Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat en van de Staatssecretaris van Defensie van 6 februari 1997, DGRLD/VI/L 97.710034, inzake het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen binnen geluidszones rond luchtvaartterreinen
- BWB-id
- BWBR0008540
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0008540
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-geluidwerende-voorzieningen-1997
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-geluidwerende-voorzieningen-1997/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0008540&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0008540&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0008540/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-geluidwerende-voorzieningen-1997
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: wat de burgerluchtvaart betreft: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; wat de militaire luchtvaart betreft: de Minister van Defensie; b. gebouw: bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving gebouw als bedoeld in; c. woning: bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving woonfunctie als bedoeld in; d. geluidsgevoelige ruimten van woningen: ruimten binnen woningen voor zover die kennelijk duurzaam als slaap-, woon- of eetkamer worden gebruikt of voor een zodanig gebruik zijn bestemd; e. ander geluidsgevoelig gebouw: bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving gebouw met een onderwijsfunctie of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in; f. geluidsgevoelige ruimten van andere geluidsgevoelige gebouwen: les-, theorie- en studielokalen van gebouwen met een onderwijsfunctie, alsmede onderzoeks- en behandelings-, recreatie- en conversatieruimten en woon- en slaapruimten van gebouwen met een gezondheidszorgfunctie; g. geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie: grootheid die het verschil tussen het niveau van het invallende geluid aan de buitenzijde van een uitwendige scheidingsconstructie en het geluidsniveau in een ruimte achter deze constructie in een getal weergeeft; h. kostenbegrenzingswaarde: bijlage I maximaal door de minister ter beschikking te stellen bedrag voor de geluidwerende voorzieningen en het aanbrengen daarvan, dat de uitkomst is van de berekening volgensbij deze regeling; i. geluidscontour Rotterdam: desbetreffende geluidscontour van de luchthaven Rotterdam, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; j. geluidscontour Lelystad: desbetreffende geluidscontour van de luchthaven Lelystad, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b; k. geluidsbelasting in Ke: artikel 3, tweede lid, van het Besluit militaire luchthavens geluidsbelasting als bedoeld in; l. omgevingsvergunning voor het bouwen: artikel 40, eerste lid, van de Woningwet artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet vergunning als bedoeld in, omgevingsvergunning als bedoeld in, omgevingsvergunning als bedoeld invoor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit of omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet; m. onderzoek: akoestisch en bouwtechnisch onderzoek van geluidsgevoelige gebouwen; n. NEN-5077: NEN 5077 als bedoeld in bijlage II bij de Omgevingsregeling; o. NEN-EN-ISO 12354-3: NEN-EN-ISO 12354-3 als bedoeld in bijlage II bij de Omgevingsregeling; p. NPR-5079: door het Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven Nederlandse praktijkrichtlijn ‘Geluidwering in gebouwen – Het bepalen en hanteren van ééngetalsaanduidingen voor de geluidwering in gebouwen en van bouwelementen’, publicatiejaar 1999; q. NPR-5272: door het Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven Nederlandse praktijkrichtlijn ‘Geluidwering in gebouwen – Aanwijzingen voor de toepassing van het rekenvoorschrift voor de geluidwering van gevels op basis van NEN-EN 12354-3’, publicatiejaar 2003. 2 Voor de toepassing van deze regeling zijn: a. bijlage 3 voor de luchthaven Rotterdam de geluidscontouren, behorende bij de maximale waarden 40, 50 en 55 Ke, opgenomen inbij deze regeling; b. bijlage 4 voor de luchthaven Lelystad de geluidscontouren, behorende bij de maximale waarden 40, 50, 55 en 65 Ke, opgenomen inbij deze regeling. 2022 25973 04-11-2022 25-10-2022 IENW/BSK-2022/216009 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Tenzij in deze regeling anders is bepaald, worden op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen aangebracht aan geluidsgevoelige ruimten van: a. een woning die: 1º. op het tijdstip van vaststelling van de geluidscontour Rotterdam of de geluidscontour Lelystad daarbinnen reeds aanwezig is, of nog niet aanwezig is maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, en 2°. volgens de geluidscontour Rotterdam of de geluidscontour Lelystad een geluidsbelasting van 40 Ke of hoger ondervindt; b. een ander geluidsgevoelig gebouw dat: 1º. op het tijdstip van vaststelling van de geluidscontour Rotterdam of de geluidscontour Lelystad daarbinnen reeds aanwezig is, of nog niet aanwezig is maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, en 2°. voor de luchthaven Rotterdam of voor de luchthaven Lelystad een geluidsbelasting van 40 Ke of hoger ondervindt. 2 Onverminderd het eerste lid, worden op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen aangebracht aan geluidsgevoelige ruimten van woningen die direct grenzen aan en een ononderbroken gebouweenheid vormen met een of meer woningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, mits eerstbedoelde woningen een geluidbelasting van niet minder dan 39 Ke ondervinden. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2, eerste lid artikel 12, eerste lid Geluidwerende voorzieningen worden niet aangebracht aan de in, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het isolatieprogramma, bedoeld in: a. artikel 19 Woningwet 1962 Woningwet vast staat dat de geluidsgevoelige ruimten van de betreffende woningen reeds voldoen aan, dan wel aan overeenkomstige eisen hadden moeten voldoen op grond van de geluidweringsvoorschriften ingevolge deof de; b. vaststaat dat zij onteigend maar nog bewoond zijn, dan wel de verwachting bestaat dat zij binnen vijf jaar na de bekendmaking van het isolatieprogramma zullen worden of zijn onteigend of dat de bewoning om andere redenen binnen die termijn zal worden gestaakt; c. hoofdstuk III, afdeling 3, van de Woningwet vast staat dat zij onbewoonbaar zijn verklaard, dan wel een procedure tot onbewoonbaarverklaring, bedoeld in, aanhangig is gemaakt; d. vervallen; e. vast staat dat zij niet voor permanente bewoning geschikt of bedoeld zijn of daar niet voor worden gebruikt; f. vast staat dat zij behoren tot de categorieën woonschepen of woonwagens; g. bijlage 3 bijlage 4 de verwachting bestaat dat zij binnen twee jaar na bekendmaking van het isolatieprogramma of na bekendmaking van een deelproject, door het wijzigen of het vervallen van de geluidscontour Rotterdam of van de geluidscontour Lelystad, niet meer binnen de geluidscontour die behoort bij de waarde van 40 Ke, als bedoeld inrespectievelijk, aanwezig zullen zijn; h. bijlage 2 artikel 19, eerste lid vaststaat dat aan de desbetreffende woningen met toepassing van deze regeling reeds van rijkswege geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, en de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidsgevoelige ruimte, bepaald volgensbij deze regeling zoals die gold op het moment waarop bedoelde geluidwerende voorzieningen werden aangebracht, 3 dB(A) of minder lager is dan de in, bedoelde waarde; i. vaststaat dat de desbetreffende woningen reeds in beschouwing voor toepassing van deze regeling zijn genomen en op grond van de volgende situaties besloten is om niet over te gaan tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen: 1°. artikel 6, derde lid er was sprake van constructieve gebreken of achterstallig onderhoud als bedoeld in, en 2°. artikel 19, eerste lid de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in, is minder dan 5 dB(A) lager dan de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie op het moment waarop de woning eerder in beschouwing is genomen. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien uit het onderzoek blijkt dat: a. artikel 2, eerste lid Woningwet 1962 Woningwet de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten van een woning, bedoeld in, meer dan 2 dB(A) lager is dan de waarde die bereikt had moeten worden op grond van de geluidweringsvoorschriften ingevolge deof de, en b. de geluidsbelasting in Ke hoger is dan op de datum waarop de omgevingsvergunning voor het bouwen krachtens welke de woning is gebouwd, is verleend, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan voordat bedoelde uitwendige scheidingsconstructie, binnen een door de Minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning in overeenstemming is gebracht met de onder a, bedoelde geluidweringsvoorschriften. 2 Indien het eerste lid van toepassing is, vinden de werkzaamheden tot het in overeenstemming brengen met de geluidweringsvoorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, en het van rijkswege aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen gelijktijdig plaats, indien de eigenaar daarom verzoekt. 3 Indien uit het onderzoek blijkt dat: a. artikel 2, eerste lid artikel 13 van de Woningwet de eigenaar van de in, bedoelde woningen is aangeschreven tot het op zijn kosten treffen van voorzieningen als bedoeld in; b. die voorzieningen verband houden met het kunnen aanbrengen van geluidwerende voorzieningen krachtens deze regeling, en c. die voorzieningen nog niet zijn aangebracht, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij burgemeester en wethouders op verzoek van de eigenaar ermee hebben ingestemd, dat het treffen van de onder a, bedoelde voorzieningen en het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen gelijktijdig plaatsvindt. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, eerste lid Besluit bouwwerken leefomgeving Indien uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in, of de bereikbaarheid van die ruimten, niet is voldaan aan de technische voorschriften voor bestaande bouw als opgenomen in het, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan voordat bedoelde ruimten en bereikbaarheid, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning in overeenstemming zijn gebracht met de die technische voorschriften. 2 De minister kan het eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 3 artikel 2, eerste lid Indien uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in, sprake is van zichtbare of aantoonbare constructieve gebreken of van achterstallig onderhoud, waaronder niet wordt verstaan aanpassingen die rechtstreeks voortvloeien uit het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan voordat bedoelde gebreken en achterstallig onderhoud, binnen een door de minister gestelde redelijke termijn, door en op kosten van de eigenaar van de woning zijn opgeheven. 4 Indien het eerste of het derde lid van toepassing is, vinden de werkzaamheden tot het in overeenstemming brengen met de eisen, bedoeld in het eerste lid, alsmede het opheffen van constructieve gebreken en van achterstallig onderhoud, bedoeld in het derde lid, en het van rijkswege aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen gelijktijdig plaats, indien de eigenaar daarom verzoekt. 5 Indien uit het onderzoek blijkt dat de kosten van de geluidwerende voorzieningen en het aanbrengen daarvan hoger zijn dan de kostenbegrenzingswaarde, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt. 6 Indien zich gedurende de uitvoering van de werkzaamheden in verband met het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen aan de woning constructieve gebreken openbaren die tot gevolg hebben dat de geluidwerende voorzieningen niet doelmatig kunnen worden aangebracht, en het Rijk die gebreken redelijkerwijs niet had behoeven te voorzien, worden de kosten in verband met het opheffen van die gebreken in overleg met de eigenaar op billijke wijze verdeeld tussen de eigenaar en het Rijk. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 14, derde lid artikel 13, derde lid, onderdeel d Indien de kosten van het aanbod, bedoeld in, hoger zijn dan de kosten bedoeld in, wordt niet tot het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen overgegaan, tenzij de eigenaar van de woning het verschil voor zijn rekening neemt. 2006 235 01-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1803 2006 235 01-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1803 03-12-2006 Voorheen art. 6a. Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 (aanpassingen uitvoering en enkele technische verbeteringen), Stcrt. 2006/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Artikel 3, aanhef en onder a, b, e, g, h en i artikel 5 artikel 6, eerste tot en met vierde lid en zesde lid artikel 7 artikel 2, eerste lid ,,, en, zijn van overeenkomstige toepassing op de in, bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen. 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2, eerste lid artikelen 13 14 De minister stelt in een isolatieprogramma vast welke woningen, bedoeld in, voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in beschouwing zullen worden genomen. Na vaststelling van het isolatieprogramma, kan de minister deelprojecten vaststellen waarin wordt aangegeven voor welke woningen uit het isolatieprogramma in een daarbij aangegeven periode achtereenvolgens uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 13 en 14. De minister kan besluiten voor woningen in een deelproject geen uitvoering te geven aan deen, indien op grond van een besluit tot het wijzigen of vervallen van de geluidscontour Rotterdam of de geluidscontour Lelystad wordt vastgesteld dat de woningen binnen twee jaar na vaststelling van het deelproject: a. bijlage 3 voor de luchthaven Rotterdam niet meer binnen de inbij deze regeling bedoelde geluidscontour die behoort bij de waarde van 40 Ke aanwezig zullen zijn; b. bijlage 4 voor de luchthaven Lelystad niet meer binnen de inbij deze regeling bedoelde geluidscontour die behoort bij de waarde van 40 Ke aanwezig zullen zijn. artikel 3 De inbedoelde woningen worden niet in het isolatieprogramma opgenomen. 2 Tot het moment waarop of een geluidscontour Rotterdam of een geluidscontour Lelystad wordt gewijzigd, wordt een woning door de Minister slechts éénmaal in beschouwing genomen. 3 De Minister stelt de eigenaren van de in het eerste lid bedoelde woningen die voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in beschouwing worden genomen, hiervan schriftelijk op de hoogte. De Minister stelt de eigenaren van de woningen die ingevolge het eerste lid niet in het isolatieprogramma worden opgenomen, hiervan schriftelijk op de hoogte. 4 In verband met het opstellen van het isolatieprogramma of deelprojecten, kan de Minister burgemeester en wethouders verzoeken met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woningen in ieder geval de volgende gegevens te verstrekken: a. namen en adressen van eigenaren; b. kadastrale gegevens; c. gegevens uit de registratie met betrekking tot de onroerende-zaakbelasting die de bestemming van de woning betreffen; d. tekeningen van woningen; e. de verstrekte omgevingsvergunningen voor het bouwen; f. artikel 3 een overzicht van de voornoodzakelijke gegevens. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, derde lid, eerste volzin Aan de in, bedoelde eigenaren wordt, zodra de woning die is opgenomen in het isolatieprogramma of een deelproject, in uitvoering wordt genomen, verzocht binnen twee maanden na verzending van de mededeling, schriftelijk toestemming te verlenen tot het uitvoeren van een onderzoek. 2 Indien de toestemming niet volledig, niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn of niet voor de gehele woning is verleend, wordt de desbetreffende eigenaren schriftelijk medegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 3 Indien toestemming tot het uitvoeren van een onderzoek is verleend, stelt de Minister binnen zes maanden na ontvangst daarvan een onderzoek in. Het resultaat van het onderzoek, met in ieder geval de volgende onderwerpen, wordt de Minister medegedeeld: a. een opgave van de geluidsgevoelige ruimten; b. een inventarisatie van bouwtechnische gegevens die van belang zijn voor het vaststellen van de aan te brengen geluidwerende voorzieningen; c. artikel 19 een opgave van de geluidwerende voorzieningen die moeten worden aangebracht om te voldoen aan; d. een raming van de ten laste van het Rijk komende kosten die zijn verbonden aan het aanbrengen van de onder c bedoelde geluidwerende voorzieningen; e. indien van toepassing, een raming van de ten laste van de eigenaren komende kosten voor: 1°. artikel 5, eerste lid, onderdeel a het uitvoeren van extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen met de in, bedoelde geluidweringsvoorschriften; 2°. artikel 5, derde lid het uitvoeren van extra voorzieningen met betrekking tot de in, bedoelde aanschrijvingen; 3°. artikel 6, eerste lid Besluit bouwwerken leefomgeving het uitvoeren van extra voorzieningen met betrekking tot het in overeenstemming brengen met de in, bedoelde technische voorschriften van het; 4°. artikel 6, derde lid het in, bedoelde opheffen van gebreken en van achterstallig onderhoud; 5°. artikel 6, vijfde lid het in, bedoelde verschil tussen het geraamde bedrag voor het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen en de kostenbegrenzingswaarde. 4 De Minister kan op verzoek van de eigenaar de resultaten van het onderzoek doen controleren. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De Minister stelt de eigenaren van de woningen die op basis van het onderzoek in overeenstemming moeten worden gebracht met: artikel 13, derde lid artikel 5, tweede lid artikel 6, vierde lid hiervan binnen zes weken na ontvangst van de resultaten, bedoeld in, schriftelijk op de hoogte. Aan hen wordt verzocht binnen twee maanden na ontvangst van deze mededeling, schriftelijk te verklaren dat zij zich verplichten, om binnen een door de Minister gestelde redelijke termijn de onder a tot en met d bedoelde werkzaamheden uit te voeren voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen, tenzij toepassing wordt gevraagd van, of van. a. artikel 5, eerste lid, onderdeel a de in, bedoelde geluidweringsvoorschriften; b. artikel 5, derde lid de in, bedoelde aanschrijvingen; c. artikel 6, eerste lid Besluit bouwwerken leefomgeving de in, bedoelde technische voorschriften van het; d. artikel 6, derde lid de in, bedoelde opheffing van gebreken en van achterstallig onderhoud, 2 artikel 5, tweede lid artikel 6, vierde lid De eigenaren van de woningen die op basis van het onderzoek voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in aanmerking komen, ontvangen binnen zes weken na het afronden van het onderzoek een aanbod met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende voorzieningen, alsmede, indien toepassing wordt gevraagd van, of van, een voorstel voor een overeenkomst met betrekking tot de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde werkzaamheden. 3 artikel 13, derde lid, onderdeel a artikel 7 Het aanbod kan op verzoek van de eigenaar betrekking hebben op een kleiner aantal geluidsgevoelige ruimten dan bedoeld in. Indien de eigenaar het verschil in kosten als bedoeld invoor zijn rekening neemt, wordt bij het aanbod tevens een voorstel voor een overeenkomst bijgevoegd. 