Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden
- BWB-id
- BWBR0007371
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007371
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidieregeling-netwerk-landelijke-wandelpaden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidieregeling-netwerk-landelijke-wandelpaden/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007371&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007371&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007371/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidieregeling-netwerk-landelijke-wandelpaden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; landbouwgronden: gronden waarop enige vorm van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw, wordt bedreven of onmiddellijk kan worden bedreven; landbouwbedrijfshoofd: natuurlijke persoon die als bedrijfshoofd voor eigen rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteert, of rechtspersoon die blijkens de statuten de exploitatie van een landbouwbedrijf ten doel heeft, en die krachtens eigendom, pacht, enig ander duurzaam persoonlijk recht of gebruiksrecht landbouwgronden in gebruik hebben; landbouwbedrijf: geheel van produktie-eenheden in Nederland, bestaande uit één of meer gedeelten daarvan en daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend dienende tot uitoefening van de landbouw; stichting: Stichting Lange-Afstand-Wandelpaden, gevestigd te Amersfoort; Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt onder landbouwbedrijfshoofd mede verstaan: a. de directeur of bedrijfsleider die zijn hoofdberoep op het landbouwbedrijf heeft, voor zover handelende met toestemming van de eigenaar van dit bedrijf, of b. natuurlijke of rechtspersonen die voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage Aan landbouwbedrijfshoofden kunnen door de minister voor het realiseren van het netwerk van landelijke wandelpaden op aanvraag subsidies worden verstrekt voor het openstellen van landbouwgronden voor wandelaars alsmede voor het op die landbouwgronden aanleggen van daartoe noodzakelijke voorzieningen, als bedoeld in de bij deze regeling behorende. 2 Geen subsidies worden verstrekt aan gebruikers van landbouwgronden, zijnde publiekrechtelijke rechtspersonen of aan natuurlijke personen of rechtspersonen die die gronden gebruiken ten behoeve van of in dienst van publiekrechtelijke rechtspersonen. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De subsidie, bedoeld in, ten behoeve van het openstellen van landbouwgronden voor wandelaars bestaat uit een eenmalige subsidie voor een periode van 10 jaren in de vorm van een vast bedrag van € 1,00 per strekkende meter wandelpad. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 bijlage De subsidie, bedoeld in, tot het op landbouwgronden aanleggen van voorzieningen voor wandelaars is een vast bedrag, berekend op basis van de normbedragen voor de desbetreffende voorziening, genoemd in debij deze regeling, met dien verstande dat de subsidie per voorziening een bedrag van € 9.075,60 niet te boven gaat. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 De minister stelt een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies op graond van deze regeling. 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. 3 De minister kan, bij overschrijding van het subsidieplafond, besluiten dat vanaf een door hem te bepalen tijdstip geen aavragen voor subsidies kunnen worden ingediend. Hij geeft kennis van dat besluit in de Staatscourant. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 De aanvraag als bedoeld in hetwordt ingediend bij Dienst Regelingen. 2 artikel 6 Een aanvraag wordt door de minister niet in behandeling genomen als deze niet vergezeld gaat van een overeenkomst als bedoeld in. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een subsidie kan slechts worden verstrekt indien het landbouwbedrijfshoofd met de stichting een overeenkomst heeft gesloten tot het openstellen van zijn landbouwgronden voor wandelaars. 2 De subsidie kan slechts worden verstrekt voor de openstelling van landbouwgronden. 3 verordening (EEG) nr. 2078/92 Geen subsidie wordt verstrekt indien ten aanzien van het landbouwbedrijfshoofd in de twee jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag de subsidieverlening of -vaststelling ingevolge een regeling ter uitvoering vanis ingetrokken op de grond dat bij de aanvraag tot verlening of vaststelling van die subsidie opzettelijk of door grove nalatigheid onjuiste informatie is verstrekt. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Een overeenkomst als bedoeld in, dient ten minste te voldoen aan de volgende vereisten: a. de openstelling van de landbouwgronden betreft wandeltrajecten voor zover deze strekken tot realisering van het netwerk van landelijke wandelpaden, aangegeven op kaart 1 van de beleidsnota ’Kiezen voor recreatie’, regeringsbeslissing van 19 januari 1993 (Kamerstukken II, 1992/93, 23 990, nr. 2) en voor zover aan de terzake in die nota gestelde criteria is voldaan; b. de openstelling betreft wandeltrajecten op landbouwgronden, anders dan langs openbare wegen of paden of langs anderszins reeds volgens bestendig gebruik voor publiek openstaande wegen of paden; c. de open te stellen wandeltrajecten vormen op het moment van het sluiten van de overeenkomst onderdeel van het toegankelijk en aaneengesloten traject van het netwerk van landelijke wandelpaden; d. een onbelemmerde doorgang voor wandelaars over het wandeltraject is gegarandeerd tussen zonsop- en zonsondergang gedurende een periode van ten minste 10 jaren; e. toestemming om het wandeltraject genoegzaam te markeren. 2 De minister kan nadere eisen stellen aan de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid. 3 De minister kan een model voor de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. 1995 85 02-05-1995 26-04-1995 J.953472 1995 85 02-05-1995 26-04-1995 J.953472 04-05-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 4 artikel 6 Voor zover de aanvraag een subsidie betreft als bedoeld in, bevat de overeenkomst, bedoeld in, tevens de omschrijving van de betreffende voorziening en de wijze van uitvoering. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 6 7 Indien de subsidieontvanger vóór de afloop van de periode waarin de uit de overeenkomst, bedoeld in deen, voortvloeiende verplichtingen gelden, één of meer percelen waarop de overeenkomst betrekking heeft, verkoopt, verpacht of daarop een gebruiksrecht vestigt, kan de bedrijfsopvolger zich er tegenover de minister toe verbinden de verplichtingen voortvloeiend uit de subsidieverstrekking ten aanzien van de betrokken percelen verder na te komen. 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt de bedrijfsopvolger die de in het eerste lid bedoelde verbintenis aangaat, vanaf het moment dat deze verbintenis is aangegaan, aangemerkt als de subsidieontvanger. 3 Artikel 2, tweede lid artikel 6, derde lid , en, zijn van overeenkomstige toepassing. 4 Indien de bedrijfsopvolger de in het eerste lid bedoelde verbintenis niet aangaat, wordt de subsidie voor de betrokken percelen ingetrokken. De subsidie wordt naar evenredigheid van de resterende tijd van de verplichtingen ingetrokken indien: artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 12, tweede lid, enzijn van overeenkomstige toepassing. a. de subsidieontvanger de op de betrokken percelen betrekking hebbende verplichtingen reeds drie jaren is nagekomen; b. de subsidieontvanger zijn landbouwactiviteiten definitief beëindigt en c. overname van deze verbintenis niet te verwezenlijken valt. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 6 De subsidie wordt ingetrokken indien de subsidieontvanger de overeenkomst bedoeld in in, niet of niet genoegzaam naleeft. 2 artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies Indien toepassing is gegeven aanof, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening 3 De door de subsidieontvanger te betalen rente is de wettelijke rente in Nederland geldende op de laatste dag van de kalendermaand waarin de subsidie werd betaald. 4 Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de minister is gelegen. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, vindtg geen toepassing ten aanzien van reeds uitbetaalde subsidies indien niet-nakoming van de uit deze regeling en uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen het gevolg is van: a. overlijden van de subsidieontvanger; b. overmacht; c. Onteigeningswet onteigening of gedwongen verkoop in de zin van devan de oppervlakte grond waarop de overeenkomst betrekking heeft, voorzover deze onteigening of gedwongen verkoop niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag is ingediend. 2 De subsidieontvanger dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij Dienst Regelingen in binnen een termijn van tien werkdagen, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies Deze regeling berust op. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1995 85 02-05-1995 26-04-1995 J.953472 1995 85 02-05-1995 26-04-1995 J.953472 04-05-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden. 1995 85 02-05-1995 26-04-1995 J.953472 1995 85 02-05-1995 26-04-1995 J.953472 04-05-1995