Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders
- BWB-id
- BWBR0007380
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1998-01-01 t/m 2004-01-23
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007380
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-toekenning-specifieke-premierechten-zoogkoeienhoude
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-toekenning-specifieke-premierechten-zoogkoeienhoude/1998-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007380&g=1998-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007380&z=2026-06-06&g=1998-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007380/1998-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/regeling-toekenning-specifieke-premierechten-zoogkoeienhoude
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze regeling neemt de begrippen van de Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993 over en verstaat voorts onder: a. regeling: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993; b. premierechten: rechten, bedoeld in de artikelen 4 en 16 van de regeling; c. specifieke premierechten: rechten, bedoeld in artikel 7 van de regeling; d. aanvullende premierechten: de rechten, bedoeld in artikel 17 van de regeling. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3 Uit de nationale reserve worden op aanvraag specifieke premierechten toegekend aan producenten, bedoeld in. 2 De toekenning van de specifieke rechten vindt plaats uit het deel van de nationale reserve dat overeenkomt met het deel, bedoeld in artikel 4f, eerste lid, eerste zin, van de basisverordening en mag dat deel niet te boven gaan. 3 Indien het aantal aangevraagde specifieke premierechten groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats. 4 artikel 3 De overeenkomstigtoe te kennen specifieke rechten worden ten behoeve van de vorming van de nationale reserve met 1% verminderd. 5 De paragrafen 5 en 6 van Hoofdstuk 2 van de regeling zijn met uitzondering van de artikelen 20, tweede lid, en 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Producenten, die in het verkoopseizoen zoogkoeien in de zin van de regeling aanhouden en a. aan wie niet reeds uit hoofde van de regeling premierechten, specifieke premierechten dan wel aanvullende premierechten zijn toegekend en b. die gedurende de heffingsperiode 1992/1993 hun gehele individuele referentiehoeveelheid tijdelijk hebben overgedragen en in die periode geen melk en zuivelprodukten hebben geleverd, behoudens rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument en c. die ten genoegen van de minister het aantal zoogkoeien kunnen aantonen die zij met ingang van 1 januari 1995 gedurende een ononderbroken periode van zes maanden op hun bedrijf hebben gehouden, komen in aanmerking voor toekenning van specifieke premierechten. 2 De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van het aantal in het eerste lid onder c vermelde aantal zoogkoeien. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 De producent die op grond vanin aanmerking wenst te komen voor toekenning van specifieke premierechten dient, onverminderd het bepaalde in artikel 34 van de regeling, door middel van een daartoe door de Dienst Uitvoering Regelingen vastgesteld aanvraagformulier, een aanvraag in die in de periode van 3 juli 1995 tot en met 28 juli 1995 bij de Dienst Uitvoering Regelingen moet worden ontvangen. 2 De aanvraag is vergezeld van daartoe strekkende bewijsstukken welke ter staving van de aanvraag worden aangevoerd. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 De aanvraag is, behoudens overmacht, niet ontvankelijk indien de producent de aanvraag niet binnen de inbedoelde periode heeft ingediend. 2 De artikelen 37 en 38 van de regeling zijn van overeenkomstige toepassing. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Minister beslist op de aanvraag. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De producent is verplicht terzake van zijn aanvraag op een daartoe strekkend verzoek van de dienst Landelijke service bij regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LASER) en binnen de door LASER bepaalde termijn volledig en naar waarheid alle aanvullende inlichtingen te verstrekken alsmede aanvullende bewijsstukken over te leggen welke deze noodzakelijk acht voor de toekenning van een specifiek premierecht. 2 De producent verleent in het kader van de aanvraag toestemming aan de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren om op daartoe gericht verzoek aan de Directeur gegevens te verstrekken uit het door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren beheerde Identificatie- en Registratiebestand welke LASER ten behoeve van de uitoefening van zijn taak behoeft. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: ’Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders’. 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 1995 90 10-05-1995 02-05-1995 J.953809 12-05-1995