4 artikel 6, vijfde lid artikel 19, zesde lid Indien, van toepassing is, kan het in het tweede lid bedoelde aanbod op verzoek van de eigenaar betrekking hebben op geluidwerende voorzieningen waarmee een lagere waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidsgevoelige ruimte wordt bereikt als bedoeld in. 5 Indien van toepassing wordt, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verklaring, het in het tweede lid bedoelde aanbod gedaan onder de voorwaarde dat de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde werkzaamheden binnen een door de minister gestelde redelijke termijn zijn uitgevoerd; 6 De eigenaren van de woningen, die op basis van het onderzoek niet in aanmerking komen voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 7 Aan de in het tweede lid bedoelde eigenaren wordt verzocht binnen twee maanden na ontvangst van het aanbod en, indien van toepassing, de overeenkomst, door middel van ondertekening schriftelijk te verklaren dat: a. zij voor alle geluidsgevoelige ruimten waar het aanbod betrekking op heeft, instemmen met de voorgestelde geluidwerende voorzieningen en toestemming geven tot het aanbrengen van de voorgestelde geluidwerende voorzieningen; b. zij zich verbinden tot het uitvoeren van de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde werkzaamheden; c. artikel 13, derde lid, onder e zij zich verbinden tot het nakomen van de in, bedoelde betalingsverplichtingen; d. zij de bij het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen verwijderde onderdelen prijsgeven; e. artikel 7 zij zich, indien van toepassing, verbinden tot het betalen van de inbedoelde kosten. 8 Na ondertekening van het aanbod en, indien van toepassing, van de overeenkomst, wordt de desbetreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld wanneer de geluidwerende voorzieningen naar verwachting zullen worden aangebracht. 9 In geval de ondertekening van het aanbod en, indien van toepassing, van de overeenkomst, niet binnen de in het zevende lid genoemde termijn heeft plaatsgevonden, wordt de desbetreffende eigenaren schriftelijk meegedeeld dat geen geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 2021 15868 26-03-2021 19-03-2021 2023 11246 19-04-2023 01-01-2024
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Artikel 12 artikel 13 met uitzondering van het derde lid, onderdeel e, onder 5° artikel 14 artikel 2, eerste lid ,, enzijn van overeenkomstige toepassing op de in, bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen. 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 2, eerste lid artikel 4 van bijlage 2 Geluidwerende voorzieningen die worden aangebracht ingevolge, dienen een zodanige kwaliteit te bezitten dat de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidsgevoelige ruimte, bepaald volgens artikel 3 dan wel, bij deze regeling, gelijk is aan: a. 30 tot 35 dB(A), indien de geluidsbelasting meer dan 40 Ke, doch niet meer dan 50 Ke bedraagt; b. 35 tot 40 dB(A), indien de geluidsbelasting meer dan 50 Ke, doch niet meer dan 55 Ke bedraagt; c. 40 dB(A), indien de geluidsbelasting meer dan 55 Ke bedraagt. 2 Indien de geluidsbelasting tussen de in het eerste lid, de onderdelen a of b, bedoelde Ke-waarden ligt, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van de rechtevenredige interpolatie tussen de in het eerste lid, onder a of b, bedoelde dB(A)-waarden van de geluidwering. Indien de waarde van de geluidwering eindigt op een halve eenheid, wordt zij naar beneden op een gehele eenheid afgerond. 3 artikel 4 van bijlage 2 De krachtens het eerste lid aan te brengen geluidwerende voorzieningen worden bepaald volgensbij deze regeling. In afwijking van de eerste volzin, kunnen ten aanzien van een aaneengesloten rij woningen, om redenen van architectonische waarde of eenvormig aanzicht, identieke geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. Bij toepassing van de tweede volzin worden aan de bedoelde woningen de geluidwerende voorzieningen aangebracht die voor de woning met de hoogste geluidsbelasting zijn vastgesteld. 4 artikel 4 van bijlage 2 Indien de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidsgevoelige ruimte, bepaald volgens artikel 3 dan wel, bij deze regeling, een waarde heeft die 3 dB(A) of minder lager is dan de in het eerste lid bedoelde waarde van de geluidwering, worden geen geluidwerende voorzieningen aangebracht. 5 artikel 14, derde lid Indien sprake is van een aanbod als bedoeld in, is het eerste lid alleen van toepassing op die geluidsgevoelige ruimten ten behoeve waarvan geluidwerende voorzieningen worden aangebracht. 