Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. MJZ 22695035, houdende uitvoering van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
- BWB-id
- BWBR0007460
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1995-07-28 t/m 2015-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007460
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-balansverkorting-geldelijke-steun-volksh
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-balansverkorting-geldelijke-steun-volksh/1995-07-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007460&g=1995-07-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007460&z=2026-06-06&g=1995-07-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007460/1995-07-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-balansverkorting-geldelijke-steun-volksh
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting , b. toegelaten instelling: artikel 70 van de Woningwet voor 1 januari 1995 ingevolgeals zodanig aangewezen instelling, c. woningen: te verhuren of verhuurde woningen, bejaardenwoningen, wooneenheden in verzorgingstehuizen voor bejaarden en te verhuren of verhuurde woningen en wooneenheden in woongebouwen met een bijzonder karakter, d. bijdrage: ingevolge de desbetreffende regeling of de wet te ontvangen jaarlijkse bijdrage of bijdrage ineens, e. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 2 artikel 70 van de Woningwet Voor de toepassing van deze regeling wordt onder toegelaten instelling mede verstaan een instelling welke na 1 januari 1995 doch voor 1 januari 1997 ingevolgeals zodanig is aangewezen. 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 01-07-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 4, eerste lid, van de wet Woningwet Voor de toepassing vanmet betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van devoor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 73-24, MG 74-40, MG 81-13), onderdeel integrale bijdrage vaststelling op basis van een jaarverslag/exploitatie-overzicht, worden in afwijking van die bepaling van de wet a. de jaarlijkse variabele exploitatiekosten voor zover betrekking hebbend op assurantiën en belastingen berekend zijn in afwijking van die bepaling van de wet 1º met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule: VEKGR = {(360*vekjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*norm]}*norm, waarbij VEKGR = variabele exploitatiekosten-grondslag per 1 juli van het boekjaar vekjv = variabele exploitatiekosten over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht norm = vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de onderscheidene exploitatiekosten dgsbj1 = aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen dgsbj2 = aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en 2º met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%, b. voor de overige variabele exploitatiekosten met ingang van 1 juli 1995 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratiekosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen, wordt in afwijking van die bepaling van de wet c. de huur berekend worden in afwijking van die bepaling van de wet 1º met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule: HGR = {(360*hjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*tr]}*tr, waarbij HGR = huurgrondslag per 1 juli van het boekjaar hjv = huur over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht tr = vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de huur uit de beschikking tot subsidieverlening dgsbj1 = aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen dgsbj2 = aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en 2º met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de huur geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 5%, d. de kosten van huurderving vastgesteld: wordt in afwijking van die bepaling van de wet 1º met ingang van 1 juli 1993 op 1% van de huurgrondslag op die datum, 2º met ingang van 1 juli 1994 op 1% van de huurgrondslag op die datum, en 3º met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%, en e. de grondslag voor de annuïteiten en de rentepercentages omgezet door 1º de annuïteiten uit het jaarverslag voor het tijdvak van hun rentevaste looptijd aan te merken als annuïteiten voor de genormeerde bijdragebepaling, en 2º de renteherzieningen na het tijdvak van hun rentevaste looptijd op basis van de regeling en overeenkomstig de wet te doen plaats vinden. 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 01-07-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 4, eerste lid, van de wet Voor de toepassing vanmet betrekking tot zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratie-kosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen. a. de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966), b. de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968, c. de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1948, d. de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1950, e. de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950, f. de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950 I, g. de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen (1966), h. de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen 1968, i. Woningwet de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van devoor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40, MG 76-49, MG 81-13, MG 83-57, MG 85-30, complexen op dekkingsschema incl. domeinwoningen), en j. de Regeling geldelijke steun overgedragen studentenwoningen 1991, 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 01-07-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet Voor de toepassing vanmet betrekking tot de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966), en de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968, zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 van toepassing voor a. de jaarlijkse stijging van de assurantiën en belastingen: de in bijlage II bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende stijgingspercentages, en b. de jaarlijkse stijging van de huurderving: de in bijlage III bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende stijgingspercentages. 