Subsidiëring communautair initiatief Adapt
- BWB-id
- BWBR0007439
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 1995-09-08 t/m 2008-09-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007439
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidi-ring-communautair-initiatief-adapt
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidi-ring-communautair-initiatief-adapt/1995-09-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007439&g=1995-09-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007439&z=2026-06-06&g=1995-09-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007439/1995-09-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidi-ring-communautair-initiatief-adapt
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder ’transnationaal project’: een project ten aanzien waarvan de Nederlandse projectaanvrager een samenwerkingsverband is aangegaan met een of meer instanties in tenminste twee andere EU-landen die vergelijkbare activiteiten ontplooien, en die worden gefinancierd in het kader van een communautair programma met een transnationale component. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidiale projecten en bijbehorende budgetten#
Artikel 2 Subsidiale projecten en bijbehorende budgetten 1 Een natuurlijk of rechtspersoon die een transnationaal project uitvoert dat past binnen het communautair initiatief Adapt (Pb(EG)94/C180/09) kan overeenkomstig de navolgende artikelen in aanmerking komen voor subsidie, afkomstig uit het Europees Sociaal Fonds. 2 Voor subsidie komen in aanmerking: a. scholingsprojecten ten behoeve van ondernemers en middel- en hoger management in het Midden- en Kleinbedrijf; b. projecten, gericht op begeleiding van startende ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf; c. projecten, gericht op het creëren van nieuwe banen voor werknemers van wie de huidige functies vervallen, dan wel recent zijn komen te vervallen; d. projecten, gericht op verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en ondernemingen in het Midden- en Kleinbedrijf; e. projecten, gericht op bevordering van de interregionale en transnationale samenwerking van ondernemingen in het Midden- en Kleinbedrijf op het gebied van scholing, onderzoek en marketing; f. projecten, gericht op het toepasbaar maken van beschikbaar onderzoeksmateriaal voor projecten, bedoeld onder 2.2.a tot en met 2.2.e; g. projecten die tot doel hebben verworven inzichten en goede voorbeelden, die zijn voortgekomen uit het communautair initiatief Adapt te verspreiden; h. Activiteiten: 1e artikel 1 verricht door degene aan wie subsidie is toegekende krachtens de Subsidieregeling ESF doelstelling 4 ’Scholing voor behoud van werk’ (Stcrt 1995, 83), teneinde het in dat kader gesubsidieerde project deel te doen uitmaken van een transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in, dan wel 2e verricht teneinde deel uit te kunnen maken van een transnationaal project dat in een ander EU-land wordt gesubsidieerd in het kader van het communautair initiatief Adapt. 3 Ten behoeve van projecten, uit te voeren in de periode t/m augustus 1997, zijn de volgende middelen ter beschikking gesteld: a. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder a:f 10.800.000; b. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder b: f 9.000.000; c. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder c: f 13.500.000; d. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder d: f 6.100.000; e. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder e: f 9.300.000; f. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder f: f 1.800.000; g. Voor projecten als bedoeld in het tweede lid onder g: f 4.200.000; h. Voor activiteiten als bedoeld in het tweede lid onder h: f 3.000.0000 4 Van het totaal der budgetten, als vermeld in het voorgaande lid, wordt een bedrag van f 5.000.000 gereserveerd voor projecten, uitgevoerd in de provincie Flevoland. Aanvragen m.b.t. deze projecten moeten zijn voorzien van een advies van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening Flevoland. 5 In het jaar 1997 zullen verdere bedragen ter beschikking worden gesteld ten behoeve van projecten, uit te voeren in de periode september 1997 t/m 1999. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 3 — Artikel 3 Algemene criteria#
