Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende nadere regels met betrekking tot de maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid, bedoeld in Hoofdstuk VI, paragraaf 9, van de Wegenverkeerswet 1994
- BWB-id
- BWBR0008003
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2011-11-01 t/m 2011-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008003
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-maatregelen-rijvaardigheid-en-geschiktheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-maatregelen-rijvaardigheid-en-geschiktheid/2011-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008003&g=2011-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008003&z=2026-06-06&g=2011-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008003/2011-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-maatregelen-rijvaardigheid-en-geschiktheid
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wegenverkeerswet 1994 de; b. vervallen; c. directeur: de directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). d. ademalcoholgehalte: artikel 8, tweede lid onderdeel a, of derde lid, onderdeel a, van de wet het ademalcoholgehalte dat wordt geconstateerd tijdens een onderzoek als bedoeld in. e. bloedalcoholgehalte: artikel 8, tweede lid onderdeel b, of derde lid, onderdeel b, van de wet het bloedalcoholgehalte dat wordt geconstateerd tijdens een onderzoek als bedoeld in; f. beginnende bestuurder: bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, indien sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken, dan wel, indien het voor het eerst afgegeven rijbewijs een rijbewijs betreft dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van bromfietsen en dit rijbewijs is afgegeven aan een persoon die op het ogenblik van die afgifte de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, nog geen zeven jaar zijn verstreken, en indien de afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden. 2009 10395 13-07-2009 03-07-2009 CEND/HDJZ-2009/795sectorAWW 2009 10395 13-07-2009 03-07-2009 CEND/HDJZ-2009/795sectorAWW 15-07-2009
Artikel 2 — Artikel 2 Vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid of geschiktheid#
Artikel 2 Vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid of geschiktheid 1 artikel 130, eerste lid, van de wet bijlage 1 Een vermoeden als bedoeld inwordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende. 2 bijlage 1 Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorendeonder ‘Drogerende stoffen Alcohol’, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist. 2000 99 23-05-2000 18-05-2000 CDJZ/WBI/2000-615 2000 99 23-05-2000 18-05-2000 CDJZ/WBI/2000-615 01-06-2000
Artikel 3 — Artikel 3 Idem#
Artikel 3 Idem 1 artikel 2 Feiten of omstandigheden, als bedoeld in, kunnen blijken uit: a. eigen waarneming en gegevens afkomstig van de politie; b. gegevens afkomstig van de officier van Justitie, of c. door de politie nagetrokken gegevens uit andere bron. 2 artikel 2 Feiten of omstandigheden, als bedoeld in, kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit: a. artikel 97 van het Reglement rijbewijzen gegevens door de directeur verkregen in het kader van aanvragen van verklaringen van geschiktheid als bedoeld in; b. gegevens, door de directeur van een arts verkregen, of c. gegevens, door de directeur uit andere bron verkregen. 3 artikel 2 bijlage 1 Het meest recente feit, bedoeld in, is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake, onder IV, dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen. 2010 2488 19-02-2010 02-02-2010 CEND/HDJZ-2010/66 2010 2488 19-02-2010 02-02-2010 CEND/HDJZ-2010/66 01-03-2010
Artikel 4 — Artikel 4 Mededeling van een vermoeden#
Artikel 4 Mededeling van een vermoeden 1 artikel 130, eerste lid, van de wet bijlage 2 De mededeling, bedoeld inkan schriftelijk worden gedaan volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende, of op andere wijze, mits daarbij dezelfde gegevens als in dat model worden vermeld. Hieronder wordt tevens verstaan aanlevering via geautomatiseerde systemen. 2 artikel 130, derde lid, van de wet De inbedoelde toezending aan het CBR van een ingevorderd rijbewijs geschiedt bij aangetekende brief. 2004 91 13-05-2004 12-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1077 2004 91 13-05-2004 12-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1077 15-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5 Vordering tot overgifte van het rijbewijs#
Artikel 5 Vordering tot overgifte van het rijbewijs artikel 130, tweede lid, van de wet Een vordering tot overgifte van het rijbewijs als bedoeld ingeschiedt ten aanzien van in de volgende gevallen: a. betrokkene heeft een motorrijtuig bestuurd onder invloed van drogerende stoffen, andere dan alcohol; b. betrokkene heeft een poging tot zelfdoding met een motorrijtuig ondernomen; c. er zijn duidelijke aanwijzingen dat betrokkene lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed functioneert, dan wel ernstige psychiatrische problemen ondervindt, hetgeen bij twijfel bevestigd wordt door een medisch deskundige; d. betrokkene heeft met een motorrijtuig tegen de rijrichting in gereden (spookrijden); e. betrokkene heeft binnen een periode van een jaar ten minste drie aanrijdingen veroorzaakt; f. betrokkene is als bestuurder van een motorrijtuig rechtstreeks betrokken bij een aanrijding met duidelijke materiële dan