Regeling permanente eisen taxi’s
- BWB-id
- BWBR0009110
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-11-20 t/m 2009-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0009110
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-permanente-eisen-taxi-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-permanente-eisen-taxi-s/2008-11-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0009110&g=2008-11-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0009110&z=2026-06-06&g=2008-11-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009110/2008-11-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1997/regeling-permanente-eisen-taxi-s
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1, onder j, van de Wet personenvervoer 2000 In deze regeling wordt verstaan onder taxi een auto waarmee het in, bedoelde taxivervoer wordt verricht. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1474 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1474 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage artikelen 3 tot en met 8 Als regels voor de afgifte van een keuringsbewijs van motorrijtuigen, waarvan het kentekenbewijs deel I A dan wel kentekenbewijs deel I onder bijzonderheden vermeldt: ’taxi, zie’, worden vastgesteld de regels welke zijn opgenomen in de. 2 bijlage bijlage Dewelke deel uitmaakt van het kentekenbewijs deel I A dan wel kentekenbewijs deel I moet overeenkomstig het bepaalde in debehorend bij deze regeling zijn uitgevoerd. 2004 98 26-05-2004 24-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1153 2004 98 26-05-2004 24-05-2004 HDJZ/AWW/2004-1153 31-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage bijlage bijlage In het geval op derails of andere bevestigingspunten voor de bevestiging van rolstoelen zijn aangegeven, mag het aantal stoelen of banken in de taxi minder zijn dan op deis aangegeven en behoeft de positionering van de stoelen of banken niet overeenkomstig dete zijn. 2 Indien op de rails stoelen of banken zijn bevestigd, moet de positionering ervan zodanig zijn dat voldoende doorgang naar een deur is gewaarborgd. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De deuren moeten van binnen en van buiten kunnen worden geopend en gesloten. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage Indien op deeen nooduitgang in het dak dan wel een hamertje is aangegeven moet: a. een nooduitgang in het dak aanwezig zijn, of b. een noodhamertje op een zichtbare plaats zijn aangebracht. 2 De in het eerste lid genoemde nooduitgang in het dak moet van binnen en van buiten kunnen worden geopend. a. Het in het eerste lid genoemde noodhamertje moet zijn voorzien van een signalering dat de chauffeur van de taxi waarschuwt in geval van verwijdering van het noodhamertje. b. Indien aan het noodhamertje een kabel is verbonden, moet deze een zodanige lengte hebben dat met het noodhamertje het midden van de ruit in welke directe omgeving het hamertje is bevestigd, kan worden bereikt. 4 bijlage Met een op debij een schuifdeur aangegeven tweede deurklink, moet de betreffende schuifdeur kunnen worden geopend. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien de taxi is bestemd voor het vervoer van personen in rolstoelen, moeten een lift, oprijplaten dan wel andere middelen aanwezig zijn om de rolstoelen in de taxi te kunnen plaatsen. 2 De in het eerste lid genoemde middelen moeten deugdelijk aan de taxi kunnen worden bevestigd en de lift moet functioneren. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Op de plaats waar rolstoelen kunnen worden bevestigd moeten, met uitzondering van de plaatsen waar eventuele stoelen of banken zijn bevestigd, de bevestigingsmiddelen voor deze rolstoelen en de daarbij behorende autogordels aanwezig zijn. 2 De rails en de vastzetinrichtingen alsmede de onderdelen ervan voor de bevestiging van rolstoelen, mogen niet zijn vervormd of beschadigd. 3 Vastzetinrichtingen moeten op de daarvoor aanwezige bevestigingspunten passend kunnen worden bevestigd. 4 Vergrendelinrichtingen van vastzetinrichtingen moeten met de hand te bedienen zijn en moeten functioneren. 5 Bevestigingsmiddelen niet zijnde vastzetinrichtingen en autogordels moeten zijn voorzien van een goedwerkende sluiting en mogen niet zodanig zijn beschadigd dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht. 6 De vrije ruimte voor een rolstoelplaats moet bestaan uit een fictief blok met een lengte van 120 cm, een hoogte van 140 cm, een breedte van 68 cm tot een hoogte van 60 cm en een breedte van 50 cm daarboven, waarvan een van de korte ribben aan het bovenvlak is afgerond met een straal van 90 cm. 7 De in het zesde lid bedoelde maten mogen worden verminderd tot een lengtemaat van 110 cm in situaties waarin meerdere rolstoelen in elkaars verlengde worden geplaatst en tot een breedtemaat van 65 cm in situaties waarin meerdere rolstoelen naast elkaar worden geplaatst. 8 artikelen 2.12.1 2.12.2 van de Regeling permanente eisen Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2008 224 18-11-2008 05-11-2008 CEND/HDJZ-2008/733sectorAWW 2008 224 18-11-2008 05-11-2008 CEND/HDJZ-2008/733sectorAWW 20-11-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Aanwezige interieurdelen mogen de doorgang naar een uitgang niet belemmeren. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De in deze regeling gestelde eisen worden beoordeeld door middel van visuele controle. 2 artikel 4 Bij controle vanmoeten de deuren aan de binnen- en buitenzijde worden geopend en gesloten. 3 artikel 5, tweede lid Bij controle van, moet de nooduitgang aan de binnen- en buitenzijde worden geopend en gesloten. 4 artikel 5, derde lid, onderdeel a Bij controle van, moet het noodhamertje uit de inklemming worden verwijderd en weer aangebracht. 5 artikel 5, derde lid, onderdeel b Bij controle van, moet het noodhamertje uit de inklemming worden verwijderd en moet worden gecontroleerd of het midden van de ruit kan worden bereikt waarna het noodhamertje weer moet worden aangebracht. 6 artikel 5, vierde lid Bij controle van, moet de schuifdeur aan de binnenzijde worden geopend en gesloten. 7 artikel 6, tweede lid Bij controle van, moet de lift in werking worden gesteld. 8 artikel 7, derde lid Bij controle van, moet de vastzetinrichting op het betreffende bevestigingspunt worden aangebracht. 9 artikel 7, vierde lid Bij controle van, moet de vergrendelinrichting worden bediend. 10 artikel 7, vijfde lid Bij controle van, moet worden beproefd of de sluiting van de autogordels functioneert. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 december 1994, nr. F15D40008/JZ, Rijksdienst voor het Wegverkeer (Stcrt. 1994, 252) wordt ingetrokken. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling permanente eisen taxi’s. 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 1997 243 17-12-1997 10-12-1997 DGP/WJZ/V-725576 19-12-1997