Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling van strafzaken in hoger beroep
- BWB-id
- BWBR0008266
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1996-11-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008266
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-aantekening-mondeling-vonnis-door-politierechter-ki
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-aantekening-mondeling-vonnis-door-politierechter-ki/1996-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008266&g=1996-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008266&z=2026-06-06&g=1996-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008266/1996-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-aantekening-mondeling-vonnis-door-politierechter-ki
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 378, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld indient de navolgende gegevens te bevatten: in geval van bewezenverklaring: andere gevallen: a. art. 374 van het Wetboek van Strafrecht inhoud van de telastlegging (verwezen kan worden naar de dagvaarding en eventueel naar de nadere opgave, bedoeld bij, met vermelding van nadere opgave ter terechtzitting); a. alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt); b. de bewezenverklaring (verwezen kan worden naar onder a, met aanduiding van de eventuele beperking of uitlegging); c. de kwalificatie van het (de) strafbare feit(en) dat (die) het bewezenverklaarde oplevert met de gronden daarvoor; d. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast; e. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte en het (de) feit(en), eventueel met de gronden daarvoor; f. ontslag van rechtsvervolging met de gronden daarvoor; g. art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv opgelegde straf(fen) of maatregel(en). Opgave van bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid, alsmede in de voorkomende gevallen van de strafmotiveringseisen, genoemd in; h. bijkomende beslissingen, met eventueel de gronden daarvoor; a. de beslissing met de gronden daarvoor; b. bijkomende beslissingen, met eventueel de gronden daarvoor. 1996 197 11-10-1996 02-10-1996 1996 521 29-10-1996 21-10-1996 01-11-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 395, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld indient de navolgende gegevens te bevatten: in geval van bewezenverklaring: andere gevallen: a. inhoud van de telastlegging (verwezen kan worden naar de dagvaarding of, in oproepingszaken, naar de oproeping of nadere opgave, met vermelding van eventuele aanvulling ter terechtzitting); a. alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt. Vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan, is in voor hoger beroep vatbare zaken gewenst); b. de bewezenverklaring (verwijzing naar onder a, met aanduiding van de eventuele beperking of uitlegging is toegelaten); c. de kwalificatie van het (de) strafbare feit(en) dat (die) het bewezenverklaarde oplevert; d. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast; e. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte en het feit, eventueel met de gronden daarvoor; f. ontslag van rechtsvervolging met de gronden daarvoor; g. art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv opgelegde straf of maatregel. Opgave van bijzondere redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregelen hebbben geleid, is in voor hoger beroep vatbare zaken gewenst. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in; h. bijkomende beslissingen, met eventueel de gronden daarvoor; a. de beslissing met de gronden daarvoor; b. bijkomende beslissingen, met eventueel de gronden daarvoor. 1996 197 11-10-1996 02-10-1996 1996 521 29-10-1996 21-10-1996 01-11-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 426d, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld indient de navolgende gegevens te bevatten: a. beslissing omtrent nietigheid van de dagvaarding in eerste aanleg/de onbevoegdheid van de enkelvoudige kamer tot kennisneming van het (de) telastegelegde feit(en)/de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep/schorsing van de vervolging; b. beslissing omtrent het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld (gehele of gedeeltelijke bevestiging/gehele of gedeeltelijke vernietiging); c. inhoud van de telastlegging (verwijzing naar de dagvaarding in eerste aanleg is toegelaten, met vermelding van nadere opgave ter terechtzitting); d. inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot het bewijs van het (de) telastegelegde feit(en) dient, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden, voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt); e. de bewezenverklaring (verwijzing naar onder c, met aanduiding van de eventuele beperking of uitlegging, is toegelaten); f. de kwalificatie van het strafbare feit dat het bewezenverklaarde oplevert; g. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast; h. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte(n) en het (de) feit(en), eventueel met de gronden daarvoor; i. ontslag van rechtsvervolging met de gronden daarvoor; j. art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebbben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in; k. overige/bijkomende beslissingen, eventueel met de gronden daarvoor. 1996 197 11-10-1996 02-10-1996 1996 521 29-10-1996 21-10-1996 01-11-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De beschikking van 5 december 1927, Stcrt. 1927, nr. 237, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 7 oktober 1964 (Stcrt. 1964, 199), alsmede de beschikking van 13 september 1987 (Stbl. 1987, 16) worden ingetrokken. 1996 197 11-10-1996 02-10-1996 1996 521 29-10-1996 21-10-1996 01-11-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van tot wijziging van de bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering betreffende het proces-verbaal van de terechtzitting en het vonnis in werking zal treden. 1996 197 11-10-1996 02-10-1996 1996 521 29-10-1996 21-10-1996 01-11-1996