Nadere regels attractie- en speeltoestellen
- BWB-id
- BWBR0008545
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2017-02-01 t/m 2023-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008545
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/nadere-regels-attractie-en-speeltoestellen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/nadere-regels-attractie-en-speeltoestellen/2017-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008545&g=2017-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008545&z=2026-06-06&g=2017-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008545/2017-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/nadere-regels-attractie-en-speeltoestellen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder: a. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen besluit:; b. sub-contractor: een instelling waaraan een aangewezen instelling productonderzoek en daartoe te verrichten metingen uitbesteedt. 2014 11459 24-04-2014 11-04-2014 356349-119274-WJZ 2014 11459 24-04-2014 11-04-2014 356349-119274-WJZ 25-04-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2009 17769 23-11-2009 13-11-2009 VGP/VC2969297 2009 17769 23-11-2009 13-11-2009 VGP/VC2969297 24-11-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2009 17769 23-11-2009 13-11-2009 VGP/VC2969297 2009 17769 23-11-2009 13-11-2009 VGP/VC2969297 24-11-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 7a, eerste lid, van de wet bijlage I Voor aanwijzing ingevolgeals aangewezen instelling met betrekking tot attractie- en speeltoestellen komen slechts instellingen in aanmerking die voldoen aan de invermelde voorwaarden. 2003 157 18-08-2003 06-08-2003 A&G/W&P/2003/53370 2003 339 28-08-2003 15-08-2003 01-09-2003 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II, eerste,
derde en vierde lid van de Wijzigingswet Warenwet met het oog op de
incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de
gevaarlijke werktuigen, enz. in werking treedt.
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 7c, tweede lid, van de wet In het jaarverslag, bedoeld in, worden door de aangewezen instelling ten minste de volgende onderwerpen behandeld: a. de door de instelling afgegeven, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten; b. wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende accreditaties, reglementen en procedures; c. wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende taakverdeling; d. wijzigingen in de bestuurssamenstelling; e. wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement; f. aan derden uitbestede werkzaamheden; g. structurele knelpunten op het werkveld van de instelling die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan; h. het gevoerde overleg en de samenwerking op het werkveld met andere instellingen; i. door de instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan; j. tegen de besluiten van de instelling ingediende bezwaren en ingestelde beroepen en de wijze van afhandeling daarvan; k. een financieel verslag betreffende de activiteiten waarvoor de instelling is aangewezen. 2003 157 18-08-2003 06-08-2003 A&G/W&P/2003/53370 2003 339 28-08-2003 15-08-2003 01-09-2003 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II, eerste,
derde en vierde lid van de Wijzigingswet Warenwet met het oog op de
incorporatie van productveiligheidsvoorschriften uit de Wet op de
gevaarlijke werktuigen, enz. in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 5, eerste lid, van het besluit bijlage II Als normen, bedoeld inworden aangewezen de inbij deze regeling vermelde normen. 1997 33 17-02-1997 12-02-1997 GZB/C&O\966008 1997 33 17-02-1997 12-02-1997 GZB/C&O\966008 19-02-1997
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 2014 11459 24-04-2014 11-04-2014 356349-119274-WJZ 2014 11459 24-04-2014 11-04-2014 356349-119274-WJZ 25-04-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage III Een certificaat van goedkeuring voor een attractie- of speeltoestel komt overeen met het bij deze regeling alsgevoegde model. 2 bijlage IV Een certificaat van goedkeuring voor een attractietoestel als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur overeenkomstig de termijn volgend uit de matrix voor de periodiciteit van keuring van attractietoestellen in, met dien verstande dat, indien buiten toedoen van de toestelhouder niet tijdig kan worden gekeurd, het certificaat van goedkeuring zijn geldigheid behoudt gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de einddatum van de termijn waarvoor het is afgegeven. 3 Een certificaat voor speeltoestellen als bedoeld in het eerste lid heeft een onbeperkte geldigheidsduur. 