Ministeriële regeling houdende vaststelling van enige energieprogramma’s, de daarvoor beschikbare bedragen en de periodes in 1996 waarin aanvragen om subsidie met betrekking tot die programma’s kunnen worden ingediend (eerste tranche)
- BWB-id
- BWBR0008008
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1996-12-21 t/m 2005-06-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008008
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-vaststelling-energieprogramma-s-1996-eerste-tranche
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-vaststelling-energieprogramma-s-1996-eerste-tranche/1996-12-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008008&g=1996-12-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008008&z=2026-06-06&g=1996-12-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008008/1996-12-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/regeling-vaststelling-energieprogramma-s-1996-eerste-tranche
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlagen 1 4 onder A Als programma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s worden vastgesteld de programma’s, opgenomen in de bij deze regeling behorendetot en met,. 1996 79 23-04-1996 22-04-1996 WJA/JZ96023832 1996 79 23-04-1996 22-04-1996 WJA/JZ96023832 25-04-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlagen 1 4 Voor ieder van de in detot en metopgenomen programma’s zijn de bedragen beschikbaar, die zijn opgenomen in de desbetreffende bijlagen, onder B. 2 De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de in de desbetreffende bijlagen onder C opgenomen periodes. 1996 79 23-04-1996 22-04-1996 WJA/JZ96023832 1996 79 23-04-1996 22-04-1996 WJA/JZ96023832 25-04-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1996 79 23-04-1996 22-04-1996 WJA/JZ96023832 1996 79 23-04-1996 22-04-1996 WJA/JZ96023832 25-04-1996
Artikel 1 — 1 Technologie-ontwikkeling#
1 Technologie-ontwikkeling 1.A Ontwikkeling van zuinige voertuigen 1.B Ontwikkelen van toepassingen van transportbrandstoffen. Dit onderdeel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen.De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoek- of ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op: Dit onderdeel richt zich op verbreiding van het pakket energiedragers in het wegtransport, voornamelijk LPG. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan diversificatie van motorbrandstoffen en vermindering van de milieubelasting in combinatie met een zo hoog mogelijke energetische efficiency.De voornaamste projecten die in 1996 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: verhoging van het energetisch rendement van Diesel- en Otto-motoren binnen de randvoorwaarden van de Europese emissie-eisen; ontwikkeling van systemen bestaande uit een vorm van continu variabele transmissie en regeling ter optimalisatie van het energetisch rendement van de gehele aandrijflijn; voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV programma ondersteunde ontwikkeling van een vliegwielsysteem; haalbaarheidsonderzoeken en industriële onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op vermindering van het eigen gewicht van auto’s en vrachtwagens ter verhoging van de energie-efficiency. industrieel onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de toepassing van LPG met elektronische inspuit- en regeltechnieken, resulterend in praktijkproeven, reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteund; industrieel onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van efficiënter gebruik van LPG in Otto-motoren door aanpassing van bestaande typen motoren, resulterend in praktijkproeven, reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteund; erkennend industrieel onderzoek naar de mogelijkheden van toepassing van LPG in omgebouwde dieselmotoren voor lichte en zware bestelauto’s en vrachtauto’s;
Artikel 2 — 2 Efficiënt gebruik van transportmiddelen#
2 Efficiënt gebruik van transportmiddelen 2.A Efficiënt goederenvervoer 2.B Gedragsbeïnvloeding Overige beoordelingsaspecten Toelichting Dit programma-onderdeel richt zich op verbetering van de efficiency van het goederenvervoer. Belangrijke sturingselementen hierin zijn het aantal ritkilometers van het vervoer over de weg, de beladingsgraad en het energiegebruik per tonkilometer.Dit onderdeel van het REV-programma sluit aan bij het project TRANSACTIE, waarin rijksoverheid en sectoren in het goederenvervoer samenwerken om energiegebruik en milieuhinder van het goederenvervoer te verminderen. Projecten die vanuit REV ondersteund worden dienen een voorbeeldfunctie voor TRANSACTIE te vervullen. In aanmerking voor subsidie komen projecten die een verbeterde efficiency van het goederenvervoer tot rechtstreeks gevolg hebben. Dit gevolg dient in het project aangetoond te worden. Projecten kunnen aangevraagd worden door bedrijven uit het beroepsgoederenvervoer, eigen vervoer of het verladend bedrijfsleven. Ook branche-organisaties die deze bedrijven vertegenwoordigen kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Dit onderdeel is er op gericht om via een planmatige en resultaatgerichte aanpak automobilisten, beroepschauffeurs en vervoerondernemers te motiveren tot het energie- en milieubewust aanschaffen en gebruiken van personenauto’s, bestel- en vrachtwagens en bussen. Projecten dienen zoveel mogelijk te worden uitgevoerd in samenwerking met belangrijke intermediairen (branche- en koepelorganisaties) of bedrijven in de sector verkeer en vervoer.De voornaamste onderwerpen die in 1996 voor subsidie in aanmerking komen zijn projecten die betrekking hebben op: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: ad a. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad b. Bij de beoordeling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met verbetering ten aanzien van brandstofverbruikbesparing. ad d. Van belang is dat projecten zoveel mogelijk aansluiten op reeds eerder door de aanvrager of door anderen gegenereerde kennis en dat voor wat betreft haalbaarheids- en ontwikkelingsprojecten doublures worden vermeden. ad f. Bij de introductie van nieuwe technieken is het van belang dat er in een vroeg stadium betrokkenheid is van de industrie of organisaties van eindgebruikers. De voorkeur wordt dan ook gegeven aan projecten met een wezenlijke betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers, zowel inhoudelijk als financieel. ad g. Bij de beoordeling gaat de voorkeur uit naar projecten die worden ondernomen door samenwerkingsverbanden van industrie, afnemers, onderzoekinstellingen, ontwikkelbedrijven. ad h. Onder het nieuwheidscriterium wordt in dit programma verstaan: ad i. Een project wordt mede beoordeeld op basis van de mate waarin het toepasbaar is in de markt, en de mate waarin herhalingspotentieel met betrekking tot de betreffende technologische toepassing aanwezig is. ad j. Naast de bereidheid van de aanvrager tot het schrijven van een artikel, het organiseren van een workshop of het openstellen van een installatie voor bezoek van derden, wordt hierbij met name aandacht besteed aan de participatie van relevante partijen in het project. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen: kennisoverdracht over Koop Zuinig Rij Zuinig onderwerpen aan de doelgroepen door het aanvullen c.q. uitbreiden van communicatie-activiteiten van inter mediaire organisaties; haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijk-experimenten en demonstratieprojecten gericht op het bevorderen van energie zuinig aankoop- en rijgedrag en regelmatig onderhoud van personenauto’s of bedrijfswagens; educatie, opleidingen en cursussen; dit betreft het integreren van Koop Zuinig Rij Zuinig onderwerpen in geplande scholingsactiviteiten gericht op kennisoverdracht van het Koop Zuinig Rij Zuinig thema aan de personenautomobilist of beroepschauffeur. a. de slaagkans van het project; b. de milieuverdienste van het project; c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen; d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen; e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstelling van het programma; f. de mate van betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers; g. de relevantie voor technologische clusters in Nederland; h. de nieuwheid van het project; i. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt; j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt. het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën; het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën. Er dient sprake te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. fabrikanten van transportmiddelen, fabrikanten van componenten en systemen voor transportmiddelen, organisaties op het gebied van verkeer en vervoer,- vervoerbedrijven, instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs.