Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1996
- BWB-id
- BWBR0007734
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1996-10-12 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007734
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/onderwijsregeling-inburgering-nieuwkomers-1996
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/onderwijsregeling-inburgering-nieuwkomers-1996/1996-10-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007734&g=1996-10-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007734&z=2026-06-06&g=1996-10-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007734/1996-10-12
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/onderwijsregeling-inburgering-nieuwkomers-1996
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs; b. het Bekostigingsbesluit: het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid; c. de welzijnsregeling: de Welzijnsregeling inburgering nieuwkomers; d. educatieve component: de educatieve component van de inburgering, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, derde volzin, van de wet die wordt gegeven door een instelling; e. welzijnscomponent: de welzijnscomponent van het inburgeringsprogramma, bedoeld in de welzijnsregeling; f. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1, eerste lid, van de wet, of een instelling waarop op grond van artikel 12.3.35, tweede lid, van de wet ten aanzien van de bekostiging van activiteiten volwasseneneducatie in het jaar 1996, het bepaalde bij of krachtens de Kaderwet g. overeenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid; h. onderwijsovereenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid; i. nieuwkomer: de persoon die naar het oordeel van de gemeente van eerste huisvesting, het risico loopt in een achterstandspositie te geraken en die behoort tot de groep personen: 1. die met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten; 2. wier verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen, onder verlening, gelijktijdig of nadien, van een vergunning tot verblijf op humanitaire gronden als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, zonder dat daaraan beperkingen zijn verbonden; 3. aan wie een voorwaardelijke vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 9a van de Vreemdelingenwet is verleend; 4. die gezinshereniger of -vormer is, als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, of 5. die Nederlander en afkomstig van de Nederlandse Antillen of Aruba is; j. nieuwkomer-deelnemer: de deelnemer van 18 jaar of ouder, die deelnemer is overeenkomstig artikel 8.1.1, eerste jo zesde lid, van de wet en die op grond van een overeenkomst binnen een termijn van uiterlijk vier maanden na eerste huisvesting, in 1996 een onderwijsovereenkomst heeft gesloten, of, voor zover naar het oordeel van die gemeente redelijkerwijs sprake is van zwaarwegende omstandigheden gelegen in de persoon van de nieuwkomer, binnen een termijn van uiterlijk 10 maanden na eerste huisvesting, in 1996 een onderwijsovereenkomst heeft gesloten; k. toets: de toets, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b; l. examen: het examen, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, afgenomen volgens programma I of programma II; m. educatiemiddelen 1995: de middelen die ten behoeve van activiteiten in het jaar 1995 op grond van artikel 17 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 per regio ten behoeve van voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, basiseducatie en deeltijds middelbaar beroepsonderwijs voor de gemeenten in die regio zijn vastgesteld; n. educatiemiddelen 1996: de middelen die ten behoeve van activiteiten in het jaar 1996 op grond van artikel 17 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, ten behoeve van voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, basiseducatie en deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, en op grond van artikel 2.3.1 van de wet ten behoeve van inburgering voor de gemeenten in de in onderdeel m. bedoelde regio zijn vastgesteld; o. gemeente: een gemeente als bedoeld in artikel 2, eerste lid, danwel een in artikel 2, derde lid bedoelde gemeente of publiekrechtelijke rechtspersoon. p. oudkomer: de persoon van 18 jaar of ouder die naar het oordeel van de gemeente het risico loopt in een achterstandspositie te geraken en die behoort tot de groep personen: 1. die met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten; op humanitaire gronden als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, zonder dat daaraan beperkingen zijn verbonden; 2. wier verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen, onder verlening, gelijktijdig of nadien, van een vergunning tot verblijf 3. aan wie een voorwaardelijke vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 9a van de Vreemdelingenwet is verleend; 4. die gezinshereniger of -vormer is, als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, of 5. die Nederlander en afkomstig van de Nederlandse Antillen