4 artikel 8, derde lid, van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen Type certificaten, die zijn afgegeven als gevolg van een keuring op de wijze vanmogen alleen worden uitgegeven indien zowel het typekenmerkend monster alsmede het technisch constructiedossier aan de relevante geldende NEN EN normen voldoen. Indien publicatie van een nieuwe of gewijzigde NEN EN-norm plaats vindt dient een mogelijke nieuwe keuring binnen een jaar na de publicatie van de desbetreffende NEN EN-norm plaats te vinden. 5 Ten aanzien van een attractietoestel dat na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring (Stcrt. PM) nog niet eerder is gekeurd wordt de periodiciteit door een aangewezen instelling bepaald tijdens de eerste keuring. 6 bijlage IV Een attractietoestel dat voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring voor attractietoestellen (Stcrt. PM) is gekeurd, behoudt zijn goedkeuring tot de afloop van de in het certificaat gestelde termijn. Bij de eerstvolgende keuring zal de benodigde periodiciteit aan de hand van de matrix uitbij dit besluit door de aangewezen instelling worden bepaald en zal het desbetreffende attractietoestel worden geregistreerd in de database van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, na melding door de aangewezen instelling. 2017 4901 31-01-2017 24-01-2017 1075205-159882-VGP 2017 4901 31-01-2017 24-01-2017 1075205-159882-VGP 01-02-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een attractietoestel dat is voorzien van een certificaat van goedkeuring, wordt door de aangewezen instelling tevens voorzien van een merk van goedkeuring met een uniek identificatienummer. 2 Het merk van goedkeuring is bij de eerstvolgende keuring na inwerkingtreding na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen voor attractietoestellen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring (Stcrt. PM) een duurzame plaat met onuitwisbare opschriften of aanduidingen, onlosmakelijk op of in het attractietoestel, op een essentieel onderdeel van het attractietoestel en op een duidelijk zichtbare plaats aangebracht. 3 Het merk van goedkeuring is bij een periodieke keuring volgend op een keuring als bedoeld in het tweede lid een sticker. 4 Het merk bevat overeenkomstig onderstaand model de volgende gegevens: ‘GOEDGEKEURD’, de maand en het jaar van de keuring op grond waarvan het certificaat van goedkeuring is afgegeven, de naam van de aangewezen instelling, het nummer van het certificaat van goedkeuring en het unieke identificatienummer van het attractietoestel. De unieke nummers worden door de aangewezen instelling aangevraagd bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Model voor merk van goedkeuring: GOEDGEKEURD: Maand, jaar EERSTVOLGENDE KEURING: Maand, jaar Naam keuringsinstantie Certificaat nr. ... Identificatie nr. ... 2016 19088 15-04-2016 22-03-2016 944108-148336-VGP 2016 189 24-05-2016 10-05-2016 25-05-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit Wijziging
Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (uitvoeren van
aanbevelingen uit de evaluatie en rapportages) (Stb. 2016/134) in
werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 artikel 8, tweede lid, van het besluit In afwijking vanzijn fabrikanten en importeurs van eenvoudige attractietoestellen, aan wie ten gevolge van de goedkeuring van een het type kenmerkend monster als bedoeld ineen certificaat van goedkeuring is afgegeven, gedurende de geldigheidsduur van het voornoemde certificaat, verplicht tot het aanbrengen van een merk van goedkeuring als bedoeld in artikel 7 op de door hen vervaardigde of geãmporteerde toestellen, die geheel overeenkomstig het goedgekeurde monster zijn vervaardigd, voordat zij deze toestellen voor het eerst in het verkeer brengen. 2 artikel 7 In afwijking vanvermeldt het merk van goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, in plaats van de maand en het jaar van de keuring, de maand en het jaar waarin het merk op het toestel wordt aangebracht. Het merk van goedkeuring verliest zijn geldigheidsduur twaalf maanden na de datum die erop staat vermeld, met dien verstande dat, indien buiten toedoen van de toestelhouder niet tijdig kan worden gekeurd, het merk zijn geldigheid behoudt gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de termijn waarvoor het is afgegeven. 2016 19088 15-04-2016 22-03-2016 944108-148336-VGP 2016 189 24-05-2016 10-05-2016 25-05-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit Wijziging
Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (uitvoeren van
aanbevelingen uit de evaluatie en rapportages) (Stb. 2016/134) in
werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1997 33 17-02-1997 12-02-1997 GZB/C&O\966008 1997 33 17-02-1997 12-02-1997 GZB/C&O\966008 19-02-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regels attractie- en speeltoestellen. 1997 33 17-02-1997 12-02-1997 GZB/C&O\966008 1997 33 17-02-1997 12-02-1997 GZB/C&O\966008 19-02-1997
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6, tweede lid