Subsidieregeling welzijnsbeleid
- BWB-id
- BWBR0007807
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- 2006-04-29 t/m 2006-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007807
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidieregeling-welzijnsbeleid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidieregeling-welzijnsbeleid/2006-04-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007807&g=2006-04-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007807&z=2026-06-06&g=2006-04-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007807/2006-04-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/subsidieregeling-welzijnsbeleid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid In deze regeling wordt verstaan onder ’het bekostigingsbesluit’: het. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze regeling is van toepassing op subsidies waarop het bekostigingsbesluit van toepassing is. 2000 158 17-08-2000 13-08-2000 DWJZ-2092214 2000 158 17-08-2000 13-08-2000 DWJZ-2092214 19-08-2000
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikelen 19 42 43 43a De minister stelt jaarlijks subsidieplafonds vast voor de verstrekking van de subsidies krachtens de,,en. 2 artikel 19 artikel 2b, tweede lid Het beschikbare bedrag voor de subsidies krachtenswordt verdeeld met toepassing van. 3 artikelen 42 43 43a artikel 2b, derde lid, tweede volzin Het beschikbare bedrag voor de subsidies krachtens de,enwordt verdeeld met toepassing van. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 De minister kan subsidieplafonds vaststellen voor het verstrekken van instellings- en projectsubsidies. 2 Ten aanzien van instellingssubsidies geeft de minister bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang zijn voor het beleid en meer zullen bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie. 3 artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Ten aanzien van projectsubsidies wordt het beschikbare bedrag verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling als de datum van ontvangst geldt. Indien met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen is bepaald dat op aanvragen wordt beslist na een of meer bepaalde data in een kalenderjaar, geeft de minister bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie. 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 01-01-1998 Voor het jaar 1998 worden de subsidies ingevolge de art. 22 en 38 verleend onder toepassing van genoemde artikelen zoals deze luidden vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c Een besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 01-01-1998 Voor het jaar 1998 worden de subsidies ingevolge de art. 22 en 38 verleend onder toepassing van genoemde artikelen zoals deze luidden vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een jaarlijkse instellingssubsidie of een meerjarige instellingssubsidie bestaat uit een bedrag voor overeenkomstig een door de minister goedgekeurd activiteitenplan, onderscheidenlijk beleidsplan, uitgevoerde activiteiten. 2 artikelen 16 19 28 40 44b Het eerste lid is niet van toepassing op de subsidies, bedoeld in de,,,en. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikelen 3, eerste lid 16 28 40 44b artikel 7 Het bedrag, bedoeld in de,,,en, wordt verlaagd met het bedrag waarmee het maximaal toegestane bedrag van de inbedoelde reservering wordt overschreden. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een aanvraag van een meerjarige instellingssubsidie wordt ingediend uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het eerste kalenderjaar van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De minister verstrekt de volgende voorschotten op een verleende instellingssubsidie: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van van het voor het desbetreffende jaar verleende subsidiebedrag. 2 Indien de minister voorschotten verstrekt voordat hij de beschikking tot een subsidieverlening heeft gegeven, worden de percentages, bedoeld in het eerste lid, tot de datum van subsidieverlening, toegepast op het voor het voorafgaande jaar verleende bedrag, in voorkomende gevallen bijgesteld overeenkomstig door de minister gegeven beschikkingen. Zodra de beschikking tot subsidieverlening voor het lopende jaar is gegeven, wordt het bedrag dat, gezien het in die beschikking verleende bedrag, te veel of te weinig is bevoorschot, zo spoedig mogelijk verrekend of door de subsidie-aanvrager terugbetaald, onderscheidenlijk door de minister betaald. 2005 66 06-04-2005 31-03-2005 FPB-2570526 2005 66 06-04-2005 31-03-2005 FPB-2570526 08-04-2005 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 In het activiteitenplan of beleidsplan, behorende bij een aanvraag van een instellingssubsidie, komen ten minste de in bijlage 1 bij deze regeling genoemde onderwerpen aan de orde. Indien door een instelling gelijktijdig zowel een jaarlijkse als een meerjarige instellingssubsidie wordt gevraagd, wordt in het activiteitenplan en in het beleidsplan een duidelijke scheiding gemaakt tussen de activiteiten die op grond van de te onderscheiden subsidies worden bekostigd. 2 In de begroting, behorende bij de aanvraag van een instellingssubsidie, wordt per activiteit aangegeven welke baten en lasten daaraan direct en indirect zijn verbonden. 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 01-01-1998 Voor het jaar 1998 worden de subsidies ingevolge de art. 22 en 38 verleend onder toepassing van genoemde artikelen zoals deze luidden vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3a Voorzover het bedrag van de verleende instellingssubsidie, zonder toepassing van de inbedoelde vermindering, na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de geldende verplichtingen, niet is besteed aan de doeleinden waarvoor het is verstrekt, wordt het gereserveerd. 2 Voor de berekening van het in het eerste lid bedoelde te reserveren bedrag wordt het totaal van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten, bestaande uit de verleende instellingssubsidie en de gerealiseerde overige baten, verminderd met de lasten van de gesubsidieerde activiteiten. Deze uitkomst wordt toegerekend naar rato van de verleende instellingssubsidie en de, in de ingediende begroting opgenomen, met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende, overige baten. Het te reserveren bedrag is het aan de instellingssubsidie toegerekende deel. 3 artikel 374, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Toevoegingen aan voorzieningen als bedoeld in, die samenhangen met de gesubsidieerde activiteiten, worden gerekend tot de lasten van de gesubsidieerde activiteiten, bedoeld in het tweede lid, tenzij de minister anders bepaalt. 4 Indien in de ingediende begroting onder de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten een vrijgevallen voorziening is opgenomen, blijft deze buiten beschouwing bij de berekening van het te reserveren bedrag, bedoeld in het tweede lid. 5 artikel 19 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de ontvanger van een subsidie als bedoeld in. 6 De in het eerste lid bedoelde reservering kan uitsluitend worden besteed aan doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt. 7 artikel 3a Het totaal van de in het eerste lid bedoelde reservering bedraagt ten hoogste 10% van het bedrag van de verleende subsidie, zonder toepassing van de inbedoelde vermindering. In afwijking van de eerste volzin is in geval van een meerjarige instellingssubsidie, het percentage gelijk aan 10 gedeeld door het aantal jaren waarvoor de subsidie is verleend. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Op de balans worden de voorzieningen, gesplitst naar hun aard, en de reservering opgenomen. In de toelichting op de balans worden de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen en reservering toegelicht. 2000 158 17-08-2000 13-08-2000 DWJZ-2092214 2000 158 17-08-2000 13-08-2000 DWJZ-2092214 19-08-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffings-prijzen van die activa berekend. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 29-12-1995 30-09-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 36, tweede lid De rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in, van het bekostigingsbesluit, geschiedt in geval van een instellingssubsidie overeenkomstig het als bijlage 2 bij deze regeling opgenomen controleprotocol en met gebruikmaking van de in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen model-accountantsverklaringen. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 42 43 43a Een projectsubsidie, anders dan een subsidie als bedoeld in de,en, bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten. De subsidie bedraagt niet meer dan een door de minister vast te stellen maximum. 2002 218 12-11-2002 07-11-2002 S/BcCT-2324163 2002 218 12-11-2002 07-11-2002 S/BcCT-2324163 14-11-2002 Deze regeling blijft buiten toepassing ten aanzien van subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 In de beschikking tot subsidieverlening worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting vastgesteld. 2 Gedurende het project bedragen de voorschotten in totaal niet meer dan 90% van het bedrag van de verleende projectsubsidie. 3 Uiterlijk twee maanden na ontvangst van de volledige aanvraag voor de subsidievaststelling worden de voorschotten verhoogd tot het bedrag van de subsidiedeclaratie voor zover het bedrag van de subsidiedeclaratie niet hoger is dan het bedrag van de verleende projectsubsidie. 2004 139 23-07-2004 08-07-2004 FPB/BB-2497635 2004 139 23-07-2004 08-07-2004 FPB/BB-2497635 01-01-2005 Niet van toepassing op projectsubsidies die voor de datum van
inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 In een projectplan komen ten minste de in bijlage 4 bij deze regeling genoemde onderwerpen aan de orde. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 29-12-1995 30-09-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Baten en lasten van een project die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 29-12-1995 30-09-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 36, tweede lid De rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in, van het bekostigingsbesluit, geschiedt in geval van een projectsubsidie overeenkomstig het als bijlage 5 bij deze regeling opgenomen controleprotocol en met gebruikmaking van de in bijlage 6 bij deze regeling opgenomen model-accountantsverklaringen. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Een instellingssubsidie aan een bejaardenpension voor de huisvesting en verzorging van zorgbehoevende personen bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal verzorgde personen met een door de minister vast te stellen bedrag, verminderd met de overeenkomstig het tweede lid in rekening te brengen eigen bijdragen. 2 bijlage 7 artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand De aan een zorgbehoevende persoon per maand in rekening te brengen eigen bijdrage, bedraagt het netto-maandinkomen, berekend op de inaangegeven wijze, verminderd met de norm, bedoeld in, tot ten hoogste het bedrag van de verzorgingsprijs. De hoogte van de in rekening te brengen maandelijkse eigen bijdrage wordt één maal per jaar vastgesteld, doch kan op verzoek van de zorgbehoevende persoon worden herzien. 3 Indien het bejaardenpension niet gedurende het gehele jaar heeft voorzien in de huisvesting en verzorging van een persoon wordt het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, evenredig verminderd. 2005 248 21-12-2005 14-12-2005 DWJZ-U-2643765 2005 248 21-12-2005 14-12-2005 DWJZ-U-2643765 01-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16 Een subsidie als bedoeld inwordt slechts verstrekt voor zorgbehoevende personen ten behoeve van wie de minister ook in 1994 subsidie heeft verstrekt. 2 De aanvraag van een subsidie gaat vergezeld van een opgave van de in het eerste lid bedoelde personen, voor zover zij nog gebruik maken van het bejaardenpension, alsmede van de aan die personen in rekening te brengen eigen bijdragen. De opgave geschiedt overeenkomstig het als bijlage 8 bij deze regeling opgenomen formulier. 3 artikel 16 artikel 6, eerste lid In geval van een subsidie als bedoeld inis, niet van toepassing. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 29-12-1995 30-09-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. vorming, training en advies: het geheel van programma’s gericht op het toerusten van deelnemers inzake hun functioneren als vrijwilliger ten behoeve van het voorkomen van sociaal isolement van personen in een kwetsbare positie of ter bevordering van maatschappelijke participatie van zodanige personen; b. deelnemer: een vrijwilliger of aspirant-vrijwilliger, die deelneemt aan een programma; c. programma: een samenstel van leeractiviteiten op het terrein van vorming, training en advies; d. geslaagde deelnemer: een deelnemer die volledig heeft deelgenomen aan een programma en schriftelijk te kennen heeft gegeven dat de vooraf gestelde leerdoelen zijn gerealiseerd; e. normbedrag: een jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag. 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 29-08-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Een instellingssubsidie voor vorming, training en advies bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal geslaagde deelnemers, tot het door de minister verleende maximale aantal, met het normbedrag. 2 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt voorzover een programma past binnen de door de minister jaarlijks uiterlijk voor 1 september voorafgaand aan het desbetreffende subsidiejaar bekend te maken beleidsprioriteiten. 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 29-08-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 19 Een instelling die subsidie ontvangt op grond van: a. realiseert programma’s voor groepen met op jaarbasis een groepsgrootte van gemiddeld 14 geslaagde deelnemers en een duur van gemiddeld vijf dagdelen; b. stelt de minister per kwartaal schriftelijk op de hoogte van de stand van zaken en ontwikkelingen overeenkomstig het in bijlage 10 bij deze regeling opgenomen model en c. draagt zorg voor een registratiesysteem per deelnemer dat voldoende inzicht biedt in de mate waarin voldaan wordt aan deze paragraaf. 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 29-08-1998
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a artikel 19 De instelling die subsidie ontvangt op grond vanoverlegt met de minister jaarlijks: a. in het tweede kwartaal naar aanleiding van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie over de resultaten van het voorafgaande jaar mede met het oog op de opstelling door de instelling van het activiteitenplan voor het komende jaar en b. in het vierde kwartaal over het activiteitenplan voor het volgende jaar mede in het licht van de voortgang van de activiteiten in het lopende jaar en de resultaten van het onder a bedoelde overleg. 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 29-08-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1999 80 27-04-1999 26-04-1999 DJB/APJB-991271 1999 80 27-04-1999 26-04-1999 DJB/APJB-991271 01-01-2000 Bij Stcrt. 1999 / 80 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. binnenschipper: de schipper die met zijn gezin aan boord van een bedrijfsmatig voor de binnenvaart gebruikt schip woont, alsmede een aldaar met zijn gezin wonende en werkzame werknemer van een zodanige schipper of van een binnenvaartrederij; b. kermisexploitant: de ondernemer die het kermisbedrijf uitoefent of een werknemer van een zodanige ondernemer, indien deze ten behoeve van zijn werkzaamheden gedurende ten minste vier maanden per jaar met zijn gezin een trekkend bestaan leidt; c. CENSIS: de Centrale Stichting van Internaten voor Schippers- en kermisjeugd; d. kind: een kind of pleegkind van een binnenschipper, kermisexploitant of circusartiest; e. internaat: een gebouw of een samenstel van gebouwen waarin kinderen huisvesting, verzorging en opvoeding wordt geboden; f. exploitant: een persoon of rechtspersoon die een internaat exploiteert; g. pleeggezin: een gezin van een ander dan de natuurlijke ouders of de wettelijk vertegenwoordiger van een kind, waarin kinderen huisvesting, verzorging en opvoeding wordt geboden. 2 De minister kan voor de toepassing van deze regeling een persoon die in vergelijkbare omstandigheden verkeert, gelijk stellen met een binnenschipper of een kermisexploitant. 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 24-05-2001 01-01-2001
