Taken en verantwoordelijkheden tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs
- BWB-id
- BWBR0007474
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1995-07-25 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007474
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/taken-en-verantwoordelijkheden-tijdelijke-adviescommissie-al
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/taken-en-verantwoordelijkheden-tijdelijke-adviescommissie-al/1995-07-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007474&g=1995-07-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007474&z=2026-06-06&g=1995-07-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007474/1995-07-25
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/taken-en-verantwoordelijkheden-tijdelijke-adviescommissie-al
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: ’de minister’: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid; ’een instelling’: een universiteit, academisch ziekenhuis of instelling voor wetenschappelijk onderzoek. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 2 — Artikel 2 Instelling#
Artikel 2 Instelling Er is een tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs, nader te noemen: adviescommissie. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 3 — Artikel 3 Taak#
Artikel 3 Taak De adviescommissie heeft tot taak de minister te adviseren over: 1. De voor- en nadelen van mogelijk nieuw in te stellen algemene ethische commissies verbonden aan instellingen. 2. De relatie van deze algemene ethische commissies met reeds aanwezige of toekomstige sectorspecifieke en landelijke commissies. 3. De taken van een dergelijke commissie binnen een instelling. 4. De wijze waarop een dergelijke commissie binnen de organisatiestructuur van een instelling ingepast zou kunnen worden. 5. De ervaring die in het buitenland met dergelijke commissies is opgedaan. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 4 — Artikel 4 Rapportage#
Artikel 4 Rapportage Artikel 9 van de Wet openbaarheid van bestuur De adviescommissie adviseert 6 maanden na de datum van haar instelling aan de minister.(Stb. 1991, 703) is van toepassing op het advies. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 5 — Artikel 5 Samenstelling#
Artikel 5 Samenstelling 1 Tot voorzitter, tevens lid van de adviescommissie wordt benoemd: 2 Tot leden van de adviescommissie worden benoemd: mw. prof. dr. I. D. de Beaufort; prof. dr. J. Bennebroek Gravenhorst; prof. dr. Tj. de Cock Buning; mw. dr. J. van Dijck; ir. N. D. van Egmond; prof. dr. G. A. Kohnstamm; dr. O. Korver; dr. H. J. van der Molen; prof. dr. ir. R. H. E. M. Smits; mw. dr. ir. A. J. van der Zijpp. 3 Het secretariaat van de adviescommissie wordt gevoerd door het Centrum voor Bioethiek en Gezondheidsrecht (CBG) van de Universiteit van Utrecht. Als secretaris wordt vanuit het CBG benoemd: mw. mr. B. M. J. de Kanter-Loven. prof. dr. H. C. van der Plas 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 6 — Artikel 6 Werkwijze#
Artikel 6 Werkwijze 1 De adviescommissie kan bij haar werkzaamheden deskundigen en instanties raadplegen. De adviescommissie kan deskundigen of instanties opdracht verlenen voor het uitvoeren van werkzaamheden die van belang zijn voor het advies, binnen de door de minister daartoe beschikbaar gestelde middelen. 2 De adviescommissie stelt zo spoedig mogelijk na haar instelling een schema van werkzaamheden waarover wordt gerapporteerd aan de minister. 3 De op het door de adviescommissie uitgebrachte advies betrekking hebbende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 7 — Artikel 7 Financiële aspecten#
Artikel 7 Financiële aspecten 1 De kosten van de adviescommissie komen voor rekening van de minister, overeenkomstig een door de minister goed te keuren begroting. 2 Reisbesluit Binnenland Ten aanzien van vergoedingen voor reis- en verblijfkosten en van onkosten/vacatiegelden zijn respectievelijk het(Stb. 1993, 144) en het Vacatiegeldenbesluit (Stb. 1988, 205) van toepassing. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 8 — Artikel 8 Archiefbeheer#
Artikel 8 Archiefbeheer 1 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de adviescommissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. 2 Na opheffing van de adviescommissie of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, wordt het archief van de adviescommissie overgedragen aan de onderafdeling Centrale Archiefbewaarplaats van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 9 — Artikel 9 Afschriften#
Artikel 9 Afschriften Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan: I. Alle Ministers. II. De voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. III. 1. De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Wetenschapsbeleid (IOW); 2. De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT); 3. De voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT); 4. De voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR); 5. De voorzitters van de Colleges van Bestuur van de universiteiten, incl. de Landbouw Universiteit Wageningen; 6. De president van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen (KNAW); 7. De voorzitter van de Gezondheidsraad (GR); 8. De voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO); 9. De voorzitter van het bestuur van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU); 10. De voorzitter van de Vereniging van Academische Ziekenhuizen (VAZ); 11. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO); 12. De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM); 13. De directeur van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO); 14. De voorzitter van de Overlegcommissie Verkenningen (OCV); 15. De voorzitters van de Sectorraden; 16. De voorzitter van de Stuurgroep van het Rathenau Instituut; 17. De voorzitter van de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek (KEMO); 18. De voorzitter van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM); 19. De voorzitter van de Commissie van Advies voor de Dierproeven; 20. De leden van de adviescommissie. IV. De Algemene Rekenkamer. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding/opheffing adviescommissie/bekendmaking#
Artikel 10 Inwerkingtreding/opheffing adviescommissie/bekendmaking 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop het in de Nederlandse Staatscourant is gepubliceerd. 2 De werkingsduur van dit besluit eindigt drie maanden na de datum waarop het advies aan de Minister is aangeboden. 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 1995 140 24-07-1995 06-07-1995 95017675.BES 25-07-1995