of Aruba is, en, met wie overeenkomstig artikel 8.1.1, eerste jo zesde lid, van de wet in 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten; q. de gemeentelijke educatiemiddelen 1995: de educatiemiddelen 1995 die, gecorrigeerd naar het prijspeil 1996 door de minister aan de gemeente zijn toegerekend op grond van artikel 2, dertiende lid; r. deelnemer: deelnemer die deelneemt aan opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen a tot en met d van de wet; s. gegarandeerd aantal deelnemers voor de periode 1 januari 1996 tot en met 30 juni 1996: Het in kolom a van bijlage 2 van deze regeling opgenomen aantal trajecten per gemeente; t. gegarandeerd aantal deelnemers voor de periode 1 januari tot en met 31 december 1996: Het in kolom c van bijlage 2 van deze regeling opgenomen aantal trajecten per gemeente. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 2 — Artikel 2 De uitkering ten behoeve van de educatieve component#
Artikel 2 De uitkering ten behoeve van de educatieve component 1 De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen verstrekt in 1996 , onverminderd artikel 5, derde en vierde lid, aan de gemeenten die zijn vermeld op het in bijlage 1 bij deze regeling behorende overzicht, voor het aantal daarop vermelde nieuwkomers van de gemeente een uitkering. 2 De gemeente kan de uitkering voor het gehele jaar 1996, voor het gehele bedrag van de uitkering, en voorzover tevens voor het gehele bedrag van de uitkering op grond van de welzijnsregeling gezamenlijke besteding plaatsvindt, te zamen met een of meer andere gemeenten besteden. 3 In geval van samenwerking als bedoeld in het tweede lid, wijst de gemeente een gemeente of een publiekrechtelijke rechtspersoon aan die namens de gemeente de uitkering ontvangt, verantwoordt en met inachtneming van het bepaalde in deze regeling op de uitkering wordt afgerekend. 4 In geval van samenwerking als bedoeld in het tweede lid, ontvangt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uiterlijk op 1 februari 1996 een melding daarvan. 5 Slechts indien de melding uiterlijk op 1 februari wordt ontvangen, wordt de uitkering verstrekt aan de in de melding genoemde gemeente of de publiekrechtelijke rechtspersoon, en voor zover de uitkering reeds aan een of meer gemeenten is verstrekt, wordt deze van die gemeente of gemeenten teruggevorderd. 6 De melding bevat namens de betreffende gemeenten: a. de namen van de gemeenten die samenwerken; b. de naam van gemeente of de aanduiding van de publiekrechtelijke rechtspersoon, bedoeld in het derde lid; c. de verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente houdende machtiging tot ontvangst verantwoording en afrekening van de uitkering. 7 Slechts een volledige melding wordt in behandeling genomen. In geval van een onvolledige melding wordt de gemeente binnen 3 weken na de melding door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen een door hem te bepalen termijn te herstellen. 8 Indien gemeenten de uitkering te zamen met een of meer andere gemeenten besteden, worden de informatie, bedoeld in artikel 10, en de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 5, namens die gemeenten gezamenlijk, ingediend. 9 De uitkering strekt onverminderd het in deze regeling bepaalde, tot vergoeding van de kosten van de educatieve component in 1996 van het in het overzicht vermelde aantal nieuwkomers van de gemeente, of van de in het tweede lid bedoelde gemeenten, en kan voor zover deze niet wordt besteed aan de educatieve component, worden besteed aan de welzijnscomponent. 10 De uitkering bedraagt f 6253,85 voor elke nieuwkomer. De hoogte van de uitkering wordt in 1996 aangepast aan de toepasselijke algemene salarismaatregelen en aan de premiemaatregelen in verband met werkloosheidsuitkeringen. 11 De uitkering wordt verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van de beschikbare middelen door de begrotingswetgever. 12 Op werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden bij een instelling als gevolg van vermindering van de educatiemiddelen 1996 ten opzichte van de educatiemiddelen 1995, is de Regeling bijdrage gemeenten in kosten van werkloosheidsuitkeringen educatie 1996 van overeenkomstige toepassing. 13 Bij het verstrekken van de uitkering stelt de minister voor elke gemeente de hoogte van de gemeentelijke educatiemiddelen 1995 vast. Dit bedrag bestaat uit de middelen van het landelijk overzicht VE 1996-1999 verminderd met de inburgeringsmiddelen, en vermeerderd met een nader per gemeente vast te stellen bedrag dat is gebaseerd op een percentage van de inburgeringsgelden van het landelijk overzicht VE 1996-1999. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 3 — Artikel 3 De onderwijsovereenkomst, tussen instelling en nieuwkomer-deelnemer#