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De minister verstrekt aan CENSIS een instellingssubsidie voor het in internaten of pleeggezinnen huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen. 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 24-05-2001 01-01-2001
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 28 De subsidie, bedoeld in, bestaat uit € 383 per kind in een internaat of pleeggezin, verhoogd met de som van de bedragen die ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal kinderen: a. in een internaat, indien de exploitant: 1e. huurder is, met € 17.887; 2e. eigenaar is en in verband met een op of na 1 januari 2001 op het internaat gevestigde hypotheek rente- en aflossingskosten verschuldigd is, met € 16.688 vermeerderd met een toeslag van € 4.511 voor de rente- en aflossingskosten; 3e. eigenaar is, doch niet of niet langer rente- en aflossingskosten verschuldigd is in verband met een daarop gevestigde hypotheek, met € 16.688; 4e. eigenaar is, doch niet van de onroerende zaak waarop het internaat is gebouwd, met € 16.783; b. in een pleeggezin met € 2.763. 2 Voor de toepassing van het eerste lid komen slechts in aanmerking kinderen die op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt verleend, door CENSIS in een internaat of pleeggezin werden gehuisvest, verzorgd en opgevoed. 3 Indien een kind wordt gehuisvest, verzorgd en opgevoed in een internaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2e en dit internaat onderdeel uitmaakt van een in een meerjarig capaciteitsplan opgenomen nieuwbouwplan, wordt de toeslag met betrekking tot de rente- en aflossingskosten slechts verleend, indien dit capaciteitsplan door de minister is goedgekeurd. 4 Indien een internaat bestaat uit een samenstel van gebouwen en deze gebouwen onder meer dan één categorie vallen, zoals omschreven in het eerste lid, onderdeel a, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van het gebouw waarin het kind overnacht. 2006 25 03-02-2006 27-01-2006 DJB/JZ-2643155 2006 25 03-02-2006 27-01-2006 DJB/JZ-2643155 05-02-2006 01-01-2006
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 hoofdstuk II van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid artikel 28 Onverminderdgaat de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in, vergezeld van een meerjarig capaciteitsplan, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de beschikbare capaciteit in internaten; b. de naar verwachting benodigde capaciteit voor de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen in internaten voor de komende vijf jaar; c. het verschil per internaat tussen beschikbare en benodigde capaciteit en d. het voorgenomen capaciteitsbeleid, waaruit blijkt op welke wijze de beschikbare capaciteit wordt aangepast aan de benodigde capaciteit. 2 Het voorgenomen capaciteitsbeleid geeft aan welke reductie dient plaats te vinden, waar en wanneer deze zal plaatsvinden, welke internaten of panden worden gehandhaafd, welke zullen worden gesloten, waar bestaande panden ten behoeve van andere internaten worden ingezet en waar sprake zal zijn van nieuwe huur-, koop- of erfpachtsituaties dan wel nieuwbouw. 3 Het meerjarig capaciteitsplan behoeft de goedkeuring van de minister. De minister verleent geen goedkeuring, indien het capaciteitsplan voorziet in nieuwe internaten of onderdelen van internaten zonder dat tevens wordt voorzien in de afstoting van huisvestingscapaciteit die niet wordt gebruikt voor het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen zodat doelmatig wordt aangesloten bij een dalende behoefte aan huisvestingscapaciteit. 4 artikel 28 bijlage 9a De aanvraag voor de subsidie, bedoeld in, gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de gegevens omtrent het aantal gehuisveste kinderen door CENSIS op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, juist zijn. De accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het inopgenomen model. 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 24-05-2001 01-01-2001
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b 1 CENSIS verricht jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de werkelijke kosten van de huisvesting, verzorging en opvoeding van een kind in een internaat en naar de personeelsformatie per kind. 2 De uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, worden als bijlage gevoegd bij de jaarrekening van CENSIS die bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt overgelegd. 3 CENSIS rapporteert driejaarlijks op basis van een rapportage van een onafhankelijke derde aan de minister over de kwaliteit en de kwaliteitsontwikkeling van de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen in internaten en pleeggezinnen, of telkens wanneer dat nodig is voor een beoordeling van de kwaliteit of de kwaliteitsontwikkeling. Indien een exploitant voorziet in de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen, ziet CENSIS toe op de naleving van haar kwaliteitsbeleid. 4 bijlage 9b CENSIS komt schriftelijk met de ouders of de wettelijk vertegenwoordiger van een kind overeen dat ten behoeve van de huisvesting, verzorging en opvoeding van het kind in een internaat of in een pleeggezin een ouderbijdrage per schooljaar is verschuldigd overeenkomstig. De ouderbijdrage wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aantal maanden dat het kind gebruik maakt van de door CENSIS aangeboden huisvesting, verzorging en opvoeding in een internaat of een pleeggezin. 5 CENSIS draagt per kwartaal aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een bedrag af, dat per subsidiejaar wordt vastgesteld op de som van de in het vierde lid bedoelde ouderbijdragen. 6 Indien CENSIS het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen doet uitvoeren door een exploitant, komt CENSIS met hen overeen, dat zij op verzoek van de accountant van CENSIS of op verzoek van de accountantsdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alle bescheiden en inlichtingen aan CENSIS verstrekken, die nodig zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De accountantsdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport richt haar verzoek tot CENSIS. 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 2001 98 22-05-2001 17-05-2001 DWJZ/SWW-2136203 24-05-2001 01-01-2001
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 28 De aanvraag van een subsidie als bedoeld inalsmede de daarbij behorende begroting, worden ingericht overeenkomstig de als bijlage 9 bij deze regeling gevoegde formulieren. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 29-12-1995 30-09-1995
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 29-08-1998 01-01-1998 Art. 31, 32, 33, 34 onder c, 36 tweede lid, bijlage 2, 10 werken terug tot en met 1 januari 1998. Art. 31 - 33, bijlage 2 en bijlage 10 (oud) blijven van toepassing op de vóór die datum verleende subsidies.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 1998 162 27-08-1998 24-08-1998 DSB/IN-983933 29-08-1998 01-01-1998 Art. 31, 32, 33, 34 onder c, 36 tweede lid, bijlage 2, 10 werken terug tot en met 1 januari 1998. Art. 31 - 33, bijlage 2 en bijlage 10 (oud) blijven van toepassing op de vóór die datum verleende subsidies.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 01-01-2005 Blijft van toepassing op de vaststelling van de vóór 1 januari
2005 verleende instellingssubsidies als bedoeld in dit artikel.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 01-01-2005 Blijft van toepassing op de vaststelling van de vóór 1 januari
2005 verleende instellingssubsidies als bedoeld in dit artikel.