Artikel 3 Algemene criteria 1 Een project komt slechts voor subsidiëring in aanmerking: a. indien het project wordt uitgevoerd binnen de periode 1 mei 1995 tot en met 31 augustus 1997; b. bijlage I indien het project voldoet aan de eisen, als vermeld in de bij dit besluit behorende; c. bijlage II indien tenminste een derde deel van de kosten van het project ten laste komt van een overheidsinstelling of van een fonds dat bij collectieve arbeidsovereenkomst in het leven is geroepen, en die overheidsinstelling of dat fonds zich garant heeft gesteld voor de goede uitvoering van het project door het opmaken van een verklaring als bedoeld in de bij dit besluit behorende. 2 artikel 4 van de Wet arbeid vreemdelingen artikel 2 Aan projecten mogen uitsluitend die vreemdelingen deelnemen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke ingevolgeis voorzien van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid. Met een dergelijke aantekening wordt gelijkgesteld een verklaring verleend krachtensof 3 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers. 3 uitgezonderd van subsidie zijn projecten in het leerlingwezen of het regulier (initiëel) beroepsonderwijs en projecten ten behoeve van personen werkzaam bij Rijk, provincies of gemeenten, dan wel personen die werkzaam zijn in een dienstbetrekking welke wordt bekostigd in het kader van de Rijksbijdrageregeling banenpools of de Jeugdwerkgarantiewet. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 4 — Artikel 4 De aanvraag#
Artikel 4 De aanvraag 1 De subsidie-aanvraag wordt voor 15 september 1995 schriftelijk ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Bureau Uitvoering Europese Subsidie-instrumenten. 2 bijlage III De subsidie-aanvraag dient te geschieden door middel van een ondertekend en volledig ingevuld aanvraagformulier, overeenkomstig het alsbij dit besluit gevoegde model, inclusief de daarin genoemde bijlagen. 3 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist op of voor 31 december 1995 of een subsidie-aanvraag al dan niet wordt gehonoreerd. 4 De behandeling van aanvragen vindt plaats in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat aanvragen, ingediend binnen vier weken na bekendmaking en vaststelling van deze subsidieregeling geacht worden op hetzelfde tijdstip te zijn ontvangen. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 5 — Artikel 5 Afwijzing#
Artikel 5 Afwijzing 1 De subsidie wordt geweigerd: a. indien niet wordt voldaan aan de in artikelen 2 t/m 4 genoemde voorwaarden; b. indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten; c. indien onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten; d. artikel 2 indien, gelet op het totaal der toekenningen die hebben plaatsgevonden, het ter beschikking staande budget, als vermeld inzal worden uitgeput. 2 De subsidie kan worden geweigerd, indien dit nodig is om een spreiding van de subsidiëring over verschillende typen projecten te bewerkstelligen. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiale kosten#
Artikel 6 Subsidiale kosten 1 Voor subsidie komen in aanmerking de noodzakelijk ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en het beheer van een project te maken kosten. 2 De subsidie bedraagt voor de onder 2, tweede lid onder a en h, bedoelde projecten 331/3%, voor de onder 2, tweede lid onder b t/m e, bedoelde projecten 40%, en voor de onder 2, tweede lid onder f en g bedoelde projecten 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toekenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan. 3 In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie voor de onder 2, tweede lid, onder b tot en met g bedoelde projecten uitgevoerd in de provincie Flevoland 65% van de door de projectuit-voerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toe-kenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan. 4 De maxima, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de aanvrager geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project. 5 Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidiëerd, dan wel die toegerekend kunnen worden aan de normale bedrijfsvoering. 1995 172 06-09-1995 01-09-1995 AM/AAB/95/5683 1995 172 06-09-1995 01-09-1995 AM/AAB/95/5683 08-09-1995 16-06-1995
Artikel 7 — Artikel 7 Beschikking#
Artikel 7 Beschikking De beslissing en, indien deze geheel of gedeeltelijk afwijzend luidt, de motivering, wordt schriftelijk vastgelegd en aan de aanvrager toegezonden dan wel uitgereikt. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 8 — Artikel 8 Bevoorschotting#