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 01-07-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de wet Woningwet bijlage IV Voor de toepassing vanmet betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit ’s Rijks kas op voet van devoor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40 en MG 81-13), onderdeel na-oorlogse woningen, wordt, voor zover het betreft de inbedoelde exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen), in afwijking van die bepaling van de wet de jaarlijkse stijging van de huur 3 procent. 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 1995 123 29-06-1995 22-06-1995 MJZ22695035 01-07-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De gegevens bedoeld in artikel 3, tweede lid, of in artikel 3, tweede lid, juncto artikel 7 van de wet worden verstrekt door inzending van het in bijlage V van deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake: a. het aantal woningen dat op 1 januari 1995 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, waarvoor een bijdrage is verleend, gerangschikt per beschikking tot het verlenen van de bijdrage, b. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, c. het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, dat is tot stand gekomen met geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988. 2 Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de aantallen woningen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de aantallen woningen bedoeld in elk van die onderdelen. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek. 3 De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Minister kan verzoeken gegevens te verstrekken inzake: a. artikel 6, eerste lid, onderdeel a de leningsovereenkomsten betrekking hebbend op de in, bedoelde woningen, b. artikel 6, eerste lid, onderdeel a de tot en met 1 juli 1992 geldende huurprijzen van de in, bedoelde woningen voor zover deze nog niet eerder waren opgegeven. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens gaan desgevraagd vergezeld van: a. afschriften van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leningsovereenkomsten, en b. een verklaring van burgemeester en wethouders inzake de juistheid van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 6, eerste lid, van de wet bijlage VI Een aanvraag tot verlening van een rentebijdrage als bedoeld inwordt ingediend door inzending van het invan deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake: a. de opeisbaar geworden of vervroegd afgeloste leningen en de wijze waarop in de herfinanciering daarvan is voorzien, b. de leningen aangegaan ter vervanging van de in onderdeel a bedoelde leningen, c. het rentepercentage van de in onderdeel b bedoelde leningen, en d. de verschuldigde kosten voor de borgstelling terzake van de onder b bedoelde leningen. 2 Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de verstrekte gegevens de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de in elk van de onderdelen a, b, c of d van het eerste lid bedoelde gegevens. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek. 3 De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 6, eerste lid, van de wet De inbedoelde rentebijdrage wordt verstrekt aan toegelaten instellingen of gemeenten die op 1 januari 1995 leningen als bedoeld in dat artikellid verschuldigd waren of zodanige leningen, verstrekt voor woningen welke zij op 1 januari 1995 in eigendom hadden of die waren onderworpen aan een recht van erfpacht dat hen toebehoorde, tussen 1 november 1993 en 1 januari 1995 hebben afgelost. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 6, eerste lid, van de wet De inbedoelde rentebijdrage wordt berekend a. artikel 6, eerste lid, van de wet artikel 6, tweede lid, van de wet voor een of meer, ter vervanging van inbedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van twee jaar of meer: overeenkomstig het inbepaalde, b. artikel 6, eerste lid, van de wet artikel 6, tweede lid, van de wet artikel 6, derde lid, van de wet voor een of meer, ter vervanging van inbedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van minder dan twee jaar: overeenkomstig het inbepaalde, met toepassing van het inbedoelde rentepercentage. 2 artikel 6, eerste lid, van de wet artikel 3, eerste lid, van de wet artikel 6, derde lid, van de wet Indien leningen als bedoeld inzijn vervangen door meerdere ter vervanging van die leningen aangegane leningen of gedeeltelijk geen vervangende lening is aangegaan, stelt de Minister een gewogen rentepercentage vast. Het gewogen rentepercentage wordt vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde in evenredigheid tot de verschillende vervangende leningen en het gedeelte waar geen vervangende lening voor is aangegaan op of vóór het tijdstip gelegen zes maanden na de inwerkingtreding van de inbedoelde beschikking en uitgaande van de voor die vervangende leningen geldende rentepercentages en voor het deel waar geen vervangende lening voor is aangegaan van het rentepercentage bedoeld in. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 6, eerste lid, van de wet artikel 6, derde lid, van de wet Indien het rentepercentage van een lening aangegaan ter vervanging van leningen als bedoeld in, hoger is dan het inbedoelde percentage, toetst de Minister of dat percentage, gelet op de leningsvoorwaarden en de looptijd van de lening, overeenkomt met de geldende marktomstandigheden. 2 artikel 6, derde lid, van de wet Indien het percentage afwijkt van de geldende marktomstandigheden geldt voor de vaststelling van de rentebijdrage het inbedoelde rentepercentage. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 6, eerste lid, van de wet artikel 3, eerste lid, van de wet artikel 6 van de wet Indien het percentage van de rente van een lening als bedoeld inna 1 januari 1995, doch voor het tijdstip van inwerkingtreding van een beschikking als bedoeld iningevolge de voor die lening geldende leningsovereenkomst nader wordt vastgesteld, geldt voor de toepassing vandat nader vastgestelde percentage. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting. 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 1995 142 26-07-1995 14-07-1995 MJZ95001513 28-07-1995
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 1 — 1 De standaardopgave#
1 De standaardopgave 1 Onder een sociale verhuurder per 1-1-1995 wordt verstaan: . een ingevolge artikel 70 van de Woningwet toegelaten instelling per 1-1-1995, een gemeente per 1-1-1995, inclusief het gemeentelijk woningbedrijf, een instelling die na 1 januari 1995 maar voor 1 januari 1997 is toegelaten ingevolge van artikel 70 van de woningwet De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder , per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, waarop de sociale verhuurder naar de situatie per 1-1-1995 per vermelde subsidie-toekenning dient aan te geven onder de kolom ’cliënt’ het aantal woningen, eenheden of bedden die aan de volgende voorwaarden voldoen: Onder de kolom ’BVH’ zijn ter voorinformatie het aantal woningen, eenheden en bedden vermeld, zoals dat op 1 januari 1995 bij de afdeling DGVH/RAC/BVH bekend was. Eventuele ontbrekende subsidie-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de sociale verhuurder toegevoegd te worden. De sociale verhuurder (het bestuur van de toegelaten instelling of het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen. De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een accountant t.a.v. de juistheid van de opgave. die op 1 januari 1995 in eigendom waren of aan een recht van erfpacht waren onderworpen dat toebehoort aan die sociale verhuurder per 1 januari 1995, 2 Onder voor de verhuur beschikbaar wordt verstaan: het per 1 januari 1995 verhuurd zijn van de woning, eenheid of bed, het per 1 januari 1995 voor de verhuur beschikbaar gemeld zijn van de woning, eenheid of bed, het per 1 januari 1995 tijdelijk niet voor de verhuur beschikbaar zijn van de woning, eenheid of bed in verband met groot onderhoud of verbetering van de woning, eenheid of bed. die op 1 januari 1995 voor de verhuur als woning beschikbaar zijn geweest. Deze voorwaarde geldt niet voor toekenningen geldelijke steun op basis van de Regeling geldelijke steun Voorzieningen aan huurwoningen 1987, jaarlijkse bijdrage ingrijpende woningverbetering, en waarvoor de betrokken subsidie-toekenning verstrekt is, zoals bepaald bij de gereedmelding cq. definitieve afwikkeling van de nieuwbouw, het groot onderhoud of de verbetering.
Artikel 2 — 2 De opgave in geval van economisch eigendom#
2 De opgave in geval van economisch eigendom In geval de sociale verhuurder niet zowel het juridisch eigendom (inclusief het toebehoren van erfpacht) als het economisch eigendom over de woningen heeft, zal voor de subsidie-toekenningen, die betrekking hebben op deze woningen, naar de juridisch eigenaar een overzicht conform de in paragraaf 1 gemelde standaardopgave toegezonden worden. Deze opgave dient analoog aan het gestelde in paragraaf 1 door de juridisch en economisch eigenaar gezamelijk ingevuld en ondertekend te worden.
Artikel 3 — 3 De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997 door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een bejaardenoord aan een toegelaten instelling.#
3 De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997 door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een bejaardenoord aan een toegelaten instelling. In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995 en voor 1-1-1997 het totale aantal woningen, die deel uitmaken van een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zal door het DGVH/RAC/BVH voor de subsidietoekenningen, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling. De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de woningen, die deel uitmaken van het of de bejaardenoord(en) naar de situatie per 1-1-1995. Daarnaast dient verklaard te worden dat: de woningen zijn overgenomen van een niet-winstbeogende instelling, en dat het woningen van een bejaardenoord betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de bejaardenoorden dat alle woningen, behorende tot het bejaardenoord, zijn overgenomen.
