Regeling ex artikel 21 Besluit bezoldiging politie
- BWB-id
- BWBR0007332
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007332
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-ex-artikel-21-besluit-bezoldiging-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-ex-artikel-21-besluit-bezoldiging-politie/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007332&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007332&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007332/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-ex-artikel-21-besluit-bezoldiging-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 1, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in, die zich ten behoeve van visserijcontroles op volle zee met medewerkers van de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op een schip van de Koninklijke Marine bevindt, heeft aanspraak op een toelage. 2 artikel 12, zesde lid, onder c, van het Besluit algemene rechtspositie politie De toelage bedraagt € 32,22 per etmaal, mits de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, zich minimaal drie dagen achtereen op het schip bevindt en bij de vaststelling van zijn diensttijden het ingenoemde maximum aantal uren is vermeld. 3 De toelage bedraagt € 16,34 voor een gedeelte van een etmaal dat minder dan 12 uren bestrijkt. 4 De aanspraak op de toelage vangt aan op het tijdstip van inscheping en eindigt op het tijdstip van ontscheping. 5 De uitbetaling van de toelage geschiedt op declaratiebasis. 2025 9868 21-03-2025 14-03-2025 6204930 2025 9868 21-03-2025 14-03-2025 6204930 01-04-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Betalingen, verricht in de periode 1 januari 1994 tot en met 31 maart 1994 op grond van de regeling van 8 september 1989 van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, nr. 1468/589 en nr. EA88/115/19, als zou deze regeling in genoemde periode nog hebben gegolden, worden gelijkgesteld met rechtsgeldig verrichte betalingen op grond van de onderhavige regeling. 1995 80 25-04-1995 11-04-1995 EA95/U928 1995 80 25-04-1995 11-04-1995 EA95/U928 27-04-1995 01-04-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994. 1995 80 25-04-1995 11-04-1995 EA95/U928 1995 80 25-04-1995 11-04-1995 EA95/U928 27-04-1995 01-04-1994