Artikel 3 De onderwijsovereenkomst, tussen instelling en nieuwkomer-deelnemer 1 De gemeente draagt er zorg voor dat de educatieve component voor de nieuwkomers van de gemeente beschikbaar is en draagt tevens zorg voor het totstandkomen van een onderwijsovereenkomst tussen de nieuwkomer en de instelling. 2 Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3, van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste: a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer met het onderwijs aanvangt; b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van een toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid , waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt getoetst in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau , de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of basiseducatie voorzover betrekking hebbend op Nederlands als tweede taal kunnen worden afgeleid; d. de verplichting tot het volgen van het tussen gemeente en instelling overeengekomen onderwijs door de nieuwkomer-deelnemer gedurende een periode van ten minste 6 maanden binnen een termijn van 9 maanden nadat de onderwijsovereenkomst is gesloten, tenzij op een eerder tijdstip het examen met gunstig gevolg is afgelegd, of door de nieuwkomer-deelnemer ten minste 500 uren van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of basiseducatie voorzover betrekking hebbend op Nederlands als tweede taal zijn gevolgd. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 4 — Artikel 4 De overeenkomst, tussen gemeente en instelling#
Artikel 4 De overeenkomst, tussen gemeente en instelling 1 De gemeente sluit ter uitvoering van de in artikel 3 bedoelde zorgplicht met één of meer instellingen een overeenkomst. 2 Op de overeenkomst is artikel 2.3.4, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing. De overeenkomst bevat voorts in elk geval: a. een signaleringsplicht van de instelling aan de gemeente zodra een nieuwkomer-deelnemer in onvoldoende mate aan het tussen gemeente en instelling overeengekomen onderwijs deelneemt; b. de bepaling van de prijs van het tussen gemeente en instelling tevoren overeengekomen onderwijs en de in die prijs expliciet opgenomen doorberekening van de in artikel 2, tiende lid, bedoelde premiemaatregelen in verband met werkloosheidsuitkeringen. De prijs per nieuwkomer-deelnemer wordt niet afhankelijk gesteld van deelname aan het onderwijs; c. het aantal nieuwkomer-deelnemers waarmee een onderwijsovereenkomst kan worden gesloten; d. het overeengekomen onderwijs dat de instelling ten behoeve van één of meer nieuwkomer-deelnemers verzorgt; e. een verplichting tot registratie en informatie-uitwisseling tussen de instelling en de gemeente met betrekking tot de voor de goede uitvoering van deze regeling benodigde informatie over de inschrijving, de onderwijsovereenkomst, de studievoortgang, de aanwezigheid of uitval van de nieuwkomer-deelnemers, alsmede over de door de nieuwkomer-deelnemers bij de instelling afgelegde toetsen; f. afspraken over de toepassing van artikel 5, vierde lid. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5 Rekening en verantwoording#
Artikel 5 Rekening en verantwoording 1 Voor 1 november 1997 dient de gemeente bij de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, een rekening en verantwoording in waaruit blijkt dat de uitkering rechtmatig is besteed. 2 De rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996 vermeldt: het aantal nieuwkomer-deelnemers van de gemeente waarmee vóór 1 juli 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten; het aantal nieuwkomer-deelnemers van de gemeente waarmee op of na 1 juli 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten. 3 Indien het aantal nieuwkomer-deelnemers waarmee in de periode tot en met 30 juni 1996 een onderwijsovereenkomst is gesloten minder is dan het gegarandeerde aantal deelnemers voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 30 juni 1996, en indien met alle daarvoor in aanmerking komende nieuwkomers van de gemeenten een onderwijsovereenkomst is gesloten of daartoe in redelijkheid alle pogingen zijn ondernomen, kan de rekening en verantwoording tot ten hoogste dat aantal tevens een aantal oudkomers waarmee in de periode tot en met 30 juni een onderwijsovereenkomst is gesloten, vermelden. 4 Indien de som van het aantal nieuwkomer-deelnemers bedoeld in het tweede lid onder a, het aantal nieuwkomer-deelnemers bedoeld in het tweede lid onder b, en het aantal oudkomers bedoeld in het derde lid, minder is dan het voor de desbetreffende gemeente opgenomen gegarandeerde aantal deelnemers voor de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1996, en indien met alle daarvoor in aanmerking komende nieuwkomers van de gemeente een onderwijsovereenkomst is gesloten of daartoe in redelijkheid alle pogingen zijn ondernomen, kan de rekening en verantwoording tot ten hoogste dat aantal tevens een aantal deelnemers waarvoor op of na 1 juli 1996 een overeenkomst is gesloten, vermelden. 5 Een gemeente die toepassing geeft aan het derde of vierde lid, voegt bij de rekening en verantwoording een document waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van het derde of vierde lid is voldaan. 6 Indien het aantal nieuwkomer-deelnemers, oudkomers en deelnemers meer dan 25 bedraagt is de rekening en verantwoording voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de gemeente aangewezen accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij ten behoeve van de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen is bedongen dat op diens verzoek inzicht wordt geboden in de gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen en in de controlerapporten van de accountant. 7 Ten behoeve van de verklaring van de accountant wordt door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen een controleprotocol opgesteld. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 6 — Artikel 6 Voorwaarden bij rekening en verantwoording#