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a Vervallen 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 21-10-2000
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 2000 203 19-10-2000 17-10-2000 DSB/IN-2115230 01-01-2005 Blijft van toepassing op de vaststelling van de vóór 1 januari
2005 verleende instellingssubsidies als bedoeld in dit artikel.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. landelijke sportorganisatie: een instelling met ten minste 2500 leden uit ten minste vijf provincies, die werkzaam is op het gebied van de sport, een landelijk werkterrein heeft en representatief is voor één of meer takken van sport; b. bijzondere landelijke sportorganisatie: een instelling die een landelijk werkterrein heeft en uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is op één of meer van de volgende gebieden: 1º deskundigheidsbevordering; 2º sportgezondheidszorg en sportmedische begeleiding; 3º arbeidsaangelegenheden in de sport; 4º sportaccommodatie; 5º topsport; 6º sportveiligheid; 7º sportstimulering; 8º gehandicaptensport; 9º ondersteuning van aangesloten landelijke sportorganisaties; c. sportopleiding: een samenhangende reeks van lessen op het gebied van de sport, opleidend tot bekwaamheden voor functies in de sport; d. experimentele sportopleiding: een sportopleiding in ontwikkeling; e. sportbijscholing: een samenhangende reeks van lessen, gericht op het vergroten van de deskundigheid van sportfunctionarissen; f. lid: een natuurlijke persoon die bij een landelijke sportorganisatie of bij een vereniging, aangesloten bij een landelijke sportorganisatie, als lid geregistreerd staat, door wie of ten behoeve van wie aan de landelijke sportorganisatie jaarlijks een bedrag wordt afgedragen en die zich uitdrukkelijk als zodanig heeft opgegeven; g. A-accommodatie: een sportaccommodatie die door een landelijke sportorganisatie is aangewezen als een nationale en internationale trainings- en wedstrijdaccommodatie voor een of meer bepaalde takken van sport; h. B-accommodatie: een sportaccommodatie die door een landelijke sportorganisatie is aangewezen als een regionale trainings- en wedstrijdaccommodatie voor een of meer bepaalde takken van sport; i. topsportevenement: 1º. een eindronde van een Europees- of wereldkampioenschap; 2º. een evenement om een vergelijkbare titel; 3º. een evenement dat onderdeel is van een serie wedstrijden die beslissend is voor de titel Europees of wereldkampioen; 4º. een Olympisch of Paralympisch kwalificatietoernooi; 5º. een ander door de minister als zodanig aangewezen evenement; j. evenementaccommodatie: een accommodatie voor een topsportevenement; k. World Anti Doping Code: de antidopingcode, zoals deze is vastgesteld door de World Anti Doping Agency te Montreal. 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 22-10-2005
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Een landelijke sportorganisatie voert een antidopingbeleid conform de World Anti Doping Code. 2 artikelen 40 tot en met 44 Indien een landelijke sportorganisatie niet voldoet aan het eerste lid, kan de minister het totaal van de subsidies dat op basis van devan deze regeling aan een landelijke sportorganisatie is verleend met ten hoogste 10% lager vaststellen. 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 22-10-2005
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 DWJZ-2440567 01-01-2004 Is niet van toepassing op subsidies voor landelijke
jeugdorganisaties en instellingssubsidies voor het algemeen
functioneren van landelijke sportorganisaties, die voor 1 januari
2004 zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Een instellingssubsidie aan een landelijke sportorganisatie of een bijzondere landelijke sportorganisatie voor de uitvoering van een door de minister erkende sportopleiding, een sportbijscholing of een experimentele sportopleiding bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal gerealiseerde onderwijscontact-uren, tot een door de minister vastgesteld maximum, met een door de minister vast te stellen normbedrag. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Een instellingssubsidie aan een landelijke sportorganisatie of een bijzondere landelijke sportorganisatie voor sportmedisch beleid wordt slechts verleend, indien: a. medische handelingen, medische onderzoeken en individuele sportmedische adviseringen geschieden door een sportarts of een sportarts in opleiding; b. medische handelingen en medische onderzoeken geschieden met gebruikmaking van medische uitrusting van gangbare kwaliteit in een daartoe adequaat ingerichte ruimte. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Een projectsubsidie voor de realisering van een A-accommodatie bedraagt ten hoogste 25% van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke kosten, voor zover opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting, en niet meer dan € 5.000.000. 2 Een projectsubsidie voor de realisering van een B-accommodatie bedraagt ten hoogste 25% van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke kosten, voor zover opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting, en niet meer dan € 1.000.000. 3 Een subsidie als bedoeld in het eerste en het tweede lid wordt slechts verleend indien: a. de accommodatie is opgenomen in het topsportbeleidsplan van de landelijke sportorganisatie die gebaat is bij de accommodatie; b. inzicht wordt gegeven in de manier waarop de accommodatie wordt geëxploiteerd en in de activiteiten en evenementen die plaats kunnen vinden in de accommodatie; c. er een sluitende meerjarenbegroting voor de exploitatie is. 4 Onder kosten van realisering van een A-accommodatie of een B-accommodatie worden verstaan de kosten van de sporttechnische en -functionele voorzieningen die noodzakelijk zijn om een sportaccommodatie als A-accommodatie, onderscheidenlijk B-accommodatie, te kunnen aanmerken. 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 22-10-2005
