Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
- BWB-id
- BWBR0007159
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007159
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-belastingen-op-milieugrondslag
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-belastingen-op-milieugrondslag/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007159&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007159&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007159/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-belastingen-op-milieugrondslag
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 14, tweede en vierde lid 20, vierde lid 21, tweede lid 23, vijfde lid 25, vierde lid 38, tweede lid, onderdeel b 39, tweede lid 44, vijfde lid 45, vierde lid 47, tweede en vijfde lid 50, zevende lid 54, zesde lid 59, zevende lid 59a, derde en vijfde lid 60, vijfde lid 60b, vierde lid 63, zevende lid 64, zevende lid 67, vierde lid 68, vierde lid 69, achtste lid 70, vijfde lid 70a, vierde lid 71, tweede en derde lid 71t, tweede lid 71ta, derde lid 71w, derde lid 92, zesde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag artikelen 6, tweede lid 11c, vierde lid 18, vijfde lid 19, tweede lid, onderdeel c 21c, zesde lid 27, vierde lid 28, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, enen de,,,,,, en. 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: Wet belastingen op milieugrondslag de; b. het besluit: Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag het. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet Voor de toepassing vanwordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand. 2 Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen. 3 artikel 14, tweede lid, van de wet artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken Voor de toepassing vanwordt een aansluiting van een particuliere installatie voor centrale watervoorziening aangemerkt als meerdere aansluitingen, waarbij het aantal aansluitingen wordt bepaald op het aantal onroerende zaken als bedoeld indie via die installatie van water worden voorzien. 4 artikel 14, derde lid, van de wet De verklaring, bedoeld in, wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. naam en adres van de exploitant; c. naam en adres van de leverancier, en d. het aantal alsmede een omschrijving van de onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die gemiddeld op de installatie zijn aangesloten. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 20, eerste lid, van de wet In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht; b. naam en adres van de verbruiker; c. BSN of RSIN van de verbruiker; d. naam en adres van de leveranciers; e. de hoeveelheid leidingwater waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier; f. de periode van levering van het leidingwater, en g. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 21, eerste lid, van de wet De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot: a. de hoeveelheid leidingwater die is geleverd; b. de opbouw van de voorschotbedragen; c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden leidingwater; d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen; e. de belasting begrepen in eindfacturen; f. de belasting begrepen in facturen; g. het aantal aansluitingen voor leidingwater; h. de periode van aansluiting; i. het aantal malen dat de bovengrens is toegepast; j. de evenredige toedeling van de bovengrens bij afwijkende verbruiksperioden; k. het eigen verbruik; l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen; m. artikel 14, derde lid, van de wet de toepassing van de regeling, bedoeld in; n. artikel 19 van de wet de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in. 2007 251 28-12-2007 13-12-2007 DV2007-00944M 2007 251 28-12-2007 13-12-2007 DV2007-00944M 01-01-2008 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 5c.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de wet Metrologiewet Het gewicht van de afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven, bedoeld in, wordt onder verantwoordelijkheid van de houder van een inrichting onmiddellijk vóór dan wel aansluitend op de afgifte bepaald in kilogrammen door weging met een meetinstrument dat voldoet aan de eisen die bij of krachtens deworden gesteld aan een meetinstrument. 2 In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur voor afvalstoffen die per schip aan de inrichting worden afgegeven ter verwijdering met de houder van de inrichting afwijkende afspraken maken over de wijze waarop het gewicht van die afvalstoffen wordt bepaald. 3 artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van de wet In afwijking van het eerste lid wordt het gewicht van afvalstoffen die worden verwijderd binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan als bedoeld in, bepaald onmiddellijk vóór de verwijdering binnen de inrichting. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van de wet De houder van de inrichting waaraan afvalstoffen ter verwijdering worden afgegeven die naar Nederland zijn overgebracht als bedoeld in, neemt in zijn administratie een afschrift op van de kennisgeving, bedoeld in artikel 4 van EVOA. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 25a, eerste lid, van de wet Bij een aanvraag, als bedoeld in, geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de aanvrager door middel van eHerkenning op basis van minimaal betrouwbaarheidsniveau 2. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b 1 artikel 11c, tweede lid, van het besluit De verklaring, bedoeld inwordt uiterlijk twee werkdagen voorafgaand aan de afgifte ter verwijdering aan de houder van de inrichting overgelegd. 