Voorschriften en beperkingen machtigingen zend-inrichtingen voor onderzoekingen radiozendamateurs
- BWB-id
- BWBR0008201
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1998-07-01 t/m 2013-03-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008201
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/voorschriften-en-beperkingen-verbonden-aan-machtigingen-voor
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/voorschriften-en-beperkingen-verbonden-aan-machtigingen-voor/1998-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008201&g=1998-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008201&z=2026-06-06&g=1998-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008201/1998-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1996/voorschriften-en-beperkingen-verbonden-aan-machtigingen-voor
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze voorschriften en beperkingen wordt verstaan onder: 1. RDR: de Rijksdienst voor Radiocommunicatie van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat; 2. Amateurstation: één of meer zendinrichtingen met de daarbij behorende antenne-inrichtingen; 3. Klasse van uitzending: een aanduiding bestaande uit drie symbolen die respectievelijk de modulatievorm van de draaggolf, het type signaal dat de draaggolf moduleert en de soort informatie die wordt uitgezonden, aangeven. De betekenis van de symbolen is bepaald in het internationale radioreglement; 4. Ongewenste hoogfrequente uitstralingen: Alle uitstralingen op andere frequenties dan: a. de zendfrequentie; b. de frequenties die noodzakelijkerwijs in verband met het modulatieproces in beslag worden genomen; 5. Zendvermogen: het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van de zendinrichting afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequente uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope Power); 6. Toegestane zendvermogen: de waarde van het zendvermogen dat tijdens het gebruik van de zendinrichting niet mag worden overschreden; 7. Maximum zendvermogen: de waarde van het zendvermogen dat als gevolg van de constructie van de zendinrichting niet kan worden overschreden; 8. Amateurdienst: de Amateurdienst en Amateursatellietdienst als gedefinieerd in het Internationale Radio Reglement. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 2 — Artikel 2 Duur van de machtiging#
Artikel 2 Duur van de machtiging De machtiging is verleend voor onbepaalde tijd, tenzij bij het verlenen van de machtiging anders is bepaald. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 3 — Artikel 3 Bescheiden#
Artikel 3 Bescheiden 1 bijlage De machtiginghouder is verplicht een register bij te houden met betrekking tot de zendinrichtingen die deel uitmaken of deel hebben uitgemaakt van zijn Amateurstation overeenkomstig het model aangegeven in de, behorende bij deze voorschriften en beperkingen, en dit register onverwijld en volledig in te vullen. 2 De machtiginghouder bewaart de gegevens in het register gedurende drie jaren, gerekend vanaf het moment dat de desbetreffende zendinrichtingen geen deel meer uitmaken van zijn Amateurstation. 3 Op het vaste adres van een Amateurstation dienen de beschikking waarbij de machtiging is verleend en het register aanwezig te zijn. 4 Aan de machtiginghouder wordt jaarlijks één registratiebewijs verstrekt met een geldigheidsduur van twaalf maanden. Het registratiebewijs dient bij de zendinrichtingen aanwezig te zijn die zich niet op het vaste adres bevinden. 5 Alle aan de machtiginghouder verstrekte bescheiden blijven eigendom van de Staat. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 4 — Artikel 4 Verstrekken van gegevens#
Artikel 4 Verstrekken van gegevens De machtiginghouder stelt de RDR onverwijld schriftelijk in kennis van veranderingen van het vaste adres van het Amateurstation en het correspondentie-adres. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 5 — Artikel 5 Aanwezigheid zendinrichtingen#
Artikel 5 Aanwezigheid zendinrichtingen 1 De zendinrichtingen behoeven niet van een toegelaten type te zijn. 2 Het maximum zendvermogen van de zendinrichtingen mag maximaal tweemaal (3 Db) het toegestane zendvermogen bedragen. 3 Zendinrichtingen dienen te zijn ingericht voor frequentiebanden waarin frequenties voorkomen die aan de machtiginghouder zijn toegewezen. 4 Zendinrichtingen die niet voldoen aan het gestelde, als genoemd in de leden 2 en 3 van dit artikel, dienen zodanig te zijn gedemonteerd dat de zendinrichtingen niet geschikt zijn of op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor het doen van uitzendingen. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 6 — Artikel 6 Gebruik van het amateurstation#
