Reisregeling binnenland politie
- BWB-id
- BWBR0007186
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2008-03-27 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007186
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/reisregeling-binnenland-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/reisregeling-binnenland-politie/2008-03-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007186&g=2008-03-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007186&z=2026-06-06&g=2008-03-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007186/2008-03-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/reisregeling-binnenland-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. besluit: Besluit vergoeding dienstreizen politie het; b. werkgebied: artikel 1, eerste lid, onder n, van het Besluit algemene rechtspositie politie het werkgebied, bedoeld in. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 4, tweede lid, van het besluit De vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer in verband met de dienstreis, bedoeld in, is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten. 2 De ambtenaar die tijdens een dienstreis gebruik maakt van vervoer per trein, is gerechtigd om voor rekening van het bevoegd gezag in de eerste klasse te reizen. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 5, tweede lid, van het besluit De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, bedoeld in, bedraagt € 0,28 per afgelegde kilometer. 2 artikel 5, derde lid, van het besluit De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, bedoeld in, bedraagt € 0,09 per afgelegde kilometer. 2002 23 01-02-2002 31-01-2002 EA2002/53775 2002 23 01-02-2002 31-01-2002 EA2002/53775 03-02-2002 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 6 van het besluit De vergoeding voor het gebruik van een eigen fiets, bedoeld in, bedraagt € 0,05 per afgelegde kilometer, vermeerderd met de eventuele kosten van stalling. 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 CW01/89527 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 CW01/89527 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 6 van het besluit De vergoeding voor het gebruik van een eigen bromfiets, bedoeld in, bedraagt € 0,10 per afgelegde kilometer indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft gegeven en openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is. 2 In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag toestemming verlenen gebruik te maken van een eigen bromfiets indien openbaar vervoer wel doelmatig is. De vergoeding bedraagt in dit geval € 0,09 per afgelegde kilometer. 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 CW01/89527 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 CW01/89527 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 van het besluit Indien bij het ondernemen van een dienstreis gebruik is gemaakt van een gehuurd vervoermiddel wordt hiervoor op overeenkomstige wijze vergoeding verleend als op grond vanvoor het gebruik van een eigen motorvoertuig. 2 Indien, mede blijkend uit een door de ambtenaar gegeven toelichting, het gebruik van een ander dan een gehuurd vervoermiddel niet mogelijk was of niet doelmatig zou zijn geweest, worden de noodzakelijke kosten van huur volledig vergoed. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 9, eerste lid, van het besluit De vergoeding wegens verblijfkosten als bedoeld inomvat voor ieder vol etmaal dat de dienstreis duurt: a. een bedrag van € 3,84 voor kleine uitgaven onderweg (dagcomponent), b. een bedrag van € 11,48 voor kleine uitgaven 's avonds (avondcomponent), 2 De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde vergoedingen bestaat slechts indien voor het verkrijgen van de respectievelijke verstrekkingen kosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid. 3 Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan voor de eerste 10 avonden worden toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat binnen die dienstreizen valt, wordt de avondcomponent gehalveerd. 4 Voor een resterend gedeelte van een etmaal danwel voor een incidentele dienstreis van kortere duur dan een etmaal worden de uit te keren bedragen voor verblijfkosten berekend overeenkomstig het eerste, het tweede en het derde lid, met dien verstande dat: a. de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 4 uren in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt; b. de avondcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat er kosten voor logies zijn gemaakt; c. de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur respectievelijk tussen 18.00 uur en 20.00 uur geheel in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt; d. de ontbijtcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 06.00 uur en 08.00 uur geheel in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt. 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 27-03-2008 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De aanspraak op een vergoeding van de kosten van maaltijden bestaat slechts indien de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. niet in de gelegenheid was een meegebrachte maaltijd te nuttigen dan wel een maaltijd te gebruiken op een door het bevoegd gezag aan te wijzen plaats of in zijn woning; b. in de gelegenheid was al dan niet tegen betaling maaltijden van overheidswege te ontvangen en de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij daarvan geen gebruik heeft kunnen maken. 2 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is de vergoeding gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten onder aftrek van € 1,55 in geval van een ontbijt of een lunch of onder aftrek van € 3,10 in geval van een diner, met dien verstande dat de op deze wijze berekende vergoeding niet meer bedraagt dan € 7,30 voor een ontbijt, € 12,04 voor een lunch en € 18,22 voor een diner. 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 27-03-2008 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Indien een ambtenaar zijn dienst regelmatig gedurende een bepaalde periode van de dag verricht vanuit een plaats binnen zijn werkgebied ter vervanging van zijn plaats van tewerkstelling, heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding wegens verblijfkosten voor het gedeelte van de dienstreis dat is ondernomen vanuit die plaats binnen zijn werkgebied. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De aanspraak op vergoeding voor logies bestaat slechts indien naar het oordeel van het bevoegd gezag een overnachting doelmatig dan wel onvermijdelijk is. 2 In het geval, bedoeld in het eerste lid, is de vergoeding gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met dien verstande dat de op deze wijze berekende vergoeding niet meer bedraagt dan € 74,70 per dag. 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 27-03-2008 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De ambtenaar voor wie tijdens de dienstreis de gelegenheid bestaat logies door of vanwege het bevoegd gezag te ontvangen, maakt daarvan gebruik. Indien daarvoor betaling verschuldigd is, worden de werkelijke kosten vergoed. In geval van de verstrekking van overheidswege geen gebruik is gemaakt, bestaat geen aanspraak op vergoeding. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 10, tweede lid, van het besluit De vergoeding bedoeld in, wordt verleend volgens door het bevoegd gezag nader vast te stellen regels. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 11 van het besluit De vergoeding voor reiskosten, bedoeld in, wordt verleend volgens door het bevoegd gezag nader vast te stellen regels. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 12, eerste lid van het besluit De vergoeding voor de kosten van logies, bedoeld in, is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 74,70 per dag. 2 artikel 12, tweede lid, van het besluit artikel 7, eerste lid artikel 8, tweede lid De vergoeding wegens kosten voor maaltijden en kleine uitgaven, bedoeld in, bedraagt per werkdag de helft van de in, genoemde avondcomponent en van de ingenoemde maximale vergoedingen voor de kosten van een lunch, een avondmaaltijd en een ontbijt. 3 artikelen 4 5 van het besluit De reiskosten voor gezinsbezoek dan wel het bezoeken van de plaats waar de ambtenaar zijn woonplaats heeft of zich heeft gevestigd, van het besluit, worden voor één reis per week vergoed. De vergoeding wegens reiskosten is gelijk aan de vergoeding die krachtens deofis bepaald. 4 De kosten, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden voor ten hoogste twee jaar vergoed. 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 2008 58 25-03-2008 12-03-2008 2008-0000011037 27-03-2008 01-01-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 1 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995 en werkt voor wat deenbetreft terug tot en met 1 april 1994. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling wordt aangehaald als: Reisregeling binnenland politie. 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 1994 251 29-12-1994 28-12-1994 EA94/U4159 01-01-1995