Regeling houdende aanwijzing hulpverleningsdiensten, omschrijving werkzaamheden en omstandigheden en vaststelling van optische en geluidssignalen
- BWB-id
- BWBR0009147
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-03-10 t/m 2009-02-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009147
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-optische-en-geluidssignalen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-optische-en-geluidssignalen/2005-03-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009147&g=2005-03-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009147&z=2026-06-06&g=2005-03-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009147/2005-03-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-optische-en-geluidssignalen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Als hulpverleningsdiensten worden aangewezen die diensten die, voorzover de aan hen opgedragen taak hierin voorziet, voor het vervullen van een dringende taak worden ingezet a. in geval van hulpverlening bij rampen, ernstige ongevallen en bijzondere gebeurtenissen of b. ter bestrijding of ter voorkoming van (dreigende) ongevallen en rampen. 2 De in het eerste lid bedoelde diensten zijn de volgende: algemeen kernfysische rampen en ongevallen spoorwegongevallen ontploffingsgevaarlijke en andere gevaarlijke (chemische) stoffen vervoer gedetineerden en calamiteiten in penitentiaire inrichtingen Vervoer transplantatieorganen en transplantatieteams a. het Rode Kruis Korps van het Nederlandse Rode Kruis; b. Wet Ambulancevervoer Wet ambulancevervoer bijlage 1 bijlage 1 de ambulancediensten aan wie krachtens devergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer, voorzover gebruik wordt gemaakt van daartoe uitgeruste dienstvoertuigen die aan beide zijden tenminste zijn voorzien van het invastgestelde symbool, alsmede daartoe uitgeruste voertuigen van andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van de Centrale Post Ambulancevervoer als bedoeld in de, bezig houden met het verlenen van de eerstelijns spoedeisende hulpverlening, voor zover die voertuigen aan beide zijden tenminste zijn voorzien van het invastgestelde symbool; c. de Stichting Rode Kruis Bloedbank ’Zuid-West Nederland’ voor een spoedtransport van bloed of bloedprodukten in voor de overige weggebruikers herkenbare dienstauto’s. d. de afdeling Ongevallenbestrijding van N.S. Beveiligingsservices; e. de Eenheid Crisisbeheersing van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van het gebruik van met autotelefoon of mobilofoon uitgeruste auto’s; f. het Wapen der Koninklijke Marechaussee, alsmede andere door de Minister van Defensie aangewezen bijstandseenheden; f1. de Stafafdeling Beveiliging, Bewaking & Vervoer van de Arrondissementale Stafdienst Amsterdam; g. het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; h. het Inspectoraat-Generaal VROM; ten behoeve van het gebruik van een kernfysische meetauto of met autotelefoon of mobilofoon uitgeruste auto’s door ambtenaren die door de betrokken minister zijn aangewezen; i. de afdeling Spoorwegpolitie van de N.V. Nederlandse Spoorwegen; j. de Technische Milieudienst Drechtsteden (TMD); k. de DCRM Milieudienst Rijnmond; l. de divisie Rotterdam Port Authority van Havenbedrijf Rotterdam N.V.; ten behoeve van het gebruik van uitrukwagens; en m. de Explosieven Opruimings Diensten van het Ministerie van Defensie; n. de door de Minister van Justitie aangewezen functionarissen van de Landelijke Vervoersdienst Justitie of de Landelijke Bijzondere Bijstandsver-lening van de Dienst Justitiële Inrichtingen. o. artikel 24 van de Wet op de orgaandonatie bijlage 1 het door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen orgaancentrum, bedoeld in, ten behoeve van het spoedeisende vervoer van transplantatieorganen en het spoedeisende vervoer van transplantatieteams, voor zover gebruik wordt gemaakt van daartoe uitgeruste en duidelijk herkenbare voertuigen die tenminste aan beide zijden zijn voorzien van het invastgestelde symbool. 2004 250 27-12-2004 16-12-2004 MJZ2004100415 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 22 oktober
2003 tot wijziging van diverse wetten in verband met de
instelling van het Inspectoraat-Generaal VROM en ter verbetering
van de doelmatigheid van gegevensverstrekking met het oog op
toezicht in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel o De inaangewezen hulpverleningsdiensten wijzen bij hen in dienst zijnde personen of groepen van personen aan, die daartoe ingerichte motorvoertuigen met de inwerking zijnde optische en geluidssignalen mogen besturen. De in, aangewezen hulpverleningsdienst wijst personen aan die in haar opdracht de desbetreffende voertuigen mogen besturen. 2 onderdelen e, f, f1, h, m en n van het tweede lid van artikel 1 De in het eerste lid bedoelde aanwijzing geschiedt voor dedoor de desbetreffende Minister. 3 De in het eerste lid bedoelde personen worden aangewezen, nadat zij een speciale instructie hebben gekregen, waarin gewezen wordt op onder andere de strafrechtelijke en civielrechtelijke consequenties van het aanrichten van schade tijdens de rit, het gedrag en de reactie van weggebruikers op de bijzondere signalen en het gewenste rijgedrag van de betrokken bestuurder. 2000 111 13-06-2000 09-06-2000 CDJZ/WBI/2000-769 2000 111 13-06-2000 09-06-2000 CDJZ/WBI/2000-769 15-06-2000 09-06-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De volgende signalen moeten als volgt zijn uitgevoerd: 1 blauw zwaailicht of blauw knipperlicht: op een motorvoertuig: licht aan de bovenzijde van het voertuig, dat rondom licht uitstraalt dan wel twee lichten, indien door de bouw van het voertuig één licht niet uit alle verkeersrichtingen voldoende zichtbaar is; op een motorfiets: in plaats van het licht als bedoeld voor een motorvoertuig mag ook een licht aan de voorzijde van het voertuig zijn aangebracht, dat zowel aan de voorzijde als opzij goed zichtbaar is; motorvoertuig ten behoeve van de brandweer: aan de voorzijde van het voertuig mag op een hoogte van 1,20 m boven het wegdek bovendien één licht worden gevoerd, indien door de bouw van het voertuig het aan de voorzijde bevestigde licht niet kan worden waargenomen door op korte afstand vóór het voertuig rijdende bestuurders; 2 tweetonige hoorn: een hoorn die achtereenvolgens de tonen b en e aangeeft in een geluidsterkte van tenminste 100 decibel; 3 drietonige hoorn: een hoorn die achtereenvolgens de tonen c - e - g - e aangeeft; 4 geel zwaai- of knipperlicht: één geel zwaai- of knipperlicht aan de bovenzijde van het motorvoertuig dan wel twee gele zwaai- of knipperlichten, indien door de bouw van het voertuig één licht niet uit alle verkeersrichtingen voldoende zichtbaar is; 5 De meting van de geluidssterkte van de meertonige hoorns vindt plaats overeenkomstig Hoofdstuk 11 van de Regeling toelatingseisen. 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 18-12-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, tweede lid, onderdelen a en c Door een ambulance alsmede door het Rode Kruis Korps en de Bloedbank als bedoeld in, mogen een blauw zwaailicht of blauw knipperlicht en een drietonige hoorn worden gevoerd. 2 artikel 1, tweede lid, onderdelen b en d tot en met o Door motorvoertuigen ten dienste van de politie en van de brandweer alsmede door motorvoertuigen , bedoeld in, mogen een blauw zwaailicht of blauw knipperlicht en een tweetonige hoorn worden gevoerd. 2005 47 08-03-2005 01-03-2005 HDJZ/AWW/2005-552 2005 47 08-03-2005 01-03-2005 HDJZ/AWW/2005-552 10-03-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij de volgende werkzaamheden of omstandigheden moet een voertuig, indien de kans bestaat dat het voertuig niet tijdig door andere weggebruikers wordt opgemerkt, geel zwaai- of knipperlicht voeren: a. werkzaamheden ten behoeve van de hulpverlening op of langs de weg met kennelijk daartoe ingerichte motorvoertuigen; b. werkzaamheden ten behoeve van wegen, werken of inrichtingen op, aan, in of boven wegen, daaronder begrepen gladheidsbestrijding of sneeuwruimen; c. werkzaamheden met kennelijk daartoe ingerichte motorvoertuigen voor de hulpverlening aan en het repareren of bergen en wegslepen van voertuigen; d. Voertuigreglement vervoer van ondeelbare lading voorzover het voertuigen betreft waarvoor krachtens hetontheffing is verleend inzake de afmetingen van deze voertuigen of hun lading; e. het begeleiden van transporten waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover die begeleiding uit de ontheffing voortvloeit en dit geschiedt met daartoe speciaal uitgeruste voertuigen; f. het begeleiden van militaire colonnes; g. het rijden met landbouw- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid, of daardoor voortbewogen aanhangwagens, die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan 2,60 meter. 2005 47 08-03-2005 01-03-2005 HDJZ/AWW/2005-552 2005 47 08-03-2005 01-03-2005 HDJZ/AWW/2005-552 10-03-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 1 oktober 1991, nr. RVR 103388, houdende aanwijzing hulpverleningsdiensten, omschrijving werkzaamheden en omstandigheden en vaststelling van optische en geluidssignalen (Stcrt. 202), wordt ingetrokken. 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 18-12-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin zij wordt geplaatst. 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 18-12-1997
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling optische en geluidssignalen. 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 1997 242 16-12-1997 15-12-1997 DGP/WJZ/V-725904 18-12-1997