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Een projectsubsidie voor de realisering van een of meer evenementaccommodaties bedraagt per evenement ten hoogste 50% van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke kosten, voor zover opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting, en niet meer dan € 1.500.000. 2 Onder kosten van realisering van evenementaccommodaties worden verstaan de kosten van aanpassing van accommodaties aan de sporttechnische en -functionele eisen die de internationale sportorganisatie stelt aan evenementaccommodaties. 2002 218 12-11-2002 07-11-2002 S/BcCT-2324163 2002 218 12-11-2002 07-11-2002 S/BcCT-2324163 14-11-2002 Deze regeling blijft buiten toepassing ten aanzien van subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 Een projectsubsidie voor een topsportevenement bedraagt ten hoogste 25% van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke kosten, voor zover opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting, van de voorbereiding en de organisatie en niet meer dan € 500.000. 2 Onder kosten van voorbereiding worden verstaan: a. de kosten van het onderzoek naar de haalbaarheid van het verkrijgen en van het organiseren van het topsportevenement tot ten hoogste de helft van de werkelijke kosten en niet meer dan € 20.000; b. de kosten van het verkrijgen van het topsportevenement tot ten hoogste de helft van de werkelijke kosten en niet meer dan € 30.000; 3 Indien een ander dan een landelijke sportorganisatie subsidie als bedoeld in het eerste lid ontvangt, houdt deze zich aan de World Anti Doping Code. 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 2005 204 20-10-2005 11-10-2005 S/TOP-SP-2619381 22-10-2005
Artikel 43b — Artikel 43b#
Artikel 43b 1 artikelen 42 43 43a Een subsidie als bedoeld in de,enkan worden verleend voor een periode van ten hoogste vier opeenvolgende kalenderjaren aansluitend op het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2 artikelen 42 43 43a Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in de,en, wordt ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidiabele activiteit aanvangt. 2002 218 12-11-2002 07-11-2002 S/BcCT-2324163 2002 218 12-11-2002 07-11-2002 S/BcCT-2324163 14-11-2002 Deze regeling blijft buiten toepassing ten aanzien van subsidies die zijn verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Een projectsubsidie voor een project op het terrein van sportmedisch beleid wordt slechts verstrekt, indien: a. medische handelingen, medische onderzoeken en individuele sportmedische adviseringen geschieden door een sportarts of een sportarts in opleiding, en b. medische handelingen en medische onderzoeken geschieden met gebruikmaking van medische uitrusting van gangbare kwaliteit in een daartoe adequaat ingerichte ruimte. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. oorlogsgetroffene: een persoon die tot één van de wetten voor oorlogsgetroffenen is toegelaten, dan wel op grond van één van die wetten een aanvraag heeft ingediend welke nog in behandeling is; b. maatschappelijk werk aan oorlogsgetroffenen: het bieden van informatie, psycho-sociale hulpverlening, alsmede signalering en preventie aan oorlogsgetroffenen; c. jeugdvoorlichting WOII-heden: voorlichting aan en educatie van scholieren en buitenschoolse jongeren over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog waarin een verband wordt gelegd met hedendaagse ontwikkelingen inzake racisme, discriminatie en intolerantie. 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 01-01-1998 Voor het jaar 1998 worden de subsidies ingevolge de art. 22 en 38 verleend onder toepassing van genoemde artikelen zoals deze luidden vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 44b — Artikel 44b Instellingssubsidie maatschappelijk werk aan oorlogsgetroffenen#
Artikel 44b Instellingssubsidie maatschappelijk werk aan oorlogsgetroffenen De subsidie aan een instelling voor maatschappelijk werk ten behoeve van maatschappelijk werk aan oorlogsgetroffenen bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal door de minister subsidiabel gestelde formatieplaatsen met een door de minister vast te stellen normbedrag. 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 1997 245 19-12-1997 10-12-1997 DWJZ-U-971835 01-01-1998 Voor het jaar 1998 worden de subsidies ingevolge de art. 22 en 38 verleend onder toepassing van genoemde artikelen zoals deze luidden vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 44c — Artikel 44c Projectsubsidie jeugdvoorlichting WOII-heden#
Artikel 44c Projectsubsidie jeugdvoorlichting WOII-heden Vervallen 2006 82 27-04-2006 24-04-2006 OHW-U-2676714 2006 82 27-04-2006 24-04-2006 OHW-U-2676714 29-04-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 De ministers kan, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2004 139 23-07-2004 08-07-2004 FPB/BB-2497635 2004 139 23-07-2004 08-07-2004 FPB/BB-2497635 01-01-2005 Niet van toepassing op projectsubsidies die voor de datum van
inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 De Regeling subsidiëring welzijnsbeleid 1995 wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft ten aanzien van de op grond van die regeling verleende subsidies. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikelen 6, eerste en tweede lid 9 13 14 17, tweede lid 23, eerste lid, onder a 30 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van de,,,,,, endie in werking treden met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en terugwerken tot en met 30 september 1995. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Subsidieregeling welzijnsbeleid Deze regeling wordt aangehaald als:. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 DGW/DSPZ/HSI953092 01-01-1996
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid
Artikel _1 — Algemeen#
Algemeen 1. Correspondentiegegevens: (naam instelling, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer, naam contactpersoon, objectnummer, bank- of gironummer); 2. Het jaar (bij meerjarige instellingssubsidies: de periode) waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft; 3. Per iedere activiteit afzonderlijk: a. naam/titel/omschrijving van de activiteit b. beschrijving van het probleem/de aanleiding tot de activiteit c. doelstelling van de activiteit d. groep van mensen/de situatie waarop de activiteit gericht is e. werkzaamheden en methode/aanpak waarmee men het doel wil bereiken f. de verschillende fasen/stappen binnen de activiteit g. samenwerking met overheden, instellingen en andere(n) h. betrokkenheid van/overleg met/inspraak van doelgroep dan wel derden (bijv vrijwilligers) i. vermelden waar ook nog voor dezelfde activiteit subsidie is aangevraagd, voor hoeveel en wat de stand van zaken is j. uitvoering/looptijd van de activiteit k. tijdsinvestering/personele inzet l. plaats van deze activiteit in het kader van het beleid/de voor die periode van toepassing zijnde welzijnsnota m. factoren die de uitvoering/realisering van de activiteit negatief kunnen beïnvloeden/risicofactoren voor de haalbaarheid n. beoogd/te verwachten resultaat o. evaluatie/effectmeting p. wat gebeurt er met het resultaat/hoe is de overdracht geregeld 4. Welzijnswet 1994 artikel 1, onder c resp. onder d artikel 7, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 Indien sprake is van uitvoerend werk resp. steunfunctiewerk in de zin van de(zie) moet tevens worden voldaan aan het gestelde in. Derhalve dient in het plan beschreven te worden op welke wijze zorg gedragen wordt voor verantwoorde kwaliteit zoals bedoeld in de wet.
Artikel _2 — Landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties#
Landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties Ten aanzien van de volgende activiteiten van landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties dienen in de activiteiten- en beleidsplannen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde te komen: A. Een subsidie in de kosten van topsportbeleid wordt slechts verstrekt indien de activiteiten zijn omschreven in een topsport beleidsplan. In dit topsportbeleidsplan dienen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde te komen: algemene uitgangspunten en veronderstellingen huidige situatie krachtenveldanalyse doelstellingen sporttechnisch beleid speciale projecten infrastructuur commercieel beleid financiering evaluatie B. Een subsidie in de kosten van sportmedisch beleid wordt slechts verstrekt indien de activiteiten zijn omschreven in een sportmedischbeleidsplan. In dit sportmedischbeleidsplan dienen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde te komen: het te voeren dopingbeleid de medische begeleiding van topsporters de zorgbehoefte en zorgnoodzaak van topsporters het bewaken en verbeteren van de veiligheid van sporters de deskundigheidsbevordering van trainers en begeleiders met betrekking tot de veiligheids- en gezondheidsaspecten het noodzakelijk en gewenste onderzoek ter verhoging van de veiligheid, de vermindering van blessures en de verbetering van de gezondheid. C. Een subsidie in de kosten van deskundigheidsbevordering wordt slechts verstrekt indien de activiteiten zijn omschreven in een deskundigheidsbevorderingsplan als onderdeel van het kaderbeleidsplan. In dit kaderbeleidsplan dienen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde te komen: Algemeen Specifiek m.b.t. sportopleidingen en sportbijscholingen algemene uitgangspunten opleidingen en/of bijscholingen deskundigheidsbevordering werving en promotie speciale projecten infrastructuur evaluatie financiering opsomming van de soorten en aantallen opleidingen en bijscholingen die voorgenomen zijn te worden gehouden in het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd opgave van het aantal onderwijscontacturen per opleiding en bijscholing de status van de opleiding (erkend, experimenteel).
Artikel _3 — Vorming, training en advies#
Vorming, training en advies artikel 19 De onderwerpen genoemd onder ’algemeen’ zijn niet op deze wijze van toepassing op de activiteitenplannen bij de aanvraag voor een instellingssubsidie als bedoeld in. In deze plannen dienen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde te komen: a. een samenvattende beschrijving van het beleid van de instelling; b. een samenvattende beschrijving van de resultaten van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede een indicatie van het aantal aspirant-vrijwilligers dat vrijwilliger is geworden; c. een verkenning van de markt inzake de vraag naar programma’s voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. de voorgenomen programma’s voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitgesplitst naar: de beleidsterreinen waarop de programma’s betrekking hebben het totaal te verwachten aantal geslaagde deelnemers uitgesplitst naar aantal vrijwilligers en aspirant-vrijwilligers de organisatie(s) waaruit de deelnemers afkomstig zijn de doelgroep(en) welke door de (aspirant-)vrijwilligers worden ondersteund de leerdoelen/de resultaten die de deelnemers willen bereiken het aantal programma’s uitgesplitst naar eendaags, meerdaags of conferentie; e. een schematisch totaaloverzicht van de voorgenomen programma’s waarin opgenomen: het totaal aantal te verwachten geslaagde deelnemers de verdeling van de deelnemers over doelgroepen/prioriteitsgebieden de omvang van de groepen de gemiddelde groepsgrootte de gemiddelde aantal dagdelen de gemiddelde eigen bijdrage; f. artikel 7 van de wet de wijze waarop voldaan wordt aan; g. de wijze waarop voorzien is in een registratiesysteem.
Artikel _1 — Controleprotocol Subsidieregeling welzijnsbeleid#
Controleprotocol Subsidieregeling welzijnsbeleid Instellingssubsidie tweede lid van artikel 36 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Bij de controle op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in het, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van dat besluit en van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht.
Artikel _2 — Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid#
Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Artikel Soort aandacht 19 normale aandacht 20 normale aandacht 22 normale aandacht 23 normale aandacht 26 speciale aandacht 27, eerste lid speciale aandacht 28 speciale aandacht 29 speciale aandacht 34 normale aandacht 35 normale aandacht
Artikel _3 — Subsidieregeling welzijnsbeleid#
Subsidieregeling welzijnsbeleid Alle instellingen: 3a speciale aandacht 7 speciale aandacht 7 speciale aandacht 9 normale aandacht
Artikel _4 — Vorming, training en advies:#
Vorming, training en advies: 3/3a geen verplichting artikel 19 subsidie-overschotten te reserveren, voor zover het gaat om de subsidie als bedoeld in 19, eerste lid artikel 18 normale aandacht (de controle dient zodanig te zijn dat een verklaring kan worden gegeven bij het aan de minister opgegeven aantal gerealiseerde cursus dagdelen, overeenkomstig de definitie in) 20, onder c normale aandacht (de controle dient zodanig te zijn dat een verklaring kan worden gegeven bij het aan de minister opgegeven aantal deelnemers) 20, onder d procedurele aandacht
Artikel _5 — Kinderen of pleegkinderen van binnenschippers en kermisexploitanten#
Kinderen of pleegkinderen van binnenschippers en kermisexploitanten 29 speciale aandacht 29a normale aandacht 29b speciale aandacht
Artikel _6 — Landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties#
Landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties 3/3a artikel 38 geen verplichting subsidie-overschotten te reserveren, voorzover het gaat om de subsidie als bedoeld in 40 normale aandacht (de controle dient zodanig te zijn dat een verklaring kan worden gegeven bij het aan de minister opgegeven aantal gerealiseerde onderwijscontacturen) 41 procedurele aandacht Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd. Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening. Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend. Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Welzijnswet 1994 Aan de niet genoemde artikelen van heten de Subsidieregeling welzijnsbeleid behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van deen de niet genoemde artikelen van het besluit en de subsidieregeling noodzakelijk is. In de beschikking waarbij de instellingssubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle. Indien de vaststelling van de instellingssubsidie gebeurt op basis van aantallen gerealiseerde prestaties, dient de controle zodanig te zijn dat een verklaring kan worden gegeven bij de aan de minister opgegeven aantallen gerealiseerde prestaties. artikel 19 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Met betrekking tot de aandacht die de accountant aanmoet besteden, is het geenszins de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ’een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd. bijlage 3 De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het inopgenomen model. In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij het subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie/jaarrekening al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke. Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring. Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie/jaarrekening al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.
