Regeling hulpmiddelen 1996
- BWB-id
- BWBR0007656
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2005-03-23 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007656
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-hulpmiddelen-1996
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-hulpmiddelen-1996/2005-03-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007656&g=2005-03-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007656&z=2026-06-06&g=2005-03-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007656/2005-03-23
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-hulpmiddelen-1996
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering In deze regeling wordt verstaan onder het Besluit: het. 1999 67 08-04-1999 01-04-1999 Z/VU-99969 1999 67 08-04-1999 01-04-1999 Z/VU-99969 06-03-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De aanspraak op hulpmiddelen omvat de verschaffing van een te allen tijde adequaat functionerend hulpmiddel, bestaande uit: a. artikel 7 prothesen voor schouder, arm, hand, been of voet, als aangegeven in; b. artikel 8 mammaprothesen als aangegeven in; c. artikel 9 gelaatsprothesen als aangegeven in; d. artikel 10 oogprothesen als aangegeven in; e. artikel 11 orthesen voor romp, arm, been, voet, hoofd of hals als aangegeven in; f. artikel 12 gezichtshulpmiddelen als aangegeven in; g. artikel 13 gehoorhulpmiddelen als aangegeven in; h. artikel 14 verzorgingsmiddelen als aangegeven in; i. artikel 15 hulpmiddelen voor anticonceptionele doeleinden als aangegeven in; j. artikel 16 eenvoudige hulpmiddelen voor de mobiliteit van personen als aangegeven in; k. artikel 17 pruiken als aangegeven in; l. artikel 18 injectiespuiten en toebehoren als aangegeven in; m. uitwendige hulpmiddelen, te gebruiken bij het langdurig compenseren van het functieverlies van aderen bij het transport van bloed en het functieverlies van lymfevaten bij het transport van lymfe; n. artikel 20 hulpmiddelen bij diabetes als aangegeven in; o. artikel 21 apparatuur voor positieve uitademingsdruk als aangegeven in; p. artikel 22 draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren als aangegeven in; q. artikel 23 schoenvoorzieningen, niet zijnde orthesen als aangegeven in; r. artikel 24 hulpmiddelen voor het toedienen van voeding als aangegeven in; s. artikel 25 allergeenvrije en stofdichte hoezen, als aangegeven in; t. artikel 26 hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering als aangegeven in; u. artikel 26a prothetische voorzieningen voor de onder- of bovenkaak als aangegeven in; v. zuurstofapparaten dan wel zuurstofconcentratoren met toebehoren; w. longvibrators; x. vernevelaars met toebehoren; y. beeldschermloepen; z. uitwendige elektrostimulators tegen chronische pijn met toebehoren; aa. hulpmiddelen voor continue positieve luchtdruk tijdens het ademen (CPAP-apparatuur) met toebehoren; bb. solo-apparatuur met toebehoren; cc. tactiel-leesapparatuur met toebehoren; dd. artikel 29, vierde lid vervanging van hoortoestellen die kunnen worden aangesloten op een te implanteren beengeleider (BAHA-hoortoestel) als aangegeven in; ee. artikel 26b hulpmiddelen voor de mobiliteit van personen als aangegeven in; ff. artikel 26c inrichtingselementen van woningen als aangegeven in. 2 De aanspraak op hulpmiddelen omvat in voorkomende gevallen wijziging of herstel van hulpmiddelen. 3 Het ziekenfonds bepaalt of middelen in eigendom dan wel in bruikleen worden verschaft. 4 artikelen 7 26a artikelen 11a, vierde lid 13, vijfde, zesde en zevende lid 17, derde lid 23, vierde en vijfde lid 26, zevende lid Indien het ziekenfonds middelen in bruikleen verschaft, zijn detot en metvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,,, en. 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2001 248 21-12-2001 17-12-2001 Z/VU-2243503 2001 248 21-12-2001 17-12-2001 Z/VU-2243503 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De verzekerde is gehouden het hem in eigendom verschafte middel goed te verzorgen. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Indien de aanspraak op enig in deze regeling genoemd middel of de hoogte van de door de verzekerde verschuldigde bijdrage afhankelijk is gesteld van de leeftijd van verzekerde, wordt diens leeftijd telkens beoordeeld naar het moment waarop de verzekerde zich wendt tot de leverancier, indien geen toestemming is vereist, naar het moment van verschaffing. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien een middel in bruikleen wordt verschaft, kan het ziekenfonds van de verzekerde een redelijke waarborgsom vragen. Over de waarborgsom wordt door het ziekenfonds geen rente vergoed. 