Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken
- BWB-id
- BWBR0007165
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007165
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-instructie-waardebepaling-wet-waardering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-instructie-waardebepaling-wet-waardering/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007165&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007165&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007165/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/uitvoeringsregeling-instructie-waardebepaling-wet-waardering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 2 3 4 5 6 7 van het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,en. 2 In deze regeling wordt verstaan onder a. de wet: Wet waardering onroerende zaken de; b. het besluit: Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken het. 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 22-02-2003 21-02-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het college van burgemeester en wethouders verzamelt, analyseert en registreert voortdurend de waarderelevante objectgegevens. 2 Het college van burgemeester en wethouders verifieert de waarderelevante objectgegevens van woningen bij de eigenaar van die woning. Waarderelevante objectgegevens zijn in ieder geval: a. de in de waarde betrokken primaire objectkenmerken; b. de in de waarde betrokken secundaire objectkenmerken. 3 Waarderelevante objectgegevens van woningen worden na iedere verkoop geverifieerd bij de nieuwe eigenaar van die woning. Secundaire objectkenmerken worden voorts ten minste iedere vijf jaar geverifieerd bij de eigenaar. 4 Het college van burgemeester en wethouders verzamelt voortdurend marktgegevens met betrekking tot de volgende handelingen in het economische verkeer: a. verkooptransacties van woningen en niet-woningen; b. verhuurtransacties van niet-woningen; c. stichtingskosten van niet-woningen; en d. gronduitgifteprijzen. 5 bijlage 2 Het verzamelen van verhuurgegevens van niet-woningen geschiedt door middel van het inlichtingenformulier verhuurgegevens niet-woningen dat in overeenstemming is met het inopgenomen model. 6 bijlage 3 Het verzamelen van gegevens over gebruikers van niet-woningen geschiedt door middel van het inlichtingenformulier gebruikers niet-woningen dat in overeenstemming is met het inopgenomen model. 7 artikel 17, tweede lid, van de wet artikel 16 van de wet Met betrekking tot de handelingen, bedoeld in het vierde lid, wordt geanalyseerd in hoeverre de omstandigheden overeenstemmen met het voorschrift voor de waardebepaling, bedoeld in, in hoeverre de gegevens overeenstemmen met vergelijkbare handelingen in het economische verkeer en in hoeverre de bij deze handelingen betrokken onroerende zaken overeenstemmen met de onroerende zaken, bedoeld in. 8 Het college van burgemeester en wethouders registreert de gegevens, bedoeld in het vierde lid, en de resultaten van de analyses, bedoeld in het zevende lid. Bij deze registratie wordt tevens vastgelegd de datum waarop de handelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben plaatsgevonden. 9 Besluit gegevensverstrekking Wet waardering onroerende zaken Het college van burgemeester en wethouders ziet erop toe dat taxateurs die zijn aangesteld als ambtenaar der gemeentelijke belastingen buiten bezwaar van den lande in tijdelijke dienst voor onbepaalde tijd en die het beroep van bemiddelaar bij transacties met onroerende zaken uitoefenen, niet de informatie ingevolge hetinwinnen bij de informatieplichtige, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van dat besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien de gegevensdragers van de in die volzin bedoelde informatieplichtige zich bevinden bij een administratiekantoor. 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 01-01-2026 Vindt voor het eerst toepassing op waardevaststellingen van
onroerende zaken op de voet van hoofdstuk IV van de wet die
betrekking hebben op het kalenderjaar 2027.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De waarde, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, wordt bepaald voor a. woningen: door middel van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn;. b. niet-woningen: door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur, door middel van een methode van vergelijking als bedoeld onder a, dan wel door middel van een discounted-cash-flow methode. 