Artikel 8 Bevoorschotting 1 Aan degene aan wie subsidie is toegekend, worden desgevraagd voorschotten verleend, met dien verstande dat: a. het bedrag en het tijdstip van uitbetaling van de voorschotten afhankelijk zullen worden gesteld van de aanvangsdatum en voortgang van het project en de in verband daarmee gedane en te verwachten uitgaven; b. het bedrag der voorschotten nooit meer zal bedragen dan 80% van het maximaal toegekende subsidiebedrag; c. de voorschotten niet eerder worden verleend, dan nadat de desbetreffende gelden door de Europese Commissie aan Nederland zijn overgemaakt. 2 Voorschotbetalingen kunnen als volgt worden gedaan: a. een eerste voorschot van maximaal 50% van het subsidiebedrag voor het eerste subsidiejaar kan direct worden verstrekt bij de subsidietoekenning; b. een tweede voorschot van maximaal 30% van het subsidiebedrag voor het subsidiejaar kan op verzoek worden verstrekt, indien door middel van een of meerdere tussentijdse rapportages is aangetoond dat het eerste voorschot voor tenminste de helft is gebruikt voor de uitvoering van het betrokken project en de prognose niet verlaagd is; c. de voorschotten voor het tweede en eventueel derde subsidiejaar worden op vergelijkbare wijze verstrekt, mits het eerste voorschot voor het voorafgaande subsidiejaar volledig en het tweede voorschot voor het voorafgaande subsidiejaar voor tenminste de helft is gebruikt. 3 Voorschotverzoeken dienen te worden ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Bureau Uitvoering Europese Subsidie-instrumenten. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 9 — Artikel 9 Administratievoorschriften#
Artikel 9 Administratievoorschriften 1 Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend zal een inzichtelijke en controleerbare aparte administratie bijhouden of doen bijhouden met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gedane uitgaven. Deze administratie zal bestaan uit een deelne-mersadministratie en een financiële administratie, waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiren met bewijsstukken. 2 De deelnemersadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers en uren, dan wel in termen van geleverde produkten en /of diensten. 3 De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten en de wijze waarop de inkomsten en uitgaven aan het project worden toegerekend. 4 De administratie dient aldus te zijn opgezet dat deze voldoende waarborgen biedt voor correcte en adequate tussentijdse rapportages. 5 De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een goede accountantscontrole op de juiste naleving van de subsiedievoorwaarden. 6 Indien de administratie niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, wordt bij de aanvraag opgave gedaan van de instelling die de administratie voert. 7 Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend zal aan door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan wel de Europese Commissie daartoe aangewezen personen desgevraagd inzage in of informatie uit deze administratie geven of doen geven. Tevens zal de hij voornoemde personen desgevraagd informatie verschaffen over de voortgang van het voor subsidie in aanmerking gebrachte project. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 10 — Artikel 10 Einddeclaratie#
Artikel 10 Einddeclaratie 1 artikel 6, eerste lid Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend dient binnen zes maanden na beëindiging van het project een verzoek in om definitieve vaststelling van het subsidiebedrag waarop aanspraak bestaat. Bij dit verzoek wordt een declaratie gevoegd van de gemaakte kosten, als bedoeld in. 2 De einddeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het als bijlage IV bij dit besluit gevoegde model. 3 De hoogte van het definitieve vastgestelde subsidiebedrag wordt schriftelijk medegedeeld aan de projectuitvoerder. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 11 — Artikel 11 Intrekking subsidietoekenning#
Artikel 11 Intrekking subsidietoekenning 1 De subsidietoekenning kan worden ingetrokken, en de op basis daarvan uitbetaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd: a. indien de aanvrager bij zijn aanvraag onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, en de subsidie bij juiste of volledige informatie niet, dan wel tot een lager bedrag zou zijn toegekend; b. in geval het project wordt uitgevoerd in afwijking van de bij de aanvraag gevoegde projectbeschrijving, voor zover de subsidietoekenning daarop was gebaseerd; c. indien de doelstellingen van het project ten gevolge van nalatigheid van de projectuitvoerder niet of slechts ten dele worden gerealiseerd. d. artikelen 8 9 11 indien de projectuitvoerder een der voorschriften, vervat in de,ofniet naleeft. 2 Intrekking en terugvordering krachtens het eerste lid, onder b, vindt niet plaats, indien de afwijking vooraf aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is voorgelegd, en deze daarmee schriftelijk heeft ingestemd. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 12 — Artikel 12 Evaluatie#
