder voor een periode van ten minste twee jaar vanaf het moment van installatie worden bewaard. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 In de bestuurdersruimte moet op een duidelijk zichtbare plaats een installatieplaatje worden aangebracht waarop de ingestelde snelheid op onuitwisbare wijze is vermeld. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 17 Nadat de installatie is voltooid en, indien de verzegeling van het controleapparaat overeenkomstig het gestelde inis verbroken, nadat deze door een erkende installateur van snelheidsbegrenzers of controleapparaten opnieuw is aangebracht, moeten door middel van datacommunicatie de volgende gegevens aan de RDW worden gemeld: a. indien het voertuig is voorzien van een kenteken: het kenteken en de meldcode gevormd door de laatste vier cijfers van het chassisnummer; b. indien het voertuig nog niet is voorzien van een kenteken: het volledige chassisnummer. 2 In geval van een mobiele installatie-eenheid moet in aanvulling op het eerste lid tevens het adres en de postcode van de werkplaats waar de installatie is verricht, worden gemeld. 3 De door de directeur gegeven aanwijzingen met betrekking tot de melding moeten in acht worden genomen. 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 2002 123 02-07-2002 24-06-2002 HDJZ/AWW/2002-1479 01-08-2002
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Indien het voertuig blijkens mededeling van de RDW ten aanzien van de snelheidsbegrenzer aan een steekproef moet worden onderworpen, gelden voor de erkenninghouder de in de volgende leden genoemde verplichtingen. 2 artikel 23 De erkenninghouder mag in de staat van een voertuig dat aan een steekproef moet worden onderworpen, gedurende negentig minuten na de inbedoelde melding geen wijziging aanbrengen of laten aanbrengen. 3 Aan een steekproef moet alle medewerking worden verleend. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan: a. artikel 13 dat de persoon die ingevolgebevoegd is tot installeren, aanwezig is; b. dat indien de keuring verricht is door een mobiele installatie-eenheid, deze eenheid bij de steekproef aanwezig is; c. feitelijke assistentie wordt verleend bij het uitvoeren van de steekproef. Voorts moeten de ter zake door de Directeur gegeven aanwijzingen in acht worden genomen. 4 Indien bij de steekproef wordt vastgesteld dat de snelheidsbegrenzer niet overeenkomstig de voorschriften voor installatie is ingebouwd, afgesteld en verzegeld, wordt door de functionaris van de RDW een steekproefcontrolerapport opgemaakt welke door deze wordt ondertekend, alsmede door de persoon die de installatie heeft verricht. 5 De eigenaar of houder van een voertuig, waarvoor een steekproef wordt vereist: a. moet voorafgaande aan de steekproef deel I A dan wel deel I van het kentekenbewijs, behorende bij het desbetreffende voertuig, aan de daartoe aangewezen functionaris van de RDW, overleggen, b. mag in de in het tweede lid, bedoelde periode van 90 minuten geen wijzigingen brengen of laten brengen in de staat van het voertuig. 2004 98 26-05-2004 24-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1153 2004 98 26-05-2004 24-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1153 31-05-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 23 De erkenninghouder mag geen handelingen verrichten dan wel laten verrichten die er toe leiden dat de snelheidsbegrenzer, nadat het voertuig ingevolgebij de RDW is gemeld, niet langer op de voorgeschreven wijze is afgesteld of verzegeld. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De in dit hoofdstuk opgenomen regels ten aanzien van het toezicht op werkplaatsen zijn, voor zover niet anders bepaald, tevens van toepassing op het toezicht op mobiele installatie-eenheden. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 paragrafen 2 3 paragrafen 2 3 artikel 103 van de wet Het bepaalde in deenlaat de bevoegdheid tot intrekking, wijziging en schorsing van de erkenning, zoals omschreven in, in andere gevallen dan de inenbeschreven gevallen, onverlet. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 24, derde lid Onverminderd het bepaalde in, moet in het kader van het toezicht alle medewerking aan de daartoe aangewezen functionarissen van de RDW worden verleend. Hieronder wordt onder andere verstaan: De door de Directeur aangegeven aanwijzingen moeten in acht worden genomen. a. het verlenen van toegang tot de werkplaats, b. het verstrekken van inlichtingen, en c. het overleggen van bescheiden. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 hoofdstuk 2 hoofdstuk 4 Nadat een erkenning is verleend wordt ten minste één maal per twee jaar door middel van een herschouwing onderzocht of de erkenninghouder alsmede de werkplaats nog voldoen aan de inopgenomen erkenningseisen en of de inopgenomen erkenningsvoorschriften worden nageleefd. Deze controle kan tevens plaatsvinden in het kader van een steekproef van het voertuig. 2007 124 02-07-2007 21-06-2007 HDJZ/AWW/2007-567 2007 124 02-07-2007 21-06-2007 HDJZ/AWW/2007-567 04-07-2007
