Nadere regeling kinderarbeid
- BWB-id
- BWBR0007195
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007195
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/nadere-regeling-kinderarbeid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/nadere-regeling-kinderarbeid/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007195&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007195&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007195/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/nadere-regeling-kinderarbeid
Artikel 1:1 — Artikel 1:1 Definities#
Artikel 1:1 Definities 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – alternatieve sanctie: a. artikel 77e, van het Wetboek van Strafrecht de deelname aan een project, bedoeld in; b. artikel 77f, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafrecht de vervulling van de voorwaarde, bedoeld in, of c. artikel 77h, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht de uitvoering van de alternatieve sanctie, bedoeld in; – arbeid van lichte aard: werkzaamheden die niet te zwaar zijn, geen gevaar opleveren of niet schadelijk zijn voor de gezondheid; – niet-industriële arbeid van lichte aard: arbeid van lichte aard die niet wordt verricht met of aan mechanische arbeidsmiddelen waaraan onacceptabele veiligheidrisico’s voor een kind of zijn omgeving zijn verbonden; – niet-industriële hulparbeid van lichte aard: niet-industriële arbeid van lichte aard die bestaat uit het verlenen van hand en spandiensten, waarbij geen sprake is van zelfstandige productiearbeid en waarbij nadrukkelijk toezicht wordt gehouden; – schoolweek: een week waarin op één of meer dagen onderwijsactiviteiten plaatsvinden; – uitvoering: het deelnemen aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke aard, aan modeshows, aan audio-, visuele of audio-visuele opnamen en daarmee vergelijkbare uitvoeringen; – vakantieweek: een week waarin geen onderwijsactiviteiten plaatsvinden. 2 Geen arbeid van lichte aard is in ieder geval arbeid waarbij: a. artikelen 3.46 4.105 4.106 6.27 7.39 9.36 van het Arbeidsomstandighedenbesluit op grond van de,,,,ofvoor jeugdige werknemers arbeid is verboden dan wel daaraan bijzondere vereisten zijn gesteld; b. artikel 2.15 van het Arbeidsomstandighedenbesluit met maatregelen als bedoeld inblootstelling aan psychosociale arbeidsbelasting als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet niet kan worden voorkomen of beperkt; c. door een kind kassawerkzaamheden worden verricht; d. door een kind niet in een gevarieerde werkhoudingen kan worden gewerkt; e. door een kind lasten worden getild van meer dan 10 kilogram; f. door een kind voorwerpen worden geduwd of getrokken waarbij meer dan 20 kilogram kracht nodig is, of g. door een kind permanent persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gedragen om het risico tegen te gaan; h. Wet bemanning zeeschepen artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1.2 van de Regeling bemanning zeeschepen door een kind werkzaamheden worden verricht als zeevarende als bedoeld in de, op een zeeschip als bedoeld in, met dien verstande dat personen die op grond vanzijn uitgezonderd, niet als zeevarende worden aangemerkt; i. artikel 2, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek door een kind werkzaamheden worden verricht op een zeevisserschip als bedoeld in. 3 Onacceptabele veiligheidsrisico's voor een kind of zijn omgeving zijn in ieder geval aanwezig bij werkzaamheden: a. met of in de omgeving van mechanische arbeidsmiddelen waarbij brand-, elektrocutie-, knel-, plet-, snij- of valgevaar bestaat, of b. artikel 1.37 van het Arbeidsomstandighedenbesluit waarbij op grond vanvoor jeugdige werknemers bijzondere vereisten zijn gesteld; c. waarbij door het kind zelfstandig en op commerciële basis maaltijden of boodschappen worden bezorgd waarbij sprake is van deelname aan het verkeer met behulp van een voertuig; d. artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet artikel 24, vijfde lid, van de Alcoholwet in een horecalokaliteit zoals bedoeld inin een ruimte zodra daar alcoholhoudende dranken kunnen worden of worden geschonken tenzij de arbeid wordt verricht in het kader van. 4 In afwijking van het tweede lid, onderdeel i, mag een kind van 15 jaar tijdens schoolvakanties arbeid van lichte aard verrichten op een zeevisserschip. Geen arbeid van lichte aard is arbeid die deel uitmaakt van de visserij-activiteiten aan boord. 2025 15667 28-05-2025 25-04-2025 IENW/BSK-2025/91091 2025 145 28-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 2:1 — Artikel 2:1#