Artikel 73 — Accountantsverklaring#
Accountantsverklaring (afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) Wij hebben de bijgevoegde subsidiedeclaratie/jaarrekening 19.. (verder aangeduid als de verantwoording) van ........ (naam instelling) te ...... (plaats) gecontroleerd. De verantwoording is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken. bijlage 2 bij de Subsidieregeling welzijnsbeleid Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister inheeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen. Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de verantwoording. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de verantwoording zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de verantwoording. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel. Goedkeurende verklaring: Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Wij zijn van oordeel dat de verantwoording een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen op 31 december 19.. en van het resultaat over 19.. in overeenstemming met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en dat de verantwoording voldoet aan de bepalingen van hetinzake de verantwoording. Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Subsidieregeling welzijnsbeleid Wij hebben vastgesteld dat de subsidiebepalingen van heten dealsmede de nader gestelde subsidieverplichtingen in brief, kenmerk ......, d.d. ...... zijn nageleefd. Andere verklaringen (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven): Wij zijn van oordeel dat ................................ . Plaats en datum: Handtekening: Naam accountant: Naam accountantskantoor : Adres: Postcode en woonplaats: Telefoon:
Artikel 13#
artikel 13
Artikel _1 — Projectplan bij de aanvraag van een projectsubsidie#
Projectplan bij de aanvraag van een projectsubsidie Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid artikel 11, tweede lid In hetis in, bepaald, dat een aanvraag van een projectsubsidie voorzien dient te zijn van onder meer een projectplan. artikel 13 In de Subsidieregeling welzijnsbeleid is inbepaald dat in het bedoelde plan ten minste de in bijlage 4 genoemde onderwerpen aan de orde komen. Onderstaand treft u de bedoelde onderwerpen aan. Opgemerkt zij, dat het niet de bedoeling is te volstaan met trefwoordsgewijze aanduidingen, maar dat op de verschillende onderwerpen, voor zover mogelijk, inhoudelijk en beschrijvend wordt ingegaan. Globaal kan worden gesteld dat een projectplan antwoord moet kunnen geven op vragen als: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe, hoeveel, waartoe, enz.
Artikel _2 — Algemeen#
Algemeen 1. Correspondentiegegevens: (naam rechtspersoon/natuurlijke persoon, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer, naam contactpersoon, objectnummer, bank- of gironummer); 2. Het jaar/de periode waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft; 3. Per project afzonderlijk: a. naam/titel/omschrijving van het project b. beschrijving van het probleem/ de aanleiding tot het project c. doelstelling van het project d. groep van mensen/de situatie waarop het project gericht is e. werkzaamheden en methode/aanpak waarmee men het doel wil bereiken f. de verschillende fasen/stappen binnen het project g. samenwerking met overheden, instellingen en andere h. betrokkenheid van/overleg met/inspraak van doelgroep dan wel derden (bijv. vrijwilligers) i. vermelden waar ook nog voor het project subsidie is aangevraagd, voor hoeveel en wat de stand van zaken is j. uitvoering/looptijd van het project k. tijdsinvestering/personele inzet l. plaats van het project in het kader van het beleid/de voor die periode van toepassing zijnde welzijnsnota m. factoren die de uitvoering/realisering van het project negatief kunnen beãnvloeden/risicofactoren voor de haalbaarheid n. beoogd/te verwachten resultaat o. evaluatie/effectmeting p. wat gebeurt er met het resultaat/hoe is de overdracht geregeld q. op grond van welke ervaring c.q. deskundigheid bent u van menig dit project te kunnen uitvoeren en laten slagen 4. Welzijnswet 1994 artikel 1, onder c resp. onder d artikel 7, eerste lid, van de Welzijnswet 1994 Indien in het project sprake is van uitvoerend werk resp. steunfunctiewerk in de zin van de(zie) moet tevens worden voldaan aan het gestelde in. Derhalve dient in het plan beschreven te worden op welke wijze zorg gedragen wordt voor verantwoorde kwaliteit zoals bedoeld in de wet. In ieder geval dient uit de beschrijving duidelijk te worden wat het innovatieve karakter van het project is, wat de landelijk betekenis ervan is en op welke wijze het project past binnen de hoofdlijnen van het welzijnsbeleid.
Artikel _3 — Sportaccommodaties#
Sportaccommodaties Ten aanzien van projecten die zijn gericht op het realiseren van een A- of B- accommodatie, dienen, naast onderwerpen genoemd onder `algemeen', de volgende onderwerpen aan de orde te komen: het inzicht in de gebruiksmogelijkheden en de gebruiksvoornemens ten behoeve van het nationale trainings- en wedstrijdwezen; de eigenaar van de (te realiseren) accommodatie; de wijze waarop wordt voorzien in de toegankelijkheid voor gehandicapten; de beschrijving van de voor de tak van sport geldende sporttechnische en sportfunctionele normen en eisen inzake het (inter)nationale trainings- en wedstrijdwezen; de wijze waarop wordt voorzien in eventuele aanpassing van de accommodatie indien de accommodatie zou worden gebruikt als evenementaccommodatie.
Artikel _4 — Topsportevenementen#
Topsportevenementen Ten aanzien van projecten die zijn gericht op de voorbereiding en organisatie van een topsportevenement, dienen, naast de onderwerpen genoemd onder `algemeen', de volgende onderwerpen aan de orde te komen: de plaats op de evenementenkalender van NOC*NSF; de relatie met het (meerjaren) topsportbeleidsplan van de sportorganisatie; de kansen op positieve leerervaringen voor Nederlandse talenten; de kansen op succes voor Nederlandse deelnemers; de (potentiële) stimulans voor sportbeoefening in de betrokken tak van sport in ons land, in de betrokken regio of gemeente(n); de uitstraling van het evenement voor Nederland (Holland-imago).
Artikel _1 — Projectsubsidie#
Projectsubsidie tweede lid van artikel 36 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Bij de controle op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in het, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van dat besluit en van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht.
Artikel _2 — Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid#
Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Artikel Soort aandacht 19 normale aandacht 20 normale aandacht 22 normale aandacht 28 speciale aandacht 29 speciale aandacht 34 normale aandacht
Artikel _3 — Subsidieregeling welzijnsbeleid#
Subsidieregeling welzijnsbeleid Artikel Soort aandacht Alle projecten: 11 normale aandacht 14 normale aandacht
Artikel _4 — Landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties#
Landelijke sportorganisaties en bijzondere landelijke sportorganisaties 44 procedurele aandacht Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd. Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening. Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend. Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Welzijnswet 1994 Aan de niet genoemde artikelen van heten de Subsidieregeling welzijnsbeleid behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van deen de niet genoemde artikelen van het besluit en de subsidieregeling noodzakelijk is. In de beschikking waarbij de projectsubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle. artikel 19 van het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Met betrekking tot de aandacht die de accountant aanmoet besteden, is het geenszins de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ’een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd. bijlage 6 De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het inopgenomen model. In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij het subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke. Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring. Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.