Artikel 6 Voorwaarden bij rekening en verantwoording De uitkering wordt afgerekend op voorwaarde dat: a. de gemeente bij de rekening en verantwoording over een document beschikt waaruit blijkt dat met de nieuwkomer binnen de termijnen, genoemd in artikel 1, onderdeel j, van ten hoogste 4 of 10 maanden met de gemeente afspraken heeft gemaakt omtrent het volgen van een onderwijsaanbod; de gemeente voor elke in de rekening en verantwoording opgenomen nieuwkomer-deelnemer beschikt over een voortgangsrapport met betrekking tot het met die nieuwkomer-deelnemer afgesproken onderwijsaanbod; in de rekening en verantwoording slechts nieuwkomer-deelnemers zijn opgenomen die: 1º. voldoen aan het vereiste van artikel 3, tweede lid, onderdeel d, met dien verstande dat ten hoogste 15% daarvan, niet behoeft te voldoen aan dat vereiste; 2º. de toets hebben afgelegd, en 3º. op grond van een daartoe strekkende aanvraag bedoeld in de Welzijnsregeling in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de uitkering voor de welzijnscomponent. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 7 — Artikel 7 Afrekening#
Artikel 7 Afrekening 1 De afrekening van de gemeente vindt plaats op grond van het aantal nieuwkomer-deelnemers, het aantal deelnemers en het aantal oudkomers dat met inachtneming van deze regeling, in de rekening en verantwoording is vermeld, met dien verstande dat een nieuwkomer-deelnemer slechts in de afrekening wordt vermeld voorzover is voldaan aan het Bekostigingsbesluit en de Welzijnsregeling. 2 Indien de som van de in artikel vijf, tweede lid, onderdeel a, b en derde lid, bedoelde aantallen meer bedraagt dan het aantal nieuwkomers, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ontvangt de gemeente, op grond van de beschikbare middelen, een aanvullende uitkering. De hoogte van de aanvullende uitkering wordt door de minister vastgesteld. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8 Intrekking, wijziging, terugvordering#
Artikel 8 Intrekking, wijziging, terugvordering De uitkering of de aanvullende uitkering kan binnen een periode van 5 jaar na de afrekening, geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, indien: a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel in overeenstemming met deze regeling, hebben plaatsgevonden; b. de gemeente heeft gehandeld in strijd met de aan de uitkering verbonden verplichtingen; c. de gemeente kennelijk in strijd heeft gehandeld met het doel van de uitkering; d. de gemeente onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige informatie tot een andere toepassing van de regeling zou hebben geleid; e. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9 Verrekening uitkering#
Artikel 9 Verrekening uitkering Ingeval van afrekening, of terugvordering na intrekking van de uitkering kan de uitkering worden verrekend met andere uitkeringen uit 's Rijks kas. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 10 — Artikel 10 Informatieverkeer tussen Rijk, gemeenten en instellingen#
Artikel 10 Informatieverkeer tussen Rijk, gemeenten en instellingen Ten aanzien van de gemeente en ten aanzien van de instelling is het bij of krachtens artikel 2.3.6 van de wet bepaalde van overeenkomstige toepassing. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11 Monitoring en Evaluatie#
Artikel 11 Monitoring en Evaluatie De gemeente werkt mee aan de door of namens de minister in te stellen onderzoeken naar de effecten van deze regeling. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 12 — Artikel 12 Inzagerecht#
Artikel 12 Inzagerecht De gemeente verleent aan de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen of een door hem aan te wijzen persoon volledig inzage in de boeken en bescheiden, en geeft deze minister of een door hem aan te wijzen persoon toegang tot de door de gemeente gebruikte plaatsen. Aan bedoelde persoon worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 13 — Artikel 13 Bekendmaking#
Artikel 13 Bekendmaking Deze regeling zal met de daarbij behorende toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen en in de Staatscourant worden geplaatst. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1996. 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 1996 24a 23-10-1996 30-09-1996 BVE/DenR-96027939 12-10-1996 01-01-1996