Artikel 6 Gebruik van het amateurstation 1 De machtiginghouder is bevoegd een Amateurstation te gebruiken voor het doen van technische onderzoekingen, alsmede voor het in verstaanbare taal uitwisselen van berichten met betrekking tot technische onderzoekingen en voor berichten van persoonlijke aard waarvoor uit hoofde van hun onbelangrijkheid het gebruik van de openbare telecommunicatie-infrastructuren niet in aanmerking zouden komen. 2 Ander gebruik van een Amateurstation is verboden, zoals met name het (her)uitzenden van: a. informatie van andere amateurstations of andere stations die bevoegd zijn met amateurstations radioverbindingen te maken, indien deze informatie niet in overeenstemming is met hetgeen in het eerste lid is bepaald; b. omroepprogramma’s, muziek; c. berichten van en voor derden; d. reclame; e. valse of bedrieglijke noodberichten; f. versleutelde informatie. 3 artikel 12 De machtiginghouder is verplicht een Amateurstation te gebruiken overeenkomstig de status van de Amateurdienst als bepaald in. 4 Gedurende uitzendingen op frequenties waarop de amateurdienst met een secundaire status is toegelaten, is de machtiginghouder verplicht: a. te allen tijde voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status; b. de radioverbinding onmiddellijk te beëindigen ingeval hij storing veroorzaakt in een radioverbinding van een primaire dienst. 5 artikel 12 De machtiginghouder mag een Amateurstation uitsluitend gebruiken in overeenstemming met de in zijn beschikking bepaalde machtigingcategorie en als bepaald in. 6 De machtiginghouder dient passende maatregelen te treffen ter voorkoming van het gebruik van zijn Amateurstation door onbevoegden. 7 a. Tijdens de uitzendingen van een Amateurstation dient de machtiginghouder hierbij aanwezig te zijn. b. artikel 6, zevende lid sub a Aan de machtiginghouder in categorie A of C kan ontheffing worden verleend van het bepaalde onder. c. artikel 6, zevende lid sub a Het bepaalde onderis niet van toepassing bij georganiseerde radio-amateurpeilevenementen. 8 Aan de machtiginghouder in een categorie A of C kan voor bijzondere experimenten toestemming worden verleend af te wijken van de in de voorschriften en beperkingen voorgeschreven klassen van uitzending, de toegewezen frequenties en het toegestane zendvermogen. 9 De machtiginghouder dient bij het gebruik van het Amateurstation overlast in het radioverkeer te voorkomen. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 7 — Artikel 7 Uitzenden van de roepletters#
Artikel 7 Uitzenden van de roepletters 1 artikel 8 Bij het begin en bij het einde van elke uitzending dient de machtiginghouder zijn roepletters ten minste eenmaal uit te zenden conform. Is de uitzending opgebouwd uit kortdurende uitzendingen over en weer met andere stations, dan wordt deze reeks kortdurende uitzendingen aangemerkt als één uitzending. 2 artikel 8 Gedurende de uitzending dienen de roepletters ten minste eenmaal per 5 minuten duidelijk herkenbaar en waarneembaar in de over te dragen informatie conformte worden uitgezonden. 3 Indien tijdens een georganiseerde radiowedstrijd een groepsstation wordt gevormd is het toegestaan dat de deelnemers de roepletters van één van de deelnemende machtiginghouders gebruiken. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 8 — Artikel 8 Wijze van uitzending van de roepletters#
Artikel 8 Wijze van uitzending van de roepletters artikel 7, eerste en tweede lid Het uitzenden van de roepletters volgens, geschiedt op één van de hierna volgende wijzen: 1. Door middel van spraak a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A3E, H3E, J3E, R3E, F3E en G3E. b. De roepletters dienen als volgt gespeld te worden: A Alfa B Bravo C Charlie D Delta E Echo F Foxtrot G Golf H Hotel I India J Juliett K Kilo L Lima M Mike N November O Oscar P Papa Q Quebec R Romeo S Sierra T Tango U Uniform V Victor W Whiskey X X-Ray Y Yankee Z Zulu 2. Door middel van morse-telegrafie a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A1A, A2A, F1A, F2A, J2A, G1A en G2A. b. Toegestaan is een seinsnelheid van ten hoogste dertig woorden per minuut. 3. Door middel van automatische telegrafie a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A1B, A2B, F1B, F2B en J2B. b. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn. 4. Door middel van data overdracht a. De toegelaten klassen van uitzending zijn: F1D, F2D en P2D. b. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn . 5. Door middel van beeldoverdracht a. Facsimilé en Slow-scan televisie (SSTV) 1. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A1C, A2C, A3C, J2C, J3C, F1C, F2C, F3C, G1C, G2C en G3C. 2. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn. b. Amateurtelevisie 1. De toegelaten klassen van uitzending zijn: A3F, C3F en F3F. 2. De roepletters moeten aan de ontvangzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn. 6. Afwijkingen Indien bij automatische telegrafie, data overdracht of beeldoverdracht niet aan de voorgeschreven wijze van identificatie kan worden voldaan dient de identificatie te geschieden door middel van spraak of morse-telegrafie. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 9 — Artikel 9 Tegenstations#
Artikel 9 Tegenstations De machtiginghouder mag uitsluitend radioverbindingen maken met radiozendamateurs, gebruikers van verenigings- en onderwijsstations alsmede gebruikers van andere stations die bevoegd zijn met hem radioverbindingen te maken. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 10 — Artikel 10 Onderdrukking van ongewenste hoofdfrequente uitstralingen#
Artikel 10 Onderdrukking van ongewenste hoofdfrequente uitstralingen Zendinrichtingen die op een bepaalde plaats tot storing kunnen leiden of hebben geleid, dienen te voldoen aan onderstaande tabel voor de onderdrukking van ongewenste hoogfrequente uitstralingen. Dit artikel is niet van toepassing op ongemodificeerde zenders die voldoen aan het Besluit elektromagnetische compatibiliteit (Stb. 1995, 387). Frequentieband waarin de ongewenste hoogfrequente uitstraling plaatsvindt Zendvermogen n Maximaal toegestaan vermogen per hoogfrequent component 9 kHz - 40 MHz < 1 watt 100 microwatt > 1 watt -40 dB *) 40 MHz - 960 MHz < 10 watt 10 microwatt > 10 watt -60 dB *) 960 MHz - 17,7 GHz < 10 watt 100 microwatt > 10 watt -50 dB *) > 17,7 GHz – Naar de stand van de techniek 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 11 — Artikel 11 Controle van de uitzendingen#
Artikel 11 Controle van de uitzendingen De machtiginghouder moet er voor zorgdragen dat door de uitzendingen van de zendinrichting de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 12 — Artikel 12 Gebruiksbepalingen#
Artikel 12 Gebruiksbepalingen De machtiginghouder mag het Amateurstation uitsluitend gebruiken in overeenstemming met de in het navolgende schema weergegeven combinaties: Categorie Toegestane zend- Frequentiebanden Status 1 P = primaire status Amateurdienst, S = secundaire status Amateurdienst Klassen van uitzending machtiging vermogen in watt in MHz Van Tot A 400 0.1357 0.1378 S A1A 10.1 n2 Het houden van radiowedstrijden is niet toegestaan. 10.15 A1A, F1A, G1A, J2A 1.81 1.85 P Geen beperkingen ten aanzien van klassen van uitzen- ding tenzij in de voorschriften anders is bepaald. 3.5 3.8 7.0 7.1 14.0 14.35 18.068 18.168 21.0 21.45 24.89 24.99 28.0 29.7 A/C 120 50.0 50.45 S A/C 400 144.0 146.0 P 430.0 436.0 436.0 440.0 S A/C 120 1240.0 1300.0 2320.0 2450.0 3400.0 3410.0 5650.0 5850.0 10000.0 10500.0 24000.0 24050.0 P 24050.0 24250.0 S 47000.0 47200.0 P 75500.0 76000.0 76000.0 81000.0 S 142000.0 144000.0 P 144000.0 149000.0 S 241000.0 248000.0 248000.0 250000.0 P N 25 144.110 144.130 P A1A 144.275 144.350 A1A, J3E 144.992 145.795 A1A, F1A, F1B, F2A, F2B, F3E, G3E 430.000 432.500 P A1A, F1A, F2A, F3E, G3E, J3E, F1B, F2B, G1B, G2B, F1D, F2D, G1D, G2D 433.992 433.583 F1A, F2A, F3E, G3E 1998 85 07-05-1998 21-04-1998 RDR/427829.JZ 1998 85 07-05-1998 21-04-1998 RDR/427829.JZ 01-07-1998
Artikel 13 — Artikel 13 Overgangsbepaling#
Artikel 13 Overgangsbepaling artikel 6 achtste lid Machtiginghouders die op het moment van inwerkingtreding van deze voorschriften en beperkingen reeds experimenteren met hogere vermogens (maximaal 400 watt) dan op grond van deze voorschriften is toegestaan kunnen binnen 3 maanden na datum van inwerkingtreding van deze voorschriften en beperkingen, op grond van, een aanvraag doen tot het verkrijgen van een Bijzondere Toestemming. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen radiozendamateurs Devan 30 december 1988 (Stcrt. 1988, 254) worden hierbij ingetrokken. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze voorschriften en beperkingen treden in werking met ingang van 1 september 1996. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen radiozendamateurs Deze voorschriften en beperkingen kunnen worden aangehaald als:. 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 1996 163 26-08-1996 12-08-1996 HDTP/RDR/349169 01-09-1996
Artikel 3#
art. 3 lid 1