Artikel _1 — Accountantsverklaring#
Accountantsverklaring (afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) Wij hebben de bijgevoegde subsidiedeclaratie van .......... (naam instelling) te ........ (plaats) gecontroleerd. De subsidiedeclaratie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de subsidiedeclaratie te verstrekken. bijlage 5 bij de Subsidieregeling welzijnsbeleid Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister inheeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen. Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de subsidiedeclaratie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de subsidiedeclaratie. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de subsidiedeclaratie zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de subsidiedeclaratie. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Artikel _2 — Goedkeurende verklaringen#
Goedkeurende verklaringen Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Wij zijn van oordeel dat de subsidiedeclaratie, aangevende een bedrag van per saldo € ........ aan subsidiabele kosten en inkomsten, in overeenstemming is met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de bepalingen van hetinzake de subsidiedeclaratie. Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid Subsidieregeling welzijnsbeleid Wij hebben vastgesteld dat de subsidiebepalingen van heten dealsmede de nader gestelde subsidieverplichtingen in brief, kenmerk ........, d.d. ........ zijn nageleefd. Andere verklaringen (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven): Wij zijn van oordeel dat ....... Plaats en datum: Handtekening: Naam accountant: Naam accountantskantoor: Adres : Postcode en woonplaats:
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 86 — Bijdrageplichtigen die geen eigen huishouden voeren#
Bijdrageplichtigen die geen eigen huishouden voeren 1. De instelling Naam: Adres: Plaats: Objectnummer VWS: 2. Gegevens betreffende de bijdrageplichtige(n) Naam: Voornamen: Geboortedatum: Adres: Woonplaats: 3. Gegevens betreffende eventuele partner Naam: Voornamen: Geboortedatum: Adres: Woonplaats: 4. Gegevens ter vaststelling van het inkomen waarover een bijdrage is verschuldigd Netto-inkomsten per maand uit: 1) (Voormalige) Dienstbetrekking € ...... 2) Sociale verzekeringswetten € ...... 3) Vermogen € ...... Specificatie (incl rente) 4) Overige inkomsten (w.o. alimentatie per maand) € ...... -/- premie zorgverzekering € ... -/- Betaalde alimentatie € .......... Netto maandinkomen € .......... 5. * De Eigen Bijdrage zal niet hoger zijn dan de verzorgingsprijs. Indien geen verzorgingsprijs is vastgesteld geldt als uitgangspunt het normbedrag, dat wordt vastgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Verschuldigde Eigen Bijdrage artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en bijstand Indien het netto maandinkomen kleiner is dan de de norm, bedoeld inis de eigen bijdrage f nihil Indien het groter is, dan is de eigen bijdrage netto maandinkomen minus zak- en kleedgeld € .......... Op jaarbasis 12 x € .......... Aldus naar waarheid ingevuld (bewoner of pensionhouder): Plaats: Datum: (handtekening van degene die de gegevens onder 3 en 4 heeft ingevuld) Indien dit niet door de bijdrageplichtige c.q. pensionhouder is gedaan tevens: Naam: Adres: Telefoon: Hoedanigheid: In te sturen voor 1 oktober 19.. naar: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Directie Ouderenbeleid, Postbus 3007, 2280 MJ Rijswijk.
Artikel 17#
Subsidieregeling welzijnsbeleid artikel 17
Artikel 88 — Bejaardenpensions#
Bejaardenpensions Opgave van voor verzorging en subsidie in aanmerking komende personen en specificatie van de individuele eigen bijdrage in het verzorgingstarief. Verwachte bezettingslijst bejaardenpensions 19.. (gesubsidieerde personen) Naam bejaardenpension: Objectnummer: Voor het jaar 19.. Naam en voorletter(s) Verwachte eigen bijdrage 1. ....... € ...... 2. ....... € ...... 3. ....... € ...... 4. ....... € ...... 5. ....... € ...... 6. ....... € ...... 7. ....... € ...... 8. ....... € ...... 9. ....... € ...... 10 ....... € ...... Handtekening houder: In te sturen voor 1 oktober 19.. naar: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Directie Ouderenbeleid Postbus 3007 2280 MJ Rijswijk
Artikel 29a#
artikel 29a, vierde lid
Artikel 1.1 — 1.1 Accountantsverklaring#
1.1 Accountantsverklaring afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Wij hebben de bijgevoegde opgave van het aantal door ... (naam instelling) te ... (plaats) per ... (datum) ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten gecontroleerd. Deze opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van ... (naam instelling of soort rechtspersoon). Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze opgave te verstrekken. bijlage 2 bij de Subsidieregeling welzijnsbeleid Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister inheeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen. Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave van het aantal kinderen geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen en relevante gegevens. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel. - GOEDKEURENDE VERKLARING: Wij zijn van oordeel dat de opgave de gegevens over het aantal per ... (datum) ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten juist weergeeft.
Artikel 29b#
artikel 29b, vierde lid
Artikel 92 — Berekening ouderbijdrage:#
Berekening ouderbijdrage: punt voor het eerste kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een internaat een bijdrage verschuldigd van € 1.407,98, vermeerderd met 3% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) in het jaar (t - 2), dat het bedrag van € 16.564,54 te boven gaat, tot een maximum van € 2.553,27; • voor elk tweede en volgende kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een internaat een bijdrage verschuldigd van € 938,49, vermeerderd met 1,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t - 2), dat het bedrag van € 16.564,54 te boven gaat, tot een maximum van € 1.511,12; • voor het eerste kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een pleeggezin een bijdrage verschuldigd van € 1.407,98, vermeerderd met 1% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t - 2), dat het bedrag van € 16.564,54 te boven gaat, tot een maximum van € 1.789,75; • voor elk tweede en volgende kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een pleeggezin een bijdrage verschuldigd van € 938,49, vermeerderd met 0,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t - 2), dat het bedrag van € 16.564,54 te boven gaat, tot een maximum van € 1.129,36. t = het kalenderjaar waarin CENSIS zorgdraagt voor de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen en voor welke periode de hoogte van de ouderbijdrage moet worden vastgesteld. Het belastbaar inkomen van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger(s) van een kind wordt vastgesteld op basis van een kopie van de aanslag van de belastingdienst over het jaar t - 2.
Artikel 32#
artikel 32