Instelling Commissie werkbelasting strafkamer Hoge Raad
- BWB-id
- BWBR0007546
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1995-10-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007546
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/instelling-commissie-werkbelasting-strafkamer-hoge-raad
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/instelling-commissie-werkbelasting-strafkamer-hoge-raad/1995-10-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007546&g=1995-10-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007546&z=2026-06-06&g=1995-10-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007546/1995-10-05
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/instelling-commissie-werkbelasting-strafkamer-hoge-raad
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er is een Commissie werkbelasting strafkamer Hoge Raad, verder te noemen de commissie. 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 05-10-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De commissie heeft tot taak de minister van Justitie van advies te dienen over de vraag welke mogelijkheden er zijn om de instroom van zaken bij de strafkamer van de Hoge Raad te beperken, dan wel om andere voorzieningen te treffen waardoor de belasting van de strafkamer wordt beperkt. Daarbij ware aan te geven welke maatregelen haars inziens de voorkeur genieten. Wetboek van Strafvordering De commissie dient, indien zij van oordeel is dat de wet, in het bijzonder het, hiertoe moet worden gewijzigd of aangevuld, voorstellen tot een dergelijke wijziging of aanvulling te doen. De commissie behoeft het zogenoemde verlofstelsel, gelet op het voornemen van de regering dit stelsel te betrekken in de besluitvorming over de derde fase van de herziening van de rechterlijke organisatie, zoals verwoord in de discussienota derde fase herziening rechterlijke organisatie, niet in haar beschouwingen te betrekken. 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 05-10-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 In de commissie hebben zitting: a. als voorzitter: mr. W. E. Haak, vice-president van de Hoge Raad der Nederlanden. b. als leden: mr. C. J. G. Bleichrodt, raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden; prof. mr. J. de Hullu, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant; prof. mr. L. C. M. Meijers, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en bijzonder hoogleraar (em.) op het gebied van de internationaalrechtelijke, in het bijzonder mensenrechterlijke aspecten van het strafrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen; mr. B. E. P. Myjer, advocaat-generaal bij het Gerechtshof te Den Haag; mr. A. M. M. Orie, advocaat te Den Haag. c. als adviserend lid: mr. F. D. van Asbeck, hoofd van de Sector Strafrecht en sanctierecht van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. d. als eerste secretaris: mw. mr. G. M. Mintjes, raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie; als tweede secretaris: mr. J. F. L. Roording, wetgevingsjurist bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 05-10-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De commissie is bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen deel te nemen. 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 05-10-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening. 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 1995 192 04-10-1995 11-09-1995 515330/95/6 05-10-1995