2 artikel 11c, eerste lid, onderdeel a, van het besluit De verklaring wordt ondertekend door een daartoe bevoegde procuratiehouder van het gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf, bedoeld in, en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. artikel 1, tweede lid, onderdeel g, van het besluit de naam, het adres en het certificeringsnummer van het gecertificeerd asbestverwerkingsbedrijf, bedoeld in; c. artikel 1, tweede lid, onderdeel h, van het besluit het nummer dan wel de nummers van de sloopmelding in het landelijk asbestvolgsysteem, bedoeld in; d. het adres van het gesaneerde dak dan wel de gesaneerde daken waarvan het onvermengd asbest en de asbesthoudende producten afkomstig zijn; en e. artikel 11c, eerste lid, van het besluit de verklaring dat het asbest en de asbesthoudende producten die ter verwijdering aan de inrichting worden afgegeven voldoen aan de voorwaarden en beperkingen, genoemd in. 3 artikel 9, eerste lid, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen De houder van de inrichting vermeldt uiterlijk bij de afgifte ter verwijdering op de verklaring het afvalstroomnummer, bedoeld in. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Een plaats waar geen kolen worden vervaardigd, maar die dient voor de opslag van kolen, kan uitsluitend als inrichting worden aangemerkt, indien de hoeveelheid kolen die aldaar gemiddeld over een jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 20.000 kilogram. 2007 251 28-12-2007 13-12-2007 DV2007-00944M 2007 251 28-12-2007 13-12-2007 DV2007-00944M 01-01-2008 Door Stcrt. 2008/36 vernummerd tot art. 30. 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 7.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 39, eerste lid, van de wet Het verzoek om een vergunning voor een inrichting, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: a. een omschrijving van de aard van het bedrijf waaruit onder meer moet blijken of de vergunning mede wordt gevraagd voor de vervaardiging van kolen of uitsluitend voor de opslag van kolen; b. een omschrijving van de administratie en de administratieve organisatie met betrekking tot de als inrichting aan te merken plaats, alsmede het adres waar de administratie wordt gehouden; c. de hoeveelheid kolen die naar verwachting in de inrichting per jaar zal worden vervaardigd dan wel gemiddeld over een jaar voorhanden zal zijn; d. het adres en de kadastrale aanduiding van de als inrichting aan te wijzen plaats, en e. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld. 2007 251 28-12-2007 13-12-2007 DV2007-00944M 2007 251 28-12-2007 13-12-2007 DV2007-00944M 01-01-2008 Door Stcrt. 2008/36 vernummerd tot art. 32. 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 7a.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 17, eerste lid, van het besluit De verklaring, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: a. in het geval van uitslag, de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de inrichting; b. in het geval van invoer, de naam en het adres van degene die de kolen levert; c. de naam en het adres van de gebruiker; d. de hoeveelheid kolen waarvoor vrijstelling wordt verleend; e. de plaats van levering van de kolen; f. de datum van levering van de kolen, en g. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft. 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 7b.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, bevat de volgende gegevens: a. de naam en het adres van degene die de kolen levert; b. de naam en het adres van de gebruiker; c. BSN of RSIN van de gebruiker; d. de hoeveelheid kolen waarvoor teruggaaf wordt verzocht; e. de plaats van levering van de kolen; f. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht, en g. het bedrag aan kolenbelasting dat wordt teruggevraagd. 2020 23186 22-04-2020 19-04-2020 2020-0000072489 2020 23186 22-04-2020 19-04-2020 2020-0000072489 01-07-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 47, eerste lid, onderdeel k, van de wet Voor de toepassing vanworden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is. 2008 130 09-07-2008 04-07-2008 DV2008-00564M 2008 130 09-07-2008 04-07-2008 DV2008-00564M 11-07-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet artikel 1, eerste lid, van de Wet opslag duurzame energie Voor de toepassing vanwordt onder energiebelasting mede verstaan opslag duurzame energie, als bedoeld in. 2 artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet Berekeningen voor de toepassing vanworden gemaakt op basis van een kalenderjaar. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Artikel 50, vierde lid, van de wet is van toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen aan de verbruiker verricht. 2 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen aan de verbruiker verricht; en c. naam en adres van de leverancier. 3 artikel 50, vierde lid, van de wet Degene aan wie met toepassing vanaardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient: a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen, en b. artikel 50, derde lid, onderdeel c, van de wet de hoeveelheid aardgas onderscheidenlijk elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in. 4 artikel 50, vierde lid, van de wet Wanneer degene aan wie het aardgas of de elektriciteit wordt geleverd niet langer leveringen aan de verbruiker verricht, meldt hij onmiddellijk schriftelijk aan de leverancier datniet langer van toepassing is ten aanzien van aan hem geleverd aardgas of aan hem geleverde elektriciteit. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 artikel b18a van het besluit De verklaring bedoeld inwordt ondertekend en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. naam en adres van de energieopslagfaciliteit; c. naam en adres van de leverancier. 2 De organisatorische eenheid die de energieopslagfaciliteit beheert, dient zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen. 3 De organisatorische eenheid meldt onmiddellijk schriftelijk aan zijn leverancier indien hij niet langer een energieopslagfaciliteit exploiteert. 4 artikel 16 De verklaring kan worden samengevoegd met de verklaring, bedoeld in. 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 2021 48636 28-12-2021 28-12-2021 2021-0000025821 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 54, eerste lid, van de wet artikel 28 Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing. 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 8c.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 20, eerste lid, van het besluit De verklaring, bedoeld in, wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens: a. de dagtekening; b. naam en adres van de verbruiker; en c. naam en adres van de leverancier. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-04-2021
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b Vervallen 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-04-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 60, eerste lid, van de wet Als tuinbouwproducten als bedoeld inworden aangemerkt groenten, fruit en sierteeltproducten. 2 artikel 60, eerste lid, van de wet De tarieven, genoemd in, vinden slechts toepassing indien de leverancier per aansluiting een door de verbruiker ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten, en waarin voorts zijn vermeld: a. de dagtekening; b. de naam en het adres van de verbruiker, en c. de naam en het adres van de leverancier. 3 De verklaring, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op al het via de aansluiting aan de verbruiker geleverde aardgas. Indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het tweede lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt dat deel uitgedrukt in een percentage van het geheel. 4 Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, of in het derde lid wijzigt, geeft de verbruiker binnen zes weken een nieuwe verklaring af aan de leverancier. 5 De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien het door hem afgenomen aardgas niet langer wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. In de te ondertekenen verklaring wordt de datum van wijziging van gebruik opgenomen. 6 artikel 60, eerste lid, van de wet Onder verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in, wordt verstaan het verwarmen van kassen waarin tuinbouwproducten worden gekweekt. Als verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten wordt mede aangemerkt: – de verwarming van bloembollenschuren voor bloemknopbevordering en kwaliteitsbehandeling van de bloembollen; – de verwarming van de grond via een buizennet voor de behandeling van bloembollen; – de verwarming voor de teelt en het drogen van tuinbouwzaden; – de verwarming voor het prepareren van plantuitjes met het doel de kwaliteit van consumptie-uitjes te verbeteren; – de opwekking van stoom voor het ontsmetten van tuinbouwgronden; – de opwekking van stoom voor het kiemvrij maken van mest die wordt gebruikt voor het kweken van champignons; – de verwarming van champignoncellen; – de bestrijding van nachtvorst in boomgaarden met behulp van kachels; – de verwarming voor het forceren van asperges, rabarber en witlof; – de verwarming voor het in cellen in bloei trekken van trekheesters; – de verwarming voor het prepareren van aardbeiplanten. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a 1 artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit De omstandigheid, bedoeld in, blijkt uit de beschikking van de ontvanger waarbij hij het verzoek om uitstel van betaling afwijst omdat naar zijn oordeel: – de betalingsproblemen structureel zijn en het bedrijf van de verbruiker niet voldoende levensvatbaar is; of – uit door de verbruiker verstrekte gegevens blijkt dat het bedrijf van de verbruiker niet voldoende solvabel is. 2 artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit De datum waarop de omstandigheid, bedoeld in, zich voordoet is de datum van de dagtekening van de beschikking waarbij het verzoek om uitstel van betaling onherroepelijk is afgewezen. 3 artikel 21c, derde lid, van het besluit artikel 60, eerste lid, van de wet Indien het einde van de termijn van drie maanden, bedoeld in, niet samenvalt met het einde van een periode waarvoor de leverancier het geleverde aardgas aan de verbruiker in rekening brengt, past de leverancier het tarief, bedoeld in, naar evenredigheid toe. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b artikel 21d, eerste lid, van het besluit De verklaring, bedoeld in, wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. naam en adres van de verbruiker; c. naam en adres van de leverancier; d. de EAN-code van de aansluiting waarop de verklaring betrekking heeft; e. artikel 70a, derde lid, van de wet de verklaring dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in; f. artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken artikel a18a van het besluit de verklaring dat de walstroominstallatie beschikt over een zelfstandige aansluiting en dat deze walstroominstallatie geen deel uitmaakt van een meer omvattende onroerende zaak als bedoeld in, of dat de walstroominstallatie beschikt over een comptabele meetinrichting als bedoeld in. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2023 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2016/71813 gesteld op 1
januari 2021.