2 De verschaffing in bruikleen omvat tevens vergoeding van de kosten van vervoer van het hulpmiddel naar en van de woning van de verzekerde, van het regelmatig technisch onderhoud ervan, alsmede van de voor het gebruik, ontsmetting en reiniging van de apparatuur benodigde chemicaliën. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, eerste lid, onder a De in, bedoelde middelen zijn: a. prothesen voor schouder, arm of hand, al dan niet bekrachtigd; b. algemeen gangbare hulp- en aanzetstukken voor armprothesen; c. prothesen voor been of voet. 2 De aanspraak op een in het eerste lid, onder a, bedoeld middel in bekrachtigde uitvoering omvat mede de verschaffing van oplaadinrichting en batterijen. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, eerste lid, onder b De in, bedoelde middelen zijn de gebruiksklaar verkrijgbare mammaprothesen voor uitwendige toepassing. 2 Indien het gebruik van een in het eerste lid omschreven middel niet mogelijk dan wel redelijkerwijs niet verantwoord is, bestaat aanspraak op een ten behoeve van de verzekerde afzonderlijk vervaardigde mammaprothese. 3 Aanspraak op het in het eerste of tweede lid bedoelde middel bestaat, indien het gebruik ervan is aangewezen ter vervanging van een geheel of nagenoeg geheel ontbrekende borstklier. 4 Vervallen. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2, eerste lid, onder c De in, bedoelde middelen zijn de ten behoeve van de verzekerde afzonderlijk vervaardigde prothesen ter bedekking van het gelaat of een gedeelte ervan, neus en oorschelpen daarbij inbegrepen. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2, eerste lid, onder d De in, bedoelde middelen zijn: a. een volledige oogprothese bij het ontbreken van de oogbol; b. een scleraschaal; c. een scleralens, al dan niet voorzien van een ingekleurde iris en pupil en al dan niet met visuscorrectie, bij een ernstig misvormd oog of na traumatische veranderingen van het oog. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 2, eerste lid, onder e De in, bedoelde middelen zijn: a. corsetten voor afwijkingen aan de wervelkolom; b. orthopedische beugelapparatuur; c. verstevigde spalk-, redressie- of correctie-apparatuur voor langdurig gebruik, waarbij de versteviging een functioneel onderdeel vormt van de orthese en een therapeutische meerwaarde heeft ten opzichte van een niet verstevigde orthese, met dien verstande dat slechts aanspraak bestaat op een kniebrace indien sprake is van: 1º. een al dan niet gecombineerd letsel van de knie waarbij de kruisbanden of de collateraalbanden zijn gescheurd; 2º. eenzijdige gonartrose, voorzover sprake is van een standafwijking van minimaal 10 graden varus/valgusstand; d. kappen ter bescherming van de schedel; e. trachea canule; f. stemprothesen of spraakversterkers, al dan niet gecombineerd; g. breukbanden; h. artikel 11a orthopedisch schoeisel en orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, als aangegeven in. 2 Geen aanspraak op de in het eerste lid, onder c, bedoelde apparatuur bestaat, indien sprake is van preventief gebruik in verband met het beoefenen van sport. 3 Aanspraak op het in het eerste lid, onder d, bedoelde middel bestaat indien er sprake is van een schedeldefect of indien door frequente evenwichts- of bewustzijnsstoornissen grote kans op vallen bestaat. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 11, eerste lid, onderdeel h De hulpmiddelen, bedoeld in, zijn: a. volledig individueel vervaardigd orthopedisch maatschoeisel; b. volledig individueel vervaardigde orthopedische binnenschoenen; c. semi-orthopedisch schoeisel met individuele aanpassing; d. orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, tenzij het uitsluitend een verhoging betreft van de gehele buitenzool van minder dan 3 cm. 2 Aanspraak op de in het eerste lid genoemde hulpmiddelen bestaat indien sprake is van een indicatie, vermeld in bijlage 1 van deze regeling, en de verzekerde redelijkerwijs niet kan volstaan met confectieschoenen. 3 Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde hulpmiddelen bestaat indien niet kan worden volstaan met semi-orthopedisch schoeisel of een voorziening aan confectieschoenen. 4 De verzekerde is voor hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onder a en c, een bijdrage verschuldigd van € 113,00 per paar. Indien de verzekerde jonger is dan 16 jaren, is hij € 56,50 per paar verschuldigd. 