Artikel 2:1 Indien in het kader van een alternatieve sanctie een kind van 12 jaar tot en met 14 jaar niet industriële hulparbeid van lichte aard verricht of een kind van 15 jaar niet industriële arbeid van lichte aard verricht, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen;. b. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 20.00 uur en 07.00 uur begrepen is; c. in elke periode van 7 achtereenvolgende dagen een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren; d. tijdens een schoolweek niet langer arbeid verricht dan 20 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen; e. tijdens een vakantieweek niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag; f. gedurende ten hoogste 6 vakantieweken per jaar arbeid verricht; g. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 01-04-2007
Artikel 3:1 — Artikel 3:1#
Artikel 3:1 1 artikel 35 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. artikelen 3a 3b van de Leerplichtwet 1969 Alvorens de in dit artikel bedoelde arbeid kan worden verricht is een stageovereenkomst, bedoeld in, gesloten, onderscheidenlijk een beslissing van burgemeester en wethouders, waarbij goedkeuring wordt verleend op een verzoek tot vervangende leerplicht, bedoeld in deen. De stageovereenkomst wordt (mede)ondertekend door een persoon, die over het betrokken kind het ouderlijke gezag of de voogdij uitoefent of in wiens huishouding dat kind is opgenomen. 2 Indien een kind van 14 jaar of ouder arbeid van lichte aard verricht in het kader van een schoolwerkplan van zijn school onderscheidenlijk een programma in het kader van de vervangende leerplicht, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht; b. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur begrepen is. c. niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag; d. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 3 Voor de toepassing van dit artikel geldt de tijd waarop een kind als bedoeld in het tweede lid onderwijs volgt of pleegt te volgen, de onderbrekingen inbegrepen, als arbeidstijd. 4 artikel 1:1, tweede lid Voor de toepassing van dit artikel wordt in afwijking van, onder arbeid van lichte aard mede verstaan arbeid waarbij door een kind permanent persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gedragen. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 3:2 — Artikel 3:2 Maatschappelijke stage tijdens een schoolweek voor 13 en 14 jarigen#
Artikel 3:2 Maatschappelijke stage tijdens een schoolweek voor 13 en 14 jarigen 1 artikel 30a van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Alvorens de in dit artikel bedoelde arbeid kan worden verricht is een stageovereenkomst als bedoeld in, gesloten. 2 Indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht in de vorm van een maatschappelijke stage dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur begrepen is; f. niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen; g. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 3:3 — Artikel 3:3 Maatschappelijke stage tijdens een vakantieweek voor 13 en 14 jarigen#
Artikel 3:3 Maatschappelijke stage tijdens een vakantieweek voor 13 en 14 jarigen 1 artikel 30a van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Alvorens de in dit artikel bedoelde arbeid kan worden verricht is een stageovereenkomst als bedoeld in, gesloten. 2 Indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een vakantieweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht in de vorm van een maatschappelijke stage dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur begrepen is; f. niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag; g. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 3 Een kind van 13 of 14 jaar mag gedurende ten hoogste 4 vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 3 vakantieweken aaneengesloten. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 3:4 — Artikel 3:4 Maatschappelijke stage tijdens een schoolweek voor 15 jarigen#
Artikel 3:4 Maatschappelijke stage tijdens een schoolweek voor 15 jarigen 1 artikel 30a van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Alvorens de in dit artikel bedoelde arbeid kan worden verricht is een stageovereenkomst als bedoeld in, gesloten. 2 Indien een kind van 15 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht in de vorm van een maatschappelijke stage dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur begrepen is; f. niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 8 uren per dag op andere dagen; g. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 3:5 — Artikel 3:5 Maatschappelijke stage tijdens een vakantieweek voor 15 jarigen#
