Regeling bevoegde en regionale autoriteiten Loodsplichtbesluit 1995
- BWB-id
- BWBR0007558
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007558
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-bevoegde-en-regionale-autoriteiten-loodsplichtbeslu
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-bevoegde-en-regionale-autoriteiten-loodsplichtbeslu/2014-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007558&g=2014-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007558&z=2026-06-06&g=2014-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007558/2014-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-bevoegde-en-regionale-autoriteiten-loodsplichtbeslu
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 1995 De bevoegde autoriteit, bedoeld inis: a. voor zover het betreft scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: 1° de Commandant der Maritieme Middelen Den Helder, dan wel de officier die hem als zodanig vervangt, voor de scheepvaartwegen Schulpengat, Molengat, Rede van Den Helder, de Marinehaven Willemsoord, de Rijkszeehaven het Nieuwe Diep en de Veerhaven van Den Helder, waarvan de westelijke begrenzing wordt gevormd door een lijn door de geografische punten: en waarvan de oostelijke begrenzing wordt gevormd door een lijn door de geografische punten: 1°52°52’.90 NB, 04°42’.95 OL (licht-opstand ’Grote Kaap’); 2°52°52’.95 NB, 04°38’.00 OL; 3°52°54’.70 NB, 04°34’.80 OL; 4°52°56’.80 NB, 04°33’.90 OL; 5°53°00’.30 NB, 04°35’.45 OL; 6°53°03’.65 NB, 04°39’.35 OL; 7°53°03’.80 NB, 04°43’.45 OL (paal 15, Texel); 8°53°01’.45 NB, 04°48’.75 OL; 9°53°00’.75 NB, 04°50’.80 OL; 10°52°59’.75 NB, 04°52’.35 OL; 11°52°59’.30 NB, 04°52’.65 OL; 12°52°58’.28 NB, 04°50’.00 OL; 13°52°57’.90 NB, 04°48’.18 OL; 2° de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V., voor zover het betreft de scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk benedenstrooms van kilometerraai 991,7 van de Nieuwe Maas en benedenstrooms van kilometerraai 998 van de Oude Maas; 3° artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 de Rijkshavenmeester Westerschelde, bedoeld in, voor het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van de positie 51°42’.6 NB, 03°41’.6 OL, naar 51°39’.1 NB, 03°19’.7 OL, vandaar naar 51°33’.7 NB, 03°10’.0 OL, vandaar naar 51°22’.4 NB, 02°58’.2 OL, en vandaar naar 51°22’.3 NB, 03°21’.8 OL, de Westerschelde en het kanaal van Gent naar Terneuzen, met inbegrip van de Axelse Sassing; 4° het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, voor het gedeelte van de territoriale zee met een straal van 12 zeemijlen vanuit de koppen der havenhoofden te IJmuiden, de IJ-Geul, de buitenhaven van IJmuiden, het Noorder- en Zuiderbuitenkanaal, het verbindingskanaal daartussen en de buitentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede het buitenspuikanaal, de Noordzeesluizen te IJmuiden, de binnentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, de 1e, 2e en 3e Rijksbinnenhaven, het binnenspuikanaal en de Staalhaven, alsmede het binnenspuikanaal te IJmuiden, zijkanaal A naar Beverwijk en zijkanaal G naar Zaandam tot aan de Dr. J.M. den Uyl brug, het Noorzeekanaal en het IJ, voor zover gelegen ten westen van kilometerraai 21.250 en de aan de genoemde scheepvaartwegen gelegen havenbekkens, voorzover die in beheer zijn bij het Rijk. 5° de betreffende hoofdingenieur-directeur van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat voor de overige scheepvaartwegen. b. voor zover het betreft scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de ambtenaar die door het bestuur van het betreffende openbare lichaam wordt aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer; c. voor zover het betreft scheepvaartwegen niet in beheer bij enig openbaar lichaam: de ambtenaar die door het bestuur van de gemeente waarin de scheepvaartweg is gelegen wordt aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 HDJZ/SCH/2003-2989 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 HDJZ/SCH/2003-2989 31-12-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2013 34203 23-12-2013 06-12-2013 IENM/BSK-2013/283192 2013 34203 23-12-2013 06-12-2013 IENM/BSK-2013/283192 01-01-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Loodsplichtbesluit 1995 De regionale autoriteit, bedoeld in, is: a. voor de regio Noord: de hoofdingenieur-directeur van de Directie Noord-Nederland van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat; b. voor de regio Amsterdam-IJmond: het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied; c. artikel 1, onderdeel a, 2° voor de regio Rotterdam-Rijnmond: de functionaris, bedoeld in; d. artikel 1, onderdeel a, 3° voor de regio Scheldemonden: de functionaris, bedoeld in. 2002 195 10-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2526 2002 195 10-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2526 01-10-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, tweede lid, van het Loodsplichtbesluit 1995 Door de bevoegde autoriteit wordt van de inbedoelde bevoegdheid gebruik gemaakt ten aanzien van vaartuigen gebouwd of ingericht voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, indien deze vaartuigen op een scheepvaartweg voor het aangegeven doel worden gebruikt, tenzij, naar het oordeel van de bevoegde autoriteit, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. ten aanzien van de bekendheid en bekwaamheid van de verkeersdeelnemer: 1° voldoende kennis van de verkeersreglementering in het desbetreffende gebied; 2° voldoende kennis van communicatieprocedures en vaardigheid in het communiceren in het desbetreffende gebied; 3° voldoende geografische kennis van het desbetreffende gebied, met inbegrip van de topografie en de vaarwegmarkering; 4° voldoende bekwaamheid in het navigeren en het manoeuvreren in het desbetreffende gebied, met inbegrip van bekendheid met de lokale verkeerssituatie; en 5° voldoende ervaring met het varen in het desbetreffende gebied, blijkend uit de frequentie en regelmaat waarmee de desbetreffende scheepvaartweg is of zal worden bevaren; b. ten aanzien van het vaartuig: 1° voldoende geschiktheid voor het desbetreffende gebied uit een oogpunt van voorstuwing en manoeuvreerbaarheid; en 2° geen structureel benodigde sleepbootassistentie. 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 01-10-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Voorschriftenbesluit registerloodsen Loodsplichtbesluit 1995 Na inwerkingtreding van deze regeling berusten de mandaat- en sub-mandaat-regelingen van de in artikel 1 van de regeling houdende aanwijzing van de bevoegde autoriteit voor het Loodsplichtbesluit en hetvan 13 april 1994 (Stcrt. 73), nr. DGSM/J 30.561/95, genoemde functionarissen ten aanzien van de bevoegdheden die zij ontlenen aan het Loodsplichtbesluit en het Voorschriftenbesluit registerloodsen, op deze regeling, met dien verstande dat waar ’Loodsplichtbesluit’ is vermeld ’’ wordt gelezen. 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 01-10-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Loodsplichtbesluit Voorschriften-besluit registerloodsen De regeling houdende aanwijzing van de bevoegde autoriteit voor heten hetvan 13 april 1994 (Stcrt. 73), nr. DGSM/J 30.561/95, wordt ingetrokken. 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 01-10-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 1995. 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 01-10-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevoegde en regionale autoriteiten Loodsplichtbesluit 1995. 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 1995 188 28-09-1995 14-09-1995 J-13.630/95 01-10-1995