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2, eerste lid, onder f De in, bedoelde middelen zijn: a. brillenglazen, waaronder filterglazen met of zonder visuscorrigerende werking; b. contactlenzen; c. bandagelenzen zonder visuscorrigerende werking; d. bijzondere optische hulpmiddelen, bestemd voor rechtstreekse waarneming, met inbegrip van montuur, statief of verlichting indien deze met het hulpmiddel één geheel vormen. 2 Aanspraak op middelen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, bestaat slechts indien een indicatie bestaat als vermeld in bijlage 2, onder I, van deze regeling en de aanschaf plaatsvindt binnen 12 maanden na een eerdere aanschaf van deze hulpmiddelen. 3 Aanspraak op een middel als bedoeld in het eerste lid, onder c, bestaat indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 2, onder II, van deze regeling. 4 Aanspraak op een middel als bedoeld in het eerste lid, onder d, bestaat indien de verzekerde een dusdanig verlies van gezichtsvermogen heeft dat redelijkerwijs niet kan worden volstaan met een middel als bedoeld in het eerste lid, onder a of b. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 2, eerste lid, onder g De in, bedoelde middelen zijn: a. electro-akoestische hoortoestellen voor persoonlijk gebruik, in gewone dan wel bijzondere uitvoering, bestemd om op of aan het menselijk lichaam te worden gebezigd ter verbetering van een gestoord gehoor, alsmede de zogenaamde gehoorlepels of gehoorslangen die het geluid via mechanische weg versterken, waarbij als bijzondere uitvoering van een electro-akoestisch hoortoestel wordt beschouwd een: cros-uitvoering; bicros-uitvoering; beengeleider-uitvoering; uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen; uitvoering met één uitwendige microfoon en één aansluiting; uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting; b. ringleidingen, bestaande uit snoer en versterker met eventueel een tafelmicrofoon dan wel infraroodapparatuur of FM-apparatuur voor geluidsoverdracht, bestaande uit een ontvanger en een zender, al dan niet met inductiespoel of hoofdtelefoon, of in kinbeugel-uitvoering, eveneens met één tafelmicrofoon; c. maskeerders ter behandeling van ernstig oorsuizen. 2 bijlage 3, onder I De aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde middelen bestaat indien er sprake is van een indicatie als vermeld in, van deze regeling en omvat mede de eerste verschaffing van de bij een toestel behorende batterijen of accu's, alsmede de verschaffing en vervanging van oorstukjes. 3 bijlage 3, onder II De aanspraak op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in, van deze regeling en omvat mede de eerste verschaffing van de bij infraroodapparatuur of FM-apparatuur behorende batterijen of accu’s. 4 De aanspraak op de in het eerste lid, onder c, bedoelde middelen omvat mede de eerste verschaffing van de bij een maskeerder behorende batterijen of accu's, alsmede de verschaffing en vervanging van oorstukjes. 5 Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onder a, hoger zijn dan € 467 en een toestel voor de eerste keer wordt verstrekt, dan wel korter dan 6 jaar geleden aan de verzekerde is verstrekt, is de verzekerde van 16 jaar of ouder een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag. 6 Indien de aanschaffingskosten van een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onder a, hoger zijn dan € 558, en een toestel reeds tussen 6 en 7 jaren geleden aan de verzekerde is verstrekt, is de verzekerde van 16 jaar of ouder een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag. 7 Indien de aanschaffingskosten van een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onder a, hoger zijn dan € 648,50, en een toestel 7 jaren of langer geleden aan de verzekerde is verstrekt, is de verzekerde een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag, met dien verstande dat voor een verzekerde van jonger dan zestien jaren de gebruiksduur van zeven jaren of langer geleden niet geldt. 8 Als sprake is van een hoortoestel in cros-, bicros- of beengeleideruitvoering, opgenomen in een brilmontuur, wordt het bedrag genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid vermeerderd met € 60,50. 2005 56 21-03-2005 17-03-2005 Z/VU-2562803 2005 56 21-03-2005 17-03-2005 Z/VU-2562803 23-03-2005 01-01-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 2, eerste lid, onder h De in, bedoelde hulpmiddelen zijn: a. urine-opvangzakken met de noodzakelijke hulpstukken ter bevestiging aan het been of bed; b. artikel 14a voorzieningen voor stomapatiënten als aangegeven in; c. stompkousen; d. catheters, al dan niet met toebehoren; e. artikel 14b incontinentie-absorptiematerialen als aangegeven in, alsmede de noodzakelijke voorlichting aan de verzekerde over het doelmatig gebruik van deze materialen; f. spoelapparatuur voor anaalspoelen, al dan niet met toebehoren; g. slijmuitzuigapparatuur voor het wegzuigen van slijm uit het mond- of keelgebied, al dan niet met toebehoren. 2 Aanspraak op de in het eerste lid, onder f, bedoelde hulpmiddelen bestaat indien sprake is van ernstige problemen met de ontlasting ten gevolge van anatomische of functionele afwijkingen van de darm of anus dan wel de zenuwvoorziening daarvan. 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 01-01-2005