Artikel 12 Evaluatie Degene aan wie subsidie krachtens deze regeling is toegekend zal alle medewerking verlenen aan de opstelling van evaluatierapporten m.b.t. deze subsidieregeling, en zal, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, zorgdragen dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Dit besluit wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt. 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant. 3 Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling Communautair Initiatief Adapt. 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 1995 113 15-06-1995 14-06-1995 AM/AAB/95/5192 16-06-1995
Artikel _1 — Scholingsprojecten ten behoeve van ondernemers en middel- en hoger management in het MKB#
Scholingsprojecten ten behoeve van ondernemers en middel- en hoger management in het MKB Het gaat hierbij om projecten gericht op: het opzetten en uitvoeren van interne en externe programma’s voor continue opleiding in het MKB Een voorkeur gaat uit naar projecten die: als hoofddoelstelling hebben het bevorderen van een continue gestructureerde aanpak van scholing zowel intern als extern in het MKB, met name in bedrijven die niet zelfstandig een scholingsprogramma kunnen opzetten, en de scholing van werknemers die daaruit voortvloeit, met name gericht op het vergroten van het rendement uit nieuwe technologieën. het opleiden van ondernemers en managers. Een voorkeur gaat uit naar projecten die: resulteren in een kwaliteitsverbetering bij het management van het MKB via bijscholing; zich richten op ondernemers in sectoren, waar sprake is van een kennistekort, met name op het gebied van organisatie en technologie. het ontwikkelen van plannen voor de opleiding van ’trainers’ in de aanpassing van werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven en de veranderde produktiesystemen. Een voorkeur wordt gegeven aan projecten die: zich richten op de ’opleiders’ (bv. de directie of het middenkader) in een MKB-onderneming die te maken heeft met gewijzigde produktie-omstandigheden;
Artikel _2 — Projecten gericht op begeleiding van startende ondernemers in het MKB:#
Projecten gericht op begeleiding van startende ondernemers in het MKB: Het gaat hierbij om het aanmoedigen van samenwerking en opleiding op nieuwe terreinen van economische activiteit met het oog op het scheppen van nieuwe kansen op werk; Een voorkeur gaat uit naar projecten die: gericht zijn op het begeleiden van kansrijke starters met het oog op het duurzaam creëren van een eigen bedrijf; zogeheten doorstarters ondersteunen en begeleiden met hun problemen in een latere fase in hun bedrijfsvoering; zich richten op werknemers die met (tijdelijke) werkloosheid worden bedreigd of recentelijk werkloos geworden zijn.
Artikel _3 — Projecten gericht op het creëren van nieuwe banen voor werknemers van wie de huidige functies vervallen, dan wel recent zijn komen te vervallen#
Projecten gericht op het creëren van nieuwe banen voor werknemers van wie de huidige functies vervallen, dan wel recent zijn komen te vervallen Deze maatregel betreft steun voor lokale werkgelegenheidsinitiatieven. Hieronder worden ondermeer verstaan partnerschappen tussen overheden, instellingen en particulieren (bv. MKB, grote ondernemingen, kenniscentra), ten einde strategieën voor economische ontwikkeling te combineren met opleidingsactiviteiten ten behoeve van getroffen werknemers. Een voorkeur wordt gegeven aan projecten die: reguliere banen creëren voor met werkloosheid bedreigde werknemers.
Artikel _4 — Projecten, gericht op verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en ondernemingen in het MKB#
Projecten, gericht op verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en ondernemingen in het MKB Centraal staan het bevorderen van samenwerking en uitwisseling tussen ondernemingen en onderzoek op het gebied van technologie-overdracht aan plaatselijke arbeidsmarkten en economische sectoren en van opleidingen aan ondernemingen en instanties voor beroepsopleiding. De voorkeur gaat uit naar projecten die: het innovatieve vermogen van het MKB versterken middels intensivering en verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en het MKB;
Artikel _5 — Projecten, gericht op de bevordering van (inter)regionale en transnationale samenwerking van ondernemingen in het MKB op het gebied van scholing, onderzoek en marketing#
Projecten, gericht op de bevordering van (inter)regionale en transnationale samenwerking van ondernemingen in het MKB op het gebied van scholing, onderzoek en marketing De voorkeur gaat uit naar projecten die: samenwerking en netwerkvorming tussen ondernemingen bevorderen met als doel te komen tot gezamenlijke inspanningen op het gebied van scholing, onderzoek, marketing, enzovoorts; zich richten op MKB-ondernemingen die geconfronteerd worden met gewijzigde economische omstandigheden en op eigen kracht niet of nauwelijks aan de nieuwe eisen kunnen voldoen.