2 De vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, wordt berekend door bij de waarde van de grond van de onroerende zaak op te tellen de waarde van de opstal van de onroerende zaak. De waarde van de grond wordt bepaald door middel van een methode van vergelijking als bedoeld in het eerste lid, onder a, rekening houdend met de bestemming van de zaak. De waarde van de opstal wordt gesteld op de kosten die herbouw van een vervangend identiek object zouden vergen, gecorrigeerd met een factor wegens technische veroudering gebaseerd op de verstreken en de resterende gebruiksduur en met inachtneming van de restwaarde, en gecorrigeerd met een factor wegens functionele veroudering gebaseerd op economische veroudering, verouderde bouwwijze, ondoelmatigheid en excessieve gebruikskosten. 3 Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, voor kerkgebouwen en andere onroerende zaken met cultuurhistorische betekenis wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenstemt met de benuttingswaarde van die onroerende zaak. 4 Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet voor bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenkomt met de bedrijfswaarde van die onroerende zaak rekening houdend met de economische situatie in de desbetreffende branche of bedrijfstak. 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 22-02-2003 21-02-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wet waardering onroerende zaken Het college van burgemeester en wethouders rapporteert desgevraagd binnen vier weken aan de Waarderingskamer over de stand van zaken, de planning en de voortgang van de werkzaamheden in het kader van de, alsmede over de kwaliteit van die werkzaamheden. Deze rapportage vindt plaats aan de hand van door de Waarderingskamer te stellen vragen. 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 22-02-2003 21-02-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage 4 Als model van het taxatieverslag van woningen wordt vastgesteld de tabel opgenomen in. 2 bijlage 5 Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de waarde is bepaald op de vervangingswaarde wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het inopgenomen model. 3 bijlage 6 Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de waarde is bepaald door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het inopgenomen model. 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 01-01-2026
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 6, eerste lid Het taxatieverslag van woningen, bedoeld in, vermeldt in ieder geval: a. de gegevens om de onroerende zaak te identificeren; b. hoofdstuk IV van de wet de op voet vanvastgestelde waarde van de onroerende zaak; c. de in de waardering betrokken primaire objectkenmerken; d. de in de waardering betrokken secundaire objectkenmerken, inclusief de beoordeling daarvan; e. de in de waardering betrokken referentieobjecten; f. de identificatie- en contactgegevens van de voor de waardering verantwoordelijke organisatie. 2 bijlage 4, onderdeel 1 De elementen, bedoeld in het eerste lid, worden nader uitgewerkt in de tabel in. 3 Het taxatieverslag vermeldt voor zover van toepassing: a. de toestandspeildatum; b. de marktgegevens van de onroerende zaak van de afgelopen vijf jaar, te weten: 1° de verkoopprijs; 2° de verkoopdatum; c. de totale grootte van het woningdeel. 4 artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet hoofdstuk IV van de wet Het taxatieverslag kan aanvullende elementen bevatten die de gemeenteambtenaar, bedoeld in, relevant acht voor de op voet vanvastgestelde waarde. 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 01-01-2026 Vindt voor het eerst toepassing op waardevaststellingen van
onroerende zaken op de voet van hoofdstuk IV van de wet die
betrekking hebben op het kalenderjaar 2027.
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b artikel 22 van de wet Degene ten wiens aanzien de beschikking, bedoeld in, is genomen krijgt op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde, waaronder: a. de gegevens van de referentieobjecten die niet zijn vermeld in het taxatieverslag; b. de reden dat toestandspeildatum is toegepast in plaats van de waardepeildatum; c. grondstaffels voor zover deze in de waardering zijn betrokken. 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 2025 40255 17-12-2025 22-11-2025 2025-0000478755 01-01-2026 Vindt voor het eerst toepassing op waardevaststellingen van
onroerende zaken op de voet van hoofdstuk IV van de wet die
betrekking hebben op het kalenderjaar 2027.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het college van burgemeester en wethouders voert voortdurend kwaliteitscontroles uit op de verrichte werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de wet. 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 2003 36 20-02-2003 18-02-2003 WDB2002/64 22-02-2003 21-02-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995. 1994 252 30-12-1994 23-12-1994 WV94/552M 1994 252 30-12-1994 23-12-1994 WV94/552M 01-01-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken. 1994 252 30-12-1994 23-12-1994 WV94/552M 1994 252 30-12-1994 23-12-1994 WV94/552M 01-01-1995