Beschikking Instantloterij 1996
- BWB-id
- BWBR0009240
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-01-01 t/m 2006-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009240
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/beschikking-instantloterij-1996
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/beschikking-instantloterij-1996/2004-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009240&g=2004-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009240&z=2026-06-06&g=2004-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009240/2004-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/beschikking-instantloterij-1996
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beschikking wordt verstaan onder: a. de wet: Wet op de kansspelen de; b. de ministers: de Minister van Justitie en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; c. de stichting: Stichting de Nationale Sporttotalisator; d. het college: artikel 33 van de wet het College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in; e. instantloterij: artikel 14a, tweede lid, van de wet een loterij als bedoeld in; f. verkooppunt: een inrichting als bedoeld in artikel 14c, tweede lid, onderdeel b. van de wet; g. uitgifte van deelnamebewijzen: het door de stichting afgeven van deelnamebewijzen aan de verkooppunten; h. prijzenreserve: een reservering die is opgebouwd uit niet geïnde prijzen. 2000 251 28-12-2000 14-12-2000 870/0181/5971 2000 251 28-12-2000 14-12-2000 870/0181/5971 30-12-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan de stichting wordt voor de duur van vijf jaren, te rekenen van 1 mei 2001 tot en met 30 april 2006, vergunning verleend tot het organiseren van instantloterijen. 2 artikel 3 artikel 19 Aan de in het eerste lid bedoelde vergunning worden de intot en metvervatte voorschriften verbonden. 2001 88 08-05-2001 26-04-2001 870/0181/0151121 2001 88 08-05-2001 26-04-2001 870/0181/0151121 01-05-2001 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De stichting spant zich in voor de inachtneming van de vergunningsvoorschriften, de statuten en de reglementen van de stichting. 2 De statuten en reglementen van de stichting, alsmede wijziging daarvan, behoeven de voorafgaande goedkeuring van de ministers. 3 De reglementen behelzen in ieder geval bepalingen inzake de deelnemingsvoorwaarden, de wijze waarop de prijzenreserve kan worden benut, de voorschriften en vergoedingen voor de verkooppunten, alsmede de bestemming van de netto-opbrengst van de instantloterijen. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De stichting zorgt voor een doelmatige administratie, organisatie en uitvoering van de instantloterijen. 2 De stichting treft alle noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de naleving van de aan deze vergunning verbonden voorschriften en de op grond daarvan opgestelde reglementen door de organisaties en personen die op enigerlei wijze bij de administratie, organisatie en uitvoering van de instantloterijen zijn betrokken. 2000 251 28-12-2000 14-12-2000 870/0181/5971 2000 251 28-12-2000 14-12-2000 870/0181/5971 30-12-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1, aanhef en onder b artikel 14d, eerste lid, van de wet De stichting ziet erop toe dat de verkooppunten niet in strijd handelen met het bepaalde in, of. 2 De stichting geeft met het oog op het in het eerste lid bedoelde toezicht een door de ministers aangewezen onafhankelijke instelling opdracht tot het opstellen en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten. 3 artikelen 1, aanhef en onder b artikel 14d, eerste lid, van de wet In de door de stichting met de verkooppunten te sluiten overeenkomsten wordt de bepaling opgenomen dat indien de stichting constateert dat het verkooppunt in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in de, of, de stichting met onmiddellijke ingang de overeenkomst opschort voor een door de stichting te bepalen duur van tenminste drie maanden en ten hoogste drie jaren. 4 artikel 15, eerste lid Van het ingevolge het eerste lid gehouden toezicht en van de ingevolge het derde lid genomen maatregelen wordt mededeling gedaan in het in, bedoelde jaarverslag. 5 Van de ingevolge het tweede lid gehouden controles wordt per kwartaal mededeling gedaan aan de ministers en wordt mededeling gedaan aan het college en in het jaarverslag. 2003 219 12-11-2003 03-11-2003 L.O.870/0181/0351918 2003 219 12-11-2003 03-11-2003 L.O.870/0181/0351918 01-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het aantal per kalenderjaar te houden instantloterijen en het aantal per instantloterij uit te geven deelnamebewijzen wordt bepaald door de stichting, met dien verstande dat per kalenderjaar in totaal ten hoogste 120 miljoen loten mogen worden uitgegeven. 2 Per instantloterij wordt van de bruto-opbrengst ten minste 47,5% en ten hoogste 65% bestemd voor uitkering van de prijzen. 3 De inleg bedraagt ten hoogste € 5,- per lot. De stichting kan gratis loten uitgeven. 4 De stichting kan instantloten in delen uitgeven. De inleg per deel van een instantlot wordt naar evenredigheid berekend. 5 Elk deel van een instantlot geeft aanspraak op een evenredig deel van de eventueel daarop gewonnen prijs. 