Regeling eisen praktijk-examen A
- BWB-id
- BWBR0008046
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1999-09-22 t/m 2003-09-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008046
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-eisen-praktijk-examen-a
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-eisen-praktijk-examen-a/1999-09-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008046&g=1999-09-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008046&z=2026-06-06&g=1999-09-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008046/1999-09-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-eisen-praktijk-examen-a
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De aanvrager moet in staat zijn een selectie van de hierna genoemde handelingen uit te voeren: a. controle op juiste bevestiging van de helm; b. controle op de juiste afstelling van de spiegels; c. controle van de banden en bandenspanning; d. controle van de verlichting, reflectoren en richtingaanwijzers; e. controle van de stuurinrichting; f. controle van de positie en functie van de diverse bedieningsorganen, schakelaars, controlelampjes en meters; g. controle van de remmen en remvloeistof; h. controle van het oliepeil; i. controle van de claxon; j. controle van de achterwielvering. 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Tijdens het praktijk-examen dient de aanvrager blijk te geven in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze: a. de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten; b. op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen; c. te rijden op rechte weggedeelten; d. bochten te rijden; e. afstand te houden ten opzichte van andere voertuigen; f. van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren; g. andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden; h. juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen; i. door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden; j. in diverse omstandigheden in te halen; k. een overweg te naderen en op te rijden; l. te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals woonerven, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes; m. een kruispunt te naderen en op te rijden; n. rechts of links af te slaan bij kruispunten of om de weg te verlaten; o. de invoegstrook van de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en van de doorgaande rijbaan de uitvoegstrook (uitvoegen); p. een rotonde te berijden; q. het voertuig in voldoende mate te beheersen door het uitvoeren van een aantal vaardigheden met het voertuig. 1999 188 30-09-1999 22-09-1999 CDJZ/WBI/1999-707 1999 188 30-09-1999 22-09-1999 CDJZ/WBI/1999-707 22-09-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De aanvrager dient tijdens het praktijk-examen blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de ingenoemde handelingen en manoeuvres door middel van: a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg; b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers; c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties; d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van verkeersagenten e.d.; e. het naar behoren rekening te houden met andere weggebruikers, met name kwetsbare weggebruikers als voetgangers, fietsers e.d., en op te letten in situaties waarin ander verkeer kan worden verwacht (kijkgedrag); f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden; g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben; h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen; i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige bestuurders en weggebruikers; j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden. 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 2 3 De aanvrager dient bij het uitvoeren van de in deengenoemde examenonderdelen blijk te geven: a. het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen; b. op juiste wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen; c. de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen; d. de remorganen van het voertuig op juiste wijze te bedienen; e. de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen; f. het voertuig behoorlijk te beheersen door het tonen van voldoende stuurvastheid en het op juiste wijze doen afschuinen van het voertuig bij het nemen van bochten; g. onder alle omstandigheden rekening houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld; h. tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen. 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 2, onder q De in, bedoelde vaardigheden bestaan uit: a. het voertuig op juiste wijze van de middenstandaard halen (afbokken), aan de hand meevoeren, zonder hulp van de motor, en vervolgens op juiste wijze op de middenstandaard plaatsen (opbokken); b. het op juiste wijze op- en afstappen; c. het op juiste wijze rijden met geringe snelheid; d. het op juiste wijze rijden van aangegeven opeenvolgende linker- en rechterbochten (slalom); e. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren); f. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht; g. het op juiste wijze rijden van een cirkel; h. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef); i. het voertuig op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef). 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het CBR verstrekt na afloop van het praktijk-examen aan de aanvrager een uitslagformulier waarop het resultaat van het examen is vermeld. Bij een onvoldoende examen zal tevens worden aangegeven aan welke exameneisen niet werd voldaan. 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1996. 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen praktijk-examen A. 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 1996 101 30-05-1996 14-05-1996 RV218627 01-06-1996