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikel 14, eerste lid, onder b De middelen bedoeld in, zijn: a. systemen ter bevestiging op een stoma voor de opvang van faeces of urine, bestaande uit opvangzakjes en kleefplaten, de daarbij benodigde hulp- en verbindingsstukken, opvulmaterialen, reinigsgaasjes, wegwerpzakjes, spoelapparatuur met toebehoren, stomapluggen, stomapleisters en indikmiddelen; b. noodzakelijke huidbeschermende middelen, voor zover daarop niet reeds aanspraak bestaat ingevolge de Regeling farmaceutische hulp 1996; c. afdekpleisters en catheters bestemd voor een continentstoma; d. stomabeschermers voor gelaryngectomeerden, niet zijnde verbandmiddelen. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b 1 artikel 14, eerste lid, onder e De middelen bedoeld in, zijn: a. wegwerpinlegluiers voor incontinentie; b. wegwerpluierbroeken voor incontinentie; c. wasbare inlegluiers en luierbroeken voor incontinentie; d. anaaltampons; e. beschermende onderleggers. 2 Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde middelen bestaat vanaf de leeftijd van vijf jaren en indien sprake is van: a. incontinentie voor faeces die langer bestaat dan twee weken; b. incontinentie voor urine die langer bestaat dan twee maanden; c. ter ondersteuning van bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining ten laste van de ziekenfondsverzekering voor de behandeling van urine-incontinentie voor de duur van deze therapie; d. ziektebeelden waarvan mag worden aangenomen dat incontinentie niet vanzelf geneest of waarbij bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining niet zullen helpen. 3 In afwijking van het tweede lid bestaat aanspraak op de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde middelen vanaf de leeftijd van drie jaren indien sprake is van een niet-fysiologische vorm van incontinentie. 4 Geen aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder a, b en c genoemde middelen indien sprake is van enuresis nocturna. 5 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder e, genoemde middelen indien het verlies van bloed, exsudaat, vocht, urine of faeces dusdanige hygiënische problemen oplevert dat deze slechts door het gebruik van bedbeschermende onderleggers kunnen worden ondervangen. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 2, eerste lid, onder i De in, bedoelde middelen zijn: a. pessaria; b. koperhoudende spiraaltjes. 2 Aanspraak op de in het eerste lid bedoelde middelen bestaat indien de verzekerde de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt. 2003 250 29-12-2003 05-12-2003 Z/VU-2434609 2003 250 29-12-2003 05-12-2003 Z/VU-2434609 01-01-2004
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 2, onder j De in, bedoelde middelen zijn: a. krukken; b. loophulpen met drie of vier poten; c. looprekken; d. rollators; e. loopwagens; f. serveerwagens; g. blindentaststokken. 2 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde middelen indien de verzekerde hier langdurig op is aangewezen om te kunnen lopen, niet kan worden volstaan met een eenvoudiger hulpmiddel en indien sprake is van één van de volgende indicaties: a. evenwichtsstoornissen, b. functiestoornissen van de onderste extremiteiten, al dan niet gepaard gaande met defecten, of c. stoornissen in het uithoudingsvermogen dan wel vormen van lichamelijke zwakte, waarbij de verschaffing van een loophulpmiddel strekt tot behoud van de zelfredzaamheid of ter voorkoming van opname in een instelling. 3 Aanspraak bestaat op het hulpmiddel bedoeld in het eerste lid, onder f, indien de verzekerde hier langdurig op is aangewezen en niet volstaan kan worden met een eenvoudiger hulpmiddel en indien sprake is van een hand- of armfunctiestoornis, tenzij er tevens sprake is van een stoornis als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 2, eerste lid, onder k De in, bedoelde middelen zijn haarwerken ter gehele of gedeeltelijke vervanging van het hoofdhaar. 2 De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde middelen bestaat indien de verzekerde van een blijvende of langdurige, gehele of gedeeltelijke kaalhoofdigheid zodanige psychische bezwaren ondervindt, dat het gebruik van haarwerk redelijkerwijs is aangewezen. 3 Indien de aanschaffingskosten van hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, hoger zijn dan € 259,50, is de verzekerde een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag. 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 01-01-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 2, eerste lid, onder l De in, bedoelde middelen zijn injectiespuiten dan wel injectiepennen, met toebehoren. 2 Aanspraak op verschaffing van de in het eerste lid bedoelde middelen bestaat indien sprake is van aandoeningen die een langdurig gebruik van deze middelen noodzakelijk maken. 3 Op de in het eerste lid bedoelde middelen in een aan een handicap aangepaste uitvoering bestaat slechts aanspraak, indien de verzekerde ten gevolge van een ernstige motorische handicap dan wel een verminderd gezichtsvermogen redelijkerwijs niet kan volstaan met een injectiespuit of -pen in een niet aangepaste uitvoering. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 2, eerste lid, onder n De in, bedoelde middelen zijn: a. apparatuur voor het zelf afnemen van bloed; b. de bij de onder a bedoelde apparatuur behorende lancetten; c. bloedglucose-testmeter, voor het zelf bepalen van het glucosegehalte in bloed, onder de voorwaarde dat aanspraak bestaat op teststrips; d. teststrips behorend bij de op grond van onderdeel c verstrekte meter, alsmede de noodzakelijke voorlichting over doelmatig gebruik; e. draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren. 2 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid genoemde middelen indien sprake is van suikerziekte die met insuline wordt behandeld. Aanspraak bestaat ook indien de suikerziekte nagenoeg is uitbehandeld met orale bloedsuikerverlagende middelen en behandeling met insuline wordt overwogen. 3 De in het eerste lid, onder c en e, bedoelde middelen omvatten tevens de bij de eerste verschaffing behorende batterijen en oplaadapparatuur, maar niet de vervanging daarvan. 4 Op de in het eerste lid, onder a en c, bedoelde middelen in een aan een handicap aangepaste uitvoering bestaat aanspraak indien de verzekerde redelijkerwijs niet kan volstaan met een middel in een niet aangepaste uitvoering. 5 Aanspraak bestaat op het in het eerste lid, onder e, bedoelde hulpmiddel indien sprake is van een indicatie, vermeld in bijlage 5 van deze regeling. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 2, eerste lid, onder o De in, bedoelde middelen zijn aangezichtsmaskers, dan wel een mondstuk, met aanzetstukken bestaande uit een weerstandsbuis en een, in- en uitademingsweg scheidend, ademventiel. Deze middelen dienen om bij het uitademen een positieve druk te bewerkstelligen ter bevordering van de sputumproduktie. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 2, eerste lid, onder p De aanspraak op de in, bedoelde draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren omvat tevens de bij de eerste verschaffing behorende batterijen en oplaadapparatuur, maar niet de vervanging daarvan. 2 Aanspraak op de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde middelen bestaat, indien sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 6 van deze regeling. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 2, eerste lid, onder q De in, bedoelde middelen zijn: a. verbandschoenen; b. allergeenvrije schoenen. 2 bijlage 7 Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde middelen bestaat indien er sprake is van een indicatie als vermeld inbij deze regeling. 3 Aanspraak op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een door de huidarts vastgestelde allergie. 4 Indien de aanschaffingskosten van hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onder a, hoger zijn dan € 134 is de verzekerde een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag. 5 De verzekerde is voor hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onder b, een bijdrage verschuldigd van € 113,00 per paar. Indien de verzekerde jonger is dan zestien jaren is hij € 56,50 verschuldigd. Indien de aanschaffingskosten hoger zijn dan € 287,00 onderscheidenlijk € 230,50 is de verzekerde tevens een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag. 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 01-01-2005