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 103, tweede lid, van de wet Indien aan één of meer erkenningseisen of erkenningsvoorschriften niet wordt voldaan, is ingevolgeintrekking of wijziging van de erkenning voor de betrokken werkplaats mogelijk. 2 De in het eerste lid bedoelde intrekking of wijziging van de erkenning zal, indien de erkenningseis of het erkenningsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het installeren van bepaalde merken snelheidsbegrenzers, beperkt blijven tot die merken. 3 De in het eerste lid bedoelde intrekking of wijziging van de erkenning zal, in het geval dat de erkenninghouder een erkenning heeft voor meerdere werkplaatsen, indien een van deze werkplaatsen niet voldoet aan de erkenningseisen of erkenningsvoorschriften, beperkt blijven tot die desbetreffende werkplaats. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 eerste lid van artikel 29 Indien er sprake is van een in hetbedoelde situatie die echter op korte termijn hersteld kan worden, kan, in plaats van intrekking of wijziging van de erkenning, overgegaan worden tot schorsing van de erkenning voor een termijn van ten hoogste twaalf weken. 2 Wordt binnen de in het eerste lid genoemde termijn niet aangetoond dat wederom aan de erkenningseisen wordt voldaan, dan volgt alsnog intrekking of wijziging van de erkenning. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 In geval van niet-naleving door de erkenninghouder van: a. artikel 23 de inneergelegde verplichtingen ten aanzien van het melden van een voertuig, of b. artikel 24, tweede en derde lid de in, opgenomen voorschriften, wordt terstond intrekking van de erkenning overwogen. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De steekproef wordt uitgevoerd door een door de Directeur aangewezen functionaris van de RDW en vindt plaats in de werkplaats waar de installatie is verricht. 2 Bij de steekproef wordt onderzocht of de snelheidsbegrenzer overeenkomstig de installatievoorschriften is geïnstalleerd. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Het resultaat van de steekproef telt mee in een door de Directeur vastgesteld systeem van bonus- en strafpunten, dat bekendgemaakt wordt in de Staatscourant. Aan de hand van dit systeem wordt vastgesteld of de kwaliteit van de door de erkenninghouder verrichte inbouwen van dien aard is dat verminderd toezicht, verscherpt toezicht dan wel intrekking van de erkenning mogelijk dan wel noodzakelijk is. 2 De kennisgeving van het verscherpen van het toezicht kan plaatsvinden door middel van datacommunicatie. In dat geval wordt de kennisgeving na daartoe strekkend verzoek van de belanghebbende in een beschikking vastgelegd. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 101 van de Wegenverkeerswet 1994 Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling bestaande erkenningen als installateur van snelheidsbegrenzers die zijn verleend op basis van artikel 66, onderdeel ij, van het Wegenverkeersreglement, worden aangemerkt als te zijn verleend op grond van. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikelen 100 101 102 van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 6.14 van het Voertuigreglement Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de,enalsmedein werking treden. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Deze regeling wordt aangehaald als: Erkenningsregeling snelheidsbegrenzers. 1994 248 23-12-1994 12-12-1994 RV188.311 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 100, 101, en 102 van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede artikel 6.14 van het Voertuigreglement in werking treden.
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 10#
artikel 10
Artikel 15#
artikel 15
Artikel 15#
artikel 15