Artikel _6 — Projecten gericht op het toepasbaar maken van beschikbaar onderzoeksmateriaal voor projecten bedoeld onder 2a t/m 2e#
Projecten gericht op het toepasbaar maken van beschikbaar onderzoeksmateriaal voor projecten bedoeld onder 2a t/m 2e Het gaat om studies die betrekking hebben op gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven en de gevolgen voor werkgelegenheid en kwalificaties van het personeel. Een voorkeur gaat uit naar projecten die: de overdracht van kennis verkregen uit studies bevorderen en de omzetting in concrete projecten mogelijk maken. zich richten op bedrijven en organisaties die tot nu toe niet door de desbetreffende informatie werden bereikt, zoals de kleine bedrijven in het MKB;
Artikel _7 — Projecten die tot doel hebben goede ervaringen en inzichten, die zijn voortgekomen uit het communautair initiatief Adapt te verspreiden en die het gebruik maken van de mogelijkheden van het Adapt-programma bevorderen#
Projecten die tot doel hebben goede ervaringen en inzichten, die zijn voortgekomen uit het communautair initiatief Adapt te verspreiden en die het gebruik maken van de mogelijkheden van het Adapt-programma bevorderen Het gaat om projecten gericht op: de bevordering van de verspreiding van ’good-practice’ projecten: het inventariseren, inzichtelijk maken en beschikbaar stellen van goede praktijkvoorbeelden, bijvoorbeeld op sectoraal niveau, ten dienste van onder de maatregelen 2 en 3 uit te voeren projecten. Een voorkeur gaat uit naar projecten die: • als doel hebben het realiseren van een overzicht met goede voorbeelden projecten op het terrein van opleidingen met een interregionale of transnationale opzet en het bereik van het MKB; – bewustmakingsacties, promotie en publiciteit. Een oorkeur gaat uit naar projecten die: het gebruikmaken van de mogelijkheden van het ADAPT-programma bevorderen middels het organiseren van een bewustmakingscampagne, gevolgd door een publiciteits- en promotiecampagne; zich richten op branche- en sector-organisaties, werkgevers- en werknemersorganisaties, intermediaire organisaties, opleidingsinstituten en lagere overheden. In tweede aanleg projecten die zich richten op (groepen van) bedrijven en de werknemers binnen de bedrijven.
Artikel _8 — Activiteiten, verricht door degenen aan wie subsidie is toegekend krachtens de Subsidieregeling ESF doelstelling 4 'scholing voor behoud van werk' (Stcrt 1995, 83), teneinde het in dat kader gesubsidieerde project deel te doen uitmaken vaneen transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, dan wel activiteiten die gericht zijn op hetr voor Nederland toepasbaar maken van in het buitenland ontwikkelde produkten, waaraan subsidie is verleend in het kader van het Adapt-programma#
Activiteiten, verricht door degenen aan wie subsidie is toegekend krachtens de Subsidieregeling ESF doelstelling 4 'scholing voor behoud van werk' (Stcrt 1995, 83), teneinde het in dat kader gesubsidieerde project deel te doen uitmaken vaneen transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, dan wel activiteiten die gericht zijn op hetr voor Nederland toepasbaar maken van in het buitenland ontwikkelde produkten, waaraan subsidie is verleend in het kader van het Adapt-programma Het gaat hierbij om projecten gericht op: het identificeren van veranderingen in de bedrijfsomvang en het opstellen van bedrijfsplannen met aandacht voor opleiding; het ontwikkelen en uitvoeren van opleidingsplannen door middel van het tot stand brengen van samenwerking; het ontwikkelen en beschikbaar stellen van beroepskeuzevoorlichtings- en adviessystemen; het anticiperen op trends op de arbeidsmarkt, kwalificatievereisten en overige ontwikkelingen die van invloed zijn op het functioneren van ondernemingen;