Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen
- BWB-id
- BWBR0007155
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-01-01 t/m 2010-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007155
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-subsidies-en-uitkeringen-cultuuruitingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-subsidies-en-uitkeringen-cultuuruitingen/2010-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007155&g=2010-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007155&z=2026-06-06&g=2010-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007155/2010-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-subsidies-en-uitkeringen-cultuuruitingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. het Besluit: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen het; c. uitkering: artikel 18 een uitkering als bedoeld in. 2005 85 03-05-2005 21-04-2005 WJZ/2005/19100(8148) 2005 85 03-05-2005 21-04-2005 WJZ/2005/19100(8148) 05-05-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan van deze regeling afwijken, mits de beschikking waarbij een subsidie of een uitkering wordt verstrekt, de afwijking uitdrukkelijk vermeldt. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Aan een instelling kan tezelfdertijd zowel een jaarlijkse als een vierjaarlijkse instellingssubsidie worden verleend. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De minister betaalt per kwartaal als voorschot een evenredig deel van de subsidie die aan een instelling is verleend. 2 In afwijking van het eerste lid kan de Minister een groter of kleiner deel van de subsidie als voorschot betalen in door hem te bepalen termijnen. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Indien de minister voorschotten toekent voordat hij een beschikking tot een subsidieverlening heeft genomen, worden de voorschotten zo mogelijk gebaseerd op het bedrag dat in het voorgaande jaar als subsidie is verleend. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 24 33 tot en met 36 van het Besluit Het bestuursverslag, de jaarrekening, het financieel verslag en het activiteitenverslag, bedoeld in deen, van instellingen met een vierjaarlijkse instellingssubsidie, van aangewezen instellingen en van fondsen voldoen aan de eisen genoemd in: a. bijlage IA debij deze regeling voor zover het betreft instellingen met een jaarlijkse of vierjaarlijkse instellingssubsidie en aangewezen instellingen; en b. bijlage IB debij deze regeling voor zover het betreft de fondsen. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien de verleende subsidie minder dan € 125.000 per jaar bedraagt: a. kan in plaats van een jaarrekening een financieel verslag worden ingediend; b. artikel 37, eerste en tweede lid, van het Besluit bijlage IA isniet van toepassing, tenzij inbij deze regeling anders is bepaald. 2 artikel 37 van het Besluit bijlagen IIA IIB die bijlagen De rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in, geschiedt overeenkomstig de alsenbij deze regeling gevoegde controleprotocollen met gebruikmaking van de bijopgenomen accountantsverklaringen. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 24 33, van het Besluit Bij het niet tijdig indienen van de jaar- of eindverantwoording, bedoeld in de, onderscheidenlijk, wordt de subsidie voor iedere maand dat de subsidieontvanger in verzuim is, verlaagd met 1% van het subsidiebedrag genoemd in het besluit tot verlening van subsidie, tot een maximum van € 10.000.00 per maand. Elke volgende maand dat de subsidieontvanger in verzuim blijft, wordt de subsidie met eenzelfde bedrag verlaagd. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. artikel 1, onder b, van het Besluit instelling: instelling als bedoeld in, niet zijnde een aangewezen instelling of een fonds; b. regio: 1°. noorden: provincies Groningen, Friesland en Drenthe, 2°. oosten: provincies Overijssel en Gelderland, 3°. midden: provincies Flevoland en Utrecht, of 4°. zuiden: provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg; c. gemeente: gemeente Amsterdam, gemeente Den Haag of gemeente Rotterdam; d. podium: voorziening in een gebouw bestemd voor de presentatie van podiumkunsten. 2 Dit hoofdstuk is van toepassing op de verstrekking van vierjaarlijkse instellingssubsidie aan instellingen voor de uitvoering van hun activiteiten in de jaren 2009 tot en met 2012. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk is voor de jaren 2009 tot en met 2012 jaarlijks een bedrag van € 75 miljoen beschikbaar. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van toneelrepertoire een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. de beschikking heeft over een podium of een podium bespeelt, dat minimaal 350 zitplaatsen heeft in de regio of de gemeente waar de instelling haar standplaats heeft; b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert; en c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van toneel. 2 Aan ten hoogste acht instellingen kan subsidie worden verstrekt, waarbij in iedere regio, uitgezonderd de regio zuiden, en in iedere gemeente steeds aan één instelling subsidie wordt verstrekt. In de regio zuiden kan aan ten hoogste twee instellingen subsidie worden verstrekt. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van dansrepertoire een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. de beschikking heeft over een podium of een podium bespeelt, dat minimaal 350 zitplaatsen heeft in de regio of de gemeente waar de instelling haar standplaats heeft; b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert; en c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één maker of een groep van makers van dans. 2 Aan ten hoogste vijf instellingen kan subsidie worden verstrekt, met dien verstande dat in de regio’s noorden, oosten en zuiden en in de gemeenten Amsterdam en Rotterdam steeds aan één instelling subsidie wordt verstrekt. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d artikelen 9b 9c Indien geen van de subsidieaanvragen ingediend voor een regio of een gemeente op grond van deenvoldoet aan alle in deze artikelen bedoelde vereisten, kan de minister niettemin aan ten hoogste één instelling subsidie verstrekken in die regio of gemeente. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9e — Artikel 9e#
Artikel 9e 1 De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van operarepertoire een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. haar standplaats heeft in de regio zuiden; en b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert. 2 Er wordt aan ten hoogste één instelling subsidie verstrekt. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9f — Artikel 9f#
Artikel 9f De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van repertoire op het terrein van de podiumkunsten voor de jeugd tot 18 jaar een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. een substantieel deel van haar voorstellingen realiseert op een podium; en b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9g — Artikel 9g#
Artikel 9g 1 De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van Friestalig toneelrepertoire voor alle leeftijden een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. haar standplaats heeft in de regio noorden; en b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert. 2 Er wordt aan ten hoogste één instelling subsidie verstrekt. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9h — Artikel 9h#
Artikel 9h 1 De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit de presentatie van actueel of vernieuwend aanbod in een internationale context op het terrein van een of meer van de scheppende of uitvoerende kunsten een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de activiteiten van de instelling: a. er mede op gericht zijn een platform te bieden voor internationale uitwisseling tussen vakgenoten; b. jaarlijks of tweejaarlijks gedurende een in de tijd beperkte periode plaatsvinden; en c. niet zijn aan te merken als activiteiten van één specifieke schouwburg, concertzaal of andere instantie die zich primair richt op de presentatie van cultuuruitingen. 2 Op elk terrein van de scheppende of uitvoerende kunsten of op elk duidelijk te onderscheiden onderdeel daarvan wordt ten hoogste aan één instelling subsidie verstrekt. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9i — Artikel 9i#
Artikel 9i De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit de ontwikkeling en presentatie door beginnende of freelance makers van vernieuwende of experimentele activiteiten op het terrein van de podiumkunsten, een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. beschikt over voorzieningen die geschikt zijn om beginnende makers van podiumkunsten te begeleiden; b. de presentatie van de te verrichten activiteiten op een podium kan garanderen; c. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert; en d. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één of enkele artistiek leiders. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9j — Artikel 9j#
Artikel 9j De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit de presentatie van een vernieuwend of experimenteel aanbod van hedendaagse beeldende kunst in een internationale context een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling: a. beschikt over een ruimte die geschikt is voor het tonen van de presentaties; b. haar activiteiten verspreid over het jaar realiseert; c. voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk is van één of enkele artistiek leiders; en d. niet overwegend gericht is op het beheer en behoud van een collectie van cultureel erfgoed. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9k — Artikel 9k#