Artikel 20c — Artikel 20c#
Artikel 20c artikel 63, eerste lid, van de wet Begrippencode elektriciteit De belastingvermindering, bedoeld in, wordt toegepast door de leverancier die leveringen verricht via het primaire allocatiepunt, bedoeld in de. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 63, vierde lid, van de wet Voor de toepassing vanwordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand. 2 Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen. 2010 4089 17-03-2010 10-03-2010 DV2010/76 2010 4089 17-03-2010 10-03-2010 DV2010/76 18-03-2010 01-01-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 22, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het besluit De verklaring, bedoeld in, wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de dagtekening; b. naam en adres van de exploitant; c. naam en adres van leverancier, en d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2017
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a artikel 22, zesde lid, onderdeel a, van het besluit artikel 64, eerste en tweede lid, van de wet De administratie, bedoeld in, bevat, ter vaststelling van de hoeveelheid product waarop de vrijstelling, bedoeld in, ziet, in ieder geval: a. de hoeveelheid door de installatie verbruikt aardgas in Nm3 per maand; b. de hoeveelheid door de installatie opgewekte elektriciteit in kWh per maand; c. de hoeveelheid invoeding van elektriciteit in kWh op het distributienet per verbruiksperiode. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 01-01-2023
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 67, eerste lid, van de wet 1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. de verbruiksperiode waarop het verzoek betrekking heeft; b. naam en adres van de gebruiker van de onroerende zaak; c. BSN of RSIN van de gebruiker van de onroerende zaak; d. naam en adres van de exploitant van de installatie voor blokverwarming; e. de hoeveelheid warmte die in de verbruiksperiode is verbruikt, en f. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode. 2 artikel 24, derde lid, van het besluit In de afrekening, bedoeld in, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 68, eerste lid, van de wet In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht; b. naam en adres van de verbruiker; c. BSN of RSIN van de verbruiker; d. naam en adres van de leveranciers; e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en); f. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit waarvoor teruggaaf wordt verzocht; g. de periode van levering van aardgas en elektriciteit; en h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd. 2 artikel 68, tweede lid, van de wet In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht; b. naam en adres van de verbruiker; c. BSN of RSIN van de verbruiker; d. naam en adres van de leverancier; e. de EAN-code van de aansluiting; f. de totaal verbruikte hoeveelheid elektriciteit; en g. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd. 3 De administratie van degene die een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 69, tweede lid, van de wet De teruggaafregeling, bedoeld in, is van toepassing mits: a. artikel 69, tweede lid, onderdelen a, b en d, van de wet de instelling verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in; b. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet; c. artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69, tweede lid, onderdeel e, van de wet de instelling die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in, verklaart dat aan die voorwaarden en aan de voorwaarde, bedoeld in, is voldaan, en de in artikel 5c, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde regelgeving desgevraagd wordt overgelegd. 2 artikel 69, derde lid, van de wet De teruggaafregeling, bedoeld in, is van toepassing mits: a. artikel 69, derde lid, onderdelen b en c, van de wet de notarieel verleden statuten onderscheidenlijk verklaringen waaruit de doelstelling van de instellingen, bedoeld in, blijkt, desgevraagd worden overgelegd; b. artikel 69, derde lid, onderdelen a en d tot en met f, van de wet de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in; c. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet, en d. artikel 5c, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69, tweede lid, onderdeel e, van de wet de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, een bezettingsoverzicht overlegt van de bezettingsgraad in tijd en oppervlakte, dan wel in huuropbrengsten, van de onroerende zaak, waaruit blijkt dat de onroerende zaak hoofdzakelijk in gebruik is geweest bij meer dan één instelling die een algemeen nut beogende instelling is of die een instelling is die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in, en. 3 artikel 69, eerste, tweede en derde lid, van de wet In de verzoeken om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht; b. naam en adres van de verbruiker; c. BSN of RSIN van de verbruiker; d. naam en adres van de leverancier; e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en); en f. de totaal verbruikte hoeveelheden aardgas en elektriciteit. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikelen 70 70a van de wet De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in deof, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 artikel 70 van de wet In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht; b. naam en adres van de verbruiker; c. BSN of RSIN van de verbruiker; d. naam en adres van de leveranciers; e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en); f. de hoeveelheid en het soort product waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier; g. de periode van levering van het product; en h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd. 3 artikel 70a van de wet In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, worden de volgende gegevens vermeld: a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht; b. naam en adres van degene die het verzoek om teruggaaf doet; c. BSN of RSIN van degene die het verzoek om teruggaaf doet; d. naam en adres van de leveranciers; e. de EAN-code(s) van de aansluiting(en); f. de hoeveelheid aardgas waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier; g. de periode van levering van het aardgas; en h. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd. 2020 23186 22-04-2020 19-04-2020 2020-0000072489 2020 23186 22-04-2020 19-04-2020 2020-0000072489 01-07-2020
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 53, eerste lid, van de wet De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot: a. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit die zijn geleverd; b. de opbouw van de voorschotbedragen; c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden aardgas en elektriciteit; d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen; e. de belasting begrepen in eindfacturen; f. de belasting begrepen in facturen; g. het aantal aansluitingen voor aardgas en elektriciteit; h. de periode van aansluiting; i. het aantal malen dat de belastingvermindering is toegepast; j. de evenredige toedeling van belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden; k. het eigen verbruik; l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen; m. artikel 50, vierde lid, van de wet de toepassing van; n. artikel 59, eerste lid, van de wet de toepassing van de tarieven, bedoeld in; o. artikel 60, eerste lid, van de wet de toepassing van de tarieven, bedoeld in; p. artikel 64, van de wet de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in. 2 artikel 57 van de wet artikel 53, tweede lid, van de wet Voor de toepassing vanblijkt uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in, hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van: a. de door de installatie geproduceerde hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet geleverde hoeveelheid elektriciteit; b. de verbruikte hoeveelheid fossiele brandstof en de energie-inhoud daarvan; c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan; d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan; e. het netto elektrisch rendement van de installatie. 2 artikel 14 De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing vanvan belang zijnde bedrijfshandelingen. 3 De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas. 2008 130 09-07-2008 04-07-2008 DV2008-00564M 2008 130 09-07-2008 04-07-2008 DV2008-00564M 11-07-2008
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 Het percentage van de met aardgas opgewekte warmte die vanuit een energiebedrijf voor glastuinbouw direct of indirect naar een of meer glastuinbouwbedrijven is getransporteerd, wordt berekend met de formule: A / B * 100%. Hierbij is: A = de som van alle met aardgas opgewekte warmte in gigajoule die vanuit het energiebedrijf voor glastuinbouw in het tijdvak direct of indirect bij glastuinbouwbedrijven is afgeleverd; B = de som van alle met aardgas opgewekte warmte in gigajoule die vanuit het energiebedrijf voor glastuinbouw in het tijdvak bij alle afnemers is afgeleverd. 2 Een energiebedrijf voor glastuinbouw monitort de hoeveelheid met aardgas opgewekte warmte die direct of indirect is afgeleverd bij glastuinbouwbedrijven of andere afnemers. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder warmte verstaan de thermische energie die voor ruimteverwarming of de verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b 1 De belastingplichtige monitort de hoeveelheid aardgas die in een kalenderjaar is verstookt op basis van de eindfactuur van de energieleverancier over dat kalenderjaar. 2 In afwijking van het eerste lid kan de belastingplichtige de hoeveelheid aardgas die is verstookt monitoren aan de hand van: a. de twaalf maandfacturen van het kalenderjaar waarover de heffing is verschuldigd; b. andere schriftelijke afleveringsbewijzen waaruit de in het kalenderjaar verstookte hoeveelheid aardgas blijkt. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a Vervallen 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b Vervallen 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 92, eerste lid, van de wet De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a Indien een verzoek om teruggaaf langs elektronische weg wordt ingediend, worden de bij het verzoek over te leggen bescheiden niet bij het verzoek overgelegd, maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt. 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Wet belastingen op milieugrondslag Uitvoeringsbesluit Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van deen van hetwaarop deze regeling berust, in werking treden. 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 11.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag. 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 2008 36 20-02-2008 07-02-2008 DV2008-00093M 01-01-2008 Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 12.