Wijziging van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 en vaststelling ministeriële regeling in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken
- BWB-id
- BWBR0007808
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1996-06-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007808
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/wijziging-uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968-en-vast
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/wijziging-uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968-en-vast/1996-06-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007808&g=1996-06-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007808&z=2026-06-06&g=1996-06-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007808/1996-06-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1995/wijziging-uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968-en-vast
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 WV95/891M 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 WV95/891M 29-12-1995 31-03-1995
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Wet van 18 december 1995 artikel V, eerste lid, van die wet die wet artikel 14 van de Wet op de omzetbelasting 1968 Indien op het tijdstip waarop de, Stb. 659, in werking treedt, blijkt, dat door toepassing van de terugwerkende kracht, bedoeld in, meer of minder belasting verschuldigd is dan bij toepassing van de wettelijke bepalingen zoals die luidden onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van, wordt de ondernemer de meer verschuldigde belasting op dat tijdstip verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt op de voet vanvoldaan. De minder verschuldigd geworden belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 WV95/891M 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 WV95/891M 29-12-1995
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 artikel V, negende lid, onderdeel c, van de Wet van 18 december 1995 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en enkele andere belastingwetten in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken Het percentage van de stichtingskosten, bedoeld in(Stb. 659), wordt gesteld op 7, te vermeerderen met 0,15 percentpunt voor elk geheel jaar dat is verstreken sinds het tijdstip waarop de verhuurder de onroerende zaak is gaan bezigen. 2 Onder stichtingskosten wordt verstaan het totaal van de kosten die door de verhuurder zijn of worden gemaakt om de desbetreffende onroerende zaak te verhuren, daaronder begrepen: a. zijn historische aanschaffings- of voortbrengingskosten van de onroerende zaak, met inbegrip van eventueel ter zake van de bouw betaalde bouwrente; b. de voor of tijdens de verhuurperiode gemaakte kosten, andere dan die bedoeld in onderdeel a, waarop de verhuurder voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen; c. artikel 3, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 Wet van 18 december 1995 ingeval de onroerende zaak door de verhuurder is verkregen krachtens een levering als bedoeld in, zoals dat luidde onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde, zowel het ineens betaalde bedrag als de contante waarde van zijn eventuele periodieke schuldplichtigheid. Bij het bepalen van het vorenbedoelde totaal van de kosten wordt geen rekening gehouden met aan de verhuurder verleende subsidies en andere bijdragen van derden. 1996 107 07-06-1996 16-04-1996 WV96/217M 1996 107 07-06-1996 16-04-1996 WV96/217M 09-06-1996 29-12-1995
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV artikel I Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt voorterug tot en met 31 maart 1995, 18.00 uur. 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 WV95/891M 1995 250 27-12-1995 22-12-1995 WV95/891M 29-12-1995