Artikel 9k De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van een programma op het terrein van de podiumkunsten, architectuur, beeldende kunst, vormgeving, nieuwe media of film, dat een vervolg is op een bachelor- of masteropleiding op het gebied van de kunst, een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, indien de instelling beschikt over voorzieningen die geschikt zijn om de deelnemers aan het programma te begeleiden. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9l — Artikel 9l#
Artikel 9l De minister kan aan een instelling op het terrein van de amateurkunst of cultuureducatie, de architectuur, het erfgoed, de film, de letteren, media en bibliotheken, de nieuwe media of vormgeving, dan wel op het intercultureel terrein, met als kernactiviteit de ontwikkeling of vernieuwing van het betreffende terrein door de begeleiding of de presentatie van talent, de facilitering van experimenten, het uitvoeren van onderzoek of het anderszins bijdragen aan verdieping op het betreffende terrein, een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, voor zover de instelling niet overwegend gericht is op het beheer en behoud van een collectie van cultureel erfgoed. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9m — Artikel 9m#
Artikel 9m 1 De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het uitvoeren van één of meer ondersteunende taken op een terrein van het cultuurbestel, een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, voor zover de instelling: a. niet als doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers die behoren tot eenzelfde bedrijfstak of een onderdeel daarvan; en b. zich niet beweegt op een terrein waarop al een sectorinstituut werkzaam is. 2 Ondersteunende taken als bedoeld in het eerste lid zijn: a. nationale of internationale vertegenwoordiging en promotie van het betreffende terrein van scheppende of uitvoerende kunsten; b. verzorging van educatie, informatie en reflectie over ontwikkelingen op het betreffende terrein door middel van exposities, lezingen, studiedagen en publicaties; c. inventariseren, waarderen en ontsluiten van erfgoed; d. verzorging van documentatie en archivering van relevant materiaal op het betreffende terrein door middel van een archief, een bibliotheek of een video- en mediatheek; e. afstemming en coördinatie tussen relevante partijen op het betreffende terrein. 3 Een sectorinstituut als bedoeld in het eerste lid, onder b, is een aangewezen instelling waar alle ondersteunende taken als bedoeld in het tweede lid, voor zover deze op het betreffende terrein van scheppende of uitvoerende kunsten voorkomen, worden uitgeoefend. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9n — Artikel 9n#
Artikel 9n artikel 9m, tweede lid De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het verrichten van coördinerende activiteiten inzake één of meer ondersteunende taken als bedoeld in, op het terrein van de cultuureducatie dan wel op het interculturele of het internationale terrein een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, voor zover de instelling niet als doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers die behoren tot eenzelfde bedrijfstak of een onderdeel daarvan. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9o — Artikel 9o#
Artikel 9o 1 bijlage IV Een subsidieaanvraag voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 Een subsidieaanvraag voor een vierjaarlijkse instellingssubsidie wordt bij voorkeur elektronisch ingediend. De indiening geschiedt via de website www.cultuursubsidie.nl. 3 Als tijdstip van ontvangst van een elektronisch ingediende subsidieaanvraag geldt het tijdstip waarop het aanvraagformulier aan de hand waarvan die subsidieaanvraag wordt ingediend, elektronisch is ontvangen. In aansluiting op de elektronische verzending van het aanvraagformulier wordt een ondertekende afdruk van de laatste pagina van het formulier per post toegezonden aan de minister. 4 Wordt een subsidieaanvraag schriftelijk ingediend dan geschiedt dit op een door de minister vastgesteld aanvraagformulier. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 9p — Artikel 9p#