6 Indien uit het onderzoek blijkt dat: a. artikel 6, vijfde lid de in het eerste lid bedoelde waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie ter bescherming van de geluidsgevoelige ruimte niet wordt bereikt zonder toepassing te geven aan, en b. artikelen 5 6 artikel 6, vijfde lid deen, met uitzondering van, niet van toepassing zijn, kan de in het eerste lid bedoelde waarde met ten hoogste 5 dB(A) worden verlaagd met dien verstande dat deze waarde minimaal 30 dB(A) bedraagt. 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De geluidwerende voorzieningen mogen niet leiden tot een essentiële vermindering van het comfort van de woning of het ander geluidsgevoelig gebouw ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen. 2 De kwaliteit van de geluidwerende voorzieningen moet zodanig zijn dat de effectiviteit -bij normaal onderhoud - voor een lange periode gewaarborgd is. Onderhoud of vervanging van de geluidwerende voorzieningen moet mogelijk zijn. 2006 235 01-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1803 2006 235 01-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1803 03-12-2006 Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 (aanpassingen uitvoering en enkele technische verbeteringen), Stcrt. 2006/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Geluidwerende voorzieningen worden aangebracht onder verantwoordelijkheid van de minister. 2 De minister is belast met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid. 3 artikel 19 artikel 3 van bijlage 2 De waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie als bedoeld in, wordt bij ten minste één op de twintig woningen of één op de twintig geluidsgevoelige ruimten in andere geluidsgevoelige gebouwen, waaraan geluidwerende voorzieningen krachtens deze regeling zijn aangebracht, door de minister door middel van meting gecontroleerd, volgens de inbij deze regeling bedoelde meetmethode. De Minister voert de meting uiterlijk één jaar na het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen uit. 4 artikel 19, eerste lid Indien het resultaat van een meting als bedoeld in het derde lid een waarde oplevert die niet meer dan 2 dB(A) lager is dan de vereiste waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimte, wordt de waarde van de geluidwering geacht gelijk te zijn aan de vereiste waarde. Indien het resultaat van de meting een waarde oplevert die meer dan 2 dB(A) lager is, draagt de Minister ervoor zorg dat alsnog wordt voldaan aan. 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 2, eerste lid Indien anders dan met toepassing van deze regeling aan een in, bedoelde geluidsgevoelige ruimte, geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, wordt geen vergoeding voor het aanbrengen van die voorzieningen toegekend. 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 14, tweede lid In het aanbod, bedoeld in, dan wel in een afzonderlijk voorstel voor een overeenkomst, wordt een bepaling opgenomen dat indien de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw waaraan op ’s rijks kosten geluidwerende voorzieningen zijn aangebracht, naderhand door het Rijk in eigendom wordt verworven, de door het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen toegenomen marktwaarde op de koopprijs in mindering wordt gebracht. Het in mindering te brengen bedrag wordt verlaagd met ééntiende gedeelte daarvan voor elk jaar dat is verstreken na het aanbrengen van de geluidwerende voorzieningen. 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 2016 31954 17-06-2016 16-06-2016 IENM/BSK-2016/114600 01-07-2016
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De minister kan een vergoeding toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die deze regeling geheel of gedeeltelijk krachtens een daartoe met de minister gesloten overeenkomst uitvoert. 2006 235 01-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1803 2006 235 01-12-2006 29-11-2006 HDJZ/LUV/2006-1803 03-12-2006 Voorheen art. 23. Artikel II van de Wijzigingsregeling Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 (aanpassingen uitvoering en enkele technische verbeteringen), Stcrt. 2006/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1997 47 07-03-1997 06-02-1997 DGRLD/VI/L97.710034 1997 47 07-03-1997 06-02-1997 DGRLD/VI/L97.710034 09-03-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 Deze regeling wordt aangehaald als:. 1997 47 07-03-1997 06-02-1997 DGRLD/VI/L97.710034 1997 47 07-03-1997 06-02-1997 DGRLD/VI/L97.710034 09-03-1997
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 13#
artikel 13, derde lid, onderdeel d
Artikel 16#
16, derde lid, onderdeel d
Artikel 1#
artikel 1, onder f
Artikel 19#
artikel 19, eerste lid
Artikel 19#
artikelen 19
Artikel 22#
22
Artikel 19#
artikelen 19
Artikel 22#
22
Artikel 19#
artikel 19
Artikel 19#
artikel 19
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel g
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onderdeel h