Mandaatregeling VWS
- BWB-id
- BWBR0007923
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007923
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/mandaatregeling-vws
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/mandaatregeling-vws/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007923&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007923&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007923/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/mandaatregeling-vws
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. mandaat: bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen; c. gemandateerde: degene aan wie mandaat is verleend; d. mandaatgever: degene die mandaat verleent; e. machtiging: bevoegdheid om in naam van de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn; f. collegiaal managementteam: groep leidinggevenden van een directie of eenheid; g. budget: budget als bedoeld in artikel 1 van het Organisatiebesluit VWS 2025. 2025 6037 19-02-2025 11-02-2025 4053231-1078160-WJZ 2025 6037 19-02-2025 11-02-2025 4053231-1078160-WJZ 01-03-2025
Artikel 1a — Artikel 1a Personeelsaangelegenheden#
Artikel 1a Personeelsaangelegenheden Vervallen 2019 61841 14-11-2019 31-10-2019 1574427-194610-OBP 2019 61841 14-11-2019 31-10-2019 1574427-194610-OBP 15-11-2019 Artikel 24, tweede lid, van Stcrt. 2019/61841 bevat overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1b — Artikel 1b Machtiging#
Artikel 1b Machtiging Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op machtiging. 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 25-07-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Uitoefening bevoegdheid door mandaatgever#
Artikel 2 Uitoefening bevoegdheid door mandaatgever 1 De mandaatgever blijft bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen. 2 De mandaatgever kan het mandaat te allen tijde beëindigen. 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 01-03-1996
Artikel 3 — Artikel 3 Aanwijzingen en inlichtingen#
Artikel 3 Aanwijzingen en inlichtingen 1 De mandaatgever kan ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid zowel algemene als bijzondere aanwijzingen geven. 2 De gemandateerde verschaft de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid. 2025 6037 19-02-2025 11-02-2025 4053231-1078160-WJZ 2025 6037 19-02-2025 11-02-2025 4053231-1078160-WJZ 01-03-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Toerekening aan mandaatgever#
Artikel 4 Toerekening aan mandaatgever Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever. 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 01-03-1996
Artikel 5 — Artikel 5 Beperking uitoefening mandaat#
Artikel 5 Beperking uitoefening mandaat Vervallen 2004 246 21-12-2004 10-12-2004 DWJZ/BWJP-2535031 2004 246 21-12-2004 10-12-2004 DWJZ/BWJP-2535031 23-12-2004
Artikel 6 — Artikel 6 Vermelden mandaatgever#
Artikel 6 Vermelden mandaatgever Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bewindspersoon het besluit is genomen. 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 01-03-1996
Artikel 7 — Artikel 7 Vervanging#
Artikel 7 Vervanging 1 Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een ondermandaat. 2 Indien een gemandateerde geen plaatsvervanger heeft is, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, ieder ander lid van diens collegiaal managementteam dan wel ieder hoofd van een direct onder de betrokken gemandateerde ressorterende organisatie-eenheid bevoegd tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 25-07-2014 01-09-2012
Artikel 8 — Artikel 8 De Secretaris-Generaal#
Artikel 8 De Secretaris-Generaal artikel 11 De Secretaris-Generaal heeft mandaat ten aanzien van alle stukken met uitsluiting van de stukken die ingevolgedoor de Minister dienen te worden ondertekend. 1999 178 16-09-1999 07-09-1999 DWJZU 99792 1999 178 16-09-1999 07-09-1999 DWJZU 99792 01-10-1999
Artikel 9 — Artikel 9 De plaatsvervangend Secretaris-Generaal#
Artikel 9 De plaatsvervangend Secretaris-Generaal artikel 12 Behoudens, heeft de plaatsvervangend Secretaris-Generaal mandaat ten aanzien van dezelfde stukken als de Secretaris-Generaal, voor zover die behoren tot zijn werkterrein. 2012 26731 21-12-2012 14-12-2012 DWJZ-3138837 2012 26731 21-12-2012 14-12-2012 DWJZ-3138837 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 12 tot en met 15b Behoudens dehebben de volgende functionarissen mandaat ten aanzien van stukken die tot hun werkterrein behoren: a. De Directeuren-Generaal en de directeuren van een directie of eenheid van het kernministerie; b. de Directeur-Generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; c. de inspecteur-generaal en de Directeur Strategie en Organisatie van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; d. de inspecteur-generaal, de Directeur Strategie, de Directeur Handhaven, de Directeur Slachttoezicht, de Directeur Handelstoezicht, de Directeur Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek en de Directeur Interne Organisatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; e. de Algemeen Directeur van het CIBG; f. de Directeur van het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen; g. de Directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau; h. de Directeur van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; i. de Directeur van de Dienst Testen; j. de hoofden van de direct onder de functionarissen, genoemd onder a tot en met i, ressorterende organisatie-eenheden. 2 Indien een directie of eenheid niet is verdeeld in organisatie-eenheden, heeft ieder ander lid van het collegiaal managementteam mandaat ten aanzien van stukken die tot het werkterrein van zijn directie of eenheid behoren. 2024 29737 13-09-2024 05-09-2024 3964551-1070646-WJZ 2024 29737 13-09-2024 05-09-2024 3964551-1070646-WJZ 14-09-2024 01-09-2024
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 8 9 10 Het mandaat, bedoeld in,en, hebben de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, de Directeuren-Generaal van het kernministerie en de directeuren van het kernministerie alleen binnen de aan hen toegewezen budgetten. 2025 6037 19-02-2025 11-02-2025 4053231-1078160-WJZ 2025 6037 19-02-2025 11-02-2025 4053231-1078160-WJZ 01-03-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Minister#
Artikel 11 Minister 1 De Minister ondertekent de stukken gericht aan: a. de Koning; b. de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal; c. de Ministerraad of daaruit gevormde vaste colleges; d. de Raad van State; e. de Algemene Rekenkamer. 2 Ten aanzien van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde colleges geldt het in de aanhef van het eerste lid gestelde niet voor zover het gaat om bestuursrechtelijke procedures onderscheidenlijk stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang. 3 Voorts worden de volgende stukken door de Minister ondertekend: a. stukken, inhoudende vaststelling van algemeen verbindende voorschriften; b. stukken, inhoudende een aankondiging van uitbreiding van de rijksbemoeienis op het terrein van volksgezondheid, welzijn of sport of een aankondiging van wijzigingen van het beleid; c. besluiten op een beroepschrift; d. besluiten, inhoudende de vernietiging van of de onthouding van de goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan; e. stukken, inhoudende aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift; f. artikel 3, eerste lid, van het Besluit taakuitoefening IGJ stukken, inhoudende een aanwijzing als bedoeld inaan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2018 37242 06-07-2018 29-06-2018 1362511-177820 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet op het
terrein van de volksgezondheid inzake fusie van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg tot Inspectie
gezondheidszorg en jeugd (Stb. 2018/94) in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12 Secretaris-Generaal#
Artikel 12 Secretaris-Generaal artikelen 9 10 In afwijking van deenheeft de Secretaris-Generaal het mandaat met betrekking tot de stukken bestemd voor de Nationale ombudsman. 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 25-07-2014
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 10 artikel 10, eerste lid, onder b, c en e In afwijking vanhebben de Secretaris-Generaal, de Directeuren-Generaal van het kernministerie en de functionarissen genoemd in, ieder mandaat ten aanzien van beleidsregels, alsmede ten aanzien van circulaires die tot hun werkterrein behoren en die worden gebruikt voor: a. bekendmaking van beleidsmaatregelen en daarmee samenhangende voorschriften; b. het verzoeken om medewerking; c. het vragen om inlichtingen. 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 04-06-2022
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 10 In afwijking vanheeft de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat ten aanzien van het vaststellen van beleidsregels, met uitzondering van beleidsregels omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften. 2 artikel 10 artikel 10, eerste lid, onder d In afwijking vanhebben de functionarissen genoemd in, ieder mandaat ten aanzien van circulaires die tot hun werkterrein behoren en die worden gebruikt voor: a. bekendmaking van beleidsmaatregelen en daarmee samenhangende voorschriften; b. het verzoeken om medewerking; en c. het vragen om inlichtingen. 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 04-06-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 10 In afwijking vanhebben ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtigingen om de Minister daarin te vertegenwoordigen de volgende functionarissen mandaat: a. de Secretaris-Generaal; b. de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken, voor zover behorend tot het werkterrein van het kernministerie, behoudens de gevallen waarvoor de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat heeft; c. de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland; d. artikel 10, eerste lid, onder b tot en met e, h en i ten aanzien van hun eigen werkterrein, de functionarissen genoemd in. 2 artikel 10 In afwijking vanhebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, behoudens de gevallen genoemd in het derde lid. 3 artikel 10 In afwijking vanhebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland. 4 In afwijking van het tweede lid en derde blijft aan de Minister voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van een besluit inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de Secretaris-Generaal namens de Minister is genomen. 5 artikelen 16, vijfde lid 17 Op machtigingen, verleend ten behoeve van het vertegenwoordigen van de Minister in procedures bij de bestuursrechter, zijn de, voor zover het de goedkeuring van de Secretaris-Generaal betreft, enniet van toepassing. 6 Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar. 7 In afwijking van het tweede lid hebben de inspecteur-generaal, de directeur Strategie, het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren. 8 In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben de directeur Strategie en Organisatie en het hoofd Juridische Zaken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd mandaat ten aanzien van verweerschriften met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren. 9 In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtiging om de Minister daarin te vertegenwoordigen met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren. 10 Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland. 2025 32118 23-09-2025 12-09-2025 4133900-1083826-WJZ 2025 32118 23-09-2025 12-09-2025 4133900-1083826-WJZ 24-09-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Wet open overheid#
Artikel 15 Wet open overheid 1 artikel 10 Wet open overheid In afwijking vanhebben de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de Directeur Open Overheid ieder mandaat tot het nemen van besluiten in het kader van de. 2 artikel 14, tweede lid Wet open overheid In afwijking van, hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Open Overheid mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar in het kader van de. 3 artikel 14, eerste lid Wet open overheid In afwijking van, hebben ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften in het kader van deten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtigingen om de Minister daarin te vertegenwoordigen de volgende functionarissen mandaat: a. de Secretaris-Generaal; b. de Directeur Open Overheid, voor zover behorend tot het werkterrein van het kernministerie. 4 Wet open overheid Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Open Overheid hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een besluit in het kader van de. 5 Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken en de Directeur Open Overheid hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar. 2025 9857 21-03-2025 13-03-2025 4073425-1079556-WJZ 2025 9857 21-03-2025 13-03-2025 4073425-1079556-WJZ 01-04-2025
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 artikel 10 artikel 1b In afwijking vanjunctohebben de Inspecteur-Generaal en de Hoofdinspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd ieder mandaat voor: a. artikel 29, tweede lid van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg artikel 39, tweede lid, van de Gezondheidswet artikel 29, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld inenof het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in; b. artikel 27 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in; c. artikel 9.5, derde lid, van de Jeugdwet het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in; d. artikel 9.3, eerste lid, van de Jeugdwet het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in. 2 artikel 10 artikel 1b In afwijking vanjunctohebben de onder de Hoofdinspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd ressorterende functionarissen ieder machtiging tot het aanzeggen van een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom en het aanzeggen van het voornemen tot het geven van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 10 artikel 1b In afwijking vanjunctohebben de Inspecteur-Generaal, de Directeur Beleid en Strategie, het hoofd Bureau Opsporing en Boetes en het hoofd Juridische Zaken van de inspectie gezondheidszorg en jeugd mandaat voor het opleggen van een bestuurlijke boete op het werkterrein van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 04-06-2022 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht gefomuleerd voor het eerste
lid in plaats van het eerste lid, onderdeel a.
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 onderdeel II, onder 5, subonderdeel a, en onderdeel III, onder 5, subonderdeel a, van de bijlage bij het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet De Inspecteur-Generaal, de Hoofdinspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Inspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, hebben mandaat tot het nemen van besluiten tot openbaarmaking, als bedoeld in, met uitzondering van de besluiten, bedoeld in het tweede lid, te nemen. 2 onderdeel II, onder 5, subonderdeel a, van de bijlage bij het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet De directeuren van het kernministerie hebben mandaat tot het nemen van besluiten tot openbaarmaking als bedoeld in, voor zover de openbaarmaking informatie als bedoeld in onderdeel II, onder 3.1, onderdeel c, subonderdeel i, van die bijlage betreft. 3 Onderdeel IA, paragraaf A.1, onder 5, subonderdeel a, en paragraaf A.2, onder 5, en in Onderdeel IB, onder 5, van de bijlage bij het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet Het hoofd en de teamleiders van de Divisie Juridische Zaken van de Directie Strategie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit hebben mandaat tot het nemen van besluiten tot openbaarmaking, als bedoeld in. 2025 42736 12-12-2025 04-12-2025 4276198-1091125-WJZ 2025 42736 12-12-2025 04-12-2025 4276198-1091125-WJZ 01-01-2026
Artikel 15c — Artikel 15c#
Artikel 15c artikel 3.1, eerste lid, van de Wet open overheid De Directeur-Generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft mandaat tot het nemen van besluiten tot openbaarmaking van onderzoeksresultaten, publiekssamenvattingen en persberichten op grond van. 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 2022 15190 03-06-2022 31-05-2022 3377650-1028340-OBP 04-06-2022 01-05-2022
Artikel 16 — Artikel 16 Ondermandaat#
Artikel 16 Ondermandaat 1 De directeur van een directie of eenheid is bevoegd ondermandaat of ondertekeningsmandaat te verlenen aan de Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel met betrekking tot stukken ter zake van onderwerpen die tot het werkterrein van de Directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel behoren. 2 artikel 10, eerste lid, onder a tot en met j De Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel kan aan andere ondergeschikten dan hoofden van direct onder hem ressorterende organisatie-eenheden ondermandaat verlenen. Deze bevoegdheid komt ook toe aan de andere functionarissen, genoemd in, en als bedoeld in artikel 10, tweede lid. 3 artikel 14, eerste en tweede lid artikel 15, eerste tot en met derde lid De functionarissen, bedoeld in, en, zijn bevoegd om hoofden van direct onder hen ressorterende organisatie-eenheden, dan wel indien geen sprake is van een verdeling in organisatie-eenheden, de andere leden van het betrokken collegiale managementteam, ondermandaat dan wel machtiging te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de daar genoemde bevoegdheden. 4 Ondermandaat kan hetzij algemeen hetzij voor een bepaald geval verleend worden. 5 Elk ondermandaat wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de Secretaris-Generaal. 6 Op ondermandaat zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing. 2025 9857 21-03-2025 13-03-2025 4073425-1079556-WJZ 2025 9857 21-03-2025 13-03-2025 4073425-1079556-WJZ 01-04-2025
Artikel 16a — Artikel 16a Bijzonder ondermandaat#
Artikel 16a Bijzonder ondermandaat 1 artikel 11 Hoofdstukken 3 4 5 Onverminderd, kan de Secretaris-Generaal, in het kader van een bepaald project en andere bijzondere gevallen, naast of in plaats van de op grond van de,enbevoegde functionarissen, aan anderen de bevoegdheid verlenen om in naam van de Minister besluiten te nemen. 2 Bijzonder ondermandaat aan personen die geen ambtenaar zijn, wordt slechts verleend voor zover daartoe dwingende redenen zijn. 2004 246 21-12-2004 10-12-2004 DWJZ/BWJP-2535031 2004 246 21-12-2004 10-12-2004 DWJZ/BWJP-2535031 23-12-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel houdt een centraal register bij van alle gemandateerden en van de inhoud van hun mandaat 2 Bij beëindiging of wijziging van een mandaat wordt een kopie van het besluit tot beëindiging c.q. wijziging toegezonden aan de Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel. 2021 20974 28-04-2021 19-04-2021 2346655-1007020-WJZ 2021 20974 28-04-2021 19-04-2021 2346655-1007020-WJZ 29-04-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Overgangsbepaling#
Artikel 18 Overgangsbepaling 1 Mandaten verleend vóór het tijdstip van het inwerkingtreden van deze regeling vervallen met ingang van het inwerkingtreden van deze regeling. 2 In afwijking van het eerste lid blijven mandaten die verleend zijn aan functionarissen die niet behoren tot een directie of eenheid, gehandhaafd voor zover niet in strijd met dit besluit. 3 Een kopie van een mandaat als bedoeld in het tweede lid wordt binnen één maand, nadat deze regeling in werking is getreden, toegezonden aan de Secretaris-Generaal. 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 2014 20806 24-07-2014 15-07-2014 373226-120950-WJZ 25-07-2014 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 19 — Artikel 19 Intrekking#
Artikel 19 Intrekking De regeling van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 31 januari 1984, kenmerk CDJBZ-46, wordt ingetrokken. 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 01-03-1996
Artikel 20 — Artikel 20 Inwerkingtreding#
Artikel 20 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1996. 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 01-03-1996
Artikel 21 — Artikel 21 Citeertitel#
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling VWS. 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 1996 61 26-03-1996 29-02-1996 CDWJZ-U-96411 01-03-1996