Artikel 9p 1 De subsidie wordt verleend op grond van de volgende overwegingen: a. het belang van de activiteiten van de subsidieaanvrager; b. de positie van de subsidieaanvrager in het cultuurbestel; en c. de samenhang tussen de subsidieaanvragen. 2 artikelen 9i 9j Bij de verlening van subsidies als bedoeld in deengelden tevens als overwegingen: a. de spreiding van instellingen over het land; en b. Bekostigingsbesluit WHW de aanwezigheid van een opleiding of lerarenopleiding op het gebied van de kunst zoals bedoeld in hetin de plaats van vestiging van de instelling. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 9q — Artikel 9q#
Artikel 9q artikelen 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht 4 van het Besluit Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Onverminderd deenwordt de subsidieverlening geweigerd, indien de aanvraag wordt ingediend door een instelling die bekostiging ontvangt op grond van deof door een instelling waarvan de activiteiten naar het oordeel van de minister het initieel onderwijs overlappen waarvoor op grond van die wet bekostiging mogelijk is. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 222 15-11-2007 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Subsidie in de kosten van projecten op het terrein van het specifiek cultuurbeleid wordt verstrekt met toepassing van dit hoofdstuk, tenzij voor een bepaalde sector van dat terrein een aparte regeling is vastgesteld. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Een experiment of project op het terrein van de monumentenzorg komt voor subsidie in aanmerking indien het experiment of project naar het oordeel van de minister: a. een bijdrage zal kunnen leveren aan het behoud van monumenten van bouwkunst; en b. een landelijke voorbeeldfunctie zal kunnen hebben. 1997 243 17-12-1997 11-12-1997 WJZ/1997/34164 (8064) 1997 243 17-12-1997 11-12-1997 WJZ/1997/34164 (8064) 19-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1998 213 06-11-1998 28-10-1998 WJZ/1998/44330 (8063) 1998 213 06-11-1998 28-10-1998 WJZ/1998/44330 (8063) 08-11-1998
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikel 7, derde lid, van het Besluit artikel 10a In afwijking vanworden aanvragen voor een subsidie voor een experiment of project als bedoeld iningediend vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de uitvoering van het experiment of het project is voorgenomen. 2 De beslissing op aanvragen als bedoeld in het eerste lid wordt genomen vóór 1 januari. 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 2007 206 24-10-2007 15-10-2007 WJZ/2007/36442(8221) 01-11-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2001 26 06-02-2001 30-01-2001 WJZ/2001/3203(8113) 2001 26 06-02-2001 30-01-2001 WJZ/2001/3203(8113) 08-02-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 In de beschikking tot subsidieverlening worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting vastgesteld. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Artikel 37, eerste en tweede lid, van het Besluit zijn niet van toepassing indien de verleende subsidie minder dan € 125.000 bedraagt. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Een uitkering aan een provincie of een gemeente ten behoeve van het door het desbetreffende openbaar lichaam te voeren cultuurbeleid wordt verstrekt met toepassing van dit hoofdstuk, tenzij voor het verstrekken van een dergelijke uitkering een aparte regeling is vastgesteld. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De uitkering bestaat uit een bedrag voor de door de minister in de beslissing tot toekenning van een uitkering aangeduide doelen. 2005 85 03-05-2005 21-04-2005 WJZ/2005/19100(8148) 2005 85 03-05-2005 21-04-2005 WJZ/2005/19100(8148) 05-05-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Geen uitkering ten behoeve van doelen wordt verstrekt ten behoeve van apparaatskosten van het betrokken openbaar lichaam. 2005 85 03-05-2005 21-04-2005 WJZ/2005/19100(8148) 2005 85 03-05-2005 21-04-2005 WJZ/2005/19100(8148) 05-05-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 In de beschikking tot toekenning van een uitkering worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting geregeld. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Ten aanzien van subsidies die zijn verstrekt voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen zoals die op 31 december 2008 luidde, van kracht. 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 2009 42 03-03-2009 30-01-2009 WJZ/97990(8239) 05-03-2009 01-01-2009
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1999 228 25-11-1999 22-11-1999 WJZ/1999/46903(8088) 1999 228 25-11-1999 22-11-1999 WJZ/1999/46903(8088) 27-11-1999
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen. 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 1995 4 05-01-1995 22-12-1994 DGCZ/SCB-U-948610 07-01-1995
Artikel 9k#
artikelen 9k
Artikel 9m#
9m
Artikel 9n#
9n