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 2, eerste lid, onder r De in, bedoelde middelen zijn: a. niet-klinisch ingebrachte sonden met toebehoren; b. uitwendige voedingspompen met toebehoren; c. uitwendige toebehoren, benodigd bij de toediening van parenterale voeding; d. eetapparaten. 2 De verschaffing van de in het eerste lid bedoelde middelen omvat niet de kosten van de voeding of van genees- of verbandmiddelen. 3 De verschaffing van de in het eerste lid, onder b en d, bedoelde middelen omvat tevens de bij de eerste aanschaffing behorende batterijen of accu’s en oplaadapparatuur. 4 Aanspraak op de in het eerste lid bedoelde middelen bestaat, indien het gebruik ervan om medische redenen is aangewezen. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 2, eerste lid, onder s De in, bedoelde hulpmiddelen zijn allergeenvrije en stofdichte matrashoezen, dekbedhoezen en kussenhoezen. 2 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid bedoelde middelen indien uit de resultaten van laboratoriumonderzoek of een huidtest blijkt dat sprake is van een allergie voor uitwerpselen van huisstofmijt. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 2, eerste lid, onder t De in, bedoelde middelen zijn: a. computers met bijbehorende apparatuur voor lichamelijk gehandicapten; b. schrijfmachines voor gehandicapten; c. rekenmachines in een uitvoering, aangepast aan een lichamelijke handicap; d. invoer- en uitvoerapparatuur en de daartoe benodigde programmatuur, noodzakelijke upgrades daarvan en de gebruiksinstructie, alsmede accessoires voor computers, schrijfmachines en rekenmachines, aangepast aan een lichamelijke handicap; e. computerprogrammatuur voor grootlettersystemen voor visueel gehandicapten; f. bladomslagapparatuur; g. opname- en voorleesapparatuur voor gehandicapten: 1°. memorecorders voor visueel gehandicapten; 2°. daisy-spelers of daisy-programmatuur voor visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten; 3°. voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten; h. telefoons en telefoneerhulpmiddelen: 1). hulpmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers; 2). telefoonhoornhouders; 3). met omgevingsbesturingsapparatuur te bedienen telefoons; 4°. teksttelefoons, faxapparatuur dan wel beeldtelefoons voor auditief gehandicapten; i. spraakvervangende hulpmiddelen bij een ernstige spraakhandicap; j. signaleringsapparatuur en alarmeringssystemen: wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten; persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten. 2 Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde middelen bestaat indien de lichamelijk gehandicapte voor informatie en communicatie of bediening van huishoudelijke hulpmiddelen geheel of nagenoeg geheel op deze middelen is aangewezen. 3 Aanspraak op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen bestaat indien de lichamelijk gehandicapte voor het onderhouden van maatschappelijke kontakten nagenoeg op deze middelen is aangewezen. 4 bijlage 8 Aanspraak op de in het eerste lid, onderdeel h, onder 4, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in. 5 bijlage 9 Aanspraak op de in het eerste lid onderdeel j, onder 1, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in. 6 Aanspraak op de in het eerste lid, onderdeel j, onder 2, bedoelde middelen bestaat, indien de lichamelijk gehandicapte in een verhoogde risicosituatie verkeert. 7 Indien de aanschaffingskosten van faxapparatuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, onder 4, hoger zijn dan € 93,50 is de verzekerde een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag. 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 2004 245 20-12-2004 10-12-2004 Z/VU-2542739 01-01-2005
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a 1 artikel 2, eerste lid, onder u De in, bedoelde middelen zijn uitneembare volledige prothetische voorzieningen voor de boven- of de onderkaak. 2 artikel 4 artikel 3 Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering Uitvoeringsbesluit vergoedingen particulier verzekerden Op het in het eerste lid bedoelde middel bestaat geen aanspraak indien de verzekerde voor de verstrekking daarvan aanspraak heeft op grond vanof 8 van dedan wel aanspraak heeft op vergoeding van de kosten daarvan op grond van, 5 of 7 van het. 3 De verzekerde is voor het middel, bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in de kosten verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en het bedrag dat 75% van de aanschaffingskosten bedraagt. 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b 1 artikel 2, eerste lid, onder De inee, bedoelde hulpmiddelen zijn: a. stoelen voorzien van een trippelfunctie; b. loopfietsen. 