wel letselschade en verklaart de aanrijding niet te hebben bemerkt; g. betrokkene is niet in staat het motorrijtuig in bedwang te houden; h. betrokkene heeft een aanrijding veroorzaakt door het intrappen van het onjuiste pedaal of het niet intrappen van het juiste pedaal; i. artikel 8, eerste, tweede of derde lid, van de wet betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal aangehouden op verdenking van overtreding van; j. bij betrokkene wordt, als bestuurder van een motorrijtuig, een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 1090 µg/l respectievelijk 2,5 ‰; k. betrokkene is bewust ingereden op een andere weggebruiker; l. bijlage 1, onderdeel IV artikel 1, onderdeel f betrokkene heeft drie maal als beginnende bestuurder een of meer van de in, opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in, genoemde termijn van vijf jaar onherroepelijk veroordeeld dan wel is voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking uitgevaardigd; m. bij betrokkene wordt in de hoedanigheid van beginnende bestuurder een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan dan wel hoger is dan 915 μg/l, respectievelijk 2,1‰. 2010 2488 19-02-2010 02-02-2010 CEND/HDJZ-2010/66 2010 2488 19-02-2010 02-02-2010 CEND/HDJZ-2010/66 01-03-2010
Artikel 6 — Artikel 6 Onderwerping aan een onderzoek#
Artikel 6 Onderwerping aan een onderzoek 1 artikel 131, eerste lid, van de wet Het CBR besluit dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld inindien: a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8 ‰, b. bij betrokkene in de hoedanigheid van beginnende bestuurder een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan dan wel hoger is dan 570 μg/l respectievelijk 1,3‰, c. artikel 8, eerste, tweede of derde lid, van de wet betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste viermaal is aangehouden op verdenking van het overtreden van, of d. artikel 8 van de wet dat artikel betrokkene binnen een periode van vijf jaar ten minste tweemaal is aangehouden op verdenking van het overtreden van, en hierbij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in, da. artikel 10a, tweede lid, onderdelen a, b, d, e of f betrokkene op grond van, niet in aanmerking komt voor een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer, e. artikel 8, tweede lid betrokkene op grond van, niet in aanmerking komt voor een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer, dan wel f. uit een verklaring van een medisch deskundige blijkt dat betrokkene alcoholist is. 2 artikel 10b, tweede lid, onderdeel d Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien betrokkene op grond van, niet in aanmerking komt voor een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer. 3 Het CBR besluit ten slotte dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid of naar de geschiktheid: a. bijlage 1 in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende, anders dan die vermeld onder A, onderdeel III, Rijgedrag, of onder B, onderdeel III, Drogerende stoffen Alcohol, alsmede b. artikel 10b, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f of g indien betrokkene op grond van, niet in aanmerking komt voor een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer. 4 artikel 130, eerste lid, van de wet bijlage 1, vermeld onder A, onderdeel IV Indien de mededeling, bedoeld inis gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 01-10-2008
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 De kosten verbonden aan een onderzoek naar de geschiktheid komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder: a. artikel 6, eerste lid in de in, bedoelde gevallen, en b. artikel 6, derde lid, onderdeel a bijlage I bij deze regeling, onder B, onderdeel III in de in, bedoelde gevallen, voor zover er sprake is van feiten en omstandigheden als genoemd in de, Drogerende stoffen, andere drogerende stoffen. 2 De kosten van dit onderzoek worden jaarlijks vastgesteld en bedragen voor 2009 € 918,02. 3 Artikel 10, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede, derde en vierde lid , zijn van overeenkomstige toepassing. 2009 96 28-05-2009 14-05-2009 CEND/HDJZ-2009/511sectorAWW 2009 96 28-05-2009 14-05-2009 CEND/HDJZ-2009/511sectorAWW 30-05-2009 Artikel II, eerste lid, van de Wijzigingsregeling Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (verhoging kosten eerste en tweede onderzoek naar geschiktheid), Stcrt. 2009/96, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7 Schorsing geldigheid rijbewijs#
Artikel 7 Schorsing geldigheid rijbewijs artikel 5 artikel 131, derde lid onder a, van de wet artikel 131, vierde lid, van de wet In de gevallen bedoeld inschorst het CBR overeenkomstigde geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een Educatieve Maatregel als bedoeld inwordt opgelegd. 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 01-10-2008
Artikel 8 — Artikel 8 Oplegging van een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer#