Artikel 1 — 1 De standaardopgave#
1 De standaardopgave 1 Onder een sociale verhuurder per 1-1-1995 wordt verstaan: . een ingevolge artikel 70 van de Woningwet toegelaten instelling per 1-1-1995, een gemeente per 1-1-1995, inclusief het gemeentelijk woningbedrijf, een instelling die na 1 januari 1995 maar voor 1 januari 1997 is toegelaten ingevolge van artikel 70 van de woningwet De afdeling DGVH/RAC/BVH zal een conform het bijgaand overzicht opgebouwd opgave-formulier toezenden naar de sociale verhuurder, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, die op 1 januari 1995 (of 1 januari 1997 ingeval het woningen betreft bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet) eigenaar is van woningen (of daarop recht van erfpacht heeft) waarop geldelijke steun is toegezegd op basis van de beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988 (de DKP-toekenningen). Op het opgave-formulier staan alle DKP-toekenningen vermeld, die de sociale verhuurder volgens de DGVH/RAC/BVH administratie op 1-1-1995 in eigendom of in erfpacht had. De sociale verhuurder dient bovenaan het opgave-formulier aan te geven of hij in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit of niet. Indien hij niet in aanmerking wenst te komen voor de aanvullende bijdrage DKP-bezit dient hij dit aan te kruisen, en het formulier ondertekend te retourneren naar de afdeling DGVH/RAC/BVH. Een sociale verhuurder, die wel in aanmerking wenst te komen voor een aanvullende bijdrage DKP-bezit, zal per op het opgave-formulier vermelde DKP-toekenning dienen aan te geven De gemeente en het gemeentelijk woningbedrijf dienen daarbij gezamelijk als één eigenaar aangemerkt te worden. Voor elke op het opgave-formulier vermelde eigenaar c.s. per 1-1-1993 dient vervolgens voor die eigenaar opgegeven te worden naar de situatie per 1-1-1993: Daarbij dienen de telregels gehanteerd te worden conform de bijlage bij de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting. Eventueel ontbrekende DKP-toekenningen per 1-1-1995 dienen door de sociale verhuurder toegevoegd te worden. De sociale verhuurder (het bestuur van de instelling of het college van B&W) dient de opgave te ondertekenen. De opgave dient voorzien te worden van een medeling van een accountant t.a.v. de juistheid van de opgave. de eigenaar of degene die het recht op erfpacht had per 1-1-1993 op de woningen m.b.t. de DKP-toekenning (danwel indien de woning op 1-1-1993 nog niet gereed was, degene die het recht op de geldelijke steun verkregen had) het totaal aantal woningen dat gesubsidieerd is op basis van DKP-toekenningen het totale woningbezit
Artikel 2 — 2 De opgave in geval van toepassing van artikel 7, lid 3#
2 De opgave in geval van toepassing van artikel 7, lid 3 In geval een toegelaten instelling woningen voor eigen rekening en risico exploiteert, maar deze niet in eigendom of erpacht heeft verkregen i.v.m. verontreiniging van de bodem, kunnen deze woningen tot zijn eigendom per 1-1-1993 gerekend worden bij de bepaling van het aantal woningen gesubsidieerd op basis van de DKP-toekenningen en het totale woningbezit, indien voldaan wordt aan de eisen gesteld in artikel 7, eerste en derde lid. Daarbij dient per DKP-subsidietoekenning aangegeven te worden ten aanzien van welk aantal woningen er per 1-1-1993 sprake was van eigendom danwel van exploitatie voor risico en rekening als ware zij eigenaar. Ook ten aanzien van het totale woningbezit per 1-1-1993 dient opgegeven te worden welk deel in eigendom was, en welk deel geëxploiteerd werd voor risico en rekening als ware zij eigenaar.
Artikel 3 — 3 De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997 door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een bejaardenoord aan een toegelaten instelling#
3 De opgave in geval van overdracht tussen 1-1-1995 en 1-1-1997 door een rechtspersoon van alle woningen die deel uitmaken van een bejaardenoord aan een toegelaten instelling In het geval dat een per 1-1-1995 toegelaten instelling na 1-1-1995 en voor 1-1-1997 het totaal aantal woningen, die deel uitmaken van een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de bejaardenoorden, verkrijgt van een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zal door het DGVH/RAC/BVH voor de DKP-toekenningen van de rechtspersoon per 1-1-1995, per gemeente waarin de woningen gelegen zijn, het in de paragraaf 1 gemelde opgaveformulier toezenden naar de toegelaten instelling. De toegelaten instelling dient dit opgaveformulier analoog aan het gestelde in paragraaf 1 in te vullen voor de rechtspersoon die de woningen per 1-1-1993 in bezit had. Deze DKP-woningen dienen daarbij per 1-1-1997 in eigendom te zijn van de toegelaten instelling. Alleen t.a.v. de woningen, die deel uitmaken van het bejaardenoord, zal een aanvullende bijdrage DKP-bezit verstrekt worden.