Artikel 3:5 Maatschappelijke stage tijdens een vakantieweek voor 15 jarigen 1 artikel 30a van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Alvorens de in dit artikel bedoelde arbeid kan worden verricht is een stageovereenkomst als bedoeld in, gesloten. 2 Indien een kind van 15 jaar tijdens een vakantieweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht in de vorm van een maatschappelijke stage dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 21.00 uur en 07.00 uur begrepen is; f. niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag; g. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 3 Een kind van 15 jaar mag gedurende ten hoogste 6 vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 4 vakantieweken aaneengesloten. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 4:1 — Artikel 4:1#
Artikel 4:1 1 Indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële hulparbeid van lichte aard verricht, niet zijnde een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers en indien de ouders of verzorgers daarmee aantoonbaar instemmen. Indien op zondag arbeid wordt verricht, mag op de dag voorafgaand aan de zondag geen arbeid worden verricht en er mag op ten minste vijf zondagen in elke periode van zestien achtereenvolgende weken geen arbeid worden verricht; b. op dagen dat onderwijs wordt gevolgd geen arbeid verricht; c. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19:00 en 07:00 begrepen is. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken in de situatie dat het kind een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aangesloten uren, waarin de periode tussen 20:00 en 07:00 begrepen is, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers en indien de ouders of verzorgers daarmee aantoonbaar instemmen; d. niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 7 uren per dag; e. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2 Met inachtneming van het eerste lid, onder a, c en e, wordt, indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een schoolweek incidenteel niet-industriële hulparbeid van lichte aard verricht, die bestaat uit: tevens in acht genomen, dat dat kind: a. het oppassen bij familie of kennissen, b. het wassen van auto’s van derden, c. het behulpzaam zijn bij het verspreiden van folders en huis- aan huisbladen, in een gezinshuishouding of op een kinderboerderij, 1°. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; 2°. niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen. 3 Met inachtneming van het eerste lid, onderdelen a, c en e, wordt, indien tijdens een schoolweek hulparbeid van lichte aard in de landbouw of in een winkel die met een woonhuis één geheel vormt, wordt verricht door een eigen, aangehuwd, pleeg- of adoptiekind van 13 of 14 jaar van de verantwoordelijke persoon, dat in dat woonhuis bij hem inwoont, tevens in acht genomen, dat dat kind: a. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; b. niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen. 2024 33701 18-10-2024 10-10-2024 2024-0000658656 2024 33701 18-10-2024 10-10-2024 2024-0000658656 18-11-2024
Artikel 4:2 — Artikel 4:2#
Artikel 4:2 Indien een kind van 15 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht, niet zijnde een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19:00 en 07.00 begrepen is. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken in de situatie dat het kind een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aangesloten uren, waarin de periode tussen 20:00 en 07:00 begrepen is, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers en indien de ouders of verzorgers daarmee aantoonbaar instemmen; f. niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 8 uren per dag op andere dagen; g. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2024 33701 18-10-2024 10-10-2024 2024-0000658656 2024 33701 18-10-2024 10-10-2024 2024-0000658656 18-11-2024
Artikel 5:1 — Artikel 5:1#
Artikel 5:1 1 Indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een vakantieweek niet-industriële hulparbeid van lichte aard verricht, niet zijnde een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers en indien de ouders of verzorgers daarmee aantoonbaar instemmen. Indien op zondag arbeid wordt verricht, mag op de dag voorafgaand aan de zondag geen arbeid worden verricht en er mag op ten minste vijf zondagen in elke periode van zestien achtereenvolgende weken geen arbeid worden verricht; b. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; c. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19:00 en 07.00 begrepen is. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, in de situatie dat het kind een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aangesloten uren, waarin de periode tussen 20:00 en 07:00 begrepen is, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers en indien een in de aanhef bedoeld kind verricht in de omstandigheden bedoeld in de laatste zin, de ouders of verzorgers daarmee aantoonbaar instemmen; d. niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag; e. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2 Een kind van 13 of 14 jaar mag gedurende ten hoogste 4 vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 3 vakantieweken aaneengesloten. 2024 33701 18-10-2024 10-10-2024 2024-0000658656 2024 33701 18-10-2024 10-10-2024 2024-0000658656 18-11-2024
Artikel 5:2 — Artikel 5:2#
Artikel 5:2 1 Indien een kind van 15 jaar tijdens een vakantieweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht, niet zijnde een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht; d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 21.00 uur en 07.00 uur begrepen is; e. niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag; f. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2 Een kind van 15 jaar mag gedurende ten hoogste 6 vakantieweken arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 4 vakantieweken aaneengesloten. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 6:1 — Artikel 6:1#
Artikel 6:1 1 Indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht bestaande uit een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. na de arbeid een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 08.00 uur begrepen is; e. artikel 7:1, eerste lid, onder c niet meer dan ten hoogste op 3 dagen per week arbeid verricht met een maximum, tezamen met, van 24 dagen per leeftijdsjaar; f. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten; g. zowel voor, tijdens als na de uitvoering deskundig wordt begeleid. 2 De totale arbeidstijd met inbegrip van repetities, pauzes en wachttijden bedraagt ten hoogste 7 uren per dag en 12 uren per week. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdelen c en e voor zover het betreft het aantal van 24 dagen per leeftijdsjaar, is niet van toepassing op repetities, tenzij het een repetitie betreft die in het openbaar plaatsvindt of waarvan audio-, visuele of audio-visuele opnamen worden gemaakt die gebruikt worden voor vertoning in het openbaar. 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 01-04-2016
Artikel 6:2 — Artikel 6:2#
Artikel 6:2 1 Indien een kind van 15 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht bestaande uit een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. na de arbeid een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur begrepen is; e. niet meer dan ten hoogste op 3 dagen per week arbeid verricht met een maximum van 24 dagen in het jaar dat hij 15 jaar is; f. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten; g. zowel voor, tijdens als na de uitvoering deskundig wordt begeleid. 2 De totale arbeidstijd inbegrip van repetities, pauzes en wachttijden bedraagt ten hoogste 8 uren per dag en 12 uren per week. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdelen c en e voor zover het betreft het aantal van 24 dagen in het jaar dat hij 15 jaar is, is niet van toepassing op repetities, tenzij het een repetitie betreft die in het openbaar plaatsvindt of waarvan audio-, visuele of audio-visuele opnamen worden gemaakt die gebruikt worden voor vertoning in het openbaar. 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 01-04-2016
Artikel 7:1 — Artikel 7:1#
Artikel 7:1 1 Indien een kind van 13 of 14 jaar tijdens een vakantieweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht bestaande uit een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. artikel 6:1, eerste lid, onder e ten hoogste op 3 dagen per week arbeid verricht tussen 19.00 uur en 23.00 uur met een maximum tezamen met, van 24 dagen per leeftijdsjaar; d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur begrepen is; e. niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag; f. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten; g. zowel voor, tijdens als na de uitvoering deskundig wordt begeleid. 2 Een kind van 13 of 14 jaar mag gedurende ten hoogste 4 vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 3 vakantieweken aaneengesloten. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdeel c voor zover het betreft het aantal van 24 dagen per leeftijdsjaar, is niet van toepassing op repetities, tenzij het een repetitie betreft die in het openbaar plaatsvindt of waarvan audio-, visuele of audio-visuele opnamen worden gemaakt die gebruikt worden voor vertoning in het openbaar. 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 01-04-2016
Artikel 7:2 — Artikel 7:2#