Artikel 8 Oplegging van een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer 1 Het CBR besluit tot oplegging van een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer indien: a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3 ‰, b. artikel 8, eerste, tweede of derde lid, van de wet betrokkene binnen een periode van vijf jaar meermalen is aangehouden op verdenking van overtreding van, waarbij bij één van de aanhoudingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8 ‰, c. artikel 8, derde lid, van de wet betrokkene, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, binnen een periode van vijf jaar meermalen is aangehouden op verdenking van overtreding van, waarbij bij één van de aanhoudingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 220 μg/l, respectievelijk 0,5‰. d. artikel 8, tweede of derde lid, van de wet betrokkene weigert mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in, dan wel e. artikel 6, eerste lid de uitslag van het ingevolge, opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs; f. bij betrokkene in de hoedanigheid van beginnende bestuurder een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan, dan wel hoger is dan 350 μg/l, respectievelijk 0,8‰. g. artikel 10a, tweede lid, onderdeel c betrokkene op grond van, niet in aanmerking komt voor een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer. 2 Betrokkene komt niet in aanmerking voor de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer indien: a. hij onder invloed van alcohol een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander is gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, b. blijkt dat hij de Nederlandse taal dan wel een andere taal waarin de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer wordt gegeven, niet of niet in voldoende mate beheerst, c. hij de afgelopen 5 jaar reeds eerder aan de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer heeft deelgenomen, d. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt, e. het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van alcoholverslaving, f. hij bij de politie bekend staat als gebruiker van drogerende stoffen. 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 01-10-2008
Artikel 9 — Artikel 9 Gedrag tijdens de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer#
Artikel 9 Gedrag tijdens de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan de educatieve maatregel indien hij: a. onder invloed van alcohol of andere drogerende stoffen op de desbetreffende cursus verschijnt; b. demonstratief niet aan de cursus deelneemt; c. zich tijdens de cursus agressief gedraagt, of d. tijdens de cursus op andere wijze het groepsproces verstoort. 2000 99 23-05-2000 18-05-2000 CDJZ/WBI/2000-615 2000 99 23-05-2000 18-05-2000 CDJZ/WBI/2000-615 01-06-2000
Artikel 10 — Artikel 10 Kosten van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer#
Artikel 10 Kosten van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer 1 De ten laste van betrokkene komende kosten van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer bedragen € 648,60 (exclusief BTW). Dit bedrag wordt telkenjare voor het komende kalenderjaar vastgesteld met toepassing van de volgende rekenformule: Voor de toepassing van deze rekenformule wordt verstaan onder: 1 C: het CBS-prijsindexcijfer (totaal, zonder verrekeningen) van de gezinsconsumptie over de maand juni van het lopende kalenderjaar zoals dat is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin; v C: het CBS-prijsindexcijfer (totaal, zonder verrekeningen) van de gezinsconsumptie over de maand juni van het kalenderjaar voorafgaande aan het lopende kalenderjaar zoals dat is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin; 1 R: het CBS-indexcijfer van regelingslonen voor de particuliere bedrijven over de maand juni van het lopende kalenderjaar zoals dat is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. v R: het CBS-indexcijfer van regelingslonen voor de particuliere bedrijven over de maand juni van het kalenderjaar voorafgaande aan het lopende kalenderjaar zoals dat is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. bedrag voor het huidige kalenderjaar = bedrag voor het komende kalenderjaar 2 De kosten worden betaald binnen tien weken nadat het besluit tot oplegging van de educatieve maatregel aan betrokkene is meegedeeld, op de wijze zoals aangegeven bij die mededeling. 3 artikel 132, eerste lid, van de wet Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan de educatieve maatregel, bedoeld in, indien hij de kosten, bedoeld in het eerste lid, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze voldoet. 4 Indien betrokkene zich in een dusdanig financiële situatie bevindt dat betaling binnen de termijn redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de in het tweede lid genoemde termijn worden verlengd. 2005 55 18-03-2005 16-03-2005 HDJZ/AWW/2005-647 2005 55 18-03-2005 16-03-2005 HDJZ/AWW/2005-647 01-04-2005
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 Het CBR besluit tot oplegging van een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer indien bij betrokkene, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 220µg/l, respectievelijk 0,5‰. 2 Betrokkene komt niet in aanmerking voor de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer indien: a. hij onder invloed van alcohol een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander is gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, b. blijkt dat hij de Nederlandse taal dan wel een andere taal waarin de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer wordt gegeven, niet of niet in voldoende mate beheerst, c. hij de afgelopen vijf jaar reeds eerder aan de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer heeft deelgenomen, d. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt, e. het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van alcoholverslaving, f. hij bij de politie bekend staat als gebruiker van drogerende stoffen. 3 De ten laste van betrokkene komende kosten van de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer bedragen € 350,–. 4 De kosten worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer aan betrokkene is meegedeeld, op de wijze zoals aangegeven bij die mededeling. Deze termijn kan niet worden verlengd. 5 artikelen 9 10, eerste lid, tweede en derde volzin, en derde lid Deen, zijn van overeenkomstige toepassing. 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 2008 186 25-09-2008 16-09-2008 CEND/HDJZ-2008/1250sectorAWW 01-10-2008