2 Aanspraak bestaat op de middelen, bedoeld in het eerste lid, indien de verzekerde langdurig op deze middelen is aangewezen en sprake is van een indicatie als bedoeld in het derde en vierde lid. 3 artikel 16, eerste lid onder c en d Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder a, bedoelde middelen, indien de verzekerde zich binnenshuis alleen zittend kan verplaatsen en niet beschikt over een in het huis bruikbare rolstoel of indien de verzekerde aanspraak kan maken op een hulpmiddel als bedoeld in, maar dit niet kan gebruiken vanwege een gestoorde hand- of armfunctie of zich niet zonder gebruik van de handen staande kan houden. 4 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen, indien sprake is van functiestoornissen van de onderste extremiteiten, al dan niet gepaard gaande met defecten en de verzekerde niet kan volstaan met een eenvoudiger loophulpmiddel. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 26c — Artikel 26c#
Artikel 26c 1 artikel 2, eerste lid, onder De inff, bedoelde middelen zijn: a. aan functiebeperkingen aangepaste tafels; b. aan functiebeperkingen aangepaste stoelen, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen; 1). sta-opsysteem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit een stoel met een optimale zithoogte; 2). specifieke polstering; 3). abductiebalk; 4). arthrodese-zitting; 5). pelottes voor zijwaarste steun; c. anti-decubituszitkussens; d. bedden in speciale uitvoering met inbegrip van daarvoor bestemde matrassen; e. anti-decubitusbedden, -matrassen en -overtrekken ter behandeling en ter preventie van decubitus; f. dekenbogen, onrusthekken, bedgalgen, papegaaien en portalen; g. bedverkorters en -verlengers. 2 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid bedoelde middelen, indien de verzekerde langdurig op het gebruik van deze middelen is aangewezen. 3 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen, indien sprake is van problemen bij het zitten, gaan zitten of met het opstaan en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen. Geen aanspraak bestaat indien uitsluitend sprake is van vetzucht, reuzen- of dwerggroei. 4 Op de in het eerste lid, onder b, bedoelde hulpmiddelen in een uitvoering met zwenkwielen, beremming of hoog/laag-mechanisme bestaat aanspraak indien het hulpmiddel op diverse plaatsen of met een verschillende werkhoogte moet worden gebruikt. 5 Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder d tot en met g, bedoelde middelen, indien het gebruik strekt tot behoud van de zelfredzaamheid en met de verschaffing opname in een instelling wordt voorkomen, dan wel indien sprake is van een indicatie voor verpleging. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 2, eerste lid, onder De verschaffing van de hulpmiddelen, bedoeld incc, omvat tevens vergoeding van de kosten, verbonden aan de gebruikstraining die noodzakelijk is om doelmatig te kunnen omgaan met het hulpmiddel. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 2, eerste lid, onder v De stroomkosten van de in, bedoelde zuurstofconcentrator komen voor rekening van het ziekenfonds. 2 artikel 2, eerste lid, onder Aanspraak op de inaa, bedoelde hulpmiddelen bestaat indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 10 bij deze regeling. 3 artikel 2, eerste lid, onder Aanspraak op de inbb en cc, bedoelde hulpmiddelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlagen 12 onderscheidenlijk 13 bij deze regeling. 4 artikel 2, eerste lid, onder bijlage 3 onder I Aanspraak op het indd, bedoelde hulpmiddel bestaat, indien sprake is van een indicatie als vermeld in,, en een luchtgeleidingstoestel redelijkerwijs niet kan worden aangepast, met dien verstande dat de verzekerde slechts aanspraak heeft op één hoortoestel van dit type. 5 Vervallen. 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 2002 232 02-12-2002 29-11-2002 Z/VU-2334315 01-01-2003
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 2001 232 29-11-2001 27-11-2001 Z/VU-2229650 01-01-2002
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. 1999 67 08-04-1999 01-04-1999 Z/VU-99969 1999 67 08-04-1999 01-04-1999 Z/VU-99969 06-03-1999
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Regeling hulpmiddelen 1996 Deze regeling wordt aangehaald als:. 1999 67 08-04-1999 01-04-1999 Z/VU-99969 1999 67 08-04-1999 01-04-1999 Z/VU-99969 06-03-1999
Artikel 12#
artikel 12, tweede lid
Artikel 12#
artikel 12, derde lid
Artikel 13#
artikel 13, tweede lid
Artikel 13#
artikel 13, derde lid