2003 219 12-11-2003 03-11-2003 L.O.870/0181/0351918 2003 219 12-11-2003 03-11-2003 L.O.870/0181/0351918 01-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 38 van de wet Voor de toepassing vanontstaan aanspraken, voortvloeiende uit de deelneming aan een instantloterij, op de dag waarop een aanvang wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen van de betreffende instantloterij. 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 31-12-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het aantal verkooppunten van de instantloterijen bedraagt ten hoogste 5.000. 2 Uitgesloten als verkooppunt zijn inrichtingen waar activiteiten worden ontplooid welke in belangrijke mate zijn gericht op personen beneden de leeftijd van achttien jaren. 3 Aan de verkooppunten wordt een vergoeding voor verrichte werkzaamheden toegekend van ten hoogste 10% van de bruto-opbrengst van de door deze verkooppunten verkochte loten. 1999 80 27-04-1999 21-04-1999 870/0181/149-8 1999 80 27-04-1999 21-04-1999 870/0181/149-8 29-04-1999
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a De stichting is gerechtigd tot het organiseren van instantloterijen ten behoeve van derden, onder de volgende voorwaarden: a. de volledige oplaag van de desbetreffende loterij wordt tegen de daarvoor verschuldigde inleg aan die derden ter beschikking gesteld; b. de loten worden door deze derde om niet uitgegeven; c. artikel 8, tweede lid de loten mogen door deze derde niet worden uitgegeven via de inrichtingen als genoemd in. 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 31-12-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de preventie van kansspelverslaving en treft de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om onmatige deelneming aan de instantloterij zo veel mogelijk te voorkomen. 2 De stichting ziet erop toe dat de verkooppunten onmatige deelneming aan de instantloterij tegengaan. In de door de stichting op te stellen voorschriften voor de verkooppunten worden daartoe nadere regels gegeven. 3 artikelen 1, aanhef en onder b 14d, eerste lid van de wet In de door de stichting met de verkooppunten te sluiten overeenkomsten wordt de bepaling opgenomen dat indien de stichting constateert dat het verkooppunt in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in de, of, de stichting met onmiddellijke ingang de overeenkomst opschort voor een door de stichting te bepalen duur van tenminste drie maanden en ten hoogste drie jaren. 4 De stichting geeft met het oog op het in het tweede lid bedoelde toezicht een door de ministers aangewezen onafhankelijke instelling opdracht tot het opstellen en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten. 5 Van de ingevolge het tweede lid gehouden toezicht en de ingevolge het vierde lid gehouden controles wordt per kwartaal mededeling gedaan aan de ministers en aan het college en wordt mededeling gedaan in het jaarverslag. 6 De deelnamebewijzen zijn aan de voorzijde voorzien van de duidelijk leesbare tekst: Zet niet alles op het spel - speel met mate. 7 De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de wervings- en reclameactiviteiten en neemt daarbij de haar door de ministers gegeven aanwijzingen in acht. 2003 219 12-11-2003 03-11-2003 L.O.870/0181/0351918 2003 219 12-11-2003 03-11-2003 L.O.870/0181/0351918 01-01-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De stichting garandeert een zodanige kwaliteit van de deelnamebewijzen dat redelijkerwijze fraude en misbruik wordt uitgesloten. 2 Tekens, voorstellingen of opschriften op de deelnamebewijzen die de winstmogelijkheden aangeven, mogen niet misleidend zijn of anderszins aanleiding kunnen geven tot misvatting. 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 31-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De mechanische, elektrische en elektronische processen die gebezigd worden bij de deelneming, prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen, zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring en periodieke controle door een door de ministers aangewezen onafhankelijke deskundige of instelling. 2 Het onderzoek door de overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling geschiedt met het oog op de controle en het toezicht op de naleving van de vergunningsvoorwaarden en de voorschriften met betrekking tot het voorkomen van fraude en misbruik. 3 De door de stichting opgestelde produktspecificaties van een te houden instantloterij behoeven, alvorens opdracht wordt gegeven tot produktie van de loten voor de betreffende loterij de goedkeuring van de overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling. 4 De overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling controleert de conformiteit van de desbetreffende instantloterij met de in het derde lid bedoelde specificaties. 5 Het verslag van de bevindingen van de overeenkomstig het eerste lid aangewezen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling wordt uiterlijk binnen twee maanden na afloop van een kalenderjaar door de stichting ter kennis gebracht van de ministers en het college. 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 1997 249 29-12-1997 19-12-1997 L.O.870/0181/828.4 31-12-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Prijzen tot ten hoogste € 454 kunnen betaalbaar worden gesteld bij de verkooppunten. De overige prijzen worden betaalbaar gesteld ten kantore van de stichting. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 5125491/01/06 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 5125491/01/06 01-01-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De netto-opbrengst van de krachtens deze vergunning georganiseerde instantloterijen wordt gevormd door het verschil tussen de bruto-opbrengst, zijnde het totaal van de door de deelnemers bijeengebrachte inleg, en de som van de voor prijzen bestemde bedragen, de vergoeding voor de verkooppunten en de kosten die door de Lotto ten behoeve van de exploitatie van de instantloterijen worden gemaakt. 2 Als exploitatiekosten als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend aangemerkt de kosten die rechtstreeks verband houden met het organiseren van de kansspelen krachtens deze vergunning en die redelijkerwijs gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten. Andere kosten van de stichting kunnen niet als exploitatiekosten worden aangemerkt dan na goedkeuring door de ministers. 3 Onder de netto-opbrengst wordt mede begrepen de anders dan uit de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen verworven inkomsten. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De netto-opbrengst dient geheel te worden besteed ter verwezenlijking van doeleinden van algemeen belang, gelegen op het terrein van de sport en de lichamelijke vorming, alsmede van het maatschappelijk welzijn, de volksgezondheid en de cultuur. 2 Gerekend over een kalenderjaar komt de netto-opbrengst: a. voor 35% ten goede aan instellingen en personen werkzaam op het gebied van de cultuur, het maatschappelijk welzijn en de volksgezondheid, die beneficianten zijn van de Stichting Algemene Loterij Nederland; b. voor 65% aan de Vereniging Nederlands Olympisch Comité/Nederlandse Sport Federatie, gevestigd te Arnhem; 3 artikel 16, eerste lid Uiterlijk binnen twee maanden na afloop van een kalenderjaar dient de stichting de gehele netto-opbrengst over dat kalenderjaar te hebben afgedragen aan de in het tweede lid genoemde instellingen. Daarvan wordt verslag gedaan in de in, bedoelde jaarrekening. 2000 251 28-12-2000 14-12-2000 870/0181/5971 2000 251 28-12-2000 14-12-2000 870/0181/5971 30-12-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De stichting zendt binnen één maand na het einde van elk kwartaal aan de ministers en het college een verslag betreffende het financiële verloop, alsmede andere door de ministers noodzakelijk geachte gegevens, over dat kwartaal. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek De stichting stelt een jaarrekening en een jaarverslag op welke voldoen aan de eisen gesteld in. De ministers kunnen, aanwijzingen geven omtrent de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag. 2 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek het vierde en het vijfde lid van artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De stichting verleent aan een accountant als bedoeld inopdracht tot onderzoek van de jaarrekening. De uitslag van dit onderzoek wordt weergegeven in een verslag en een verklaring als bedoeld in onderscheidenlijk. Het onderzoek dient mede betrekking te hebben op de naleving door de stichting van het bepaalde in deze beschikking. 3 artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De stichting voert een zodanig beheer dat een goedkeurende verklaring als bedoeld inkan worden afgegeven. 4 Binnen vier maanden na afloop van een kalenderjaar zendt de stichting de jaarrekening met het verslag en de verklaring, alsmede het jaarverslag aan de ministers en aan het college. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De stichting verleent in overeenstemming met de ministers aan een onafhankelijke instelling opdracht tot het gedurende een periode van ten minste vier jaren verrichten van longitudinaal onderzoek naar het gedrag van deelnemers aan de instantloterij. 2 De in het eerste lid bedoelde instelling rapporteert jaarlijks aan de ministers en aan het college. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 5, tweede lid artikel 11, eerste lid artikel 16, tweede lid artikel 17, eerste lid De kosten verbonden aan de controle ingevolge, de goedkeuring en controle ingevolge, het onderzoek als bedoeld inen het onderzoek als bedoeld in, zijn voor rekening van de stichting. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De door de ministers aangewezen ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inlichtingen van de stichting te vorderen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden van de stichting, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs van ontvangst. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Na de inwerkingtreding van deze beschikking berusten de krachtens de Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92) vastgestelde besluiten op deze beschikking. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92) wordt ingetrokken. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze Beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Deze beschikking wordt aangehaald als: Beschikking instantloterij 1996. 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 2000 111 13-06-2000 25-05-2000 870/0181/678 15-06-2000 De wijzigingsopdracht van artikel 16 is niet geheel juist.