Inkomensbesluit AOW 1996
- BWB-id
- BWBR0008136
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2010-01-01 t/m 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008136
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/inkomensbesluit-aow-1996
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/inkomensbesluit-aow-1996/2010-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008136&g=2010-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008136&z=2026-06-06&g=2010-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008136/2010-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/inkomensbesluit-aow-1996
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de wet: Algemene Ouderdomswet de; b. een loondervingsuitkering: Werkloosheidswet Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen hoofdstuk 3 afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, tweede lid, van die wet een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de, de, de, dealsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de, de, deen de, alsmede een uitkering op grond van,met uitzondering van een uitkering aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in; c. een stamrecht: een recht op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. 2009 19487 17-12-2009 09-12-2009 IVV/LZW/2009/27760 2009 581 30-12-2009 15-12-2009 01-01-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (bevorderen participatie jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning) (Stb. 2009/580) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 8, eerste lid artikel 10, eerste en tweede lid artikel 11 van de wet Voor de toepassing van,, enwordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan: a. opbrengst van arbeid; b. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep. 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 01-07-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, onderdeel a Wet financiering sociale verzekeringen Onder opbrengst van arbeid, bedoeld in, wordt, voorzover deze arbeid door een werknemer in de zin van dewordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet. 2 In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer; b. een loondervingsuitkering; c. een aanvulling op een loondervingsuitkering; d. vakantie-uitkering. 3 Ziektewet hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, eerste lid, van die wet Werkloosheidswet In afwijking van het tweede lid, onderdelen b en c, worden voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de, op grond vanaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld inen op grond van de verplichte verzekering van de, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd. 2005 246 19-12-2005 13-12-2005 SV/F&W/05/98871 2005 246 19-12-2005 13-12-2005 SV/F&W/05/98871 01-01-2006 2005 248 21-12-2005 14-12-2005 DWJZ-U-2643765 2005 248 21-12-2005 14-12-2005 DWJZ-U-2643765 01-01-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onderdeel a Wet financiering sociale verzekeringen Onder opbrengst van arbeid, bedoeld in, wordt, voor zover deze arbeid in dienstbetrekking wordt verricht doch niet door een werknemer in de zin van de, verstaan de gelden en alle andere voordelen die als beloning voor die arbeid worden genoten. 2 artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bijvan overeenkomstige toepassing. 3 In afwijking van het tweede lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd: a. een uitkering, die naar aard en strekking met een loondervingsuitkering overeenkomt; b. een aanvulling daarop; c. vakantie-uitkering. 4 In afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, worden voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, uitkeringen terzake van werkloosheid alsmede aanvullingen daarop als opbrengst van arbeid beschouwd. 2005 246 19-12-2005 13-12-2005 SV/F&W/05/98871 2005 246 19-12-2005 13-12-2005 SV/F&W/05/98871 01-01-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, onderdeel a hoofdstuk 3 7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b 3.92 van die wet Onder opbrengst van arbeid, bedoeld in, wordt, voorzover deze arbeid niet in dienstbetrekking wordt verricht, verstaan het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld inen, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de, en. 2 artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 Het bij of krachtensbepaalde is met betrekking tot het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 15, eerste lid, van de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag Voorzover over de opbrengst van arbeid, zoals vastgesteld op grond van het eerste en tweede lid, geen aanspraak op vakantie-uitkering bestaat, wordt van dit inkomen slechts een deel in aanmerking genomen. Dit deel is gelijk aan het quotiënt van 100 en de som van 100 en het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in. 2004 251 28-12-2004 22-12-2004 SUB/2004/87426 2004 251 28-12-2004 22-12-2004 SUB/2004/87426 01-01-2005
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2009 20174 31-12-2009 16-12-2009 IVV/I/2009/28013 2009 20174 31-12-2009 16-12-2009 IVV/I/2009/28013 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, onderdeel b paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 paragraaf 3.2.4 van die wet paragraaf 3.2.5 van die wet artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet Onder winst als bedoeld in, wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in, niet geacht worden te behoren tot die winst. 2 Indien de berekening van de in het eerste lid bedoelde winst leidt tot een negatief bedrag, wordt die winst op nihil gesteld. 3 artikel 5, derde lid Van de winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep, zoals vastgesteld op grond van het eerste en tweede lid, wordt slechts een deel in aanmerking genomen. De laatste volzin van, is voor het vaststellen van dit deel van overeenkomstige toepassing. 4 Indien de pensioengerechtigde en zijn echtgenoot samenwerken in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep en de echtgenoot dan wel de pensioengerechtigde geen vergoeding ontvangt ter zake van de in de onderneming verrichte arbeid, wordt ter vaststelling van het deel van de met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid berekende winst, dat de echtgenoot toekomt, de winst vermenigvuldigd met de factor a/b, waarbij: a. het loon voorstelt van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de echtgenoot en b. de som voorstelt van het onder a bedoelde loon en het loon van de werknemer die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als de pensioengerechtigde. 2009 20174 31-12-2009 16-12-2009 IVV/I/2009/28013 2009 20174 31-12-2009 16-12-2009 IVV/I/2009/28013 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 8, eerste lid artikel 10, eerste en tweede lid artikel 11 van de wet Voor de toepassing van,, enwordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven verstaan: a. artikel 3, derde lid artikel 4, vierde lid een loondervingsuitkering alsmede uitkeringen die naar aard en strekking daarmee overeenkomen, met uitzondering van de uitkeringen die op grond van, en, als opbrengst van arbeid worden beschouwd; b. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, die ten behoeve van de werknemer in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten; c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voorzover niet begrepen onder a; d. een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding of een regeling, die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; e. Uitkeringswet gewezen militairen een uitkering op grond van een regeling voor functioneel leeftijdsontslag of op grond van de; f. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voorzover niet begrepen onder a, b, c, d, e, j en k; g. Wet studiefinanciering 2000 een basisbeurs en een aanvullende beurs op grond van dealsmede een beurs, die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; h. een bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Economische Zaken opgerichte Stichting ontwikkeling en sanering midden- en kleinbedrijf; i. een maandelijkse bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij opgerichte Stichting ontwikkelings- en saneringsfonds voor de Landbouw; j. Algemene Kinderbijslagwet artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een uitkering ingevolge de wetgeving van de Nederlandse Antillen, Aruba, een volkenrechtelijke organisatie of een of meer andere Mogendheden, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in dit lid, voorzover niet al begrepen onder a, of met een nabestaandenuitkering, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van deof met zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld inof op grond van; k. het bedrag van de uitkering bedoeld in onderdeel j, waarop recht bestaat, maar die niet wordt uitbetaald, omdat onder de toepasselijke wetgeving gebruik is gemaakt van het daarin voorziene recht af te zien van het recht op die uitkering of de uitbetaling daarvan; l. Algemene nabestaandenwet een uitkering op grond van de. 2 In afwijking van het eerste lid, wordt niet als inkomen in verband met arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen te ontvangen, voor zover deze niet worden gedekt door stortingen van degene die het desbetreffende inkomen geniet; b. een eenmalige uitkering die na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; c. artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikelen 53 63 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 2:51 3:9 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is verhoogd met toepassing van, deof,,ofof een combinatie van deze artikelen; d. vakantie-uitkering, over de in het eerste lid genoemde inkomensbestanddelen; e. een vakantie-bon, verstrekt naast een loondervingsuitkering, voor zover niet begrepen onder d; f. Wet financiering sociale verzekeringen een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een loondervingsuitkering, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, die niet als werknemer in de zin van dewordt beschouwd; g. periodieke uitkeringen uit hoofde van een stamrecht, dat is verkregen uit een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan de werknemer in verband met die beëindiging is toegekend, mits de werknemer aantoont dat de eenmalige uitkering door de werkgever betaalbaar is gesteld om naar eigen inzicht van de werknemer te besteden. 3 Wet op de loonbelasting 1964 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder pensioenregeling verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van de. 4 artikel 5, derde lid Voorzover over een inkomen als genoemd in het eerste lid, geen aanspraak op vakantieuitkering bestaat, wordt dit inkomen slechts voor een deel in aanmerking genomen. De laatste volzin vanis voor het vaststellen van dit deel van overeenkomstige toepassing. 5 Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid, gekort of geweigerd is op grond van een bestuurlijke boete of maatregel, wordt voor de toepassing van dit besluit als inkomen beschouwd de uitkering zonder deze korting of weigering. 2009 20174 31-12-2009 16-12-2009 IVV/I/2009/28013 2009 20174 31-12-2009 16-12-2009 IVV/I/2009/28013 01-01-2010 2009 19487 17-12-2009 09-12-2009 IVV/LZW/2009/27760 2009 581 30-12-2009 15-12-2009 01-01-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (bevorderen participatie jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning) (Stb. 2009/580) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 3 tot en met 7 Het inkomen uit of in verband met arbeid uit het bedrijfs- of beroepsleven wordt vastgesteld op het tot een bedrag per maand herleide inkomen, bedoeld in de, dat de echtgenoot van de pensioengerechtigde in de maand waarover het recht op uitkering wordt vastgesteld, verwerft. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de maand gesteld op 21,75 dagen. 3 Bij per maand wisselende inkomsten kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld inkomen per maand worden bepaald, waarna per periode van zes maanden een herberekening plaatsvindt. 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 01-07-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 verordening (EEG) nr. 574/72 verordening (EEG) nr. 1408/71 De noodzakelijke omrekening van het in een buitenlandse munteenheid uitgedrukte inkomen uit of in verband met arbeid in de Nederlandse munteenheid geschiedt voor zover het een inkomen betreft dat is uitgedrukt in de munteenheid van een lid-staat van de Europese Gemeenschap volgens de op basis van artikel 107 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 1972 (Pb EG L74) tot vaststelling van de wijze van toepassing vanvastgestelde kwartaalkoersen, en voor zover het een inkomen betreft dat niet is uitgedrukt in de munteenheid van een lid-staat met behulp van de door De Nederlandsche Bank NV geadviseerde wisselkoersen. 2 artikel 8 Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde koers beïnvloedt het op grond vanvastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat: 1e bij wijziging van het inkomen uit of in verband met arbeid, anders dan ten gevolge van de koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en 2e tenminste eens per jaar een omrekening plaatsvindt. 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 01-07-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Indien de toepassing van dit besluit leidt tot een kennelijk onredelijk resultaat, bepaalt de Sociale verzekeringsbank het inkomen op andere wijze. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen. 2001 249 27-12-2001 19-12-2001 SV/AVF/2001/87205a 2001 249 27-12-2001 19-12-2001 SV/AVF/2001/87205a 01-01-2002 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het Inkomensbesluit AOW wordt ingetrokken. 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 01-07-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1996. 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 01-07-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomensbesluit AOW 1996. 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 1996 122 28-06-1996 26-06-1996 SV/VP/96/2459 01-07-1996