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 Het CBR besluit tot oplegging van een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer indien: a. bijlage 1 betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende, onder A, onderdeel III, Rijgedrag; b. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom; c. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een bromfiets een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom; d. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden; e. artikel 6, tweede lid de uitslag van het ingevolge, opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. 2 Betrokkene komt niet in aanmerking voor de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer indien: a. hij een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander is gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, b. hij bewust op een andere weggebruiker is ingereden, c. blijkt dat hij de Nederlandse taal dan wel een andere taal waarin de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wordt gegeven, niet of niet in voldoende mate beheerst, d. hij de afgelopen vijf jaar reeds twee maal aan de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer heeft deelgenomen, e. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt, f. het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van alcoholverslaving, g. hij bij de politie bekend staat als gebruiker van drogerende stoffen. 3 De ten laste van betrokkene komende kosten van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer bedragen € 750,–. 4 artikelen 9 10, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede, derde en vierde lid en, zijn van overeenkomstige toepassing. 2010 2488 19-02-2010 02-02-2010 CEND/HDJZ-2010/66 2010 2488 19-02-2010 02-02-2010 CEND/HDJZ-2010/66 01-03-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Artikel 10, eerste lid, tweede en derde volzin De kosten van het tweede onderzoek bedragen € 589,35. Dit bedrag wordt telkenjare voor het komende kalenderjaar vastgesteld., is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 134, derde lid, van de wet De kosten van het tweede onderzoek worden betaald binnen twee weken na de mededeling van het CBR als bedoeld in, op de wijze zoals bij die mededeling is aangegeven. 3 artikel 134, derde lid, van de wet Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan het tweede onderzoek, bedoeld in, indien hij de kosten, bedoeld in het eerste lid, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze voldoet. 2009 96 28-05-2009 14-05-2009 CEND/HDJZ-2009/511sectorAWW 2009 96 28-05-2009 14-05-2009 CEND/HDJZ-2009/511sectorAWW 30-05-2009 Artikel II, tweede lid, van de Wijzigingsregeling Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (verhoging kosten eerste en tweede onderzoek naar geschiktheid), Stcrt. 2009/96, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12 Ongeldigverklaring van het rijbewijs#
Artikel 12 Ongeldigverklaring van het rijbewijs artikel 134, derde lid, van de wet Het CBR besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs als bedoeld in, indien de uitslag van het onderzoek, respectievelijk de onderzoeken, inhoudt dat betrokkene: a. niet de rijvaardigheid bezit voor de desbetreffende categorie of categorieën motorrijtuigen, of b. niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen. 2004 91 13-05-2004 12-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1077 2004 91 13-05-2004 12-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1077 15-05-2004
Artikel 13 — Artikel 13 Intrekking oude regeling#
Artikel 13 Intrekking oude regeling Vervallen 2005 219 10-11-2005 03-11-2005 HDJZ/AWW/2005-2029 2005 602 01-12-2005 18-11-2005 01-01-2006 Treedt in
werking op het tijdstip waarop de Wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de
Wegenverkeerswet 1994 in verband met verlaging van de wettelijke
alcohollimiet voor beginnende bestuurders in werking
treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Inwerkingtreding#
Artikel 14 Inwerkingtreding Hoofdstuk VI, paragraaf 9, van de wet Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waaropin werking treedt. 1996 183 23-09-1996 17-04-1996 RV216650 1996 279 31-05-1996 30-05-1996 01-06-1996 Treedt in werking op het tijdstip waarop Hoofdstuk VI, paragraaf 9, van de Wegenverkeerswet 1994 in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15 Citeertitel#
Artikel 15 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. 1996 183 23-09-1996 17-04-1996 RV216650 1996 279 31-05-1996 30-05-1996 01-06-1996 Treedt in werking op het tijdstip waarop Hoofdstuk VI, paragraaf 9, van de Wegenverkeerswet 1994 in werking treedt.
Artikel 1#
artikel 1, onderdeel f