Artikel 7:2 1 Indien een kind van 15 jaar tijdens een vakantieweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht bestaande uit een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. ten hoogste op 3 dagen per week arbeid verricht tussen 19.00 uur en 23.00 uur; d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur begrepen is; e. niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag; f. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten; g. zowel voor, tijdens als na de uitvoering deskundig wordt begeleid. 2 Een kind van 15 jaar mag gedurende ten hoogste 6 vakantieweken arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 4 vakantieweken aaneengesloten. 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 2016 3260 25-01-2016 18-01-2016 2015-0000291305 01-04-2016
Artikel 8:1 — Artikel 8:1#
Artikel 8:1 1 Voor de toepassing van dit artikel geldt de tijd waarop onderwijs wordt gevolgd en gelden de daarbij behorende onderbrekingen van het onderwijs als arbeidstijd. 2 Indien voor een kind van 15 jaar een gehele of gedeeltelijke vrijstelling geldt van de leerplicht en dit kind niet-industriële arbeid van lichte aard verricht, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen; b. indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; c. op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht; d. niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag; e. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19.00 uur en 07.00 uur begrepen is; f. indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten. 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 01-04-2007
Artikel 9:1 — Artikel 9:1#
Artikel 9:1 1 Alvorens de in dit artikel bedoelde arbeid kan worden verricht is een bezorgovereenkomst gesloten tussen de werkgever en het kind. De bezorgovereenkomst wordt (mede)ondertekend door een persoon, die over het betrokken kind het ouderlijke gezag of de voogdij uitoefent of in wiens huishouding dat kind is opgenomen. 2 Indien een kind van 15 jaar arbeid verricht, bestaande uit het bezorgen van ochtendkranten, dan wordt in acht genomen, dat dat kind: a. indien hij op zondag arbeid verricht, hij de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht; b. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur begrepen is; c. niet langer arbeid verricht dan 2 uren per dag. 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 01-04-2007
Artikel 10:1 — Artikel 10:1#
Artikel 10:1 artikelen 3:2 4:1 6:1 Indien een kind van 13 of 14 jaar in een schoolweek arbeid verricht, waarop de,ofvan toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 12 uren per week, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 10:2 — Artikel 10:2#
Artikel 10:2 artikelen 3:4 4:2 6:2 9:1 Indien een kind van 15 jaar in een schoolweek arbeid verricht, waarop de,,ofvan toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 12 uren per week, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 8 uren per dag op andere dagen. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 11:1 — Artikel 11:1#
Artikel 11:1 artikelen 3:3 5:1 7:1 Indien een kind van 13 of 14 jaar in een vakantieweek arbeid verricht, waarop de,ofvan toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 11:2 — Artikel 11:2#
Artikel 11:2 artikelen 3:5 5:2 7:2 9:1 Indien een kind van 15 jaar in een vakantieweek arbeid verricht, waarop de,,ofvan toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag. 2011 13668 26-07-2011 19-07-2011 G&VW/AA/2011/10623 2011 372 26-07-2011 08-07-2011 01-08-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (invoering maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs) in werking treedt.
Artikel 12:1 — Artikel 12:1#
Artikel 12:1 1 artikel 2:1 Indien een kind van 12 jaar tot en met 14 jaar arbeid verricht als bedoeld inen tevens in de week andere arbeid verricht, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag. 2 artikel 2:1 Indien een kind van 15 jaar arbeid verricht als bedoeld inen tevens in de week andere arbeid, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag. 3 artikel 3:1 Indien een kind van 14 jaar arbeid verricht als bedoeld inen tevens in de week andere arbeid verricht, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag. 4 artikel 8:1 Indien een kind van 15 jaar arbeid verricht als bedoeld inen tevens in de week andere arbeid verricht, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag. 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 2007 64 30-03-2007 26-03-2007 AV/IR/2007/9636 01-04-2007
Artikel 13:1 — Artikel 13:1#
Artikel 13:1 Arbeidstijdenwet Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop dein werking treedt. 1997 115 20-06-1997 19-06-1997 AV/RV/97/1007 1997 263 26-06-1997 20-06-1997 01-07-1997 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Arbeidsomstandighedenbesluit in werking treedt.
Artikel 13:2 — Artikel 13:2#
Artikel 13:2 Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regeling kinderarbeid. 1997 115 20-06-1997 19-06-1997 AV/RV/97/1007 1997 263 26-06-1997 20-06-1997 01-07-1997 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Arbeidsomstandighedenbesluit in werking treedt.